BVS

Advertisement

Regeerakkoord

Lees hier onze andere blogs

Disclaimer & Auteursrecht – BVS
De inhoud van deze website en de bijbehorende blogs is uitsluitend bedoeld voor opiniërende, reflecterende en informatieve doeleinden. De teksten weerspiegelen de persoonlijke meningen en interpretaties van de auteur. De auteur geeft geen garantie wat betreft de volledige juistheid of actualiteit van de geboden informatie en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of gevolgen voortvloeiend uit het lezen, interpreteren of delen van de inhoud. Een deel van de teksten of citaten kan afkomstig zijn uit externe bronnen. Hoewel wordt gestreefd naar een zorgvuldige bronvermelding, kan BVS niet verantwoordelijk worden gehouden voor eventuele onjuistheden of inbreuken door derden. Door deze website te gebruiken, stemt u in met de inhoud van deze disclaimer. Alle materialen op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd. Reproductie, verspreiding of commercieel gebruik zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur of BVS is verboden.

HOOP, LEF EN TROTS 
Hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028 van PVV, VVD, NSC en BBB

Nederland is een prachtig land.
Een land om trots op te zijn.
Wij moeten hard werken om het vertrouwen van Nederlanders te verdienen.
Iedere dag opnieuw.
Want vertrouwen is niet vanzelfsprekend.
Politiek en bestuur hebben ondanks goede bedoelingen de afgelopen jaren steken laten vallen, door de zorgen van mensen niet altijd serieus te nemen.
Wij slaan een nieuwe weg in.
Met een programkabinet waarin PVV, VVD, NSC en BBB mensen houvast en steun bieden.
Een kabinet dat lef toont en trots uitstraalt. Een kabinet dat hoop geeft.
Of het nou gaat om bestaanszekerheid, zorg of geld in de portemonnee, of het beschikbaar zijn van voldoende woningen, onze ambitie is groot.
We willen ook de veel te hoge instroom van asielzoekers en immigranten keren.
We willen dat boeren, tuinders en vissers weer een toekomst hebben.
We zien een overheid die een baken van betrouwbaarheid is voor alle Nederlanders.
Mensen die rechtszekerheid en goed bestuur verdienen. Met veiligheid voor hun gezin in de eigen buurt.

Daarom zetten PVV, VVD, NSC en BBB in dit akkoord deze concrete stappen:

-Lastenverlichting vanaf 2025, gericht op de hardwerkende Nederlanders, jong en oud, zoals de middeninkomens, ondernemers. En ook voor mensen in de knel en hun bestaanszekerheid.
-Het strengste toelatingsregime voor asiel en het omvangrijkste pakket voor grip op migratie ooit.
-Een grote impuls in woningbouw, infrastructuur, bereikbaarheid en energietransitie.
-Meer dan halveren van het eigen risico in de zorg tot het niveau van 165 euro in 2027 en investeren in de ouderenzorg.
-Baas in eigen bedrijf in landbouw en visserij; een impuls voor een toekomst van deze sectoren en voor voedselzekerheid voor ons allemaal.
-Meer zeggenschap van burgers door een ander kiesstelsel en versterking van grondrechten door een constitutioneel hof.
-Nederlanders veilig houden door een stevige aanpak van criminaliteit en terreur.

We leven in tijden van grote spanningen, zoals de Russische inval in Oekraïne. De wereldeconomie staat onder druk. Er zijn nieuwe, ernstige bedreigingen voor de veiligheid van onze samenleving en de stabiliteit van de democratische rechtsorde vanuit verschillende statelijke en niet-statelijke actoren.

Deze bedreigingen zijn er niet alleen op afstand, maar ze nemen toe en komen ook snel dichtbij. Dit vraagt nu het tijdig treffen van adequate voorbereidingen, alertheid en versterking van weerbaarheid in brede zin, ook van burgers en bedrijven.

Het nieuwe kabinet gaat werk maken van een regeerprogramma op basis van dit hoofdlijnenakkoord met de volgende 10 hoofdpunten:

1. Bestaanszekerheid en koopkracht
2.Grip op asiel en migratie
3.Wonen en volkshuisvesting, infrastructuur, openbaar vervoer en luchtvaart; elke regio telt
4.Een goede toekomst voor landbouw en visserij, voor voedselzekerheid, voor natuur
5.Energie, leveringszekerheid en klimaatadaptatie
6.Toegankelijke publieke voorzieningen; zorg en onderwijs
7.Goed bestuur en een sterke rechtsstaat
8.Nationale veiligheid
9.Internationale veiligheid
10.Solide overheidsfinanciën, economie en vestigingsklimaat

Het waarborgen van de democratische rechtsstaat en stabiele overheidsfinanciën vormen onmisbare randvoorwaarden. Het kabinet verwerkt dit hoofdlijnenakkoord in een regeerprogramma.

Bestaanszekerheid en koopkracht

Nederland is één van de meest welvarende landen in de wereld. Onze economie is sterker uit de crises gekomen en er waren nog nooit zoveel banen. Onze sterke economie draait op alle Nederlanders die elke dag hard werken of ondernemen en zo bijdragen aan onze welvaart.
Toch zijn veel Nederlanders juist bezorgd geworden over hun toekomst. Ze zijn onzeker over hun dagelijks bestaan en hun levensonderhoud, maar ook over de kosten van basisbehoeften (voedsel, wonen, energie) en de zekerheid daarvan op middellange termijn. Het gaat om de hoogte van het inkomen, om de inkomenszekerheid maar ook om de toegankelijkheid en beschikbaarheid van wonen (bijvoorbeeld voor starters), zorg en onderwijs. Deze zorgen leven niet alleen bij mensen met een lager inkomen, maar ook bij de middeninkomens.
Daar komt bij dat inkomensondersteunende regelingen van de landelijke en gemeentelijke overheid, zoals de toeslagen, te ingewikkeld zijn of tegen elkaar inwerken. Vooral voor mensen die kwetsbaar zijn is dit geheel moeilijk te doorgronden.
Er zijn nu maatregelen nodig die mensen direct merken in de portemonnee, waardoor ze meer loon naar werken krijgen. Maatregelen die gericht zijn op zekerheid en meedoen op de arbeidsmarkt, die niet verder nivelleren en tegelijkertijd (kinder-)armoede in Nederland voorkomen. Het nieuwe kabinet streeft er dan ook naar om de (kinder-)armoedecijfers niet uit te laten komen boven het referentiejaar 2024. Daarnaast zijn er maatregelen nodig die inhouden dat meer werken ook betekent dat mensen erop vooruitgaan, met specifieke aandacht voor werkenden met een middeninkomen.

Maatregelen voor wonen, onderwijs en ondernemerschap komen verderop aan de orde. Voor inkomen, koopkracht en zorg gaat het om:
-Meer loon naar werken door een lastenverlichting op arbeid en verlaging van de marginale druk voor burgers, bijvoorbeeld via het introduceren van een extra schijf in de Inkomstenbelasting.
-Een knelpuntenaanpak voor specifieke groepen onder het bestaansminimum, onder wie werkende armen.
-Meer dan halveren van het eigen risico in de zorg tot het niveau van 165 euro in 2027.
-Zekerheid op de arbeidsmarkt wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld voor echte zelfstandigen (zzp’ers) in het zelfstandigenbeleid en door regulering van de uitzendsector. Daarnaast streven we naar meer vaste contracten voor werknemers. Daartoe wordt de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) voortgezet.
-De verbetering van (gemeentelijke) schuldhulpverlening wordt doorgezet, met focus op aanpak van de problematiek bij de bron.
-De stelselherziening kinderopvang (bijna gratis voor werkende ouders en overheveling naar instellingen) wordt doorgezet.
-Stapsgewijs wordt gewerkt aan verbeteringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen en de toeslagen, zodat werken meer loont. Wetgeving wordt voorbereid voor een hervorming van het toeslagen- en belastingstelsel.

Grip op asiel en migratie

Nederland is een van de dichtst bevolkte landen in Europa met een fors toegenomen en aanhoudend stijgende (asiel-, arbeids-, kennis- en studie en gezins-) migratie, die hard drukt op wonen, zorg, onderwijs en financiële middelen, en op de sociale samenhang in ons land. Beperking van de omvang van en grip op alle soorten migratie naar Nederland, zo snel als mogelijk, is noodzakelijk, voor nu en voor de langere termijn. Er worden concrete stappen gezet naar het strengste toelatingsregime voor asiel en het omvangrijkste pakket voor grip op migratie ooit.
Het hele asiel- en migratiestelsel wordt hervormd, de instroom gericht en maximaal teruggedrongen met een breed pakket maatregelen zodat een oplossing wordt geboden voor de huidige acute situatie, met plek voor wie hier echt mag blijven en draagvlak te behouden.
Ten eerste wordt de uitzonderingsbepaling van de Vreemdelingenwet 2000 (op grond van de artikelen 110 en 111) zo spoedig mogelijk geactiveerd. In de daartoe benodigde algemene maatregel van bestuur, dragend gemotiveerd, worden die bepalingen van de Vreemdelingenwet 2000 buiten werking gesteld die in de weg staan om de acute noodsituatie, voor de asielinstroom in het algemeen en de asielopvang in Ter Apel en de overige asielcentra in het bijzonder, direct aan te pakken, dan wel die bepalingen te vervangen met het oog op het bereiken van dit doel.
Ten tweede komt er direct een tijdelijke Asielcrisiswet met crisismaatregelen om de acute asielinstroom en -opvangcrisis voor de komende tijd te bestrijden, onder meer door intrekking van de Spreidingswet. Op grond van deze Asielcrisiswet zullen de daarin opgenomen bevoegdheden ingezet worden om voor de duur van maximaal twee jaar:

-Registratie af te dwingen en de behandeling van asielaanvragen op te schorten (‘asielbeslisstop’), het recht op opvang zal gedurende de opschorting gedifferentieerd worden beperkt en sterk worden versoberd.
-Mensen zonder een geldige verblijfstitel zo veel mogelijk, ook gedwongen, uitzetten.
-Van de Huisvestingswet af te wijken door een verbod in te stellen op het geven van voorrang bij de toewijzing van sociale huurwoningen aan statushouders op grond van het feit dat zij statushouders zijn.
In deze Asielcrisiswet worden waar mogelijk eerste stappen voor structurele maatregelen al getroffen, zoals versterking van grenscontroles en -bewaking, waaronder aanscherping van mobiel toezicht veiligheid (mtv), mede in relatie tot grenstoezicht op basis van de Schengengrenscode. De nationale asielketen wordt versterkt door deze onder eenduidige regie van de eerstverantwoordelijke bewindspersoon te brengen.
Ten derde zal een opt-out clausule voor het Europees asiel- en migratiebeleid zo snel mogelijk bij de Europese Commissie worden ingediend. Met gelijkgezinde en met omringende landen wordt intensief samengewerkt om in tijden van een gezamenlijke crisis door instroom adequaat op te kunnen treden (‘mini-Schengen’), in aanvulling op het structureel intensiveren van mobiel toezicht veiligheid.
Ten vierde moet Nederland, om de asielinstroom te beperken, structureel tot de categorie lidstaten met de strengste toelatingsregels van Europa behoren. Daarom:
-Verscherping toelatingsprocedure (aanpassing bewijslastverdeling, geen beloning voor opzettelijk identiteit niet aantonen, aanpassing en handhaving criteria veilig land en handhaving Dublin-verordening, uitlezen mobiele telefoons, beperking rechtsbijstand).
-Structureel intensiveren in mobiel toezicht veiligheid, grenscontroles en grensbewaking. Irreguliere migranten aangetroffen bij deze controles aan de landsgrenzen direct terugsturen naar Duitsland en België, onder meer bij het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs.
-Het landenbeleid wordt fors aangepast. Nederland is op dit moment te aantrekkelijk voor asielzoekers; de inwilligingspercentages moeten van boven naar onder het Europees gemiddelde, onder meer door bewijslastomkering, zodat het niet aan de IND is om te bewijzen dat iemand geen recht heeft om hier te verblijven.
-Invoering tweestatusstelsel met inbegrip van de instroom-reducerende beperkingen, waaronder:
 geen automatische gezinshereniging van subsidiair beschermden, eno forse beperking na-reizigers, inclusief beperking tot het zogenaamde kerngezin met kinderen tot 18 jaar en langere termijnen voordat zulks überhaupt mogelijk is.
-Er komt voor asiel beroep bij één rechterlijke instantie zonder hoger beroep.
-Asielvergunning voor onbepaalde tijd wordt afgeschaft, die voor tijdelijk verblijf aangepast.
-Opvang kansarme asielzoekers op aparte locaties met een zo veel mogelijk versoberd en deels gesloten regime; de rijksbijdrage aan de Landelijke Vreemdelingenvoorziening wordt beëindigd.
-De rechtsbijstand bij asielaanvragen wordt zo veel mogelijk beperkt en bij herhaalde asielaanvragen maximaal versoberd.
-Procedures worden verkort en versoberd, bijvoorbeeld door het verkorten van de beroepstermijn en beperking van de mogelijkheid tot herhaalde aanvragen. Dwangsommen wegens termijnoverschrijding worden afgeschaft of beperkt.
-Harder optreden tegen overlastgevers.
-Criminaliteit onder en van asielzoekers hard aanpakken, onder andere door: het direct aanpakken van daders, onder meer door uitplaatsing uit de opvanglocatie, het eerder stopzetten van de asielprocedure en het eerder vervallen verklaren van verblijfstitel, door het uitbreiden van de ongewenstverklaring en door verdere aanscherping van de ‘glijdende schaal’ zodat criminele vreemdelingen sneller kunnen worden uitgezet. In aanmeld- en opvanglocaties wordt strikt en streng opgetreden tegen geweld en overlast door asielzoekers, met name jegens vrouwelijke asielzoekers en asielzoekers met een LHBTIQ+ en/of christelijke achtergrond.
-Het na definitieve afwijzing of verlies van een verblijfstitel niet-meewerken aan uitzetting wordt strafbaar.
-De inzet op terugkeer wordt aangescherpt door onder andere uitzetting van asielzoekers die eerder in een andere EU-lidstaat zijn afgewezen, uitbreiding van vreemdelingenbewaring en -detentie en van de ongewenstverklaring en beperking gemeentelijke opvang (financiering) tot het meest basale. Het begrip veilig land wordt verruimd tot veilige delen van landen op basis van ambtsberichten; ambtsberichten worden in beginsel niet openbaar gemaakt.
-Het EU-migratiepact met aangescherpte asielregels en toelatingsprocedures wordt, na vaststelling, zo snel mogelijk uitgevoerd, onder meer door bij herverdeling van asielzoekers te kiezen voor afkopen in plaats van opvangen.
-Tegelijkertijd zet Nederland in op verdergaande aanscherpingen in de EU-regelgeving, onder andere op screening van kansarme asielzoekers en toewerken naar strikte procedures aan de buitengrenzen van de EU en akkoorden over terugkeer met derde landen. Nederland werkt met andere EU-lidstaten aan het opvangen in niet-EU-landen van migranten die de EU proberen te bereiken.
-Mensenhandel, mensensmokkel en alle illegale immigratieroutes worden aangepakt, nationaal en Europees.
-De eigen bijdrage aan opvang door ontheemden uit Oekraïne wordt verhoogd.
-Maximale inzet op opvang in de regio en op migratiedeals daartoe.
-Er zal een modernisering van het VN-Vluchtelingenverdrag bepleit worden tegen de achtergrond van het voorgaande en samenwerking met hierin gelijkgestemde lidstaten wordt gezocht om dit te bereiken bij de VN. Er wordt ingezet op aanpassing van de EU-regelgeving en -verdragen waar nodig.
Ten vijfde worden maatregelen getroffen om omvang en samenstelling van de overige migratie te beheersen. Het is hard nodig grip te krijgen op arbeidsmigratie. Arbeidsmigratie is nodig voor onze economie en ondernemers, maar het is nodig kritisch te blijven op wie wij nodig hebben en wie ons nodig heeft. Er komt een afwegingskader voor de vestiging van nieuwe bedrijven, in relatie tot de benodigde arbeidsmigranten, ruimte en energie.

Om arbeidsmigratie tegen lage lonen en onder slechte arbeidsomstandigheden te beperken worden maatregelen getroffen:
-De aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten (‘rapport Roemer’) worden uitgevoerd.
-Malafide uitzendconstructies worden hard aangepakt. De uitzendbranche en wervingsbureaus worden gereguleerd door een toelatingsstelsel (WTTA).
-Arbeidsmigranten van buiten de EU, met uitzondering van kennismigranten, worden tewerkstellingsvergunningplichtig. De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) gaat, ook op deze groep, extra handhaven.
-Werkgevers van arbeidsmigranten (niet Nederlandse ingezetenen) worden verantwoordelijk voor overlast en kosten van arbeidsmigranten zonder reguliere huisvesting (shortstay en midstay). Zij moeten daarvoor afspraken maken met gemeenten waarin hun werknemers short- en midstay worden gehuisvest. Bevorderd wordt dat medeoverheden meer ruimte laten voor huisvesting op het eigen terrein van de werkgever.
-Bij langdurig verblijf krijgen werkgevers ook een verantwoordelijkheid voor het leren van de Nederlandse taal door deze werknemers.
-Bezien wordt of en zo ja, welke fiscale voordelen onder de extraterritoriale kostenregeling (ETK-regeling) worden versoberd.
-Nederland zet met betrekking tot arbeidsmigratie in op inperking van het vrije verkeer van personen binnen de EU indien en voor zover uitbreiding van de EU aan de orde wordt gesteld.
Kennis- en studiemigratie is van belang voor de Nederlandse economie, maar de omvang moet in verhouding staan tot wat gemeenten, onderwijs, zorg en wonen kunnen dragen. Daarom:
-De kwalificatie-eisen van de kennismigrantenregeling worden aangescherpt en verhoogd.
-Beperking van studiemigratie in het hoger onderwijs in de bachelorfase, met uitzondering van studies waar arbeidsmarkttekorten zijn, rekening houdend met lokale omstandigheden (hoe groter de problemen, hoe meer beperkingen).
-Studiemigratie wordt selectiever door meer opleidingen in het Nederlands, een numerus fixus voor buitenlandse studenten, beperking tot het verkrijgen van een basisbeurs en verhoging van het collegegeld voor niet-EU-studenten.
-Nederland mag niet naïef zijn over statelijke actoren die mensen hier naartoe sturen of hier aansturen voor spionage. Er worden maatregelen genomen om onze kennis te beschermen.
Een extra en verplichtende inzet op inburgering en integratie. Uitgangspunt is dat je één van ons bent als je meedoet en de Nederlandse waarden onderschrijft.
-Inburgering omvat kennis over de Holocaust en de slachtoffers daarvan.
-De standaardtermijn voor naturalisatie wordt verlengd naar 10 jaar, ongeacht verblijf bepaalde of onbepaalde tijd.
-Buitenlanders die onze nationaliteit willen aannemen doen, waar dat mogelijk is, afstand van hun andere nationaliteit.
-De taaleis voor naturalisatie wordt in beginsel voor iedereen verhoogd naar B1.
-Aanpakken van buitenlandse ongewenste beïnvloeding, zoals bijvoorbeeld via weekendscholen.
-Er komt regulering van versterkte gebedsoproepen.
-Schadelijke praktijken zoals huwelijksdwang en vrouwelijke genitale verminking worden aangepakt.

Wonen en volkshuisvesting, infrastructuur, openbaar vervoer en luchtvaart; elke regio telt
3.1 Aanpak wooncrisis Volkshuisvesting is een grondwettelijke taak van de overheid: het historische woningtekort belemmert de bestaanszekerheid van vooral jongeren ernstig. Het terugdringen hiervan is een topprioriteit.
Het realiseren van voldoende woningen staat onder druk door de dubbele vergrijzing, gemiddeld kleinere huishoudens, migratie, krapte op de arbeidsmarkt, stijgende bouw- en grondprijzen, renteontwikkelingen, ingewikkelde en lange bouwprocedures, gebrek aan en inefficiënt gebruik van beschikbare ruimte en fiscale regelingen die averechts werken. Er worden geen extra, nationale duurzaamheidsregels voor bouwen opgelegd. Er komt een coördinerend minister, die regie voert op de ruimtelijke ordening en op waar hoeveel woningen gebouwd moeten worden. Daarbij wordt rekening gehouden met woningen voor aandachtsgroepen (jongeren, ouderen, kleinere huishoudens, dak- en thuislozen).
Er wordt zo snel mogelijk een Woontop georganiseerd, waarbij rijksoverheid, pensioenfondsen, woningcorporaties, sociale partners, gemeenten en provincies afdwingbare afspraken maken om woningbouw structureel te verhogen. Als politiek doel is de afspraak om structureel 100.000 woningen per jaar erbij te bouwen, die geschikt zijn voor de demografische en ruimtelijke ontwikkelingen de komende jaren. Aanvullend moet een doorbraak geforceerd worden door de volgende maatregelen:
-Er wordt bevorderd dat de woningbouwcorporaties ook in de (lage) middenhuur een grotere rol kunnen spelen, door in de EU in te zetten op wijziging van de relevante regels.
-De bestaande woningvoorraad wordt beter benut door herbestemming van bestaande gebouwen te verruimen en waar wenselijk juridisch te verankeren (herbestemming kantoor- en bedrijfspanden, optopping en/of splitsing van woningen, ‘familie-wonen’, woningdelen, gedogen dat recreatiewoningen permanent bewoond mogen worden).
-De bouw van nieuwe woningen wordt versneld door de volgende maatregelen:

Het zorgen dat er meer grond beschikbaar is (‘straatje erbij’, binnenstedelijk en buitenstedelijk); in nieuw te bestemmen gebieden gaat woningbouw, in geval van concurrentie om grond, boven windmolens. Er wordt toekomstbestendig gebouwd en rekening gehouden met water, bodem, landschap en stedenbouwkundige kwaliteit.

Het aanvullend op bestaande woningbouwlocaties en (lopende) woondeals aanwijzen van nieuwe gebieden voor grootschalige woningbouw, bij voorkeur rond bestaande infrastructuur. Er komt daartoe zo spoedig mogelijk een voorstel, onder meer gebaseerd op het programma NOVEX.

Meer beschikbare en betaalbare bouwgrond, lagere kosten en meer autonomie voor medeoverheden door een belasting op ongebouwde grond met een woonfunctie. De mogelijkheden voor een gemaximeerde planbatenheffing of vergelijkbaar systeem bij woningbouw worden benut. Met gemeenten wordt afgesproken dat de opbrengsten hiervan volledig ten gunste komen voor bereikbaarheid van de wijk en het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen.

Het versnellen van procedures: beperken beroepsmogelijkheden (lijn wetsvoorstel Regie op de volkshuisvesting), aangevuld met wegwerken andere struikelblokken (beschikbaarheid locaties, grond en financiële en fiscale prikkels, beperken regels die bouwen in het buitengebied, bijvoorbeeld op het eigen erf, onnodig belemmeren, aanpak van knelpunten rond capaciteit en kennis). Naast klankbordgroepen voor omwonenden worden ook klankbordgroepen voor woningzoekenden ingesteld.

Het wegnemen van juridische en financiële belemmeringen voor een nieuwe derde sector: coöperatief wonen.

-Betaalbaar: Van nieuwbouw moet minimaal 30% gemiddeld – dus met gebiedsgerichte differentiatie – sociale huur zijn; het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting wordt aangepast om gemeenten hier meer lokale ruimte te geven. Twee derde van de nieuw te bouwen woningen moet betaalbaar zijn voor middeninkomens.
Het huurbeleid van sociale verhuurders zal de betaalbaarheid moeten blijven versterken en tegelijkertijd de noodzakelijke investeringen in nieuwbouw, verduurzaming en leefbare wijken mogelijk moeten maken.
De jaarlijkse sociale huurontwikkeling volgt tot 2026 de bestaande afspraak met de woningbouwcorporaties, te weten de CAO ontwikkeling -0,5%. Vanaf 2026 wordt de consumentenprijsindex (cpi) +0% gevolgd. Met een bestendige huurtoeslag blijft zo voor huurders met de laagste inkomens de bestaanszekerheid op peil.
Er worden maatregelen genomen om private huur, middenhuur en vrije huur aantrekkelijker te maken.
Het bouwen van (private) huurwoningen wordt gestimuleerd door het verminderen van de regeldruk en waar mogelijk de belastingdruk. Hiervoor wordt de woonimpuls deels ingezet.
Er komen bindende afspraken met woningbouwcorporaties, ook over middenhuur.
-Koopwoningen:

Geen wijziging van de fiscale positie van de eigen woning, om onzekerheid op de woningmarkt tegen te gaan.

De stijging van de gemeentelijke woonlasten (OZB) wordt gemaximeerd via afspraken met gemeentes.

Bij (lokale) programmering van koopwoningen rekening houden met voldoende woningen voor ouderen, om de doorstroom te bevorderen.

Onderzocht wordt of en onder welke strikte voorwaarden het recht van huurders van sociale huurwoningen (niet zijnde scheefwoners) op koop van hun huurwoning kan worden vorm gegeven (sociale koop).

Er wordt niet getornd aan de hypotheekrenteaftrek; het eigenwoningforfait blijft onveranderd.

3.2 Infrastructuur, Openbaar vervoer en luchtvaart
Voor woningbouw, infrastructuur en de bereikbaarheid staat de gebiedsgerichte benadering voorop; elke regio telt. Om de bereikbaarheid in heel Nederland, ook op lange termijn, op orde te houden en verder te verbeteren, is actie nodig.

-Er is de komende jaren een grote onderhoudsopgave. Doel is instandhouding van de minimaal benodigde basiskwaliteit van de bestaande weg-, waterweg- en OV-infrastructuur.
-Aanvullend – bij voldoende personeel, vergunningsruimte en middelen – worden de 17 gepauzeerde projecten opgepakt (bijv. A1/A30 (Barneveld Oost), A67 (Leenderheide -Geldrop), Volkerak- en Kreekraksluizen, vaarweg IJsselmeer – Meppel). Prioritaire knelpunten in het OV en op het water zijn de Nedersaksenlijn (Groningen – Almelo/Enschede), de OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer en de bevaarbaarheid van de IJssel.
-Bij spoorverbindingen wordt per regio bezien wat nodig is, waarbij niet alleen focus ligt op de grote steden. In de grensregio’s is een goede aansluiting van spoorverbindingen met het buurland essentieel.
-Verduurzaming van het wagenpark blijft gestimuleerd worden. De elektrische rijder gaat eerlijk bijdragen, om de opbrengsten op de lange termijn houdbaar te houden.
-De maximumsnelheid op de snelweg wordt – daar waar dat kan – verhoogd naar 130 kilometer per uur.
-De aanleg van de Lelylijn wordt voortgezet, waarbij met de aanleg wordt gestart in Groningen indien dit uitvoeringstechnisch mogelijk is. Internationaal spoorvervoer wordt bevorderd door barrières voor nieuwe toetreders weg te nemen. Er komt een voorstel voor grensoverschrijdend spoorvervoer inclusief de aansluiting van vijf treinstations op internationale hsl-lijnen (bv. Hengelo, Venlo, Heerlen, Groningen en Zwolle).
-De bereikbaarheid van het landelijk gebied wordt verbeterd door het busvervoer tussen dorpskernen op het platteland te versterken.
-In overleg met vervoerders en andere overheden worden maatregelen genomen om de veiligheid in het OV te verbeteren. Te denken valt aan de inzet van meer boa’s in trein en bus die ook daadwerkelijk op kunnen en mogen treden (bv. door uitbreiding van identificatiemogelijkheden voor boa’s) en het invoeren van bodycams voor hoofdconducteurs; dit laatste alleen op basis van vrijwilligheid.
-De komende jaren moet voor wat betreft de luchtvaart de inzet gericht zijn op het op orde brengen van de rechtsbescherming van omwonenden (geluidhinder), met behoud van de netwerkkwaliteit van Schiphol. Zo is op langere termijn doorgroei mogelijk met stillere en schonere vliegtuigen.Een goede toekomst voor land- en tuinbouw en visserij, voor voedselzekerheid, voor natuur
Trots, lef en hoop en het kunnen verdienen van een goede boterham zijn de kern van het land- en tuinbouw-, visserij- en natuurbeleid. Onze boeren, tuinders en vissers moeten gekoesterd worden, omdat ze belangrijk zijn voor onze voedselvoorziening en het Nederlandse cultuurlandschap, en onlosmakelijk onderdeel zijn van onze Nederlandse cultuur. Daarbij wordt hoogwaardige landbouwgrond beschermd. Er wordt niet gestuurd op gedwongen krimp van de veestapel, maar op instandhouding van belangrijke natuur.

-Toekomstperspectief en extra aandacht voor jonge boeren, zodat zij bedrijven kunnen overnemen of starten.
-In Europa wordt met lef alles op alles gezet om Europese richtlijnen zo aan te passen dat ze werkbaar zijn en het verdienmodel ondersteunen. Er wordt ingezet op:

Een nieuwe, regio-specifieke derogatie van de Nitraatrichtlijn (gebaseerd op gemeten waterkwaliteit zoals in andere landen).

De derogatievrije zones (overgangsgebieden) rondom Natura-2000 gebieden worden beperkt tot alleen stikstofgevoelige natuurgebieden.

De bufferstroken worden verkleind van 250 naar 100 meter.

De maximale hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest van 170 kg/ha wordt uit de Nitraatrichtlijn geschrapt.

Herijking van de Natura2000-gebieden, gericht op een hoofdstructuur van robuuste natuurgebieden (geen ‘snippernatuur’).

-Geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid, bestaande koppen worden zo maximaal mogelijk geschrapt.
-We willen niet importeren wat we in Nederland niet mogen produceren.
-Bij het afsluiten van internationale handelsverdragen staat het gelijke speelveld voorop.
-Wet- en regelgeving worden aan de voorkant scherper juridisch getoetst om rechtszaken achteraf te voorkomen.

Landbouw en tuinbouw

-Boeren en tuinders werken al eeuwen met de bodem, dieren, omgeving en natuur. Zij zijn de professionals. De vakkennis van de boeren en tuinders staat daarom centraal: we gaan van middel- naar doelsturing. De boer staat hierbij aan het roer.
-Daarvoor worden voor natuur, waterkwaliteit, klimaat en luchtverontreiniging waar mogelijk bedrijfsspecifieke emissiedoelen geformuleerd. Er wordt zo snel mogelijk, juridisch houdbaar, een ‘afrekenbare stoffenbalans’ ontwikkeld zodat boeren weten waar ze aan toe zijn, zelf kunnen sturen op doelen en deze integraal gehaald worden. Om snelheid te maken wordt begonnen met onderdelen die snel uitvoerbaar zijn waarbij doelen, indien nodig, gebied- en bedrijfsspecifiek zijn.
-De mestcrisis krijgt urgente aandacht, opdat geen sprake is van een generieke korting.
-Volgens de Nitraatrichtlijn moeten lidstaten minimaal elke vier jaar de aanwijzing van kwetsbare gebieden herzien. Nederland heeft het hele land als kwetsbaar bestempeld, dit kan dus worden herzien. Nederland gaat in Brussel aantonen dat bepaalde gebieden niet langer kwetsbaar zijn, dit kan per direct. In plaats van de aanwijzing van heel Nederland als kwetsbaar gebied komt dan een aanwijzing per gebied. Dit is belangrijk omdat de norm van 170 kilo stikstof per hectare uit dierlijke mest alleen geldt in kwetsbare gebieden. Dit resulteert per direct in meer plaatsingsruimte voor mest. De stikstof- en fosfaatnormen in oppervlaktewater worden in lijn gebracht met ons omringende landen: België en Duitsland. Hiermee brengen we het areaal nutriëntenverontreinigde gebieden terug.
-Alles wordt op alles gezet om de afbouw van de huidige derogatie terug te draaien en met de EU tot betere en wel werkbare normen en afspraken te komen. In de tussentijd wordt bezien welke noodmaatregelen er nodig zijn om de mestcrisis op te lossen.
-Samenwerking tussen akkerbouwers en veebedrijven wordt gestimuleerd. Verschillen in mestbeleid voor grasland en akkerland worden waar mogelijk opgeheven. Bijvoorbeeld: het uitrijden van vaste mest op bouwland met een staand gewas zoals wintertarwe in het voorjaar toestaan zonder inwerkplicht (dat de mest niet in de grond gewerkt hoeft te worden). Grasland heeft deze inwerkplicht niet. Gelijk beleid zou ook meer mesttoepassingsruimte betekenen.

-Er wordt niet gestuurd op gedwongen krimp van de veestapel en er komt geen gedwongen onteigening.
-Innovatie wordt breed opgevat, dus inclusief voer en management. Innovatie krijgt de ruimte die het verdient, procedures worden aangepast en innovatiemiddelen zo ingericht dat nieuwe vindingen snel juridisch houdbaar toegepast kunnen worden en doelen worden gehaald.
-Er komt een apart innovatieprogramma voor robotisering gericht op het besparen van arbeidskrachten.
-Maatregelen voor een goede boterham:

Agrarisch natuurbeheer en ecosysteemdiensten worden beloond met langjarige marktconforme financiële zekerheid.

Nieuwe verdienmodellen worden ontwikkeld en de voedselketen, inclusief industrie en banken, draagt bij aan het verdienmodel.

De rode diesel komt terug voor boeren, tuinders en loonwerkers.

Waar het gebruik van modellen onontkoombaar is, worden ze mede gebaseerd op meten en weten, en op basis van werkelijke waarnemingen in de praktijk. Het model Aerius calculator wordt ten behoeve van de vergunningverlening vervangen, zodra er een juridisch houdbaar alternatief is. Wij werken hier hard aan.
-Er komt, ook ten behoeve van de vergunningverlening, zo spoedig mogelijk een nieuw stelsel voor de beoordeling van emissiearme stallen en stalsystemen, zoveel mogelijk gebaseerd op bedrijfsmetingen.
-Er wordt geregeld overlegd met land- en tuinbouwbouworganisaties en de visserij, en het beleid wordt gebaseerd op wat in de praktijk werkt.
-Er wordt perspectief geboden, waarbij het verdienmodel verbetert en rekening wordt gehouden met het ‘trappetje van Remkes’ (innoveren, extensiveren, verplaatsen en stoppen). Een ruimhartige vrijwillige en langdurige stoppersregeling vindt fiscaal vriendelijk plaats.
-Eventuele uitkoop wordt gericht op verouderde bedrijven met de minst gunstige omstandigheden voor klimaat en/of milieu en dierenwelzijn. Boeren die gebruik maken van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV en LBV+) krijgen uitstel van de sloopverplichting totdat de mestmarkt weer stabiel is.
-De rijksoverheid pakt de regie op de vergunningverlening voor mestverwerking. In samenwerking met provincies en gemeenten worden de problemen rond vergunningverlening voortvarend opgelost.

Dierwaardigheid
-Er worden concrete stappen gezet naar een toekomstbestendige, nog meer dierwaardige veehouderij.
-Daartoe wordt per diersoort vastgelegd waar stallen aan moeten voldoen op lange termijn. Dit geeft veehouders een realistisch tijdpad om stallen, in een natuurlijk afschrijvingsritme, aan te passen. De overheid maak het mogelijk te starten met concrete pilots.
-Bij de uitwerking is aandacht voor de investeringen, die dit van veehouders vergt en welk deel zij via een goed verdienmodel kunnen terugverdienen. Indien dit onvoldoende kan, wordt bezien op welke manier de overheid hier een bijdrage in kan leveren of wordt het beleid aangepast.

-Aanvullend wordt bezien hoe het vervoer van dieren over lange afstanden beëindigd moet worden, als dit niet volgens de geldende, Europese dierenwelzijnseisen kan, en niet kan worden gehandhaafd.

Natuurherstelbeleid
-De Nederlandse natuur en ons, door boeren en tuinders gecreëerde en onderhouden, cultuurlandschap is prachtig. Daar waar nodig werken we gebiedsgericht aan instandhouding. We versterken onze directe leefomgeving en zorgen voor landbouwinclusieve natuur.
-In het natuurbeleid wordt de daadwerkelijk gemeten staat van de natuur leidend. De kritische depositiewaarde gaat uit de wet en wordt vervangen door een juridisch houdbaar alternatief.
-De nationale databank Flora en Fauna wordt zo snel mogelijk kosteloos en ongelimiteerd voor publieke doeleinden opengesteld.
-De stikstofaanpak wordt gebaseerd op bedrijfsspecifieke emissiedoelen, gebaseerd op de gebiedsgerichte aanpak.
-Stikstofreductie vindt plaats daar waar dat aantoonbaar nodig is voor de instandhouding van de natuur en andere drukfactoren worden ook aangepakt. Stikstofreductie is nodig zodat er stikstofruimte ontstaat en extern salderen in elke provincie mogelijk wordt.
-Er komt een juridisch houdbare, wetenschappelijk verantwoorde rekenkundige ondergrens, dan wel drempelwaarde, van minimaal 1 mol/ha/jaar. Op basis hiervan, of met beschikbare stikstofruimte via extern salderen, worden ‘PAS-melders’ met voorrang gelegaliseerd. Dit alles wordt juridisch geborgd.

Visserij
-We zijn trots op onze Nederlandse vissers, die al eeuwenlang hun bijdrage leveren aan de voedselzekerheid. We gaan er weer voor zorgen dat vissers en de visserijsector daar omheen een goede boterham kunnen verdienen. Het voortbestaan van de Nederlandse visserij is cruciaal voor Nederland. Daarom wordt de visserijsector maximaal ondersteund bij het krijgen van een toekomstbestendige vloot. Vissers horen bij de Nederlandse cultuur en er wordt alles aan gedaan om voor de vissers te vechten. Ook in Brussel. Vissers worden ondersteund bij innovaties, veiligheid en het ontwikkelen van duurzame vistechnieken.
-In Europa wordt door Nederland alles op alles gezet om de pulsvisserij weer toe te staan.
-Er komt snel een betere toegang tot de Noordzee en andere visgronden met voldoende ruimte voor de visserij.
-Bodemvisserij en garnalenvisserij hebben het zwaar. Samen met deze groepen vissers wordt actief gezocht naar grote gebieden die we als ‘visakkers’ gaan bestempelen en waar de bodemvisserij en garnalenvissers voorrang krijgen.
Het ministerie van LNV gaat het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heten.Energietransitie, leveringszekerheid en klimaatadaptatie
Voor energie en leveringszekerheid is Nederland nu te afhankelijk van onbetrouwbare landen. De energietransitie moet gericht zijn op het verminderen van bestaande en het voorkomen van nieuwe afhankelijkheid. Daarbij is het cruciaal dat dit niet ten koste gaat van mensen met een kleine beurs en kleine bedrijven, zoals de bakker op de hoek en het klusbedrijf. Een deel van de nu beschikbare middelen voor de energietransitie zal specifiek voor deze mensen worden ingezet. Om goed voorbereid te zijn op de toekomst wordt stevig ingezet op klimaatadaptatie. Stabiel beleid is belangrijk: burgers en bedrijven moeten weten waar ze aan toe zijn. Het klimaatbeleid moet draagbaar, haalbaar en uitvoerbaar zijn; handelingsperspectief voor burgers en bedrijven is cruciaal. We houden ons aan de bestaande afspraken; alleen als we de doelen niet halen, maken we alternatief beleid. Er komen geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid.
Energietransitie Er wordt ingezet op meer energieonafhankelijkheid en eigen duurzame energieproductie.
Met de juiste maatregelen wordt groene groei bevorderd en schadelijke uitstoot verminderd. Door te investeren in duurzame energiebronnen en innovatie, creëert Nederland een gunstig klimaat voor ondernemerschap. Dit leidt niet alleen tot een schonere omgeving, maar ook tot economische groei en nieuwe zakelijke kansen. Er wordt ingezet op de volgende elementen:
-De financiële middelen voor klimaat worden voor een deel gebruikt om mensen met een laag of middeninkomen en ondernemers te helpen in de energietransitie. Te denken valt aan:

Het helpen van mensen en kleine ondernemers bij het verduurzamen van hun woningen en bedrijfspanden. Dit zorgt voor een lagere energierekening. Er wordt specifiek aandacht besteed aan mensen die als gevolg van aansluiting op een warmtenet geconfronteerd worden met een veel hogere energierekening.

Er komen geen verplichte labelsprongen voor koopwoningen en de verplichting om vanaf 2026, bij het vervangen van de verwarmingsketel, een warmtepomp te moeten installeren, wordt geschrapt.

De aanschaf van elektrische voertuigen blijft ondersteund worden, waarbij ook oog gehouden wordt voor de ‘fossiele rijders’ en een eerlijke verdeling van de kosten tussen beide groepen. De subsidies stoppen allemaal per 2025, de MRB gewichtscorrectie (fiscaal) blijft bestaan. Bezien wordt op welke manier het instellen van zero-emissiezones kan worden uitgesteld, onder andere om uitzonderingen voor bijvoorbeeld ondernemers landelijk te kunnen regelen (standaardiseren). De instelling van zero-emissiezones blijft een gemeentelijk besluit.
-Daarnaast wordt het Klimaatfonds gebruikt voor investeringen in innovaties en technologie zoals ‘CCS’ en groene waterstof. Indien nodig kan blauwe waterstof worden ingezet als tussenstap. Er wordt zo snel mogelijk gestopt met het subsidiëren van bio-energie gecombineerd met CO2-opvang en opslag (BECCS) en biomassacentrales, conform het eerder afgesproken afbouwpad.
-De aangekondigde verhoogde CO2-heffing wordt teruggedraaid.
-De maatwerkafspraken zijn van belang om onze industrie competitief en rendabel te houden, daarom worden deze doorgezet. Er wordt bezien of de maatwerkaanpak kan worden uitgebreid voor bijvoorbeeld nieuwe of regionale bedrijven en technologieën, die een bijdrage kunnen leveren aan de transitie.

De kerncentrale in Borssele blijft open; de bouw van twee kerncentrales wordt doorgezet. Daarnaast komen er twee extra kerncentrales, waarbij ook de mogelijkheden voor meerdere kleine centrales worden betrokken. Een goede ruimtelijke inpassing van de centrales is cruciaal, ook voor het draagvlak. De overheid draagt met publiek-private samenwerking en kennisontwikkeling bij aan de bouw.
-Het oplossen van netcongestie krijgt voorrang, waarbij de regie bij het kabinet ligt, onder andere als het gaat om (her-)prioritering van wie wanneer op het net wordt aangesloten.
-De leveringszekerheid wordt veiliggesteld. Er worden langetermijncontracten afgesloten voor gas en er worden reserves aangelegd voor gas en kritieke grondstoffen. Geen Gronings gas meer, gaswinning op de Noordzee wordt opgeschaald. Windmolens komen zoveel mogelijk op zee, in plaats van op land, waarbij eerst gekeken wordt naar ruimte voor de visserij. Hier wordt een zorgvuldige balans gezocht.
-Geen nieuwe nationale koppen op Europese regelgeving. Afbouw van fossiele subsidies voor de energievoorziening vindt plaats in Europees verband.
-Bij de grondstoffentransitie, staat het verminderen van de afhankelijkheid van andere landen centraal. Waar mogelijk worden materialen hergebruikt.
Adaptatie/ aanpassen aan klimaatverandering
Nederland moet zich verder aanpassen aan de klimaatverandering.
-De adaptatie-aanpak wordt geactualiseerd, met in ieder geval aandacht voor:

de gevolgen van verdroging voor onder andere de voedselproductie en funderingsschade aan gebouwen en infrastructuur en de beschikbaarheid van zoetwater (ook i.r.t. verzilting).
-Rivieren zijn van groot belang voor Nederland, voor goederenvervoer per binnenvaart, maar ook voor de zoetwaterbeschikbaarheid, waterberging, natuur en recreatie. Het programma Ruimte voor de Rivier wordt geactualiseerd, rivieren blijven bevaarbaar en krijgen meer ruimte.
-Het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt herijkt om te borgen dat onze dijken ook in de toekomst voldoende en tijdig bescherming bieden.

Toegankelijke publieke voorzieningen; zorg en onderwijs
Zorg Gezondheidszorg is van onschatbare waarde. De mensen die in de zorg werken en zich dagelijks inzetten voor de patiënten verdienen respect. Zij bieden de patiënten een beschermde omgeving. Dat is ook van belang voor onze ouderen die onze welvaart en samenleving hebben opgebouwd en zorg verdienen als het daarop aankomt.
-Door vergrijzing van de bevolking, krapte op de arbeidsmarkt en stijgende kosten is toegang tot de zorg lang niet voor iedereen en niet overal in ons land vanzelfsprekend. Een aantal maatregelen wordt genomen om dit te verbeteren:
-Meer dan halveren van het eigen risico in de zorg tot het niveau van 165 euro in 2027, wat zorgmijding beperkt en voor langdurig en chronisch zieken drempels wegneemt.
-Versterking, ook door verbetering van de onderlinge samenwerking, van de positie van de eerstelijnszorg, waaronder de huisarts, wijkverpleging en van mantelzorgers.

-Een veilig, decentraal vormgegeven elektronisch patiëntendossier, ook voor uitwisseling van gegevens binnen de zorg, met inachtneming van privacy en gegevensbeveiliging.
-De voorwaarden van de zorgpolis, inclusief contractering, moeten glashelder zijn bij het afsluiten van de polis. De Nederlandse Zorgautoriteit ziet toe op de begrijpelijkheid van de polisvoorwaarden.
Verder wordt voor nu en voor de langere termijn ingezet op:
-Het aanpakken van de personeelskrapte in de zorg heeft grote prioriteit. Daarom wordt het aantrekkelijker gemaakt om in de zorg te werken, door middel van meer autonomie, loopbaanperspectief, goede arbeidsvoorwaarden en beperking van regeldruk en van administratieve lasten, bijvoorbeeld door meer innovaties. Gestimuleerd wordt dat personeel in loondienst eerste keuze krijgt bij roosterindeling.
-Agressie en geweld tegen zorgverleners en fraude in de zorg wordt aangepakt.
-Een hoofdlijnenakkoord, gericht op beheersbaarheid van zorguitgaven en de kwaliteit van de zorg; goede regionale afspraken tussen ziekenhuizen over bereikbaarheid bij acute zorg in de buurt en van streekziekenhuizen; de insteek wordt dat streekziekenhuizen behouden blijven. Er wordt onderzoek gedaan naar alternatieve bekostigingsvormen van de spoedzorg, anders dan het huidige stelstel van marktwerking.
-Preventie meer centraal, inclusief sport en bewegen, om de gezondheid te verbeteren, gezondheidsverschillen te verkleinen en de zorgvraag te beheersen.
-Doorlichting cure en care op bewezen niet-effectiviteit, noodzakelijkheid en voorkomen van onnodige zorgvraag, en overbehandeling en aanbieders die misbruik maken van het stelsel.
-We organiseren de zorg zo dat die in de keten op de best mogelijke plek plaatsvindt. Tijdige afstemming tussen zorgwetten in de uitvoering levert hieraan een bijdrage.
-Er wordt geïnvesteerd in betere ouderenzorg voor bijvoorbeeld zorg-/verpleegplekken voor ouderen.
-Uitvoering van de hervormingsagenda jeugd en het doorvoeren, conform advies Algemene Rekenkamer en Afdeling advisering Raad van State, van hervormingen in de structuur van taken, bevoegdheden en indicatiestelling om de prestaties van de jeugdzorg te verbeteren. Er komt een nieuwe aanpak van de gesloten jeugdzorg, waarbij de inzet is om de gesloten jeugdzorg versneld af te bouwen. Het aantal uithuisplaatsingen wordt verminderd en de rechten van kinderen en ouders verbeterd.
-Er komt een nieuwe, samenhangende aanpak van het beleid inzake vaccinaties, in het bijzonder ook voor de bescherming van kinderen.
-Om de samenwerking tussen alle zorg- en hulpverleners in de laatste levensfase te borgen, wordt bezien hoe in de verschillende zorgwetten het recht op palliatieve en terminale zorg kan worden geborgd.
Het maatschappelijke en politieke debat over het begin en einde van het leven vraagt zorgvuldigheid, zowel ten aanzien van de omgang met (onderzoek naar) embryo’s, abortus en euthanasie. Dit debat wordt onder meer gevoerd met inbreng van zorgverleners, ethici en onderzoekers. De wettelijke kaders blijven ongewijzigd, behoudens onvoorziene en belangwekkende ontwikkelingen en de voortgezette behandeling van twee aanhangige initiatiefvoorstellen.

Onderwijs In het onderwijs, van oudsher ook een grondrecht en een grondwettelijke opdracht aan de overheid, is het basisniveau van veel leerlingen niet op orde, vooral door gebrek aan lees- en rekenvaardigheid. Een Herstelplan Kwaliteit Onderwijs is urgent noodzakelijk om het tij te keren. Elementen van een herstelplan zijn:
-Het stoppen met de wildgroei aan subsidies; deze omzetten in solide structurele financiering, met een norm voor de hoeveelheid onderwijsgeld voor het primaire proces, het maximeren van overhead en met zeggenschap van schoolleiders en betrokkenheid van leraren bij de besteding van middelen.
-De huidige curriculumherziening wordt doorgezet. De kerndoelen worden herzien; het aantal wordt fors verminderd en er wordt focus aangebracht. De basisvaardigheden, lezen, schrijven en rekenen, krijgen absolute prioriteit. Doelen over relationele en seksuele voorlichting zijn neutraal en beter toegesneden op de leeftijd van leerlingen, in het bijzonder in het basisonderwijs.
-Bevorderen van meer zijinstroom, meer voltijds werken, meer mannen voor de klas door in de pabo losse opleidingen voor het jonge en oude kind te introduceren, meer zeggenschap geven aan de leerkracht en regeldruk en administratielast fors verlagen.
-Onderwijsmethodes moeten bewezen effectief en verder politiek neutraal zijn.
-De methodes om te toetsen moeten beter.
-We hebben aandacht voor passend en speciaal onderwijs.
-Voorschoolse opvang en vroegschoolse educatie kan belangrijk zijn. Aanvullend wordt bevorderd dat onderwijsaanbod, in stad en platteland, binnen een redelijke reistijd bereikbaar is. Daartoe moeten binnen de onderwijsbegroting middelen worden herschikt.
-In het basisonderwijs is er met het oog op de vervolgopleidingen aandacht voor zowel het praktisch onderwijs, onder meer het mbo, als het theoretisch onderwijs. In het mbo wordt meer aandacht gegeven aan de aansluiting op de arbeidsmarkt.
-Het bindend studieadvies wordt niet versoepeld en selectie aan de poort blijft onverminderd mogelijk.
-Voor de bekostiging van het hoger onderwijs stappen we deels over naar capaciteitsbekostiging om met krimpende studentenaantallen opleidingen, die voor de arbeidsmarkt of de regio belangrijk zijn, overeind te houden. De studiebeurs wordt behouden en studenten die hebben gestudeerd onder het sociaal leenstelsel krijgen een extra eenmalige tegemoetkoming.
-Het bevorderen van de Nederlandse taalvaardigheid wordt weer een kerntaak van kennisinstellingen in het Hoger Onderwijs. De ‘verengelsing’ wordt teruggedrongen, met strategische uitzonderingen voor opleidingen voor tekortberoepen.
Het grondrecht van de vrijheid van onderwijs moet worden beschermd. Er mag geen ruimte zijn voor het overdragen van antidemocratische en anti-rechtstatelijke opvattingen door leraren of in lesmateriaal. De Inspectie van het Onderwijs houdt daartoe in het funderend onderwijs en in het mbo-toezicht op de wettelijke burgerschapsopdracht. De burgerschapsopdracht wordt aangescherpt om radicalisering te voorkomen. Bestuurders worden sneller ontslagen als de burgersopdracht niet wordt uitgevoerd. Artikel 23 van de Grondwet blijft ongewijzigd, maar binnen de juridische kaders van artikel 23 worden de mogelijke stappen gezet om onwenselijke en excessieve elementen als antidemocratisch en anti-rechtstatelijk onderwijs verder in te perken. Het toezicht op informeel en formeel onderwijs wordt wettelijk geregeld zodat signalen van haat en geweld gevolgen krijgen.

Goed bestuur en een sterke rechtsstaat
Terwijl van de overheidsorganisaties de afgelopen jaren heel veel is gevraagd en door hen veel goeds is en wordt gedaan, is het vertrouwen van burgers in politiek en overheid ernstig geschaad. ‘Toeslagen’ en ‘Groningen’ zijn, helaas, daarvan het meest in het oog springende oorzaak en verklaring, maar niet de enige. Herstel is nodig en urgent. “Het kan weer gebeuren”, dat wil zeggen: burgers die door de overheid onrecht wordt aangedaan, zo concluderen de recente parlementaire enquêtes. De overheid moet uitgaan van vertrouwen jegens de burgers. En gebruik blijven maken van de hardwerkende, deskundige professionals met hart voor de publieke zaak in al onze overheidsorganisaties. Er is een agenda nodig voor goed bestuur en een sterke rechtsstaat.
Dit hoofdlijnenakkoord, het regeerprogramma en initiatieven van de vier fracties bewegen zich binnen de grenzen van de grondwet, de grondrechten, de democratie en de rechtsstaat, zoals verwoord in het eindverslag van informateur Plasterk van 12 februari 2024. De instituties die de rechtsstaat mede dragen, in het bijzonder rechtspraak, media en wetenschap, worden versterkt.

Goed bestuur vergt ook stabiliteit en betrouwbaarheid.
Er komt op basis daarvan een agenda voor vernieuwing van de democratie, de rechtsstaat, het bestuur en de controle daarop. Doel is het versterken van het belang van de Grondwet en van grondrechten, van ‘checks and balances’ in ons democratisch bestel, van rechtsstatelijke instituties en rechtsbeginselen. Deze agenda omvat daarom de volgende maatregelen:
-Een wetsvoorstel tot invoering van een nieuw kiesstelsel voor de Tweede Kamer ter versterking van de regionale band tussen kiezers en gekozenen wordt dit jaar ingediend, gericht op tijdige inwerkingtreding voor de volgende verkiezingen.
-Een grondwetsherzieningsvoorstel tot het schrappen van het toetsingsverbod in artikel 120 wordt ingediend. De klassieke bepalingen van de Grondwet worden toetsbaar.
-Een grondwetsherzieningsvoorstel tot invoering van een grondwettelijk (constitutioneel) hof dat wetten toetst aan de Grondwet wordt ingediend, vergezeld van een voorstel inzake de beoogde invulling van deze toetsing.
-De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt verzelfstandigd.
-Een vaste Tweede Kamercommissie grondrechten en constitutionele toetsing en zal worden ingevuld. Versterking van constitutionele advisering/toetsing voorafgaande aan voorstellen tot beleid en wetgeving en van (goedkeuring van) internationale en EU-verdragen en van implementatie van EU-regelgeving, worden door de Afdeling advisering van de Raad van State en door die – permanent te maken – commissie uitgewerkt.
-De behandeling van het initiatiefgrondwetsvoorstel correctief referendum in tweede lezing wordt voortgezet.
-De aanstellingswijze van de burgemeester blijft ongewijzigd.
-De wijze van totstandkoming, parlementaire goedkeuring en uitvoering van verdragen wordt herijkt met een sterkere rol van het parlement en expliciete toetsing aan artikel 91, derde lid, van de Grondwet.
-Er komt een Europawet, met inbegrip van een regeling van informatievoorziening en procedures bij voorbereiding en totstandkoming van Europese wetgeving.
-Een Kamerlid krijgt een versterkte procedure om informatie af te dwingen conform artikel 68 van de Grondwet, waarbij de uitzonderingsgrond “het belang van de Staat” toetsbaar wordt (uitgewerkt en belegd) bij de commissie grondrechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer.
-Er wordt onderzocht of en hoe nadere vereisten gesteld kunnen worden aan de representativiteit van belangenorganisaties met een ideëel doel op grond van art. 3.305a Burgerlijk Wetboek.
-De Tweede Kamer krijgt meer ondersteuning (wetgeving, analyse en onderzoek).
-De onafhankelijkheid van de Kiesraad wordt verstevigd en het mandaat uitgebreid tot een Kiesautoriteit.
-Er komt een recht op vergissen. Een enkele fout kan niet langer een burger diep in de problemen duwen. Aanmanings- en incassokosten van de overheid gaan fors omlaag.
-De bereikbaarheid van overheidsorganisaties voor burgers moet omhoog, onder meer door daadwerkelijke verruiming van de mogelijkheden, tijden en locaties voor contacten in persoon, meer tijdig en adequaat telefonisch contact en grotere beschikbaarheid van hulp bij digitaal contact. Bestaande niet-digitale communicatie door de overheid met burgers wordt gehandhaafd.
-De bescherming van klokkenluiders wordt versterkt.
-Er komt een wetenschappelijke standaard voor het gebruik van modellen en algoritmes. Beide moeten openbaar en navolgbaar zijn. De bijsluiter maakt duidelijk waarvoor ze wel en waarvoor ze niet bedoeld zijn en gebruikt kunnen worden.
-Gebruik van AI (artificiële intelligentie) door de overheid biedt voordelen maar wordt ook aan voorwaarden gebonden zodat veiligheid, privacy en rechtsbescherming geborgd zijn. De overheid, waarbij de kennis van digitalisering moet worden versterkt, en de maatschappij worden weerbaar gemaakt tegen desinformatie en ‘deepfakes’.
-De Wet open overheid, de uitvoering hiervan en de hiermee gemoeide kosten, worden geëvalueerd.
-Er komt een wettelijke regeling voor en van de onafhankelijke inspecties, toezichthouders en autoriteiten, inclusief hun wijze van handhaving (wet op de rijksinspecties en autoriteiten).
-De rijksdienst zet aantoonbaar meer in op vakmanschap, kennis, uitvoering en burgerperspectief; werving voor en roulatie bij de algemene bestuursdienst worden in deze context hervormd.
-De kennisinfrastructuur en de benutting daarvan in beleid en begrotingen wordt verbeterd, in het bijzonder voor de (middel-)lange termijn en voor demografische ontwikkelingen.
-De groei van het aantal ambtenaren en de inzet van consultants bij (kern-)departementen van de afgelopen jaren wordt meer dan teruggedraaid, waarbij uitvoerende diensten worden ontzien. Deze taakstelling wordt gekoppeld aan het verminderen van regels en administratieve lasten voor de samenleving en de uitvoering.
-De overheidsarchieven worden op orde gebracht. Daartoe wordt de Archiefwet gemoderniseerd.
-Er komt een voorstel met een overzicht dat vermeldt welke aanbevelingen uit de rapporten van de parlementaire enquêtes, ‘Greco’ en de Venetië-commissie aan deze agenda toegevoegd worden.

Goed bestuur voor de burger betekent ook: rijk, gemeenten, provincies en waterschappen moeten in staat worden gesteld om adequaat en zelfstandig als democratisch gelegitimeerde overheidsorganen te functioneren. Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. De medeoverheden worden vroegtijdig betrokken bij voorbereiding van beleid en van wetgeving; de wetgever hakt uiteindelijk de knopen door. Grote opgaven zoals wonen, bestaanszekerheid en de energietransitie moeten in gezamenlijkheid worden opgepakt. Verder betekent goed bestuur ook het nakomen van afspraken en een stabiel en voorspelbaar overheidsbeleid, ook voor het vestigingsklimaat.
Er wordt geïnvesteerd in structurele samenwerking met de regio. De bestaande regiodeals worden in overleg met het bedrijfsleven, kennisinstellingen en decentrale overheden uitgebouwd tot strategische investeringsagenda’s met afspraken over wonen, bereikbaarheid, onderwijs en economie. Belangrijke gezamenlijke programma’s zoals het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’ en ‘Elke Regio Telt’, worden doorgezet. Nederland beschouwt het Caribisch deel van het Koninkrijk als waardevol.
In een rechtsstaat is betrouwbare informatievoorziening van wezenlijk belang. De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) wordt hervormd zodat de journalistiek – inclusief het veelzijdig aanbod – kwalitatief hoogwaardig vormgegeven en gewaarborgd wordt. Toekomstbestendigheid en transparantie van kosten staan daarbij voorop. Het besluitvormingsproces wordt gestroomlijnd. De NPO moet inzetten op digitalisering en het bereiken van het jongere publiek.
Om te voorkomen dat het (online) aanbod van nieuws nog verder verschraalt en/of in buitenlandse handen valt, zal de Autoriteit Consument en Markt meer instrumenten in handen krijgen. Zo zal bekeken worden of bij de toepassing van de Mededingingswet ook de waarborg van de kwalitatieve pluriformiteit van het Nederlandse media-aanbod in de beoordelingscriteria betrokken kan worden.

Tot slot: er zijn nog steeds hardheden in beleid, wetgeving en uitvoering die burgers te hard raken. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Raad voor de Rechtspraak, de beide Kamers en de (kinder-) Ombudsman leveren jaarlijks – of zo vaak als zij nodig achten – een lijst hiervan aan bij de minister van Binnenlandse Zaken. De minister van BZK krijgt opdracht om als coördinerend bewindspersoon, in samenwerking met andere ministeries, de hardheden aan te pakken en hierover publiekelijk te rapporteren. De inzet van rechtsbeginselen wordt meer onderkend en benut en grondrechten worden direct toetsbaar gemaakt via het constitutionele hof.

Nationale veiligheid

Politieagenten, boa’s, brandweermensen, de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, de mensen van de DKDB, de rechterlijke macht en zoveel anderen: zij staan altijd voor Nederland klaar om iedereen vrij en veilig te houden. Wij zijn iedereen die ons veilig houdt veel dank verschuldigd en we zullen alle hoeders van onze democratische rechtsstaat steunen en achter hen gaan staan, zodat zij veilig en met voldoende mensen en middelen hun essentiële werk kunnen blijven doen. Maar er is nog veel werk te doen om Nederland voor iedereen veilig te houden. Onze vrijheden en veiligheid staan onder druk.

Onze democratische rechtsstaat wordt bedreigd door islamitisch terrorisme en direct ondermijnd door de georganiseerde misdaad. Verder staat onze veiligheid onder druk door mensenhandel, bedreigingen, terrorisme, cybercriminaliteit, personen met verward gedrag, maatschappelijke polarisatie en onvrede. Veiligheid en een weerbare samenleving zijn topprioriteiten. Dat vereist scherp optreden tegen allen die vrijheid en veiligheid bedreigen. De nationale veiligheid moet worden beschermd. De zware, georganiseerde misdaad moet krachtig worden bestreden. Gezag en respect in de openbare ruimte moeten worden hersteld. Daarnaast vergt preventie in het algemeen en voorkomen van recidive, in het bijzonder door first offenders, meer inzet. Voor effectief veiligheidsbeleid vormen preventie en repressie twee kanten van dezelfde medaille.

Daarom deze prioriteiten.
-De aanpak van de georganiseerde criminaliteit wordt versterkt, van preventie tot bewaken en van beveiligen tot de aanpak in detentie. Er wordt meer ingezet op confiscatie van vermogen, daarbij wordt de Europese aanpak overgenomen. De anti-witwasaanpak wordt geïntensiveerd. Het streven is erop gericht de informatiedeling, inclusief waarborgen voor de privacybescherming, te verbeteren, met oog voor de positie van het overgrote deel van alle burgers die niks kwaads willen doen, maar wel worden geconfronteerd met langdurige verzoeken als ze een bankrekening willen openen, een onderneming starten of een huis willen kopen. De patseraanpak wordt toegevoegd aan het preventiebeleid. De kroongetuigeregeling wordt uitgebreid. De aanpak voortgezet crimineel handelen in en vanuit detentie wordt versterkt naar Italiaans model en de samenwerking met andere landen wordt geïntensiveerd.
-De aanpak van uithalers en logistieke knooppunten bij criminaliteit, zoals havens wordt uitgebreid.
-Er blijft ingezet worden op maatregelen en interventies die jongeren effectief uit de (zware) criminaliteit houden.
-De mogelijkheid voor werken onder nummer voor de politie, officieren van justitie en rechters-commissarissen wordt uitgebreid.
-Er komt zichtbare aanwezigheid en meer politie en politieposten in wijken, in buurten, in de regio; de recherche wordt versterkt. Het streven is dat zoveel mogelijk wijkagenten meer tijd echt in hun wijk kunnen doorbrengen.
-Versterking van teams als “Roze in Blauw” en het Joodse politienetwerk bij de politie.
-De afgelopen jaren is er een groei van het aantal bedreigingen bij politici en hoeders van de rechtsstaat. Daarom wordt ingezet op uitbreiding van het team bedreigde politici en wordt “Bewaken en beveiligen” een generaal dossier.
-Het opsporend en handhavend personeel in de veiligheidsketen, inclusief politie en boa’s, is neutraal, zonder religieuze symbolen gekleed.
-Keihard optreden tegen grensoverschrijdend gedrag en tegen intimidatie ten opzichte van eenieder, en tegen alle vormen van straatterreur. Aanhouden, berechten, straffen, met inbegrip van mogelijke detentie, en mogelijke gevolgen voor een verblijfstitel nagaan: alle middelen op gepaste wijze inzetten.
-Er komen meer mogelijkheden om ouders verantwoordelijk te houden voor schade die kinderen aanrichten.
-De bestrijding van antisemitisme wordt versterkt.
-Het optreden tegen eergerelateerd geweld wordt versterkt.
-Het jeugdstrafrecht voor 14 tot en met 16-jarigen wordt aangescherpt, onder andere door het verhogen van maximale straffen. Wanneer bij ernstige misdrijven het adolescentenstrafrecht bij meerderjarigen wordt toegepast, moet dat uitgebreider worden gemotiveerd.
-Het aantal misdrijven dat verjaart wordt verminderd en bij fysiek geweld tegen hulpverleners wordt een taakstrafverbod ingevoerd. De uitvoering van opgelegde straffen verjaart wettelijk niet. De straffen voor zware misdrijven, waaronder terroristische misdrijven en ernstige gewelds- en zedendelicten worden verzwaard.
-Het blijft verboden drugs te bezitten, verkopen of produceren.
-Bescherming van de nationale veiligheid en bestrijding van radicalisering en terrorisme zijn in handen van de veiligheidsdiensten en de NCTV. De bevoegdheden van de diensten in verband met de digitale ontwikkelingen worden in de wetgeving aangepast; de WIV wordt zo snel mogelijk geactualiseerd. Er komt onderzoek naar een veiligheidsorganisatie met taken en bevoegdheden als het DGSI in Frankrijk.
-De definitie van deelname aan een terroristische organisatie wordt verruimd, de strafmaat voor terroristische activiteiten wordt verhoogd naar twintig jaar. Onderzocht wordt of en hoe het Nederlanderschap kan worden afgenomen van veroordeelde terroristen. Verder wordt onderzocht of de ontneming van het Nederlanderschap wettelijk verder kan worden uitgebreid naar alle categorieën delicten waarvoor het Europees Verdrag inzake Nationaliteit dit toelaat.
-Er komt onderzoek naar een uitbreiding van de wettelijke categorieën veroordeelden van wie het Nederlanderschap kan worden afgenomen. Daartoe wordt onder andere onderzocht of aan het Europees Verdrag inzake Nationaliteit zowel terrorisme als zware criminaliteitsdelicten kunnen worden toegevoegd als grond voor denaturalisatie.
-Er wordt gewerkt aan een slim verbod op ongewenste buitenlandse financiering van
Nederlandse verenigingen, stichtingen, kerkgenootschappen of informele organisaties. De behandeling van de wet transparantie maatschappelijke organisaties wordt voortgezet. De rechtspersonen die gelieerd zijn aan terroristische organisaties, die in andere EU-landen verboden zijn, worden hier ook verboden. Het openlijk steun betuigen aan terroristische organisaties wordt verboden. Aanzetten tot geweld, het verheerlijken van terroristische daden en het openlijk steun betuigen aan terroristische organisaties wordt een apart strafdelict met een forse maximumstraf.
-De aanpak van digitale dreigingen door statelijke actoren en cybercriminelen wordt versterkt; intensieve samenwerking tussen overheid, veiligheidsdiensten, wetenschap en bedrijfsleven wordt bevorderd. Maximumstraffen voor cybercriminaliteit worden verhoogd. De bevoegdheden en middelen van de veiligheidsdiensten worden uitgebreid voor het tegengaan van economische spionage. Elektronica, zoals scanapparatuur, wordt afgebouwd in strategisch belangrijke sectoren en diensten vanuit landen met verhoogde spionagerisico’s. Spionage wordt strenger bestraft.
-Om te zorgen dat de politie ruimte heeft voor deze prioriteiten en kerntaken, worden werkzaamheden, onder meer met betrekking tot personen met verward gedrag en administratieve verrichtingen in de asielketen, overgeheveld naar andere, ter zake deskundige organisaties.
-Versterking van rechten van slachtoffers door een zwaarwegende stem in gratieprocedures, verbetering van het stelsel van compensatie van geleden schade en een zelfstandig gebiedsverbod.
-Ingezet wordt op voldoende, passende voorzieningen voor slachtoffers, waaronder herstelrecht.
-Het behandelen van geschillen, conflicten en veelvoorkomende criminaliteit via wijkrechtspraak wordt gestimuleerd.
-De rechtspleging wordt sneller en effectiever door regie op de digitalisering door de Raad voor de Rechtspraak. Er komen meer prestatieafspraken in de strafrechtketen. Detentie wordt versoberd en moet effectief zijn.
-De inzet van de strafbeschikking wordt onderzocht.
-De politie wordt te vaak geconfronteerd met het gebruik van zwaar illegaal vuurwerk. Steeds vaker wordt dit illegale vuurwerk gebruikt om plofkraken of explosies te veroorzaken, of om hulpverleners te belagen. F4-vuurwerk wordt daarom onder de wet Wapens en munitie gebracht, waarbij wordt bezien hoe professionele vuurwerkshows deze categorie door verlening van een vergunning kunnen blijven gebruiken.
-Er wordt bij ‘cold cases’ ingezet op het gebruik van genealogische DNA-databanken.
-Er wordt scherper onderscheid gemaakt tussen (vreedzaam) demonstreren en ordeverstorende acties. Wanordelijkheden, bedreigingen tegen anderen en openbaar
geweld worden niet getolereerd. OM, lokaal gezag en nationale politie zullen worden aangespoord om kordaat op te treden waar demonstranten over de grenzen van het strafrecht heengaan. Notoire relschoppers worden hard aangepakt en gestraft.
-Om voetbalhooligans harder aan te pakken, bijvoorbeeld naar Engels model, worden extra maatregelen getroffen. Er wordt vaker een (digitale) meldplicht voor personen met een stadionverbod opgelegd en er wordt een vergunning verleend per (risicovolle) wedstrijd. Daarnaast komt er een verbod op gezichtsbedekkende kleding in voetbalstadions.
-Met behulp van digitale apparatuur zoals ANPR-camera’s kan de politie criminelen sneller opsporen. Daarom wordt in grensregio’s bezien of de digitale apparatuur toereikend is.
-De aanpak van kindermisbruik wordt geïntensiveerd.
-Voor het versterken van veiligheid worden structureel middelen gereserveerd voor het op orde brengen van de capaciteit in de gehele strafrechtketen waarbij de financiering minder gebaseerd is op output en producten, en meer is gericht op het effectief samenwerken en presteren in de strafrechtketen.
-Politieagenten worden intern volledig gesteund in hun taken, ook door de korpsleiding.
-Politieagenten moeten te veel aandacht schenken aan personen met verward gedrag.
Personen met verward of onbegrepen gedrag moeten sneller de hulp en de zorg krijgen die ze nodig hebben, daarom wordt intensievere samenwerking tussen de politie en de ggz gestimuleerd. Relevante informatie moet waar nodig snel kunnen worden uitgewisseld.
Corruptie wordt hard bestreden. Er komt onder andere een rijksbrede aanpak om corruptie te bestrijden, waarbij het vergroten van de weerbaarheid en de meldingsbereidheid van medewerkers, evenals het verkleinen van risico’s door (toegang tot) ICT-systemen, belangrijke speerpunten zijn.
-De minimumleeftijd voor prostitutie wordt verhoogd naar 21 jaar.
-De maximale strafmaat voor openlijke geweldpleging gaat met een derde omhoog.

Persoonlijke vrijheden worden versterkt. Er worden maatregelen genomen tegen geweld gericht tegen LHBTIQ+-ers. Om (kwetsbare) jongeren te beschermen die worden gedwongen om hun seksuele gerichtheid te onderdrukken, wordt een effectieve aanpak geïntroduceerd. Er wordt daadkrachtig opgetreden tegen degenen die zich schuldig maken aan discriminatie, racisme, antisemitisme en moslimhaat, zowel op straat als online.

Internationale veiligheid

Voor onze internationale veiligheid staat politieke en militaire samenwerking met de NAVO voorop. Nederland blijft een constructieve partner in de EU. Met andere landen wordt in de EU ingezet op meer strategische zelfstandigheid en samenwerking bij transport, productie en industrie op het terrein van defensie. Nederland blijft Oekraïne politiek, militair, financieel en moreel steunen tegen de Russische agressie. Nederland blijft deelnemen aan vergroting van de NAVO-capaciteit op het grondgebied van NAVO-lidstaten en aan internationale missies.
Nederland blijft er, met de andere getroffen landen, alles aan doen om waarheidsvinding, gerechtigheid en rekenschap te bewerkstelligen voor de aanslag op de MH17, onder meer door zich er voor in te blijven zetten dat de daders en andere verantwoordelijken hun straf en aansprakelijkheid niet ontlopen.
De uitgaven aan Defensie, waarvan de taken grondwettelijk zijn verankerd, worden in lijn gebracht met de NAVO-norm van tenminste 2% bbp en wettelijk vastgelegd. De verbetering en modernisering van arbeidsvoorwaarden en veteranenzorg bij Defensie zullen worden voortgezet. Het versterken van de digitale slagkracht van onze inlichtingendiensten en van de cyberveiligheid bij defensie heeft prioriteit.

Nederland zet zich in voor de defensie-industrie in eigen land en in de Europese Unie.
Verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid is van essentieel belang. Dit stelt eisen aan voorlichting en communicatie door de overheid, samenwerking met burgers en bedrijven, met andere overheden en maatschappelijke partners. Het vrijwillig dienjaar (dienrecht) bij Defensie wordt voortgezet en waar mogelijk opgeschaald.
Het streven is een samenleving die beter voorbereid is op verstoringen. Veiligheid en weerbaarheid vereisen dat Nederland strategische voorraden aanhoudt van essentiële zaken zoals medicijnen, in het bijzonder de voedselzekerheid op orde heeft en vitale infrastructuur, waaronder watervoorraad en energie, zeker stelt. Daartoe worden de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer uit 2022 opgevolgd. Het handels- en industriebeleid, ook in EU-kader, draagt bij aan vermindering van strategische afhankelijkheden, bijvoorbeeld ten aanzien van China op het gebied van kritieke grondstoffen. Er wordt voor het behoud van onze welvaart ingezet op handelsverdragen waarbij gelijke en redelijke standaarden van belang zijn. Bij buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking draagt Nederland bij aan de voedselzekerheid in en watermanagement van andere landen, ook ten behoeve van hun stabiliteit, en aan migratiebeleid (inclusief opvang in de regio van migranten).

Nederland steunt het bestaansrecht en de veiligheid van de staat Israël. Met inachtneming van de oplossingen voor het Israëlisch-Palestijnse conflict en de diplomatieke belangen, wordt onderzocht wanneer verplaatsing van de ambassade naar Jeruzalem op een daartoe geschikt moment kan plaatsvinden. Nederland neemt het initiatief tot oprichting van een internationaal tribunaal voor de berechting van misdrijven (waaronder genocide) door IS (Da’esh). Armenië wordt gesteund in Europees verband.
Bedreigingen tegen politieke ambtsdragers door of vanuit andere landen die niet meewerken aan opsporing, vervolging of berechting hiervan, worden niet geaccepteerd en hierop wordt geacteerd.
Het is cruciaal dat we onze nationale soevereiniteit behouden. Nederland staat zeer kritisch tegenover verdere uitbreiding van de Europese Unie. Er worden geen concessies gedaan aan de Kopenhagen-criteria voor het lidmaatschap van de EU.

Solide overheidsfinanciën, economie en vestigingsklimaat

Economie en vestigingsklimaat
Een gezonde economie en florerende bedrijven zijn noodzakelijk voor de welvaart in Nederland. Zonder een stabiele economie en een krachtig MKB zijn er geen banen en is er geen geld voor publieke voorzieningen. Ondernemers zijn nodig om te investeren en zijn van grote waarde voor onze samenleving.
Een stabiele Nederlandse economie en gezonde bedrijven kunnen niet zonder een goed vestigingsklimaat. Nederland moet behoren tot de top 5 van de landen met een goede concurrentiepositie. Bedrijven moeten zich in Nederland willen vestigen en willen blijven. Het verdienvermogen van Nederland moet voorop staan. Nederland moet een land blijven waar bedrijvigheid ontkiemt, bloeit en groeit. En Nederlandse bedrijven, groot en klein en ook de agrarische sector moeten kunnen blijven exporteren. Onze Nederlandse industrie is van groot belang voor ons verdienvermogen. Het is van belang dat we onze fabrieken behouden. Er is een grote toekomst voor bedrijven die schoon zijn, en toegevoegde waarde leveren voor Nederland. Hierbij is een visie op de ruimtelijke en economische structuur van Nederland belangrijk. Tegelijkertijd is er ook direct actie nodig; nu is er te veel knellende regelgeving die in de weg zit. En bij dit alles wordt samen opgetrokken met ondernemers en werkgevers, met werknemers en hun vakbonden. Daartoe het volgende:
-Verbetering van het vestigingsklimaat staat voorop. Hierbij wordt ook gekeken naar fiscale maatregelen. Recente lastenverzwaringen voor ondernemers, verhoging van de energiebelasting en vermogen die zijn aangekondigd sinds Prinsjesdag worden deels teruggedraaid.
-Regeldruk wordt tegengegaan door het adviescollege toetsing regeldruk en de uitvoeringsinstanties van meet af aan te betrekken bij het bedenken van beleid en wetgeving.
-Bedrijven worden geholpen bij de energietransitie en met het oplossen van netcongestie (zie hoofdstuk energietransitie).
-De beschikbaarheid van talent, versterking van de kenniseconomie, innovatie, en (digitale) infrastructuur krijgen prioriteit.
-De kosten voor energie (zowel voor bedrijven als consumenten) mogen niet significant uit de pas lopen met de buurlanden. Bezien wordt welke maatregelen nodig zijn om bedrijven en consumenten te ondersteunen.
-Geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid; daar waar mogelijk bestaande koppen, die zorgen voor extra regeldruk, schrappen.
-In wetgeving en beleid moet rekening gehouden worden met de gevolgen voor kleine ondernemers, bijvoorbeeld wat betreft kosten en risico’s, zodat het in dienst nemen van mensen mogelijk blijft.
InvestNL wordt verstevigd als belangrijk vehikel voor investeringen in innovatie en in de potentie van onze economie.

Solide financieel-economisch beleid is van belang om schulden niet oneindig door te schuiven naar toekomstige generaties en belastingen niet telkens te moeten verhogen.
Om de rust en stabiliteit in het begrotingsbeleid terug te brengen, worden de begrotingsregels zoals beschreven in de 17e Studiegroep Begrotingsruimte (bijlage 11) gevolgd, met een enkele uitzondering zoals hieronder omschreven.
Om almaar stijgende rekeningen te voorkomen wordt gestuurd op een meerjarig EMU-saldo gedurende de kabinetsperiode van maximaal 2,8% BBP. De schuld blijft onder de 60%. De Europese begrotingsnormen zoals vastgelegd in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet Hof) en het Stabiliteit- en Groeipact worden gerespecteerd. Er ligt een gedekt maatregelenpakket en er worden maatregelen genomen om het huidige tekort terug te brengen tot het afgesproken doel. Indien afgesproken ombuigingen aan de uitgavenkant in de praktijk niet gerealiseerd worden of minder opleveren dan in dit akkoord opgenomen, zal vervangende dekking gevonden worden in het (deels) niet-indexeren van uitgaven voor de stijging van de lonen en prijzen. Bij dreigende overschrijding (op basis van het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB) van de 3%-norm in het daaropvolgende jaar zullen er additionele maatregelen genomen worden, waarbij ten eerste naar uitgavenvermindering wordt gekeken.
Conform de wet Hof wordt een trendmatig begrotingsbeleid gevoerd, waaronder scheiding van inkomsten en uitgaven, een vooraf vastgesteld uitgavenkader en inkomstenkader en één hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar dat gehandhaafd wordt door de minister van Financiën. Automatische stabilisatie wordt aan de uitgavenkant behaald door alleen conjunctuurgevoelige uitgaven en autonome ontwikkelingen (waaronder de WW, bijstand en rente) buiten het kader te plaatsen. De inkomsten bewegen mee met de economie. Tegenvallers worden conform de regels budgetdiscipline in eerste instantie opgevangen binnen de eigen begroting. Meevallers kunnen worden ingezet ten behoeve van tegenvallers of saldoverbetering. Met uitzondering van meevallers in de Zorgverzekeringswet, deze worden automatisch ingezet voor lastenverlichting via een verlaging van de premies1. Voorts hanteert het kabinet een meevallerformule ingeval het feitelijke EMU-saldo langjarig beter is dan een saldo van ‒ 1,5% BBP. Eventuele besluitvorming hierover vindt jaarlijks in het voorjaar plaats. Voor nieuwe uitgaven dient elders binnen de rijksbegroting te worden omgebogen. De uitgaven aan militaire en humanitaire
Bij een tegenvaller in de zorg geldt het omgekeerde en dient de tegenvaller wel ingepast te worden binnen het uitgavenkader.

Steun aan Oekraïne en de binnenlandse opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland vallen niet onder het uitgavenkader. De opvangkosten van eerstejaars asielvluchtelingen wordt tot een maximum van 10 procent toegerekend aan het ODA-budget vanaf 2027. Voor het overige worden de asieluitgaven een generaal dossier. Daarnaast worden ook de uitgaven voor Bewaken en Beveiligen op de begroting van J&V een generaal dossier.
Aan de lastenkant wordt er vastgehouden aan de beleidsmatige lastenontwikkeling zoals nu voorzien, beleidsmatige afwijkingen daarvan dienen gecompenseerd te worden. Niet beleidsmatige ontwikkelingen in de inkomsten lopen mee in het saldo (d.w.z. er vindt automatische stabilisatie plaats). Het financieel beleid en de budgettaire effecten in het regeerprogramma zullen bij het eerstvolgende ramingsmoment worden doorgerekend door het CPB.
In de budgettaire bijlage zijn de effecten van het hoofdlijnenakkoord op de overheidsfinanciën terug te vinden. Voor het overige nemen partijen het basispad van de begroting over.

Het Planbureau voor de Leefomgeving doet aanbevelingen aan de coalitiepartijen op drie brede gebieden: klimaat, energie en grondstoffen;
Regeerakkoord 2026
Het coalitieakkoord ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland’ omvat afspraken tussen D66, VVD en CDA, een minderheidskabinet met 66 zetels. Het werd op 30 januari 2026 gepresenteerd. Het akkoord telt 67 pagina’s. Dit zijn de belangrijkste beleidsafspraken uit het akkoord:

Het nieuwe kabinet Jetten heeft het dit regeerakkoord op diverse punten aangescherpt en aangepast:

Het is tijd om aan de slag te gaan voor een beter Nederland. D66, VVD en CDA willen daar de komende jaren werk van maken, samen met anderen en op de manier die past bij ons land. In het verleden is er veel goeds opgebouwd door een cultuur van overleg en compromissen, door vrijheid en ondernemerschap, maar ook door een sociale traditie van gemeenschapszin en verantwoordelijkheid. Er zit enorm veel kracht en initiatief in de samenleving zelf. Zo is ons land gevormd en zo kunnen we het met elkaar verder brengen.
De drie politieke stromingen die dit akkoord presenteren, hebben elk een eigen geschiedenis en een eigen mens- en wereldbeeld. Maar we vinden elkaar op de overtuiging dat Nederland weer vooruit kan komen als politici het debat op een normale manier met elkaar voeren en het aandurven duidelijke keuzes te maken. Wij geloven dat de samenleving weer een politiek wil die laat zien dat mét elkaar meer oplevert dan tegen elkaar. Juist daarom zijn we erop gebrand te laten zien dat het anders kan.
Generaties lang was het logisch dat kinderen het beter zouden krijgen dan hun ouders. Dat kan nog steeds: daar zij we optimistisch over. Nederland heeft alles in huis om die belofte opnieuw waar te maken. Maar we zijn ook realistisch, want het gaat niet vanzelf. Er staat de komende jaren veel op het spel. De wereld om ons heen wordt steeds onvoorspelbaarder. Oude internationale zekerheden verdwijnen en de dreigingen voor onze vrije manier van leven en onze rechtsstaat nemen toe. Onze veiligheid, vrijheid en welvaart vragen dus om tempo en daadkracht.
Dit is een akkoord van keuzes en ambities die door taai en hard werken ook echt waargemaakt kunnen worden. Daar hoort bij dat Nederland de komende jaren af en toe pas op de plaats durft te maken voor iets groters en beters op langere termijn; in de wetenschap dat elke euro maar een keer kan worden uitgegeven, ten gunste van volgende generaties.
We zijn er bij voorbaat diep van doordrongen dat parlementaire meerderheden in een versnipperd politiek landschap verdiend moeten worden. Zeker een kabinet dat geen meerderheid heeft moet luisteren en argumenteren, geven en nemen, om resultaten te boeken. Onze belofte is een open houding en de wil om compromissen te sluiten. Onze hoop is dat andere partijen hierin kansen zien om hun eigen idealen dichterbij te brengen. Zo kunnen we gezamenlijk resultaten boeken die goed zijn voor ons land.
Wij willen eindelijk doorbraken bereiken in het stikstofbeleid en op de woningmarkt. Onze boeren, de natuur, woningzoekenden en ondernemers verdienen beter. We willen serieus grip krijgen op asiel- en arbeidsmigratie, door onszelf de vraag te stellen wat ons land aankan en nodig heeft, en daar ook naar te handelen. We zien dat voor de komende tien, twintig jaar grote investeringen nodig zijn in onze defensie en economie, zodat ons land veilig blijft en Nederlandse ondernemers internationaal concurrerend kunnen blijven opereren. We zijn ervan overtuigd dat een innovatief klimaatbeleid en duurzame economische groei twee kanten zijn van dezelfde medaille. We kiezen voor een sterk Nederland in een sterk Europa, dat met alle bondgenoten werkt aan veiligheid, rechtszekerheid en welvaart. We gaan het mes zetten in onnodig ingewikkelde regelingen voor burgers en bedrijven. De overheid moet dingen makkelijker maken in plaats van moeilijker. En bovenal willen we eraan bijdragen dat de onderwijzer, de politieman, de verpleegkundige, de winkelier en al die andere mensen die ons land elke dag draaiende houden hun eigen toekomst met een gevoel van zekerheid tegemoet kunnen zien. Ook wie niet op een van onze partijen heeft gestemd, kan erop rekenen dat we daar ons uiterste best voor gaan doen 3
Voor ons is dit hoe Nederland zou moeten moet zijn: een land van kansen voor iedereen, ongeacht leeftijd, afkomst, gezondheid of inkomen. Een ondernemend land waarin iedereen zijn eigen keuzes mag maken, maar nooit ten koste van een ander. Een land waarin schelden op X niet de norm is, omdat de grote meerderheid dat niet normaal vindt. Een land waar je een ander gewoon helpt als dat nodig is en aandacht hebt voor elkaar. En een land waarin de overheid bondgenoot is van alle mensen die een positieve bijdrage leveren, en optreedt tegen iedereen die de krachten van onze samenleving uitholt. We beschermen onze manier van leven en we beschermen elkaar.
Aan dat land willen wij met hart en ziel werken, met zoveel mogelijk anderen. Wij staan klaar om aan de slag te gaan en te bouwen aan een sterker Nederland.
Rob Jetten
Dilan Yeşilgöz-Zegerius
Henri Bontenbal

Samenwerking als gezamenlijke opdracht

In dit coalitieakkoord hebben D66, VVD en CDA  afspraken gemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen. Dat doen zij in het volle besef dat dit kabinet bredere steun in beide Kamers nodig heeft dan deze drie partijen kunnen leveren. Het succes van dit kabinet staat of valt met de bereidheid samen te werken met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke organisaties.
We kennen in Nederland geen traditie van minderheidskabinetten. Wat dat betreft bevinden we ons op onontgonnen terrein. Tegelijkertijd is er in andere landen veel ervaring. Hoewel de Nederlandse situatie niet één op één te vergelijken is met bijvoorbeeld een land als Denemarken, dat een lange traditie van minderheidskabinetten kent, kunnen we daaraan wel lessen ontlenen.
De belangrijkste les is: het (opnieuw) leren van de kunst van het samenwerken en het overleg. In de eerste plaats moeten we de samenwerking tussen regering en maatschappelijke organisaties, ‘de polder’ en medeoverheden in ere herstellen, met respect voor elkaars verschillende rollen en verantwoordelijkheden. De afgelopen jaren is deze samenwerking verslechterd, terwijl we elkaar hard nodig hebben. Een regering kan alleen verstandig beleid maken als ook gesproken is met maatschappelijke organisaties. Daarmee wordt ook uitdrukking gegeven aan onze wens dat dit kabinet luistert naar alle stemmen in de samenleving. Het maatschappelijk middenveld heeft een belangrijke rol tussen regering en alle inwoners van Nederland (ook die niet op D66, VVD en CDA hebben gestemd) en tussen regering en het bedrijfsleven.
Ook de relatie met medeoverheden zal moeten worden hersteld. Goede interbestuurlijke verhoudingen zijn essentieel om de grote maatschappelijke vraagstukken effectief aan te pakken, zoals in het rapport ‘Samen bouwen aan resultaten’ van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen’ terecht is geschreven. We willen uitvoering geven aan de bouwstenen en adviezen uit dit rapport, zoals het maken van duidelijke afspraken over taken en financiering, het maken van een uitvoeringstoets van het kabinetsbeleid voor de medeoverheden en regelmatig overleg.
In de tweede plaats zal dit kabinet op een andere manier moeten samenwerken met de Tweede en Eerste Kamer. Dat vraagt om een cultuuromslag in de omgang van de individuele leden van het kabinet met de Kamer en van coalitiefracties met andere fracties. Dat vereist van ons de houding om met alle fracties in de Kamers het gesprek te voeren over de vraag wat er nodig is om samen op te trekken. Dat gaat verder dan een praktische uitruil. Het gaat om de vraag wat we willen bereiken en waar we elkaar vinden. Om begrip over en weer voor wat we wel en niet van elkaar kunnen vragen.
We spreken de hoop uit dat fracties op hun beurt bereid zijn de voorstellen van dit kabinet op hun merites te beoordelen. We zoeken gezamenlijke verantwoordelijkheid zonder op ieder dossier in winnaars en verliezers te denken. In de gesprekken die we hebben gevoerd met de fractievoorzitters hebben we bij de meesten de bereidheid gehoord te willen doen wat goed is voor Nederland en dat geeft ons het vertrouwen dat de meeste politici willen bijdragen aan de oplossingen voor de problemen waar ons land voor staat. Het kabinet is primair aan zet om met voorstellen en wetgeving te komen, maar zal steeds de Tweede Kamer uitnodigen, zowel coalitie als oppositie, om in een vroeg stadium mee te denken. Zowel formeel als informeel. Het is denkbaar dat op sommige thema’s akkoorden gesloten worden met het parlement en maatschappelijke partners. Het initiatief daartoe zal door het kabinet genomen worden en alle partijen zullen worden uitgenodigd mee te doen. Tegelijkertijd hoopt dit kabinet te kunnen rekenen op de Tweede Kamer en maatschappelijke partners om om Nederland vooruit te brengen. Zo kunnen we langjarige stabiliteit in beleid realiseren.

Veilig Nederland, sterke samenleving

Een slagvaardige overheid
Veel mensen, van oud tot jong, ondernemers en uitvoerders ervaren de overheid als groot en ingewikkeld. De overheid loopt ook zelf vast in toegenomen complexiteit, waardoor ze beloftes niet kan waarmaken. Dat ondermijnt vertrouwen en dat kunnen we ons niet permitteren nu we voor grote transities en uitdagingen staan. Die vragen niet om nóg meer regels, maar om een overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Daarom bouwen we aan een slanke en slagvaardige overheid die focust op wat echt nodig is. We stellen een helder doel: een overheid die eenvoudig en betrouwbaar is. Die eerlijk is over wat kan en verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen. En die geworteld is in de samenleving en dichtbij mensen staat. Zo herstellen we vertrouwen door te laten zien: de overheid kan wél leveren.
Eenvoudig, uitvoerbaar en voorspelbaar
De uitvoering is vaak het gezicht van de overheid. Uitvoerders, medeoverheden en ondersteunende diensten worden vanaf het begin betrokken bij beleid, zodat regels aansluiten op de praktijk en doenvermogen centraal staat.
Met een periodieke Vereenvoudigingswet worden wetten en regels continu verbeterd. We starten met het schrappen en vereenvoudigen van minimaal 500 regels en stellen daarna een target per ministerie.
Doorbreek de Haagse muren
We werken vaker met multidisciplinaire, domein overstijgende teams die langdurig aan grote opgaven werken, zoals het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid of het Project Beethoven. We sturen op doelen in plaats van procedures en vermijden micromanagement.
De rijksoverheid versterkt de kennisuitwisseling met de private sector, onderwijs en onderzoek, om gezamenlijk maatschappelijke opgaven te kunnen oplossen. Er komen uitwisselingsprogramma’s tussen departementen, uitvoeringsorganisaties en maatschappelijke organisaties.
Samen met regio’s werken we met strategische agenda’s om grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren. Dit betekent dat we samenwerken om de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers te verhogen. Regionale uitdagingen vragen vaak om regionale oplossingen. Daarom stellen we de kennis en kunde van de mensen in de regio zelf centraal en bouwen we voort op de aanbevelingen uit het rapport ‘Elke regio telt’.
Een productievere overheid
De overheid is fors gegroeid, maar de productiviteitsgroei bleef achter. Dit kan beter. De minister van BZK coördineert de komende jaren de vernieuwing van de Rijksdienst. We willen toe naar een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat. Hiertoe zetten we ook in op een rijksbrede taakstelling. De minister van BZK coördineert de komende jaren de vernieuwing van de Rijksdienst.
We uniformeren de bedrijfsvoering binnen het Rijk onder leiding van het ministerie van BZK: van ICT en inkoop tot HR, onder andere door verplichte standaarden en gezamenlijke voorzieningen
We richten een Nederlandse Digitale Dienst op: compact, deskundig en met doorzettingsmacht. Deze dienst ondersteunt de digitalisering Rijksbreed, stelt kwaliteitsstandaarden op en borgt goede ontwerpkeuzes. We verminderen afhankelijkheid van externe IT-leveranciers door meer IT-talent in dienst van het Rijk te nemen. We maken verantwoorde inzet van data en AI binnen de overheid mogelijk.
We pakken de veelheid aan organisatievormen binnen de Rijksoverheid aan. We willen dat uitvoering en beleid dichter bij elkaar staan. Daarom gaan we verkennen of er zelfstandige bestuursorganen zijn die onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van een minister kunnen worden gebracht (bijvoorbeeld het UWV).
We maken een flinke inhaalslag op digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven. De dienstverlening van Estland is het voorbeeld. Alle overheidsdiensten moeten online toegankelijk zijn.
Uitvoeringsorganisaties krijgen jaarlijks een efficiencydoelstelling waarvan de helft mag worden herinvesteerd in doelmatigheid en verbetering.
De Algemene Bestuursdienst (ABD) beperkt zijn focus tot het topmanagement. Topfuncties in de ABD wisselen niet vaker dan eens per zeven á negen jaar, tenzij zwaarwegende redenen eerdere wisseling nodig maken. Er vindt ook externe werving plaats en voor functies in complexe thema’s wordt een duidelijke specialisatielijn ingericht.
We werken aan de deskundigheid en vakmanschap van de overheid door mensen met specialistische kennis vaker in vaste dienst te nemen in plaats van in te huren en hen dezelfde waardering en loopbaanmogelijkheden te geven als managers. Daarvoor houden we de Wet normering topinkomens tegen het licht, geïnspireerd op Singapore. Daarmee kan externe inhuur waar mogelijk worden teruggebracht van de huidige 15,4% van de totale personele uitgaven naar 10% (de ‘Roemernorm’).
Vertrouwen als uitgangspunt
De politiek bepaalt het wat, de uitvoering het hoe. Uitvoerders krijgen meer ruimte en mandaat om professionele afwegingen te maken in het belang van mensen. Waar mogelijk kiezen we voor eenvoudiger normen waarin niet is voorzien in elke uitzondering. We laten daarbij ruimte voor individueel maatwerk in de uitvoering door de professionals.
We organiseren vaste trilogen tussen politiek, beleid en uitvoering voor snelle feedback en bijsturing.
Vertrouwen in burgers wordt weer het vertrekpunt: minder wantrouwen, eenvoudiger regels, maar als het vertrouwen wordt beschaamd, handhaven we streng.
We maken meerjarige en betrouwbare afspraken met decentrale overheden. Zo ontstaat een gelijkwaardige samenwerking waarin iedere bestuurslaag verantwoordelijkheid neemt en kan leveren.

Een sterke democratie
Vrijheid en democratie zijn niet vanzelfsprekend. Daarom beschermen we onze democratie niet alleen tegen dreigingen van buitenaf, maar maken die ook weerbaarder en levendiger. Democratisch ethos versterken we in de hele samenleving, met de Nederlands grondwet als fundament. Dit willen we doen:
We maken onze democratische rechtsstaat weerbaarder, onder andere door de onafhankelijkheid van belangrijke democratische instituties te vergroten. We bouwen meer ‘checks and balances’ in voor benoemingsprocedures voor de Kiesraad, de voorgenomen Nederlandse Autoriteit Politieke Partijen en rijksbrede adviescolleges. Ook gaan we we de mensen die zich inzetten voor de rechtsstaat beter beschermen. We verbeteren het samenspel tussen macht en tegenmacht door ervoor te zorgen dat toezichthouders en inspecties over adequate middelen en bevoegdheden beschikken.
We verbeteren het parlementair stelsel met een aantal vernieuwingsvoorstellen uit de staatscommissie Remkes: de hervorming van het kiesstelsel voor de Eerste Kamer, invoering van een terugzendrecht en het behandelen van Grondwetswijzigingen in tweede lezing in een Verenigde Vergadering. Daarnaast onderzoeken we de invoering van een kiesdrempel en een nieuw kiesstelsel voor de Tweede Kamer, waarbij voorkeursstemmen meer gewicht krijgen. Er komt een integrale wet op de politieke partijen.
We verdiepen het democratisch ethos in de hele samenleving, onder andere door meer werk te maken van burgerschapsonderwijs.
Een betrouwbare en menselijke overheid
De overheid en de politiek kunnen meer doen om vertrouwen te vergroten, door een menselijk gezicht en een overheid die zich transparant opstelt. En ook met duidelijke taal: als je een brief krijgt van de overheid, dan is die begrijpelijk. Provincies, gemeenten en waterschappen staan voor dezelfde opdracht. Daarom gaan we medeoverheden eerder betrekken bij het beleid. Dit willen we doen:
We verankeren het recht op vergissen en het recht op begrijpelijke taal. Het wetsvoorstel versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb) zetten we door.
We verbeteren de samenwerking tussen overheden onderling, op basis van de aanbevelingen van de studiegroep interbestuurlijke verhoudingen. Bij overheveling van taken aan medeoverheden voeren we standaard een uitvoeringstoets uit, zoals de UDO-toets (Uitvoering Decentrale Overheden).
In de hersteloperatie als gevolg van de aardbevingsproblematiek in Groningen kiezen we voor stabiliteit in de uitvoering door het aanstellen van een Regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen. Deze regeringscommissaris krijgt de opdracht de schadeafwikkeling soepel te laten verlopen en de versterkingsoperatie zo voortvarend mogelijk af te ronden. Ook is deze regeringscommissaris mede verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma Nij Begun over perspectief voor Groningen en Noord-Drenthe.
We voeren een lobbyregister in. Daarbij zorgen we er voor dat dit praktisch en werkbaar is voor zowel overheid als belangenbehartigers. De Wet Open Overheid gaan we beter toepasbaar maken. Op basis van de evaluatie (verwacht in 2026) bezien we of aanpassing wenselijk is. In de tussentijd werken we aan de uitvoerbaarheid, onder andere door de informatiehuishouding beter op orde te krijgen en beter gebruik te maken van kunstmatige intelligentie.
We werken aan een herziening en vereenvoudiging van de AVG in Europees verband en in de toepassing van de huidige AVG in Nederland.
Verenigingen zijn cruciaal voor ontmoeting en betrokkenheid, maar lopen vast op regeldruk en aansprakelijkheidsrisico’s. We maken beter onderscheid tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen, beperken de aansprakelijkheid van vrijwilligers, passen de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen aan en houden giften fiscaal aantrekkelijk. Met banken en gemeenten maken we afspraken om praktische belemmeringen, zoals bankzaken en evenementenregels, te verminderen.
Ontmoetingsplekken staan onder druk, vooral in dorpen, oudere wijken en nieuwbouwwijken. Daarom richten we een Gemeenschapsfonds op om voorzieningen zoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en dorpswinkels te realiseren en te behouden, samen met overheid, samenleving en bedrijfsleven.
Gelijke behandeling
Iedereen in Nederland is voor de wet gelijk. Dat past bij de Nederlandse traditie van tolerantie en openheid. Vrijheid van levensovertuiging, jezelf kunnen zijn en niet beoordeeld worden op afkomst vormen de kern van wie wij zijn. Racisme en discriminatie hebben in onze samenleving dan ook geen plek. Dit willen we doen:
We versterken de rol van de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme en de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding door hun werk wettelijk te verankeren. Etnisch profileren pakken we aan. Onderscheid maken op basis van etniciteit kan soms een legitieme reden hebben, zoals in de gezondheidszorg. Maar in overheidsoptreden heeft etnisch profileren geen plek.
Door een landelijke antidiscriminatie voorziening met fysieke loketten zorgen we dat discriminatie en antisemitisme nog beter in beeld komen. We vergroten het aantal discriminatierechercheurs dat met prioriteit discriminatiezaken oppakt. Politienetwerken zoals Roze in Blauw en het Joods Politienetwerk versterken we en betrekken we bij de effectieve aanpak van discriminatie.
Betaald voetbalorganisaties zijn verplicht om schriftelijke plannen te hebben voor antiracisme, gelijkheid, inclusie en een sociaal veilig klimaat om een licentie te hebben. Meldingen van discriminatie worden standaard opgevolgd met een tuchtrechtelijk onderzoek. Om discriminerende en antisemitische spreekkoren effectiever aan te pakken, wordt er strenger gehandhaafd op het meedoen aan discriminerende spreekkoren en stellen we het playbacken bij deze spreekkoren zelfstandig strafbaar.
We werken actief aan maatschappelijke bewustwording over het koloniale verleden en het slavernijverleden en de blijvende impact daarvan in samenwerking met de zes Caribische eilanden. We zijn één Koninkrijk
De Koninkrijksband met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten maakt Nederland veel groter dan enkel een land aan de Noordzee. Op het WK voetbal 2026 komt het Koninkrijk voor het eerst in het veld met twee deelnemende elftallen. Het Koninkrijk biedt veel kansen om aan beide zijden van de oceaan de samenleving en economie te versterken. Daarom zetten we in op gelijkwaardige samenwerking, aanpak van armoede en veel beter benutten van kansen voor groene groei. In de samenwerking met Aruba, Curaçao en Sint Maarten ligt de focus op deugdelijk bestuur, bescherming van mensenrechten en een sterke rechtsstaat. We helpen de landen hun zelfredzaamheid te vergroten en pakken corruptie aan. Dit willen we doen:
Nieuw beleid in Europees Nederland wordt in de basis ingevoerd in Caribisch Nederland, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen.
In Caribisch Nederland bouwen we aan een leefbaar sociaal minimum op basis van de adviezen van commissie Thodé, waaronder het betaalbaar maken en houden van nutsvoorzieningen en basisbehoeften op Saba, Sint-Eustatius en Bonaire. We zorgen dat de lasten voor ondernemers betaalbaar blijven en dat zij ruimte behouden om te ondernemen.
Om de kwaliteit van het bestuur en het financieel beheer te verbeteren, moderniseren we de bestuurlijke en financiële kaderwetten voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. Daarnaast voeren we de Wet Bibob in om de bestuurlijke integriteit te beschermen. We blijven ons vanuit Nederland inspannen om samen met Aruba, Curaçao en Sint Maarten te werken aan goed bestuur, de aanpak van ondermijning en corruptie en het duurzaam versterken van de economie en het onderwijs aan de hand van duurzame afspraken.
Het Statuut vormt de basis voor de verhoudingen tussen de verschillende landen. Hierin wordt opgenomen dat de eilanden kunnen verklaren onafhankelijk te worden, als zij dat willen.
Nederland heeft een verantwoordelijkheid voor de bescherming van het Caribische deel van ons Koninkrijk. Daarom handhaven we een geloofwaardige militaire aanwezigheid. Zo kunnen we onze belangen beter beschermen.
We maken het makkelijker voor inwoners van de eilanden om te stemmen voor het Europees Parlement.
Het Caribisch deel van het Koninkrijk voelt door afbraak van het koraal en overstromingen nu al de gevolgen van klimaatverandering. Daarom voeren we de gezamenlijke klimaatagenda voortvarend uit en zetten we het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland voort.
We werken aan de duurzame economische toekomst van de eilanden. Daarom richten we een Economisch Groeiplatform Carib op, met als doel de economische ontwikkeling en innovatie op de zes eilanden te stimuleren. De Nationale Investeringsinstelling kan investeren in alle vier de landen van het Koninkrijk, waarbij overal dezelfde voorwaarden gelden.

Veilig zijn in een sterke rechtsstaat
Veiligheid begint dichtbij: in je eigen huis, straat of buurt. Veiligheid betekent zonder angst naar huis kunnen, weten dat hulp komt als je die nodig hebt en erop kunnen vertrouwen dat regels voor iedereen gelden. Maar we zien nu te vaak geweld op straat. Hulpverleners worden belaagd. Aangiften blijven te lang liggen. Wij willen een land waarin criminelen niet vrijuit gaan en waar gezag wordt gerespecteerd. We spreken onze dank uit aan politie, hulpverleners en andere hoeders van de rechtsstaat en zorgen ervoor dat zij voldoende mensen, middelen en mogelijkheden hebben om hun werk goed te doen.
Een veilige samenleving vraagt ook om een sterke rechtsstaat, waar niemand boven de wet is verheven en waarin we onze democratie beschermen tegen bedreigingen vanuit binnen- en buitenland. Die rechtsstaat heeft continu onderhoud nodig. Dit stellen we voor:
Rechtsstaat
Het demonstratierecht is een fundamenteel onderdeel van onze democratie, maar zoals we de afgelopen tijd zagen slaat demonstreren soms door in grootschalige verstoring van de openbare orde. Om dit belangrijke recht te waarborgen gaan we de Wet Openbare Manifestaties aanpassen. Burgemeesters krijgen bevoegdheden tot bestuursrechtelijke handhaving of verplaatsing. Ook herzien we de strafbepalingen van de wet, waardoor de strafrechter strafbare feiten gepleegd tijdens demonstraties zwaarder weegt.
We bouwen een stevig schot tussen de onafhankelijke rechtspraak en de politiek. De benoeming van leden van de Raad voor de Rechtspraak maken we onafhankelijk van de minister. De rechtspraak krijgt een aparte begroting.
Om de rechtsbescherming te versterken gaan we constitutionele toetsing aan de klassieke grondrechten in onze Grondwet mogelijk maken. Hiervoor wordt artikel 120 van de Grondwet gewijzigd.
Een veilige samenleving voor iedereen
De politie staat voor de zware taak misdaad op steeds meer plekken te voorkomen en aan te pakken, van kleine criminaliteit in de buurt tot online afpersing.
We ondersteunen de politie en investeren in de volle breedte in de operationele slagkracht en organisatie van de politie. Dat betekent dat we meer wijkagenten, cyber- en zedenrechercheurs opleiden en inzetten op meer politieposten. Daarnaast investeren we ook in uitbreiding van gewelds- en verdedigingsmiddelen van de ME.
De behoeften van de politie en het lokale gezag om de openbare orde op straat, in onze wijken en online goed te kunnen handhaven zijn leidend. Zij moeten daarvoor goed toegerust zijn met alle bevoegdheden en middelen die zij nodig achten. Boa’s en politieagenten die dat nodig hebben voor de uitvoering van hun taak krijgen een bodycam zodat ze veiliger kunnen werken.
We onderzoeken hoe we het vrijwilligerskorps op termijn kunnen uitbreiden tot een programma waarin jongeren gedurende een jaar lang kennis kunnen maken met het werk bij de politie naar voorbeeld van het dienjaar bij defensie.
Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en het programma Preventie met Gezag maakt buurten leefbaarder en voorkomt veel criminaliteit, onder andere door te voorkomen dat jongeren na de eerste misstap doorgroeien in een criminele carrière. We zetten deze programma’s daarom op gelijk niveau door.
We gaan overlast voorkomen door mensen met verward of onbegrepen gedrag beter te helpen. De aanbevelingen van de parlementaire verkenning verward/onbegrepen gedrag en veiligheid nemen we hierbij mee, waaronder meer mogelijkheden voor burgemeesters om door middel van bemoeizorg in te grijpen en meer crisisplekken te realiseren. We letten hierbij goed op dat er geen extra complexiteit en regeldruk ontstaat voor de strafrechtketen.
Voetbalfans én de samenleving zijn te vaak de dupe van hooliganisme in en om het stadion. We gaan aan de slag met maatregelen om incidenten te beperken, waaronder een boetesysteem voor clubs wanneer politie-inzet zelfs binnen het stadion nodig is.
Effectieve straffen, lik-op-stuk
Van gevangenissen tot rechters, van politie tot reclassering: de justitiële keten zit overvol. We gaan de druk verlichten door effectiever straffen én snellere sancties. Dit willen we doen:
We breiden de mogelijkheden voor afdoening door de politie uit, zodat de politie bij overtredingen en geselecteerde strafbare feiten, bijvoorbeeld (winkel)diefstal en vernieling, sneller en eenvoudiger kan optreden. Deze uitbreiding krijgt bijvoorbeeld de vorm van een politietransactie en/of een politiestrafbeschikking, waarbij we zorgen voor adequate rechtsbescherming.
Het is volstrekt onwenselijk dat daders van misdrijven soms vrijuit gaan omdat de overheid het delen van gegevens belemmert. We verbeteren daarom de gegevensdeling ten behoeve van de justitieketen.
Cybercrime heeft een groeiende impact op de veiligheid van Nederlanders. We verhogen daarom de strafmaat voor zware cyberdelicten.
Het Openbaar Ministerie vervult een onmisbare rol in onze strafrechtketen, maar wordt gehinderd door grote IT-problemen die mogelijk invloed kunnen hebben op strafzaken. We zorgen voor rust in het beleid ten aanzien van het OM en maken goede afspraken om de digitale bedrijfsvoering duurzaam op orde te brengen.
We zetten de strijd tegen de georganiseerde misdaad voort, geïnspireerd op de Italiaanse anti-maffia-aanpak. In dat kader grijpen we in op voortgezet crimineel handelen en werken aan een voorstel voor het beter beschermen van advocaten tegen druk van criminelen, met name bij verdachten in zwaardere regimes. We breiden onder andere de kroongetuigenregeling uit en verscherpen de handhaving op contrabande, zoals het binnensmokkelen van telefoons.
Dat veroordeelde criminelen door een cellentekort eerder worden vrijgelaten is onbestaanbaar. We gaan investeren in de Dienst Justitiële Inrichtingen en de celcapaciteit uitbreiden en verbeteren. Dit doen we onder andere door versobering, de instelling van aparte regimes voor beperkt risico gedetineerden en aanvullende maatregelen.
We nemen maatregelen om zedenzaken met minderjarige slachtoffers sneller achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Hun namen worden in grote zedenzaken vaker gecodeerd.
Cliënten in de forensische zorg ontvangen zorg die vaak vergelijkbaar is met die voor psychiatrische patiënten die geen misdrijf hebben begaan. Daarom gaan we deze veroordeelden voor hun zorg een eigen bijdrage laten betalen.
Voor slachtoffers is het vaak te complex om in strafzaken schade te verhalen op daders. We gaan dit voor slachtoffers makkelijker maken en kijken daarbij naar normering en standaardbedragen voor schadevergoeding, meer ruimte voor collectieve vorderingen en een aparte, laagdrempelige procedure naast het strafproces.
In een rechtsstaat verdient iedereen een eerlijk proces, met recht op een advocaat. Om de toegang tot het recht voor iedere Nederlander te waarborgen verlagen we de griffierechten en investeren we in sociale advocatuur.
Nuchter beleid: drugs, gokken, sekswerk
Online kansspelen en sekswerk zijn in Nederland legaal, maar ook vatbaar voor criminaliteit en mensenhandel. We willen kwetsbaren in die sectoren beschermen tegen profiteurs. Voor softdrugs geldt een strak gereguleerd gedoogbeleid. We denormaliseren het gebruik van harddrugs en pakken de handel en verkoop aan. Dit willen we doen:
Het experiment gesloten cannabisketen is erop gericht te bezien of regulering zich vertaalt in meer veiligheid en gezondheid. We zetten het experiment voort, evalueren het en bepalen op basis daarvan de vervolgstappen.
Grote festivals worden verplicht een drugspreventieplan te maken. Wie veroordeeld wordt voor overtreding van de Opiumwet krijgt vaker een educatieve maatregel opgelegd als onderdeel van een straf.
Jonge sekswerkers zijn extra kwetsbaar voor dwang en uitbuiting. We verhogen daarom in drie jaar tijd de minimumleeftijd voor sekswerk van 18 naar 21. Uitstapprogramma’s voor wie vrijwillig wil stoppen met sekswerk worden voortgezet. Daarnaast onderzoeken we of een verbod op het illegaal tewerkstellen van sekswerkers kan worden vormgegeven door middel van een zogeheten pooierverbod. We versterken de rechtspositie van sekswerkers onder andere door betere toegang tot verzekeringen, zakelijke bankrekeningen en andere financiële dienstverlening. We zetten het programma ‘Samen tegen mensenhandel’ voort.
We verstevigen de zorgplicht van online gokaanbieders, pakken illegale goksites harder aan en stellen voor online gokken een volledig reclameverbod in. We onderzoeken het beperken van het aantal vergunningen voor online goksites.
Stop geweld tegen vrouwen
Het kabinet kiest voor een duidelijker en daadkrachtiger aanpak van huiselijk en gendergerelateerd geweld zodat vrouwen en meisjes overal veilig kunnen zijn. Dit willen we doen:
Het aansturen van de aanpak van geweld tegen vrouwen is vastgelegd in Het Nationaal Actieplan Stop geweld tegen vrouwen en wordt aangestuurd door een Nationaal Coördinator.. Hierin bundelen we bestaande programma’s over misbruik, intimidatie, stalking, geweld en femicide en maken we duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en samenwerking tussen hulpverlening, justitie en ministeries, waarbij wordt bezien hoe de rol van Veilig Thuis beter kan worden benut in de strijd tegen gendergerelateerd geweld.
We maken een ketenbrede aanpak. Geweld achter de voordeur, is te lang onderschat en verdient meer prioriteit bij hulpverlenende instanties en moet worden gezien als high impact crime. Professionals die een rol heeft in de aanpak van geweld tegen vrouwen krijgt adequate training over huiselijk geweld, intieme terreur en de rode vlaggen voorafgaand aan femicide. Er wordt vaker ingezet op combizittingen in het straf- en familierecht. Daarnaast is brede bewustwording nodig over hoe met meisjes en vrouwen wordt omgegaan. Dat vergt ook een gesprek op school en aan de keukentafel.
We gaan door met de versterkte aanpak van online seksueel geweld zoals opgenomen in het Nationaal Actieplan, inclusief online vrouwenhaat en online seksuele intimidatie.
We scherpen wetgeving rondom huiselijk geweld aan om te voldoen aan het Verdrag van Istanbul en introduceren Clare’s Law en een aparte strafbaarstelling voor psychisch geweld. Daarnaast verbeteren we de mogelijkheden om sneller verplichte hulptrajecten op te leggen aan daders. En er komt een wettelijke adviesplicht bij signalen van huiselijk geweld en andere schadelijke praktijken voor onderwijs- en zorgprofessionals.
Om slachtoffers van eergerelateerd geweld beter te beschermen blijft de positie van het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC) geborgd komt er de mogelijkheid van een uitreisverbod bij risico op genitale verminking of huwelijksdwang. Het kabinet gaat aan de slag met het beter kunnen bestraffen van daders en medeplichtigen van eergerelateerd geweld.

Nationale veiligheid

Nederland moet verdedigd worden tegen een veelheid aan bedreigingen van onze nationale veiligheid. Cyberaanvallen op vitale bedrijven, verdachte dronevluchten en ondermijnende criminaliteit waar zelfs jongeren voor worden geronseld. Daarnaast is er groeiende geopolitieke onzekerheid en zien we een toename aan hybride, militaire en terroristische dreigingen. Het meest zichtbaar is het toegenomen risico op (onbedoelde) verdere escalatie tussen Rusland en het Westen. Nu al is er sprake van hybride activiteiten door Rusland, waaronder sabotage, spionage en digitale aanvallen. Tegelijkertijd zijn we steeds vaker doelwit van ongewenste overdracht van kennis en technologie door landen als China en Iran.. De nationale veiligheid staat ook nog steeds onder druk van (jihadistisch) terrorisme, de opkomst van anti-institutioneel extremisme en de normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed.
De stapeling van deze dreigingen voor onze nationale veiligheid stelt ons de komende jaren voor in ieder geval vijf grote uitdagingen:
1.Versterken van onze weerbaarheid tegen hybride (sabotage)acties door (non)statelijke actoren.
2.Bestrijden van de dreiging vanuit jihadistische en extremistische netwerken in Nederland, met specifieke aandacht voor online radicalisering.
3.Tegengaan van dreigingen tegen de democratische rechtsstaat door de georganiseerde en ondermijnende misdaad.
4.Uitbouwen van onze technologische (inlichtingen)capaciteiten, zodat onze diensten technologisch voorop lopen.
5.Versterken van eigenstandige, unieke inlichtingenposities, waarmee bijgedragen wordt aan Europese strategische autonomie en we minder afhankelijk worden van andere landen.
Dit vraagt om inlichtingen- en veiligheidsdiensten en een Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) die snel, doortastend en proactief kunnen handelen. We houden vast aan ons unieke stelsel waarbij de diensten opereren binnen de kaders van de democratische rechtsstaat. Tegelijkertijd is het noodzakelijke te investeren in de robuustheid van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zodat zij in alle omstandigheden effectief en proportioneel kunnen optreden, nieuwe technologie kunnen benutten, en over voldoende digitale infrastructuur kunnen beschikken. Dit willen we doen:
Voorkomen is beter dan genezen. Daarom intensiveren we de samenwerking op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten op Europees niveau. We willen een Europese equivalent van Five Eyes, om zo met een kopgroep van Europese landen samen te werken op inlichtingengebied
We stellen versneld een nieuwe en versterkte Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten op. Deze wet moet techniekneutraal zijn, zodat veranderingen in technologieën de diensten niet op achterstand plaatsen. We richten de wet zodanig in dat er sprake is van een dreigingsgerichte wet in plaats van de huidige wet die gericht is op inlichtingenmiddelen. Daardoor kan wendbaar en effectief opgetreden worden als de dreiging daarom vraagt. Tenslotte voegen we de toezichthouders samen, waardoor geïntegreerd toezicht kan plaatsvinden met voldoende (rechtsstatelijke) waarborgen.
We vergroten de (operationele) capaciteit voor inlichtingenonderzoek van de Militaire en Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD en AIVD), waarbij de diensten ook de eigenstandige inlichtingenpositie ontwikkelen en daarmee bijdragen aan Europese strategische autonomie.
We stellen de diensten in staat nieuwe technologie maximaal te benutten en opponenten te doorzien, door te beschikken over het beste technisch talent, voldoende technologische capaciteiten en door meer samenwerking met (innovatieve) techbedrijven.
We breiden de defensieve en offensieve cybercapaciteiten uit tegen dreigingen vanuit het buitenland, onder andere door het ontwikkelen van actieve cyberverdedigingsmaatregelen. We zetten hierbij in op het eerder en beter onderkennen van de cyberdreiging, door middel van een geïntegreerd inlichtingenbeeld op basis van data van diverse (private) organisaties. We versterken de wettelijke grondslag voor het delen van data met private partijen, waarin gewaarborgd wordt dat deze data niet bij vreemde mogendheden terecht komen. Dit vraagt om een gecoördineerde aanpak op monitoring en detectie door samenwerking tussen inlichtingen- en veiligheidsdiensten, NCTV, het Nationaal Cyber Security Centrum, bedrijfsleven en onze Europese partners.
Cybercriminelen met duidelijke banden met het Russische regime worden op de Europese Sanctielijst geplaatst.
Er komt gedifferentieerd toezicht voor operaties tegen buitenlandse dreigingen en voor het onderscheppen van militaire communicatie enerzijds, en inlichtingenwerk waarbij Nederlandse burgers rechtstreeks worden onderzocht anderzijds.
We bestrijden desinformatie en online beïnvloeding. We vergroten de mogelijkheden om desinformatie te verwijderen in Europees verband en benutten alle mogelijkheden om sociale media platforms hierbij op hun verantwoordelijkheid aan te spreken. We beleggen de taak voor het monitoren van de herkomst en verspreiding van desinformatie bij de NCTV en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
We stimuleren onze diensten om tactische inlichtingen vaker publiek te maken, zolang dit kan zonder de inlichtingenpositie te schaden.
Een weerbare samenleving moet “samenredzaam” zijn. We betrekken daarom de hele samenleving bij veiligheid en crisisbeheersing. Dat begint in buurten en dorpen waar mensen verantwoordelijkheid nemen, voor elkaar zorgen en een beroep op elkaar kunnen doen in geval van nood. De organisatie daarvan draagt bij aan het versterken van onze paraatheid tegen de dreiging van hybride oorlogsvoering en andere crisissituaties. Dit willen we doen:
We zetten samen met lokale overheden en veiligheidsregio’s buurtcrisisteams op van burgers die bij rampen en crises kunnen worden ingezet.
We zorgen dat de locaties waar mensen bij crisissituaties terecht kunnen in buurten en dorpen, zoals buurthuizen en brandweerkazernes, hiervoor beschikbaar zijn.
Daarnaast zorgen we voor een versterkte aanpak van contraterrorisme, het tegengaan van radicalisering en het versterken van het stelsel bewaken en beveiligen. Dit willen we doen:
We versterken de (lokale) aanpak van contraterrorisme en zetten in op een gecoördineerde aanpak van radicaliserende jongeren. Daarbij wordt (online) radicalisering tegengegaan door middel van preventie en vroegsignalering, en door het vergroten van kennis en vaardigheden van professionals.
Terroristische content dient altijd binnen één uur na het bevel van de toezichthouder offline te zijn gehaald.
We zorgen ervoor dat terroristische organisaties in Nederland en in de EU zo snel mogelijk kunnen worden verboden.
Wie zich aansluit bij een terroristische organisatie verliest het Nederlanderschap als er sprake is van een dubbele nationaliteit. Daarom zetten we de Wet Permanentmaking intrekking Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid door. We zorgen voor meer juridische mogelijkheden voor uitbreiding van het toezicht op vrijgekomen terrorismeveroordeelden waarvan het Nederlanderschap is ingetrokken, maar die nog niet uitgezet kunnen worden en anders buiten beeld dreigen te raken. We maken de Wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding permanent, we creëren een tijdelijke toezichtsmaatregel nationale veiligheid naar analogie van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland en we creëren de mogelijkheid van elektronische monitoring in combinatie met een gebiedsgebod. De tijdelijke toezichtsmaatregel wordt periodiek getoetst en levert geen aanspraak op op voorzieningen. We blijven tegelijkertijd inzetten op vertrek.
We investeren in het stelsel van bewaken en beveiligen, om tegenwicht te bieden aan de toegenomen dreiging tegen bijvoorbeeld politici, journalisten en advocaten. Aanbevelingen uit het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar aanleiding van de moord op Peter R. de Vries, worden onverkort uitgevoerd. De dreiging tegen belangendragers komt deels vanuit criminele netwerken die de democratische rechtsorde willen ondermijnen. Naast het werk van de Nationale Politie en het OM, die hiertegen optreden, zal de AIVD binnen het huidige mandaat een versterkte bijdrage leveren aan het duiden van dreigingen en het samenbrengen van relevante inlichtingen.

Grote keuzes voor Nederland

Bouwen en wonen
Een eigen huis is voor iedere Nederlander de basis. Het is de plek waar dromen tot leven komen. Waar gezinnen gesticht worden. Waar we elkaar ontmoeten, of ons juist even terugtrekken. We zoeken een huis als het leven ons nieuwe kansen biedt, zoals een nieuwe studie of baan, of als andere deuren zich juist hebben gesloten.
Een huis is zoveel meer dan een stapel stenen. Het is de sleutel naar een zelfstandig en fijn leven. Een betaalbare en passende woning is voor veel mensen in Nederland echter geen vanzelfsprekendheid meer. De woningnood raakt inmiddels alle generaties. Jongeren stellen hun leven uit omdat zij geen plek kunnen vinden om te wonen. Gezinnen zitten vast in te kleine woningen en kunnen niet doorstromen. Ouderen die kleiner of levensloopbestendig willen wonen, vinden geen geschikt alternatief en blijven noodgedwongen zitten waar ze zitten. Het woningtekort doet zich voor op zowel de koop- als huurmarkt. In de sociale en vrije sector. In stad en platteland. Een duurzame oplossing vraagt dus om een aanpak van doorbraken en onorthodoxe keuzes. De aanpak van het woningtekort wordt onze topprioriteit.
Deze situatie is niet van vandaag of gisteren. De afgelopen jaren zijn er te weinig woningen gebouwd, terwijl de samenleving sterk is veranderd: het lukt al jaren niet om de bouwproductie naar de gewenste 100.000 woningen per jaar te krijgen. Lange procedures, vergunningstrajecten, (lokale) regulering, betaalbaarheidseisen en het belastingklimaat zorgen ervoor dat een nieuwbouwproject jaren op zich laat wachten. Het aantal vergunningen dat daadwerkelijk verleend wordt daalt zelfs. Wie wil bouwen, ontwikkelen of investeren om woningen toe te voegen wordt te vaak tegengehouden door regels die met de beste bedoelingen zijn ingevoerd.
Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om die realiteit onder ogen te zien. De wooncrisis vraagt om eerlijkheid over de omvang en oorzaken van het probleem, om duidelijke keuzes en om samenwerking tussen Rijk, regio’s, gemeenten, ondernemers en maatschappelijke partijen. We kiezen voor een aanpak langs drie sporen: meer bouwen, betaalbaar wonen en minder belemmeringen.
Belemmeringen: schrappen, versoepelen, versimpelen.
De hoge regeldruk op de woningmarkt zorgt ervoor dat veel potentiële huizen niet of veel te langzaam gerealiseerd worden. Er kan meer gebouwd, getransformeerd en verhuurd worden als we het mes in regels, vergunningen en procedures zetten. Daarom gaan we hier op dag één mee aan de slag. Dit willen we doen:
We gaan schrappen in bezwaarprocedures. Er komt één beroepsgang (geen stapeling meer van beroep op bezwaar), vaste uitspraaktermijnen en we beperken mogelijkheden om bouw stil te leggen (bijvoorbeeld via een vaste vergoeding). De drempels voor bezwaar en beroep gaan omhoog. Er komt een landelijke regeling voor het structureel vooraf regelen van nadeelcompensatie en planschade, en we maken afspraken met gemeenten om de ambtelijke capaciteit voor vergunningverlening en parallel plannen op te schalen.
We gaan werken met een jaarlijkse Vereenvoudigingswet waarmee we wetten en regels structureel vereenvoudigen. Er komen onder andere simpelere regels voor optoppen en splitsen, vergunningsvrij waar mogelijk. Gemeenten worden verplicht helder beleid op papier te zetten in welke omstandigheden ontwikkelaars dit mogen doen. Het Rijk stelt minimumomstandigheden op waaronder gesplitst, getransformeerd en opgetopt moet kunnen worden. Ook willen we woningdelen en het verhuren van een woning in (studenten)kamers makkelijker maken, waarbij gemeenten bij zwaarwegende redenen verkamering mogen beperken. Familie- en mantelzorgwoningen op eigen terrein worden vergunningsvrij en belemmeringen voor hospitaverhuur worden weggehaald.
We standaardiseren (duurzaamheids-)normen en zien erop toe dat alle gemeenten alle bovenwettelijke eisen aan de bouw schrappen, zodat overal hetzelfde geldt. We sturen erop dat provincies de natuurregels uniformeren zodat ze de bouw niet bemoeilijken. Gemeenten stellen een zo duidelijk mogelijk ruimtelijk kwaliteitskader vast met gestandaardiseerde regels, waarmee het werk van welstandscommissies overbodig wordt.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt vereenvoudigd om onnodige en kostbare bouweisen te schrappen.
De wet- en regelgeving alsmede het fiscale klimaat op de huurmarkt worden zodanig vormgegeven dat het investeringsklimaat verbetert en het aanbod van huurwoningen weer kan toenemen. Voorafgaand aan de evaluatie van de Wet betaalbare huur wordt bezien op welke punten de wet kan worden geoptimaliseerd om het aanbod van huurwoningen op peil te houden.
De ruimte voor gemeenten voor een zelfbewoningsplicht en opkoopplicht wordt fors ingeperkt en gerichter gemaakt, de concrete invulling is hierbij afhankelijk van de evaluatie.
Bouwen: ruim baan voor nieuwe huizen
Projectontwikkelaars, aannemers en opdrachtgevers zoals corporaties staan in de startblokken om meer te bouwen. Zij moeten ruim baan krijgen om het woningtekort op te lossen door meer te bouwen. Dit willen we doen:
We bouwen minstens 30 grootschalige nieuwbouwlocaties van nationaal belang verspreid over het land. Dat kunnen nieuwe wijken zijn, maar ook nieuwe steden. We werken met een totaalaanpak: wonen, werken, bereikbaarheid, groen en andere voorzieningen worden samen ontwikkeld. We zetten daarnaast in op ‘straatje erbij’ en ‘wijkje erbij’.
Het Rijk neemt opnieuw een sterkere regierol in ruimtelijke ordening en woningbouw. Gemeenten die hun woningbouwdoelen overtreffen worden hiervoor beloond. Gemeenten die achterblijven krijgen ondersteuning vanuit het ministerie om de productie te verhogen. We investeren in de realisatiestimulans en woningbouwimpuls en borgen het NPLV. In nationale wetgeving wordt vastgelegd waar, hoeveel en binnen welke termijnen woningen worden gerealiseerd.
We willen de hoeveelheid beschikbare betaalbare huur- en koopwoningen fors verhogen. Daarvoor moet er zo snel mogelijk gebouwd worden. Dit moeten haalbare bouwprojecten zijn. Overheidsmiddelen worden hierbij niet alleen ingezet voor betaalbare huurwoningen, maar een deel van de middelen wordt structureel geoormerkt voor de realisatie van betaalbare koopwoningen.
Bij nieuwe woondeals streven we naar 2/3 betaalbaar, waarvan 30% sociale huur en 25% betaalbare koop. Dit kan per regio verschillen. Ook in relatief dure regio’s zoals de Randstad is een woningtekort en zal meer geïnvesteerd en gebouwd moeten worden. Verder zijn ontwikkelaars vrij om te bouwen naar de behoefte van woningzoekers, of dit nu koop of huur is.
Alle gebiedssubsidies worden in één budget gebundeld zodat we versnippering tegengaan en we passen instrumenten uit de voormalige crisis- en herstelwet toe zodat we procedures aanzienlijk verkorten.
Nieuwe woonwijken moeten goed bereikbaar zijn met zowel het openbaar vervoer als de auto. We zorgen ervoor dat er niet alleen voor woningbouw, maar ook voor bereikbaarheid voldoende middelen beschikbaar zijn.
De financiële positie van corporaties en private verhuurders moet verbeteren om meer te kunnen bouwen. We willen de doorstroom bevorderen, daarom voeren we een jaarlijkse inkomenstoets in om te bepalen of de huurprijs nog passend is en worden afspraken met woningcorporaties gemaakt over het toepassen van passende huurgelden. Voor nieuwe instroom in de sociale huursector wordt ook een vermogenstoets ingevoerd.
We willen sneller bouwen met innovatie. Prefabwoningen worden sneller en schoner gebouwd. In elke gemeente zijn de regels echter anders, en daardoor lukt het onvoldoende om op te schalen. We maken deze fabriekswoningen veel betaalbaarder en sneller realiseerbaar door de regels gelijk te trekken en te gaan werken met een digitaal planproces. Vergunningverlening voor herhaalbare bouwconcepten verloopt via een fastlane en typegoedkeuring voor fabrieksmatige en gestandaardiseerde bouw. Dergelijke huisvesting helpt ook bij de versnelling van de wettelijke taakstelling voor aandachtsgroepen zoals dak- en thuislozen, mensen die uit zorginstellingen komen en statushouders.
Betaalbaar: een passend huis voor iedere portemonnee
Woningzoekers en mensen die al prettig wonen verdienen een betaalbaar huis. Onze plannen voor een gezonde huizenmarkt gaan daarom niet alleen over bouwen, maar ook over zorgen dat iedereen die er komt te wonen dit kan betalen. Dit willen we doen:
Om het eigen huis betaalbaar te houden en rust op de woningmarkt te bewaren blijft de fiscale behandeling van de eigen woning ongewijzigd.
De doorstroming die op gang komt helpt groepen als starters en ouderen aan een goede woning. Veel ouderen willen immers graag verhuizen naar een woning die past bij hun levensfase. Maar het aanbod aan goede (levensloopbestendige) woningen voor ouderen is nu te beperkt. We stimuleren de bouw van nieuwe woonvormen voor ouderen zodat ouderen beter en langer kunnen samenleven in hun wijk.
Een doorstroombank of een aantrekkelijk hypotheekproduct voor ouderen (doorstroomhypotheek) zorgen dat stenen makkelijker in geld worden omgezet.
We willen meer gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten. Minder studio’s en meer samenwonen levert niet alleen snel meer betaalbare woningen op, maar is ook goed voor bestrijding van eenzaamheid. Dit willen we bevorderen met objectsubsidies.
Gezien de enorme krapte op de woningmarkt willen we permanente bewoning van recreatiewoningen mogelijk maken. We gaan aan de slag met het oplossen van uitvoeringsproblemen. Procedures voor de verkoop van woningen door corporaties worden vereenvoudigd. Dit geeft corporaties meer financiële armslag om te investeren in nieuwbouw en verduurzaming.
Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om actief grondbeleid te voeren en grond tegen redelijke prijzen aan te kopen, onder andere via een sterker en actiever (toepassen van) voorkeursrecht, een grondfaciliteit voor de financiering van aankoop. We willen het prijsopdrijvend effect door meer vraag voorkomen. Daarbij kan ook een instrument worden ingezet waarbij private winsten van grondbezitters meer publiek kunnen worden aangewend voor bijvoorbeeld woningbouw en infrastructuur waarbij uitbreiden van het kostenverhaal het snelst en meest geschikt is.
De Nationale Prestatie Afspraken en andere uitkomsten van de Woontop zetten we door. Woningcorporaties zijn cruciaal voor zowel de volkshuisvesting als de leefbaarheid van buurten. De corporaties geven we meer armslag om te investeren in ontwikkelingen die door de markt niet voldoende worden opgepakt. Verruiming van de mogelijkheden van (zogenaamde) nietDAEB- activiteiten kan hierbij helpen.
Om de vraag op de woningmarkt te beheersen, zet het kabinet ook in om grip te krijgen op alle vormen van migratie, wie naar Nederland komt en welke woningen wij voor hen beschikbaar stellen.
Onderwijsinstellingen worden meer verantwoordelijk voor voldoende huisvesting voor internationale studenten. We leggen vast dat onderwijsinstellingen huur mogen vragen voor huisvesting.
Werkgevers die arbeidsmigranten willen inzetten hebben rekening te houden met de beschikbaarheid van woonvoorzieningen in de regio. Als deze niet aanwezig zijn is de werkgever zelf verantwoordelijk voor het treffen van deze voorzieningen.

Landbouw, natuur en stikstof

Wij geloven in het vakmanschap en de innovatiekracht van de Nederlandse agrarische sector. Duurzame voedselproductie, gezond ondernemerschap en het versterken van de natuur gaan hand in hand. Nederland moet en kan van het stikstofslot af. Het stikstofprobleem houdt de agrarische sector in grote onzekerheid, belemmert de ontwikkeling van onze economie en gaat ten koste van de natuur. Onze keus is helder: we kiezen voor een toekomstbestendige landbouw, een sterke natuur en een toekomstgericht voedselsysteem. Als we Nederland van het stikstofslot halen, kunnen ondernemers weer ondernemen, krijgen PAS-melders, interimmers en boeren weer perspectief, kunnen we woningen bouwen en kunnen we de natuur en biodiversiteit, die onder grote druk staan, herstellen.
De politiek moet de keuzes maken die nodig zijn om in een samenhangend en voor de sector overtuigend pakket de stikstofcrisis op te lossen en ruimte te creëren voor ontspanning in de economie. We bouwen voort op de kracht van voorstellen die verschillende partijen en overheden in de afgelopen jaren al hebben gedaan. Met dit pakket ontstaat op korte termijn ruimte voor bouw en bedrijfsleven om te bouwen en te verduurzamen, wordt maatwerk toegepast om PAS-melders en interimmers te kunnen legaliseren en komt de vergunningverlening weer op gang. Om de uitvoering, monitoring en handhaving mogelijk te maken, is geld nodig. Daarom reserveren we tot 2035 voldoende middelen en herstellen we het Stikstoffonds voor onder meer natuurherstel, gebiedsontwikkeling en de landbouwtransitie, met als doel (juridisch) aantoonbare stikstofreductie. We werken dit samenhangende pakket in onderstaande vier sporen uit en leggen deze aanpak op de kortst mogelijke termijn vast in de wet.
Generieke stikstofreductie
We werken aan het begrenzen van de emissieruimte en geborgde emissiereductie in alle sectoren (landbouw, industrie, mobiliteit), waardoor weer nieuwe vergunningen kunnen worden uitgegeven. Dit willen we doen:
We leggen stikstofdoelen voor 2035 per sector in de wet vast, met een tussendoel in 2030. Deze doelen zijn: 42%-46% (NH3) ten opzichte van 2019 voor de landbouw, 50% (NH3) voor de industrie en 50% (NOx) voor mobiliteit. Voor de landbouw wordt voor 2030 als streefdoel een bandbreedte van 23 – 25% reductie ten opzichte van 2019 vastgesteld.
We vervangen de kritische depositiewaarde (KDW) zo snel als mogelijk is door een juridisch houdbaar alternatief. Daarbij wordt gestuurd op reductie van emissies en wordt uitgegaan van de feitelijke staat van de natuur. We voeren een nieuwe vergunningsverleningssystematiek in, gebaseerd op doelvoorschriften. We investeren daarvoor in de uitvoeringscapaciteit bij bevoegde instanties.
De rijksoverheid stelt een duidelijke, landelijke aanpak voor en reductiedoelen voor stikstof, CO2 en water. In een gebiedsgerichte aanpak worden, in overleg met de provincies, specifieke doelen per gebied vastgesteld, en zodra dat mogelijk is ook per bedrijf. Door deze doelsturing krijgt elke boer duidelijkheid over hoeveel het bedrijf mag uitstoten en komt zo zelf aan het stuur.
Met een goed meetnetwerk monitoren we elke twee jaar de landelijke en regionale voortgang op het gebied van natuur, bodem en water en sturen bij als het nodig is. Voor stikstof breiden we depositie-, bodem- en satellietmetingen uit om modellen te valideren en emissies van NH₃ en NOₓ te monitoren.
Als het 2030-streefdoel niet wordt gehaald, zullen– in overleg met betrokken partijen – aanvullende maatregelen getroffen worden. Als het stikstofdoel van 2035 niet wordt gehaald, zal als ultieme remedie worden gekort op dier- of fosfaatrechten bij landbouwbedrijven. Ook de industrie en mobiliteit dienen maatregelen te nemen als zij de gestelde doelen niet halen.
Bij een gebleken geborgd reductiepakket wordt zo snel mogelijk een juridisch houdbare, rekenkundige ondergrens ingevoerd. Waar mogelijk voeren we zo snel mogelijk een drempelwaarde per gebied in.
We verbeteren de wettelijke basis voor dier- en fosfaatrechten en breiden die uit naar kalveren en geiten. Wanneer een bedrijf overgaat naar een nieuwe eigenaar buiten de familie worden dier- en fosfaatrechten afgeroomd. Dit vergt een verbreding van een al bestaande juridische grondslag die is gekoppeld aan de mestproductieplafonds. Voor de zomer worden de verschillende afromingspercentages na overleg met betrokken partijen vastgesteld, op basis van wat vanuit de bredere opgave nodig is.
Aanvullend worden, ook in overleg met betrokken partijen, voor de zomer afspraken gemaakt over generieke reductiemaatregelen. Dit met het oog op het realiseren van de doelen in 2030 en 2035, en het verkleinen van de restopgave die met doelsturing moet worden gerealiseerd.
Een zoveel mogelijk gesloten kringloop per bedrijf of per gebied is minder vervuilend en goed voor de waterkwaliteit. Daarom voeren we een eenvoudige grondgebondenheidsnorm in, uiterlijk in 2032, met een uitzondering voor bedrijven die voldoen aan doelsturing. Daarnaast onderzoeken we een grasland- en rustgewasplicht in uitspoelingsgevoelige gebieden.
We zorgen voor blijvende financiële ondersteuning voor gebiedsprocessen, zodat extensivering, innovatie en managementmaatregelen verder kunnen worden vormgegeven. Boeren die de gebiedsprocessen begeleiden, ontvangen een vergoeding voor de tijd die zij erin steken.
Er komt meer experimenteerruimte via FieldLabs voor technische en sociale innovatie, extensivering, verdienmodellen en gedoogde toepassing in vergunningverlening en mestwetgeving van doorbraakinnovaties.
We zetten de vrijwillige beëindigingsregelingen voort en richten die meer op veehouderijlocaties gelegen binnen een strook rond een overbelast Natura 2000-gebied of verouderde bedrijven, met als doel natuurwinst en effectieve stikstofreductie. We maken een aparte regeling voor het versneld uitfaseren van verouderde bedrijven.
Gebiedsgerichte stikstofreductie rond kwetsbare natuurgebieden
Onze aanpak om stikstof te reduceren richt zich met name op de meest stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden die nog niet onder de norm zitten. We zetten in op een combinatie van vrijwillige en meer verplichtende maatregelen. Dit willen we doen:
Rondom Natura 2000-gebieden komt een zonering die voldoende is om de doelen voor het betreffende natuurgebied te halen.
We starten met de meest kwetsbare gebieden. In overleg met de provincies worden voor de zomer de zonering en de bijbehorende doelen en maatregelen van de meest kwetsbare gebieden vastgesteld. Binnen de zones dicht bij de natuur zal namelijk een hogere emissiereductie nodig zijn en past de provincie een gebiedsgerichte aanpak toe: innoveren, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of beëindigen.
We sluiten met deze gebiedsgerichte aanpak zoveel mogelijk aan bij lopende processen in de provincies, omdat per gebied maatwerk nodig is. Om een gelijk speelveld te creëren, moeten provinciale plannen voldoen aan landelijke vereisten. Rondom vergelijkbare natuurgebieden wordt overal eenzelfde aanpak (omvang zonering, benodigde maatregelen) gehanteerd. Dit zijn randvoorwaarden voordat middelen kunnen worden uitgekeerd.
We geven in de uitvoering prioriteit aan de gebieden met de hoogste nood: we starten in 2026 met de uitvoering in minimaal vijf prioritaire gebieden met grote impact, onder meer de Veluwe en de Peel. Per gebied wordt gewerkt aan stikstofreductie, natuurbehoud en –herstel, waterkwaliteit, het tegengaan van verdroging en het herstel van ecosystemen.
We zetten ook de reeds ingezette, gebiedsgerichte stikstofaanpak in een aantal economische clusters door, waaronder de Rotterdamse Haven en Brainport Eindhoven.
Terreinbeherende organisaties moeten op basis van monitoring natuurherstel afdwingbaar uitvoeren binnen vastgelegde hersteldoelen. Wij verankeren medezeggenschap in de (prioritaire) gebieden waarbij sector,- natuur,- en ketenpartijen meesturen op doelrealisatie.
Op plekken waar het kan, krijgt landbouw de ruimte. Om verplaatsing mogelijk te maken voor bedrijven die weg willen uit de omgeving van natuurgebieden komt er, naast regionale grondbanken, een integrale nationale grondbank. Met langjarig structuurbeleid, regie en stimulerende regelingen zorgen we ervoor dat gronden en bedrijfslocaties van boeren zonder bedrijfsopvolgers worden verschoven naar de (jonge) boeren die door willen. Ketenpartijen worden aangespoord hieraan bij te dragen.
Natuurbehoud en -herstel
We zijn trots op onze Nederlandse natuur en landschappen. We willen die gezond doorgeven aan toekomstige generaties zodat ook zij kunnen genieten van de natuur. Dit willen we doen:
We herstellen verslechterde natuurgebieden, samen met provincies, waterschappen, boeren en natuurorganisaties. Met de aanpak van stikstof en een gebiedsgerichte inzet tegen verdroging en invasieve exoten herstellen we natuurgebieden die er slecht voor staan.
We voeren het Natuurpact uit en maken nieuwe afspraken voor de periode na 2027. Door natuurgebieden beter met elkaar te verbinden, kunnen we de biodiversiteit van (versnipperde) natuur sterker maken. Met structurele financiering en heldere verantwoording voor effectief natuurbeheer houden we gebieden beter in stand en breiden we waar nodig natuurgebieden uit. Waar dat kan kiezen we voor agrarisch natuurbeheer en medegebruik.
Met het oog op een eerlijke vergoeding voor agrarisch natuurbeheer, zetten we in op langjarige contracten en uitbreiding van agrarische natuur. We betalen boeren voor aanleg en onderhoud. Hierbij kijken we hoe dit de meeste winst oplevert voor natuur en water.
We stellen structureel middelen beschikbaar vanuit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap voor terreinbeherende organisatie. Dit doen we onder meer om onder andere om noodzakelijk (intensiever) natuurbeheer en mitigatiemaatregelen te nemen die nodig zijn om de natuur, en in het bijzonder de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 gebieden, te herstellen. Hier worden resultaatverplichtingen aan gekoppeld.
We voeren de Natuurherstelverordening uit. De inzet richt zich, binnen de beschikbare middelen, onder andere op de vergroening van stedelijke gebieden en op natuurherstel in de Noordzee en de Waddenzee. Bij de inzet voor het uitvoeren van de Natuurherstelverordening wordt, binnen de bestaande wettelijke kaders, ook een bredere afweging gemaakt met andere belangen zoals economie en ruimte. We evalueren de doelen voor Natura 2000-gebieden om te zien of deze redelijkerwijs haalbaar zijn.
Gerichte ondersteuning
We vragen veel van de agrarische sector, maar willen ook naast de agrarische sector staan en boeren helpen de omslag naar een toekomstbestendige landbouw te maken. Dit willen de doen:
Als boeren hun bedrijf moeten aanpassen of als in het gebiedsproces duidelijk wordt dat zij hun bedrijf niet op dezelfde plek kunnen voortzetten, compenseren we boeren voor extensivering, verplaatsing of in het uiterste geval voor uitkoop, waardedaling van grond en/of andere schade. Boeren die verduurzamen of omschakelen naar minder intensieve of meer natuurinclusieve landbouw, krijgen ondersteuning. Daarbij kunnen middelen voor agrarisch natuurbeheer een extra impuls geven.
AI, drones, groen gas, sensortechnologie, robotisering, biotechnologie/genetica, kweekvlees en innovatieve fermentatie dragen allemaal bij aan de voedselproductie van de toekomst. Met subsidies en kredieten ondersteunen we private investeringen. Door goed samen te werken met het agrarisch bedrijfsleven en kennisclusters kunnen we bewezen innovaties die goed aansluiten bij een toekomstbestendig en duurzaam voedselsysteem opschalen en uitrollen.
We maken afspraken met agroketens over hoe de overheid beleid kan inrichten zodat duurzame ketens zowel in Nederland als Europa meer afzet kunnen realiseren. Ook maken we afspraken over het aanbieden van groente en fruit die aantoonbaar duurzaam worden geproduceerd of uiterlijk afwijken. We stimuleren de consumptie van biologische en duurzame producten en zetten daarop in door het actieplan groei biologische productie en consumptie voort te zetten.
We werken aan versterking van de uitvoeringskracht in de sector. Daarom starten we met het oprichten van een productschap 2.0.
Overig
We nemen nog een aantal overige maatregelen. Dit willen we doen:
Met de glastuinbouw, de akkerbouw en ketenpartijen sluiten we nationale, bindende convenanten om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen (op basis van milieubelastingspunten) fors te beperken. Er komt meer ruimte voor geïntegreerde gewasbescherming. In Europees verband zetten we in op het toestaan van veredelingstechnieken CRISPR-Cas en cisgenese bij de veredeling van planten.
Het kabinet ondersteunt jonge boeren en tuinders om de vergrijzing in de landbouw tegen te gaan. De vestigingssteun blijft tot 2035 minimaal op het huidige niveau beschikbaar, waarbij eventuele extra ruimte binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt benut. Het kabinet ondersteunt jonge boeren en tuinders om de vergrijzing in de landbouw tegen te gaan. De bestaande middelen hiervoor blijven beschikbaar, waarbij eventuele extra ruimte binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt benut. Daarnaast worden de Regeling groenprojecten en het Investeringsfonds Duurzame Landbouw uitgebreid met de categorie bedrijfsovername, zodat ook de overnamesom en de financiering van grondaankoop of erfpacht voor jonge boeren en tuinders meetellen
Het kabinet voert per 2029 een normering in van de inzet van methaanremmers in veevoer.
Rond de zomer wordt de ontwerp-AMvB Dierwaardige Veehouderij voor behandeling aan de Tweede Kamer aangeboden. Die bevat de gefaseerde normstelling voor dierwaardigheid, gebaseerd op de afspraken uit het Convenant Dierwaardige Veehouderij. Zoals ook in het convenant afgesproken, wordt in deze kabinetsperiode een landelijke autoriteit dierwaardige veehouderij ingesteld, verantwoordelijk voor de monitoring van de dierwaardigheidsnormen. De autoriteit adviseert ook over een eventuele benodigde aanpassing van het tijdspad voor inwerkingtreding van de normen, mede gebaseerd op wat haalbaar is in de praktijk. Dit gebeurt in afstemming met de Convenantpartners. Het kabinet investeert in een dierwaardige veehouderij door middel van subsidies en fiscale regelingen met het oog op een economisch perspectief voor gezinsbedrijven. Jonge boeren krijgen speciale aandacht.
Met investeringen in technische en sociale innovaties en duurzame vangsttechnieken maken we de Nederlandse visserij toekomstbestendig. Daarnaast bieden innovatieve aquacultuur en nieuwe vormen van schaal-, schelp- en zeewierkweek extra kansen voor een duurzame visserijsector. We werken daarin samen met Noordzeelanden en sturen op duidelijke Europese regelgeving.

Op koers voor het klimaat en groene groei

We kiezen voor een welvarend, schoon én onafhankelijk Nederland. Omdat we geloven dat een bloeiende economie en leefbare aarde hand in hand kunnen gaan. Dat vraagt dat we samen de schouders eronder zetten. Want de uitdagingen zijn groot: ons verdienvermogen staat onder druk en de verduurzaming van Nederland stokt.
Dat raakt ons allemaal. Mensen maken zich zorgen om hun energierekening. Bedrijven die graag willen verduurzamen lopen aan tegen de grenzen van het net. En we willen dat onze kinderen kunnen opgroeien in een schone en veilige wereld. Daarom gaan we samen aan de slag. Van de keukentafel tot de bestuurstafel van de grootste bedrijven.
De overheid neemt daarbij de regie in handen. Wij zetten alles op alles om de file op het elektriciteitsnet terug te dringen. We gaan met volle kracht bouwen aan schone energie van eigen bodem, en we gaan slim om met onze grondstoffen. Door gericht te investeren kunnen bedrijven verduurzamen.
Daarmee maken we ruimte voor groene groei en worden we minder afhankelijk ondemocratische landen. We werken door aan de klimaatdoelen en bouwen aan een schone en veilige toekomst. Om dat te bereiken gaan we het volgende doen:
Investeren in energie(zekerheid) en betaalbare energie van eigen bodem
Het is cruciaal om te investeren in energiezekerheid en betaalbare energie, ook voor de lange termijn. Dit willen we doen:
Het aanpakken van de netcongestieproblemen heeft onze hoogste prioriteit. We pakken de meest urgente projecten als eerste aan. De beschikbare netcapaciteit moet ook beter benut worden, door o.a. prikkels in de nettarieven, flexcontracten en energiehubs. Naast de lopende aanpakken en het wetgevingsprogramma “sneller uitbreiden elektriciteitsnet” maken we een Crisiswet Netcongestie, we versnellen daarmee de procedures voor vergunningen en grijpen in als de bouw/aanleg stagneert.
We zetten vol in op elektrificatie, omdat dit de belangrijkste route is om de industrie te verduurzamen. De opslag van CO2 (CCS) op de Noordzee zal ook nodig zijn en daarom investeert het Rijk daarin via haar deelnemingen in de opslag van CO2 en CCU.
Voor schone energie van eigen bodem blijven we investeren in wind op zee via Contracts for Difference voor 40 GW. In aanvulling daarop zorgen we voor een goede afstemming tussen aanbod en vraag van elektriciteit in de industrie en een betere interconnectie met andere landen.
We verlengen de SDE++ met 6 nieuwe openstellingsrondes ten behoeve van de uitrol van duurzame energiebronnen. We willen ervoor zorgen dat nieuwe duurzame elektriciteitsbronnen op een ‘netbewuste’ wijze in het energienetwerk worden ingepast.
We blijven inzetten in op productie van groen gas en groene waterstof. We investeren in groene waterstofproductie en -levering. In de transitie kan blauwe waterstof (in combinatie met CCS) onder duidelijke voorwaarden een rol spelen in het opschalen van de Nederlandse waterstofketen.
We versterken het nucleaire cluster in Nederland, versnellen het SMR-programma en ondersteunen maritieme nucleaire innovaties. Met het beschikbare budget uit het Klimaatfonds en in samenwerking met marktpartijen wordt doorgewerkt aan de bouw van tenminste vier nieuwe kerncentrales. Dit kunnen conventionele en ook modulaire reactoren (SMRs) zijn. Hier zetten we samen met regionale overheden en industriële clusters op in.
We blijven vol inzetten op warmtenetten, om zo ook netcongestie te verminderen. Mensen krijgen zo snel mogelijk duidelijkheid of ze een warmtenet krijgen of een andere verduurzamingsoptie. Om de uitrol van warmtenetten te versnellen en voor huishoudens betaalbaar te houden, is de overheid bereid om via een staatsdeelneming binnen de huidige financiële kaders private warmtebedrijven over te nemen en te participeren in nieuwe ontwikkelingen. Op plekken waar een warmtenet niet de meest geschikte oplossing is stimuleren en normeren we, per 2029, de uitrol van hybride, slimme warmtepompen.
Voor de leveringszekerheid van elektriciteit introduceren we een capaciteitsmarkt, zodat er altijd voldoende elektriciteit is voor piekmomenten.
We geven prioriteit aan de verduurzaming van woningen en maken de energierekening zo blijvend betaalbaar, bijvoorbeeld met een Nationaal Isolatie Offensief. In de jaren tot 2030 helpen we via het NPLV de wijken met de grootste energiearmoede. Verhuurders worden verplicht energielabels E, F en G voor huurwoningen per 2029 uit te faseren; labels C en D per 2040.
Het Groningerveld blijft gesloten. Er komen geen nieuwe vergunningen voor gaswinning onder de Waddenzee. Alle bestaande sectorakkoorden worden doorgezet en we blijven gas winnen op de Noordzee. Afbouw van gaswinning op land wordt op een verantwoorde manier met de sector vormgegeven.
Bouwen aan een schone en veilige toekomst We gaan met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen te halen. Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden die ambitie vast. We gaan vol door met de implementatie en realisatie van maatregelen die reeds zijn afgesproken, lossen knelpunten in de uitvoering op en versnellen doorbraken waar mogelijk. Door vol in te zetten op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak doen we alles wat nodig is om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen.
Daarom wordt in Europees verband doorgewerkt aan het halen van de Klimaatdoelen en houden we daarnaast vast aan de klimaatdoelen uit de nationale Klimaatwet. Dit willen we doen:
Europees is afgesproken om in 2040 in totaal 90% broeikasgasemissies netto te reduceren ten opzichte van 1990. Daarvoor is aanvullende inspanning nodig. In 2026 komt de Europese Commissie met voorstellen voor het 2040-maatregelenpakket. Nederland spant zich in voor een ambitieus Europees pakket ten behoeve van een gelijk speelveld. We sluiten na het vaststellen van de Europese maatregelen zoveel mogelijk aan bij deze aanpak. In het voorjaar van 2027 nemen we indien nodig aanvullende nationaal geborgde maatregelen om het doel van 2040 te halen en hebben daarbij oog voor betaalbaarheid en handelingsperspectief.
We werken toe naar een volledig circulaire economie in 2050. Dit doen we mede in het belang van strategische grondstoffen. We versterken het Nationaal Programma Circulaire Economie en stellen – bij voorkeur Europese – (sectorale) circulaire doelen. Zo stimuleren we innovatie en marktontwikkeling, versterken we de concurrentiepositie van Europese en Nederlandse ondernemers en bieden we bedrijven langetermijnzekerheid en investeringsruimte. Daarnaast leggen we focus op de uitvoering en concrete opschaling van circulaire oplossingen in de praktijk, bijvoorbeeld door als overheid launching customer te zijn, een gelijk speelveld te creëren door knelpunten weg te nemen.
We breiden laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen uit en houden elektrisch rijden fiscaal aantrekkelijk. We stimuleren het gebruik van deelauto’s, fiets en openbaar vervoer
We blijven werken met een noodfonds energie, zodat we mensen met een kleine portemonnee gericht ondersteunen bij hun energiekosten terwijl we de energietransitie versnellen.
We trekken samen met Duitsland en Frankrijk op voor het normeren van de inzet van biobrandstoffen voor wegverkeer en binnen- en zeevaart voor de periode na 2030. We nemen daar ook het gelijk speelveld voor onze transportsector en pompstations in mee.
We versnellen de landbouwtransitie zodat ook die de sector evenredig bijdraagt aan het halen van de klimaatdoelen.
We stimuleren nationale innovaties voor negatieve emissies/koolstofverwijdering. We gaan internationaal aan de slag met het opzetten van een kenniscluster voor Carbon Management.
Versnellen van de verduurzaming van de (energie-intensieve) industrie
We zetten vol in op een groene industrie en lagere uitstoot. Dit kan alleen als de overheid en industrie, met een Europese blik, de handen ineenslaan. Zo worden we strategisch autonomer en bouwen we aan een land wat we door willen geven. Dit willen we doen:
Om bedrijven in staat te stellen om te investeren in verduurzaming, creëren we een gelijk speelveld en voeren we een stabiel langetermijnbeleid, daarom schaffen we de nationale CO2-heffing af en zetten we met oog voor een gelijk Europees speelveld en versnelling van elektrificatie en verduurzaming in op een verlaging van de elektriciteitskosten. We maken met de industrie duidelijke bestuurlijke afspraken om het tempo van verduurzaming te borgen. Als we nieuw beleid invoeren kijken we standaard naar de effecten op het gelijke speelveld met omringende landen.
We werken aan het afbouwen van financiële prikkels voor fossiele brandstoffen, en doen dit zoveel mogelijk in Europees verband.
We gaan door met de bestaande maatwerkafspraken; nieuwe maatwerkafspraken richten zich op clusters of gebieden. Het ‘Pakket voor Groene Groei’ werken we verder uit.
Voor de energie-intensieve haven- en industrieclusters, die in de ontwerp-Nota Ruimte zijn aangewezen als gebieden van nationaal belang1, maken we een nationaal ruimtelijk-economische strategie. Daarmee realiseren we een clustering van zware industriële activiteiten.

De sterkste economie van Europa

Een sterke economie is de basis onder onze welvaart en welzijn. Onze zorg, sociale zekerheid, onderwijs en veiligheid kunnen we alleen betalen omdat elke dag mensen opstaan om aan de slag te gaan. Omdat er ondernemers zijn die met creativiteit, vakmanschap en lef onze samenleving vooruithelpen. Maar ons verdienvermogen staat onder druk. Wanneer andere landen sneller in productiviteit groeien, raakt Nederland achterop. Het besef dat elke euro die uitgegeven wordt, eerst verdiend moet worden, moet daarom weer centraal komen staan. Economische groei is daarmee een van onze belangrijkste missies. Om onze welvaart ook in de toekomst te behouden, is het nodig om te moderniseren, te verduurzamen, te innoveren en te investeren
De belangrijkste stap die we nu kunnen zetten voor de welvaart van morgen, is zorgen dat mensen en bedrijven meer kunnen en willen investeren in de economie van de toekomst. En terwijl er een grote noodzaak is voor economische groei, lopen investeringen nu juist terug. Dat raakt ons verdienvermogen en toekomstige welvaart. Het is dus nodig dat de overheid minder consumeert, meer investeert en meer private investeringen mogelijk maakt. We zijn bereid om de keuzes te maken die nodig zijn voor een sterke economie, een efficiënte overheid en een sterk Nederland. We zetten in op rust, stabiliteit en voorspelbaarheid, omdat we realiseren dat besluiten tot investeringen over een lange termijn worden genomen. Het vertrouwen dat werken, ondernemen en investeren in Nederland loont, moet groeien. Zo wordt Nederland de sterkste economie van Europa, met het beste investeringsklimaat.
Investeren
We stellen onszelf ten doel dat het bedrijven lukt om in Nederland financiering op te halen, of het nou om mkb, startups, scale-ups of grootbedrijf gaat. Baanbrekende ondernemingen moeten weer groot kunnen worden in Nederland. We nemen daarom extra stappen om meer investeringen los te maken en het vestigingsklimaat en de financieringsketen te versterken. Dit willen we doen:
We richten binnen twee jaar na de start van het kabinet een Nationale investeringsinstelling op om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken en voor ons verdienvermogen op lange termijn. De instelling is er om financiering te verstrekken aan projecten en bedrijven die deze financiering niet zelfstandig op de private financieringsmarkt kunnen ophalen. De instelling zal overwegend marktconforme financiering verstrekken, die kan bestaan uit eigen vermogen en verschillende type leningen.
Deze instelling kan bestaande instrumenten integreren, is de Nederlandse partner van de Europese investeringsbank en werkt op afstand van politiek en departementen. De investeringsinstelling is gericht op private investeringen, verdringt privaat kapitaal niet en mobiliseert institutioneel kapitaal. We doen een extra kapitaalstorting en brengen ook borg- en garantstellingen hier onder. De instelling is er niet voor publieke taken. Die investeringen lopen via de Rijksbegroting.
Om te zorgen dat bedrijven betere toegang krijgen tot financiering werken we in Europa aan een kapitaalmarktunie en vervolmaking van de bankenunie. We harmoniseren het toezicht op het financiële stelsel, ontwikkelen diepere nationale kapitaalmarkten en stroomlijnen regelgeving. We vormen een kopgroep met gelijkgestemde landen om op korte termijn regels, zoals het faillissementsrecht, te harmoniseren.
We maken waar mogelijk gebruik van Europese cofinanciering en investeringskansen, bijvoorbeeld via het European Competitiveness Fund, de Chips Act 2.0 en zogenaamde IPCEI’s (projecten met een groot gemeenschappelijk belang). We zorgen met een nationale EU-financieringsvoorziening voor voorspelbaarheid en toegang van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen tot Europese innovatieprogramma’s.
We kiezen voor een fiscaal stabiel vestigingsklimaat. We willen bedrijven ondersteunen in investeringen die passen bij onze economie van de toekomst, door uitbreiding van de WBSO voor ontwikkeling van AI en technologie en behoud van de Innovatiebox. De EIA, MIA en VAMIL worden waar mogelijk samengevoegd tot één robuuste investeringsregeling. Kredieten voor het mkb, zoals de BMKB, blijven onverminderd in stand. We willen zoveel mogelijk een gelijk speelveld in Europa, daarom verhogen we de vennootschapsbelasting niet. De vrijheidsbijdrage voor bedrijven is ingevuld als taakstellende verhoging van de arbeidsongeschiktheidsfonds-premie. Over de invulling zal overleg plaatsvinden met ondernemersorganisaties.
We stimuleren dat mensen hun spaargeld meer beleggen in de Nederlandse economie. Er komt een EU-beleggingsrekening en we onderzoeken een win-win-lening. Daarnaast stimuleren we lange termijn beleggingen door het nieuwe Box 3 stelsel op werkelijk rendement door te ontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek.
Een sterke financiële sector zorgt voor meer investeringen in Nederland. We zetten de ambitieuze aanpak van regeldruk door, waaronder het meer risicogestuurd maken van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. We zorgen dat regels voor fintech’s in lijn zijn met internationale standaarden.
Innovatie
Om in de toekomst onze welvaart, en daarmee de financierbaarheid van de gehele publieke sector op peil te houden, moeten we investeren in innovatie. Het geld wordt in de toekomst verdiend met technologie die er nu nog niet is. Economische kracht vertaalt zich in de huidige geopolitieke omstandigheden bovendien steeds meer naar geopolitieke macht. Innovatie en toegepaste kennis zijn daarmee bepalend voor onze geopolitieke positie in de wereld. Dit willen we doen:
Het kabinet werkt toe naar de 3%-norm voor R&D-investeringen. Daarvan moet het grootste deel van het bedrijfsleven komen, maar de overheid kan met publieke investeringen ook private investeringen aanjagen. De overheid moet daarnaast de randvoorwaarden creëren en vaker optreden als ‘launching customer’ voor innovatieve technologieën. We gaan door met de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie en ondersteunen regionale innovatieclusters.
Om innovaties vanuit de ontwikkelfase te laten doorgroeien, zetten we het Nationaal Groeifonds in en sluiten we waar mogelijk aan op Europese cofinanciering.
Voor de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie investeren we in regionale innovatieclusters, deelname aan Europese innovatieprogramma’s en publiek-private innovatieprogramma’s.
Nederland blijft vol inzetten op de komst van de Einstein Telescoop. Daartoe zoeken we nadrukkelijk samenwerking met Duitsland en upgraden we de Pathfinder.
We benutten de inkoopkracht van de overheid voor het uitlokken van disruptieve innovaties en bieden een eerste afzetmarkt via het zogeheten DARPA-model. We richten hiervoor een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie op.
We maken gebruik van de ruimte die Europese wetgeving biedt voor ‘Regulatory sandboxes’ en vergroten de experimenteerruimte voor jonge technologiebedrijven.
Wetenschappelijke kennis moet meer worden omgezet in economische waarde (valorisatie). Om meer succesvolle spin-offs van onderwijsinstellingen te creëren, is het doel dat Nederlandse kennisinstellingen (inclusief de academische ziekenhuizen) werken met de beste deal terms voor startups van de hele westelijke wereld. We bundelen de krachten van technology transfer offices (TTO) in één nationale TTO, verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitrol van best practices.
Conform het Nationaal AI-Deltaplan, werken we onder andere aan een AI-Rekenkrachtplan, beslechten we structurele barrières in ruimte, energie en vergunningen die aanleg van digitale (AI-)infrastructuur belemmeren en versterken we AI-adoptie en -geletterdheid in Nederland.

Ondernemerschap

Ondernemers zijn cruciaal voor het bereiken van meer economische groei, voor brede welvaart en voor de uitdagingen van de toekomst. Ondernemers moeten daarom de ruimte krijgen om te ondernemen, te groeien, te vergroenen en zij moeten de waardering krijgen die zij verdienen. Bedrijven staan niet op zichzelf, maar versterken elkaar en hebben een overheid nodig die faciliteert en rust, reinheid en regelmaat creëert. Dit willen we doen:
De Aanpak Regeldruk wordt doorgezet. Jaarlijks schrappen of vereenvoudigen we minimaal 500 regels. We stellen ambitieuze regelreductietargets vast per ministerie, onder de coördinatie van de minister van EZ. We laten alle wet- en regelgeving doorlichten en schrappen regels die hoge lasten met zich meebrengen en/of niet goed werken. Met gemeenten werken we standaarden uit voor een lagere regeldruk en eenduidige regels, zodat lokale regels niet onnodig belastend zijn voor ondernemers.
Het kabinet gaat ingewikkelde regels voor burgers en bedrijven simpeler maken. Daartoe zal het kabinet jaarlijks een Vereenvoudigingswet naar de Kamer sturen met concrete voorstellen vanuit departementen, toezichthouders en uitvoeringsinstellingen. De eerste Vereenvoudigingswet zal begin 2027 van kracht worden.
Onze ambitie blijft om onnodige nationale koppen op Europese regels te schrappen. Europese richtlijnen en regelgeving worden sneller en zoveel mogelijk 1-op-1 geïmplementeerd. We onderschrijven de Europese Omnibus-wetgeving. We maken afspraken met toezichthouders om regels niet strenger te interpreteren dan nodig is en administratieve lasten te beperken.
De vergunningverlening voor bedrijven moet worden versneld, bijvoorbeeld via digitalisering. We bezien of en hoe bij eenvoudige aanvragen, wanneer termijnen door de overheid worden overschrijden, een vergunning automatisch kan worden goedgekeurd en de leges worden kwijtgescholden. Voor grotere projecten laten we waar mogelijk constructie en vergunningaanvraag parallel lopen. Ook wordt de gemeente verplicht om binnen 12 weken op bezwaren over vergunningen te beslissen.
Ondernemers kunnen alleen ondernemen met stabiel beleid en stabiele belastingen. Met het oog op een gelijk speelveld willen we vaak ter discussie gestelde regelingen behouden die belangrijk zijn voor bedrijven. Denk aan de expatregeling, innovatiebox, bedrijfsopvolgingsregeling, verliesverrekening, de deelnemingsvrijstelling en WBSO. Fiscale regelingen voor ondernemers, zoals de WBSO en Werkkostenregeling, worden minder complex gemaakt en administratieve lasten worden verminderd. Voor DGA’s moet de belastingdruk in evenwicht zijn.
Het stelsel van sociale zekerheid moet werken voor werknemers en werkgevers, zodat een baan aanbieden aantrekkelijker wordt.
De Nederlandse arbeidsmarkt heeft talent nodig. We leiden via mbo, hbo en wo talent op gericht op de arbeidsmarkt en trekken waar nodig gericht internationaal talent aan. De maatregelen hiervoor zijn opgenomen in het onderwijshoofdstuk.
Start- en scaleups moeten kunnen groeien in Nederland. We maken het daarom makkelijker om medewerkers deels te betalen in aandelen(opties) en breiden opties uit om financiële medewerkersparticipaties fiscaal voordelig te verstrekken. De op te richten investeringsinstelling zorgt voor meer durfkapitaal voor start- en scale-ups.
Ruimte voor zzp’ers. We pakken schijnzelfstandigheid aan door de conceptwet Vbar die hierover gaat over te splitsen en een rechtsvermoeden van werknemerschap in te voeren. Het overgebleven deel van de Vbar vervangen we zo snel mogelijk door de Zelfstandigenwet.
We stimuleren duurzaam en verantwoord ondernemerschap. We nemen het ‘rentmeestervennootschap’ op in de wet als rechtsvorm voor bedrijven. We verlagen administratieve lasten en kosten voor bedrijven die duurzaam willen ondernemen.
De Nederlandse economie is mede sterk vanwege toonaangevende grote bedrijven, die kiezen voor groei en een duurzame toekomst in Nederland. We versoberen de expatregeling niet.
Ondernemers in een winkelgebied zorgen voor de ziel van een binnenstad of dorp, sponsoren de voetbal- of hockeyclub en zorgen voor sfeer met Kerst en Sinterklaas. Daarom zetten we de impulsaanpak winkelgebieden voort.
Familiebedrijven zijn van groot belang voor onze economie, daarom versoberen we de bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling niet.
We stimuleren vrouwelijk ondernemerschap via het initiatief ‘Code V ‘en stellen ons tot doel dat vrouwelijke ondernemers in 2030 relatief net zoveel financiering ophalen als mannelijke ondernemers.
De overheid kiest voor groei
De overheid kiest voor economische groei, waarbij we inzetten op innovatie, verduurzaming en de verhoging van productiviteit. Conform het rapport-Wennink sturen we actief op 1,5% structurele economische groei en als dat niet wordt gehaald, sturen we bij. Nederland heeft ecosystemen die draaien op samenwerking tussen grote bedrijven, mkb, startups en kennisinstellingen. We kiezen daarom voor een gerichte en gefocuste ecosysteem-benadering en voeren economisch beleid gericht op deze systemen. Dit willen we doen:
We gaan door met het nieuwe strategische industriebeleid met focus op bepaalde domeinen en markten op basis van potentieel verdienvermogen, maatschappelijke opgaven en belang voor onze strategische autonomie.
In lijn met de bestaande focus op het industriebeleid, kiezen we voor vier domeinen die essentieel zijn voor onze toekomstige economie en maatschappelijk welzijn: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences en biotechnologie. Binnen deze domeinen zetten we gericht in op het opbouwen van technologische nicheposities.
We zorgen dat Nederland zijn sterke positie in de schone maakindustrie verder uitbouwt, met kansen voor circulaire bouwmaterialen, groene chemie, biobased plastics, waterstof en de maritieme sector.
We geven voldoende ruimte aan fysieke uitbreiding van bedrijven. Daartoe wijzen we fysieke ruimte aan die van strategisch belang is rondom regionale innovatieclusters en tekenen we voldoende ruimte in voor bedrijventerreinen. Gemeenten die bedrijventerreinen opheffen of transformeren zorgen samen met andere gemeenten voor nieuwe ruimte voor bedrijven. Voor bedrijvigheid van nationaal strategisch belang neemt het Rijk waar nodig zelf regie.
Om een gezonde marktwerking te bevorderen geven we de Autoriteit Consument en Markt als marktmeester twee nieuwe instrumenten: de zogenaamde call-in bevoegdheid en de new competition tool. In de uitwerking zorgen we voor het beperken van de regeldruk en onzekerheid.
Een beter werkende Europese interne markt is cruciaal voor onze economische groei. We harmoniseren daarom zoveel mogelijk wetgeving die relevant is voor ondernemers, zoals het vennootschapsrecht en arbeidswetgeving. We zetten ook in op het voltooien van de interne markt.

Nederland in de wereld

Defensie en internationale veiligheid
De internationale verhoudingen veranderen in rap tempo. Aan de Europese buitengrens woedt de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. Binnen de grenzen van Europa hebben we dagelijks te maken met hybride dreigingen. Landen als Rusland, China en Iran werken steeds nauwer samen om de fundamenten van onze veiligheid onder druk te zetten. Ook zorgen politieke ontwikkelingen elders in de wereld voor toenemende onvoorspelbaarheid. Om deze dreigingen het hoofd te bieden, moet Nederland een realistisch buitenlandbeleid voeren waarin de Nederlandse en Europese belangen leidend zijn.
De NAVO vormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. De Verenigde Staten zijn de wereldmacht met wie wij de meeste belangen delen. Tegelijkertijd zijn onze toekomst en welvaart onlosmakelijk verbonden met een sterk Europa. Nederland moet de aanjager zijn van een geopolitieke en sterke Europese Unie die daadkrachtig optreedt. Geopolitiek besef moet doorklinken in alle beleidsterreinen. Door onze eenzijdige afhankelijkheden af te bouwen en te bouwen aan een Europese pijler binnen de NAVO kunnen we de VS en andere grootmachten geloofwaardig aanspreken wanneer hun handelen onze fundamentele waarden en belangen raken. Dit vereist investeringen in onze eigen veiligheid, een betere bescherming van onze innovatie, het stimuleren van opschaling binnen Europa, en het sluiten van nieuwe strategische samenwerkingen buiten Europa en de VS. Deze partnerschappen sluiten we op basis van gelijkwaardigheid en welbegrepen eigenbelang.
Realisme betekent niet dat we onze idealen loslaten. We blijven pal staan voor onze vrije waarden. Nederland treedt de wereld hierbij met zelfvertrouwen tegemoet. Door nu fundamentele keuzes te maken beschermen we onze vrije manier van leven. Wij kiezen voor een weerbaar Nederland dat over de dijken kijkt en de regie over zijn eigen toekomst neemt.
We versterken Defensie en steunen Oekraïne
Nederland en Europa moeten weerbaar worden. We accepteren niet dat we voor onze bescherming afhankelijk blijven van anderen. Wij kiezen voor een krijgsmacht die afschrikt én kan doorbijten. Dat vraagt niet alleen om investeringen, maar vooral om een mentaliteitsverandering: van vredesdividend naar gevechtskracht. Dit willen we doen:
We schalen de defensie-uitgaven op om de NAVO-norm van 3,5% van het BBP te halen. Om voor de lange termijn continuïteit te garanderen, verankeren we de 3,5%-norm wettelijk. Zo zorgen we voor de lange termijn zekerheid die de krijgsmacht verdient.
Om voorbereid te zijn op de oorlogen van morgen moeten we onze eigen defensie-industrie de ruimte geven om te groeien. Leidend hierbij is dat de industrie moet opschalen om de eigen krijgsmacht te versterken, het (hoogtechnologisch) verdienvermogen van de economie te versterken, en toegevoegde waarde in Europa te bieden. Door overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samen te laten werken zoals in Defport zorgen we dat de productiecapaciteit van de Nederlandse defensie-industrie flink toeneemt. Ook zetten we in op een versimpeling van aanbestedingsprocedures en deelneming en bieden we voorfinanciering en langetermijnzekerheid, zodat ook Nederlandse en Europese defensie-startups een kans krijgen om op te schalen.
We bouwen aan een schaalbare krijgsmacht van minimaal 122.000 mensen. We schalen het dienjaar fors op en introduceren als eerste stap een verplichte enquête voor jongeren. Als dit onvoldoende resultaat oplevert, overwegen we andere stappen, zoals de herinvoering van een selectieve opkomstplicht.
Defensie heeft ruimte nodig om personeel te kunnen huisvesten en om te kunnen oefenen. Hiervoor voeren we zo snel mogelijk de Wet op de Defensiegereedheid in. In de Europese Unie zetten we ons ook in voor noodzakelijke uitzonderingen voor Defensie, zoals met de huidige Omnibus al deels in gang is gezet.
Naast de bescherming van ons eigen en bondgenootschappelijk grondgebied versterken we de bescherming van onze vitale infrastructuur op de Noordzee en de verdediging van het Caribisch deel van het Koninkrijk.
De strijd in Oekraïne gaat over de veiligheid van heel Europa. Daarom zetten we onze eigen militaire en financiële steun meerjarig en onverminderd voort en blijven we pleiten voor de inzet van bevroren Russische tegoeden. Oekraïne bevindt zich op een onomkeerbaar pad richting EU en NAVO-lidmaatschap, waarbij de snelheid van toetreding wordt bepaald door de eigen verdiensten en het voldoen aan de geldende criteria. Nederland biedt Oekraïne hierbij hulp waar dat kan.
We verdiepen de Europese defensiesamenwerking. We zetten in op gezamenlijke aanschaf in gebruikerspoules van strategische capaciteiten die voor individuele landen te kostbaar zijn. Nederland loopt voorop in het realiseren van een Europese pijler binnen de NAVO. Ook staan we constructief tegenover het versterken van een Europese nucleaire afschrikking. We treden toe tot het verdrag van Aken.
Nederland zet in op het afbouwen van afhankelijkheden van landen buiten het NAVO-bondgenootschap voor de levering van essentiële wapensystemen. Het tijdig en volledig voldoen aan de in NAVO-verband afgestemde capaciteitsdoelstellingen blijft leidend in onze materieelplanning. We streven ernaar 40 procent van onze defensieaankopen en productie gezamenlijk met Europese partners te doen. Ook streven we ernaar 50 procent in te kopen bij Nederlandse en Europese ondernemers (inclusief licentieproductie en onderhoud). We blijven pleiten voor het openbreken van gesloten nationale defensiemarkten in Europa.
Om onze technologische voorsprong te borgen, zet het kabinet in op de oprichting van een defensie-innovatieautoriteit naar voorbeeld van het Amerikaanse DARPA. Deze autoriteit doet ook medefinanciering van gezamenlijke onderzoeksprojecten met kennisinstellingen die voor Defensie van toegevoegde militaire waarde zijn. Om deze autoriteit de langdurige zekerheid te bieden die nodig is voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën en industriële opschaling, wijzen we hiervoor gedurende deze kabinetsperiode een tot 10 procent oplopend aandeel van het defensiebudget aan.

Europa en de wereld

Europa
Onze vrede en veiligheid kunnen we alleen samen met bondgenoten in Europa waarborgen. De Europese Unie brengt welvaart en veiligheid, en zorgt ervoor dat onze stem er in de wereld toe doet. Door geopolitieke spanningen staan de Europese waarden en belangen onder druk. Het is een zaak van grote urgentie dat Europa onafhankelijk wordt en in hoog tempo beter samenwerkt op het gebied van defensie, energie, technologie, financiën en industrie. De volwassenwording van Europa als machtsblok vraagt een nieuwe mentaliteit. Nederland wil een leidende en constructieve rol spelen in de beweging naar een sterker en veiliger Europa. Dit willen we doen:
Wij stellen ons realistisch op ten opzichte van uitbreiding van de Europese Unie, waarbij uitbreiding ook vanuit een geopolitieke context wordt bekeken. Buurlanden die onze waarden delen moeten perspectief hebben op toetreding. Landen moeten blijven voldoen aan de Kopenhagen-criteria om volledig lid te mogen worden. Kandidaat-lidstaten met een strategische positie, zoals landen in de Westelijke-Balkan, verbinden wij met Nederland en Europa door intensievere samenwerking. We zetten ons in voor een Europa van verschillende snelheden.
Wij pakken landen die Europa actief ondermijnen, zoals Hongarije en Slowakije, hard aan door ons in Europa hard te maken voor het vereenvoudigen van de artikel 7 procedure zodat het stemrecht van landen makkelijker kan worden ontnomen. Hongarije verliest het recht op Europees geld. We zetten in Europa in op het afschaffen van besluitvorming via unanimiteit bij het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.
Wij staan voor een sterk MFK dat bijdraagt aan de strategische doelen van Europa. We herprioriteren middelen naar investeringen in veiligheid, defensie en innovatie.
Nederland zal een aanjagersrol spelen bij de snelle implementatie van de rapporten van Draghi en Letta, gericht op hervorming en versterking van onze economie.
We staan constructief tegenover Europese defensie-investeringen. Middels het Europees Defensiefonds kan met Europese middelen gezamenlijk worden geïnvesteerd in de Europese defensie-industrie. Gezamenlijke defensie-investeringen kunnen verder worden vormgegeven met het Europese SAFE-instrument voor defensieleningen, waar tegen gunstigere financieringsvoorwaarden grootschalige investeringen kunnen worden gedaan in nationale defensie-industrieën. Lidstaten staan hierbij garant naar rato van hun economie. Dit instrument kan ook openstaan voor bondgenoten als het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada.
We verkennen de mogelijkheid voor het oprichten van een intergouvernementeel Europees Defensiemechanisme (EDM) ten behoeve van gezamenlijke inkoop van defensiematerieel en harmonisatie van productstandaarden. Hierbij wordt eveneens nauw opgetrokken met NAVO-partners buiten de Europese Unie zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada.
Om sancties tegen Rusland en andere kwaadwillende landen effectiever te maken, zetten wij ons in voor de oprichting van een Europese sanctie-instelling.
We intensiveren de samenwerking op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten op Europees niveau. We willen een Europese equivalent van Five Eyes, om zo met een kopgroep van Europese landen samen te werken op inlichtingengebied.
De wereld
Ons verdienvermogen en onze veiligheid en democratie vragen om realisme. We leven in een multipolaire wereld waarin het internationaal recht niet vanzelfsprekend prevaleert. Dat vraagt om een opstelling als land dat het internationaal recht verdedigt, maar ook de taal van macht leert spreken. We koesteren onze positie als handelsnatie, maar trekken harde grenzen waar onze technologie of veiligheid in het geding is. Dit willen we doen:
We beschermen onze vrijheden tegen landen als Rusland, China, en Iran. Richting Rusland zetten we in op maximale bestraffing van agressie door de sanctiehandhaving te intensiveren en de schaduwvloot hard aan te pakken. We benutten waar dat nog mogelijk is kansen in onze relatie met China. Tegelijkertijd treden we onverbiddelijk op tegen de diefstal van ons intellectueel eigendom en ongewenste inmenging in onze vitale infrastructuur. Ook spreken we China aan op mensenrechtenschendingen, ondermijnende activiteiten in Europa en haar steun voor Rusland.
We blijven pal staan voor onze Westerse vrije waarden en komen op voor mensenrechten. We komen wereldwijd actief op voor de bescherming van vrouwen en minderheden, met specifieke aandacht voor kinderen, de LHBTI+-gemeenschap, en het beschermen van religievrijheid en persvrijheid. Landen die actief hervormingen doorvoeren op het gebied van mensenrechten, democratie en rechtsstaat, zoals bijvoorbeeld Armenië en Moldavië, ondersteunen wij actief.
Nederland heeft er belang bij regionale stabiliteit te waarborgen, meer toegang te krijgen tot kritieke grondstoffen en de groeiende invloed van autocratische regimes te pareren. In dit kader kan het noodzakelijk zijn de dialoog aan te gaan met landen die onze waarden niet delen.
We blijven ons inspannen voor onze trans-Atlantische band. Tegelijkertijd benutten we diplomatieke kanalen om de VS aan te spreken wanneer hun acties onze waarden en belangen ondermijnen, altijd met oog voor de relatie en het behoud van kritieke veiligheidsbelangen. Ook verminderen we onze eenzijdige afhankelijkheid, bijvoorbeeld op het gebied van defensie, software, en kritieke grondstoffen.
Nederland heeft de verantwoordelijkheid om het internationaal recht actief te bevorderen. Dit doen wij onder andere door internationale organisaties te huisvesten. Nederland conformeert zich bij zijn buitenlandbeleid aan oordelen van het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. Wij zetten ons in om straffeloosheid in conflicten wereldwijd tegen te gaan, waaronder in Oekraïne, Gaza en Soedan.
Nederland zet zich in voor een tweestaten-oplossing, te weten een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat naast een veilig Israël. De terreurorganisatie Hamas mag op geen enkele manier een rol spelen in het bestuur van de Palestijnse gebieden. Er moet een einde komen aan (de uitbreiding van) illegale nederzettingen, aan het Israëlisch geweld tegen burgers in Gaza en aan het belemmeren van noodhulp. Aan de wederopbouw van Gaza dragen we met de internationale coalitie bij. Effectiviteit van de hulp staat daarbij voorop. Binnen het budget voor hulp aan Palestijnen herstellen we de samenwerking met UNRWA, en zetten tevens in op samenwerking met andere hulpinstanties actief in de regio. Nationale maatregelen en Europese sancties jegens (leden van) de regering-Netanyahu c.s. blijven van kracht totdat betekenisvolle stappen richting vrede en handhaving van het internationaal recht worden gezet. De ondermijnende invloed van Iran en aan het Iraanse regime gelieerde (terreur)organisaties, waaronder de Islamitische Revolutionaire garde, moet met maximale sancties worden tegengegaan.
Nederland blijft er, met de andere getroffen landen, alles aan doen om de waarheidsvinding, gerechtigheid en rekenschap te bewerkstelligen voor de aanslag op MH17, onder meer door zich ervoor in te blijven zetten dat de daders en andere verantwoordelijken hun straf en aansprakelijkheid niet ontlopen.
We zetten ons in voor een stevig postennet om te zorgen dat Nederland volop en krachtig vertegenwoordigd is in belangrijke groeimarkten, in landen met een hoog geopolitiek belang en om steun te bieden aan het beschermen van mensenrechten en democratie. We wenden onze invloed aan om stabiele partnerschappen op te bouwen, markten te ontsluiten voor Nederlandse ondernemers en onze strategische autonomie te versterken.
Vrijhandel versterkt onze economie en helpt ons om minder afhankelijk te zijn van één specifieke regio. Daarom sporen we de Europese Commissie aan om nieuwe handelsverdragen te onderhandelen en markten open te breken, onder andere met strategische partners zoals India, Australië, en Indonesië. Hierbij houden we ons aan de OESO-richtlijnen, onder andere voor het tegengaan van kinderarbeid en klimaatverandering.
We scherpen de investeringstoetsing aan en blokkeren de overdracht van sensitieve technologie (zoals fotonica en quantum) wanneer we hier strategisch belang bij hebben. We sporen de Commissie aan maatregelen te nemen tegen landen die valspelen om een gelijk speelveld af te dwingen. Ook blijven we de banden verder aanhalen met gelijkgezinde (Europese) landen als Canada, het Verenigd Koninkrijk, Japan, en Noorwegen.
We investeren in ontwikkelingssamenwerking en zetten daarmee een stap richting de internationale OESO-norm. We vergroten perspectief door te investeren in jongeren, onderwijs, vrouwenrechten en we dragen bij aan de mondiale gezondheidsstrategie en voedselzekerheid. Ook blijven we bijdragen aan de opvang van vluchtelingen in de regio en het beheersen van internationale migratiestromen, zowel direct als in de vorm van migratiepartnerschappen. Daarnaast dragen we bij aan humanitaire hulp om de grote noden in deze wereld te verlichten en lokaal perspectief te bieden. Hiermee zorgen we voor meer veiligheid en stabiliteit wereldwijd, dringen we irreguliere migratie terug en gaan we de invloed van China en Rusland in het mondiale zuiden tegen.
Ontwikkelingssamenwerking zetten we ook in als instrument om onze strategische belangen te beschermen en onze internationale positie te versterken. Hierbij benutten we de synergie van de Dutch Diamond. OS-middelen moeten op Europees niveau efficiënter in worden gezet om zo schaalvoordelen te realiseren.
We zetten in op een moderne hulp- en handelsagenda die uitgaat van de terreinen waarop Nederland internationaal excelleert en waarbij wederzijdse belangen centraal staan. Via een brede Afrikastrategie bouwen we aan gelijkwaardige partnerschappen.

Asiel, migratie en integratie

Het onderwerp migratie is te lang een thema geweest waar veel politieke strijd over werd gevoerd, en waarover tegelijk te weinig keuzes zijn gemaakt. We gaan die keuzes nu wél maken om zo de orde terug te brengen. Door meer controle en een verminderde instroom van asielmigranten, én door fatsoenlijke opvang en sneller meedoen. Door te gaan sturen op arbeidsmigratie die we écht nodig hebben en uitbuiting aan te pakken.
Dit zijn onze plannen.
Een helder migratiemodel in Europa
Iedereen die nu naar Nederland komt heeft recht om asiel aan te vragen. Dat is koren op de molen van mensensmokkelaars die fors geld verdienen aan het leed van vluchtelingen. Tegelijkertijd lukt het de meest kwetsbare mensen niet om bescherming te vinden: zij missen de middelen en connecties voor een levensgevaarlijke reis naar Europa. Het EU-migratiepact is een eerste grote stap om meer controle te krijgen over wie naar Nederland komt. Voor volledige controle werken we in internationaal verband aan een nieuw modern, streng en menswaardig migratiemodel. Dit willen we doen:
Voor de modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht neemt Nederland samen met andere Europese landen de leiding om draagvlak te vinden. We organiseren een asieltop en nemen diplomatieke initiatieven. Doel is uiteindelijk dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld, en dat in Nederland geen asielprocedures meer hoeven worden doorlopen. Zo kunnen erkende vluchtelingen via hervestiging worden verdeeld over Europa, waar ze met een vluchtelingenstatus hun leven kunnen opbouwen. Zo breken we het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee.
We steunen de nieuwe EU-terugkeerverordening. Hiermee worden nationale terugkeerbesluiten onderling erkend en verruimen we de mogelijkheden voor gesloten opvang voorafgaand aan uitzetting. Nederland is hierbij voorstander van het verruimen van het zogeheten bandencriterium, waardoor het gemakkelijker wordt op EU-niveau terugkeerafspraken te maken met landen buiten Europa. Bij afspraken over terugkeer- en transithubs waarborgt Nederland dat migranten nooit terug worden gestuurd naar een land waar zij het risico lopen om vervolgd te worden. Deze afspraken maken we zoveel mogelijk in samenwerking met de EU of gelijkgestemde landen. De samenwerking met Oeganda wordt on hold gezet in de nasleep van de verkiezingen in dat land.
Conform het EU-migratiepact zal de buitengrensprocedure voorzien in gesloten opvang voor asielzoekers voor aanvragen die niet kansrijk zijn. Om te waarborgen dat deze opvanglocaties veilig en menswaardig zijn gaat Nederland hieraan bijdragen. Zolang de opvangketen in Nederland niet op orde is, vult Nederland het solidariteitsmechanisme binnen het Pact financieel in
Nationale maatregelen
Bij het terugdringen van de asielinstroom en het voorkomen van misbruik van ons migratierecht gaan nationale- en Europese maatregelen hand in hand. Dit willen we doen:
Indien de Asielnoodmaatregelenwet en/of de Wet Invoering Tweestatusstelsel zijn aangenomen door de Eerste Kamer voeren we deze wetten onverkort uit.
Wanneer het aantal mensen dat een asielaanvraag doet in korte tijd fors stijgt, daarop niet kon worden geanticipeerd en de asielketen bezwijkt onder de instroom, nemen we aanvullende instroombeperkende maatregelen. Daaronder mogelijk een tijdelijke noodstop op de nareis van subsidiair beschermden. Voor schrijnende gevallen geldt een hardheidsclausule.
De IND moet sneller kunnen beslissen, en dus vereenvoudigen we de asielprocedure. We schaffen onder andere de AA/VA-procedure, verplichte procedurestappen zoals het aanmeldgehoor, verplicht medisch advies en de voornemenprocedure af. Zo krijgt de IND meer flexibiliteit om tot een zorgvuldig besluit te komen. Het niet meewerken aan procedures wordt een afwijzingsgrond en herhaalde asielaanvragen gaan we veel strenger toetsen. Zo zorgen we dat procedures niet langer duren dan strikt noodzakelijk. Voor de beroepstermijnen sluiten we aan op de minimumnormen uit het EU-migratiepact. Voor kansarme aanvragers wordt rechtsbijstand pas toegekend na afwijzing, conform Europese regelgeving.
We willen dat Vluchtelingenwerk, in samenwerking met COA en IND, op opvanglocaties spreekuurvoorzieningen aanbiedt en daarmee ook het COA en de IND ontlast.
Door schijnerkenningen krijgen gezinsmigranten soms verblijfsrecht in Nederland zonder dat ze op enige manier zorgdragen voor het betreffende kind. Om dit tegen te gaan wordt erkenning van buitenlandse kinderen voortaan alleen nog bij een aantal gemeenten met relevante kennis en expertise mogelijk. Schijnerkenners worden strafrechtelijk vervolgd.
Hardere aanpak van asielzoekers die de wet overtreden
Asielzoekers die overlast geven of strafbare feiten plegen verzieken het voor echte vluchtelingen. De mensen in Budel en Ter Apel moeten weer rustig kunnen slapen.
Dit willen we doen:
Veroordelingen tijdens de procedure worden zwaarder meegewogen in het besluit op de asielaanvraag. De glijdende schaal wordt maximaal aangescherpt.
Asielzoekers die op de zogeheten top-x-lijst staan, worden strenger aangepakt. Daarbij wordt meer rekening gehouden met recidive. Asielzoekers die stelselmatig overlast veroorzaken in het OV of zwartrijden, krijgen sneller een reisverbod.
We breiden het aantal verscherpt-toezichtlocaties (vtl) en vrijheidsbeperkende procesbeschikbaarheidslocaties (pbl) flink uit. De ernstigste overlastgevers worden waar mogelijk in vreemdelingenbewaring genomen en uitgezet.
Voor gemeenten met een aanmeldcentrum wordt structureel hogere politie-inzet mogelijk.
Een effectieve manier om overlast te voorkomen, is zorgen dat asielzoekers actief kunnen zijn. Daarom wordt naast werk en taalles, waar nodig, ingezet op dagbesteding en verbeterde trauma- en verslavingszorg
De asielketen op orde
De asielketen loopt nu bijna elke dag tegen de grenzen van het mogelijke aan. We gaan voor de hele vreemdelingenketen (IND, COA, Nidos en DT&V) de aanpak dan ook baseren op meerjarige financiering op basis van realistische prognoses. Dit willen we doen:
Volgens de afspraken met het kabinet uit 2023 stellen we het COA in staat om voldoende structurele en flexibele opvangplekken te realiseren, met stabiele financiering op basis van de laatste meerjaren productie prognose. De plekken voor noodopvang (waaronder cruiseschepen en hotels) worden de komende periode gesloten en vervangen door gewone opvangplekken. Zo zorgen we er ook voor dat kinderen niet continu verhuisd worden. Als de instroom daalt, kunnen de flexibele plekken door gemeenten worden ingezet als tijdelijke huisvesting voor aandachtsgroepen uit de huisvestingswet. Op verzoek van de gemeenten en de uitvoeringsorganisaties in het asielsysteem houden we de spreidingswet nu voorlopig in stand, om zo een rechtvaardige verdeling over gemeenten te borgen. Wanneer er voldoende vaste en flexibele opvangplekken van het COA zijn, wordt inzet van de spreidingswet overbodig.
De kwetsbare groepen in de opvang – zoals LHBTI+’ers, kinderen en bekeerlingen – gaan we meer beschermen. Wie de opvang voor hen onveilig maakt, wordt sneller onder verscherpt toezicht geplaatst en afgewezen voor een verblijfsvergunning. Kwetsbare alleenstaande minderjarige vluchtelingen worden waar nodig begeleid tot hun 21e in plaats van hun 18e, om zo te voorkomen dat jonge asielzoekers vervallen in overlast gevend of crimineel gedrag.
Voorrang voor statushouders bij sociale huur knelt in bepaalde gemeenten steeds meer, omdat Nederlanders daar te lang op een wachtlijst staan. Zolang er geen goed alternatief is om statushouders te huisvesten, laten we beleid op dit punt aan de gemeenten zelf. We pakken het probleem ondertussen op drie manieren aan: (1) minder instroom, (2) meer nieuwbouw en (3) alternatieve huisvesting tussen COA-locaties en een reguliere woning. We sluiten met gemeenten een bindend convenant over het snel ontwikkelen van flexibele locaties voor tijdelijke woningen waar statushouders, Oekraïners en Nederlanders die tijdelijke huisvesting nodig hebben samen terechtkunnen, als alternatief voor het gebruik van sociale huurwoningen. Zodra deze alternatieve huisvesting er in voldoende mate is, zal de mogelijkheid van voorrang voor statushouders in sociale huurwoningen niet langer wettelijk mogelijk zijn.
Fatsoenlijke regels voor Arbeidsmigratie en misstanden aanpakken
Arbeidsmigratie kan waardevol zijn voor onze economie, maar mag niet samengaan met uitbuiting en misstanden zoals die nu voorkomen in Nederland. Dit willen we doen:
Door de adviezen van de Commissie Roemer en het SER-advies ‘Arbeidsmigratie naar waarde’ uit te voeren, weren we malafide uitleners, beschermen we de positie van werknemers en gaan we misstanden zoals onderbetaling en slechte huisvesting tegen.
Omdat individuele registratie van arbeidsmigranten in de praktijk ingewikkeld blijkt, betrekken we werkgevers nadrukkelijk bij deze taak, zodat toezicht en handhaving vanaf het begin op orde zijn.
We leggen meer verantwoordelijkheid bij werkgevers om te zorgen voor voldoende huisvesting en we maken een einde aan de afhankelijkheidsrelatie. waarbij een arbeidsmigrant op straat komt te staan als het werk ophoudt.
Als stok achter de deur zetten we uitzendverboden in als in sectoren misstanden met tijdelijke, laagbetaalde arbeidsmigranten hardnekkig blijven bestaan.
Met ruimtelijke ordeningsinstrumenten en gemeentelijke bedrijfseffectrapportages zorgen we dat huisvesting, voorzieningen en leefbaarheid op orde zijn voordat extra werknemers worden aangetrokken. Dit moet ook worden vastgelegd in een provinciale RO-verordening.
We starten een pilot van drie jaar voor een programma dat gericht is op het, onder strenge voorwaarden, actief en gericht naar Nederland halen van goed geschoolde krachten die hier toegevoegde waarde in vooraf afgebakende sectoren hebben. Onderdeel van deze voorwaarden zijn een salariseis en huisvestingseis en een maximale termijn van drie jaar. Voor deze pilot komen in ieder geval kandidaat EU-lidstaten in aanmerking.
Integratie: beschermen van vrijheid, sneller meedoen
Vrijheid en gemeenschapszin zijn fundamenten waar Nederland op is gebouwd. Die vrijheid gaat om zichtbaar jezelf kunnen zijn, veilig zijn en vrij je geloof kunnen belijden. Vanzelfsprekend is die vrijheid niet. Mensen ervaren soms racisme en discriminatie, en daarmee drempels om mee te doen. In sommige gemeenschappen worden vrouwen onderdrukt, of is er religieus geïnspireerd geweld. Regimes ver weg strekken een lange arm uit naar hun diaspora in Nederland, tot zelfs het niveau van indoctrinatie en intimidatie.
De meeste mensen willen actief meedoen en komen juist naar Nederland vanwege onze vrije, open samenleving. Daarom verwachten we ook dat iedereen de waarden van onze democratische samenleving omarmt, waaronder godsdienstvrijheid, gelijkheid van man en vrouw en acceptatie van LBHTI+’ers. We hebben respect voor elkaars verschillen en achtergrond. Wie zich actief wil inzetten in Nederland krijgt daarvoor ook alle kansen. Wie de boel verstiert, wacht een strenge aanpak. Dit willen we doen:
Vrijheid beschermen en versterken Van internationale studenten tot de kleinkinderen van wie ooit naar Nederland kwam: velen krijgen ongewild te maken met buitenlandse inmenging die onze open samenleving ondermijnt. Ook zijn er helaas individuen en gemeenschappen die zélf de keuze maken onze manier van leven te verwerpen. Dit willen we doen:
We creëren een meldpunt buitenlands inmenging onder het ministerie van Justitie & Veiligheid. Diasporagemeenschappen en internationale studenten kunnen hier, zo nodig anoniem, melding doen van transnationale repressie. We benutten die meldingen voor een effectieve aanpak, en melders worden zo goed mogelijk doorverwezen naar rechtshandhaving en/of instanties die hulp kunnen bieden.
Sommige religieuze instellingen worden misbruikt door onvrije landen om onze vrijheden aan te tasten. Daarom willen we dat zij transparant zijn over hun financiering. Hierbij gaan we buitenlandse financiering van onder andere moskeeën zoveel mogelijk tegen.
Over landen met een onvrij regime die met diasporabeleid een agenda voeren die onze democratische rechtsstaat ondermijnt en integratie tegenwerkt. bestaan al jaren grote zorgen. Wanneer zij daar weekend- en avondscholen voor inzetten is het nodig in te kunnen grijpen. Daarom ontwikkelen we wetgeving waarmee het onder voorwaarden mogelijk wordt op deze plaatsen gericht toezicht in te zetten.
We ondersteunen het initiatief van het Europees Parlement om imams die haat zaaien op een zwarte lijst te plaatsen en een inreisverbod te geven. en stellen in afwachting daarvan een nationale lijst op.
De interreligieuze dialoog onder coördinatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zetten we door. Gezamenlijke initiatieven uit onder andere de Christelijke, joodse en islamitische gemeenschap omarmen we en versterken we waar nodig. Organisaties die integratie tegengaan, zijn in deze dialoog niet welkom.
We treden op tegen eerwraak, genitale verminking en gedwongen huwelijken, en voeren de mogelijkheid voor een gerechtelijk uitreisverbod in bij risico op genitale verminking in het buitenland. Er komt een strafverzwaringsgrond voor strafbare feiten als het plegen of medeplegen van eergerelateerd geweld.
Het gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding blijft bestaan en gaan we actiever handhaven door sneller boetes uit te delen.
Meedoen wordt de norm
We willen dat iedereen, ook nieuwkomers, actief deelnemen én bijdragen aan de samenleving. Dat betekent snel starten met taal en werk of school. Dit willen we doen:
Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning krijgen na drie maanden in de asielprocedure het recht om aan het werk te gaan. We schrappen administratieve rompslomp door een alternatief voor de tewerkstellingsvergunning in te voeren. Zij krijgen vanaf het begin hulp en bemiddeling naar werk om sneller te kunnen integreren én bij te kunnen dragen aan de opvang. Kansarme asielzoekers krijgen geen recht om te werken.
Taal is cruciaal. We starten direct aan het begin van de asielprocedure met taalles voor kansrijke asielzoekers.
Bij alle grotere opvanglocaties komt een Meedoenbalie. Daar worden mensen in procedure geholpen met taalles, vrijwilligerswerk of betaald werk.
Oekraïense vluchtelingen in Nederland vallen tot 2027 onder de tijdelijke beschermingsrichtlijn. We creëren per 2027 een tijdelijke verblijfsstatus voor hen conform ingezet beleid. Zij krijgen daarmee zekerheid en gaan zelf bijdragen.
Door de nationaliteitswet te moderniseren verliezen Nederlanders in het buitenland hun nationaliteit niet sneller dan voor onze buurlanden Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk geldt. Voor nieuwkomers die in Nederland willen naturaliseren is het uitgangspunt dat zij afstand doen van hun andere nationaliteit.
We breiden de pilots met startbanen voor vluchtelingen in verschillende gemeenten uit. Statushouders krijgen direct een startbaan als springplank naar regulier werk, die ze combineren met de taallessen. We onderzoeken de mogelijkheden om via de uitkering een prikkel te geven om de startbaan snel te accepteren. We zorgen ervoor dat de Participatiewet en de Inburgeringswet beter op elkaar aansluiten, zodat iedereen tijdens het inburgeringstraject ook wordt gestimuleerd om te werken.
Alle vrouwen verdienen economische zelfstandigheid, daarom worden niet alleen mannen maar ook vrouwen uit statushoudergezinnen gevraagd om te solliciteren als het gezin gebruik maakt van een uitkering. We bezien of bij weigering een korting op de uitkering mogelijk is.
Statushouders met een (beroeps)opleiding kunnen te vaak niet hun diploma’s omzetten. We gaan meer gebruik maken van Ervaringscertificaten om te zorgen dat statushouders op hun eigen niveau aan het werk kunnen.
De permanente verblijfsvergunning verdwijnt onder het Europese migratiepact, en daardoor kan iemand niet meer op basis van zo’n vergunning naturaliseren tot Nederlander. We maken naturalisatie daarom mogelijk op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning, maar leggen de lat wel hoger dan voorheen. Wie tweemaal een tijdelijke verblijfsvergunning heeft gekregen én aan een taaleis op niveau B1 voldoet mag na 6 jaar naturaliseren. Voor wie voldoen aan een taaleis onmogelijk is, geldt een hardheidsclausule.

Nederland werkt

Werk en zekerheid
Werk is voor de meeste Nederlanders de basis voor inkomen, ontwikkeling, sociaal contact en zingeving. Het is het fundament onder gezinnen, gemeenschappen en onze economie. We vinden het belangrijk dat werk meer gaat lonen en perspectief biedt: een fatsoenlijk inkomen, zekerheid bij tegenslag en kansen om mee te groeien in een economie en arbeidsmarkt die snel veranderen. We hebben oog voor de koopkracht van mensen. En wie niet kan werken, moet kunnen vertrouwen op een goed stelsel van sociale zekerheid. Dit hoort bij een samenleving met een sterke middenklasse, waarin mensen zoveel mogelijk bijdragen en daarvoor beloond worden, maar waarin ze ook geholpen worden als het tegenzit. Dit kan immers iedereen overkomen.
De economie verandert snel, mede door de opkomst van AI en andere technologische veranderingen, en daarmee verandert ook de arbeidsmarkt. Dit leidt tot onzekerheid bij mensen over hun werk en inkomen. Tegelijkertijd hebben werkgevers grote personeelstekorten en zien ze dat cruciale vacatures open blijven staan. Talent komt te vaak niet op de plek terecht waar het de meeste waarde toevoegt. Meer beweging is nodig om onze economie concurrerend te houden en mensen werk- en inkomenszekerheid te kunnen bieden. Daar komt bij dat Nederland vergrijst en het aantal arbeidsongeschikten toeneemt. Dit zet druk op de houdbaarheid van onze waardevolle sociale voorzieningen.
Tijd voor keuzes
Daarom is het nodig om nu keuzes te maken. Keuzes die op korte termijn al nodig zijn, maar ook keuzes voor de middellange termijn om belangrijke hervormingen door te voeren. Daadkracht en ambitie gaan niet zonder maatschappelijk draagvlak en samenwerking. In Nederland werken werknemers, werkgevers en de overheid altijd samen en tonen lef in moeilijke tijden. We vinden samen oplossingen die nodig zijn voor onze toekomstige welvaart. Die samenwerking zetten wij graag voort. De structurele uitdagingen van vergrijzing, arbeidstekorten en toenemende druk op de sociale zekerheid vragen om ambitieuze keuzes die bijdragen aan economische groei en financiële houdbaarheid. Het is belangrijk om te werken aan een toekomstbestendige en wendbare arbeidsmarkt. Juist ook om onze banen te beschermen. De rapporten van Wennink en Draghi vormen daarbij een belangrijke inspiratiebron.
Wij nodigen sociale partners uit om samen met ons te werken aan een ambitieuze samenwerkingsagenda, waarbij fundamentele oplossingen voor de (middel)lange termijn centraal staan. Op verschillende onderwerpen zijn dergelijke keuzes nodig, tegelijkertijd beseffen we ons ook dat dit tijd kost. Deze tijd is echter niet voor alle onderwerpen nodig, en bovendien zijn veel keuzes ook te urgent om onnodig te laten liggen.
Daarom presenteren wij aanvullend een werkagenda voor de korte termijn met verschillende concrete en urgente acties.
In het licht van ons streven naar een gezamenlijke sociale agenda hecht het kabinet aan constructieve samenwerking met de sociale partners. We willen met hen in gesprek over de invulling en uitwerking van de maatregelen van de werkagenda in het bijzonder van de maatregelen inzake WW, transitievergoeding en van werk naar werk en loondoorbetaling bij ziekte en WIA, binnen de financiële kaders.
In dit driehoeksoverleg werkt het kabinet, vertegenwoordigd door de ministers van SZW en EZ, met de werkgeversorganisaties en vakbonden aan concrete doelen voor een beter werkende arbeidsmarkt en beter stelsel van werk en inkomen. Snelheid is daarbij wel een cruciale voorwaarde, want we willen snel, concreet en praktisch komen tot oplossingen voor vraagstukken die niet kunnen wachten. Dit vraagt serieuze inspanningen van alle betrokken partijen.
Hierbij geven we ook vrijwel volledig gehoor aan de aanbevelingen die de SER aan de drie partijen gedaan heeft:
1.Afronding van het arbeidsmarktpakket dat voorkomt uit het SER MLT-advies 2021-2025.
2.Implementatie van het Pensioenakkoord en het akkoord ‘Gezond naar het pensioen’.
3.Het verbeteren van de positie van internationale arbeidskrachten, en het verminderen van de vraag naar laagbetaalde arbeid.
4.Het verhogen van de arbeidsproductiviteit.
Meer ruimte op de arbeidsmarkt
Werkagenda korte termijn
De lange en hoge loondoorbetaling bij ziekte wordt door werkgevers als een grote last ervaren. Hierdoor durven kleine ondernemers mensen niet in vaste dienst te nemen, wat zeer nadelig is voor werknemers of mensen die werk zoeken. Vooral het midden- en kleinbedrijf wordt hierdoor geraakt. Aan de andere kant zien we ook dat loondoorbetaling in het tweede jaar een effectieve prikkel is tot re-integratie bij de eigen werkgever. Het kabinet werkt daarom aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb.
Om de administratieve lasten te beperken nemen we (bureaucratische) belemmeringen weg die nu in de Wet Verbetering Poortwachter zitten, zoals bepaalde rapportageverplichtingen, aan de voorkant zoveel mogelijk de onzekerheid wegnemen over sancties, meer helderheid te verschaffen in verplichtingen en meer maatwerk en contactmogelijkheden tussen werkgever en werknemer toe te staan. Doel hiervan is ook om snelle re-integratie te bevorderen en werkgevers en werknemers stimuleren te werken aan herstel.
De collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is en blijft een belangrijke pijler onder arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Daarom vinden we het belangrijk om het draagvlak voor cao’s te vergroten en het instrument te moderniseren. In de brede aanpak om regeldruk te verminderen bespreken we samen met de sociale partners hoe we onnodige regeldruk binnen de cao’s kunnen verminderen. Ook kijken we naar waar de dispensatiemogelijkheid knelt met nieuwe innovatieve bedrijfstakken en naar het breder betrekken van niet-vakbondsleden waarbij we concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen. Het advies van de Stichting van de Arbeid inzake cao’s dient hierbij als vertrekpunt.
Helaas komt arbeidsmarktdiscriminatie in Nederland nog te vaak voor. We gaan actief aan de slag om hier een einde aan te maken. Van werkgevers vragen wij dat zij hun verantwoordelijkheid nemen in het beëindigen van discriminatie op de werkvloer en bij werving en selectie. Het kabinet gaat zo snel mogelijk hierover in gesprek met de Kamer.
We starten een pilot van drie jaar voor een programma dat gericht is op het, onder strenge voorwaarden, actief en gericht naar Nederland halen van goed geschoolde krachten die hier toegevoegde waarde in vooraf afgebakende sectoren hebben. Onderdeel van deze voorwaarden zijn een salariseis en huisvestingseis, en een maximale termijn van drie jaar. Voor deze pilot komen in ieder geval kandidaat EU-lidstaten in aanmerking.
We willen de productiviteit in belangrijke sectoren verhogen, van koplopers tot mkb. Ook sectoren die nu niet productief werken hebben onze aandacht. Via publiek-private samenwerking ondersteunen we bedrijven bij digitalisering, automatisering en slimmer werken. We gaan verder op het ingeslagen pad van de productiviteitsagenda.

Zelfstandig werkenden
Een steeds groter wordende groep zelfstandig werkenden hoort bij de moderne arbeidsmarkt waarin de wens naar autonomie toeneemt. Deze groep willen wij de ruimte en duidelijkheid geven die ze verdienen. Daarom voeren we de Zelfstandigenwet zo snel mogelijk in. Dat doen we gefaseerd om in het tijdpad rekening te houden tijdpad met Europese verplichtingen. We beginnen met het invoeren van het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Vbar (het verduidelijkingsdeel wordt dus geschrapt), samen met de sectorale rechtsvermoedens en toetsingscommissie uit de Zelfstandigenwet. Daarna dient het kabinet zo snel mogelijk de rest van de Zelfstandigenwet in.
We zetten de behandeling van de wet Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) voort met de mogelijkheid om privaat te verzekeren (opt out), zoals afgesproken in het pensioenakkoord.
We willen stimuleren dat mensen in dienst blijven in (semi-)publieke sectoren zoals zorg en onderwijs. Daarom bevorderen we goed werkgeverschap, onder andere door sociale innovatie. En nemen het SER advies hierover als uitgangspunt.
Van werk naar werk in een veranderende arbeidsmarkt
In een snel veranderende arbeidsmarkt moet de stap van werk naar werk vlotter gemaakt kunnen worden, zodat werknemers niet achterblijven in een veranderende economie en werkgevers meer wendbaar zijn in een bewegelijke wereld. Zo bieden we meer ruimte voor de menselijke maat in het afspiegelingsbeginsel bij ontslagprocedures waarbij persoonlijke omstandigheden meer meegewogen kunnen worden. In dit kader doen we ook een beroep op werkgevers door het concurrentiebeding te moderniseren zodat werknemers meer ruimte krijgen.
Arbeidsmarkten verschillen per regio: daarom blijven we inzetten op een aanpak via arbeidsmarktregio’s en Werkcentra waarin onder meer gemeenten, UWV en sociale partners samenwerken om gedifferentieerde dienstverlening en maatwerk te bieden die aansluit bij lokale arbeidsmarkt en inwoners
We gaan investeren in Leven Lang Ontwikkelen. Zo zorgen we ervoor dat werknemers sterk staan in een snel veranderende economie. Op de korte termijn doen we dit door een nieuwe regeling op te richten die gericht wordt ingezet door te kijken naar bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen (zoals bijvoorbeeld het UWV in beeld brengt). Ondertussen werken we toe naar een stelsel van individuele leerrechten. We zorgen ervoor dat de mensen die het meest baat hebben bij om- en bijscholing (zoals mbo’ers en mkb’ers) daar ook het meest gebruik van kunnen maken.
We hervormen de bestaande transitievergoeding zodat deze doet waar hij voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. De transitievergoeding wordt daarom in ieder geval qua besteedbaarheid gekoppeld aan de (nieuwe) LLO-infrastructuur. Werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing, omscholing of zich maximaal inzetten rondom de re-integratieverplichtingen uit de Wet poortwachter hebben lagere tot helemaal geen verplichtingen ten aanzien van de nieuwe transitievergoeding. We verwachten dat werkgevers en werknemers ook hun steentje bijdragen onder andere door de middelen in de O&O-fondsen breder en flexibeler in te zetten. We schaffen de compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte voor alle werkgevers af.
In dat kader maken we ook de WW meer activerend en passend bij een nieuw stelsel van werk naar werk en leven lang ontwikkelen. De WW-uitkering wordt daarom hoger in het begin en en verkort naar één jaar. Zo hebben werkenden meer financiële zekerheid en rust om snel passend nieuw werk te vinden. Wel staat daartegenover dat de eisen qua opbouw van rechten en verzilvering wat aangescherpt worden.
Het arbeidsongeschiktheidsstelsel is vrijwel onuitvoerbaar en loopt vast, waardoor veel kwetsbare mensen niet (tijdig en goed) geholpen worden. Dit pakken we aan. Hierbij maken we een onderscheid tussen de korte en lange termijn. Allereerst geven we opvolging aan adviezen van experts op het gebied van de uitvoerbaarheid en menselijke maat van het stelsel. Zo investeren we in taakherschikking, meer handhaving op preventie door de Arbeidsinspectie, betere samenwerking tussen verzekerings- en bedrijfsarts, meegroeiende re-integratie en gaan we meer voorwaarden stellen aan WIA-herbeoordelingen. Ook volgen we het advies op door de IVA voor nieuwe gevallen af te schaffen, zodat de WIA niet op korte termijn onuitvoerbaar wordt. Ook voor het arbeidsgeschiktheidsstelsel geldt dat we het activerender willen maken waar dat op een menselijke manier mogelijk is.
Samenwerkingsagenda middellange termijn
Naast de voorstellen die we op korte termijn willen invoeren, gaan we met sociale partners aan de slag voor een arbeidsmarkt op middellange termijn. Dit willen we doen:
We willen werkzekerheid voor mensen met een baan en wendbaarheid voor ondernemers. We kijken waar flex momenteel té flex is en waar vast nu belemmerend vast is, en hervormen dit waar nodig. Belangrijke randvoorwaarden zijn dat er voor werkgevers, met name in het mkb en startups, meer wendbaarheid is om mee te bewegen met economische ontwikkelingen.
Voor werknemers en mensen die werk zoeken stellen we de randvoorwaarde dat een arbeidsmarktpakket het voldoende aantrekkelijk moet maken om nieuwe banen te creëren om werkzekerheid te bevorderen, met name in het mkb en in de sectoren van de toekomst.
We werken samen aan een sociale zekerheid die begrijpelijk en betrouwbaar is voor mensen, en werkbaar en robuust voor de uitvoering. Daarom kiezen wij voor een fundamentele herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. We willen toewerken naar een stelsel waarin de primaire focus ligt op goede en snelle begeleiding naar werk. Uitgangspunt hierbij is dat investeren in re-integratie gaat lonen en we een zeker en fatsoenlijk vangnet bieden aan iedereen die dat niet kan. Deze re-integratie begint al tijdens de eerste ziekteperiode. Ook hoort hier een beter aanbod en betere integratie van regionale werkcentra bij.
Samen met werkgevers en werknemers zetten we in op preventie om gezond werken te stimuleren en de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen te verkleinen. Belemmeringen tot werken of bijverdienen worden weggenomen, zoals door de uitwerking van een terugvaloptie. Dit nieuwe stelsel moet ook werkgeverschap aantrekkelijker maken.
We willen ook de route van werk naar werk stimuleren. Bij (dreigend) ontslag, maar ook als het werk te zwaar wordt of mensen een andere loopbaanstap willen nemen, wordt dit de hoofdroute.
We worden ook steeds gezonder ouder. Dit is een positieve ontwikkeling, die tegelijkertijd ook vraagt om verstandige keuzes over hoe en hoe lang we werken. In dit kader koppelen we de AOW-leeftijd per 1 januari 2033 direct aan het stijgen van de levensverwachting om de AOW ook in de toekomst betaalbaar te houden. Uiteraard hebben we daarbij oog voor de mensen met een zwaar beroep die niet in staat zijn om langer door te werken. Tot slot verminderen we de komende zes jaar de fiscale subsidiering van het aanvullend pensioen voor de hoogste inkomens. Zo vragen we van iedereen een bijdrage bij het in stand houden van onze sociale voorzieningen.
Een goede balans tussen werk en privé
We gaan ongewijzigd door met bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders. Met het afschaffen van de grootste toeslag nemen we de grootste onzekerheid in de portemonnee van werkende ouders weg.
In datzelfde kader moet het ook kunnen lonen om meer uren te werken. We onderzoeken onorthodoxe maatregelen om dit te realiseren, zoals het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
Het moet eenvoudiger worden om werk met een gezin en zorg te kunnen combineren. We vereenvoudigen het verlofstelsel met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als startpunt.
Meer ondersteuning voor gezinnen met kinderen
⁠We willen gezinnen ondersteunen en meer zekerheid geven. Daarom werken we toe naar het verminderen van de veelheid aan regelingen en het risico op terugvorderingen. We beginnen door de kinderbijslag en het kindgebonden budget samen te voegen in één kindregeling met een hoger vast en een lager variabel bedrag. Dat verhoogt zekerheid. Door de regeling bij één uitvoerder neer te leggen, wordt de regeling ook makkelijker. Ouders doen maar één aanvraag, en de bedragen worden maandelijks gezamenlijk gestort.
Een goed inkomen
Vanuit de noodzaak om tot een toekomstbestendige sociale zekerheid en zorg te komen, zijn hervormingen nodig die niet altijd voor iedereen direct een voelbare verbetering zijn. Het is voor ons belangrijk dat niemand daarbij door het ijs zakt. Daarom zetten we ambitieus in om zoveel mogelijk mensen uit de armoede te halen of te voorkomen dat ze erin komen. We zien ook dat hoewel het aantal mensen in armoede daalt en historisch laag is, de intensiteit van de resterende armoede toeneemt. Dit vinden we een zorgelijke ontwikkeling en daarom nemen we gerichte maatregelen om die kwetsbare groep, die voor een groot deel bestaat uit werkende armen, te helpen. We investeren in armoedebeleid en een effectieve aanpak en preventie van schulden. Ook komen we chronisch zieken tegemoet voor hun ziektekosten.
We willen dat meer mensen de weg naar werk vinden vanuit de Participatiewet, zeker in deze krappe arbeidsmarkt. Daar staat tegenover dat we van de kleine groep die echt niet kan werken ook niet constant zullen vragen dit toch te doen. De Participatiewet hervormen we met inzet op zeer intensieve begeleiding, investeren in gemeenschappen en een goede samenwerking met (sociale) werkgevers. We gaan door met het ingeslagen pad waarin we meer uitgaan van vertrouwen, waarbij we ook effectief handhaven op de plichten die erbij horen zoals de taaleis of de aanpak van fraude. We kijken hierbij naar bewezen succesvolle modellen, zoals in Rotterdam.
We werken aan financiële weerbaarheid. Om grip te krijgen op de portemonnee zorgen we dat alle regelingen van de overheid op een vast moment in de maand worden uitbetaald. Ook streven we samen met aanbieders van vaste lasten zoals banken, zorgverzekeraars en energiemaatschappijen naar één vaste betaaldag voor de maandlasten indien de klant dit wenst. In overleg met gemeenten werken we aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen, zodat je kan rondkomen ongeacht je postcode. Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker. Armoede-, schulden- en re-integratiebeleid van gemeenten wordt hierbij ook meer geüniformeerd.

Goed onderwijs en wetenschap

Onderwijs is de basis voor een leven in vrijheid en verbondenheid. Kinderen en jongeren leren in het onderwijs vaardigheden die hun zelfvertrouwen en kansen om volwaardig mee te doen in de samenleving ten goede komen. Goed onderwijs is bovendien noodzakelijk om onze welvaart te behouden en het verdienvermogen te verbeteren.
Er moet iets veranderen. We zien dat kinderen steeds minder goed kunnen lezen, schrijven en rekenen. Op internationale (PISA)-lijsten blijft Nederland achter. Dit gaat ten koste van de talenten en kansen van onze kinderen, en heeft daarmee ook effect op onze toekomstige economie en op de krappe arbeidsmarkt, die juist talent nodig heeft. We hebben nu al niet genoeg vakmensen die onze huizen kunnen bouwen, zonnepanelen aanleggen en zorg verlenen. Onze universiteiten dalen op de wereldranglijsten, terwijl ze een cruciale rol vervullen in innovatie-ecosystemen en het creëren van startups en scale-ups.
We willen dat Nederland met goed onderwijs aan een sterke economie en een sterke samenleving bouwt. Want scholen zijn meer dan plekken van onderwijs – het zijn gemeenschappen en ankerpunten in de buurt. Elke dag zetten talloze leerkrachten, docenten, onderwijsassistenten en andere mensen in het onderwijs zich met passie in. Maar juist die docenten verlaten nu te vaak het onderwijs vanwege een gebrek aan professionele uitdaging en ontwikkelmogelijkheden. Vooral het vmbo vraagt aandacht, omdat hier de lerarentekorten en taalachterstanden het grootst zijn, terwijl we deze jongens en meisjes hard nodig hebben in tekortsectoren. Daarnaast moeten we zorgen dat ons vervolgonderwijs, onderzoek en wetenschap op orde zijn, om als Nederland koploper te blijven. Dat gaat niet alleen over innovatie, maar ook juist over de aanwas van nieuwe ideeën via fundamenteel onderzoek, het behoud en aantrekken van (internationaal) toptalent en ervoor zorgen goede ideeën uit kunnen groeien tot succesvolle ondernemingen.
Kwaliteit in de klas: investeren in leraren en basisvaardigheden
Kwaliteit begint voor de klas. De overheid moet de juiste randvoorwerpen scheppen en meer regie pakken, zorgen dat de kwaliteit verbetert en het mogelijk maken dat onze kinderen les krijgen van de allerbeste docenten. Dit willen we doen:
Focus op taal en rekenen. We gaan door met gericht investeren in lezen, schrijven en rekenen. Dit doen we zodat kinderen niet met een achterstand beginnen en zodat het mbo meer tijd heeft voor beroepsvaardigheden in plaats van het inhalen van achterstanden.
We gaan leerachterstanden vroeg aanpakken. We investeren in bewezen aanpakken zoals de rijke schooldag en voor- en vroegschoolse educatie via de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen We gaan ook door met een aanmeldplicht voor de basisschool vanaf 4 jaar.
We investeren structureel in vakmanschap voor de klas. Leraren krijgen aantoonbaar meer tijd voor professionele ontwikkeling en voor werken met bewezen effectieve kennis om de basisvaardigheden duurzaam te verbeteren, met duidelijke doelen voor leerprestaties. De beroepsgroep zorgt op termijn voor verplichte continue professionele ontwikkeling, zodat kwaliteit blijvend wordt versterkt en de middelen voor onderwijskwaliteit benut.
We maken het leraarschap en schoolleiderschap toekomstbestendig. We versterken de rol van schoolleider als onderwijskundig leider met heldere bekwaamheidseisen, verbeteren loopbaanpaden, doorgroeimogelijkheden en inhoudelijke specialisaties voor leraren, en zorgen dat expertise wordt beloond en topleraren behouden blijven. Dit zorgt er ook voor dat meer academisch geschoolde leraren kiezen voor het basisonderwijs.
We zorgen dat onderwijsinvesteringen effectief en doelmatig worden ingezet. Leraren zijn te veel tijd kwijt aan regeldruk en administratie. De inspectie gaat elke school minimaal eens in de vier jaar onderzoeken, en krijgt daarbij opdracht ook toezicht te houden op de regeldruk. Hierbij kijken we naar het voorbeeld van de ‘planlastcalculator’ van de Vlaamse onderwijsinspectie, als instrument om regeldruk structureel te verlagen. Tegelijkertijd bieden we het onderwijs ruimte en stabiliteit met structurele financiering via de lumpsum en zetten we subsidies om in structurele financiering. Dit doen we met gerichte bekostiging en oormerking, om zo de kwaliteit te verhogen.
We gaan het lerarentekort tegen door het aantrekkelijker te maken om later in je carrière leraar te worden als zij-instromer, op basis van plannen uit de sector. We stimuleren contractuitbreiding, kortere opleidingsroutes, voeren een pilot met beperkte klassengrootte uit en beperken externe inhuur.
De ene leerling weet heel vroeg wat hij of zij wil, de ander heeft meer tijd nodig om de eigen talenten te ontdekken. Daarom zorgen we voor keuzevrijheid door een goede regionale mix aan brede brugklassen en onderwijs in één richting. We hervormen daarvoor de subsidie brede brugklassen om een voldoende dekkend aanbod te garanderen.
We hanteren hoge verwachtingen van iedereen. Van leerlingen en leraren tot schoolbestuurders en adviseurs. Wie invloed heeft op de klas, draagt verantwoordelijkheid. Daarom gaan schoolbestuurders verder met het door de sector ontwikkelde beroepsprofiel. Zo wordt accreditatie de norm. In aansluiting op het kwaliteitskader voor leermiddelen komt er een keurmerk voor lesmethoden op het gebied van basisvaardigheden, waaronder de taalrijke vakken. In overleg met de sector leggen we kwaliteitskaders vast voor onderwijsadviseurs. Deze voorwaarden gaan ook gelden voor zelfstandigen.
We stellen naast deze maatregelen een staatscommissie in die de crisis in de leerprestaties van onze leerlingen op taal, lezen, schrijven en rekenen onderzoekt en aanbevelingen doet voor lange termijnoplossingen.
Er komt één stevig fundament voor de lerarenopleiding. Leraren en wetenschappers stellen samen landelijk de kern van het curriculum vast, met meer aandacht voor basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen. Voor lerarenopleidingen gaat landelijk dezelfde toetsing gelden, zodat iedere startende leraar beschikt over dezelfde stevige basis. Om meer mannen voor de klas te krijgen, gaan we samen met de sector maatregelen nemen. We gaan in goed overleg met het onderwijsveld verder aan de slag met het wetstraject differentiatie PABO en de lessen uit de pilot, met als doel meer aanmeldingen te realiseren en met oog voor de inzetbaarheid van leraren.
We zetten in op passend onderwijs voor alle kinderen, met inclusief onderwijs waar dat mogelijk is en speciaal onderwijs voor wie dat nodig heeft. We gaan meer kijken naar wat kinderen nodig hebben om zich te ontwikkelen en we gaan flexibeler om met kinderen die dreigen uit te vallen. We stimuleren dat er in elke regio voldoende hoogbegaafdheidsonderwijs is.
De vrijheid van onderwijs, zoals verankerd in artikel 23, biedt ouders en leerlingen de mogelijkheid om een school te kiezen die past bij hun overtuiging. Deze vrijheid is een fundament in onze grondwet.
De vrijheid van onderwijs mag niet misbruikt worden om de kernwaarden van onze democratische rechtsstaat te ondermijnen. Persoonlijke vrijheid en de gelijkwaardigheid van alle mensen komen tot uitdrukking in de burgerschapsopdracht van het onderwijs.
De Wet meer ruimte voor nieuwe scholen zorgt voor onvoorziene problemen en wordt daarom zo snel mogelijk herzien
We zorgen via de Wet ‘vrij en veilig onderwijs’ dat elke school veilig is. Waar nodig kan en zal de inspectie optreden indien hier geen sprake van is. Daarnaast gaan we pesten tegen met effectief bewezen methoden. We zorgen voor een effectieve handhaving van deze uitgangspunten.
We gaan scholen beter ondersteunen bij de renovatie en verbetering van schoolgebouwen. We benutten daarvoor bestaande mogelijkheden en middelen, zoals het groeifondsproject, en onderzoeken publiek-private samenwerking naar Vlaams voorbeeld.
We versterken burgerschap en maatschappelijke weerbaarheid onder jongeren door de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) te behouden voor jongeren tussen twaalf en dertig jaar die niet deelnemen aan het militair dienjaar.
Beroepsonderwijs als ruggengraat van de regionale economie
Het mbo en hbo vormen het kloppend hart van onze regionale economieën. Daar leiden we de vakmensen op die Nederland draaiende houden. Daarom zorgen we voor de stabiliteit en waardering die het beroepsonderwijs verdient. Dit willen we doen:
We zorgen voor stabiele en voorspelbare financiering van mbo en hbo. Instellingen worden minder kwetsbaar en minder afhankelijk van fluctuaties in (internationale) studenteninstroom.
De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven wordt verder versterkt. Het Regionaal Investeringsfonds mbo wordt doorgezet en uitgebouwd, voor goede aansluiting op de arbeidsmarkt. Ook maken we samenwerking tussen pro, vmbo, mbo en het bedrijfsleven makkelijker door wet- en regelgeving te moderniseren en gelijk te trekken.
We zetten bevoegde leraren in voor taal-, reken- en burgerschapslessen in het mbo. We behouden daarvoor de subsidie praktijkleren en we stimuleren bedrijven die investeren in eigen, gespecialiseerde opleidingen. We maken de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) aantrekkelijker met betere begeleiding, meer instroommomenten en flexibeler wisselen tussen beroepsopleidende leerweg (BOL) en BBL. Ook leiden we meer BOL’ers op in de praktijk
We willen meer praktijkgericht onderzoek. We versterken samenwerking tussen mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten zodat kennis sneller wordt toegepast. We gaan door met het pact “Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst”.
Studeren in het mbo staat gelijk aan studeren in hbo of wo. Mbo-studenten krijgen gelijke toegang tot voorzieningen zoals huisvesting, sport en cultuur en tot mogelijkheden zoals een bestuursjaar bij een vereniging. Stagediscriminatie wordt actief bestreden.
Wetenschap en onderzoek als fundament voor vooruitgang
Nederlandse hogescholen, universiteiten en onderzoeksinstellingen zijn een cruciale schakel in innovatie-ecosystemen. Om internationaal toonaangevend te blijven investeren we gericht in wetenschappelijk onderzoek dat aansluit bij de grote uitdagingen van deze tijd, versterken we samenwerking en bieden we talent perspectief. Dit willen we doen:
Structurele investering in wetenschap en onderzoek. We investeren structureel in onderzoek en wetenschap en bewegen richting de Lissabon-doelstelling van 3% bbp aan publieke en private R&D-investeringen. Hierbij levert de overheid ook een grotere bijdrage door investeringen in wetenschap en innovatie.
Er komt een talentstrategie om ervoor te zorgen dat we het juiste talent gericht selecteren en voor Nederland behouden. Zo zorgen we voor genoeg vakmensen in de sectoren waar de uitdagingen het grootst zijn en halen we het wetenschappelijk toptalent in huis, dat nodig is voor baanbrekend onderzoek en innovaties.
Universiteiten en hogescholen krijgen gericht meer mogelijkheden om internationaal toptalent aan te trekken en eigen talent te behouden. We schrappen de toets anderstalig onderwijs voor nieuwe opleidingen en houden het huidige anderstalige aanbod in stand. Om grip te houden op de komst van internationale studenten maken we tegelijk bindende bestuurlijke afspraken met onderwijsinstellingen over capaciteit van anderstalige opleidingen en regionale draagkracht, waar nodig met een numerus fixus voor Engelstalige bachelors. Met de Wet internationalisering in balans leggen we naast deze afspraken onder andere een numerus fixus vast voor niet-EER studenten en de optie van een noodfixus bij onverwacht hoge aanmeldingen.
Hogescholen en universiteiten hebben internationaal talent nodig om bedrijfs- en kennisclusters in de regio te behouden, met name rond kennisecosystemen in de regio (zoals Brainport Eindhoven, Wageningen Foodvalley, Noviotechcampus in Nijmegen). Daar geven we ze ruimte voor.
We versterken campussen als motoren voor startups, scale-ups en samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven. Valorisatie krijg een prominentere plek, zodat kennis vaker naar de markt wordt gebracht in de vorm van nieuwe bedrijfjes.
Universiteiten gaan samenwerken aan de uitdagingen van de toekomst. We investeren in onderzoek en innovatie. Daarbij vragen we wel om meer samenwerking en specialisatie van universiteiten en minder concurrentie op studentenaantallen. Bij de periodieke her-accreditatie van hbo- en wo-opleidingen wordt steviger getoetst in hoeverre opleidingen aansluiten op de arbeidsmarkt.
Kennis moet veilig zijn. Onderzoeksfinanciering uit onvrije landen kan een risico vormen voor onze kennisveiligheid. Kennisinstellingen, veiligheidsdiensten en de overheid gaan daarom samenwerken om Nederlandse kennis veilig te houden. Er komt een screeningswet kennisveiligheid die mogelijk maakt dat we waar nodig onderzoekers en PhD-studenten van buiten de Europese Unie die met onze kennis werken kunnen screenen. We trekken daarbij gelijk op met het kennisintensieve bedrijfsleven en houden rekening met de internationale praktijk.
Een goede studietijd voor het talent van de toekomst.
Alle studenten verdienen een fijne studietijd die hen voorbereidt op een mooie toekomst. We stimuleren excellentie en moedigen studenten aan het maximale uit hun studietijd te halen. Ook van instellingen verwachten we dat ze kwaliteit leveren en studenten uitdagen om zich optimaal te ontwikkelen. Een groeiend aantal studenten wordt geconfronteerd met financiële onzekerheid en prestatiedruk, met als gevolg hoge uitval in het mbo en zorgen om mentaal welzijn. Zo dreigen we studenten te verliezen, terwijl de arbeidsmarkttekorten groot zijn. Daarom investeren we in de financiële zekerheid van studenten en hebben we aandacht voor mentaal welzijn. Dit willen we doen:
We versterken de financiële positie van studenten. De uitwonende beurs gaat omhoog, we maximeren de rente voor studenten op 2,5% en verbeteren de financiële positie van BBL-studenten.
Met de talentstrategie gaan we meer sturen op studiekeuze, met betere voorlichting over baankansen, betere aansluiting op de arbeidsmarkt en met het mbo als volwaardig eindstation.
We investeren in het mentaal welzijn en de weerbaarheid van studenten. Onderwijsinstellingen krijgen ruimte om goede ondersteuning te bieden en studentpsychologen in te zetten. Initiatieven van studenten en jongeren zelf worden actief gestimuleerd. We gaan de uitval in het mbo tegen.
Er komt een wettelijke stagevergoeding. We onderzoeken samen met de instellingen de mogelijkheid van een stagefonds voor tekortsectoren en maken afspraken voor baangaranties.
•Werkgevers krijgen de ruimte om werknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld door gebruik van de werkkostenregeling.

Media en cultuur

Zonder vrije pers en vrije kunsten geen vrije democratie. We staan pal voor onafhankelijke journalistiek, veiligheid van journalisten en artistieke vrijheid. Dit willen we doen:
Er komt een integraal mediabeleid, uitgaande van een pluriform media-aanbod en bestaande uit zowel commerciële spelers als de publieke omroep. In reactie op het dalende aantal lineaire tv-kijkers zet de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) vol in op digitalisering om jongere doelgroepen te bereiken, met meer aandacht voor samenwerking met commerciële partijen en coproducties. We zetten de hervormingen door naar een transparantere en efficiënte NPO als coördinator. De omroepen gaan samenwerken in vier omroephuizen met daarnaast één apart omroephuis voor NOS/NTR.
We vereenvoudigen de bestuurlijke inrichting door dubbelfuncties uit te sluiten en bestuurstermijnen te maximeren op tweemaal 4 jaar. Omroepverenigingen worden verankerd in de governance van omroephuizen, waarbij hun maatschappelijke verankering naast ledenaantallen voortaan mede wordt gewogen op (digitaal) bereik en publieke waarde. We versterken regionale en lokale omroepen door meer samenwerking met de NPO.
We blijven gericht investeren in de professionalisering van de publieke omroep, onafhankelijke en regionale journalistiek en persveiligheid.
Om het gelijke speelveld voor commerciële en publieke omroepen en media te beschermen, compenseren we de opgave die de NPO heeft voor extra reclame-inkomsten.
We herzien de financieringsstructuur in de culturele sector en geven makers en culturele instellingen langjarige zekerheid, met oog voor de regionale spreiding. We verminderen regeldruk in de culturele sector.
We koesteren onze cultuur, van orkesten en musea van wereldklasse tot een bruisende volkscultuur. Bij cultuurbeleid hebben we extra aandacht voor talentontwikkeling, muziekscholen en landelijke dekking van cultuurvoorzieningen.
We versterken bibliotheken in heel Nederland, waar mensen niet alleen terecht kunnen voor boeken, maar ook voor hulp bij laaggeletterdheid, digitale hulp en taallessen.
We zijn trots op onze talen en dialecten. Daarom ondersteunen we en stimuleren we de rijkstalen, regionale talen, streektalen en dialecten.
Emancipatie
Nederland heeft een trotse traditie van tolerantie en gelijkwaardigheid. We blijven werken aan de vrijheid van iedereen om zichtbaar zichzelf te zijn. Dit willen we doen:
We blijven werken aan de acceptatie, veiligheid en emancipatie van de LHBTQI+ gemeenschap, op straat, op school, op de werkvloer en overal in binnen- en buitenland. Het Regenboogakkoord is hiervoor de basis. We voeren dit akkoord zorgvuldig uit met (initiatief)wetgeving en beleid.
Mensen met een beperking zijn te vaak afhankelijk van de overheid. Door als overheid het goede voorbeeld te geven zorgen we voor een toegankelijke samenleving waarin iedereen zijn eigen talenten kan ontwikkelen en gelijkwaardig deel kan nemen aan de samenleving.
Met een Nationaal Actieplan Stop Geweld tegen Vrouwen zetten we specifiek in op de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag, femicide en vrouwenhaat.
We zetten de behandeling van een goede regeling voor draagmoederschap voort, met respect voor de aanbevelingen uit het WODC-rapport “Het gedragen kind” en de aandachtspunten uit het rapport van de commissie onderzoek interlandelijke adoptie.
De wet loontransparantie wordt ingevoerd, waarbij we onnodige administratieve lasten voor ondernemers voorkomen.
We hechten grote waarde aan onze kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid. Zij worden waar nodig betrokken bij nieuw beleid.
We bouwen voort op de Nationale Strategie Vrouwengezondheid die zich richt op zowel vrouwspecifieke als vrouwsensitieve gezondheid.
We blijven werken aan de gelijkwaardige positie van vrouwen in onze samenleving, onder andere door steun aan initiatieven als ‘Vrouwen naar de top’ en de inzet van vrouwelijke rolmodellen.

Een gezonde samenleving

Goede gezondheid en goede zorg zijn van onschatbare waarde.
Nederland heeft veel om trots op te zijn: toegankelijke zorg van hoge kwaliteit en zorgverleners die zich elke dag met liefde en deskundigheid inzetten voor anderen. Dat moeten we koesteren. Juist daarom is het tijd om vooruit te kijken en betere keuzes te maken voor de toekomst.
De zorg is van oudsher sterk gericht op medische behandeling. Die is van hoog niveau, maar gezondheid is meer dan genezen alleen. Mensen willen kunnen meedoen in het leven – ook met een ziekte of beperking. Kwaliteit van leven, mentale veerkracht en sociale ondersteuning verdienen daarom een centrale plek. Op dit moment is het echter zo dat de buurt waar je in opgroeit je gezondheidskansen bepaalt. Te veel mensen hebben geen huisarts of geen vaste huisarts, terwijl een vertrouwd gezicht zo belangrijk is. En het niet altijd makkelijk is de gezonde keuze te maken in een omgeving waar het aanbod en de omstandigheden vooral ongezond zijn.
Met een focus op preventie en welzijn en de inzet van nieuwe behandelmethoden en technologie helpen we mensen langer gezond te leven, te werken en zelfstandig te blijven. Die kansen moeten we beter benutten. Want een gezondere samenleving is niet alleen gelukkiger, maar ook sterker en productiever.
De vergrijzing zet onze zorg onder druk maar is ook een kans. Ouderen zijn steeds fitter, wonen langer zelfstandig en willen mee blijven doen in de samenleving. Met slimme technologie, passende woonvormen en sterke, zorgzame buurten ondersteunen we dat. Zo krijgen ouderen de zorg die ze nodig hebben en maken we het werk in de zorg aantrekkelijker.
Om dat te garanderen moeten we hervormen. Zonder ingrijpen stevent de zorg af op een zorginfarct. Door de stijgende zorgvraag, vergrijzing en personeelstekorten lopen zorgverleners tegen hun grenzen aan en krijgen steeds meer mensen de zorg die zij nodig hebben te laat of helemaal niet. Dat is onacceptabel. Door nu in te grijpen en keuzes te maken, blijven we goede zorg ook in de toekomst garanderen.
Op korte termijn nemen we maatregelen om de toegankelijkheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid van ons zorgstelsel te verbeteren. De staatscommissie zorg zal voor de langere termijn aanbevelingen doen over meer hervormingen voor een financieel houdbaar zorgstelsel als antwoord op de toekomstige vergrijzing en personeelskrapte.
Wij kiezen voor een gezamenlijke aanpak: samen met cliënten, patiënten, familie, mantelzorgers en vrijwilligers, zorgverleners en professionals in het sociaal domein bouwen we aan een samenleving waarin voorkomen van ziekte en eenzaamheid voorop staat, we mensen aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid en waarin we werken aan welzijn en er altijd goede zorg is voor wie dat nodig heeft. Dit stellen we voor:
Voorkomen is beter dan genezen
We bouwen aan de gezondste generatie ooit. Gezondheid begint niet in het ziekenhuis, maar in het dagelijks leven: thuis, op school, op het werk en in de buurt. Met een gezonde leefomgeving en een stevige sociale basis helpen we mensen om langer gezond te blijven. Dat vergroot de kwaliteit van leven en draagt bij aan een sterke en veerkrachtige samenleving. Daarmee verkleinen we de gezondheidsverschillen tussen mensen, verlichten we de zorg en maken we het mogelijk dat mensen langer aan het werk kunnen zijn ín de zorg en erbuiten. Dat vraagt om fundamentele verschuivingen: van zorg naar gezondheid, van behandelen naar voorkomen, en van individuele oplossingen naar een sterke sociale basis. Hiervoor kijken we naar oplossingen binnen de zorg, maar ook daarbuiten: denk aan het oplossen van schuldenproblematiek en het werken aan een gezonde leefomgeving. Dit willen we doen:
Om te komen tot de gezondste generatie investeren we in preventie en welzijn. We zorgen dat preventie weer gaat lonen. We focussen op de gezondheid van kinderen en op het stimuleren van bewegen in het dagelijks leven en sport voor mensen met en zonder beperking. We maken ongezonde keuzes onaantrekkelijker en een deel van de opbrengst van deze maatregelen zetten we in om de gezondheid juist te verbeteren. Kinderen in het primair en voortgezet onderwijs krijgen gratis schoolfruit. We scherpen de wet die kindermarketing reguleert aan. We zorgen dat gezonde keuzes via een wijkgerichte aanpak ook kwetsbare groepen bereiken. We bouwen aan zorgzame wijken en buurten door te investeren in de sociale cohesie. We investeren in renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties, bijvoorbeeld door het budget voor de BOSA te verhogen en zorgen voor meer buitenspeelplekken. We investeren in het Actieprogramma Kansrijke Start voor gezinnen in een kwetsbare situatie, zodat gezinnen die het moeilijk hebben betere zorg en ondersteuning krijgen. Tevens gaan we door met initiatieven rondom de rookvrije generatie en wordt de minimale leeftijd voor de aanschaf van nicotine houdende producten 21 jaar. Daarnaast wordt het in voorraad houden van illegale vapes strafbaar en wordt er meer ingezet op handhaving.
Een zorgzame samenleving kan niet zonder de onbetaalbare inzet van vrijwilligers en mantelzorgers. We ondersteunen mantelzorgers door het blijven bieden van respijtzorg.
We verlengen de zorgakkoorden met afspraken over volumegroei en versterken deze met wet- en regelgeving.
Geneeskundige zorg
De ziekenhuiszorg in Nederland is van hoge kwaliteit. Om die te behouden, moeten we de zorg meer richten op de patiënt. Maar het loont nu voor ziekenhuizen om zoveel mogelijk behandelingen of operaties te doen, ongeacht de meerwaarde voor de patiënt. Zorg moet de gezondheid en de kwaliteit van leven van de patiënt ten goede komen.
Dit willen we doen:
We maken passende zorg de norm, ook in de aanspraak, implementeren die sneller en vergoeden alleen nog zorg die bewezen meerwaarde heeft voor de patiënt. Er worden via wet- en regelgeving strengere eisen gesteld aan de voorwaarden, kwaliteit en totstandkoming van beroepsrichtlijnen. Het Zorginstituut krijgt hierbij een stevigere rol.
Prikkels die aanzetten tot overbehandeling worden verminderd, terwijl bewezen effectieve zorg leidend wordt in pakket, organisatie en bekostiging. Er blijft ruimte voor nieuwe medische 
Zorgverzekeraars krijgen ruimte én verantwoordelijkheid om hierop te sturen, met betere samenwerking tussen eerste en tweede lijn. De overheid krijgt daarbij een meer sturende rol op het zorglandschap van de toekomst, met meer regie op spreiding en concentratie en indien nodig strengere eisen aan vergunningverlening. Ook werken we aan een gelijker speelveld tussen ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra.
Bij het streven naar passende zorg, hoort ook het afschaffen van de vergoeding van niet-gecontracteerde zorg, met een overgangsperiode en oog voor behoud van personeel. Zorgverzekeraars moeten zorg uit het basispakket voldoende contracteren, een restitutiepolis aanbieden (voor o.a. zorg in het buitenland) en samenwerking afdwingen om op deze manier passende zorg de norm te maken.
Om verhoging van de zorgpremies te voorkomen handhaven en indexeren we het huidige eigen risico en verhogen we het eigenrisico met €60 per 2027. We zorgen dat je nooit in een keer het hele eigen risico kwijt bent maar maximaal 150 euro per behandeling.
Bij alle hervormingen om de zorg voor iedereen toegankelijk te houden hebben we extra oog voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Zowel financieel als in de dagelijkse praktijk. We komen deze groep tegemoet in hun zorgkosten via de gemeente en we stoppen het doorgeslagen indicatiecircus: niemand hoeft zijn chronische ziekte of beperking meer periodiek aan te tonen. We investeren hiervoor ook in het gemeentefonds en maken landelijke bindende afspraken zodat regelingen eenvoudiger, effectiever en gelijker worden tussen gemeenten.
Bij deze beweging hoort ook het verder versterken van de eerstelijnszorg en de toegankelijkheid van de huisartsenzorg. We willen het tekort aan huisartsen, met name in een aantal regio’s terugdringen en we gaan samen met gemeenten door met initiatieven om huisartsen te helpen bij het vinden van passende huisvesting.
We blijven vol inzetten op het bestrijden van geneesmiddelentekorten. Daarvoor zetten we onder andere in op meer Europese productie, het terugdringen van overmedicatie en het tegengaan van verspilling.
Passende zorg is ook inclusieve zorg. We zorgen dat bewezen effectieve zorg mensen ook echt bereikt wanneer zij die nodig hebben, ongeacht hun achtergrond. Voor vrouwsensitieve en -specifieke zorg wordt gewerkt aan een inhaalslag in behandelingen en geneesmiddelen.
Langdurige zorg en zorg voor mensen met een beperking
Dé oudere en dé persoon met een beperking bestaat niet, maar iedereen vindt het fijn om in de eigen vertrouwde omgeving de zorg te krijgen die nodig is. Van iemand uit je buurt, een familielid of een professionele zorgverlener. Mantelzorgers zijn onmisbaar in een samenleving waarin we naar elkaar omkijken en voor de continuïteit en kwaliteit van zorg, omdat zij dagelijks ondersteuning bieden die professionele zorg aanvult en ontlast. Door mantelzorgers te erkennen en te ondersteunen, versterken we niet alleen hun welzijn, maar ook dat van de patiënt.
Daarom willen we investeren in zorgzame buurten en het zo goed mogelijk inzetten van personeel en middelen. Kwaliteit van leven en waardig ouder worden staat daarbij voorop. Dit willen we doen:
Verschuiving van intramurale zorg naar investeren in zorgzame buurten en gemeenschapsontwikkeling waardoor ouderen en mensen met een beperking langer thuis kunnen wonen met passende ondersteuning. We gaan verder met het scheiden van wonen en zorg in de ouderenzorg, waarbij we toewerken naar één Pakket Thuis en koppelen de woon, verblijfs- en zorgcomponent los. Dit gaat gepaard met nieuwe woonvormen en zorgzame buurten waar ontmoeting, de aanpak van eenzaamheid en zorg voor elkaar centraal staat.
Om de zorg en het leven van mensen met een beperking te verbeteren voeren we het VN-verdrag Handicap uit.
We verbeteren de doelmatigheid in de Wlz door passende zorg, kwaliteitsnormen, en bijbehorende tarieven.
Jeugdzorg
Kinderen moeten in Nederland gezond, gelukkig en met een goede dosis weerbaarheid kunnen opgroeien. Ouders of opvoeders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen en doen dit binnen de pedagogische civil society. Nu is het zo dat 1 op de 7 kinderen jeugdzorg krijgt. Het stelsel is sterk geïnstitutionaliseerd en leunt te veel op het leveren van – voor aanbieders financieel aantrekkelijke – lichte zorg, waardoor zorg voor kinderen met complexe zorgvragen niet altijd tijdig beschikbaar is. Tegelijk is de jeugdzorg sterk versnipperd, met veel inkopers en aanbieders en te weinig continuïteit voor kinderen en gezinnen. Daardoor is te vaak het systeem leidend en niet wat het kind en het gezin nodig hebben. Dit willen we doen:
Er wordt veel jeugdzorg geboden bij problemen die eigenlijk geen zorgproblemen zijn. Denk aan kinderen die het thuis lastig hebben vanwege problemen van hun ouders: een scheiding of schulden. Deze problemen leggen we waar ze thuishoren, bijvoorbeeld in het sociaal domein.
We passen de reikwijdte van de aanspraken in de jeugdzorg aan. We maken een scherp onderscheid tussen preventie, lichte (opvoed)ondersteuning en specialistische zorg. Lichte (opvoed)ondersteuning wordt niet meer gefinancierd of collectief georganiseerd. Passende zorg is de norm en waar mogelijk vergoeden we alleen bewezen effectieve jeugdzorg.
Niet het systeem, maar het perspectief van kinderen en gezinnen staat centraal en is leidend bij besluitvorming. Hervormen van de organisatie en financiering van de jeugdzorg, zodat er zo min mogelijk schakels zijn en er capaciteit in menskracht en budget komt voor complexe zorg. Prikkels die lichte zorg bevoordelen worden afgebouwd en er vindt meer sturing plaats op uitkomsten.
In het belang van het kind zetten we de hervorming van de jeugdbescherming door.
Geestelijke gezondheidszorg
Mentale problemen horen bij het leven en vragen om steun van familie, vrienden, op school, op het werk of in de wijk. Niet alles hoeft meteen zorg te zijn. Voor wie gespecialiseerde zorg nodig heeft, moet die er ook echt zijn. Niemand wil vastlopen met psychische klachten en maanden moeten wachten op passende hulp. Dat vraagt om meer samenhang en samenwerking, zodat mensen niet verdwalen tussen verschillende wetten, regelingen en loketten. Dit willen we doen:
We zetten in op preventie van mentale problemen van jongeren en volwassenen. We willen vroege interventie en voorkomen dat problemen te zwaar worden. We investeren in programma’s op school, het werk en in de wijk om mentale veerkracht te versterken. Hervormen van de financiering en organisatie van de GGZ, zodat er capaciteit in menskracht en budget komt voor complexe zorg. Prikkels die lichte zorg bevoordelen worden afgebouwd er vindt meer sturing plaats op uitkomsten.
Meer centrale regie over de verschillende wetten zodat mensen niet tussen wal en schip vallen als ze van de ene naar de andere wet overgaan, bijvoorbeeld als ze volwassen worden. Om beter te kunnen prioriteren, blijven we inzetten op het verkrijgen van inzicht in de zorgvraag.
We willen dat vaker bemoeizorg wordt aangeboden bij mensen die zorg mijden of onbegrepen gedrag vertonen, ook om de politie te ontlasten.
Om bovenstaande hervormingen te realiseren, maken we werk van ‘Werken in de zorg’, ‘Goede gegevensuitwisseling en slimme inzet van technologie’ en ‘Geld voor zorg naar zorg’:
Werken in de zorg
Mensen die in de zorg werken zijn de ruggengraat van ons zorgstelsel. Daarom vraagt de arbeidsmarktkrapte om andere keuzes in opleiden, inzet en behoud van zorgprofessionals. Dit willen we doen:
We benutten het potentieel van mensen die al in de zorg werken beter. Door slimmer organiseren, minder administratieve lasten en meer ruimte voor innovatie en professionele autonomie wordt het voor zorgverleners aantrekkelijker om meer uren te werken en tijd te hebben voor dat waar ze goed in zijn: de beste zorg geven aan wie dat nodig heeft.
Professionals moeten worden opgeleid voor het leveren van zorg waar ze het hardste nodig zijn. In opleidingen komt meer aandacht voor werken buiten het ziekenhuis. Ook maken we ruimte voor opleiden in de eerstelijnszorg, de wijkverpleging, de ouderenzorg en het sociaal domein en maken het overstappen van werk in het ene zorgdomein naar het andere makkelijker.
Agressie en intimidatie richting zorgverleners zijn onacceptabel. We pakken incidenten stevig aan.
Goede gegevensuitwisseling en slimme inzet van technologie
Om zorgverleners effectiever in te zetten en te ontzien van administratieve lasten benutten we nieuwe technologieën en digitale consulten omdat die bijdragen aan betere diagnostiek, slimmere zorg zodat professionals meer tijd hebben voor cliënten, patiënten en gezinnen.
We zorgen voor een landelijk dekkende infrastructuur voor gegevensuitwisseling, zodat samenwerking tussen zorgverleners – en waar passend met het sociaal domein – wordt ondersteund en hoogwaardig onderzoek ten behoeve van patiëntenzorg mogelijk wordt.
Geld voor zorg naar zorg
We pakken zorgfraude hard aan en zorgen voor duidelijke en aangescherpte normen voor verantwoord ondernemerschap in de zorg, waaronder het inperken van de uitwassen van private equity. Zo zorgen we ervoor dat elke zorgeuro goed terecht komt en de toegankelijkheid, kwaliteit en het belang van patiënten altijd voorop staan. Dit willen we doen:
We zorgen ervoor dat het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) meer gegevens kan uitwisselen met relevante partners, zodat zorgfraude sneller kan worden opgespoord.
Zorgfraudeurs worden vaker strafrechtelijk vervolgd en mogen niet meer in de zorg werken.
Toezichthouders krijgen meer bevoegdheden, bijvoorbeeld om overnames tijdelijk stil te leggen of op te treden tegen schimmige constructies. Bij de Kamer van Koophandel worden hogere eisen gesteld aan het starten van een zorgbedrijf.
Er wordt een Taskforce zorgfraude opgericht bij de politie.
Medische ethiek
De medische wetenschap dient ruimte te hebben om onderzoek te verrichten en de resultaten toe te passen. De ruimte voor de medische wetenschap is echter niet ongelimiteerd en wordt beheerst door wet- en regelgeving die ook een ethische dimensie heeft. Hieruit volgt dat bij politieke besluitvorming met betrekking tot medisch-ethische dilemma’s zorgvuldigheid boven snelheid gaat. Hierbij spelen meerdere waarden een rol, zoals autonomie, de beschermwaardigheid van het leven en de medisch wetenschappelijke vooruitgang. Zij vergen een zorgvuldig en respectvol debat, waarbij gebruik gemaakt wordt van maatschappelijke dialoog, adviezen van de Gezondheidsraad, ethische reflecties en (wets)evaluaties.
We komen met een kabinetsreactie op het advies van de Gezondheidsraad over de veertiendagengrens in de Embryowet, waarbij het kabinet conform het advies van het Rathenau Instituut zal inzetten op het voeren van een maatschappelijke dialoog over dit onderwerp.

Nederland koploper in een digitale wereld

Digitalisering en AI zijn belangrijk voor innovatie, economische groei, de krappe arbeidsmarkt en toekomstige welvaart, maar raken ook direct aan onze veiligheid, vrijheid en democratische rechtsstaat. Nederland kan hierin uitblinken door koploper te worden in verantwoorde innovatie met sterke ecosystemen van kennis, investeringen en ondernemerschap. Daarom moeten we investeren in een sterke en onafhankelijke Nederlandse en Europese-Techsector. Dat is niet alleen economisch verstandig, maar ook essentieel voor onze democratie en nationale veiligheid.
Er is behoefte aan meer grip en democratische sturing. Nederland en Europa zijn voor cruciale digitale infrastructuur sterk afhankelijk geworden van een klein aantal buitenlandse spelers. Dat maakt ons kwetsbaar in een wereld waarin technologie steeds vaker als geopolitiek machtsmiddel wordt ingezet. Die kwetsbaarheid is reëel: Nederland wordt dagelijks digitaal aangevallen door statelijke en niet-statelijke actoren. Ook daarom moet Nederland koploper worden in verantwoorde digitale innovatie en sterke Nederlandse en Europese capaciteiten ontwikkelen. Dit vraagt om een overheid die regie neemt , die kiest voor technologie, kennis en talent, die en de digitale weerbaarheid structureel versterkt om strategische afhankelijkheden doelgericht af te bouwen.
Digitale overheid en samenleving
De overheid moet digitaal betrouwbaar, toegankelijk, efficiënt, en weerbaar zijn. Nog altijd worden de kansen van digitalisering voor een efficiëntere overheid onvoldoende benut. Dat gaan we anders doen. Dit willen we doen:
Digitale autonomie moet het uitgangspunt zijn voor de overheid. We kiezen voor een Europese digitale infrastructuur, bouwen strategische afhankelijkheden in cloud, data en cruciale systemen doelgericht af, en we splitsen grote projecten op zodat meer Nederlandse en Europese mkb’ers kunnen meedoen.
Digitale inkoop en aanbestedingen worden gestandaardiseerd en gecentraliseerd, gestuurd op security-by-design, zero-trust, soevereiniteit, open source en ketenveiligheid. De overheid benut haar marktmacht om veilige standaarden af te dwingen en stelt rijksbrede minimumeisen op voor security.
Om voor financiering in aanmerking te komen moeten IT-projecten van de overheid (> €5 mln.) aan centrale IT-standaarden worden getoetst.
We versterken de technische capaciteit van de overheid door een concurrerend salarispad voor IT-specialisten in te voeren en ambtenaren te scholen in technologie en het gebruik van AI.
Overheidsdiensten worden toegankelijk en begrijpelijk ontworpen voor iedereen, inclusief mensen met een beperking. We zorgen voor voldoende telefonische en fysieke loketten.
Digitale techniek als drijfveer voor onze economische groei
Digitale infrastructuur en sleuteltechnologieën bepalen het verdienvermogen van morgen. Nederland heeft een sterke uitgangspositie, maar Europa verliest terrein in de mondiale concurrentie, waardoor afhankelijkheden van de VS en China toenemen. Gerichte keuzes in opschaling, innovatie en randvoorwaarden zijn nodig om economische groei en onze strategische positie veilig te stellen. Dit willen we doen:
We werken aan een nationale aanpak voor digitale infrastructuur, gericht op kennis, onderzoek en innovatie, om nieuwe technologieën sneller van de grond te krijgen.
Nederland wordt koploper in digitale innovatie en sleuteltechnologieën. We zijn niet langer alleen een ‘pilotland’ maar worden ook een ‘opschaalland’ als het gaat om de ontwikkeling van sleuteltechnologieën zoals AI.
We stimuleren de bouw van een AI-fabriek in Noord-Nederland en van Europees-autonome datacentra. We bouwen aan een digitaal weerbare samenleving aan de hand van een ecosysteemaanpak, waarin we samen met het onderwijs, het bedrijfsleven en de overheid een stap vooruit zetten zodat iedereen volop de kansen van kunstmatige intelligentie kan benutten.
We scholen jonge mensen van kind tot student in cybersecurity- en digitale vaardigheden en versterken publiek-private scholingstrajecten.
Publiek-private investeringen richten zich op toepassingen met economische en veiligheidswaarde (AI, cybersecurity, halfgeleiders, quantum en fotonica), met een focus op schaalbaarheid, productiviteit en adoptie in vitale sectoren. We versterken onze positie in de halfgeleiderindustrie en zetten in op de bouw van een quantumcomputer in Nederland.
We houden Nederland aantrekkelijk voor innovatieve bedrijven door procedures voor digitale infrastructuur te versnellen, zonder de veiligheid en leefomgeving te verwaarlozen.
Digitale weerbaarheid
Cyberaanvallen, digitale spionage en desinformatie vormen directe bedreigingen voor onze economie, democratie en nationale veiligheid. De dreiging komt vanuit statelijke actoren, van cybercriminelen en van grootschalige beïnvloedingscampagnes en wordt door AI sneller, slimmer en schaalbaarder. Daarom moeten vitale sectoren en de (semi-)overheid aantoonbaar cyberweerbaar zijn, zodat we maatschappelijke ontwrichting kunnen voorkomen. Dit willen we doen:
We zorgen voor een snelle implementatie van de NIS2-richtlijn gericht op digitale weerbaarheid, zodat onze vitale sectoren zijn voorbereid op cyberdreigingen en daar snel op kunnen acteren.
Conform het advies van de Cyber Security Raad zorgen we voor centrale regie op cybersecurity om te voorkomen dat versnippering leidt tot kwetsbaarheid.
We kiezen voor een actieve voorbereiding op grootschalige digitale aanvallen, door te oefenen met overheid, mkb en vitale sectoren, door ethische hackers te stimuleren en door snelle en gerichte uitwisseling van dreigingsinformatie tussen overheid en bedrijfsleven.
Met de cyberbeveiligingswet versterken we de weerbaarheid van bedrijven tegen digitale dreigingen en verstevigen we de wettelijke grondslag waarmee inlichtingendiensten structureel informatie kunnen delen met private bedrijven.
We werken aan inzicht in en afbouw van strategische technologieafhankelijkheden, met nationale stresstests op risico’s voor het landsbelang en met een strategie voor ontvlechting, inclusief Europese alternatieven, aanbestedingsrichtlijnen en gedeelde best practices. Om onze nationale veiligheid te beschermen, blijven we digitale apparatuur in vitale sectoren uit risicolanden weren.
Toezichthouders krijgen voldoende ruimte om talent aan te trekken en te innoveren, zodat wetgeving ook effectief wordt gehandhaafd.
Veilig en gezond online
Het internet moet een veilige en gezonde omgeving zijn, zeker voor kinderen en jongeren. In de huidige online wereld zorgen verslavende algoritmes, schadelijke content en gebrekkige moderatie voor risico’s als verslaving, intimidatie, misbruik en fraude. Ook om onze democratie te beschermen, stellen we duidelijke grenzen en versterken we het toezicht. Dit willen we doen:
Een handhaafbare Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media met privacyvriendelijke leeftijdsverificatie voor jongeren, zolang sociale media onvoldoende veilig zijn. Er komt strenger toezicht op grote online platforms, met verplichtingen tot transparantie over algoritmes en inkomsten, en met effectieve moderatie van illegale content. Verslavende, polariserende en antidemocratische algoritmes worden verboden en strafbare content moet binnen een uur na bevel van de toezichthouder worden verwijderd. We trekken hierin samen op met andere koplopers in Europa.
We dringen ongezonde schermtijd bij kinderen en jongeren terug, via betere voorlichting, heldere gezondheidsrichtlijnen en ondersteuning van lokale ouderinitiatieven. Ouders krijgen een Kijkwijzeradvies voor online kanalen.
We gaan kwetsbare groepen beter beschermen, met strengere regels voor kidfluencing, finfluencing, kindgerichte marketing, strengere regulering op in-game aankopen en buy now pay later. We pakken online misbruik aan.
We scherpen de mobieltjesrichtlijn voor scholen aan. Telefoons gaan de gehele schooldag ‘thuis of in de kluis’, met de mogelijkheid voor noodzakelijke uitzonderingen.
We pakken (seksuele) deepfakes aan, door wetgeving te actualiseren, zodat mensen meer zeggenschap krijgen over hun portret, lichaam en stem. We zorgen voor een centraal en laagdrempelig meldpunt waar slachtoffers beter geholpen worden, bijvoorbeeld met verwijderverzoeken en aangiftes.
Wat offline strafbaar is, accepteren we online ook niet. Content die misdrijven toont, wordt online niet getolereerd, behalve in journalistieke verslaglegging. We onderzoeken of we deze content kunnen verbieden en verwijderen.
We versterken de aanpak van online fraude, intensiveren publiek-private samenwerking, en werken aan betere preventie en ondersteuning van slachtoffers bij schadeafhandeling.

Investeren in bereikbaarheid, zorg voor water en milieu

Infrastructuur en bereikbaarheid
Goede infrastructuur is de basis voor economisch succes en zorgt ervoor dat iedereen zijn of haar werk, familie of nieuwe woonwijk kan bereiken over de weg, het spoor of het water. Er is een nieuwe prioritering nodig in alle opgaven die er op dit moment zijn, van onderhoud tot nieuwe wegen en spoorlijnen. Dit willen we doen:
Veel bruggen, tunnels, spoorwegen en sluizen naderen het einde van hun levensduur. Om heel Nederland veilig, bereikbaar en economisch sterk te houden zal de onderhoudsopgave de komende jaren voorrang krijgen in het toebedelen van beschikbare middelen. Daarbij benutten we de strategische kansen van dual-use met defensie, en wordt onderhoud waar mogelijk gekoppeld aan verbeteringen in verkeersveiligheid, regionale bereikbaarheid en doorstroming.
We investeren in de aanleg van nieuwe infrastructuur, die noodzakelijk is voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw. Bij de prioritering van nieuwe aanlegprojecten wordt gekozen voor projecten die aantoonbaar bijdragen aan woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling.
Aanvullend maken we extra middelen vrij voor een aantal prioritaire projecten. Daarnaast brengen we de 17 gepauzeerde weg-, vaar- en spoorprojecten weer op gang. Ook die zijn cruciaal voor aanpak van de woningbouwopgave en regionale bereikbaarheid.
We zorgen ervoor dat infrastructuurinvesteringen bijdragen aan woningbouw en economische ontwikkeling in alle regio’s. Op deze manier werken we aan verbeterde verkeersveiligheid, bereikbaarheid van woningen en doorstroming op onze wegen.
De voorgenomen verbreding van de A27 bij Utrecht Lunetten lossen we met de regio op binnen de bestaande snelwegbak, bij voorkeur binnen het bestaande Tracébesluit. Het vrijkomende budget investeren we deels in doorstroming van het verkeer in de regio Utrecht en voor ruim 1 miljard in andere grote (prioritaire) verkeersprojecten.
Als we niks doen, dreigt autorijden voor een grote groep Nederlanders steeds duurder te worden. We verlengen daarom de verlaging van de brandstofaccijns (benzine). Daarnaast onderzoeken we een toekomstbestendige hervorming van de autobelasting naar oppervlakte of omvang binnen de mrb, waarbij de voorwaarde is dat automobilisten er niet op achteruit mogen gaan. Ook moet daarbij rekening worden gehouden met eventuele effecten voor burgers en bedrijven in plattelandsregio’s.
De fiets is een praktisch én gezond vervoersmiddel. Daarom voeren we het Nationaal Toekomstbeeld Fiets uit en zorgen dat OV-knooppunten op de fiets bereikbaar zijn.
Verkeersveiligheid
We maken Nederland verkeersveiliger voor de voetganger, de fietser en de automobilist. Het dikke-ik gedrag in het verkeer pakken we aan door strenger te handhaven en in te zetten op gedragsverandering. Dit willen we doen:
Er komt een aparte voertuigcategorie voor fatbikes, waarmee we een minimumleeftijd en helmplicht en krijgen gemeenten de mogelijkheid fatbike-vrije zones in te voeren.
We voeren een zero-tolerancebeleid voor alcohol- en drugsgebruik in het verkeer. We gaan strenger handhaven, zwaarder straffen, voeren het alcoholslot in en scherpen het puntenrijbewijs aan. Zodra er nieuwe gevalideerde drugstesten zijn passen we die zo snel mogelijk toe bij verkeerscontroles.
We versterken de verkeersveiligheid door samen met gemeenten te werken aan gerichte uitbreiding van flitspalen op verkeersonveilige plekken en door de inzet van mobiele snelheidscamera’s. Samen met de gemeenten wordt bezien waar binnen de bebouwde kom de maximumsnelheid zinvol verlaagd kan worden naar 30 km/uur.

Spoor en openbaar vervoer
Voor veel mensen is openbaar vervoer onmisbaar, daarom werken we aan een spoor- en openbaar vervoersnetwerk waarin bereikbaarheid van voorzieningen centraal staat. We zorgen dat het openbaar vervoer een serieus alternatief blijft voor de auto. Dit willen we doen:
De Nationale Spoorwegen hebben tot en met 2033 de concessie op het hoofdrailnet. In de concessie zijn harde afspraken gemaakt over een groot aantal punten, die voor de reizigers moeten leiden tot kwalitatief goed treinverkeer. Indien nodig sturen we hierop bij. Zo zetten we in op een bodemwaarde per traject voor zitplaatskans, punctualiteit en algemeen klantoordeel.
Voor de periode na 2033 zal het kabinet uiterlijk begin 2027 een besluit nemen over de Toekomstige Marktordening Spoor. Onderdeel van dit besluit is het antwoord op de vraag of en op welke wijze er een marktanalyse zal worden uitgevoerd.
We geven ruimte aan innovatieve nieuwe aanbieders op het spoor, specifiek voor nachttreinen en internationale spoorverbindingen. Aan de randen van het hoofdrailnet bieden we bovendien ruimte aan regionale vervoerders, zeker als zij stations kunnen aandoen met een minimumfrequentie van twee keer per uur. Hierbij staat het belang van en zekerheid voor de reiziger voorop.
We stellen OV-boa’s in staat om overlastgevers effectief aan te pakken. Hiervoor krijgen ze toegang tot het vreemdelingenregister en, onder voorwaarden, tot de strafrechtketendatabank. Vertrekpunt is dat iedere conducteur die dat wil, OV-boa kan worden. Ook worden de Rotterdamse RET-pilots landelijk uitgerold, waarin vervoerders en de politie veel intensiever gaan samenwerken.
Zwartrijden wordt harder aangepakt door het verhogen van boetes en het versterken van handhaving en daadwerkelijke inning. Zo beschermen we de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van het OV.
Luchtvaart
Luchtvaart en de hubfunctie van Schiphol zijn van belang voor de Nederlandse economie. Tegelijkertijd zorgt luchtvaart voor belasting van het milieu, het klimaat en de leefbaarheid van de omgeving. We brengen balans aan door ruimte voor de luchtvaart af te bakenen. Dit willen we doen:
⁠Lelystad Airport wordt in gebruik genomen als luchtmachtbasis voor Defensie en voor civiel medegebruik. Daardoor kan Lelystad Airport tevens open voor groothandelsverkeer, met initieel 10.000 vliegbewegingen. Voorwaarde hierbij is dat Lelystad Airport aan alle wettelijke vereisten voldoet, waaronder het beschikken over een natuurvergunning.
⁠Voor Schiphol wordt een omvang van 478.000 vliegbewegingen vastgelegd in het luchthavenverkeersbesluit. Om geluidsoverlast voor de omgeving terug te dringen komt er een nieuwe Balanced Approach procedure waarin we vastleggen dat Schiphol in 2030 tussen 23.00 en 7.00 uur 50% stiller wordt, ten opzichte van 2024. Daar wordt een nachtsluiting tussen 00.00u – 05.00u in meegenomen. Schiphol investeert 50 miljoen in een omgevingsfonds om woningen te isoleren. De totale CO2 uitstoot van de burgerluchtvaart op Schiphol en Lelystad Airport moet in 2030 lager zijn dan in 2024 op Schiphol.
We zetten in op een Europese vliegtaks die voor alle EU-landen gelijk is, in plaats van de nationale tickettaks. Zo kan in een gelijk speelveld de inzet van schonere vliegtuigtypes worden beloond en verduurzaming bevorderd. Nederland zet samen met de sector in op het uitbreiden van bijmenging van duurzame vliegtuigbrandstof en het stimuleren van de productie van Sustainable Aviation Fuels in Nederland.

Water en milieu
We kiezen voor ambitieus toekomstgericht beleid op het gebied van milieu en water. Het Schone Lucht Akkoord dient daarbij als uitgangspunt. De waterkwaliteit wordt structureel verbeterd. Dit willen we doen:
Bij de herziening van de Kaderrichtlijn Water zet Nederland in op simplificatie, met als doel een ambitieuze en realistische richtlijn, zodat er ruimte is om samen met relevante waterpartners te werken aan concrete plannen voor verbetering van ons water. Zo verkleinen we de risico’s van watervervuiling.
We zorgen ervoor dat schoon drinkwater beschikbaar blijft, nu en in de toekomst. Dat doen we door uitvoering te geven aan het Actieprogramma beschikbaarheid drinkwaterbronnen.
We blijven werken aan waterveiligheid, de uitvoering van het Deltaprogramma en de herijking van de Deltabeslissingen.
Op het gebied van ruimtelijke ordening maken we keuzes gericht op de lange termijn. In de Nota Ruimte is ‘water en bodem sturend’ een richtinggevend principe.
PFAS kent grote risico’s voor onze gezondheid en leefomgeving. Nederland wordt kartrekker voor een Europees verbod op PFAS. Ondertussen wordt samen met betrokken partijen gekeken naar manieren om de vraag naar PFAS-houdende producten bij consumenten terug te dringen en hen te helpen kiezen voor alternatieven zonder PFAS. We bezien of en hoe op korte termijn een lozingsverbod mogelijk is.
Milieuvervuiling door zeer zorgwekkende stoffen wordt tegengegaan door bestaande lozingsvergunningen kritisch te toetsen en waar nodig aan te scherpen. Nieuwe lozingsvergunningen worden alleen afgegeven onder strikte voorwaarden en op basis van de best beschikbare technieken.

Gezonde overheidsfinanciën

Gezonde overheidsfinanciën zijn belangrijk voor macro-economische stabiliteit en zorgen voor een goed investeringsklimaat. Door prudent begrotingsbeleid is de kredietwaardigheid van Nederland hoog. Hierdoor betaalt Nederland een lage rente op leningen en ontstaat ruimte om te investeren. Dit draagt bij aan economische groei, wat nodig is om onze voorzieningen te kunnen betalen. We vinden het daarom belangrijk dat de overheidsfinanciën op orde blijven en dat er geen rekeningen worden doorgeschoven naar de toekomst. Houdbare overheidsfinanciën zijn immers een belangrijke randvoorwaarde voor de brede welvaart van toekomstige generaties. Het is ook een belangrijke verzekering tegen onvoorziene situaties als een pandemie of crises, zodat mensen en bedrijven in tijden van nood kunnen worden beschermd. We stellen daarom maatregelen voor om de houdbaarheid van de begroting te verbeteren. We doen dat door het beheersen van de zorguitgaven en de uitgaven aan sociale zekerheid en we nemen maatregelen voor een efficiëntere en slagvaardige overheid. We willen het verdienvermogen versterken met gerichte investeringen om knelpunten weg te nemen die duurzame economische groei beperken. Samen met voldoende ruimte voor de marktsector stimuleren deze gerichte investeringen een lagere regeldruk en versterking van de Europese kapitaalunie, gericht op een hogere structurele en duurzame economische groei. Met duurzame economische groei verbeteren ook de overheidsfinanciën.
Begrotingsregels
De begrotingsregels worden gevolgd zoals voorgesteld door de 18e Studiegroep Begrotingsruimte en vastgelegd in de Wet houdbare overheidsfinanciën. Dat betekent dat een trendmatig begrotingsbeleid wordt gevoerd met onder andere een scheiding van inkomsten en uitgaven, een vooraf vastgesteld uitgaven- en inkomstenkader en één hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar. Tegenvallers worden conform de regels voor budgetdiscipline in eerste instantie opgevangen binnen de eigen begroting. Meevallers kunnen voor tegenvallers worden ingezet of vloeien terug naar de algemene middelen. Als tegenvallers niet worden opgevangen binnen het uitgavenkader, kunnen geplande uitgaven niet doorgaan of moet aanvullend worden omgebogen. In het uiterste geval kan loon- en prijsbijstelling worden ingehouden om te voorkomen dat het uitgavenkader wordt overschreden. Aan de inkomstenkant van de begroting worden tegenvallers eveneens gedekt. Voor intensiveringen aan zowel de uitgaven- als inkomstenkant moet worden geëxtensiveerd. Conform het advies van de studiegroep begrotingsruimte wordt het uitgavenkader gecorrigeerd voor de conjunctuurgevoelige uitgaven aan WW en bijstand die niet het gevolg zijn van beleid.
Indien in het financiënbeeld per saldo meevallers structureel van aard zijn en het EMU-saldo zich meerjarig onder het geadviseerde tekort van de Studiegroep Begrotingsruime bevindt (-2,0 procent bbp), kunnen deze per saldo meevallers voor 1/3e ingezet worden voor lastenverlichting, 1/3e voor investeringen die het verdienvermogen van Nederland verder versterken en voor 1/3e voor aflossing van de staatsschuld, zolang eveneens de Europese grenswaarde voor de staatsschuld niet wordt overschreden (meevaller-formule).
In de begrotingstukken wordt meer onderscheid aangebracht tussen uitgaven aan consumptie en investeringen, zodat de baten van investeringen duidelijker zichtbaar worden. Ook wordt conform de aanbevelingen van de Studiegroep Begrotingsruimte een voorstel uitgewerkt om de begrotingshorizon naar 8 jaar te verlengen, zodat de lange termijn beter tot uitdrukking komt in het begrotingsbeleid.

Europese overheidsfinanciën
Nederland houdt zich tevens aan de Europese begrotingsafspraken die zijn vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact, waaronder de vastgestelde grenswaarden voor het begrotingstekort en de overheidsschuld. Afwijking van het voorgeschreven (netto) uitgavenpad kan alleen wanneer het EMU-saldo en de EMU-schuld binnen de Europese grenswaarden blijven. Dit gaat gepaard met hervormingen die zorgen voor structurele uitgavenbesparingen en verbetering van de schuldhoudbaarheid op de langere termijn.
Nederland profiteert van een sterke Europese economie en een stabiele Eurozone. Alle Europese lidstaten dienen zich te houden aan de afgesproken grenswaarden van het Stabiliteits- en Groeipact. Lidstaten die dit niet doen, betalen een hogere rente en beschikken over een lagere kredietwaardigheid. Lidstaten zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun begroting. Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (Eurobonds). Nederland staat onder voorwaarde wel constructief tegenover het gebruik van reeds bestaande instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen, zoals dat plaatsvindt via de Europese Investeringsbank (EIB), Macro Financiële Bijstand (MFA) en de Oekraïne faciliteit waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen kapitaalaandeel (BNI-sleutel). Gezamenlijke defensie-investeringen kunnen worden vormgegeven via het bestaande Europees Defensiefonds en het Europese SAFE-instrument. Daarnaast verkent Nederland de mogelijkheden voor intergouvernementele samenwerking gericht op gezamenlijke inkoop van defensiematerieel, harmonisatie van productstandaarden en gezamenlijke defensieprojecten. Hierbij wordt opgetrokken met NAVO-partners zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Canada.
Er wordt verder toegewerkt naar een moderne en toekomstgerichte Europese begroting. De begroting moet meer gericht worden op het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie. Om de Nederlandse netto-betalingspositie niet te laten verslechteren, moet de nationale korting op de EU-afdrachten behouden blijven.
Investeringen
Om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken wordt een nationale Investeringsinstelling (NII) opgericht. De investeringsinstelling staat op afstand van de politiek, is gericht op private (co-)investeringen of leningen en verdringt privaat kapitaal niet. De Investeringsinstelling werkt met marktconforme rendementseisen en richt zich derhalve op projecten met een positieve business case waarvan financiering op de markt niet tot stand komt, bijvoorbeeld door hogere risico’s of een gebrek aan beschikbaar durfkapitaal. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij grotere financieringsrondes van start- en scale-ups. Aan het NII wordt een onderdeel toegevoegd dat kan dienen als de opvolger van het huidige Nationaal Groeifonds. Het kernkapitaal van de Investeringsinstelling kan verschaft worden door de opbrengst uit (voorgenomen) privatiseringen van staatsdeelnemingen. Op basis van bovenstaande criteria zijn deze kapitaalstortingen in beginsel niet EMU-saldo relevant, maar verhogen wel de EMU- schuld. Het saldo wordt enkel belast via het exploitatiesaldo van de instelling.

Herziening belasting- en toeslagenstelsel
Ons belasting- en toeslagenstelsel en andere inkomensregelingen en -verzekeringen zijn aan herziening toe is. Door de stapeling aan inkomensafhankelijke regelingen, met verschillende definities en voorwaarden, is het geheel ondoorzichtig en onvoorspelbaar geworden. We gaan door met vereenvoudigen en verbeteren waar mogelijk en zorgen dat we de basis op orde brengen. Maar we zorgen ook dat een stip op de horizon wordt gezet om naartoe te werken. Daarom worden meerdere sporen parallel bewandeld:
1.Stapsgewijze vereenvoudigingen in het fiscale, sociale zekerheids- en toeslagenstelsel, en verder werken aan meer eenvoud in de uitvoering. Dat betekent onder andere:
Harmonisering van begrippen en voorwaarden voor inkomensondersteunende regelingen inclusief sociale zekerheid en toeslagen;
De uitvoering van toeslagen onder de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) brengen, zodat tussen uitvoeringsinstanties gegevens kunnen worden uitgewisseld en dienstverlening kan worden verbeterd.
Verkleinen van niet-gebruik en het risico op terugvorderingen door proactieve dienstverlening, waaronder toewerken naar automatisch uitkeren van toeslagen.
Stapsgewijs beperken van de veelheid aan inkomensafhankelijke regelingen in de fiscaliteit, te beginnen met de heffingskortingen.
De kinderbijslag en het kindgebonden budget samenvoegen in één-kindregeling met een hoger vast en lager variabel bedrag.
Onderzoeken hoe de complexiteit van 21 samenlevingsvormen in de AOW op te lossen.
Afschaffen Kinderopvangtoeslag door directe financiering.
2.Het Kabinet geeft prioriteit aan het afronden van de modernisering van het ICT-landschap binnen de Belastingdienst en Dienst Toeslagen en het op orde krijgen van het personeelsbestand. Dit moet de weg vrijmaken voor het daadwerkelijk kunnen uitvoeren van een concreet hervormingsscenario.
3.
Het kabinet komt voor het einde van 2026 met een hervormingsagenda met concrete mijlpalen in de tijd op verschillende onderdelen, beginnende met de herziening van het IB-stelsel en stappen in het stelsel van toeslagen, overige inkomensregelingen en sociale zekerheid. De uitgangspunten zijn eenvoud in de uitvoering, duidelijkheid en voorspelbaarheid voor mensen en werken moet lonen, waar belastingen niet verder worden genivelleerd.
De voortgang op de hervormingsagenda gebeurt onder primaire verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van fiscaliteit in samenwerking met de minister van SZW.
Toeslagen
Het vertrouwen in de overheid van ouders die slachtoffer zijn geworden van de Toeslagenaffaire is ernstig geschaad. Herstel van de financiële en emotionele schade is nodig en urgent. De lessen uit de parlementaire enquête en ondervraging verdienen daarom opvolging. Om de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire zo spoedig mogelijk af te ronden, wordt maximaal ingezet op:
het afhandelen van financiële schade;
gemeenten ondersteunen bij de uitvoering van hun taken richting ouders in het kader van brede ondersteuning;
inrichten van een “plek” voor emotioneel herstel;
beter richten van de kindregeling zodat kinderen een goede (door)start krijgen.
Om de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire zo spoedig mogelijk af te ronden, wordt voor de duur van de afwikkeling een staatssecretaris benoemd.

Terug naar blogoverzicht

🔒

Reactie achterlaten?

Om uw privacy en de veiligheid van deze website optimaal te waarborgen, maken wij geen gebruik van een online contactformulier.

U kunt uw reactie of vraag direct en veilig sturen naar onze redactie@bvs.nl via onderstaande knop.


📧 Mail de redactie