Eind maart 2026 telde Nederland 1.793.380 bij de KVK geregistreerde zzp’ers, een lichte stijging van 0,3% ten opzichte van eind 2025. Terwijl de zakelijke dienstverlening en ICT groeiden, daalde het aantal zzp’ers in de zorg en toonden CBS-cijfers een lichte krimp in het aantal actieve zzp’ers.
De bouw is een van de sectoren waar veel zzp’ers werken, namelijk zo’n 230.000. En omdat ZZP’ers de pensioenpot niet vullen wordt er door de Overheid gestreefd naar vermindering met behulp van allerlei ingrepen. Van het afschaffen van ondernemersaftrek, het afschaffen van MKB winstvrijstelling, het verplicht stellen van een AOV verzekering en een verplichte DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties).
In de zorgsector is dat inmiddels aardig gelukt waar bij 156.000 zzpérs werken er sprake van een lichte daling van het aantal zzp’ers. Tussen november vorig jaar en juli van dit jaar verdwenen er in de thuiszorg per saldo 2.570 zzp’ers, een afname van 7,8 procent. Het aantal zzp’ers is in 2025 met 62 duizend afgenomen. Dit komt hoofdzakelijk door de aangescherpte handhaving op schijnzelfstandigheid (DBA) door de Belastingdienst, die op 1 januari 2025 van kracht werd. Ook in de kinderopvang is er een afname van 10 procent evenals bij de categorie ‘overige paramedische praktijken en alternatieve genezers. Die zagen per saldo 1.606 zzp’ers vertrekken (2,9 procent). Onder de laatste categorie vallen ook de verpleegkundigen in ziekenhuizen. Overige zorgcategorie (inclusief ziekenhuisverpleegkundigen): 1.606 minder zzp’ers, –2,9%. Toch is de trend licht stijgend met +0,2% omdat de bouw zich niet zo makkelijk laat hervormen. Volgens cijfers van het CBS verloor de bouwsector zo’n 20.000 zzp’ers in 2025. Handhaving op de Wet DBA lijkt daarvan de voornaamste oorzaak. De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties is sinds 2016 van kracht om schijnzelfstandigheid tegen te gaan maar door het zogenaamde handhavingsmoratorium werd er tien jaar niet gehandhaafd en was de wet een papieren tijger.
Het aantal actieve zzp’ers is ondertussen flink afgenomen. In anderhalf jaar tijd daalde het aantal zelfstandigen met 12,6 procent, wat neerkomt op 138.000 minder. Dat blijkt uit onderzoek van ZiPconomy, HeadFirst en ONL voor Ondernemers gebaseerd op data van het CBS en de Kamer van Koophandel.
Voor ondernemers veranderen er nog een aantal zaken
De startersaftrek vervalt per 2028 en de mogelijkheid van willekeurige afschrijving voor starters verdwijnt. De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt per 2029 ook afgeschaft. Ook de bosbouwvrijstelling wordt geschrapt. Vanaf 2029 zijn voordelen uit een bosbedrijf niet langer vrijgesteld van inkomsten- of vennootschapsbelasting.
De aftrek van specifieke zorgkosten wordt per 1 januari 2028 afgeschaft. Daarmee verdwijnt ook de daaraan gekoppelde tegemoetkoming specifieke zorgkosten. Daarnaast wordt de fiscale aftoppingsgrens voor pensioen- en lijfrenteopbouw tot en met 2032 bevroren op het niveau van 2026: €137.800.
De de energie-investeringsaftrek (EIA) stijgt per 1 januari 2027 van 40 naar 45 procent en de forfaitaire regeling binnen de innovatiebox wordt uitgebreid. Het maximale bedrag dat aan de innovatiebox kan worden toegerekend stijgt van €25.000 naar €100.000 per belastingplichtige.
De leeftijdsgrens binnen de youngtimerregeling stijgt stapsgewijs. Per 2027 geldt een grens van 17 jaar, die in 2028 oploopt naar 20 jaar. Voor bepaalde bestaande auto’s wordt overgangsrecht ingevoerd.
In de loonbelasting verdwijnt de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten. Werknemers kunnen daardoor niet langer onder deze specifieke vrijstelling korting ontvangen op producten of diensten uit hun eigen branche.
Per 1 januari 2028 vervalt het verlaagde btw-tarief voor sierteeltproducten. Daardoor stijgt het btw-tarief voor onder meer snijbloemen, kamerplanten, tuinplanten, bloembollen en boomkwekerijproducten van 9 naar 21 procent. Ook ballonvaarten gaan vanaf die datum onder het algemene btw-tarief van 21 procent vallen.
De kleine brouwersregeling wordt eveneens afgeschaft. Kleine zelfstandige brouwerijen verliezen daardoor hun verlaagde accijnstarief.
Voor zakelijk vervoer wordt de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers in de tweede helft van 2026 met 50 procent verlaagd en geldt voor vrachtauto’s tijdelijk een nihilheffing. Ook de vrachtwagenheffing wordt eind 2026 tijdelijk met 22,3 procent verlaagd.
Voor langeafstandsvluchten wordt het hoge tarief in de vliegbelasting per 2027 verlaagd van €74,81 naar €59,43 per vertrekkende passagier.
Bij de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties kiest het kabinet voor een geleidelijker stijging dan eerder gepland. Ook de belasting op leidingwater stijgt per 2027 met €0,10 per kubieke meter.
Tegelijk verandert de grondslag van de leidingwaterbelasting. Alleen water van drinkwaterkwaliteit wordt nog belast en het bestaande heffingsplafond van 50.000 kubieke meter vervalt.
Voor de glastuinbouw worden de verlaagde tarieven in de energiebelasting aangepast in samenhang met de voorgenomen bijmengverplichting voor groen gas.
De belastingvrije kilometervergoeding gaat met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 omhoog van €0,23 naar €0,25 per kilometer. Die verhoging werkt ook door in diverse fiscale aftrekposten voor ondernemers en particulieren.
De verlaging van de brandstofaccijns wordt verlengd. Voor benzine en diesel blijft ook in 2027 een accijnskorting gelden. Vanaf 2028 wordt die korting afgebouwd en volgens de huidige plannen verdwijnt zij in 2029 volledig.
Het Belastingplan 2027 moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. Daardoor kunnen onderdelen tijdens het wetgevingsproces nog wijzigen.
Een nieuwe wet gaat in de toekomst vastleggen aan welke voorwaarden je moet voldoen om jezelf zzp’er te noemen. Als zzp’er moet je dan niet alleen een inschrijving hebben bij de Kamer van Koophandel, een btw-nummer en een zakelijke rekening hebben maar ook moet je facturen versturen. Verder mag je opdrachtgever niet voorschrijven waar, wanneer en hoe je de opdracht uitvoert. Daarnaast moet je in twee jaar minstens drie verschillende opdrachtgevers hebben gehad en wellicht moet je een verplichte financiële buffer aanhouden voor pensioen of arbeidsongeschiktheid. Zorginstellingen, overheid en ICT-bedrijven stopten het afgelopen jaar veelal met het inhuren van zzp’ers uit angst dat deze door de belastingdienst niet als ZZP’er worden beschouwd. Wie straks aantoonbaar voldoende buffer heeft, zou dan niet ook nog een verplichte AOV hoeven te nemen.
Steward-ownership via een Stichting
Omdat de Nederlandse wetgeving nog geen specifieke rechtsvorm kent voor steward-ownership, richten ondernemers nu vaak een juridische structuur op waarbij een stichting een centrale rol speelt.
Een stichting (of een beheerstichting) krijgt dan de stemrechten in je bedrijf. De zeggenschap ligt bij een geselecteerde groep ‘stewards’ (rentmeesters). Zij worden gekozen op basis van hun kennis, ervaring en betrokkenheid bij de missie, niet op basis van het geld dat ze inbrengen.
Zeggenschap kan niet worden verhandeld op de markt en gaat niet over via vererving. Dit beschermd de onderneming tegen vijandige overnames of beslissingen die puur gericht zijn op kortetermijnwinst.
De winst die de onderneming maakt, wordt herinvesteerd in het bedrijf zelf, gereserveerd voor de continuïteit, of uitgekeerd aan een maatschappelijk doel. Stewards handelen zonder eigen financieel belang en uitsluitend in het belang van de missie van de onderneming.
Bekende voorbeelden:
Nederland: De Efteling, bouwbedrijf TBI, Camping Zeeburg en de Postcode Loterij.
Internationaal: Bosch, IKEA, Velux en beursgenoteerde Deense reuzen zoals Carlsberg en Maersk (waar een stichting de meerderheid van het stemrecht bezit).
De Rentmeestervennootschap
Op dit moment vereist steward-ownership in Nederland vaak nog ingewikkelde en kostbare juridische constructies met meerdere entiteiten (zoals een combinatie van een bv, een stichting administratiekantoor en een prioriteitsstichting). Om dit toegankelijker en eenvoudiger te maken, werkt de overheid aan een nieuwe, wettelijke bedrijfsvorm, een wettelijke variant op de bv.
De rentmeestervennootschap wordt een specifieke variant binnen het vennootschapsrecht (vergelijkbaar met de vertrouwde bv). In de statuten van de rentmeestervennootschap worden de principes van steward-ownership direct verankerd. De zeggenschap komt wettelijk vast te liggen bij een raad van rentmeesters.
Met een wetswijziging zijn ingewikkelde maatwerkconstructies via losse stichtingen niet meer nodig. Ondernemers kunnen straks rechtstreeks kiezen voor deze vorm bij de oprichting van hun bedrijf.
Het draait in essentie om één heldere vraag: waar ligt de zeggenschap? Met de rentmeestervennootschap wordt het juridisch klip-en-klaar dat zeggenschap bij de missie en de rentmeesters ligt, en niet bij externe investeerders.
Internationaal onderzoek toont aan dat steward-owned bedrijven net zo winstgevend zijn als traditionele bedrijven, maar significant beter bestand zijn tegen economische crises. De kans dat een steward-owned bedrijf na meerdere decennia nog steeds bestaat en floreert, is aanzienlijk groter dan bij bedrijven die gericht zijn op aandeelhouderswaarde. Doordat de zeggenschap ‘vastgeklikt’ zit in de missie, kan het bedrijf niet zomaar worden opgekocht of uitgekleed door buitenlandse investeerders of op korte winst beluste partijen.
Een onderneming starten lijkt gemakkelijk, maar er komt een hoop bij kijken. Nog voordat je begint is het belangrijk om geen stappen over te slaan en je goed te informeren. Een goed begin is het halve werk. In dit boekje lees je wat elke zzp’er of zelfstandig ondernemer moet weten. Ook voor startende zzp taxi chauffeurs.
Meer lezen over ZZP’er zijn of (willen)worden, klik op de boeklink en lees ons nieuwe boek
Terug naar nieuwsoverzicht
Reactie achterlaten?
Deze informatie wordt u aangeboden door BVS Taxi Ter Aar
Om uw privacy en de veiligheid van deze website optimaal te waarborgen, maken wij geen gebruik van een online contactformulier.
U kunt uw reactie of vraag direct en veilig sturen naar onze redactie@bvs.nl via onderstaande knop.


Leave a Reply