BVS

Advertisement

Zorg

Lees hier onze andere blogs

Disclaimer & Auteursrecht – BVS De inhoud van deze website en the bijbehorende blogs is uitsluitend bedoeld voor opiniërende, reflecterende en informatieve doeleinden. Let op: deze blog is bedoeld voor educatieve of informatieve doeleinden en niet als vervanging voor professioneel medisch advies, diagnose of behandeling. Voor medisch advies moet je bij je (huis)arts zijn. De auteur geeft geen garantie wat betreft de volledige juistheid of actualiteit van de geboden informatie en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of gevolgen voortvloeiend uit het lezen, interpreteren of delen van de inhoud. Raadpleeg altijd een arts. Een deel van de teksten of citaten kan afkomstig zijn uit externe medische bronnen. Hoewel wordt gestreefd naar een zorgvuldige bronvermelding, kan BVS niet verantwoordelijk worden gehouden voor eventuele onjuistheden of inbreuken door derden. Door deze website te gebruiken, stemt u in met de inhoud van deze disclaimer. Alle materialen op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd. Reproductie, verspreiding of commercieel gebruik zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur of BVS is verboden.

Dossier Zorg

Klik op een link om rechtstreeks naar het betreffende onderwerp te gaan:
Zorgtekort

Er zijn snel maatregelen nodig om te voorkomen dat de huisartszorg en wijkverpleging vastlopen. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) maakt zich zorgen over de betaalbaarheid van de zorg, maar vooral over de kwaliteit en toegankelijkheid. Over het hele land is er een tekort aan huisartsen en medicijnen. 60 procent van de huisartsenpraktijken heeft op dit moment een patiëntenstop. Hoewel het aantal huisartsen toeneemt, gaan zij vaker parttime werken en naar verwachting gaat binnen zes jaar 30 procent van de huisartsen met pensioen. Artsen zonder specialisatie worden nu al ingezet in huisartsenpraktijken omdat die anders de roosters niet rond krijgen. Basisartsen, die de basisopleiding geneeskunde hebben afgerond maar nog niet in opleiding zijn voor een specialisatie, mogen alleen onder strikte voorwaarden werken in een huisartsenpraktijk. Voor elke gepensioneerde huisarts zijn feitelijk twee of drie vervangers nodig, terwijl de komende zes jaar 30 procent van de huisartsen met pensioen gaat. 60 procent van de huisartsenpraktijken in Nederland heeft op dit moment een patiëntenstop. In december waren er bijna 5.300 mensen in ons land op zoek naar een eigen huisarts. De zorgautoriteit zag dat in het hele vierde kwartaal van 2023 veel mensen op een wachtlijst stonden bij hun zorgverzekeraar, omdat ze zich niet konden inschrijven bij een nieuwe huisarts. De gemeenten met de langste wachtlijsten zijn Enschede, Heerenveen, Leeuwarden, Tilburg, Zwolle en Apeldoorn. Daar wachtten meer dan tweehonderd mensen op een huisarts. Een van de oorzaken van de lange wachtlijsten is dat steeds meer mensen om hulp van een huisarts vragen. 

Bezuiniging van 88 miljoen euro op gehandicaptenzorg

Het kabinet zet een bezuiniging van 88 miljoen euro op gehandicaptenzorg door die het vorige kabinet al had aangekondigd. Hierdoor wordt vanaf volgend jaar gekort op de maximumtarieven voor sommige behandelingen. Zorgorganisaties hebben het nu al financieel zwaar, legt een woordvoerster uit. En dat terwijl sommige mensen met een beperking 24 uur per dag zorg nodig hebben. Om dat te kunnen blijven bieden, moeten organisaties soms nu al geld inzetten dat eigenlijk bedoeld is voor zaken als onderhoud aan panden. De bezuiniging van het kabinet betekent volgens de VGN dat organisaties mogelijk moeten korten op behandelingen zoals fysiotherapie, ergotherapie of begeleiding. Voormalig Minister Fleur Agema kreeg op de valreep toch nog extra geld voor aanvullend zorgakkoord. Ze had dat extra geld in de begroting dringend nodig voor innovaties om de zorg op termijn efficiënter te maken. Het “aanvullend zorgakkoord” gaat specifiek om het “aanvullend zorg- en welzijnsakkoord” (AZWA). Dit akkoord bouwt voort op het bestaande “Integraal Zorgakkoord” (IZA), een brede overeenkomst tussen de overheid en verschillende zorgpartijen, zoals zorgverleners en verzekeraars. Het IZA heeft als doel de zorg in Nederland te verbeteren en toekomstbestendig te maken door te focussen op toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid.
Het AZWA gaat een stap verder en richt zich op een nauwere integratie van zorg en welzijn. Het idee is om bredere maatschappelijke behoeften aan te pakken en de algehele gezondheidsresultaten te verbeteren door deze twee domeinen beter op elkaar af te stemmen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat er meer aandacht komt voor preventie, sociale ondersteuning of samenwerking tussen zorginstellingen en welzijnsorganisaties. De onderhandelingen over het AZWA bevonden zich in een dynamische fase maar 28 mei werd door minister Eelco Heinen toch besloten om er extra geld voor vrij te maken al is het nog niet helemaal rond. Met maatregelen zoals het gordelroosvaccin en betere borstkankerscreening belooft het AZWA flinke verbeteringen voor de gezondheidszorg. Er zijn dus nog details die uitgewerkt moeten worden voordat alle partijen hun handtekening zetten. Ad Melkert, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), heeft aangegeven dat de ondertekening nog even op zich laat wachten. Hoewel de hoofdlijnen van het akkoord duidelijk zijn, moeten de precieze afspraken nog worden vastgelegd. Dit kan gaan om praktische uitwerking of het oplossen van laatste meningsverschillen.

Tienduizenden Nederlanders zonder huisarts

In Nederland kampen tienduizenden mensen met het probleem dat zij geen toegang hebben tot een vaste huisarts. Dit tekort aan huisartsen leidt niet alleen tot stress en onzekerheid bij patiënten, maar vergroot ook het risico op het verergeren van lichamelijke en psychische klachten.

Volgens schattingen van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) hebben tussen de 45.000 en 194.000 mensen in Nederland momenteel geen eigen huisarts. De gevolgen daarvan zijn ernstig: gezondheidsproblemen worden niet tijdig gesignaleerd of behandeld, wat kan leiden tot complicaties die in een vroeg stadium eenvoudig te voorkomen zouden zijn geweest. Daarbij komt dat de zoektocht naar een huisarts veel stress veroorzaakt. Ongeveer 60 procent van de huisartsenpraktijken heeft een aanmeldstop ingesteld. Daardoor moeten mensen vaak meerdere praktijken benaderen, zonder succes. “Patiënten bellen wekelijks om te vragen of er plek is. Dat kost veel energie, juist bij mensen die al kwetsbaar zijn door ziekte,” aldus de IGJ. Uit wanhoop geven sommigen hun zoektocht zelfs helemaal op.Deze combinatie van stress, gebrek aan zorg en onzekerheid zet mensen ertoe aan om zelf naar oplossingen te zoeken – met alle risico’s van dien. Zo kopen steeds meer mensen medicijnen via het internet, waaronder pijnstillers en slaapmiddelen. Deze zijn echter niet altijd betrouwbaar en kunnen zelfs gevaarlijk zijn. Het Trimbos-instituut waarschuwde recent nog voor de gevaren van vervalste oxycodon-pillen, die online worden aangeboden. Deze krachtige opioïde wordt normaal gesproken alleen onder medisch toezicht verstrekt, maar wordt nu door mensen zonder huisarts online gekocht om pijnklachten te verlichten. Trimbos noemt deze ontwikkeling “levensgevaarlijk” en benadrukt dat het probleem uiterst serieus genomen moet worden. De IGJ stelt dat het huisartsentekort dringend én structureel aangepakt moet worden. Toch is een oplossing niet eenvoudig. Daarom pleit de inspectie voor regionale en creatieve oplossingen, zoals het uitwisselen van patiënten tussen regio’s of het bieden van ondersteuning aan mensen die moeite hebben met het vinden van een huisarts. Ook wordt gekeken naar innovatieve manieren om de werkdruk van huisartsen te verlagen, bijvoorbeeld door meer inzet van praktijkondersteuners of digitale consulten.

Het huisartsentekort is onderdeel van een bredere problematiek in de Nederlandse eerstelijnszorg, waarbij vergrijzing, hoge werkdruk en een tekort aan nieuw instromende huisartsen samenkomen. Zonder snelle en gerichte maatregelen dreigt de toegankelijkheid van basiszorg in het gedrang te komen met grote gevolgen voor de volksgezondheid.

De studie geneeskunde duurt zes jaar, dan mag je jezelf basisarts noemen. De specialisatie huisartsgeneeskunde kan nog eens zo’n drie tot vier jaar in beslag nemen. Voordat je dus echt werkzaam bent als huisarts, heb je zo’n tien jaar lang gestudeerd. Het salaris kan opgebouwd worden door de hoeveelheid ervaringsjaren. Een beginnend huisarts, begint met een startsalaris van  gemiddeld vanaf de € 5.600 per maand en kan oplopen tot gemiddeld € 8.700. Hoe meer jaren, hoe meer ervaring, hoe hoger het salaris wordt. Groei je door dat je uiteindelijk je eigen praktijk beheert? Dan kan dit bedrag in één keer omhoog schieten. Verder is er nog een onregelmatigheidstoeslagen mogelijk. Nachtdiensten leveren 150% op en tussen 18:00 uur en 23:59 uur 130%. Voor stand-by staan zijn er ook toeslagen naast het geldige uurloon.

Nulpraktijken om huisartsentekort op te lossen

Zo’n 45.000 mensen hebben door een tekort aan huisartsenpraktijken en patiëntenstops geen eigen huisarts en 60% van de huisartsen heeft een patiëntenstop. Er zijn zeker jonge huisartsen die een praktijk willen overnemen of beginnen, maar vaak loopt die ambitie stuk op financiële en bureaucratische muren.
Zorgverzekeraars experimenteren al drie tot vier jaar met steun aan huisartsen bij de oprichting van zogenoemde ‘nulpraktijken’. Dit zijn volledig nieuwe praktijken die nog geen patiënten hebben. Die steun werd vanaf 2026 structureel. Huisartsen die een eigen praktijk willen beginnen kunnen financiële hulp aanvragen bij de zorgverzekeraars die de huisartsen helpen via regio organisaties zoals Zorroo, HZW en InEen om organisatorisch en financieel de periode te overbruggen waarin ze nog niet genoeg patiënten hebben om een praktijk draaiende te houden. Huisartsen krijgen per patiënt een vaste vergoeding om hun praktijk draaiende te houden. Zorgverzekeraars zien ook een rol voor de regio-organisaties om hun rol op te pakken in de ondersteuning van de huisartsen. 

Het ‘nulpraktijk’-model is een volledig nieuwe praktijk die bij de start nog geen patiënten heeft en is specifiek ontworpen om de financiële en operationele kloof te overbruggen die traditioneel wordt ervaren door startende huisartsen. De implementatie van deze strategie markeert een belangrijke beleidsverandering, waarbij zorgverzekeraars en regionale organisaties een actieve rol aannemen in het borgen van de continuïteit en toegankelijkheid van de huisartsenzorg. 

De regio organisaties moeten ondersteuningen gaan bieden aan jonge huisartsen die een praktijk willen starten of overnemen. Dit omvat onder andere hulp bij huisvesting, administratieve taken en begeleiding bij onderhandelingen met zorgverzekeraars. De vergoeding wordt verstrekt op basis van een vast bedrag per patiënt, wat een directe cashflow garandeert en de huisarts in staat stelt de initiële vaste lasten te dekken.   

De financiële steun is echter niet onvoorwaardelijk. De zorgverzekeraars hanteren een strikt raamwerk van criteria waaraan een startende huisarts moet voldoen om in aanmerking te komen. Deze voorwaarden fungeren als een strategisch instrument om de investering te beschermen en de duurzaamheid van de opgerichte praktijk te waarborgen. Een van de belangrijkste eisen is dat de “nulpraktijk” moet worden gevestigd in een “preferent gebied” waar sprake is van regionale zorgplichtproblematiek. Dit garandeert dat de steun wordt gericht op de regio’s waar de nood het hoogst is en waar de toegankelijkheid van zorg verbeterd moet worden. De vergoeding wordt voor maximaal twee jaar toegekend of stopt zodra de praktijk een normpraktijk heeft bereikt, wat de tijdelijke aard van de steun benadrukt.   

Bovendien wordt er een aanzienlijke commitment gevraagd van de huisarts. De praktijkhouder dient een ondernemingsplan met een sluitende begroting aan te leveren en moet een commitment aangaan voor een periode van vijf jaar. Een terugbetaalregeling is van kracht indien de huisarts de praktijk binnen deze periode verlaat, wat als een waarborg dient voor de zorgverzekeraar. 
Deze voorwaarden transformeren de steun van een eenvoudige subsidie in een doordachte, zakelijke constructie. Door het indienen van een ondernemingsplan wordt de startende huisarts gedwongen om na te denken over de levensvatbaarheid op lange termijn, en de terugbetaalregeling vermindert het financiële risico voor de zorgverzekeraar, die een wettelijke zorgplicht heeft. Het gehele raamwerk is ontworpen om de belangen van de patiënt, de huisarts en de zorgverzekeraar te dienen en een stabiele, toegankelijke eerstelijnszorg te creëren. 

Zilveren Kruis biedt de mogelijkheid van een tweejarige overeenkomst aan en kan, in specifieke situaties, een ’tijdelijke extra vergoeding’ ter beschikking stellen om de continuïteit van de huisartsenzorg te waarborgen. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de praktijk zich bevinden in een werkgebied met een (dreigend) huisartsentekort. Daarnaast is het vereist dat de praktijk in samenwerking met de regionale organisatie een marktverkenning uitvoert, een praktijk start, overneemt of samenvoegt.   

Menzis stelt in haar Zorginkoopbeleid 2026 dat de focus ligt op het borgen van de continuïteit van de huisartsenzorg. Hun beleid voor 2026 is gericht op de financiering van de module ‘Integrale zorg voor kwetsbare ouderen’, waarbij de financiering aansluit op het daadwerkelijke aantal kwetsbare ouderen in de praktijk.

Naast de financiële ondersteuning door zorgverzekeraars, is de rol van de Regionale Huisartsenorganisaties (RHO’s) van fundamenteel belang om de “bureaucratische muren” te slechten die jonge huisartsen ervaren. RHO’s bieden een breed scala aan niet-financiële diensten die essentieel zijn voor een succesvolle praktijkstart. De zorgverzekeraar stelt de aansluiting bij een RHO zelfs als voorwaarde voor het ontvangen van financiële steun. De RHO’s fungeren als een centraal contactpunt voor procesbegeleiding en bieden de noodzakelijke operationele ondersteuning om de drempels die bij een praktijkstart komen kijken, te verlagen.   

De keuze van wel of niet huisarts worden wordt naast de druk en de stress ook bepaalt door de financiële kant van de zaak. Het gemiddelde jaarinkomen van een medisch specialist in loondienst bedraagt ongeveer €166.700. Vrijgevestigde specialisten verdienen zelfs nog meer, met een inkomen dat kan oplopen tot €180.000. Het inkomen van een huisarts in loondienst ligt met een gemiddelde van ongeveer €73.272 (voor 2025) aanzienlijk lager. Zelfstandige huisartsen (praktijkhouders) verdienen meer, met een gemiddeld jaarinkomen tussen de €90.000 en €100.000 na aftrek van de praktijkkosten, maar hiervan moeten nog belastingen, pensioen en verzekeringen worden betaald. De inkomenskloof tussen de beroepsgroepen is daarmee aanzienlijk, variërend van minimaal €70.000 tot meer dan €100.000, afhankelijk van de werkvorm. 

De emotionele belasting en de onmogelijkheid om patiënten te weigeren zijn extra hindernissen om te nemen. In tegenstelling tot andere beroepen die zich bezighouden met menselijk leed (zoals maatschappelijk werkers of politie), bindt de wettelijke en ethische plicht van de huisarts hen aan een patiënt, ongeacht de kwaliteit van de relatie. Zij kunnen een ‘moeilijke’ patiënt niet eenvoudigweg ‘ontslaan’ zonder een zwaar en vaak langdurig proces. Deze beperking op de autonomie van de huisarts over de eigen patiënten lijst, in combinatie met de emotionele belasting van empathie en het hoge volume van diverse patiëntproblemen, creëert een omgeving waarin de huisarts zeer kwetsbaar is voor emotionele uitputting met beperkte oplossingen voor zelfbescherming. Deze systematische en juridisch verankerde belasting van de psychische weerbaarheid is een stille ondermijning van de beroepstevredenheid en een belangrijke oorzaak van burn-out en het mijden van een carrière als huisarts.

De jongere generatie huisartsen kiest er vaker voor om in deeltijd te werken of aan de slag te gaan als (vaste) waarnemer in plaats van direct een eigen praktijk over te nemen. Omdat de zorgvraag complexer is geworden (onder andere door de vergrijzing), is het aantal patiënten per huisarts gedaald. In 2000 had een huisarts gemiddeld nog 1.840 patiënten onder maar dat gemiddelde ligt inmiddels rond de 1.250 patiënten per huisarts. Zorgverzekeraars investeren teven fors in de zogeheten “Meer Tijd Voor De Patiënt”-regeling. Zij betalen huisartsen extra om de praktijken bewust kleiner te houden (minder patiënten per arts). Omdat de verzekeraar het inkomstenverlies compenseert, kan een huisarts langere consulten draaien (bijvoorbeeld 15 of 20 minuten in plaats van 10). Dit verlaagt de werkdruk enorm en maakt het runnen van een vaste praktijk weer aantrekkelijk. 

Het totale aantal werkzame huisartsen kwam in  2023 uit op circa 14.104. Uitgaande van een gelijktrekking van de inkomens (70.000 verschil per arts) zou dat 1 miljard euro per jaar kosten (5 euro premieverhoging per maand). Het nul-praktijk model kost geschat zo’n € 40 miljoen per jaar wat zou resulteren in een maandelijkse premieverhoging van €0,20 tot €0,25.

Uit de meest recente beroepsregistraties van het Nivel en cijfers van de Algemene Rekenkamer blijkt dat de stijgende lijn van het aantal werkzame huisartsen door alle maatregelen heeft doorgezet. Het totale aantal werkzame huisartsen in Nederland bedraagt nu 14.347.

Ruim 22.000 mensen staan op de wachtlijst voor een plek in een verpleeghuis

Bezuinigingen in de zorg

Eind 2024 hebben CDA, CU, SGP en JA21 afgesproken om 165 miljoen euro extra te bezuinigen op de zorg. Met dat geld moet een deel van de bezuinigingen op het onderwijs worden teruggedraaid. Het zou ten koste gaan van bijvoorbeeld de bij- en nascholing van verpleegkundigen. De partijen willen wel de eerstelijnszorg versterken, waaronder huisarts, wijkverpleging en mantelzorg. Verder moet het werken in de zorg (waar een groot personeelstekort is) aantrekkelijker worden. Dat zou moeten gebeuren “door middel van meer autonomie, loopbaanperspectief, goede arbeidsvoorwaarden en beperking van regeldruk en van administratieve lasten”. Ook moet er betere ouderenzorg komen. Qua onderwijs moeten gebruikte lesmethoden “bewezen effectief en verder politiek neutraal zijn” en moet de ‘verengelsing’ worden teruggedrongen. 

Kamer­stukken van de afgelopen tien jaar ­laten zien dat er in de zorg al heel veel wegbezuinigd werd door de VVD. Het kabinet Rutte I begon met bezuinigingen op de zorg en sociale zekerheid en stelde voor het basispakket van zorgverzekeraars te verkleinen en het ­eigen risico te verhogen. Wilders wist dit voor 2027 terug te draaien bij de kabinetsformatie. Het eigen risico in de zorg zal dan meer dan gehalveerd worden. Eerder was financieel niet mogelijk. Het nu nog verplichte eigen risico van 385 euro per jaar zou dan 165 euro per jaar worden. Het kabinet van Rutte II zorgde, ondanks de opkomende vergrijzing voor het inkrimpen van verpleeghuizen. Het aantal ziekenhuizen en verpleegtehuizen loopt hierdoor al jaren terug: Rond 1970 waren er circa 200 algemene ziekenhuizen en 7 academische, in 2000 was het aantal bijna gehalveerd. Nu zijn er 61 ziekenhuisorganisaties met 108 locaties en 8 academische. Door het wegbezuinigen van zorgplekken en verzorgingstehuizen is er een verhoogd sterftecijfer, blijven dure ziekenhuisbedden langer bezet en worden wachtlijsten onnodig vergroot. Er is een enorme druk ontstaan op mantelzorgers. Door het monopolie van zorgverzekeraars komt daar ook nog eens een enorme bureaucratische administratieve last voor hen bovenop.

In 3 jaar tijd werd door de Overheid 12 miljard bezuinigd op de zorg. Belangenorganisatie LOC-Zeggenschap in Zorg diende als protest  tegen de bezuinigingen op de langdurige zorg vergeefs een petitie in bij de commissie voor Volksgezondheid Welzijn en Sport. Het kabinet bezuinigde vanaf 2017 500 miljoen euro extra op de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg. Door het Overheidsbeleid en de bezuinigingen sloot bijna de helft van de verzorgingshuizen. Dit gaf toen al, zonder Corona, extra drukte bij de eerste hulp afdelingen van ziekenhuizen door ouderen voor wie verpleging en verzorging aan huis niet goed geregeld is. Afdelingen van spoedeisende hulp in Noord-Holland en Flevoland schreven nog voor de Coronatijd een brandbrief aan minister Edith Schippers van Volksgezondheid over het feit dat patiënten bij de spoedeisende hulp van ziekenhuizen steeds vaker geweigerd moeten worden of op een gang komen te liggen omdat het eenvoudig weg te druk is. Het aantal keren dat patiënten geweigerd moesten worden in Noord‐Holland en Flevoland was sinds 2013 verdubbeld. Het kwam zelfs voor dat alle ziekenhuizen in Amsterdam tegelijkertijd een stop voor de spoedeisende hulp of eerste harthulp afkondigden. Gemiddeld werden er in Amsterdam per dag acht van die stops afgekondigd van een paar minuten tot een paar uur. Een bezuiniging van 225 miljoen euro op de ouderenzorg voor 2024 gaat niet door. Het gaat om een plan van 125 miljoen euro besparing door zorgaanbieders en zorgkantoren door meerjarige afspraken te laten maken en de verplichte norm van twee verzorgenden op acht bewoners in verpleeghuizen. Die bezuiniging op personeelskosten had 100 miljoen moeten opbrengen. In 2024 wordt 20,5 miljard uitgetrokken voor de langdurige ouderenzorg. De ouderenzorg wordt in 2024 en 2025 opnieuw met grote bezuinigingen geconfronteerd. Dit jaar gaat het om 310 miljoen euro, vanaf volgend jaar om structureel zo’n 700 miljoen euro. Dat bleek uit de gepresenteerde voorjaarsnota. Meerdere zorginstellingen weigeren patiënten met ingrijpende verstandelijke beperkingen op te nemen omdat de zorgkosten voor deze groep hoog zijn. De problemen spelen specifiek bij mensen met een verstandelijke handicap die ook te maken hebben met gedragsproblematiek of een verslaving. Deze patiënten met een zogenaamde VG7-indicatie hebben elke dag intensieve begeleiding en zorg nodig. Om een juiste woon- en zorgplek te vinden worden patiënten en hun families geholpen door cliëntondersteuners. Ten minste 18 van deze ondersteuners kregen recent persoonlijk van zorginstellingen te horen dat er om financiële redenen geen plek was voor hun cliënten. En 24 ondersteuners geven in het onderzoek aan geen cliënten op de juiste plek geplaatst te krijgen omdat zorginstellingen onvoldoende medewerkers hebben die deze veeleisende vorm van zorg kunnen bieden. De vergoedingen die instellingen krijgen voor de zorg voor deze groep patiënten zijn al jaren niet toereikend, waardoor instellingen miljoenen verlies lijden op de zorg. Soortgelijke problemen, waarbij patiënten met juist de urgentste zorgvraag worden overgeslagen omdat ze te duur zijn, spelen ook in de ouderenzorg en de GGZ. Sommige instellingen gaan zelfs zo ver dat zij de bestaande zorg opzeggen, hoewel dit eigenlijk niet mag of slechts onder zeer strikte voorwaarden. Tientallen ondersteuners maakten mee dat een instelling probeerde de zorg voor een cliënt stop te zetten, of daar ook daadwerkelijk in slaagde. Het gaat waarschijnlijk om honderden mensen. Een deel moet bij ouders of andere familieleden wonen. Wat niet zonder risico is omdat sommige patiënten agressief kunnen worden bij te veel prikkels. Een ander deel moet op straat leven. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland bevestigt dat veel zorginstellingen financieel klem zitten. De overheid belooft vanaf 2025 weliswaar het tarief dat instellingen in rekening mogen brengen bij zorgkantoren te verhogen met 6,2 procent. Maar volgens de belangenvereniging wordt met die verhoging nog niet eens de helft van het financiële gat gedicht.

Het is volgens de Staatscommissie aannemelijk dat een toename van het aantal mensen met een migratieachtergrond tot meer vraag naar cultuurspecifieke zorg leidt. Dit is nog onvoldoende ontwikkeld om goed aan te sluiten op de leefwereld, positie en mogelijkheden van (veelal minder taalvaardige) mensen met een migratieachtergrond, wat gevolgen heeft voor de toegankelijkheid van de zorg.

Werkenden dragen 44 miljard euro af via de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekering (Zvw), waarvan in totaal dus zo’n 25 miljard via de ZVF naar de Zorgverzekeraars gaat. Iedereen met een belastbaar inkomen betaalt hieraan mee via een verplichte bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van het soort inkomen en de hoogte van het inkomen. Voor ondernemers geldt een aanslaggrens. Voor de werkgevers is er een afdracht van 6,65% Zvw op het loon. Voor de eigen bijdrage Zvw die via een aanslag wordt betaalt, geldt een percentage van 5,4%. Zo’n 7 miljard (ruim 41%) wordt door het Rijk via een zorgtoeslag terugbetaald aan de premiebetalers. De helft van al het geld voor de zorg wordt besteed aan vijfenzestigplussers. 

De Staat wordt aansprakelijk gesteld voor de lange wachtlijsten in de GGZ door Stichting Recht op GGZ ( zie onder). De stichting eist dat de staat de lange wachtlijsten aanpakt en sleepte de Staat voor rechter omdat 56.000 Nederlanders onaanvaardbaar lang wachten. Volgens de stichting zijn de wachtlijsten zo lang dat de Staat niet genoeg doet aan de bescherming van ‘fundamentele en sociale mensenrechten’, waaronder het recht op goede zorg. Vooral de meest kwetsbare psychiatrische patiënten zijn daarvan de dupe en de stichting vindt dat zij onaanvaardbaar lang moeten wachten. 

Het kabinet wil met een gezamenlijke aanpak bijdragen aan meer welzijn van mensen met verward gedrag en hun omgeving. Daarbij is ook aandacht voor bestaanszekerheid. Ook moet de aanpak leiden tot minder druk voor bijvoorbeeld zorgprofessionals en politie. Minister Judith Uitermark van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties coördineert de aanpak. Het aantal meldingen van overlast door personen met verward of onbegrepen gedrag neemt de afgelopen jaren toe. Niet alleen bij de politie, maar ook bij bijvoorbeeld woningbouwcorporaties en binnen de zorg. Veel partijen houden zich bezig met de problematiek, maar vaak binnen hun eigen domein en los van elkaar. Daarom is een interdepartementale aanpak gestart, onder regie van BZK, samen met de ministeries van Justitie en Veiligheid, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarbij werkt de rijksoverheid samen met gemeenten, zorg- en veiligheidspartners, maatschappelijke organisaties en bedrijven.  Binnen de aanpak worden bestaande initiatieven van deze partijen verder en meer in samenhang doorontwikkeld. Ook wordt de aanpak verbreed met aandacht voor bestaanszekerheid, aangezien dit vaak een belangrijke factor is bij het vinden van een oplossing voor mensen met verward gedrag. Daarbij gaat het om inkomen, huisvesting, schuldenproblematiek en werk. Onderdeel van de aanpak is betere aansluiting met forensische en reguliere zorg. De Tweede Kamer zal jaarlijks over de voortgang van de aanpak worden geïnformeerd. Woensdag 28 mei gaan de betrokken bewindspersonen in debat met de Tweede Kamer over de aanpak.

Oud en afgeschreven

Kwetsbare ouderen, vaak met dementie, die hun heup breken mogen in de toekomst wellicht niet meer naar het ziekenhuis. Nu al specialiseert een kleine groep artsen zich op het gebied van pijnbehandeling (anesthesiologen) in plaats van een operatie. Dit jaar start het Amsterdam UMC een studie waarin wordt onderzocht hoe nog meer ziekenhuizen deze aanpak gaan realiseren.

Al ruim een jaar komt voor de patiënten van het nabijgelegen St. Antonius Ziekenhuis de anesthesist in plaats van de ambulance. Die bevestigt de diagnose en geeft dan een speciale, langdurige verdoving die zes maanden lang effectief is.(PENG-behandeling)
Omdat het aantal ouderen dat zorg nodig heeft de komende decennia toeneemt is dit de nieuwe manier van besparen. Een heupoperatie, die de beste behandeling tegen pijn is, wordt sinds enkele jaren na overleg tussen patiënt, familie en behandelaren niet altijd meer uitgevoerd. Bijvoorbeeld wanneer de operatie niet genoeg bijdraagt aan de kwaliteit van leven of die juist verslechtert. Dat is vaak het geval bij erg oude patiënten met vergevorderde dementie. 

De stelling is dat patiënten na een heupbreuk vaak nog maar enkele weken tot maanden leven, en een veel betere kwaliteit van leven zouden ervaren omdat ze nauwelijks pijn hebben en helder zijn. Bijvoorbeeld omdat ze ook veel minder morfine nodig hebben. En dat zou verwardheid bij deze patiënten voorkomen.

Lennart Wasmoeth, de anesthesioloog van het St. Antonius Ziekenhuis noemt dit gepast zorg. Ambulances komen vrij voor andere patiënten die wél baat hebben bij een ziekenhuisbezoek. Daarnaast komen meer bedden in het ziekenhuis beschikbaar.

Andere ziekenhuizen zien dergelijke besparingen ook wel zitten en hebben ook belangstelling voor dit concept. Maar er zitten wel personele en organisatorische haken en ogen aan. Tot nu toe bieden nog maar enkele ziekenhuizen deze optie als reguliere zorg, waaronder ook het Amsterdam UMC.

De anesthesioloog die in dit academisch ziekenhuis als pionier geldt, David Brinkman, coördineert een landelijk onderzoek over welke manieren mobiele pijnteams bijvoorbeeld ook in kleinere ziekenhuizen kunnen worden ingezet en voor andere medische problemen dan een gebroken heup.  Grotere ziekenhuizen zoals een academisch ziekenhuis hebben het qua beschikbaar personeel vaak makkelijker om een anesthesioloog buiten het ziekenhuis in te zetten. Voor de kleinere streekziekenhuizen met een klein team anesthesiologen is dat lastiger”, vertelt Brinkman. “Dat is één van de belangrijkere belemmeringen waar we een oplossing voor moeten vinden. Daarvoor moeten we ook met de zorgverzekeraars om tafel, want ook voor hen zal het vroegtijdig afschrijven ongetwijfeld voordelen bieden.

Bezuinigingen verzorgingstehuizen en thuishulp

Zorgverzekeraar VGZ betaalde zeven ex-managers 1,5 miljoen euro aan exit premies. Dat is ruim 200.000 euro per vertrokken manager. Uit de jaarrekening blijkt dat de verzekeraar zeven vertrekpremies uitkeerde, die vanwege de hoogte vermeld moesten worden. Twee directeuren, een manager, een beleidsadviseur en drie accountmanagers ontvingen exit vergoedingen die variëren van 164.000 tot 267.000 euro. Gemiddeld ontvingen zij 214.000 euro. De voorzitter van Achmea heeft naar verluid een jaarsalaris van

ruim 500 duizend euro. Achmea, met 5,5 miljoen verzekerden de grootste zorgverzekeraar van Nederland, publiceert om die reden de beloningen van de topbestuurders maar niet meer in het jaarverslag. Achmea schrapte 2100 banen in Nederland. De meeste bestuurders van zorgverzekeringsmaatschappijen verdienen gemiddeld 400 duizend euro per jaar. Verzorgingshuizen De Overheid werkt nu toch maar weer aan plannen voor de introductie van moderne verzorgingshuizen. Deze woonvorm moet het gat dichten tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis. Het gaat om appartementen met zorg en ondersteuning in de nabijheid en gemeenschappelijke voorzieningen. Het kabinet verkent de herintroductie van verzorgingshuizen voor ouderen die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen, maar nog niet in aanmerking komen voor verpleeghuiszorg. Het gaat vaak om alleenstaanden zonder netwerk of mensen die na een ziekenhuisopname niet terug naar huis kunnen.

Uit onderzoek van PwC blijkt dat er grote behoefte is. Ruim 20.000 ouderen zouden willen verhuizen naar zo’n plek. Het gaat vaak om alleenstaande ouderen zonder netwerk, die nog geen recht hebben op verpleeghuiszorg maar thuis steeds moeilijker redden. De jaarlijkse 470 miljoen euro die voor het plan beschikbaar is, wordt volgens PwC voldoende geacht. Ouderen hechten sterk aan zelfstandigheid en privacy, maar groeit tegelijk de groep die wél behoefte heeft aan een tussenvorm. “In een verzorgingshuis worden mensen gestimuleerd om zelf en samen te doen, maar is zorg altijd dichtbij. De komende maanden werkt het ministerie de plannen verder uit. Daarbij wordt gekeken naar organisatie en personeel, de bouw van zorggeschikte woningen en manieren om gemeenschapsvorming te stimuleren. Nederland heeft nu zo’n 2357 verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Dit omvat zowel verpleeghuizen (met intensieve 24-uurszorg) als verzorgingshuizen (met lichtere ondersteuning). Het aantal pure verzorgingshuizen is de laatste jaren is afgenomen door beleidsveranderingen.

Uit onderzoek van PwC blijkt dat in 2029 zo’n 6.700 ouderen zouden kiezen voor een kamer en ruim 20.000 voor een zelfstandig appartement. De voorkeur van ouderen én adviesorganen ligt duidelijk bij zelfstandige appartementen met privacy en zorg op afroep.

PwC berekende dat de extra zorg en ondersteuning in 2040 tussen de 160 en 536 miljoen euro per jaar kost, afhankelijk van het scenario. Daarbovenop komt een onrendabele top in de bouw die kan oplopen tot 847 miljoen euro. Voor de uitvoering zijn in 2034 tussen de 2.800 en 6.300 extra medewerkers nodig.

Volgens staatssecretaris Pouw-Verweij (VWS) moeten moderne verzorgingshuizen aansluiten bij het behoud van zelfstandigheid en privacy, maar tegelijk beschutting, zorg en een gemeenschap bieden. Het kabinet wil daarbij inzetten op meer inzet van welzijnswerkers en buurtinitiatieven, om de druk op het tekort aan zorgpersoneel te verlichten. De komende maanden volgt overleg met gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties. Begin 2026 verwacht Pouw-Verweij de Kamer te informeren over de verdere uitwerking.

De Nederlandse zorg staat voor ingrijpende bezuinigingen. Hoewel de geplande “Less is More”-aanpak officieel voortkomt uit medische beroepsverenigingen, spelen zorgverzekeraars een indirecte maar aanzienlijke rol in het zorgbeleid. Hun invloed komt tot uiting in het zo goedkoop mogelijk inkopen van zorg, het Integraal Zorgakkoord en de Wet Verzekerdeninvloed.

Wetenschappelijke zorgverenigingen hebben richtlijnen aangepast waarbij een groot aantal behandelingen en controles wordt geschrapt. De verschuiving zit in “standaard wel” naar “standaard in principe niet”. Bijvoorbeeld, een acute blindedarmontsteking wordt niet langer standaard geopereerd omdat antibiotica vaak ook volstaat. Mensen met chronische huidziekten zoals psoriasis en eczeem krijgen minder frequente controles, hartonderzoeken na een beroerte worden geschrapt en patiënten die een licht herseninfarct hebben gehad, worden niet meer standaard opgenomen. Ook nazorg bij sommige vormen van kanker wordt fors ingekort, controles na eierstokkanker gaan van vijftien naar zes en screening bij laag-risicopatiënten voor blaaskanker wordt van vijf jaar teruggebracht naar één jaar. De maatregelen zijn ook bedoeld om artsen te ontlasten. Door bepaalde behandelingen te schrappen, kunnen ze dan tijd vrijmaken voor andere patiënten.

Toch roept het traject vragen op. Normaal gesproken wordt eerst uitgebreid wetenschappelijk bewijs verzameld voordat zorg wordt stopgezet. In het Less is more-traject wordt echter eerst gestopt en later geëvalueerd of dit verantwoord was. Dit kan leiden tot een verdere uitholling van de zorg, waarbij financiële en organisatorische overwegingen zwaarder gaan wegen dan de medische noodzaak. De Federatie Medisch Specialisten (FMS) benadrukt dat elke patiënt nog wel individueel wordt beoordeeld.

De nieuwe richtlijnen worden volgend jaar officieel van kracht en zullen de basis vormen voor het handelen van medisch specialisten in Nederland. Hoewel het beleid wordt gepresenteerd als rationeel en evidence-based, groeit de discussie over waar de grens ligt tussen zinvolle reductie van zorg en gevaarlijke bezuinigingen. De zorgverzekeraars vinden gezondheidsprogramma’s te duur. Menzis stopte al met het programma Samen Gezond. En nu gaat ook Vitality van ASR stoppen.

Wachttijden

Nieuwe cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit, geanalyseerd door regionale omroepen, laten zien dat de wachttijden voor de medische specialismen MDL (maag-, darm- en leverziekten), oogheelkunde en dermatologie per ziekenhuis enorm verschillen. Waar patiënten bij sommige instellingen binnen een maand terechtkunnen, loopt de wachttijd elders op tot een jaar of zelfs langer. De wachttijden voor een operatie of opname in ziekenhuizen zijn nog nooit zo lang geweest. De wachttijden lopen bij de 57 veel voorkomende behandelingen in steeds meer ziekenhuizen langer op dan 7 weken. Vooral bij aandoeningen als knie- en heupprotheses, of bij het verwijderen van de baarmoeder stijgt de lengte van de wachtlijst in steeds meer ziekenhuizen tot over de norm. De wachttijd voor staar in het UMC Groningen is zelfs in de praktijk wel 30 weken en in het Haga Ziekenhuis moeten patiënten een half jaar wachten op een galblaasverwijdering. Ook voor beschermd en begeleid wonen zijn er wachtlijsten van gemiddeld twee jaar. 

Bij de MDL-poliklinieken zijn de regionale verschillen opvallend groot. In het Maastricht UMC bedraagt de wachttijd dertig dagen, terwijl het nabijgelegen Zuyderland-ziekenhuis een wachttijd van 360 dagen kent. Een vergelijkbaar verschil is zichtbaar tussen Hilversum en Amersfoort. In Den Haag en Zuid-Limburg spelen deze problemen al langer, terwijl de regio-Zwolle en Amersfoort de laatste maanden een sterke stijging in wachttijden zien.

De oorzaak van de opgelopen wachttijden bij MDL ligt deels bij een besluit van tien jaar geleden, toen het aantal jaarlijkse opleidingsplaatsen voor MDL-artsen werd gehalveerd van veertig naar twintig. Tegelijkertijd is het aantal patiënten met buikklachten gestegen door een westerse leefstijl met veel vlees, weinig vezels en minder beweging. Daarnaast zorgen betere medicatie en nieuwe, orgaansparende behandelingen ervoor dat patiënten na een ingreep veel langer poliklinisch gevolgd moeten worden, wat leidt tot meer vervolgafspraken.

Bij de poliklinieken oogheelkunde loopt de wachttijd in steden zoals Scheemda, Coevorden, Hardenberg en Arnhem op tot meer dan 150 dagen. Bij de Isala-ziekenhuizen in Zwolle, Kampen en Meppel bedraagt de wachttijd inmiddels zelfs meer dan twee jaar. De druk op dit specialisme wordt veroorzaakt door de vergrijzing, aangezien veelvoorkomende oogziekten zoals staar vooral bij ouderen optreden. Ook hier spelen uitgebreidere behandelmogelijkheden een rol; ouderen behouden langer hun zicht, wat resulteert in een grotere zorgvraag. Dit valt samen met een acuut tekort aan oogartsen en ondersteunend personeel, waardoor opengevallen plekken in ziekenhuizen moeilijk ingevuld worden.

Binnen de dermatologie is het artsentekort eveneens merkbaar. Er staan landelijk meer dan dertig vacatures open voor dermatologen, terwijl jonge artsen vijftien jaar geleden nog moeite hadden om een baan te vinden. In onder andere Goeree-Overflakkee, Oost-Nederland en Scheemda bedraagt de wachttijd inmiddels honderd dagen of meer. De stijging van het aantal patiënten komt doordat huidkanker de meest voorkomende kankersoort is geworden, als gevolg van een historische toename in zonvakanties en het gebruik van zonnebanken. Zelfstandige behandelcentra, oftewel particuliere klinieken waarvan de zorg wordt vergoed door de verzekeraar, helpen de druk te verlichten door eenvoudige zorg over te nemen met kortere wachttijden. Wel stroomt ingewikkelde zorg vanuit deze centra vaak alsnog door naar de reguliere ziekenhuizen. 

De grootste verzekeraars Achmea, CZ, Menzis en VGZ zijn gemaand tot het maken van verbeterpunten bij niet nakomen van hun zorgplicht. Ze moeten van de NZa de ‘knelpunten in het aanbod’ van zorg beter in beeld brengen en op basis daarvan actie ondernemen. Bij CZ en Menzis schiet dit dusdanig tekort, dat ze een formele aanwijzing opgelegd kregen.  De verzekeraar zit nu midden in dit vervolgtraject; mocht het ingediende verbeterplan alsnog mislukken, dan activeert de NZa een last onder dwangsom. De grootste verbeterpunten zijn het in beeld krijgen van de knelpunten in het aanbod, de acties die zij daarop nemen en het evalueren en bijstellen van deze acties. De belangrijkste conclusie was dat er niet wordt voldaan aan de normen van de zorgplicht. CZ staat al enige tijd onder verscherpt toezicht en heeft nog te weinig gedaan om aan de wettelijke zorgplicht te voldoen. CZ heeft na een half jaar de wachttijden in de medisch specialistische zorg en de geestelijke gezondheidszorg nog steeds niet genoeg verbeterd. De andere zorgverzekeraars  voldoen nu wel aan de eisen. CZ gaat nu een nieuw vervolgtraject in en moet een plan indienen waarmee het bedrijf denkt alsnog aan de zorgplicht te gaan voldoen. Mocht dit alsnog mislukken, dan kan een dwangsom volgen.

De NZa zegt dat de toegang tot zorg “geen vanzelfsprekendheid” meer is in Nederland. “Dit is een ingewikkeld probleem waar alle partijen in het zorgstelsel verantwoordelijk voor zijn.” Daarbij benadrukt de NZa dat zorgverzekeraars en zorgaanbieders “meer dan ooit” moeten samenwerken. Daarom zegt de toezichthouder dat zorgaanbieders transparant moeten zijn over hun wachttijden en samen met de zorgverzekeraars die wachttijden moeten terugdringen. 

Zorgverzekeraars ontvangen jaarlijks circa 21,8 miljard euro vereveningsbijdrage uit het ZVF. Ook ontvangen zij uit het ZVF een vergoeding van 2,5 miljard euro voor de beheerkosten voor verzekerde kinderen in hun bestand en 900.000 euro t.b.v. HLZ (langdurige zorg) Nederland heeft 13,3 miljoen inwoners boven de 18 jaar die in totaal ook nog zo’n 17 miljard euro per jaar aan zorgpremie bijdragen en 3 miljard aan eigen risico. Zo’n 300.000 hiervan zijn wanbetalers en zo’n 300.000 zijn vrijgesteld van premiebetaling. Een kleine miljard euro aan premies wordt niet geïnd en vervolgens door het Rijk aan de verzekeraars vergoed vanuit het ZVF. De totale inkomsten voor de zorgverzekeraars bedraagt dan 45 miljard euro. Ze hebben dan ook enorme reserves:   Achmea ca 700 miljoen euro CZ ca 660 miljoen euro VGZ ca 660 miljoen euro Menzis ca 256 miljoen euro DSW ca 82 miljoen euro. DSW verhoogde de premie van de verplichte basisverzekering in 2025 met 9,50 euro per maand naar een maandpremie van 158,50 euro.

De premies voor de zorgverzekeringen zijn het afgelopen jaar fors omhoog gegaan. De basisverzekering van zorgverzekeraar DSW steeg met 11,50 euro per maand naar 149 euro. Het was de grootste stijging sinds 2006. Voor 2026 wordt de premie voor de basisverzekering niet verhoogd. Volgens DSW stijgen de zorgkosten weliswaar ook komend jaar verder, maar heeft de overheid het afgelopen jaar een buffer opgebouwd in het zorgverzekeringsfonds, die nu wordt ingezet. Dat fonds wordt gevuld met het geld van de inkomensafhankelijke bijdrage. De opbrengst daarvan viel voor de staat hoger uit dan verwacht, en dat geld moet wettelijk gezien terugvloeien in de zorgpremies. Voor 2026 bedraagt de zorgpremie bij DSW 158,50 per maand, bij CZ (Zorg-op-maatpolis): 159,99 euro, bij Menzis (Basis): 156,25 euro, bij VGZ (Eigen Keuze): 171,65 euro en bij Zilveren Kruis/Achmea (Basis Zeker): 159,25 euro. Zorgverzekeraars ontvangen namelijk naast premies ook geld uit het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). Hierin zitten de inkomensafhankelijke premies die je via je werkgever betaalt. En er bleek meer geld binnengekomen dan er is uitgegeven aan zorg. Geld dat wordt teruggeven aan de zorgverzekeraars, die het weer kunnen gebruiken om de zorgpremie niet of minder te laten stijgen. Dt zijn alleen de tarieven voor de verplichte basisverzekering, niet voor de aanvullende verzekeringen, zoals de tandarts of fysiotherapeut.

VGZ kostte in 2025 146,95 euro per maand en ook Menzis verhoogde de premie met 5,50 euro. Daar kwam het maandbedrag op 146,75 euro. CZ en Zilveren Kruis bleven ook  ruim onder de stijging van 12 euro.  Met 5 euro per maand was de premiesstijging bij VGZ het laagst. De zorgtoeslag daarentegen daalde van 154 euro naar  123 euro. De verdiengrens ligt op maximaal 37.496 euro per jaar. Voor 2 verdieners is dat 47.368 euro. Het vermogen mag maximaal 140.213 euro zijn. 10% van de zorgtoeslaggerechtigden maakt geen gebruik van de toeslag waar ze recht op hebben.(700.000 personen)

Nederland heeft de beschikking over ongeveer 850 IC-bedden en dat is beduidend minder dan vijf jaar geleden, toen nog 1150 bedden beschikbaar waren. Structurele investeringen van 300 miljoen euro door het vorige kabinet om de capaciteit van de GGD’s en het RIVM te versterken én de IC-capaciteit op niveau te houden, worden door de huidige coalitie vooralsnog grotendeels ongedaan gemaakt. Het verbeteren van de nationale crisisorganisatie, een belangrijke aanbeveling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, is daarmee ingewikkelder geworden. Er wordt weliswaar een nieuwe organisatie opgetuigd die bij een nieuwe pandemie de regie moet voeren, maar deze Landelijke Functie Opschaling Infectieziektebestrijding zal minder effectief zijn. Nieuw personeel dat plannen en draaiboeken voor grootschalige crises moet maken komt er immers niet vanwege de bezuinigingen. Ook blijft onzeker of er een goed informatiesysteem komt waarmee gevaarlijke virusuitbraken op tijd worden opgemerkt of voorspeld. Denemarken kon dankzij zo’n systeem minder ingrijpende lockdowns opleggen omdat infectiegolven voorspelbaarder waren. De beschikbare capaciteit slimmer gebruiken wordt gezien als een belangrijke les. Lockdowns werden voornamelijk ingesteld om te voorkomen dat ziekenhuizen zouden worden overweldigd. Het capaciteitsvraagstuk wordt belangrijker omdat ziekenhuizen überhaupt minder capaciteit hebben. Toenemende personeelstekorten beperken het aantal handen dat aan bedden beschikbaar is. Daarnaast zorgt het zorgfinancieringssysteem ervoor dat het aantal IC-bedden afneemt. Zorgverzekeraars betalen alleen voor bezette IC-bedden. Een bed met een patiënt levert een ziekenhuis dus geld op, een leeg bed is een kostenpost. Ziekenhuizen proberen in normale tijden een bedbezetting van 80 procent aan te houden, want dan is er altijd een bed beschikbaar. Maar het aantal bedden voor het geval van een pandemie structureel uitbreiden, waardoor nog meer bedden langdurig ongebruikt zouden blijven, is eigenlijk onbetaalbaar voor ziekenhuizen. Extra financiering van zorgverzekeraars om onbezette bedden te bekostigen en voldoende capaciteit te garanderen in het geval van een pandemie, gaat in tegen hun opdracht: zij moeten de zorgpremie zo laag mogelijk houden. 

Kabinet en zorgpartijen sluiten aanvullend zorgakkoord

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft een nieuw, aanvullend zorgakkoord gesloten met diverse zorgpartijen, waaronder de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Het akkoord bouwt voort op het Integraal Zorgakkoord (IZA) uit 2022, dat gericht is op het toegankelijk en betaalbaar houden van de zorg in Nederland. Voorkomen van personeelstekorten en administratieve lasten.

Een centraal doel van het akkoord is het aanpakken van de groeiende personeelstekorten in de zorgsector. Dit wordt onder meer bereikt door meer zorgpersoneel op te leiden en de administratieve lasten voor zorgverleners te verminderen. Nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie (AI), worden ingezet om administratieve processen te stroomlijnen, zodat zorgverleners meer tijd kunnen besteden aan directe patiëntenzorg. Extra investeringen in preventie en diagnostiek
Het akkoord omvat ook financiële toezeggingen voor preventieve en diagnostische maatregelen. Zo wordt 39 miljoen euro vrijgemaakt voor een gordelroosvaccinatieprogramma, dat ouderen moet beschermen tegen deze pijnlijke aandoening. Ouderen kunnen zich voortaan laten vaccineren tegen gordelroos. Daarnaast komt er 17 miljoen euro vrij voor MRI-scans voor vrouwen met zeer dicht borstweefsel, wat de vroege opsporing van borstkanker kan verbeteren. 

Verder gaat er 440 miljoen euro naar seksuele gezondheid, preventie, de mentale gezondheid van jongeren en kwetsbare wijken en wordt er meer ingezet op het verlichten van de werkdruk van zorgpersoneel. Hiervoor wordt onder meer kunstmatige intelligentie ingezet. Ook wordt de regeldruk verlicht. Het is de bedoeling dat hiermee in 2028 ongeveer 100.000 mensen minder nodig zijn in de zorg dan zonder beleid het geval zou zijn. De zorg kampt met een groot personeelstekort. Rond 2034 zijn er mogelijk 250.000 tot 300.000 medewerkers te weinig. Door vergrijzing zijn er in de komende jaren steeds minder medewerkers beschikbaar, terwijl er juist steeds meer mensen komen die zorg nodig hebben.

Voormalig minister van Volksgezondheid Pia Agema (PVV) had al overeenstemming bereikt over de financiering. Haar opvolger, Daniëlle Jansen (NSC), maakte het afronden van het akkoord tot haar prioriteit. De zorgpartijen moeten het akkoord nog wel voorleggen aan hun achterbannen voor definitieve goedkeuring. Minister Jansen zal de Tweede Kamer op 4 juli 2025 informeren over de inhoud en verdere uitwerking van het akkoord.

 Verplicht gebruik ondeugdelijke apps

Zorgverzekeraar Zilveren Kruis oefent financiële druk uit op huisartsen om de triage-apps te gebruiken die niet voldoen aan de wet- en regelgevingHet gaat om apps die patiënten adviseren of ze een afspraak moeten maken bij de dokter. Vaak twijfelen de huisartsen of de apps medisch verantwoord zijn. Maar als huisartsen weigeren de apps te gebruiken, worden ze financieel gestraft omdat ze dan een lagere vergoeding krijgen voor andere zorg. Huisartsen kunnen tot 10.000 euro per jaar mislopen. 

Zorg-apps die het werk van echte zorgverleners overnemen, waaronder triage-apps zoals het bekende Moet ik naar de dokter?, zijn een prioriteit in het zorgakkoord.
De ervaringen van artsen die de apps hebben getest lopen zijn verschillend. “Waar de ene zorgverlener aangeeft dat de kwaliteit van de vragenlijsten om spoed en niet-spoed van elkaar te onderscheiden goed is, geeft een ander aan dat de vragenlijsten vaak onvolledig zijn. Praktijken die de app weigeren te gebruiken, krijgen 1 euro minder vergoeding per patiënt. Gemiddeld hebben praktijken ruim 3600 patiënten, dus het mogelijke verlies loopt in de duizenden euro’s.

Voor de Utrechtse huisarts Nanja Danhof in Kanaleneiland met ruim 9000 patiënten is het verlies dus nog groter. Maar vanwege de veiligheid van haar patiënten was de triage-app geen optie, zegt ze. “Veel van mijn patiënten spreken de Nederlandse taal niet goed of hebben weinig kennis over zorg, waardoor de kans groot is dat ze deze apps verkeerd invullen. Dat kan gevaarlijk worden, omdat patiënten mogelijk verkeerd advies krijgen en ik daar geen zicht op heb.”

Zilveren Kruis zegt dat de financiële prikkel moet helpen om de zorg efficiënter te maken en daarmee toegankelijk te houden én dat de aanwijzing voortkomt uit de zorgakkoorden, mede ondertekend door de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV).

“Maar het blijft aan de huisarts om te beoordelen of een toepassing past bij de eigen praktijk en patiëntenpopulatie”, reageert een woordvoerder van de LHV. De beroepsvereniging zegt zeker mogelijkheden te zien waarbij triage-apps helpen. Maar dan moeten huisartsen er wel op kunnen vertrouwen dat die apps voldoen aan de regels en moet duidelijk zijn voor welke patiënten en situaties die geschikt zijn. Recentelijk werd 800 miljoen euro aan publiek geld toegekend om de komende drie jaar onder meer het gebruik van deze apps op te schalen. Dat de apps nog niet aan de regels voldoen of risico’s kunnen opleveren is bijzaak, stelt minister van Langdurige Zorg Mirjam Sterk: “Er dreigt een huisartsentekort. We moeten zoeken naar slimme oplossingen en dat is bijvoorbeeld die digitale triage.” Ze benadrukt dat signalen van huisartsen wel belangrijk zijn. Dat juist kritische huisartsen worden gekort door de zorgverzekeraar, daar wil de minister niet op ingaan. “Ik ga niet over afspraken tussen zorgverzekeraars en zorgverleners.”

Stijgende zorgkosten door vergrijzing, immigratie en technologische vooruitgang

De totale uitgaven aan gezondheidszorg, inclusief kinderopvang, zijn in 2024 met 8,9% gestegen tot 155 miljard euro. Deze stijging gaat sneller dan de economische groei en heeft directe en indirecte gevolgen. Hoewel stijgende zorgkosten door vergrijzing, immigratie en technologische vooruitgang werden verwacht, is een stijging van 8,9% (inclusief sociale zorg) en 9,0% in de Langdurige Zorg (Wlz) exorbitant. De hoge inflatie zorgt voor prijs- en loonstijgingen in de zorgsector en CAO-lonen stegen in 2024 met 7,4%, wat doorwerkt in declaraties. De groeiende groep 75-plussers met 4%, leidt tot een grotere zorgvraag, vooral in de Langdurige Zorg en Wijkverpleging, met een geschatte kostenstijging van 6,1%. En tot slot is er in de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) een stijging van ongeveer 10% zichtbaar (en 9,1% in de Langdurige GGZ in 2025) door de hogere instroom en beleidswijzigingen, zoals de openstelling van de Wlz voor mensen met een psychische stoornis. Daarnaast leiden initiatieven uit het Integraal Zorgakkoord (IZA), zoals ‘Meer Tijd Voor de Patiënt’ in de huisartsenzorg, tot hogere declaraties van uren. De gevolgen van deze kostenstijging zijn aanzienlijk en raken de gehele economie en de portemonnee van burgers. De nominale zorgpremie stijgt door de toename van uitgaven, vooral door loon- en prijsstijgingen, wat direct merkbaar is voor iedereen. De zorguitgaven bedragen nu ongeveer 13,8% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), wat betekent dat van elke 7 euro die in Nederland wordt verdiend, 1 euro naar de zorg gaat. Doordat zorguitgaven drie keer zo snel groeien als de economie, kunnen andere publieke uitgaven, zoals onderwijs, defensie en infrastructuur, worden verdrongen. Bovendien trekt de zorgsector steeds meer personeel, wat arbeidskrachten weghaalt uit andere sectoren, de economische groei kan remmen en een loon-prijsspiraal kan veroorzaken. Bij een aanhoudende stijging in dit tempo zal een doorsnee gezin in 2040 bijna de helft van het bruto inkomen aan zorggerelateerde kosten kwijt zijn (direct en via belastingen/premies), tegenover 23,5% nu. 

Veel politieke partijen gaan bezuinigen op de zorg. Voornamelijk door het verhogen van het eigen risico en andere eigen bijdragen. Alleen bij GL-PvdA nemen de zorguitgaven in de komende kabinetsperiode juist meer toe. VVD, CDA en JA21 kiezen voor een verhoogd eigen risico van 440 euro. D66 houdt 385 euro aan, net als nu. GL-PvdA en BBB hanteren het huidige plan van het kabinet-Schoof om het eigen risico de komende jaren te halveren, naar 170 euro in 2030.

D66, BBB, CDA en JA21 verhogen ook de eigen betalingen in de langdurige zorg. Dat is zorg voor mensen die 24 uur per dag intensieve zorg nodig hebben, zoals mensen met een beperking.

VVD, D66, JA21 en CDA willen  extra zorgbezuinigingen. Het gaat dan om het bevriezen of beperken van het basispakket. Dat betekent dat nieuwe behandelingen niet zomaar automatisch worden toegevoegd. Ook kiezen D66 en JA21 ervoor het kwaliteitsniveau in de verpleeghuiszorg niet of beperkt te laten toenemen. De VVD wil dit mee laten ontwikkelen met de stand van de wetenschap en de praktijk. Het CDA kiest voor het scheiden van wonen en zorg, waardoor de partij ook geld bespaart op de langdurige zorg. De PVV bezuinigd niet en verhoogt juist de zorguitgaven. 

Zorgen over het aantal zelfdodingen onder jongeren

Gemiddeld maken 26 jongeren per maand een einde aan hun leven en dat aantal neemt toe. Daarom is de stichting 113 de campagne Lessen voor het Leven gestart, waarin nabestaanden het persoonlijke verhaal van hun zoon of dochter delen. Met deze campagne wil de stichting meer aandacht vragen voor jongeren met suïcidale gedachten. Volgens Patrick Lodiers, voorzitter van de stichting 113 Fonds, mogen deze cijfers niet worden gezien als abstracte statistieken. Hij benadrukt dat het gaat om 26 gezichten per maand en dat achter elk cijfer een jong leven schuilgaat. 

De gegevens van websitebezoekers van het 113 fonds werden lange tijd gedeeld met derde partijen, zonder dat zij hiervoor toestemming hadden gegeven. Dat blijkt uit onderzoek van maatschappelijk hacker Mick Beer van Hackedemia.nl. Wanneer iemand de pagina van 113 opent, of klikt op het chat- of bel-menu, is dat op zichzelf al gevoelige informatie’, zegt ethisch hacker Mick Beer. Toch werden deze gegevens tot voor kort gedeeld met derde partijen, waaronder Google en Microsoft. Dit gebeurde zelfs als bezoekers hiervoor geen toestemming hadden gegeven via cookies. Het ging om gegevens over de locatie, de browser, het apparaat van de gebruiker en de website die de gebruiker vlak daarvoor heeft bezocht. Van het websitebezoek werden zelfs schermopnames gemaakt. ‘Wie naar de website van 113 surfte, liet zo een digitale voetafdruk achter’, stelt Beer.

Daarmee handelde Stichting 113 waarschijnlijk in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Hierin staat dat er extra zwaar getild wordt aan de beveiliging van medische persoonsgegevens, zoals die van mensen die een anonieme zelfmoordpreventiehulplijn bezoeken. Het delen met Microsoft gebeurde alleen als de cookies waren geaccepteerd.Stichting 113 benadrukt in een reactie aan BNR dat er geen inhoudelijke informatie uit gesprekken of chats van hulpvragers is gedeeld. ‘Het gaat om technische gegevens rondom een websitebezoek, zogenaamde metadata’, laat een woordvoerder weten. ‘Wij realiseren ons dat bezoekers erop moeten kunnen vertrouwen dat hun privacy beschermd is en betreuren dat hierover zorgen zijn ontstaan. De stichting heeft naar aanleiding van het onderzoek tijdelijk alle meet- en analysetools uitgezet, zodat privacygevoelige data niet langer gedeeld worden, maar het is nog onzeker of de trackers blijvend worden uitgezet. ‘Op dit moment onderzoeken wij wat er precies is gebeurd, hoe dit heeft kunnen ontstaan, wat de mogelijke impact is geweest en wat onze vervolgstappen zijn’, aldus de woordvoerder van de stichting. 

De oorzaken van zelfdoding onder jongeren lopen uiteen. Uit onderzoek van CANS blijkt dat suïcidale gedachten vaak samenhangen met prestatiedruk, eenzaamheid, financiële onzekerheid, woningnood en het ontbreken van toekomstperspectief. Hoogleraar en voorzitter van CANS Renske Gilissen stelt dat er nog veel te weinig bekend is over zelfdoding onder jongeren. Ook in 2025 ontbreekt het volgens haar aan voldoende kennis om signalen bij jongeren vroegtijdig te herkennen, terwijl juist vroege signalering levens kan redden. Meer onderzoek en bewustwording zijn volgens haar essentieel om sneller te kunnen handelen.

Waar het totale aantal zelfdodingen in Nederland daalt, laten de cijfers onder jongeren juist een stijging zien. Volgens CANS overleden vorig jaar 290 jongeren onder de dertig jaar door suïcide, terwijl dat er in 2024 nog 312 waren. In 2016 ging het om 223 zelfdodingen onder jongeren. Vooral onder tieners is in 2025 sprake van een verontrustend hoog aantal. Waar dit aantal normaal rond de zestig per jaar schommelt, zijn in 2025 al 73 tieners overleden.

Een eenduidige verklaring voor deze stijging is er niet. Gilissen benadrukt dat iedereen zijn eigen verhaal heeft en dat daarom verder onderzoek noodzakelijk is. Wel ziet zij een toename van zelf toegebracht letsel, waarbij vooral jonge meiden vaker op de spoedeisende hulp belanden. Volgens haar kunnen meisjes elkaar daarin soms verder naar beneden trekken.

Samen met CANS doet Gilissen onderzoek naar verschillen tussen jongens en meisjes. Bij jongens is het gedrag volgens haar vaker onvoorspelbaar en spelen factoren als autisme of verslaving regelmatig een rol. Bij jonge vrouwen ziet zij vaker prestatiedruk en zorgen voor anderen als aanleiding. In die groep worden steeds meer patronen zichtbaar, maar het blijft een diverse groep waarbij de vraag centraal staat wat effectief kan helpen.

Gilissen wijst erop dat suïcidale gedachten vaak toenemen vanaf het vijftiende levensjaar en nog sterker bij jongvolwassenen. Jongeren zouden daarom niet alleen met elkaar over deze gedachten moeten praten, maar ook tijdig professionele hulp moeten krijgen.

Denk jij aan zelfdoding? Bel 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl

Ondanks de zorgwekkende ontwikkeling onder jongeren laten de cijfers over alle leeftijden samen wel een daling zien. Vorig jaar maakten 1.785 mensen in Nederland opzettelijk een einde aan hun leven. Daarmee ligt het totale aantal zelfdodingen voor het eerst sinds 2012 onder de 1800. Zelfdoding komt het meest voor bij mensen van middelbare leeftijd, maar juist in die groep is een dalende trend zichtbaar.

Recht op GGZ

Psychiatrisch patiënten, naasten en zorgverleners in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) bereidden een collectieve rechtszaak voor tegen de Staat en tegen zorgverzekeraars en verenigden zich in de stichting ‘Recht op GGZ’,  De verzekeraars handelen volgens hen in strijd met hun wettelijke zorgplicht door onvoldoende GGZ in te kopen. En de rijksoverheid stelt te weinig geld beschikbaar. Hierdoor zijn de wachtlijsten onaanvaardbaar lang geworden en worden de mensenrechten van deze patiënten geschonden, is de klacht.  Eind 2023 waren er volgens de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bijna 100.000 zogenoemde wachtplekken in de ggz. Omdat sommige mensen meerdere malen op een wachtlijst staan (de NZa denkt één op de vijf) gaat het waarschijnlijk om zo’n 78.000 patiënten. Iets meer dan de helft van die groep moet langer wachten dan volgens de geldende normen verantwoord is. Dat geldt het sterkst voor de mensen met de ernstige klachten, zoals trauma en depressieve stemmingsstoornissen. De oorzaak van de lange wachtlijsten komt door de ‘omzetplafonds’ die zorgverzekeraars ggz-instellingen opleggen. Vanaf 2012 hielden de verzekeraars daardoor jaarlijks zo’n 300 miljoen euro van het ggz-macrobudget over, bevestigde de Algemene Rekenkamer eerder in een rapport. Volgens het ministerie van VWS is dat inmiddels niet meer het geval. Worden die 300 miljoen volledig besteed, verdwijnen de wachtlijsten, is de stellige overtuiging van Kleijweg. Toen de minister besloot 30 miljoen euro toe te voegen aan het budget had dat meteen effect. Volgens Manon Kleijweg, bestuurslid van de stichting  gaat het om een groep van 56.000 Nederlanders met ernstige psychische aandoeningen die onaanvaardbaar lang moeten wachten op behandeling. ‘Dat gaat om mensen met anorexia, ernstige psychoses of dwangstoornissen. Die groep van 56.000 lijdt zonder uitzondering ernstig onder hun psychiatrische aandoeningen.

De psychische hulp in de huisartsenpraktijk schiet tekort. De ‘ggz-light’ zorgt er op lange termijn niet voor dat mensen mentaal gezonder zijn of aan het werk blijven, blijkt uit onderzoek. Ook worden de wachtlijsten bij de ‘gewone’ ggz niet korter. 
Jaarlijks komen zo’n 600.000 Nederlanders bij de Praktijkondersteuner Huisarts Geestelijke Gezondheidszorg (POH-ggz). Daar telt ons land er meer dan drieduizend van. De kostenpost: 360 miljoen euro per jaar, ongeveer 5 procent van het hele ggz-budget zorgt er niet voor dat alle doelen worden bereikt: het verlaagt de druk op de ggz niet, verbetert de langetermijngezondheid van mensen niet en het voorkomt ook geen baanuitval”. Het enige doel dat wel is bereikt is dat meer mensen worden behandeld dan vroeger.  De POH-GGZ werkt misschien op korte termijn maar op de lange termijn faalt het. In de harde cijfers op lange termijn is het in elk geval niet terug te zien zo blijkt uit analyse van onder meer de cijfers waarin mensen op verzoek van statistiekbureau CBS elke vier jaar hun gezondheid beoordelen.Ongeveer een op de vijf patiënten maakt gebruik van de praktijkondersteuner als zogeheten overbruggingszorg: hulp terwijl ze op de wachtlijst staan voor de basis- of specialistische GGZ. Maar ook bij hen is geen effect te zien. Als ze eenmaal aan de beurt zijn, zien GGZ-behandelaars geen betere situatie dan bij de mensen die de praktijkondersteuner in de tussentijd níét zagen. 

Inmiddels is de zaak van Recht op GGZ bij de rechtbank in Den Haag behandeld. De stichting eiste dat de Staat en verzekeraars worden gedwongen de Treeknormen (de maximaal aanvaardbare wachttijden) te handhaven. De rechter had in recente tussenuitspraken al geoordeeld dat de zorgplicht van verzekeraars een resultaatverplichting is, geen inspanningsverplichting. Dit betekent dat verzekeraars niet alleen moeten proberen zorg in te kopen, maar dat die zorg er feitelijk moet zijn. Hoewel het ministerie van VWS claimt dat de budgetten nu volledig worden ingezet, ervaren GGZ-instellingen in de praktijk nog steeds strijd met verzekeraars over productieafspraken. Instellingen durven vaak geen extra personeel aan te nemen als ze niet zeker weten of de zorg boven het plafond vergoed wordt.
Het ‘Kleijweg-effect’: De overtuiging van psychiater Menno Kleijweg dat extra geld direct effect heeft, werd deels bevestigd door de extra injecties van 30 miljoen, maar het geld alleen lost het personeelstekort niet op omdat er niet genoeg behandelaren zijn om de vacatures te vullen.
Het aantal wachtenden schommelt nog steeds rond de 80.000. Vooral in de specialistische GGZ (S-GGZ) voor complexe trauma’s en persoonlijkheidsstoornissen blijven de wachttijden de normen (vaak circa 14 weken) ruim overschrijden. De NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) heeft onder druk van de rechtszaak strengere handhavingsmaatregelen aangekondigd tegen verzekeraars die in bepaalde regio’s structureel te weinig zorg inkopen voor de meest kwetsbare groepen. 

Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuw Integraal Zorgakkoord (IZA 2.0) waarbij de omzetplafonds voor de zwaarste zorgcategorieën mogelijk volledig worden afgeschaft. De zaak van ‘Recht op GGZ’ heeft ervoor gezorgd dat de wachttijden niet langer alleen als een “logistiek probleem” worden gezien, maar als een schending van mensenrechten. De Staat staat nu met de rug tegen de muur: als ze de rechtszaak definitief verliezen, volgt er mogelijk een gigantische claim en een gedwongen herstructurering van hoe de GGZ wordt gefinancierd. De uitspraak in de bodemprocedure wordt later dit jaar verwacht en zou wel eens de grootste juridische aardbeving in de Nederlandse zorg van de afgelopen tien jaar kunnen worden.

GGZ-instelling Parnassia, met ruim 13.500 medewerkers de grootste zorginstelling van Nederland zit in financiële problemen. 2018 werd afgesloten met een tekort van ruim 29 miljoen euro. De Parnassia Groep is ontstaan door een fusie van het Rotterdamse Antes en de Haagse Parnassia Groep. Door de fusie zijn instellingen als Bouman, Delta, Bavo Europoort en Parnassia onder één bestuur gekomen. Behalve in Arnhem, Ede en Nijmegen heeft Parnassia vestigingen in Oosterbeek en Wolfheze. Het miljoenentekort is vooral ontstaan doordat verzekeringsmaatschappijen en gemeenten rekeningen voor geleverde zorg niet hebben betaald. Een andere reden is het grote personeelstekort waarmee de hele zorg te kampen heeft. De problemen kwamen aan het licht in een interne mail van de leiding van de Bavo/Europoort-kliniek van de Parnassia-groep aan de medewerkers. Daarin wordt gesteld dat de organisatie een dergelijk negatief resultaat niet nóg een jaar kan dragen. De mail leidde tot onrust onder het personeel, dat al langdurig onder grote druk staat. Bij de kliniek is het ziekteverzuim 8,4 procent en dat is hoger dan gemiddeld in de zorg. Bovendien kampt de groep met een personeelstekort: op elke twintig medewerkers komt de kliniek er drie tekort. Dit leidt al jaren tot hoogspanning bij het personeel en heeft gevolgen voor de zorg zoals langere wachtlijsten en kortere behandelingen waardoor (verwarde) mensen sneller op straat komen. Parnassia gaat de problemen te lijf door opleidingen van het personeel te beperken en door minder personeel in te huren. Er zal door de GGZ-instelling nog meer bezuinigd worden op administratieve lasten. PsyQ leed zowel landelijk als in Amsterdam al jaren verliezen. In 2020 leed PsyQ in Amsterdam 2,8 miljoen euro verlies, in 2019 ging het om 1,4 miljoen. Landelijk ging het om respectievelijk 4 en 8 miljoen euro. De vestiging in Amsterdam presteerde financieel structureel slechter dan andere locaties, onder meer vanwege een hoog ziekteverzuim, een lage productiviteit van de behandelaren en langdurige behandeltrajecten en moest in 2022 sluiten. Psychiatrische patiënten moeten voor zwaardere geestelijke gezondheidszorg bovenop het eigen risico een eigen bijdrage van 200 euro betalen en een opname kost 145 euro per maand. 17 procent staakte de behandeling vanwege de eigen bijdrage die ze niet konden betalen en 35 procent overweegt met de lopende behandeling te stoppen. 46 procent laat zich ondanks advies vanwege de kosten niet opnemen in een instelling. Het ministerie van Volksgezondheid laat een team van het Landelijk Platform GGZ gemeenten bijstaan. De inzet van het zwaarbewapende politieteam Dienst Speciale Interventies (DSI) is vanwege personen met verward gedrag verdubbeld ten opzichte van drie jaar geleden. De laatste vijf jaar is het aantal gedwongen opnamen van patiënten met een psychiatrische aandoening met tien procent gestegen. Zes à zeven mensen per dag worden opgenomen omdat ze een gevaar vormen voor anderen.  Meer dan een kwart miljoen Nederlanders tussen de 15 en 65 jaar gebruikt xtc. De pillen die de groep tussen de 16 en 24 jaar gebruikt zijn bovendien steeds zwaarder en worden ook vaker geslikt, waardoor de gezondheidsrisico’s groter worden en waarbij ook symptomen als angst, flashbacks, paniekaanvallen en psychose kunnen optreden. Ook het gebruik van antidepressiva kan leiden tot het afvlakken van emoties en agressieve uitbarstingen. Gebruikers kunnen bij het gebruik van een SSRI of SNRI antidepressivum enorm agressief worden. Vaak worden deze middelen al bij lichte stress geslikt of als afslankmiddel. Ruim een miljoen Nederlanders gebruikt een antidepressivum en terwijl slechts een deel er ook baat bij heeft, lopen alle gebruikers wel het risico op gevaarlijke bijwerkingen. Steeds meer vacatures in de geestelijke gezondheidszorg blijven onvervuld. In het tweede kwartaal van dit jaar waren er 9.800 vacatures in de sector. Dat is het grootste aantal sinds het begin van 2018. Op elke 1.000 banen waren er vorig kwartaal 74 vacatures in de ggz. Dat is de hoogste vacaturegraad van alle sectoren in Nederland, blijkt uit de CBS-cijfers. Het gemiddelde ligt op 46 vacatures per 1.000 banen. Niet alleen is de GGZ qua personeel flink gegroeid maar de administratieve taken zijn enorm toegenomen. In de 1ste lijns GGZ praktijk is aan personeel nauwelijks tot niet te komen is. Zelfs ZZPers die helemaal hun eigen tijd in kunnen delen zijn er niet te vinden. Probleem is ook er ook wel basis psychologen zijn maar de behandelaars moet veelal minimaal GZ psycholoog zijn anders wordt het niet vergoed. Daarbij wordt de druk op behandelingen steeds zwaarder door aangroeiende bevolking.  Groepstherapie blijkt ik de praktijk net zo goed te werken als individuele therapie en zou de ggz-wachtlijsten in één klap kunnen oplossen. Toch gebeurt het nog nauwelijks. Dat komt vooral door koudwatervrees bij patiënten en het idee onder behandelaren dat het een ‘minderwaardige’ noodoplossing is. Hoewel patiënten achteraf juist erg positief zijn en zorgverzekeraars hard pushen op verandering, is er echt een cultuuromslag nodig om de cijfers in beweging te krijgen.

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)

8 september 2025 is in Den Haag het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) ondertekend door zorg- en welzijnsorganisaties en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) tekende onder voorbehoud, omdat de ledenraadpleging daar nog loopt. Eerder dit jaar bereikten de partijen al een onderhandelaarsakkoord. Het akkoord moet de zorg in Nederland toegankelijk en betaalbaar houden. Door de vergrijzing neemt het aantal mensen dat zorg nodig heeft sterk toe, terwijl het aantal zorgverleners onvoldoende meegroeit. Daarom zijn afspraken gemaakt om zorg slimmer te organiseren, onder meer door betere informatie over wachttijden en door verzekeraars actiever te betrekken bij het vinden van beschikbare zorg. Per persoon wordt er per volwassene wel tot 7000 euro per jaar aan zorg verbruikt en die kosten stijgen nog steeds. De afgelopen 10 jaar zijn de zorgkosten met 35%. gestegen. Het nieuwe akkoord richt zich op nauwere samenwerking tussen het medische en sociale domein, met afspraken op regionaal niveau over gezond opgroeien, een gezonde leefstijl en vitaal ouder worden. Extra middelen worden ingezet om ondersteuning dicht bij mensen in de wijk te organiseren, waarbij huisartsen, wijkteams en burgerinitiatieven beter samenwerken.

Het akkoord heeft twee hoofddoelen:

  • het personeelstekort met 100.000 verminderen tot en met 2028
  • gelijke toegang tot zorg voor iedereen

De afspraken richten zich op vijf thema’s:

  • Minder administratie, meer tijd voor zorg
    Zorgverleners besteden in 2030 maximaal 20% van hun tijd aan administratie. AI en digitale gegevensuitwisseling helpen hierbij. Er komt extra geld voor projecten die regels en papierwerk verminderen.
  • Betere inzet van personeel en technologie
    Wijkverpleegkundigen nemen taken over van gemeenten, zodat patiënten hun verhaal minder vaak hoeven te herhalen. Nieuwe technologie en extra opleidingsgeld maken de zorg slimmer en aantrekkelijker voor medewerkers. Preventie, zoals vaccinaties en AI bij vroegopsporing van ziekten, krijgt meer aandacht.
  • Meer gelijkwaardige toegang tot zorg
    Iedereen moet dezelfde kansen krijgen, ook bij digitale zorg. Er komt een landelijke helpdesk en betere informatie op thuisarts.nl. Wachttijdinformatie wordt verbeterd en verzekeraars helpen patiënten sneller aan zorg. In de ggz krijgen mensen met zware zorgvragen voorrang, met als doel dat in 2028 iedereen binnen de afgesproken wachttijd hulp krijgt. Ook in de laatste levensfase staan de wensen van de patiënt centraal.
  • Samenwerken aan beschikbaarheid
    Ziekenhuizen en eerstelijnszorg werken nauwer samen in regionale netwerken. In 2028 moet iedereen een vaste huisarts hebben, ondersteund door een landelijk systeem. Zorg en sociaal domein werken samen aan gezond opgroeien, vitaal ouder worden en een gezonde leefomgeving. Voor avond-, nacht- en weekendzorg worden extra afspraken gemaakt, vooral in de ggz.
  • Passende zorg, met duidelijke keuzes
    Patiënten krijgen betrouwbare informatie om zelf een zorgverlener te kiezen. Er komen richtlijnen en goede voorbeelden van passende zorg. Medicijntekorten worden aangepakt via afspraken met fabrikanten, zodat patiënten toegang houden tot betaalbare alternatieven.
  • Er zijn afspraken gemaakt over eerlijke contracten en het voorkomen van fraude.

Zorgminister Mirjam Sterk CDA) werkt aan een wet die moet helpen voorkomen dat malafide zorgaanbieders beginnen of opnieuw aan de slag gaan. Ze verwacht dat de wet in 2028 naar de Tweede Kamer gaat. Het uitgangspunt van het wetsvoorstel is een toets voor nieuwe en herstartende zorgaanbieders waarin integriteit een belangrijke plek krijgt. “Zonder het doorstaan van deze toets mag een aanbieder niet starten of herstarten. De minister wil ook vaker vergunningen eisen bij bedrijven die zorg willen verlenen. Verklaringen Omtrent het Gedrag worden verplicht bij vergunningsaanvragen of sommige veranderingen in de organisatie van zorgaanbieders. Om bestaande zorgfraude te stoppen schuift ze met geld zodat toezichthouders “vaker en gerichter” kunnen ingrijpen en zodat de recherche tegen zorgfraude bij de Arbeidsinspectie meer kan doen. Het kabinet laat strenger controleren, sneller ingrijpen en gaat investeren in opsporing en handhaving. Er zijn plannen om zorgaanbieders te verplichten meer informatie op declaraties te zetten, zodat duidelijker is wie welke zorg levert. Onderzoek moet uitwijzen welke gevolgen dat zou hebben voor de regeldruk.

Oorlogsdreiging zorgt voor drukte 

In Nederland zijn er naar schatting 280.000 mensen met ernstige psychische aandoeningen. Het grootste deel van hen woont op zichzelf, met ambulante zorg. Een kleine groep woont in een instelling of beschermende woonvorm. In december 2023 waren er 97.450 wachtplekken. Uit de cijfers van de NZa blijkt dat het aantal wachtplekken nog steeds stijgt. In december 2022 waren dat er 87.114. Van het totaal aantal wachtplekken in 2023 staat iets meer dan de helft, 55.390 zorgvragers (56,8 %), nog steeds langer dan de Treeknorm op een wachtlijst. Dit zijn geen unieke wachtenden. Iemand kan bij meerdere zorgaanbieders tegelijk op een wachtlijst staan en kan daardoor dubbel worden meegeteld. Om die reden spreken we nu van wachtplekken. De hoogste instroom is in de basis-ggz, depressieve stemmingsstoornissen en trauma- en stres gerelateerde stoornissen. Meer mensen hebben zich het afgelopen jaar langdurig ziek gemeld om stressklachten. Het ging om een groei van 11 procent ten opzichte van een jaar eerder, melden arbodienstverleners ArboNed en HumanCapitalCare. Bijna een kwart van al het verzuim was het gevolg van (over)spanning of een burn-out.

De mentale gezondheid van Nederlanders verslechtert. Dat zeggen onderzoekers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Trimbos Instituut in de nieuwe Monitor Mentale Gezondheid. Niet alleen kampen meer mensen met mentale problemen, ook het aantal mensen met een psychische aandoening neemt toe. “Het gaat echt om een zorgelijke verslechtering, die al inzette voor corona”, zegt Marith Volp, directeur Volksgezondheid en Zorg bij het RIVM. “De mentale gezondheid staat onder druk.”

Oorlogsretoriek is bedoeld om een cultuur van angst te verspreiden en is mede oorzaak van depressies en overspannenheid. Premier Mark Rutte waarschuwt constant  naar een ieder die maar kan horen dat het niet bij Oekraïne zal blijven als er geen actie tegen Rusland wordt ondernomen. Teksten als: „Hij zal het niet bij Oekraïne houden als we hem niet stoppen. Deze oorlog is groter dan Oekraïne. Het gaat over het ophouden van de internationale wetten. Het gaat om het recht van een soeverein volk om een eigen pad te kiezen. Het gaat over vrijheid. Die van hen en die van ons. “De recente acties van Poetin, die dreigde met kernwapens en overging tot een gedeeltelijke mobilisatie, laten zien dat de westerse steun aan Oekraïne helpt ” De dreiging van kernwapens en een mogelijke wereldoorlog zijn favoriete onderwerpen. Rutte ging ook in op de berichten over massagraven, martelingen en verkrachtingen in door Rusland bezette gebieden. „De wereld kan niet, en zal niet passief blijven en niets doen.” Daarin ziet Rutte ook een belangrijke rol voor zichzelf”. Je kunt geen programma kijken of nieuws kijken zonder confrontatie met de oorlogen en dat veroorzaakt nog meer stress bij jongeren dan de Coronapandemie waarvan de gevolgen elke dag meer zichtbaar worden, gezien de stijging van verwarde personen. Oorlog beheerst het nieuws met verschrikkelijke beelden uit Oekraïne en de Gaza. De oorlogsellende is het hoofdpunt van elk journaal. Zelf de winnende foto van World Press Photo is een oorlogsfoto. Mensen worden er moedeloos en angstig van. Experts maken zich dan ook steeds meer zorgen om de “psychische ontreddering die het gevolg kan zijn van al dat nieuws dat ons bang maakt” en “de trauma’s die aangericht worden”. Het zijn die experts die ons (en de overheid) waarschuwen voor een “tsunami aan zorgvragen” nu én straks als de oorlogsdreiging over is. Er zijn inmiddels 150.000 meldingen bij de politie over verward gedrag per jaar. Dat zijn er ruim 400 per dag. De mentale problemen kosten de samenleving zo’n 18 miljard euro per jaar

De wachttijd voor Amsterdammers met psychische klachten wordt ondertussen steeds langer. Bij Terra Mental Health – gespecialiseerd in het behandelen van mensen met een niet-Nederlandse achtergrond – is dat bijvoorbeeld vijftien maanden.  Er zijn ook te weinig psychologen en psychiaters in verhouding tot het aantal mensen met psychische problemen. De afgelopen tijd hebben 15 procent meer jongeren zich aangemeld bij de GGZ voor hulp. Het aantal volwassenen dat psychische hulp nodig heeft, is na een daling in coronatijd terug op het oude niveau. Er staan inmiddels zo’n 100.000 mensen op de wachtlijst. En plekken voor beschermd of begeleid wonen hebben wachtlijsten van ruim twee jaar. Het kabinet trok eerder al 28,5 miljoen euro extra uit om de werkdruk te verminderen en de veiligheid te verbeteren. Hiervoor werd een akkoord getekend door GGZ Nederland, de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) en de Federatie Opvang (FO). Voor forensisch psychiatrische afdelingen en de forensisch psychiatrische klinieken kwam ook geld beschikbaar.

De NZa constateert dat de aanmeldingswachttijd voor gespecialiseerde GGZ zonder verblijf voor volwassenen is gestegen naar 5,6 weken en wil onderzoek doen naar de lange wachttijden voor autismespectrum stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Bijna 20% van de bevolking heeft een psychische aandoening, waarbij het in de meeste gevallen om lichte of matige stoornissen gaat die veelal goed behandelbaar zijn. UWV en GGZ Nederland gaan samenwerken om meer mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen naar werk te begeleiden en krijgen hiervoor een subsidie van 20 miljoen euro voor een periode van vijf jaar.

Uit een onderzoek van UNICEF Nederland onder ruim duizend jongeren tussen de 10 en 17 jaar blijkt dat zeven op de tien jongeren in Nederland zich zorgen maken over een oorlog in eigen land. Dat blijkt  Bij veel kinderen en tieners leiden die zorgen tot gevoelens van angst, verdriet en onveiligheid. Vooral meisjes en jongere kinderen geven aan zich angstig of verdrietig te voelen. Oudere jongeren zeggen vaker dat ze afschuw ervaren bij oorlogsbeelden en vinden dat de overheid tekortschiet in het beschermen van kinderen. De zorgen zijn vooral gevoed door beelden op televisie en sociale media. Jongere kinderen noemen tv als belangrijkste bron, terwijl oudere jongeren vooral via sociale media in aanraking komen met oorlog en geweld. “Dit is geen generatie die achteloos naar het nieuws kijkt”, zegt Suzanne Laszlo, directeur van UNICEF Nederland. “Kinderen zien de beelden uit Gaza, Oekraïne en andere oorlogen, en vragen zich af: kan dit hier ook gebeuren?” Ondanks hun zorgen blijven jongeren nieuws volgen, juist omdat ze willen weten wat er speelt in de wereld. Tegelijkertijd geven veel jongeren aan dat ze minder schokkende beelden op sociale media willen zien. Ze hopen bovendien dat ouders en scholen vaker het gesprek met hen aangaan over hun angsten en onzekerheden.

Ziektes

Asielzoekers en migranten kunnen bij aankomst in een nieuw land ziekten meenemen die in hun landen van herkomst vaker voorkomen, zoals mazelen, tuberculose (tbc) en hepatitis B. Hoewel Nederland uitgebreide protocollen heeft om deze ziekten te screenen en te behandelen, heeft de praktijk laten zien dat de controle tijdens massale toestroom van migranten niet altijd optimaal verloopt. Het aantal Nederlanders dat zich laat vaccineren tegen potentieel gevaarlijke ziektes moet omhoog. Artsen zijn daarom een campagne gestart: ‘Beneden Peil’. In de hoop de steeds lager wordende vaccinatiegraad weer op te krikken. Baby’s moeten beter worden beschermd tegen kinkhoest. Werknemers die met kinderen onder de zes maanden in contact komen, zouden daarom een vaccinatie tegen kinkhoest aangeboden moeten krijgen, adviseert de Gezondheidsraad. Het gaat om medewerkers in onder meer ziekenhuizen, de kinderopvang en de kraamzorg.

Alzheimer/Parkinson/Dementie

In Nederland leven zo’n 300.000 mensen met dementie en de praktijk leert dat het proces lang niet altijd begint bij vergeetachtigheid.

Je neus weet vaak eerder dat er iets mis is dan het geheugen. Een verminderd reukvermogen is een van de sterkste voorspellers van dementie. Ouderen die alledaagse geuren, zoals pepermunt, vis of leer niet meer goed kunnen onderscheiden, lopen een aanzienlijk groter risico lopen om binnen vijf jaar de diagnose dementie te krijgen. De zenuwen die geur verwerken raken namelijk vaak als eerste beschadigd, nog voordat het brein moeite krijgt met namen of data.
Ook een verandering in sociaal inzicht kan een vroeg signaal zijn. Onderzoek toont aan dat het onvermogen om sarcasme te ‘lezen’ vaak wijst op een verandering in het sociale brein. Wanneer een geliefde cynische opmerkingen plotseling bloedserieus neemt, kan dit duiden op het verdwijnen van het sociale filter. Dit is een specifiek kenmerk dat vaak al vroeg optreedt bij frontotemporale dementie.

Neuropsycholoog Erik Scherder (Vrije Universiteit) benadrukt vaak de sterke link tussen motoriek en onze hersenen. Lopen is een complexe taak; als iemand die altijd vlot doorstapte ineens trager, schuifelend of wijdbeens gaat lopen zonder duidelijke lichamelijke oorzaak, heeft het brein waarschijnlijk moeite om de balans te bewaren.

Het meest complexe aspect van vroege dementie is dat de persoon in kwestie het zelf vaak niet doorheeft. Het ziekte-inzicht neemt af, waardoor zij je zorgen vaak wegwuiven. Dit kan leiden tot irritatie of verdriet binnen de familie.

Onthoud in dat geval dat jouw intuitie er zelden naast zit. Het zogenoemde niet-pluis gevoel is zelfs officieel opgenomen in de medische richtlijnen van de Zorgstandaard Dementie. Als je merkt dat de manier waarop je moeder haar favoriete spel speelt, of de manier waarop je partner kookt anders is dan voorheen, dan is dat een serieus te nemen signaal. Volgens epidemioloog Wiesje van der Flier (Alzheimercentrum Amsterdam) is een observatie over een langere periode vaak waardevoller dan een eenmalige test bij een huisarts.

Alzheimer kan je brein langzaam aantasten, vaak jarenlang voordat klachten merkbaar worden. Soms ontdek je pas dat het al begonnen is als je belangrijke herinneringen begint te vergeten.

“De ziekte van Alzheimer is een neurodegeneratieve aandoening waarbij je over de tijd zenuwcellen verliest. Dit gebeurt omdat bepaalde eiwitten zich ophopen tussen de cellen en binnen de cellen, waardoor de hersencellen het uiteindelijk niet volhouden en afsterven met als gevolg: geheugenproblemen, taalproblemen en soms gedragsveranderingen.

Dementie is eigenlijk het symptoom dat je ziet, zoals geheugenverlies of gedragsveranderingen. Het zegt niets over de onderliggende oorzaak. De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer. Alzheimer kan soms al vóór klachten opgespoord worden via PET-scans, ruggenprikken of bloedtests. “Iemand van vijftig kan al de ziekte hebben, maar misschien pas over twintig of vijftig jaar klachten ontwikkelen. Het blijft dus lastig te voorspellen wanneer iemand echt klachten krijgt.

Voor wie al klachten ervaart, is leefstijl belangrijk. “Blijf sociaal actief, train je geheugen, beweeg voldoende, en houd je bloeddruk, suiker en cholesterol in de gaten. Dit helpt om het brein scherp te houden. Leefstijlinterventies hebben echt impact, vooral bij patiënten die intensief begeleid worden.” Zelfs bij Alzheimer kan trainen van het brein verschil maken: wat je gebruikt, behoud je langer. 
Er zijn nieuwe medicijnen zoals lecanemab en donanemab die de achteruitgang vertragen door het Alzheimer-eiwit aan te pakken. “Het probleem is dat we in Nederland nog moeten wachten op toestemming van het Zorginstituut voordat ze het kunnen voorschrijven.” In landen zoals de Verenigde Staten, Engeland en Duitsland behandelen ze patiënten al.

Belangrijke tips: blijf leren, rook niet, beperk alcohol, bescherm je gehoor, beweeg voldoende en voorkom hoofdletsel. Hoofdletsel, zoals door koppen bij voetbal, kan het risico op dementie later verdubbelen of verdrievoudigen.

Een baanbrekend onderzoek naar eiwitten in het menselijk lichaam heeft nieuwe inzichten opgeleverd over veroudering en neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson. De bevindingen, onlangs gepubliceerd in het gerenommeerde medische tijdschrift Nature Medicine, kunnen een belangrijke rol spelen bij het vroegtijdig opsporen én behandelen van deze ziekten. Een onderzoek, dat deels werd gefinancierd door Bill Gates maakt gebruik van de grootste proteïne-dataset ooit samengesteld: 250 miljoen unieke eiwitmetingen afkomstig uit 35.000 biomonsters van 23 onderzoeksgroepen in de Verenigde Staten en Europa. Deze dataset biedt ongekende mogelijkheden om biologische processen te analyseren met behulp van kunstmatige intelligentie.

Wetenschappers slaagden erin een specifiek eiwit te identificeren dat in verband wordt gebracht met dragers van een genetische variant die het risico op Alzheimer verhoogt. Ook ontdekten zij patronen in eiwitniveaus die wijzen op neurodegeneratieve afwijkingen, zoals veranderingen in cognitieve functies over de tijd. Volgens Charles Marshall, hoogleraar klinische neurologie aan de Queen Mary University of London, leveren deze patronen “nieuwe inzichten op in de biologie van hoe deze aandoeningen zich ontwikkelen.”

De bevindingen maken het mogelijk om ziektes als Alzheimer en Parkinson in een veel vroeger stadium te herkennen. Dat opent de deur naar gericht medicijnonderzoek, aldus Marshall. Ook Simon Lovestone, werkzaam bij farmaceutisch bedrijf Johnson & Johnson, is optimistisch: “Deze buitengewone dataset heeft het potentieel om de manier waarop ze neurodegeneratieve ziekten bestuderen, detecteren en behandelen radicaal te veranderen.” Het onderzoek is onderdeel van een bredere inspanning om grootschalige biologische data te combineren met AI-analyses, met als doel het eerder opsporen van ziekte-indicatoren. Wereldwijd lijden momenteel zo’n 50 miljoen mensen aan neurodegeneratieve ziekten. Door de vergrijzing wordt verwacht dat dit aantal tegen 2050 is verdubbeld.

Parallel aan deze wetenschappelijke doorbraak groeit de bezorgdheid over externe risicofactoren die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van ziekten als Parkinson. Zowel het RIVM als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) signaleren een mogelijk verband tussen blootstelling aan chemische bestrijdingsmiddelen en het ontstaan van aandoeningen zoals Parkinson en bepaalde vormen van kanker.

Zo blijkt het landbouwmiddel Mancozeb, dat tot 2021 was toegestaan, zenuwschade te veroorzaken. Uit studies blijkt dat boeren die met bepaalde pesticiden werken tot wel 60 procent meer kans hebben op het ontwikkelen van Parkinson. In Frankrijk is Parkinson inmiddels erkend als beroepsziekte bij landbouwers; getroffen boeren kunnen daar in sommige gevallen een uitkering ontvangen.

In Nederland groeit de roep om vergelijkbare maatregelen. Een onafhankelijke commissie zal in de tweede helft van 2024 de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid adviseren over het opnemen van Parkinson in de regeling Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten (TSB-regeling).

De discussie over het gebruik van schadelijke bestrijdingsmiddelen zorgt ook voor politieke spanningen. In de Betuwe, met name rond Angeren, stijgt het aantal Parkinson-patiënten opvallend snel. In Brussel werd onder druk van boerenprotesten het plan om het gebruik van gevaarlijke pesticiden tegen 2030 te halveren, voorlopig ingetrokken. De protesten leidden zelfs tot bedreigingen aan het adres van landbouwminister Adema en Kamerlid Holman. BBB-leider Caroline van der Plas weigerde afstand te nemen van deze bedreigingen en zette op sociale media een peiling uit waarin CDA-politici persoonlijk werden beschuldigd van “verraad aan de boeren”.

Ondertussen is wereldwijd sprake van een explosieve toename van het aantal mensen met Parkinson. In de afgelopen 25 jaar is het aantal gevallen verdubbeld, en tegen 2040 wordt een nieuwe verdubbeling verwacht. In Nederland steeg het aantal patiënten in tien jaar tijd met 30 procent.

Het RIVM is inmiddels gestart met een grootschalig achtjarig onderzoek Bestrijdingsmiddelen en Omwonenden 2 (OBO-2) naar de langetermijneffecten van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen op de volksgezondheid. Schadelijke stoffen worden zelfs op kilometers afstand van landbouwpercelen aangetroffen, wat wijst op een breder risico voor omwonenden.

Het risico op het krijgen van de ziekte van Parkinson is groter onder mannen, hoogopgeleiden en mensen die in het noorden van Nederland wonen. Dat komt onder andere naar voren uit onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Radboudumc naar de spreiding van de ongeneeslijke hersenaandoening.

De Europese Commissie heeft groen licht gegeven voor een nieuwe behandeling tegen de ziekte van Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie. Het is de eerste behandeling die de ziekte kan vertragen.  De Commissie heeft die keuze gemaakt op basis van een ‘positieve wetenschappelijke analyse’ van het Europese geneesmiddelenagentschap EMA.Er waren tot nu toe alleen medicijnen op de markt die de symptomen van alzheimer tijdelijk kunnen verminderen. Die medicijnen hebben dus geen invloed op het ziekteproces. De nieuwe behandeling kan het verloop van alzheimer in het beginstadium van de ziekte vertragen. “Een wetenschappelijke doorbraak”, zegt onderzoeker Dinant Bekkenkamp van Alzheimer Nederland. Het is namelijk de eerste keer dat met een behandeling kan worden ingegrepen in het ziekteproces. Een kenmerk van alzheimer is de ophoping van schadelijke eiwitten in de hersenen. Het nieuwe medicijn kan die eiwitten herkennen en afbreken. Bij behandelde patiënten is de ziekte na achttien maanden 30 procent minder vergevorderd dan bij niet-behandelde patiënten. Neuroloog Jort Vijverberg, verbonden aan Alzheimercentrum Amsterdam van Amsterdam UMC, heeft de afgelopen jaren getest met de nieuwe behandeling. Op dit moment behandelt hij tien alzheimerpatiënten die het medicijn mogen uitproberen. De patiënten moeten het medicijn minimaal achttien maanden gebruiken. Ze krijgen het iedere twee weken toegediend door een infuus. Vervolgens wordt regelmatig een MRI-scan uitgevoerd, waarop te zien is hoe de hersenen ontwikkelen en of er eventuele bijwerkingen zijn, zoals zwellingen en bloedingen in de hersenen. “Het is een intensief proces, maar mijn patiënten zijn enthousiast”, stelt Vijverberg. Het is een hoopvolle ontwikkeling. Toch zijn lang niet alle alzheimerpatiënten geholpen met de behandeling. Slechts een relatief kleine groep kan het medicijn gebruiken. Voorwaarden zijn onder andere dat de ziekte nog niet in een gevorderd stadium is en dat de patiënt over het algemeen gezond is.Zo stelt Bekkenkamp dat de behandeling niet geschikt is voor mensen met hart- en vaatziekten. “De kans op bijwerkingen wordt groter als iemand al andere onderliggende klachten heeft.” Volgens Vijverberg zouden in Nederland tussen de 15.000 en 20.000 alzheimerpatiënten geholpen zijn met de behandeling. Er zijn op dit moment ruim 200.000 mensen die met de ziekte te kampen hebben. Bovendien betekent de goedkeuring door de Europese Commissie niet dat de behandeling in Nederland direct beschikbaar is. Zorginstituut Nederland, de organisatie die de regering adviseert over de vergoeding van medische behandelingen, zal eerst moeten besluiten of het medicijn wordt opgenomen in de verzekering. Er wordt rekening gehouden met kosten van 40.000 of zelfs 50.000 euro per patiënt per jaar. Dat is flink”, zegt Bekkenkamp. “Ik vrees dat het Zorginstituut lang zal discussiëren over de vraag of de kosten opwegen tegen de effectiviteit.” Vijverberg wijst erop dat onder neurologen discussie bestaat over de behandeling. Sommigen zouden niet erg enthousiast zijn, mede door de relatief kleine doelgroep en de mogelijke bijwerkingen. Vijverberg hoopt dat het Zorginstituut snel een beslissing neemt over het medicijn. In andere landen als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is de behandeling al langer beschikbaar.

Onderzoekers concluderen dat geheel stoppen met drinken waarschijnlijk de beste manier is om het risico op geheugenverlies en cognitieve achteruitgang te verkleinen. “Onze onderzoeksresultaten ondersteunen een schadelijk effect van alle vormen van alcoholgebruik op het risico op dementie, zonder enig bewijs voor het eerder gesuggereerde beschermende effect van matig drinken”, schrijven zij in hun publicatie. Zowel zware drinkers als geheelonthouders hebben de hoogste kans op dementie, terwijl lichte drinkers het laagste risico hebben. Hoe sterker de genetische aanleg om alcohol te gebruiken, hoe groter de kans op dementie, zonder gunstig effect voor de lichte drinkers. Volgens de onderzoekers kan het terugdringen van alcoholgebruik grote gezondheidswinst opleveren. “Het halveren van het aantal mensen met een alcoholstoornis kan het aantal gevallen van dementie met wel 16 procent verminderen”, schrijven ze. Geen van beide delen kan onomstotelijk bewijzen dat alcoholgebruik rechtstreeks dementie veroorzaakt, maar dit voegt zich wel bij veel ander onderzoek dat een verband laat zien en we weten bovendien dat alcohol direct giftig is voor hersencellen. Het drinken van beperkte hoeveelheden alcohol vergoot ook de kans op minstens zeven soorten kanker, aldus het IKNL. Eén op de twee Nederlanders krijgt ergens in het leven de diagnose kanker, en over het algemeen geldt: hoe hoger het alcoholgebruik, hoe groter het risico. Het is onvoldoende bekend dat alcoholgebruik de kans op kanker vergroot, ook al bij kleine hoeveelheden”, zegt dr. Jelle Evers, projectleider en senior clinical data scientist en epidemioloog bij IKNL. Daarom onderzocht het kenniscentrum de impact als iedere Nederlander twee glazen alcohol per week minder drinkt.

Blindedarmontsteking

Kinderen met een blindedarmontsteking herstellen in de meeste gevallen goed wanneer ze antibiotica krijgen toegediend. Een operatie om de blindedarm te verwijderen is dan niet nodig, concluderen onderzoekers van Amsterdam UMC na een studie onder driehonderd kinderen die werden behandeld in vijftien Nederlandse ziekenhuizen. De ene helft werd direct geopereerd, zoals tot nog toe standaard is, de andere helft kreeg antibiotica. Van de groep die antibiotica kreeg, moest zo’n 30 procent binnen een jaar alsnog worden geopereerd, maar de meerderheid van 70 procent dus niet. ‘Omdat het aantal complicaties in beide groepen ongeveer gelijk was, vormen antibiotica dus een volwaardig alternatief voor een operatie’, aldus de onderzoekers. Beide behandelingen hebben zo hun voor- en nadelen. Een operatie onder narcose brengt altijd risico’s met zich mee. Kinderen die werden geopereerd, hadden gemiddeld ook meer pijn en gebruikten daar meer pijnstillers voor dan de groep die antibiotica kreeg. Die laatste groep moest wel gemiddeld iets langer in het ziekenhuis blijven voor de behandeling, die via een infuus moet. Bij drie op de tien van deze kinderen sloeg de behandeling niet goed aan, of kwam de ontsteking later toch weer terug. Toenemende antibioticaresistentie gaat de komende decennia miljoenen levens eisen
Kinderchirurg en hoofdonderzoeker Ramon Gorter denkt dat de richtlijnen op basis van dit onderzoek aangepast kunnen worden. Artsen kunnen dan samen met de jonge patiënten en hun ouders bepalen wat ze liever willen: een operatie of antibiotica. Voor volwassenen bestaat die optie al langer, want bij hen had onderzoek al eerder aangetoond dat een simpele blindedarmontsteking niet altijd geopereerd hoeft te worden. Bij complexere ontstekingen blijft opereren wel de standaard.Gorter legt uit dat de inzichten door recente onderzoeken zijn veranderd. ‘Vroeger dachten we dat een blindedarmontsteking uiteindelijk altijd leidt tot een gaatje in de blindedarm, een perforatie.’ Inmiddels is duidelijk dat dit bij relatief milde ontstekingen niet hoeft te gebeuren.Een ander idee dat steeds meer achterhaald lijkt, is dat de blindedarm volstrekt nutteloos zou zijn. Dat werd vroeger aangenomen, omdat mensen na een operatie ook goed zonder het aanhangsel verder kunnen leven. Recente onderzoeken duiden er echter op dat de appendix, zoals hij ook wordt genoemd, een opslagplaats van nuttige bacteriën is en een positieve bijdrage kan leveren aan het afweersysteem van de darmen.

De ziekte van Van Buchem

De ziekte van Buchem is een zeldzame, erfelijke botziekte die wereldwijd slechts bij een handjevol mensen voorkomt. Deze aandoening, vernoemd naar de Nederlandse arts Arie van Buchem, wordt gekenmerkt door een abnormale verdikking van het bot, vooral in het hoofd en de kaak.

De ziekte wordt ook wel Van Buchem disease genoemd. het is een aangeboren botziekte waarbij het lichaam te veel bot aanmaakt. Dit proces, dat bekendstaat als hyperostose, zorgt ervoor dat het bot dikker en zwaarder wordt dan normaal. Vooral de schedel, kaak en soms andere delen van het skelet zijn aangedaan. De ziekte is extreem zeldzaam: wereldwijd zijn er slechts enkele tientallen gevallen bekend. In Nederland zijn er minder dan 40 mensen met de ziekte van Van Buchem, vooral in Friesland. De eerste klachten ontstaan meestal tussen het 5e en 20e levensjaar, en de symptomen worden langzaam erger naarmate iemand ouder wordt.

De ziekte van Van Buchem is een autosomaal recessieve aandoening. Dit betekent dat het afwijkende gen van beide ouders moet worden geërfd voordat de ziekte zich openbaart. Het verantwoordelijke gen, SOST, is betrokken bij de regulatie van botvorming. Bij patiënten met de ziekte werkt dit gen niet goed, waardoor het lichaam continu bot blijft aanmaken.

De ziekte van Van Buchem openbaart zich meestal tijdens de kindertijd of vroege adolescentie. De eerste symptomen, zoals verdikking van het kaakbot of schedel, zijn vaak zichtbaar tussen het 5e en 20e levensjaar. Naarmate de patiënt ouder wordt, nemen de symptomen geleidelijk toe en kunnen er meer klachten ontstaan, zoals gehoorverlies en zenuwproblemen.
Symptomen en gevolgen. De symptomen van de ziekte van Van Buchem ontstaan meestal geleidelijk en worden in de loop van het leven erger:

  • Verdikking van het bot: Vooral van de schedel, kaak en soms de lange botten;
  • Door de groei van het bot kan het gezicht veranderen en de kaak groter worden;
  • Verdikking rond het oor kan leiden tot gehoorproblemen;
  • Door druk op de zenuwen in het hoofd kunnen verlammingen, gevoelsstoornissen of zelfs problemen met het gezichtsvermogen ontstaan;
  • Hoofdpijn en pijnklachten: Door de abnormale botgroei kunnen hoofdpijn en andere pijnklachten optreden;
  • Problemen met kauwen en slikken: De verdikking van de kaak kan het eten en spreken bemoeilijken.;

De ziekte van Van Buchem wordt meestal vastgesteld door een combinatie van klinische symptomen, röntgenfoto’s en genetisch onderzoek. Op röntgenfoto’s is de abnormale verdikking van het bot goed zichtbaar. Genetisch onderzoek kan de mutatie in het SOST-gen bevestigen.

Er bestaat geen genezende behandeling en de therapie richt zich vooral op het verlichten van klachten en het voorkomen van complicaties:

Soms kunnen operaties nodig zijn om de druk op zenuwen te verminderen. Pijnbestrijding, fysiotherapie en ondersteuning bij gehoorverlies kunnen de kwaliteit van leven verbeteren.
De levensverwachting is meestal normaal, maar patiënten kunnen wel te maken krijgen met chronische klachten en beperkingen door de botverdikking.

Wat deze ziekte echt bijzonder maakt, is de zeldzaamheid en het unieke ziektebeeld. In tegenstelling tot veel andere botziekten, wordt bij de ziekte van Van Buchem het bot niet brozer, maar juist sterker en dikker. Dit levert een fascinerend, maar ook complex medisch vraagstuk op. Daarnaast is de ziekte een belangrijk studieobject voor wetenschappers die meer willen leren over botgroei en genetische regulatie. Voor patiënten betekent leven met deze ziekte omgaan met fysieke veranderingen, gehoorproblemen en soms sociale uitdagingen. Goede medische begeleiding, regelmatige controles en ondersteuning zijn essentieel om zo goed mogelijk te kunnen functioneren.

De ziekte van Van Buchem is een zeldzame, erfelijke aandoening die het bot abnormaal doet verdikken. Hoewel er geen genezing mogelijk is, kunnen patiënten met de juiste zorg een goede levenskwaliteit behouden. De ziekte blijft een bijzonder en leerzaam fenomeen binnen de medische wetenschap en onderstreept hoe complex en divers genetische aandoeningen kunnen zijn.

Cholera en polio

Cholera-uitbraken in Syrië en Afrika, zoals gemeld in 2023, zijn zorgwekkend in die regio’s, maar vormen geen direct risico voor Nederland. De uitstekende sanitaire voorzieningen en screening van nieuwkomers minimaliseren de kans op verspreiding. Polio, dat in sommige landen nog voorkomt, is in Nederland door vaccinatie vrijwel uitgeroeid. Bij binnenkomst worden kinderen van migranten doorgaans gevaccineerd om dit succes te behouden.

Endometriose

Endometriose is een ziekte waarbij weefsel dat lijkt op de bekleding van de baarmoeder buiten de baarmoeder groeit. Het kan hevige pijn in het bekken veroorzaken en het moeilijker maken om zwanger te worden. Endometriose kan beginnen bij de eerste menstruatie van een persoon en duren tot de menopauze. Endometriose treft wereldwijd ongeveer 10% (190 miljoen) van de vrouwen en meisjes in de vruchtbare leeftijd. Het is een chronische ziekte die gepaard gaat met ernstige, ingrijpende pijn tijdens de menstruatie, geslachtsgemeenschap, stoelgang en/of urineren, chronische bekkenpijn, een opgeblazen gevoel, misselijkheid, vermoeidheid en soms depressie, angst en onvruchtbaarheid. Er is momenteel geen genezing bekend voor endometriose en de behandeling is meestal gericht op het beheersen van de symptomen. Toegang tot vroege diagnose en effectieve behandeling van endometriose is belangrijk, maar is in veel omgevingen beperkt, ook in lage- en middeninkomenslanden. Bij endometriose groeit weefsel dat lijkt op de bekleding van de baarmoeder buiten de baarmoeder. Dit leidt tot ontsteking en littekenweefselvorming in de bekkenstreek en (zelden) elders in het lichaam. De oorzaak van endometriose is onbekend. Er is geen bekende manier om endometriose te voorkomen. Er is geen genezing, maar de symptomen kunnen worden behandeld met medicijnen of, in sommige gevallen, een operatie. Het drinken van het vocht uit potten augurken (combinatie van azijn en zouten) zou de krampen sterk verminderen.

Gonorroe en syfilis

Het aantal besmettingen met gonorroe en syfilis is volgens het RIVM en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) in Europa in tien jaar tijd fors toegenomen. De cijfers gaan wel over 2024 omdat cijfers over 2025 en 2026 nog niet beschikbaar zijn.

In 2024 waren er 106.331 gevallen van gonorroe en dat was drie keer zo veel als in 2015. Het aantal gevallen van syfilis verdubbelde in die periode tot 45.557.

Volgens het ECDC wachten mensen tegenwoordig vaak langer voordat ze een test laten doen. Ook kan het beleid dat gericht is op preventie in veel landen beter.

Deze seksueel overdraagbare infecties kunnen ernstige complicaties veroorzaken, zoals chronische pijn en onvruchtbaarheid en in het geval van syfilis zelfs hartproblemen veroorzaken of het zenuwstelsel aantasten. Ook kan de zogenoemde congenitale syfilis worden overgedragen op pasgeborenen, met mogelijk levenslange complicaties.

Het aantal gevallen van syfilis ging in 2024 van 1526 naar 2173. Het aantal gevallen van gonorroe ging van 6826 naar 13.952.

Spanje had in 2024 het hoogste aantal bevestigde gevallen van gonorroe en syfilis van de deelnemende Europese landen, met respectievelijk 37.169 en 11.556 gevallen.

Het ECDC vindt dat landen de toegang tot soatests en preventiediensten moeten verbeteren. En er klinkt ook een oproep aan burgers: “Gebruik condooms bij nieuwe of meerdere partners en laat u testen als u symptomen heeft, zoals pijn, afscheiding of een zweer.

Griepepidemie voorbij

Sinds 11 februari 2026 werd er officieel een griepepidemie vastgesteld. Vanwege deze griepepidemie moesten in verschillende ziekenhuizen operaties al worden uitgesteld. Het Martini Ziekenhuis in Groningen besloot circa twintig operaties af te zeggen en in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht en in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch werden uit voorzorg ook operaties uitgesteld. De ziekenhuizen zagen een toename van het aantal patiënten met griepklachten en andere luchtweginfecties en kreeg zelf ook te maken met een hogere uitval van medewerkers door de griep. De epidemie begon toen het aantal huisartsbezoeken boven de 46 per 100.000 inwoners uitkwam. De epidemie begon later dan vorig jaar. Toen was eind januari sprake van een epidemie. De piek lag vorig jaar ook hoger dan nu. Het hoogtepunt werd toen begin februari bereikt en was toen ook eind maart voorbij.

De epidemie was half maart 2026 al weer voorbij, meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het aantal mensen dat afgelopen week de huisarts bezocht met acute luchtwegklachten is opnieuw gedaald. Ook het aantal afgenomen monsters waarin het griepvirus is aangetroffen, lag een stuk lager dan een week eerder.

De Britse nationale gezondheidsdienst NHS waarschuwde eerder nog voor een sterke toename van griepbesmettingen. Begin december lagen 2660 mensen met griep in het ziekenhuis, aanzienlijk meer dan in eerdere jaren, met een week-op-weekstijging van 55 procent. Ook het aantal opnames door norovirus nam toe. nt.

Farmaceut Moderna en pfizer werken aan vaccins tegen de griep, de ziekte van Lime, Rabies etc. gebaseerd op dezelfde mRNA-techniek die aan de basis van hun COVID-19 vaccin ligt. Inmiddels wordt het vaccin uitgetest op menselijke vrijwilligers in een serie klinische studies die bedoeld zijn om de effectiviteit en het bijwerkingenprofiel van het nieuwe vaccin vast te stellen.

Hepatitus A

Hepatitis A wordt ook wel besmettelijke geelzucht genoemd. Het wordt veroorzaakt door het hepatitis A-virus. Dit virus geeft een ontsteking van de lever. Het virus werd aangetroffen bij blauwe bessen die bij Albert Heijn in zowel Nederland als België de schappen lagen. Niet duidelijk is of de bessen in het Buitenland werden verpakt of dat dit in Nederland gebeurde. Meer dan dertig mensen hebben zich sindsdien bij Albert Heijn gemeld omdat ze ziek zijn geworden na het eten van de blauwe bessen. De mensen, dertien mannen en elf vrouwen tussen de zestien en 77 jaar oud, werden tussen november en februari ziek. Volgens het RIVM hadden negentien van hen de besmette blauwe bessen gegeten. Een persoon kreeg het hep

atitis A-virus mogelijk via iemand anders en van een ander is onbekend hoe die ziek is geworden. In twee verpakkingen van een patiënt werd het virus aangetoond in het laboratorium. Albert Heijn heeft tachtig supermarkten in Vlaanderen en ook daar stonden de bewuste blauwe bessen in de schappen. De vier vermoedelijke gevallen hadden allen frequent de bessen gegeten. Het RIVM verwacht honderden besmettingen en heeft de GGD’s van de getroffen regio’s ingelicht over de hepatitis A-meldingen. De GGD nam een vragenlijst af en daaruit kwamen de blauwe bessen uit Polen als oorzaak naar voren. Hepatitis A is tijdelijk en wordt via besmet voedsel of water overgedragen, terwijl Hepatitis B ernstiger kan zijn, chronisch kan worden en via bloed of lichaamsvloeistoffen wordt verspreid. E-Coli besmettingen (poepbacterie) komen veel vaker voor. De laatste keren ging het om drinkwater, wortelen en uien.

Hepatitis B

Hepatitis B komt vaker voor in landen met beperkte toegang tot vaccinatieprogramma’s, zoals sommige regio’s in Azië en Afrika. Hoewel migranten uit deze gebieden een verhoogd risico kunnen hebben, is er in Nederland geen bewijs voor een toename van 300% in het aantal hepatitis B-gevallen. Dankzij vaccinaties en voorlichting wordt het risico op verspreiding beperkt, zelfs bij grotere migratiestromen. De uitdaging ligt vooral in het tijdig vaccineren van nieuwe aankomsten.

Herseninfarct

Fysiologisch gezien ontstaat een herseninfarct wanneer een bloedvat in de hersenen plotseling wordt afgesloten, meestal door een minuscuul bloedpropje. Hierdoor krijgt een deel van de hersenen tijdelijk geen zuurstof meer, wat leidt tot acute uitvalsverschijnselen. Denk aan een scheve mond, een lamme arm of -zoals bij Erben – plotselinge spraakproblemen. Welk hersengebied precies wordt geraakt verschilt per persoon, maar de oorzaak is altijd hetzelfde: de doorbloeding valt op die specifieke plek even helemaal weg.

Grote bevolkingsstudies laten er geen twijfel over bestaan: een gezonde leefstijl met voldoende beweging, goede voeding en niet roken verlaagt het risico op hart- en vaatziekten aanzienlijk. Dat blijft de absolute basis. Toch biedt een gezonde leefstijl helaas nooit een honderd procent waterdichte garantie. Ook mensen zonder duidelijke risicofactoren kunnen een herseninfarct krijgen. Naast je dagelijkse gewoontes spelen genetische en medische factoren diep in het lichaam namelijk ook een grote rol. Wanneer zoiets gebeurt bij iemand die ogenschijnlijk kerngezond leeft, kijken artsen vaak naar een aantal specifieke, onderliggende oorzaken: Hartritmestoornissen (zoals boezemfibrilleren): Hierbij klopt het hart tijdelijk onregelmatig, waardoor het bloed in de boezems minder goed doorstroomt. Er kan dan een stolseltje ontstaan dat via de bloedbaan naar de hersenen schiet. Deze ritmestoornis komt vaker voor dan je denkt, óók bij mensen die veel sporten en een topconditie hebben.

Een scheurtje in het bloedvat (dissectie): Soms ontstaat er door een ongelukkige beweging of een trauma een kleine beschadiging in de wand van een slagader, bijvoorbeeld in de hals. Op die plek vormt zich dan een stolsel dat kan losraken en een vat in de hersenen blokkeert. Erfelijke stollingsfactoren: Bij sommige mensen is het bloed door genetische aanleg simpelweg iets sneller geneigd om te stollen. Dat zie je aan de buitenkant niet en merk je vaak pas als het een keer misgaat. Betekent dit dat al dat sporten voor niets is? Absoluut niet. Je fitheid beschermt je misschien niet tegen elk onzichtbaar propje, maar het heeft wel een enorme invloed op je herstel en de reservecapaciteit van je lichaam. Een getraind cardiovasculair systeem kan de klap fysiologisch gezien vaak beter opvangen.

Hoe het herstel precies verloopt, hangt uiteindelijk af van de grootte van het infarct en vooral: de snelheid van de medische behandeling. In de acute geneeskunde telt elke minuut. Omdat de spraakproblemen bij Erben direct werden opgemerkt, kon er meteen worden ingegrepen. En dat onderstreept de belangrijkste les: een gezonde leefstijl verlaagt je risico, maar alert zijn op de signalen en direct handelen maakt in een acute situatie het échte verschil.

HIV/AIDS

Wereldwijd leven 40 miljoen mensen met hiv. In 2024 liepen 1,3 miljoen mensen hiv op en overleden 600.000 mensen aan aidsgerelateerde ziekten. Onbehandelde hiv leidt tot aids, dat ongeneeslijk is. Hiv wordt overgedragen via onbeschermde seks met een onbehandelde drager, bloedcontact zoals het delen van naalden, of via besmet bloed of organen. Het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) tast het immuunsysteem geleidelijk aan. Zodra het lichaam zich niet meer voldoende kan verdedigen tegen virussen en bacteriën, ontstaat aids. Het virus verspreidt zich onder meer via bloed, bijvoorbeeld bij seksueel contact, via besmette injectienaalden en in het verleden ook via bloedtransfusies.

Asielzoekers en migranten uit regio’s met een hoge HIV-prevalentie, zoals sub-Sahara Afrika, vormen een aanzienlijk deel van de nieuwe diagnoses in Nederland. Het percentage ligt rond de 50%, volgens recente data. Tijdige screening en toegang tot zorg zijn essentieel om de verspreiding binnen Nederland te voorkomen. Grootschalige migratiestromen kunnen echter zorgen voor druk op deze screeningsprocessen. Een nieuw vaccin, Lenacapavir, moet tegen 2027 voor 34 euro per jaar beschikbaar zijn in meer dan honderd lage- en middeninkomenslanden. Dit is 0,1 procent van de huidige prijs van 24.000 euro per persoon per jaar. Lenacapavir, een injectie die tweemaal per jaar wordt toegediend, biedt zes maanden bescherming tegen hiv met bijna 100 procent effectiviteit, bewezen in grootschalige onderzoeken. De Wereldgezondheidsorganisatie keurde het in 2025 goed voor hiv-preventie.
Een overeenkomst tussen het Clinton Health Access Initiative, de Gates Foundation en andere organisaties, waaronder het Zuid-Afrikaanse Wits RHI, zorgt voor deze prijsverlaging. Lenacapavir kan de huidige orale hiv-preventiemedicatie PrEP vervangen, die ook 34 euro per jaar kost maar dagelijks moet worden ingenomen. Dagelijkse inname is lastig in samenlevingen met een hiv-stigma of beperkte toegang tot medicatie. Slechts 18 procent van de mensen die baat hebben bij PrEP heeft toegang.
In Nederland worden donoren regelmatig getest op hiv. Behandelde hiv-dragers kunnen het virus niet overdragen. Lenacapavir kan nieuwe infecties verminderen bij kwetsbare groepen zoals jonge vrouwen, lhbtqia+-personen, sekswerkers en drugsgebruikers, en mogelijk de hiv/aids-epidemie indammen.

In Nederland kregen vorig jaar 444 mensen te horen dat zij hiv hebben opgelopen. Na vijftien jaar van daling blijft het aantal nieuwe diagnoses inmiddels stabiel. Bijna twintig jaar geleden waren er jaarlijks nog rond de 1200 nieuwe gevallen. Na een zorgwekkende stijging in 2023 is het aantal diagnoses dit jaar niet verder gedaald, meldt de Stichting Hiv Monitoring (SHM) van Amsterdam UMC.

Mensen die hiv oplopen, ontwikkelen meestal pas jaren later de eerste klachten. De stichting schat dat eind vorig jaar 1610 mensen in Nederland rondliepen met hiv zonder dit te weten, tegenover 1545 een jaar eerder. Zij krijgen geen behandeling en kunnen het virus onbedoeld doorgeven.

Volgens de stichting is het aannemelijk dat het aantal hiv-besmettingen de komende jaren zal stijgen, wat zij een zorgelijke ontwikkeling noemt. Een deel van de nieuwe patiënten is waarschijnlijk recent besmet, omdat hun hiv-test een jaar eerder nog negatief was. Bij mannen die seks hebben met mannen gaat het in 42 procent van de gevallen om een recente infectie, tegenover 35 procent in 2020. Dat deze infecties vroeg worden ontdekt, is volgens infectioloog Marc van der Valk van het Amsterdam UMC positief, omdat het laat zien dat mensen zich vaker laten testen.

Onder mannen die seks hebben met mannen worden de meeste nieuwe gevallen vastgesteld bij personen die in de jaren tachtig en negentig zijn geboren. Het aantal diagnoses onder oudere mannen uit deze groep neemt juist af. Sinds de jaren tachtig zijn wereldwijd naar schatting zo’n 40 miljoen mensen aan aids overleden. Dankzij effectieve medicatie is hiv in westerse landen veranderd van een dodelijke ziekte in een chronische aandoening, waardoor mensen met hiv doorgaans een relatief gezond leven kunnen leiden.

Steeds meer mannen met een migratieachtergrond die seks hebben met mannen (MSM) lopen in Nederland vooral binnen de Amsterdamse MSM-netwerken hiv op. De belangrijkste oorzaak is het feit dat veel nieuwkomers de Nederlandse hiv-situatie minder goed kennen en pas later toegang krijgen of zoeken tot preventie en zorg. Veel migranten-MSM gebruiken nog geen PrEP, laten zich minder vaak testen of weten niet dat testen bij de GGD gratis en anoniem is. Ook spelen taalbarrières, schaamte of onbekendheid met de zorg een rol. Daardoor worden infecties later ontdekt en is het risico op besmetting hoger. Daarnaast komen nieuwkomers sneller terecht in delen van het uitgaansleven en online datingnetwerken waar hiv relatief veel voorkomt, zoals bepaalde party-scenes, chemsex-groepen en apps.

Veel migranten-MSM gebruiken nog geen PrEP, laten zich minder vaak testen of weten niet dat testen bij de GGD gratis en anoniem is. Ook spelen taalbarrières, schaamte of onbekendheid met de zorg een rol. Daardoor worden infecties later ontdekt en is het risico op besmetting hoger. Daarnaast komen nieuwkomers sneller terecht in delen van het uitgaansleven en online datingnetwerken waar hiv relatief veel voorkomt, zoals bepaalde party-scenes, chemsex-groepen en apps.

Kanker

In 2025 jaar kregen bijna 135.000 nieuwe patiënten de diagnose kanker. Dat is bijna evenveel als het jaar daarvoor. Volgens het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) werd de ziekte vastgesteld bij zo’n 72.100 mannen en 62.700 vrouwen. Huidkanker komt het vaakst voor, gevolgd door prostaat-, borst-, long- en darmkanker. Het aantal nieuwe diagnoses van prostaatkanker neemt de laatste jaren toe. “Dit komt vooral door een ouder wordende bevolking, maar ook door veranderingen in de opsporing van prostaatkanker”, meldt IKNL.

Bij darmkanker daalt het aantal diagnoses al een aantal jaar, terwijl door de vergrijzing eerder een stijging werd verwacht. Met name uitgezaaide darmkanker komt minder vaak voor. Dit heeft volgens het IKNL te maken met het in 2014 gestarte bevolkingsonderzoek, waardoor darmkanker vaak al in een vroeg stadium wordt opgespoord.

“De daling bij darmkanker onderstreept het belang van bevolkingsonderzoek en vroege opsporing”, zegt Carla van Gils, directeur KWF Kankerbestrijding. “Door mee te doen vergroot je de kans dat kanker in een vroeg stadium wordt ontdekt, en dat redt levens.” Meer dan een miljoen mensen in Nederland hebben in de afgelopen twintig jaar te horen gekregen dat ze kanker hebben.

Jonge mensen krijgen steeds vaker kanker. Daarbij krijgen vrouwen vaker dan mannen de diagnose, tot wel 1,5 zo vaak. De recente studie van The Institute of Cancer Research and Imperial College London richtte zich op deze stijgende cijfers. Opvallend is dat steeds meer mensen in hun late tienerjaren, twintiger, dertiger en veertiger jaren een kankerdiagnose krijgen. De wetenschappers legden de trends binnen het Verenigd Koninkrijk naast leefstijlkeuzes. Ze vonden dat darmkanker, schildklierkanker, multipel myeloom, leverkanker, nierkanker, galblaaskanker, alvleesklierkanker (Pancrea) , baarmoederslijmkanker, mondkanker, borstkanker en eierstokkanker steeds vaker voorkwamen.

Het aantal gevallen darm- en borstkanker was bij jongvolwassenen het hoogst, terwijl alvleesklier- en galblaaskanker een stuk zeldzamer bleek. Alleen darm- en eierstokkanker namen bij alleen de jonge mensen toe, de andere negen kankers komen ook bij oudere volwassen steeds vaker voor.

Farmabedrijf Merus voor miljarden verkocht aan Deense branchegenoot Genmab 

Merus wordt overgenomen door Genmab voor zo’n 8 miljard dollar, Het farmabedrijf uit Utrecht ontwikkelt behandelingen voor kanker in het hoofd-halsgebied. De verwachtingen rond het middel petosemtamab zijn hooggespannen en kenners houden rekening met een doorbraak. Aandelen Merus werden al op de Amerikaanse Nasdaq-beurs verhandeld. De aandelen van Merus zijn flink in waarde gestegen sinds het bedrijf in mei bekendmaakte dat zijn experimentele geneesmiddel petosemtamab effectiever was dan de huidige standaardbehandeling bij het verkleinen van tumoren bij patiënten met hoofd-halskanker, wanneer het in combinatie met een ander middel, genaamd Keytruda, werd gebruikt. Merus werd opgericht in 2003 en heeft ook een vestiging in de Verenigde Staten. Het geneesmiddel wordt ook getest voor de effectiviteit bij de behandeling van een gevorderde vorm van darmkanker, een veel grotere en potentieel lucratievere markt dan die voor hoofd-halskanker.

Onderzoekers van het Nederlands Kankerinstituut hebben vastgesteld dat specifieke darmbacteriën de effectiviteit van immuuntherapie tegen kanker beïnvloeden. Patiënten die goed reageren op immuuntherapie bevatten bacteriën die hogere concentraties van een bepaald stofje produceren, wat het immuunsysteem activeert. Het mechanisme van deze interactie is nu in kaart gebracht. Het microbioom kan gericht gemoduleerd worden om immuuntherapie te verbeteren. Transplantatie van volledige ontlasting wordt beschouwd als onnauwkeurig omdat het microbioom in zijn geheel wordt overgebracht zonder inzicht in de actieve componenten. Het volgende onderzoeksdoel is het ontwikkelen van gerichte interventies die de gunstige bacteriën versterken om de respons op immuuntherapie te maximaliseren.

  • In 2023 kregen zo’n 22.000 mensen in Nederland meteen bij de diagnose te horen dat hun kanker al was uitgezaaid. De helft van hen overleed binnen zeven maanden.

  • Het gaat vooral om mensen met alvleesklierkanker, waarbij de ziekte het vaakst al is uitgezaaid bij ontdekking. Bij melanoom gebeurt dat het minst vaak.

  • Daarnaast kregen nog eens 18.000 mensen pas later te horen dat hun kanker was uitgezaaid.

  • De overlevingskansen verschillen sterk per soort kanker. Patiënten met prostaat- of borstkanker leven gemiddeld het langst, terwijl bij melanoom, nierkanker en longkanker juist de grootste vooruitgang is geboekt door nieuwe behandelingen.

Bron: Rapport Uitgezaaide kanker 2025 IKNL.

Kanker door alcohol

Alcoholgebruik is zowel op de korte als de langere termijn schadelijk voor de gezondheid en leidt tot een verhoogd risico op zeven verschillende soorten kanker en bovendien heeft het een negatieve invloed op de hersenontwikkeling van jongeren. Het directe verband tussen alcoholconsumptie en het risico op kanker is goed vastgesteld voor borstkanker, colorectumkanker, slokdarmkanker, leverkanker, mondholtekanker, keelkanker en strottenhoofdkanker, ongeacht het type alcohol (bijv. bier, wijn en sterke drank) dat wordt geconsumeerd. Specifiek voor borstkanker is 16,4% van het totale aantal gevallen van borstkanker toe te schrijven aan alcoholconsumptie. In 2021 werden 20.000 mensen op de spoedeisende hulp behandeld als gevolg van alcoholgebruik. Alcoholgebruik leidt tot maatschappelijke kosten door een lagere arbeidsproductiviteit, bedoeld of onbedoeld letsel aan anderen, geweld richting dienstverleners, vandalisme, overlast en de inzet van politie en justitie. De Gezondheidsraad adviseert sinds 2015 geen alcohol of in elk geval niet meer dan één glas per dag te drinken. Het Nationaal Preventieakkoord streeft naar geen alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, geen alcoholgebruik onder de 18 jaar, minder overmatig en zwaar alcoholgebruik en een toename van de bewustwording van het eigen drinkgedrag en de effecten daarvan op mensen zelf en hun omgeving. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat aanvullende maatregelen nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. In 2023 werd bij 128.000 nieuwe patiënten kanker vastgesteld. De stijging ten opzichte van 2022 is volgens verwachting (zie ons Trendrapport kanker in 2032) op basis van de bevolkingstoename en het groeiende aandeel ouderen in de bevolking. Op dit moment leven ruim 900.000 mensen met kanker in Nederland. In de nieuwe cijfers is ook gekeken naar het stadium van diagnose. Daaruit blijkt dat er grote variatie is bij de verschillende kankersoorten in welk stadium de diagnose wordt gesteld. Een voorbeeld van die laatste soort: volgens het RIVM krijgt één op de zeven vrouwen (14 procent) in Nederland in haar leven borstkanker. Wie drinkt, vergroot die kans. Als je als vrouw dagelijks drie glazen alcohol drinkt, verhoogt dat risico met nog eens 20 procent.

Kanker door tatoeages en make-up

Gevaarlijke chemicaliën in tatoeage-inkt en permanente make-up zijn vanaf januari 2022 in de EU beperkt op grond van de REACH-verordening. De beperking geldt bijvoorbeeld voor: chemicaliën die kanker of genetische mutaties veroorzaken en chemicaliën die giftig zijn voor de voortplanting, evenals huidsensibilisatoren en irriterende stoffen.  Ernstigere effecten zoals kanker, schade aan ons DNA of het voortplantingssysteem die mogelijk afkomstig zijn van chemicaliën die in de inkten worden gebruikt, zouden hierdoor af kunnen afnemen. Zweeds onderzoek suggereert voorzichtig dat tatoeages weleens een risicofactor kunnen zijn voor het ontwikkelen van lymfeklierkanker. Voor hun studie bogen de wetenschappers zich over de gegevens van 2938 mensen bij wie lymfeklierkanker was vastgesteld. Daarnaast verzamelden ze een controlegroep, bestaande uit mensen van hetzelfde geslacht en dezelfde leeftijd als de groep bestaande uit patiënten met lymfeklierkanker. “Alle deelnemers vulden een vragenlijst in over hun levensstijl en eventuele tatoeages. Vervolgens gingen de onderzoekers na of er een verband was tussen gezette tatoeages en de kans op lymfeklierkanker. “Nadat we rekening hadden gehouden met andere relevante factoren (die van invloed kunnen zijn op de kans om lymfeklierkanker te krijgen, red.), zoals roken en leeftijd, ontdekten we dat de kans om lymfeklierkanker te krijgen 21 procent groter was voor degenen die getatoeëerd waren. En aangetoond is dat de inktdeeltjes daarbij naar de lymfeklieren worden gebracht en daar permanent worden opgeslagen.” Die wetenschap inspireerde Nielsen en collega’s vervolgens om specifiek te kijken naar een mogelijk verband tussen tatoeages en lymfeklierkanker. “Wij wilden begrijpen hoe onze gezondheid beïnvloed wordt door de permanente opslag van potentieel giftige chemicaliën in het immuunsysteem.” En daarbij werd dus een voorzichtig verband gevonden tussen tatoeages en lymfeklierkanker. Het Mechelse bedrijf Galápagos boekt spectaculair resultaat in behandeling lymfeklierkanker: 7 op de 10 uitbehandelde patiënten blijken kankervrij.

Een nieuwe bloedtest kan de strijd tegen kanker voorgoed veranderen.Met slechts één buisje bloed spoort een nieuwe test meer dan twintig soorten kanker op, vaak al in een vroeg stadium. Dat kan bij bijna de helft van de patiënten een late diagnose voorkomen, zo blijkt uit een grootschalige studie in het vakblad BMJ Open. De overlevingskans per kankersoort is erg verschillend. Van de patiënten met huid-, borst-, prostaat- en zaadbalkanker leeft meer dan 90 procent na vier jaar nog. De vooruitzichten voor mensen met alvleesklierkanker en uitgezaaide kanker met onbekende oorsprong blijven minder dan 10 procent overleving. Bij longkanker is grofweg een verdubbeling te zien in het aantal overlevenden over de afgelopen twintig jaar. Nieuwe geneesmiddelen hebben de overleving een boost gegeven. Ook bij alvliesklierkanker worden stappen gezet, al zijn ze klein. „Dat is een heel moeilijke vorm om te behandelen, maar er lijkt wat schot in de zaak te komen.’’  Wel blijft de gemiddelde overleving elk jaar met 1 kleine procent vooruitgaan. Vorig jaar ging het over duizend mensen extra die kanker overleefden. Longkanker springt eruit als kankersoort die de afgelopen jaren het hardst vooruit is gegaan. „Daar is grofweg een verdubbeling te zien in het aantal overlevenden over de afgelopen twintig jaar.

De test, die wetenschappers een ‘multi-kanker vroege detectietest’ noemen, is een ware alleskunner. Met slechts één buisje bloed kan de test chemische signalen oppikken van meer dan twintig verschillende soorten kanker, waaronder die van de anus, blaas, slokdarm, lever, longen, eierstokken, pancreas, prostaat, maag, schildklier en baarmoeder. Een test die kankers vroegtijdig kan opsporen is cruciaal, want vroege opsporing vergroot de kans op genezing enorm. Tot nu toe kunnen artsen maar een handjevol kankersoorten vroegtijdig opsporen. Denk aan borst-, darm-, en baarmoederhalskanker. Deze nieuwe bloedtest zou het arsenaal aan detectiemiddelen flink uitbreiden. Amerikaanse onderzoekers gebruikten computermodellen om te berekenen wat er gebeurt als mensen tussen de 50 en 79 jaar deze test regelmatig doen. De resultaten zijn bemoedigend. Bij jaarlijkse screening worden per 100.000 geteste mensen 370 extra kankergevallen ontdekt. Nog belangrijker: het aantal late diagnoses (stadium III en IV) daalt met maar liefst 49 procent. Dat betekent dat bijna de helft van de mensen die anders pas laat hun diagnose zou krijgen, nu eerder behandeld kan worden. Zelfs als je de test maar eens per twee jaar doet, zijn de resultaten veelbelovend: 292 extra opgespoorde kankers per 100.000 mensen en 39 procent minder late diagnoses. Vooral bij snelgroeiende, agressieve tumoren maakt dit een wereld van verschil. Van de 392 mensen die jaarlijks sterven aan zo’n agressieve kanker, zouden er met tweejaarlijkse screening 54 gered kunnen worden. Bij jaarlijkse screening loopt dat op tot 84. “Beide intervallen hebben het potentieel om 31-49 procent van de kankers in een vroeg stadium te onderscheppen. Wat deze test extra krachtig maakt, is dat hij zowel kanker in het allervroegste stadium (I) als in stadium II opspoort. Bij jaarlijkse screening wordt 23 procent van de kankers in stadium I ontdekt en 26 procent in stadium II. Dat geeft artsen een veel betere startpositie voor behandeling, want in deze stadia is de kans op succesvolle behandeling vaak veel groter dan in latere stadia. Jaarlijks screenen levert de meeste opgespoorde kankers en de minste sterfgevallen op, maar tweejaarlijks testen is efficiënter. Bij tweejaarlijkse screening is de kans dat een positieve test ook echt kanker aanduidt hoger: 54 procent vergeleken met 43 procent bij jaarlijkse screening. Met andere woorden: je vindt per test meer kankers. Toch voorkomt jaarlijkse screening meer sterfgevallen per jaar. De uiteindelijke keuze hangt af van factoren zoals kosten, overlevingskansen in de praktijk en hoe goed mensen meedoen aan de screeningDe onderzoekers zijn enthousiast, maar houden een slag om de arm. Hun modellen gaan uit van perfecte omstandigheden: iedereen doet mee en vervolgonderzoeken zijn zeer nauwkeurig. In de echte wereld zal dat anders zijn. De test moet in de praktijk getest worden, en er moeten keuzes gemaakt worden over hoe vaak we hem gaan inzetten en wie ervoor in aanmerking komt. Ook de kosten van de test en vervolgonderzoeken spelen mee.

Ouderdom en roken zijn de twee belangrijkste voorspellers van kanker. Daarnaast zijn er nog een aantal andere risicofactoren, die bij mannen en vrouwen verschillen. Zo kunnen genetische aanleg, een teveel aan lichaamsvet, alcoholgebruik en andere redenen ook een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte. Daarnaast is Pfas/Pfos een belangrijke oorzaak van nierkanker, testiculaire kanker, schildklierkanker en soms ook van prostaatkanker, borstkanker, blaaskanker en eierstokkanker. 

Door alcohol, tabak, ultrabewerkt voedsel en fossiele brandstoffen sterven er elke dag 7000 mensen in Europa.  De producten spelen een grote rol bij het ontwikkelen van vele vormen van kanker, diabetes en hart-en vaatziekten, psychische stoornissen, overgewicht, obesitas, diabetes type 2 en tumoren van het centrale zenuwstelsel. Ultrabewerkte producten zijn o.a. granola, drinkyoghurt en broodsalades, salami, grillworst,  kant-en-klaarmaaltijden zoals lasagne, chips, koolzuurhoudende frisdranken, koolzuurhoudende frisdranken, instant noedels , ketchup en verschillende soorten brood. Enkele kenmerken van ultrabewerkt voedsel zijn bijvoorbeeld veranderingen in de voedselmatrices en -texturen, potentiële verontreinigingen door verpakkingsmateriaal en -verwerking, en de aanwezigheid van voedseladditieven en andere industriële ingrediënten, evenals voedingsarme profielen (bijvoorbeeld hogere energie, zout, suiker en verzadigd vet, met een lager gehalte aan voedingsvezels, micronutriënten en vitamines. Gepoolde analyses uit zeven cohortstudies lieten een direct verband zien tussen een grotere blootstelling aan ultrabewerkte voedingsmiddelen en een hoger risico op kanker .

De Malediven hebben per 1 november 2025 een algeheel rookverbod ingevoerd voor iedereen die op of na 1 januari 2007 is geboren. Het is het eerste land ter wereld waar roken totaal verboden is. De maatregel werd eerder dit jaar al aangekondigd, maar is nu, na een korte overgangsperiode, officieel van kracht. Het verbod geldt voor alle vormen van tabak en moet “de volksgezondheid beschermen en een rookvrije generatie bevorderen”, schrijft de minister van Volksgezondheid in een verklaring. Behalve tabak zijn ook elektronische sigaretten en vapingproducten verboden. Dit verbod geldt voor iedereen en omvat import, verkoop, distributie, bezit en gebruik. De maatregelen gelden ook voor buitenlandse toeristen. De Malediven zijn het enige land ter wereld met een generatiegebonden rookverbod. Een soortgelijk verbod dat in het Verenigd Koninkrijk is voorgesteld, is nog in behandeling.
Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) heeft met berekeningen inzichtelijk gemaakt hoe rookpreventie kanker kan voorkomen. Zo zouden er in de periode tot en met 2045 minstens 120.000 kankerdiagnoses minder zijn als nog maar 5 procent van de volwassen Nederlanders in 2032 zou roken. In totaal gaat het om bijna 22.000 minder kankerdiagnoses in de komende acht jaar. In totaal lijden ruim 672.000 mensen aan ziektes als COPD, kanker en hart- en vaatziekten als gevolg van tabaksgebruik. Het RIVM onderzocht dit in opdracht van de Rookvrije Generatie. Dat is een gezamenlijk initiatief van de Hartstichting, het KWF en het Longfonds. In het onderzoek is gekeken naar vijftien chronische ziekten waarbij roken een rol speelt. Voor een aantal ziekten is roken de belangrijkste oorzaak. Zo is bij strottenhoofdkanker en longkanker in acht op de tien gevallen roken de oorzaak. Bij COPD is de invloed van tabak ook groot: daar is roken in 77 procent van alle gevallen de boosdoener. In Nederland veroorzaakt roken naar schatting jaarlijks circa negentienduizend nieuwe kankergevallen. Vanaf 1 juli 2024 mogen er in supermarkten geen sigaretten, shag en vapes meer verkocht worden. Daarmee vielen duizenden verkooppunten weg en 2,7 miljard euro aan omzet verschoof naar andere kanalen. Nederlanders met een lager inkomen leven gemiddeld 7 jaar korter dan die met een hoger inkomen. In die groep is er meer kans op long-, lever-, maag- en hoofd-halskanker. Een uitzaaiing waarvan de oorsprong niet bekend is, komt ook vaker voor bij lagere inkomens. Bij hogere inkomens is er vaker sprake van huid-, borst-, prostaat- en zaadbalkanker. De verschillen in kankersoorten zijn het grootst bij leverkanker. Die soort komt drie keer zo vaak voor bij mensen met een lage sociaaleconomische status (SES). Daarop volgen maagkanker en “primaire tumor onbekend” (2,6 keer zo vaak), hoofd-halskanker (2,5 keer zo vaak) en longkanker (2,3 keer zo vaak). Bij patiënten met een hoger SES komen huidtumoren juist weer veel vaker voor. De reden dat deze kankersoorten veel vaker voorkomen bij Nederlanders met een lager inkomen is dat zij vaker roken en vaak een ongezonde levensstijl en overgewicht hebben. Hogere inkomens doen ook vaker mee aan bevolkingsonderzoeken, waardoor baarmoederhals-, borst-, endeldarm-, huid- en protstaatkanker vaak in een gunstiger stadium worden ontdekt dan bij patiënten met een lager inkomen. Roken is een ernstige verslaving die veel persoonlijk en maatschappelijk leed veroorzaakt. Nog altijd sterven er in Nederland ieder jaar meer dan 19.000 mensen aan de gevolgen van (mee)roken.  Bovendien wordt in totaal 9,4% van de ziektelast in Nederland veroorzaakt door roken. (Ex)rokers leven ongezonder dan niet-rokers waardoor een (ex-)roker op jaarbasis meer gebruikmaakt van zorg, wat neerkomt op jaarlijks € 3,5 miljard aan zorgkosten. Roken komt relatief veel voor onder mensen met een lage sociaaleconomische status en kan samenvallen met achterliggende oorzaken, zoals stress, armoede en culturele normen. Uit de wetenschappelijke literatuur is gebleken dat een substantiële en regelmatige verhoging van de prijs van tabaksproducten de meest effectieve beleidsmaatregel vormt om het aantal rokers en het aantal gerookte sigaretten (bij rokers die doorgaan met roken) te verlagen. De accijns op sigaretten, sigaren en rooktabak wordt daarom regelmatig verhoogd, het meest recentelijk in 2024. 

3,7 miljoen Europeanen krijgen elk jaar de diagnose kanker en  1,9 miljoen mensen sterven eraan. Blootstelling aan kankerverwekkende chemicaliën op de werkplek verantwoordelijk voor 120.000 van de kankerdiagnoses en 80.000 van de sterfgevallen. Met preventieve maatregelen zou meer dan 40% van alle kankergevallen kunnen worden voorkomen. 

Universiteiten in Rusland hebben Jaceosidine ontdekt in bessen. Deze stof zou werkzaam zijn tegen de meest voorkomende en agressieve vorm van hersentumor. In rozenbottels werd cirsiliol aangetroffen. Dat zou een doorbraak betekenen in de bestrijding van huid- en darmkanker.

Dan is er nog metabole therapie, waaronder het gebruik van ketogene diëten, off-label antiparasitaire middelen die gewoon bij het kruidvat te koop zijn (Mebendazol) en zijn Press-Pulse Protocol, heeft aangetoond dat kanker op een effectieve en niet-toxische manier kan worden beheerd en bestreden. Deze aanpak richt zich op het uithongeren van kankercellen door hun afhankelijkheid van glucose en glutamine te verstoren, terwijl gezonde cellen ongemoeid blijven. 

In Nederland zijn minder nieuwe kankermedicijnen verkrijgbaar dan in andere Europese landen. Dat komt omdat Nederland strenge eisen stelt aan toelating van geneesmiddelen tot de Nederlandse markt én ook scherp onderhandelt over de prijs. En dat kost tijd. 

Een speekseltest werkt niet alleen sneller, maar zou betrouwbaarder zijn dan een bloedonderzoek dat vaak wordt gedaan. Bij de speekseltest en proeven van het Institute of Cancer Research in Londen en ziekenhuiskoepel Royal Marsden NHS Foundation Trust is gebleken dat de speekseltest betrouwbaarder is dan een MRI-scan of een zogenoemde PSA-test. Bij zo’n test wordt het bloed onderzocht op de aanwezigheid van het prostaatspecifiek antigeen (PSA). Als er veel van dit eiwit in het bloed wordt aangetroffen, kan dit wijzen op prostaatkanker. De speekseltest is sowieso minder ingrijpend dan rectaal onderzoek, een biopsie of een kijkonderzoek. Een snelle en eenvoudige test is volgens de onderzoekers van belang omdat prostaatkanker in veel landen de meest voorkomende vorm van kanker onder mannen is. Daarnaast wordt verwacht dat het aantal gevallen van prostaatkanker wereldwijd de komende jaren zal verdubbelen, omdat mensen steeds ouder worden. De speekseltest is nog niet af en zal nog verder ontwikkeld worden om bijvoorbeeld meer erfelijke aanlegfactoren voor prostaatkanker op het spoor te kunnen komen. Het is daarom nog niet bekend wanneer de speekseltest op de markt komt.

Kanker door energydrink

Taurine kennen we als bestanddeel van energiedrankjes en eiwitshakes. Het spul helpt je wakker te blijven tijdens een lange autorit of nachtdienst en laat je net iets harder trainen in de sportschool. Maar uit nieuw onderzoek blijkt dat de stof ook een schaduwkant heeft: sommige vormen van leukemie gebruiken taurine als ultieme brandstof om te groeien.Een internationale groep wetenschappers, onder leiding van het Wilmot Cancer Institute aan de University of Rochester, heeft ontdekt dat deze natuurlijke stof een sleutelrol speelt in de ontwikkeling van agressieve bloedkankers zoals acute myeloïde leukemie (AML). Taurine is een aminozuur dat ons lichaam zelf aanmaakt, maar dat we ook binnenkrijgen via voeding en dan vooral via vlees, vis en eieren. Het bevindt zich van nature in onder andere het hart, de hersenen en het beenmerg. Uit de studie, die deze week in Nature verscheen, blijkt dat leukemiecellen taurine niet zelf kunnen aanmaken, maar dat ze het wel hard nodig hebben. Daarom stelen ze het uit het beenmerg met behulp van een specifiek transport-eiwit, genaamd SLC6A6. “De leukemiecellen zijn als hongerige parasieten”, zegt hoofdonderzoeker Jeevisha Bajaj. “Ze zuigen taurine op uit het beenmerg en gebruiken het om energie op te wekken via glycolyse, wat hun groei versnelt.”

Kanker door roken

Op de Nederlandse spoedeisende hulp worden dagelijks patiënten behandeld met aandoeningen die samenhangen met nicotinegebruik zoals acuut myocardinfarct pneumothorax cerebrovasculair accident en ernstige dyspneu. Tot voor kort waren er geen landelijke kwantitatieve gegevens over de omvang van deze problematiek binnen de spoedzorg. Om dit vast te stellen is op 13 en 14 november gedurende een aaneengesloten periode van vierentwintig uur onderzoek uitgevoerd op 67 van de 78 spoedeisende hulpen in Nederland.

In deze periode werden 4314 patiënten van twaalf jaar en ouder behandeld. Van deze groep waren 2061 personen bereid en in staat een vragenlijst in te vullen over het gebruik van nicotineproducten. Uit deze gegevens blijkt dat 21 procent van de ondervraagde SEH-patiënten een nicotineproduct gebruikte. Binnen deze groep rookte 86 procent sigaretten gebruikte 9 procent elektronische sigaretten rookte 9 procent sigaren of cigarillo’s en gebruikte 5 procent andere nicotineproducten zoals snus of shag. Tien procent van de gebruikers rapporteerde gelijktijdig gebruik van meerdere nicotineproducten.

De verdeling van het nicotinegebruik komt grotendeels overeen met bekende cijfers over de algemene Nederlandse bevolking al liggen de percentages onder SEH-patiënten hoger. Behandelend artsen beoordeelden tijdens het bezoek of er een verband bestond tussen nicotinegebruik en de gepresenteerde klacht. Bij 7 procent van de nicotinegebruikers werden de klachten volledig toegeschreven aan nicotinegebruik voornamelijk bij longaandoeningen. Bij 44 procent van deze groep werd vastgesteld dat roken of vapen mogelijk of gedeeltelijk een rol speelde eveneens vooral bij respiratoire problematiek.

Wanneer deze percentages worden geëxtrapoleerd naar jaarbasis resulteert dit in circa 26.500 spoedeisende hulpbezoeken waarbij de klachten volledig samenhangen met nicotinegebruik. Daarnaast zijn er naar schatting bijna 193.000 SEH-bezoeken per jaar waarbij roken of vapen waarschijnlijk bijdroeg aan het ontstaan of de verergering van de klachten. Dit betreft een onderschatting aangezien patiënten met acute levensbedreigende aandoeningen niet in staat waren deel te nemen aan de vragenlijst.

Een belangrijk deel van de longgerelateerde SEH-bezoeken betreft exacerbaties van COPD. Chronic Obstructive Pulmonary Disease is een chronische progressieve longziekte die wordt gekenmerkt door blijvende ontsteking en vernauwing van de luchtwegen. De aandoening omvat onder andere chronische bronchitis en longemfyseem. Patiënten ervaren aanhoudende kortademigheid chronisch hoesten verminderde inspanningstolerantie en een structureel lager energieniveau. Tijdens ernstige exacerbaties presenteren zij zich vaak met uitgesproken ademnood cyanose en respiratoire insufficiëntie waarvoor acute medische behandeling noodzakelijk is.

Van de nicotinegebruikers gaf 47 procent aan open te staan voor een gesprek over hun gebruik. Gegevens uit de spoedzorg tonen aan dat directe verwijzing naar begeleide stopzorg vanuit de SEH leidt tot een zeventienvoudige toename van de kans dat een patiënt daadwerkelijk start met stoppen in vergelijking met het uitsluitend verstrekken van schriftelijke informatie.

Kankeronderzoeken en ontwikkelingen
Fenbendazol is een medicijn dat voornamelijk wordt gebruikt als antiparasiticum voor dieren. Het belangrijkste gebruik is het doden van wormen, zoals haakwormen, rondwormen, lintwormen en zweepwormen. Verschillende onderzoeken hebben echter laten doorschemeren dat Fenbendazol ook kankerbestrijdende eigenschappen heeft. Het medicijn, bekend onder merknamen als Panacur en Safe-Guard, is met succes gebruikt voor de behandeling van verschillende vormen van kanker, waaronder: alvleesklierkanker, prostaatkanker, colorectale kanker, longkanker, darmkanker, melanoom, lymfoom en glioblastoom.
Fenbendazol bleek ook effectief te zijn bij de behandeling van infecties veroorzaakt door Cryptococcus neoformans, een ingekapselde schimmel die meningo-encefalitis veroorzaakt bij immuungecompromitteerde gastheren. Volgens een artikel uit Nature uit 2018: “Fenbendazol werkt als een matig destabiliserend middel voor microtubuli en veroorzaakt de dood van kankercellen door meerdere cellulaire routes te moduleren. De resultaten, in combinatie met onze eerdere gegevens, suggereren dat Fenbendazol een nieuw interfererend middel voor microtubuli is dat antineoplastische activiteit vertoont en kan worden geëvalueerd als een potentieel therapeutisch middel vanwege het effect op meerdere cellulaire routes die leiden tot effectieve eliminatie van kankercellen. ” De auteurs van het artikel noemden ook de mogelijke antikankermechanismen die verband houden met fenbendazol, waaronder verstoring van de microtubulusfunctie en proteasomale interferentie.
Fenbendazol werkte ook goed als aanvullende therapie bij chemotherapie en radiotherapie, evenals bij metabole therapieën. Hoewel Fenbendazol vaker bij dieren wordt gebruikt, wordt het zeer goed verdragen door mensen. Sommige mensen geven er de voorkeur aan om het te gebruiken voor ontworming, en het wordt gebruikt binnen het bereik van 5 mg / kg / dag tot 10 mg / kg / dag. Effectiever met vitamines Fenbendazol werkt effectief bij kankerbehandelingen wanneer het wordt ingenomen met specifieke vitamines. Het helpt kankercellen te vernietigen door hun suikeropname te onderbreken, waardoor de resistentie tegen kankergeneesmiddelen wordt onderdrukt en de omvang van tumoren wordt verkleind. Wanneer het samen met bepaalde vitaminesupplementen wordt ingenomen, vertoont Fenbendazol krachtige antitumoreigenschappen. De vitamines die in het onderzoek werden gebruikt, waren vitamine E, B, D, K en A. Deze essentiële voedingsstoffen staan bekend om hun antioxiderende eigenschappen. Vitamine E heeft krachtige anti-metastatische en anti-tumoreffecten, zoals aangetoond in dierstudies. Het primaire doel van deze vitamine is om de tumor in bedwang te houden.
Hetzelfde onderzoek toonde aan dat het consumeren van veel vitamine B en foliumzuur in de voeding met succes colorectale kanker bij vrouwen kan verminderen. Hoewel het medicijn alleen niet dezelfde waardevolle eigenschappen heeft, is het veelbelovend en effectief in combinatie met vitamines. Bovendien lijkt de werkzaamheid van Fenbendazole als middel tegen kanker enorm te worden verhoogd door sublinguale CBD-tinctuur toe te voegen met ~ 25 mg per dag. Van fenbendazol is bekend dat het effectief is tegen verschillende vormen van kankercellen. De belangrijkste reden is de grootte van de tumor en het medicijn blokkeert de glucose in de kankercellen, waardoor ze hun belangrijkste brandstofbron – suiker – worden ontnomen. De resultaten van behandelingen voor het verminderen van het tumorvolume bij muizen toonden ook aan dat een combinatie van fenbendazol en vitamines veel belangrijkere resultaten had in vergelijking met de rest van de groepen. Dit bewijst ook dat een dieet met vitamines en fenbendazol effectief kan zijn bij het verkleinen van de tumorgrootte.
Fenbendazol werkt ook op dezelfde manier als colchicine, een bekend destabiliserend middel. Omdat kankercellen suiker gebruiken als hun primaire brandstofbron, hebben onderzoekers het medicijn Fenbendazol getest om te weten of het de opname van suiker zal beïnvloeden. Wanneer het wordt gecombineerd met vitamines, vertoonde het medicijn positieve resultaten. Fenbendazol verstoort ook het glucosemetabolisme, waardoor het effectief is voor kankertherapie. Hoewel het medicijn vaak wordt genegeerd omdat het bij dieren wordt gebruikt, is Fenbendazol een veilig medicijn met weinig bijwerkingen bij mensen, meestal met lichte vermoeidheid, lichte misselijkheid en hoofdpijn. Met voortdurende wetenschap om te bewijzen dat de voordelen ruimschoots opwegen tegen de bijwerkingen, is het belangrijk om het meeste uit deze voordelen te halen door dit medicijn opnieuw te gebruiken voor de behandeling van kanker en het kosteneffectief te maken. Shephard Group Healthcare Partners heeft lopende onderzoeken uitgevoerd naar de effectiviteit van fenbendazol als een belangrijk onderdeel van een breder, aanvullend behandelingsprotocol voor bepaalde vormen van kanker. Enkele laboratoriumonderzoeken hebben veelbelovende resultaten aangetoond voor fenbendazol en mebendazol als antikankermedicijnen. Het mogelijke gebruik van fenbendazol tegen kanker bevindt zich nog in een zeer vroeg laboratoriumonderzoek en mag niet worden geprobeerd zonder goedkeuring en supervisie van een arts. Verkeerd gebruik van fenbendazol kan leverschade veroorzaken.
Neuro-endocriene tumoren (NET)

Neuro-endocriene tumoren (NET’s) zijn zeldzame soorten kanker. In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 700 mensen de diagnose neuro-endocriene tumor. Deze tumoren ontstaan uit speciale cellen die hormonen aanmaken en kunnen zich in het hele lichaam verspreiden. Daarom kunnen ze bijna overal in het lichaam groeien.

Meestal komen NET’s voor in organen zoals de darmen, lever, de alvleesklier en de longen. Er zijn verschillende soorten NET’s, die worden ingedeeld in 3 categorieën, namelijk klasse 1, 2 en 3. Deze indeling vertelt iets over hoe snel de tumor groeit. Tumoren in klasse 1 groeien meestal langzamer dan die in klasse 3.

NET’s kunnen zowel goedaardig als kwaadaardig zijn. Of een NET kwaadaardig is, hangt af van verschillende factoren, waaronder de groeisnelheid en of de tumor zich naar andere delen van het lichaam heeft verspreid (metastase). Sommige NET’s groeien langzaam en blijven beperkt tot 1 gebied, terwijl andere sneller groeien en zich kunnen verspreiden, wat ze kwaadaardig maakt. Het is belangrijk om een medische professional te raadplegen voor een juiste diagnose en behandelplan.
De behandeling van neuro-endocriene tumoren (NET’s) is complex en vereist een multidisciplinaire aanpak. De keuze van de behandeling hangt af van verschillende factoren, zoals de locatie van de tumor, de grootte, het type, de graad en of er uitzaaiingen zijn. Behandelingsopties zijn:

  • Chirurgie: Dit is vaak de eerste keuze als de tumor operabel is. Het doel is om de tumor volledig te verwijderen, vooral als deze nog niet is uitgezaaid;
  • Medicatie: Medicijnen, zoals Somatostatine-analogen zijn beschikbaar die de productie van hormonen door de tumor kunnen verminderen, wat helpt om de symptomen te beheersen. 
  • Chemotherapie: Deze behandeling wordt gebruikt voor agressievere NET’s, vooral als ze zich hebben verspreid. Chemo kan helpen om de groei van kankercellen te vertragen of te stoppen;
  • Bestraling: Dit kan worden toegepast om de tumor te verkleinen of om pijn en andere symptomen te verlichten;
  • Doelgerichte therapieën: Deze nieuwere behandelingen richten zich specifiek op de moleculaire kenmerken van de tumorcellen, wat kan helpen om de groei van de tumor te stoppen;
  • Radioactieve therapieën: Behandelingen zoals Peptide Receptor Radionuclide Therapy (PRRT) zijn effectief gebleken bij bepaalde soorten NET’s.
Baarmoederhalskanker
Onderzoekers hebben een AI-model ontwikkeld dat het risico op de terugkeer van baarmoederkanker nauwkeurig kan voorspellen. Het model kan volgens wetenschappers van het LUMC een belangrijke rol spelen bij de behandeling van kankerpatiënten. Het model Histopathology-based Endometrial Cancer Tailored Outcome Risk (HECTOR) is beter in voorspellen dan de huidige methoden. De bevindingen van dit onderzoek zijn maandag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Medicine. Baarmoederkanker komt veel voor en treft vooral vrouwen tussen de 55 en 80 jaar. Hoewel de ziekte vaak vroeg ontdekt wordt en daardoor goed behandelbaar is, zijn de vooruitzichten aanzienlijk slechter als de kanker binnen vijf jaar terugkeert. De kans op terugkeer kan worden verkleind door een aanvullende behandeling met bestraling of chemotherapie, maar die behandelingen zijn ingrijpend voor de patiënten. Voor een op maat gemaakt behandelplan beoordeelt een patholoog daarom het tumorweefsel onder de microscoop. Het gaat om doorbraaktechnologie.” HECTOR is getraind met talloze microscopische beelden en data uit eerdere onderzoeken naar meer dan duizend patiënten. Het model is vervolgens getest op nieuwe patiënten. Het AI-model bleek in staat het risico op terugkeer van baarmoederkanker zeer nauwkeurig te kunnen voorspellen. Een nieuwe behandeling tegen baarmoederhalskanker verhoogt de overlevingskans met 8 procentpunt, blijkt uit onderzoek. De onderzoekers noemen het de grootste doorbraak in 25 jaar. De ziekte is de op drie na meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Wereldwijd zijn er jaarlijks ongeveer 660.000 nieuwe gevallen bekend en 350.000 sterfgevallen. Het nieuwe behandelplan werd getest bij patiënten gedurende een periode van tien jaar. De vijfhonderd deelnemers komen uit het Verenigd Koninkrijk, Mexico, India, Italië en Brazilië. Vrouwen onder de dertig jaar met baarmoederhalskanker zijn vaak niet gevaccineerd met het HPV-vaccin. Dat blijkt uit het eerste Nederlandse onderzoek naar vaccinatie onder jonge vrouwen met baarmoederhalskanker. Slechts 15 procent van hen bleek gevaccineerd te zijn. De nieuwe immuuntherapie dostarlimab (merknaam: Jemperli®) wordt vanaf nu tot eind 2026 vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering. Het geneesmiddel kan in combinatie met chemotherapie worden gebruikt bij de behandeling van een specifieke groep patiënten met baarmoederkanker. Volgens het Zorginstituut heeft het geneesmiddel meerwaarde voor patiënten: in combinatie met chemotherapie vergroot het hun overlevingskans. Daarnaast is dostarlimab kosteneffectief. Dat betekent dat de kosten van de behandeling in redelijke verhouding staan tot de verwachte gezondheidswinst voor patiënten. Het Zorginstituut adviseerde de minister wel om eerst prijsafspraken te maken met de fabrikant en daarbij rekening te houden met prijsafspraken van vergelijkbare immuuntherapieën. Vrouwen die baat hebben bij het middel kunnen het tot in ieder geval 31 december 2026 volledig vergoed krijgen. Daarna zal ik opnieuw om tafel moeten met de fabrikant om te kijken of we er ook voor 2027 en verder uit kunnen komen.”Het geneesmiddel dostarlimab is een immuuntherapie die via een infuus wordt toegediend. Het is een behandeling die ervoor zorgt dat het eigen afweersysteem beter meehelpt om kankercellen te vernietigen. Dostarlimab kan worden gebruikt in combinatie met chemotherapie voor de behandeling van bepaalde patiënten met gevorderde (uitgezaaide) of terugkerende baarmoederkanker.

Door de datadiefstal bij een van de laboratoria voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker afgelopen zomer worden de onderzoeken van alle afgenomen testen nu gedaan door twee laboratoria in plaats van drie. Omdat er minder capaciteit is, zijn structurele achterstanden ontstaan, wat Bevolkingsonderzoek Nederland heeft doen besluiten om minder vrouwen uit te nodigen. Daardoor moeten vrouwen langer wachten tussen twee onderzoeken. Staatssecretaris Judith Tielen (Jeugd, Preventie en Sport) wil samen met alle betrokken organisaties het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker zo snel mogelijk weer op orde krijgen.

De expertise die nodig is voor de hoge kwaliteit van bevolkingsonderzoek is slechts beperkt beschikbaar. Om de capaciteit weer te vergroten, onderzoekt Bevolkingsonderzoek Nederland daarom of opnieuw kan worden samengewerkt met het derde laboratorium . Er is onafhankelijk veiligheidsonderzoek gedaan, waarmee concrete verbeterplannen zijn gemaakt. Bevolkingsonderzoek Nederland heeft op basis daarvan en intensief contact, voldoende vertrouwen om Clinical Diagnostics de kans geven om de informatiebeveiliging op het vereiste niveau te brengen. Het laboratorium heeft aangegeven alles op alles te zetten om in de komende zes maanden alle tekortkomingen te verhelpen. Bevolkingsonderzoek Nederland wil de samenwerking alleen dan weer worden opstarten als onafhankelijk kan worden vastgesteld dat de data van alle deelnemers op alle mogelijke manieren veilig is.

Ook de wachttijden voor een operatie of opname in ziekenhuizen zijn nog nooit zo lang geweest. De wachttijden lopen bij de 57 veel voorkomende behandelingen in steeds meer ziekenhuizen langer op dan 7 weken. Vooral bij aandoeningen als knie- en heupprotheses, of bij het verwijderen van de baarmoeder stijgt de lengte van de wachtlijst in steeds meer ziekenhuizen tot over de norm. De wachttijd voor staar in het UMC Groningen is zelfs in de praktijk wel 30 weken en in het Haga Ziekenhuis moeten patiënten een half jaar wachten op een galblaasverwijdering. Ook voor beschermd en begeleid wonen zijn er wachtlijsten van gemiddeld twee jaar. 
Blaaskanker

Blaaskanker (medische term: urotheelcelcarcinoom) is een kwaadaardige tumor in de blaas. Jaarlijks krijgen zo’n 7.000 mensen in Nederland deze diagnose. Het belangrijkste en meest herkenbare symptoom is pijnloos bloed in de urine. Er bestaan opvallende en cruciale biologische en medische verschillen tussen mannen en vrouwen bij deze vorm van kanker. De belangrijkste feiten volgens de cijfers van het IKNL zijn dat mannen het veel vaker krijgen dan vrouwen. Het komt ongeveer 3 tot 4 keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.  Dit komt deels door risicofactoren zoals (historisch gezien) vaker roken en werken met kankerverwekkende chemicaliën. Ook biologische factoren spelen een rol want het mannelijke hormoon androgeen stimuleert de tumorontwikkeling, terwijl oestrogeen bij vrouwen juist een beschermende werking lijkt te hebben. Daarnaast slaan mannen urine vaak langer op, waardoor afvalstoffen langer contact maken met de blaaswand.

Vrouwen worden ook vaak pas later gediagnosticeerd en vaak in een verder gevorderd stadium ontdekt dan bij mannen. Ongeveer 25% van de vrouwen heeft bij de diagnose al stadium III of IV (uitgezaaid of diep ingegroeid), tegenover slechts 14% van de mannen. Bloed in de urine of plasproblemen worden bij vrouwen door huisartsen (en vrouwen zelf) snel aangezien voor een onschuldige blaasontsteking, menstruatie of klachten door de overgang. Hierdoor krijgen vrouwen vaak eerst meerdere antibioticakuren, wat leidt tot kostbare vertraging in de doorverwijzing naar een uroloog. Bij een man valt bloed in de urine direct op als alarmsymptoom. Hoewel vrouwen minder vaak blaaskanker krijgen, hebben zij na de diagnose gemiddeld een lagere overlevingskans en een grotere kans dat de tumor agressiever terugkeert. Dit komt niet alleen door de (te) latere ontdekking, maar mogelijk ook door verschillen in de anatomie van de vrouwelijke blaaswand en de manier waarop de tumor reageert op behandelingen zoals immuuntherapie.

Borstkanker
In Nederland worden er jaarlijks ruim 17.500 mensen met borstkanker gediagnosticeerd. Het is onder vrouwen de meest voorkomende kankersoort. Het Alexander Monro Ziekenhuis (AMZ) in Bilthoven gebruikt als 1e ziekenhuis in Nederland standaard kunstmatige intelligentie (AI) gebruiken voor de beoordeling van mammogrammen. (de röntgenfoto’s van borsten). Een bloedtest kan voorspellen of borstkanker terugkeert, nadat een patiënt de ziekte heeft gehad. Een test detecteert minuscule hoeveelheden kanker-DNA-cellen in de bloedbaan.
Daaruit kan worden voorspeld hoe groot het risico is dat de ziekte terugkeert, maanden (of zelfs jaren) voordat de eerste symptomen zichtbaar worden. Dat zou grote positieve gevolgen hebben voor het bestrijden van de ziekte.
Vrouwen met zeer dicht borstweefsel hebben meer kans op borstkanker. Bij deze vrouwen is op een röntgenfoto een deel van de verdachte plekken niet goed te zien, op een MRI wel. Maar die vrouwen krijgen die extra screening lang niet altijd. Het zorgt voor een golf aan verontwaardigde reacties van veel vrouwen, radiologen én Borstkankervereniging Nederland. Onderzoek van de Erasmus Universiteit toont aan dat aanvullende MRI-screening kosteneffectief is. Ze hebben de kosten van vrouwen die ziek worden vergeleken met de kosten van vrouwen die preventief een MRI ondergaan.
Toch besloot het ministerie van Volksgezondheid niets met dit onderzoek te doen omdat de Gezondheidsraad adviseerde dat MRI mogelijk niet toekomstbestendig zou zijn. Zorgverzekeraar Menzis weigert steeds vaker thoraxbandages aan borstkankerpatiënten, die zo’n bandage nodig hebben om pijnlijke vochtophopingen tegen te gaan. Menzis laat weten dat er een wildgroei van leveranciers en tussenpersonen was ontstaan en ze zo niet weten of een bandage wel echt nodig was. Menzis is de grootste verzekeraar in Oost en Noord Nederland; in Twente is meer dan de helft van de inwoners er verzekerd. De zorgverzekeraar probeert zoveel mogelijk langjarige afspraken te maken met huisartsen en ziekenhuizen in de regio. Plastisch chirurgen beslissen voortaan over borstreconstructies na borstkanker, zo heeft Zorgverzekeraars Nederland bepaald na misstanden rond vergoedingen. Toestemming vooraf van verzekeraars is straks niet meer nodig, wat artsen een doorbraak noemen.
 
Ze verwachten jaarlijks 300-400 extra operaties, naast de huidige 600-700, en een inhaalslag voor afgewezen patiënten. Foto’s opsturen is verleden tijd. Strenge voorwaarden blijven voorlopig, maar artsen beoordelen nu of eraan is voldaan. Zorgverzekeraars monitoren het beleid om misbruik te voorkomen, zonder kostenrisico voor patiënten. De NVPC pleit voor snelle afschaffing van de strenge regels. De maatregelen komen voor de zomer. Het Zwitserse Roche heeft 18 november 2025 positieve onderzoeksresultaten geboekt in een late fase studie met zijn borstkankerbehandeling giredestrant. Giredestrant liet statistisch significante en klinisch relevante voordelen zien ten opzichte van een standaard hormoontherapie.
De resultaten onderstrepen het potentieel van giredestrant als nieuwe endocriene therapie bij uitstek voor mensen met borstkanker in een vroeg stadium, waarbij er kans op genezing is. Giredestrant is een orale (via de mond in te nemen) medicijn. Een selectieve oestrogeenreceptor-antagonist en -degrader (Selective Estrogen Receptor Degrader, oftewel SERD). Het werkt door de oestrogeenreceptor (ER) in de kankercellen volledig te blokkeren en vervolgens af te breken. Dit voorkomt de signalering via oestrogeen die essentieel is voor de groei en het overleven van ER+-kankercellen. Als een volledige antagonist en degrader wordt verwacht dat het effectiever is dan oudere hormoontherapieën, vooral bij tumoren met een ESR1-mutatie, die vaak resistent worden tegen standaardbehandelingen. Het vermogen van giredestrant om de ziekte terugval te voorkomen of te vertragen is cruciaal voor de genezingskansen bij vroege borstkanker.

Met een nieuwe genoomtest kan onnodig chemotherapie worden voorkomen. Uit een onderzoek onder leiding van University College London werd een onderzoek gepresenteerd op het jaarlijkse congres van de American Society of Clinical Oncology in Chicago, de grootste conferentie over kanker ter wereld.

Meer dan 4000 patiënten die recent werden gediagnosticeerd met hormoonpositieve borstkanker, de meest voorkomende vorm van borstkanker, deden mee aan het onderzoek. Ze kwamen uit het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zweden, Australië, Nieuw-Zeeland en Thailand en waren tussen de 40 en 60 jaar oud.

De deelnemers werden ingedeeld in twee groepen, waarbij de ene groep chemotherapie en hormoonbehandeling kreeg en de andere groep de genetische Prosigna-test. Die analyseert vijftig genen uit het tumorweefsel en bepaalt op basis daarvan hoe groot het risico is van terugkeer van borstkanker.

Patiënten die hoog scoorden op de test kregen chemo- en hormoontherapie, mensen met een lage score kregen alleen hormoontherapie. De uitkomsten waren vrijwel gelijk: bijna 95 procent van de proefpersonen die chemo kregen was na vijf jaar in leven en kankervrij, tegenover bijna 94 procent van de groep die geen chemo kreeg. Daaruit concluderen de onderzoekers dat patiënten met een lage risicoscore vaker chemotherapie kunnen overslaan.

In Nederland worden de gentesten voor het bepalen van de vervolgbehandeling voor borstkanker al langer gebruikt. De zogenoemde MammaPrint en Oncotype DX-testen worden in Nederland het meest ingezet, aanvullend op de standaardrisicoschatting. Sinds 2023 worden die twee testen ook vergoed. Ze zijn vergelijkbaar met de Prosigna-test.

De onderzoekers laten zien dat ook voor jongere vrouwen tussen 40 en 50 jaar de test goed werkt. Nu worden de andere gentesten uitsluitend nog gebruikt voor vrouwen boven de 50. Door de test zouden dus ook jongere vrouwen vaker chemotherapie kunnen mijden. De onderzoeksgroep gebruikte wel ovariële suppressie-medicijnen gebruikte waardoor de eierstokken geblokkeerd worden, waardoor de productie van oestrogenen wordt gestopt. (als bijwerking vroegtijdige overgang) Sommige patiënten stoppen zelfs met de medicatie vanwege de heftige klachten van de overgang. Maar ook chemotherapie kan leiden tot heftige en soms blijvende bijwerkingen, zoals haaruitval, misselijkheid, geheugenproblemen en vermoeidheid.Op dit moment krijgen veel patiënten dus ‘overbodige’ chemotherapie. Chemotherapie helpt als aanvulling op een operatie. Voor zo’n 5 tot 10 procent van de mensen met borstkanker zorgt het voor genezing.

Ondanks dat sinds de invoering van de MammaPrint en Oncotype DX-testen de hoeveelheid “onnodige chemo” al is teruggedrongen noemt KWF het “een heel mooi resultaat en een mooi voorbeeld van behandeling op maat. 

De vertraging bij het bevolkingsonderzoek borstkanker nam het afgelopen jaar weer toe. Dat betekent dat er minder sterfgevallen kunnen worden voorkomen. Vrouwen tussen de 50 en 75 jaar moeten eigenlijk om de twee jaar een uitnodiging krijgen voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Op die manier worden eventuele tumoren eerder opgespoord. Dat is volgens het ministerie van Volksgezondheid en het RIVM van groot belang. Het zorgt ervoor dat behandelingen vaker succesvol zijn en minder belastend, bijvoorbeeld omdat chemotherapie in een aantal gevallen niet nodig is. Ook leidt het tot minder sterfte. 
De termijn van twee jaar wordt sinds 2019 echter al niet meer gehaald, vooral vanwege personeelstekort. In 2022 moesten vrouwen gemiddeld 2 jaar en 8 maanden wachten op hun volgende uitnodiging. De afgelopen twee jaar werd de tijd tussen twee uitnodigingen teruggedrongen tot gemiddeld 2 jaar en 4 maanden. 

Want personeel blijft moeilijk te vinden, ondanks alle inspanningen om bijvoorbeeld mensen intern op te leiden. “De problemen op de arbeidsmarkt houden aan”, zegt Tielen. En verder zijn “alle mogelijkheden al ingezet”. Zo wordt personeel in regio’s waar de wachttijden minder lang zijn, tijdelijk ingezet in drukkere regio’s. Ook worden de 58 ‘borstkankerbussen’ minder vaak verplaatst om meer tijd over te houden voor het doen van screenings, en de bussen beter te kunnen bemannen.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) liet eerder weten hier bezorgd over te zijn omdat het een belemmering voor deelname kan zijn voor minder validen en vrouwen met een lagere sociaal-economische status. Het RIVM berekende eerder dat de vertragingen op termijn leiden tot tussen de 30 en 60 sterfgevallen per jaar die anders voorkomen hadden kunnen worden.

Aan de andere kant neemt het aantal vrouwen dat op de uitnodiging ingaat nog altijd af. Vorig jaar lieten zo’n 875.000 vrouwen een mammografie maken in de borstkankerbus, dat is bijna twee derde van alle vrouwen die een uitnodiging kregen. Het jaar ervoor lag dat nog iets hoger.

Darmkanker/Colorectale kanker/endeldarmkanker

Darmkanker verloopt niet altijd volgens het boekje en klachten kunnen gemakkelijk gemist worden. Darmkanker komt steeds vaker voor bij jongere mensen
Darmkanker is een verzamelnaam voor kanker in de dikke darm en endeldarm. Wat zorgwekkend is, is dat het aantal diagnoses onder mensen onder de 50 al jaren stijgt. Onderzoek laat zien dat mensen geboren rond 1990 ongeveer twee keer zoveel kans hebben op darmkanker als eerdere generaties. Tegelijk wordt de ziekte bij hen vaker pas laat ontdekt, simpelweg omdat ze niet in het ‘risicoprofiel’ passen. En dat heeft gevolgen, want hoe later je erbij bent, hoe lastiger de behandeling.

Wordt darmkanker in een vroeg stadium ontdekt, dan zijn de vooruitzichten goed. In veel gevallen overleeft zo’n 90 procent van de mensen de eerste vijf jaar. Maar zodra de ziekte zich heeft verspreid, dalen die kansen flink. En precies daarom is het herkennen van signalen zo belangrijk.

7 signalen van darmkanker die je serieus moet nemen:

1. Bloed bij je ontlasting. Dit is het meest voorkomende en belangrijkste signaal. Het kan gaan om helder rood bloed of bloed dat vermengd zit in je ontlasting. Blijft het terugkomen? Altijd laten checken.

2. Aanhoudende buikklachten. Een opgeblazen gevoel, krampen of buikpijn die niet weggaat, kunnen wijzen op irritatie of een blokkade in de darm. Zeker als het nieuw is voor jou.

3. Nachtzweten. Hevig zweten in je slaap komt vaker voor bij infecties of hormonale schommelingen, maar kan ook samenhangen met kanker. Vooral als het blijft en samenkomt met andere klachten.

4. Dunnere ontlasting. Wordt je ontlasting ineens structureel dunner? Dan kan dat betekenen dat er iets in de darm ruimte inneemt. Het gaat hier om een blijvende verandering, niet om een incident.

5. Verstopping die niet overgaat. Langdurige obstipatie die niet verbetert, kan een teken zijn dat je darmen niet goed werken. Zeker in combinatie met andere klachten is dit iets om serieus te nemen.

6. Onverklaarbaar gewichtsverlies. Val je af zonder dat je je eetpatroon of beweging aanpast? Dan is dat altijd een reden om alert te zijn.

7. Aanhoudende vermoeidheid. Blijf je moe, ondanks voldoende slaap? Dat kan komen door bloedarmoede, bijvoorbeeld door langzaam bloedverlies in de darm.

Darmkanker kondigt zich lang niet altijd groots aan. Geen heftige klachten, geen duidelijke alarmsignalen. Vaak begint het met iets kleins: wat vage buikpijn, een verandering in je ontlasting, nét iets vaker moe dan normaal. En dat maakt het lastig. Veel van deze klachten passen namelijk ook bij onschuldige dingen zoals stress, voeding of een drukke periode. Dus wacht je af. Of stel je het uit. Tot het eigenlijk al te lang duurt. Je hoeft bovendien niet alle signalen te hebben. Soms is er maar één klacht. En die kan zo subtiel zijn dat je ‘m nauwelijks serieus neemt. Daar komt nog bij dat darmkanker bij jongere mensen minder snel wordt verwacht. Waardoor klachten soms eerst een andere verklaring krijgen. Begrijpelijk, maar het kan er wel voor zorgen dat je langer mee rond blijft lopen. Daarom is het goed om alert te blijven: verandert er iets in je lichaam en blijft dat aanhouden? Laat het checken. Niet omdat het meteen ernstig is, maar omdat je in de meeste gevallen liever het zekere voor het onzekere neemt.

Steeds meer mensen die jonger dan 50 zijn, krijgen darmkanker. Mogelijk ten gevolge van leefstijl, zoals overgewicht, weinig lichaamsbeweging en door wat mensen eten en drinken. Het aantal gevallen is in de afgelopen 25 jaar toegenomen en zal in de komende tien jaar verder stijgen. In 2023 werd de ziekte vastgesteld bij 654 mensen in de leeftijdsgroep van 15 tot en met 49 jaar. Dat komt neer op 9,5 gevallen op elke 100.000 mensen. In 1998 waren er in die groep 6,3 gevallen van darmkanker per 100.000 personen. Dat betekent dat het aantal ziektegevallen in een kwart eeuw met zo’n 50 procent is gestegen. Het aantal jonge mensen met darmkanker neemt toe. Artsen vrezen dat over vijf jaar zo’n 20 procent van de darmkankerpatiënten onder de 50 jaar is. Het geneesmiddel Pembrolizumab kan het best ingezet kan worden bij darmkanker. Pembrolizumab is een vorm van immuuntherapie die wordt ingezet bij het bestrijden van verschillende vormen van kanker. Normaal gesproken krijgt een darmkankerpatiënt eerst chemotherapie en dan een operatie. Maar uit het onderzoek bleek dat het beter werkt als een patiënt pembrolizumab toegediend krijgt in plaats van de chemotherapie en daarna pas wordt geopereerd. Dat leidde tot een enorme toename van patiënten die kankervrij werden verklaard. Pembrolizumab is bovendien een veel minder ingrijpend middel dan chemotherapie wat veel bijwerkingen kan veroorzaken. “In de toekomst kan immuuntherapie misschien zelfs de noodzaak van een operatie vervangen. Darmkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland, maar steeds vaker worden kankergezwellen in de darmen in een vroeg stadium ontdekt.  Voordat darmkanker in de bevolkingsonderzoeken zat, was minder dan 20 procent van de gevonden tumoren in de gunstigste fase, stadium I. Sinds de grootschalige controles is dat gestegen naar ruim 30 procent. De ongunstigste fase voor darmtumoren, stadium IV, daalde juist van ruim een kwart naar ruim 15 procent. In stadium IV is de tumor uitgezaaid en kan de patiënt niet meer genezen. Van de mensen die in 2010 darmkanker bleken te hebben, was 61 procent na vijf jaar nog in leven. Dit is gestegen naar 71 procent voor de mensen die in 2017 de diagnose kregen. Ongezonde voedingspatronen, gekenmerkt door een grote consumptie van rood en bewerkt vlees, fastfood, geraffineerde granen, alcohol en suikerrijke dranken, hebben een zorgwekkende relatie met een verhoogd risico op gastro-intestinale kanker.” Deze kanker, die verantwoordelijk is voor een op de drie sterfgevallen door kanker wereldwijd, kan zich vrijwel overal in het spijsverteringsstelsel voordoen, van de keel tot de maag, alvleesklier, darmen, endeldarm en anus. 

Rectale kanker, ook wel bekend als endeldarmkanker, is een vorm van kanker die zich ontwikkelt in het rectum, het laatste deel van de dikke darm dat eindigt bij de anus. Endeldarmkanker ontstaat in het rectum, het laatste deel van de dikke darm. Deze vorm van kanker wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een kwaadaardige tumor in de laatste 15 centimeter van de dikke darm. Endeldarmkanker valt onder de bredere categorie van colorectale kanker, wat betekent dat het zowel de dikke darm als het rectum kan beïnvloeden. Hier volgt een uitgebreid overzicht van de oorzaken, symptomen, diagnose, behandelingen en preventie van rectale kanker.

Hoewel de exacte oorzaken van rectale kanker niet volledig begrepen zijn, zijn er wel bekende risicofactoren die de kans op het ontwikkelen van deze ziekte vergroten. Sommige symptomen van rectale kanker kunnen ook een andere oorzaak hebben, zoals goedaardige poliepen of aambeien. Endeldarmkanker zit in het rectum, het laatste deel van de dikke darm, en kan zich ontwikkelen tot een kwaadaardige tumor.

Het risico op rectale kanker stijgt aanzienlijk naarmate men ouder wordt, met een verhoogd risico vanaf 50 jaar:

  • Personen met een familiegeschiedenis van colorectale kanker of poliepen hebben een verhoogd risico;
  • Erfelijke ziekten zoals familiaire adenomateuze polyposis (FAP) en het Lynch-syndroom verhogen de kans op het ontwikkelen van rectale kanker aanzienlijk;
  • Een dieet rijk aan rood of bewerkt vlees en arm aan vezels verhoogt het risico;
  • Factoren zoals roken, overmatig alcoholgebruik, weinig lichaamsbeweging en obesitas spelen een rol in het verhogen van het risico;
  • Een ongezonde leefstijl kan de kans op het ontwikkelen van endeldarmkanker vergroten;
  • Personen met inflammatoire darmziekten zoals colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van rectale kanker;
  • Chronische ontsteking van de darmen speelt een belangrijke rol;

De symptomen van rectale kanker variëren, maar enkele veelvoorkomende symptomen zijn:

  • Veranderingen in de stoelgang: Dit kan variëren van diarree en constipatie tot veranderingen in de consistentie van de ontlasting;
  • Na een operatie voor endeldarmkanker ervaren patiënten vaak dunnere ontlasting, wat kan resulteren in frequenter toiletbezoek en het dragen van opvangmateriaal;
  • Bloed in de ontlasting: Dit varieert van helder rood bloed tot donkere ontlasting;
  • Buikpijn en krampen: Veel patiënten ervaren pijn of een opgeblazen gevoel;
  • Gevoel van onvolledige ontlasting: Een aanhoudend gevoel dat de darm niet volledig is geleegd;
  • Onverklaarbaar gewichtsverlies: Gewichtsverlies zonder duidelijke reden;
  • Vermoeidheid en zwakte: Algemene vermoeidheid kan ook een symptoom zijn.;

De diagnose van rectale kanker begint meestal met een grondig lichamelijk onderzoek en het vastleggen van de medische geschiedenis. Diagnose endeldarmkanker begint met een grondig lichamelijk onderzoek, waarbij huisartsen vaak een rectaal onderzoek uitvoeren om klachten te onderzoeken. Aanvullende tests zijn vaak noodzakelijk:

Colonoscopie, een essentiële procedure waarbij een flexibele buis met een camera wordt gebruikt om de binnenkant van de dikke darm en het rectum te onderzoeken wordt uitgevoerd door een MDL-arts om de diagnose endeldarmkanker te bevestigen. Tijdens een colonoscopie kan een weefselmonster worden genomen voor microscopisch onderzoek om de aanwezigheid van kankercellen te bevestigen.
CT-scans, MRI’s en echografieën helpen bij het bepalen van de omvang en verspreiding van de kanker. Een internist oncoloog speelt een cruciale rol in het multidisciplinaire team bij de diagnose en behandeling van endeldarmkanker.

Rectale kanker, ook wel bekend als endeldarmkanker, is een vorm van kanker die zich ontwikkelt in het rectum, het laatste deel van de dikke darm dat eindigt bij de anus. Deze vorm van kanker wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een kwaadaardige tumor in de laatste 15 centimeter van de dikke darm. Endeldarmkanker valt onder de bredere categorie van colorectale kanker, wat betekent dat het zowel de dikke darm als het rectum kan beïnvloeden. 

Hoewel de exacte oorzaken van rectale kanker niet volledig duidelijk zijn, zijn er wel bekende risicofactoren die de kans op het ontwikkelen van deze ziekte vergroten. Sommige symptomen van rectale kanker kunnen ook een andere oorzaak hebben, zoals goedaardige poliepen of aambeien. Endeldarmkanker zit in het rectum, het laatste deel van de dikke darm en kan zich daar ontwikkelen tot een kwaadaardige tumor.

Het risico op rectale kanker stijgt aanzienlijk naarmate men ouder wordt, met een verhoogd risico vanaf 50 jaar, maar personen met een familiegeschiedenis van colorectale kanker of poliepen hebben een verhoogd risico.
Erfelijke ziekten zoals familiaire adenomateuze polyposis (FAP) en het Lynch-syndroom verhogen de kans op het ontwikkelen van rectale kanker aanzienlijk.
Een dieet rijk aan rood of bewerkt vlees en arm aan vezels verhoogt het risico net als roken, overmatig alcoholgebruik, weinig lichaamsbeweging en obesitas. 
Personen met inflammatoire darmziekten zoals colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van rectale kanker. Chronische ontsteking van de darmen speelt hierbij een belangrijke rol. De symptomen van rectale kanker variëren, maar enkele veelvoorkomende symptomen zijn:

  • Veranderingen in de stoelgang: Dit kan variëren van diarree en constipatie tot veranderingen in de consistentie van de ontlasting. Na een operatie voor endeldarmkanker ervaren patiënten vaak dunnere ontlasting, wat kan resulteren in frequenter toiletbezoek en het dragen van opvangmateriaal;
  • Bloed in de ontlasting: Dit varieert van helder rood bloed tot donkere ontlasting;
  • Buikpijn en krampen: Veel patiënten ervaren pijn of een opgeblazen gevoel;
  • Gevoel van onvolledige ontlasting: Een aanhoudend gevoel dat de darm niet volledig is geleegd;
  • Gewichtsverlies zonder duidelijke reden;
  • Algemene vermoeidheid kan ook een symptoom zijn;
  • De symptomen kunnen variëren afhankelijk van de lichamelijke conditie van de patiënt.

De diagnose begint met een grondig lichamelijk onderzoek, waarbij huisartsen vaak een rectaal onderzoek uitvoeren om klachten te onderzoeken. Aanvullende tests zijn vaak noodzakelijk, zoals een colonoscopie (waarbij een flexibele buis met een camera wordt gebruikt om de binnenkant van de dikke darm en het rectum te onderzoeken) waarbij een weefselmonster kan worden genomen voor microscopisch onderzoek om zo de aanwezigheid van kankercellen te bevestigen.
Verder kunnen CT-scans, MRI’s en echografieën helpen bij het bepalen van de omvang en de eventuele verspreiding van de kanker. Een internist oncoloog leidt het multidisciplinaire team bij de diagnose en behandeling van endeldarmkanker. Ook bloedonderzoek kan helpen bij het detecteren van bloedarmoede en andere tekenen van kanker.

De behandeling hangt af van de grootte, de locatie en het stadium van de kanker en is afhankelijk van de genezingskans en de impact van de ziekte op de behandelkeuzes.

Onderstaande behandelingen zijn mogelijk:

  • Chirurgie: Het verwijderen van de tumor is vaak de eerste stap. Dit varieert van een lokale excisie voor kleinere tumoren tot een uitgebreide resectie van het rectum. Bij een operatie voor endeldarmkanker moet rekening worden gehouden met mogelijke schade aan omliggende organen;
  • Stralingstherapie: Wordt vaak gebruikt in combinatie met chirurgie om kankercellen te verkleinen of te doden. Er bestaat een kans dat de kanker terugkomt na een eerdere behandeling.
    Chemotherapie: Kan zowel vóór als na de operatie worden toegepast om de kans op terugkeer van de kanker te verminderen. Multidisciplinair overleg is essentieel bij het opstellen van een behandelplan;
  • Doelgerichte therapie wordt vooral gebruikt bij gevorderde stadia van de ziekte en deze richt zich op het remmen van groeisignalen van kankercellen;
  • Preventieve maatregelen om het risico op rectale kanker te verminderen omvatten een gezond dieet, regelmatige lichaamsbeweging en het vermijden van roken en overmatig alcoholgebruik.;
  • Daarnaast zijn regelmatige onderzoeken, zoals colonoscopieën, cruciaal, vooral voor mensen met een verhoogd risico. Vroege opsporing bij de behandeling van endeldarmkanker is van groot belang. De Maag Lever Darm Stichting speelt een belangrijke rol in het voorkomen en bestrijden van darmkanker door voorlichting te geven en innovatief onderzoek te financieren.

De prognose voor rectale kanker varieert sterk afhankelijk van het stadium waarin de kanker wordt ontdekt, het type tumor en of er uitzaaiingen zijn. Vroege detectie en behandeling verbeteren de overlevingskansen aanzienlijk. Darmkanker kan zowel de dikke darm als de endeldarm beïnvloeden. Het is essentieel om waakzaam te zijn voor symptomen en regelmatig medische controles te ondergaan. Het is een ernstige aandoening die, ondanks de mogelijke complexiteit, bij vroege diagnose en behandeling vaak goed te behandelen is. Bewustzijn van de symptomen en risicofactoren, samen met regelmatige medische controles, helpen bij het vroegtijdig opsporen en succesvol behandelen van deze vorm van kanker.

Tips om je darmen gezond te houden:

Je microbioom bestaat uit biljónen micro-organismen die in je darmen leven. Ze helpen je bij de spijsvertering, produceren vitamines, houden je immuunsysteem scherp en communiceren zelfs met je hersenen via de zogenoemde darm-brein-as. Hoe diverser en gezonder je microbioom, hoe beter je lichaam in staat is om ontstekingen te remmen, voedingsstoffen op te nemen en je energieniveau stabiel te houden.

Onderzoekers noemen het inflammaging: de stille, laaggradige ontsteking die toeneemt naarmate we ouder worden. Deze ontsteking hangt samen met hart- en vaatziekten, diabetes type 2, depressie, vermoeidheid en zelfs geheugenproblemen. Een gezond microbioom kan helpen deze ontstekingen te dempen. Sterker nog: mensen die gezond 90+ worden, blijken opvallend vaak een divers en stevig microbioom te hebben. Je darmbacteriën produceren zelf stoffen die je lichaam gezond houden, zoals Korte-ketenvetzuren (zoals butyraat): beschermen de darmwand en verminderen ontstekingen, B-vitamines voor energie, geheugen en stofwisseling, Serotoninevoorlopers: 90% van je serotonine wordt in je darmen gemaakt en bepaalt mede je stemming.

Je darmen en je hersenen communiceren continu met elkaar. Nieuwe studies laten zien dat een gezond microbioom verband houdt met:

  • Scherpere concentratie;
  • Een betere stemming;
  • Minder kans op depressie;
  • Bescherming tegen cognitieve achteruitgang

Dat maakt je darmen tot een verrassend belangrijke factor in hoe fit je geest blijft naarmate je ouder wordt.

Je microbioom is extreem flexibel. Je kunt het op elke leeftijd positief beïnvloeden, zelfs binnen enkele dagen.

1. Eet vooral veel vezels, zoals groenten, peulvruchten, volkorenproducten, noten, zaden en fruit. Vezels zijn letterlijk voeding voor je goede darmbacteriën.

2. Hoe gevarieerder je eet, hoe gevarieerder je microbioom wordt. Streef naar 30 verschillende plantaardige producten per week.

3. Voeg gefermenteerde producten toe zoals yoghurt, kefir, kombucha, kimchi, zuurkool en miso. Ze brengen levende bacteriën in je darmen.

4. Sport en wandelen bevorderen de doorbloeding van je darmen en verhogen de diversiteit van je microbioom.

5. Minimaliseer ultra-bewerkt voedsel, dat verstoort de darmflora en voedt vooral de ‘slechte’ bacteriën.

6. Vermijd onnodig antibiotica-gebruik, Antibiotica doden ook gezonde bacteriën en kunnen je microbioom maanden uit balans brengen.

7. Slaapproblemen en een verstoord microbioom versterken elkaar.

Hersenkanker

De Australische arts Richard Scolyer is al een jaar vrij van hersenkanker, nadat hij als eerste patiënt immunotherapie tegen een glioblastoom heeft ondergaan. De meeste patiënten met deze agressieve vorm van hersenkanker overlijden binnen een jaar. De 57-jarige Scolyer hoorde vorig jaar dat hij een glioblastoom had. Dat is de agressiefste variant van een glioom, een tumor die uitgaat van het steunweefsel van de hersenen. Scolyer en zijn collega Georgina Long zijn mededirecteuren van het Melanoma Institute Australia en deden onderzoek naar immunotherapie voor huidkankerpatiënten. Bij deze therapie wordt het immuunsysteem van het lichaam gebruikt om kankercellen aan te vallen. Met het onderzoek en de therapie zijn de resultaten voor patiënten met gevorderde melanomen de afgelopen tien jaar flink verbeterd. De helft is nu grotendeels genezen, tegenover een eerdere 10 procent. Scolyer en Long ontdekten dat immunotherapie in het geval van huidkanker het beste werkt als een bepaalde combinatie van medicijnen wordt toegediend voordat een tumor operatief wordt verwijderd. Een glioblastoom is de agressiefste vorm van hersenkanker. Jaarlijks krijgen wereldwijd meer dan 300.000 mensen deze diagnose. In Nederland horen elk jaar vijf- tot zevenhonderd mensen dat ze een glioblastoom hebben. De meesten zijn tussen de vijftig en zeventig jaar. Iets meer mannen dan vrouwen lijden aan deze vorm van hersenkanker. Scolyer besloot zelf de proef op de som te nemen en werd vorig jaar de eerste hersenkankerpatiënt die combinatie-immunotherapie onderging voor de tumor werd verwijderd. De eerste paar maanden had de arts last van epileptische aanvallen, leverproblemen en een longontsteking. Toen hij vorige week een MRI-scan van zijn hersenen liet maken, was daarop geen teken van hersenkanker meer te zien. “Geen teken van herhaling. Ik had niet gelukkiger kunnen zijn!”, schreef hij op X. “Het betekent niet dat ik helemaal van hersenkanker genezen ben. Maar het is gewoon fijn om te weten dat de ziekte nog niet is teruggekomen, zodat ik wat meer tijd heb om van mijn leven te genieten met mijn vrouw en kinderen”, zegt hij tegen BBC News. Hoewel er nu hoop voor hersenkankerpatiënten lijkt te zijn, moeten we niet te vroeg juichen. Scolyer en Long hebben allebei eerder gezegd dat de kans op genezing zeer klein is. “We zijn nog ver verwijderd van de ontwikkeling van een goedgekeurde en gereguleerde behandeling”, zegt Long tegen BBC. De onderzoekers hopen wel dat ze met deze doorbraak de basis kunnen leggen voor een volgende stap in het behandelingsproces. AstraZeneca (AZN.L) vooral bekend van het Corona vaccin heeft plannen voor de bouw van een medicijnenfabriek ter waarde van 1,5 miljard dollar in Singapore, gewijd aan de productie van antilichaam-medicijnconjugaten (ADC’s) en gerichte kankertherapieën. Dit wordt de eerste uitgebreide ADC-productielocatie van het bedrijf, ondersteund door de Singapore Economic Development Board. ADC’s zijn gespecialiseerde antilichamen die zijn ontworpen om zich aan tumorcellen te binden en celdodende chemicaliën vrij te geven. Het productieproces omvat het maken van het antilichaam, het synthetiseren van het chemotherapiemedicijn en de linker ervan, het conjugeren van deze elementen en het vullen van het uiteindelijke ADC-product. Singapore is een van ’s werelds meest aantrekkelijke landen voor investeringen, gezien zijn reputatie van uitmuntendheid op het gebied van complexe productie. Ik ben blij dat AstraZeneca hier onze ADC-productiefaciliteit ter waarde van 1,5 miljard dollar gaat vestigen”, aldus CEO Pascal Soriot. De portefeuille van AstraZeneca omvat zes interne ADC’s die zich momenteel in klinische proeven bevinden en nog meer in preklinische ontwikkeling. Het bedrijf streeft ernaar om eind 2024 met de bouw te beginnen en de faciliteit zal naar verwachting in 2029 operationeel zijn.

Huidkanker

Patiënten met uitgezaaide huidkanker hebben in de meeste gevallen namelijk baat bij immuuntherapie vóór ze worden geopereerd. Onderzoek van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis laat zien dat 59 procent van de patiënten die in deze volgorde werden behandeld, geen enkele nabehandeling meer nodig had. Na een jaar was 84 procent van de succesvol behandelde patiënten nog steeds tumorvrij. Dat is een aanmerkelijk hoger percentage dan in de controlegroep die de standaardbehandeling kreeg (57 procent). Bij de standaardbehandeling krijgen patiënten met uitgezaaide huidkanker eerst een operatie waarbij de lymfeklieren worden verwijderd. Daarna krijgen ze twaalf kuren immuuntherapie. Bijna de helft wordt binnen drie tot vijf jaar daarna toch weer ziek. De nieuwe methode lijkt niet alleen beter aan te slaan, de behandelduur wordt voor de meeste patiënten ook korter: gemiddeld zes weken. Daarnaast zijn er financiële voordelen. “De behandeling is een stuk goedkoper, 16.000 euro per patiënt in plaats van 68.000 euro. Britse wetenschappers van University College London zijn begonnen met de derde fase van proeven op mensen voor ’s werelds eerste gepersonaliseerde mRNA-vaccin voor melanoom – een van de gevaarlijkste vormen van huidkanker.  Voor elke patiënt werd een gepersonaliseerde injectie vervaardigd, die het lichaam ertoe aanzet kankercellen op te sporen en te voorkomen dat de ziekte terugkeert. Deze aanpak wordt neoantigeentherapie genoemd. Het vaccin, genaamd mRNA-4157 (V940), richt zich op neo-antigenen van tumoren die tot expressie worden gebracht door de maligniteiten van specifieke individuen. Neoantigenen zijn markers die door het immuunsysteem kunnen worden herkend. De injectie codeert voor maximaal 34 neoantigenen en activeert een antitumorale immuunrespons op basis van de unieke mutaties van de kanker van de patiënt. Volgens voorlopige resultaten verminderde de combinatie van het vaccin met immunotherapie het risico op herhaling of overlijden van kanker met 49% vergeleken met degenen die alleen immunotherapie kregen. Wetenschappers hopen het vaccin aan te passen om andere soorten oncologische ziekten te elimineren. Melanoom treft wereldwijd ongeveer 132.000 mensen per jaar.

Een 12-jarige jongen uit een buitenwijk van Washington, is de eerste persoon ter wereld met sikkelcelziekte die een commercieel goedgekeurde gentherapie krijgt die de aandoening kan genezen. Tegen het einde van vorig jaar gaf de Food and Drug Administration twee bedrijven toestemming om gentherapie te verkopen aan mensen met sikkelcelziekte – een genetische aandoening van rode bloedcellen die slopende pijn en andere medische problemen veroorzaakt. Naar schatting 100.000 mensen in de Verenigde Staten hebben sikkelcelziekte, de meesten van hen zwart. Mensen worden geboren met de ziekte wanneer ze het gemuteerde gen voor de aandoening van elke ouder erven. De behandeling hielp patiënten in klinische onderzoeken, maar de jongen is de eerste commerciële patiënt voor Bluebird Bio, een bedrijf uit Somerville, Massachusetts. Een ander ander bedrijf, Vertex Therapeutics uit Boston, weigerde te zeggen of het de behandeling voor patiënten was begonnen met zijn goedgekeurde remedie op basis van genbewerking. Kendric – wiens ziektekostenverzekering van de familie ermee instemde de procedure te dekken – begon zijn behandeling in het Children’s National Hospital in Washington. De behandeling van woensdag was slechts de eerste stap. Artsen verwijderden zijn beenmergstamcellen, die Bluebird vervolgens genetisch zal modificeren in een gespecialiseerd laboratorium voor zijn behandeling. Dat gaat maanden duren. Maar voordat het begint, heeft Bluebird honderden miljoenen stamcellen van Kendric nodig, en als de eerste verzameling – die zes tot acht uur duurt – niet voldoende is, zal het bedrijf het nog een of twee keer proberen. Als het nog steeds niet genoeg heeft, zal Kendric nog een maand moeten besteden aan de voorbereiding van een nieuwe stamcelextractie.

Oxybenzon, een stofje dat in zonnebrandcrèmes is een belangrijk bestanddeel van veel zonnebrandcrèmes en werkt de antioxidanten in ons lichaam tegen, waardoor het indirect kan bijdragen aan de ontwikkeling van kanker en het is een stof is die de huid in gaat. Hoewel er nog geen zekerheid is over de werking op mensen, is bij tests op ratten duidelijk dat het de geslachtshormonen en schildklierhormonen verstoort. Ook veroorzaakt de stof jeuk en eczeem. De stof is niet alleen slecht voor de mens, maar wordt ook in verband gebracht met milieuschade: koraal zou afsterven en vissen zouden worden vergiftigd door het oxybenzon. Aangeraden wordt om de zonnebrandcrème te kiezen zonder oxybenzon. Buitenwerkers zoals timmerlieden, sluiswachters, stratenmakers, bouwvakkers, wijkbeheerders of medewerkers van een milieustraat onderschatten vaak de risico’s van langdurige blootstelling aan de zon.  Ze onderschatten niet alleen de kans dat ze huidkanker kunnen krijgen, maar ook de ernst ervan. Elk jaar komen er 80.000 nieuwe patiënten bij en  jaarlijks overlijden er 1000 mensen aan. Basaalcelcarcinoom werd in 2024 zo’n 55.000 keer geconstateerd en is volgens het IKNL goed behandelbaar. Ernstiger vormen zijn plaveiselcelcarcinoom en melanoom, naast enkele zeldzame vormen van huidkanker. Melanoom is van de meest voorkomende vormen van huidkanker de meest agressieve vorm en zaait in 20 procent van de gevallen uit. Jaarlijks overlijden ongeveer 800 patiënten aan melanoom. De sterfte aan de overige vormen van huidkanker (niet-melanoom) is relatief laag, het gaat in totaal om ongeveer 150 sterfgevallen per jaar.

Longkanker

Longkanker blijft een veelvoorkomende beroepsziekte, vaak veroorzaakt door asbest. Het gebruik van dit ziekmakende materiaal is sinds 1993 verboden, maar zit nog in veel oudere gebouwen en installaties. Volgens het onderzoek kregen in peiljaar 2021 ruim 1400 mensen kanker door blootstelling aan asbest tijdens hun werk. In de meeste gevallen ging het om longkanker. Volgens KWF is deze schatting van het aantal mensen dat kanker krijgt door blootstelling op het werk de ‘meest nauwkeurige tot nu toe’. Waarschijnlijk is de schatting aan de lage kant, omdat alleen de meest voorkomende risicofactoren zijn bekeken. ‘Niemand zou kanker moeten krijgen door het werk. Deze cijfers laten zien dat we daar nog ver van verwijderd zijn’, concludeert KWF-directeur Dorine Manson. Specifiek keken de onderzoekers naar blootstelling aan asbest, kwartsstof, uitstoot van dieselmotoren en uv-straling van zonlicht. Ook keken ze naar kanker onder schilders en lassers. Dat huidkanker er zo uitspringt, benadrukt volgens Manson het belang van goede bescherming tegen uv-straling. Om asbestgerelateerde kanker te voorkomen, is het volgens haar van belang om de strikte regels voor sloop- en renovatiewerkzaamheden goed na te leven. KWF concludeert ook dat het belangrijk is om ‘niet te lang te wachten met maatregelen als je weet dat een stof kankerverwekkend is’. Bij mannen houdt 5,4 procent van alle nieuwe kankerdiagnoses verband met hun werk. Bij vrouwen is dat  0,5 procent.

Pancreas of Alvleesklierkanker

Pancreaskanker, ook wel alvleesklierkanker genoemd is een kwaadaardige tumor in de alvleesklier waarbij cellen ongecontroleerd groeien en de werking van het orgaan en omliggende weefsels verstoren en ontstaat wanneer cellen in de pancreas zich ongecontroleerd delen en vermenigvuldigen en zo een tumor vormen in de kliercellen die spijsverteringsenzymen produceren of in de hormoonproducerende cellen zoals insuline en glucagon. De pancreas ligt diep in de buik, achter de maag, en produceert enzymen voor de vertering van vetten, suikers en eiwitten, en reguleert de bloedsuikerspiegel via hormonen. De meest voorkomende vorm is het pancreasadenocarcinoom, dat ontstaat in de klierbuisjes en agressief kan groeien naar omliggende organen zoals de galwegen, lever en bloedvaten. Minder vaak komen neuro-endocriene tumoren voor, die langzamer groeien en hormonen produceren. Naarmate de tumor groeit, kunnen kankercellen zich via bloed of lymfe verspreiden naar andere organen, wat uitzaaiingen of metastasen veroorzaakt.
Pancreaskanker wordt vaak pas laat ontdekt omdat de vroege symptomen vaag zijn, zoals buikpijn, gewichtsverlies, geelzucht of vermoeidheid. Risicofactoren zijn onder andere roken, obesitas, diabetes en chronische ontsteking van de alvleesklier, hoewel de exacte oorzaak meestal onbekend blijft. De ziekte komt vooral voor bij mensen boven de 60 jaar, met een gemiddelde diagnoseleeftijd rond 70 jaar.
Behandeling is moeilijk omdat de tumor vaak al uitgebreid is bij ontdekking. Mogelijkheden zijn chirurgie, chemotherapie of bestraling, maar slechts een klein deel van de patiënten komt in aanmerking voor genezing. Zonder behandeling is de prognose slecht, met een gemiddelde overleving van enkele maanden en een vijfjaarsoverleving van ongeveer 12% bij pancreasadenocarcinoom. Alert zijn op symptomen en een gezonde levensstijl kunnen helpen, maar bieden geen absolute garantie tegen de ziekte.

Er zijn vier stadia:

Stadium 1: De tumor zit alleen in de alvleesklier.
Stadium 2:De tumor is uitgebreid buiten de alvleesklier of uitgezaaid naar de omliggende lymfeklieren. De omliggende bloedvaten zijn nog niet betrokken bij de tumor.
Stadium 3:De tumor is uitgebreid buiten de alvleesklier waarbij de omliggende bloedvaten zijn betrokken bij de tumor. Of de tumor is uitgezaaid naar de omliggende lymfeklieren.
Stadium 4:De tumor is uitgezaaid naar lymfeklieren, weefsels of organen op een andere plek in het lichaam.

Bij 19% van de patiënten is de kanker gevorderd tot stadium 3. 59% krijgt de diagnose stadium 4.

Van alle mensen met de diagnose alvleesklierkanker is 5% na vijf jaar nog in leven. De overlevingskansen zijn onder meer afhankelijk van hoe ver de kanker al is ontwikkeld op het moment van de diagnose. 

Peniskanker

De hoogste incidentie van peniskanker tussen 2008 en 2012 vond plaats in Oeganda (2,2 per 100.000), gevolgd door Brazilië (2,1 per 100.000) en Thailand (1,4 per 100.000). Het laagste was in Koeweit (0,1 per 100.000). “Hoewel ontwikkelingslanden nog steeds de hogere incidentie en mortaliteit van peniskanker dragen, neemt de incidentie in de meeste Europese landen toe. Engeland heeft een toename van peniskanker van 1,1 naar 1,3 per 100.000 tussen 1979 en 2009, en in Duitsland zijn de gevallen tussen 1961 en 2012 met 50% gestegen van 1,2 naar 1,8 per 100.000. Er wordt geschat dat tegen 2050 de wereldwijde incidentie van peniskanker met meer dan 77% zal stijgen. Deze verandering kan grotendeels worden toegeschreven aan de vergrijzing van de bevolking en de hoogste incidentie doet zich voor bij mannen van in de zestig. HPV en slechte hygiëne zijn vaak oorzaak van de aandoening.

In Nederland worden jaarlijks ongeveer 200 mannen gediagnostiseerd met deze ziekte, maar dat aantal neemt jaarlijks toe en is te wijten aan HPV, het humaan papillomavirus. Het ontstaat meestal in de huid van de penis, vaak op de eikel of de voorhuid. In feite is het een vorm van huidkanker.

Er zijn twee grote oorzaken:

  • Chronische irritatie, bijvoorbeeld door een vernauwde voorhuid (in landen waar jongens op jonge leeftijd worden besneden, komt peniskanker bijna niet voor)
  • Infectie met HPV

Waar je op moet letten:

Rode plekjes, verhardingen, kleine, wrat-achtige knobbels en andere afwijkingen. In een vroeg stadium zijn die afwijkingen vaak klein en subtiel. Zelfs huisartsen herkennen de signalen soms niet meteen en geven daardoor wel eens verkeerde adviezen of een crème die niet werkt. Wordt peniskanker vroeg ontdekt, dan is de behandeling vaak relatief beperkt. In veel gevallen kan de penis behouden blijven. Maar wacht je te lang, dan verandert alles. In vergevorderde stadia kan een gedeeltelijke, en soms volledige, amputatie nodig zijn. Indien de kanker uitzaait, wordt de behandeling nog ingrijpender en ben je afhankelijk van chemotherapie die bij peniskanker helaas nog niet goed genoeg werkt. Als de ziekte uitzaait, kunnen ze het niet meer lokaal verwijderen. En effectieve behandelingen ontbreken nog grotendeels. 
In principe kan elke man peniskanker krijgen, maar de meeste patiënten zijn rond de 60. Ongeveer 5 procent is jonger dan 40.

HPV-vaccinatie speelt een belangrijke rol, vooral als je die op jonge leeftijd krijgt. Voor volwassenen is dat effect kleiner, omdat je vaak al met het virus in aanraking bent geweest.
Voor mannen met een vernauwde voorhuid is het advies om dat echt aan te pakken.

Prostaatkanker

Maar liefst 22 soorten landbouwgif worden in verband gebracht met prostaatkanker. Vier van deze pesticiden zijn ook gelinkt aan sterfte door de ziekte. In 2023 kregen 14.562 mannen in Nederland de diagnose prostaatkanker. Ruim 90 procent is ouder dan 60 bij de diagnose. De ziekte is goed behandelbaar. Na tien jaar is ruim 80 procent nog in leven. Toch overlijden jaarlijks nog 3000 mannen aan de ziekte, ongeveer evenveel als er vrouwen aan borstkanker sterven. Over de oorzaken is nog veel onduidelijk. Mogelijk vergroot een ongezonde leefstijl de kans op de ziekte, met name roken en overgewicht.
Van de 22 pesticiden die een directe relatie hadden met prostaatkanker zijn er drie al eerder met de ziekte in verband gebracht. Een van die gifstoffen is 2,4-D, een van de meest gebruikte pesticiden in de Verenigde Staten. De negentien andere stoffen die niet eerder met prostaatkanker in verband zijn gebracht, zijn tien herbiciden, diverse fungiciden en insecticiden, en een bodemontsmettingsmiddel. Vier pesticiden zijn gekoppeld aan sterfte door prostaatkanker. Het gaat om drie herbiciden, namelijk trifluralin, cloransulam-methyl en diflufenzopyr, en één insecticide: thiamethoxam. Alleen trifluralin wordt door de Amerikaanse milieuautoriteit EPA geclassificeerd als ‘mogelijk kankerverwekkend bij mensen’, de andere drie worden zelfs als ‘waarschijnlijk niet-kankerverwekkend’ of ‘bewezen niet-kankerverwekkend’ beschouwd. Prostaatkanker behandelen met geluidsgolven, in plaats van door te snijden blijkt mogelijk. Patiënten wachten niet af en betalen de innovatieve behandeling desnoods zelf.

Teelbalkanker

De UMC-deskundigen denken dat de verhoogde opkomst van teelbalkanker mogelijk komt door onderdrukking van hormonen. Opmerkelijk genoeg komt teelbalkanker meer voor in Oost-Europese landen sinds die zijn verwesterd. Dat zou wijzen op een samenhang met industrialisatie. Medische onderzoekers zeiden tegen NU.nl dat omgevingsfactoren mogelijk zorgen voor de toename aan zaadkankerdiagnoses. Ze verwijzen naar de toename van stress, het consumeren van meer bewerkt voedsel, minder beweging en de grote aanwezigheid van microplastics. Eventuele stralingsgevolgen door mobiele telefoons wordt nog hardnekkig ontkend.

Vulvakanker

450 vrouwen per jaar krijgen vulvakanker.  Toch overlijden er jaarlijks gemiddeld 100 vrouwen in Nederland aan. De verschijnselen of klachten die kunnen optreden bij vulvakanker zijn: jeuk of branderigheid van de schaamlippen, een knobbeltje op (één van) de schaamlippen, pijn (bij het vrijen), een wondje dat niet dichtgaat of snel bloedt of een plekje op de schaamlippen met een afwijkende kleur. Het proces van afwijkende cellen naar een voorstadium van kanker verloopt heel langzaam en kan wel tien tot vijftien jaar duren.

Het Radboudumc heeft een techniek ontwikkeld waarmee artsen uitzaaiingen van prostaatkanker in lymfeklieren eerder kunnen signaleren. Dat is goed nieuws, omdat het vroeg ontdekken van uitzaaiingen belangrijk is voor de behandeling van kanker. De nieuwe techniek kan al worden gebruikt bij klinische onderzoeken.

Het drinken van beperkte hoeveelheden alcohol vergoot de kans op minstens zeven soorten kanker. Eén op de twee Nederlanders krijgt ergens in het leven de diagnose kanker, en over het algemeen geldt: hoe hoger het alcoholgebruik, hoe groter het risico. Het is onvoldoende bekend dat alcoholgebruik de kans op kanker vergroot, ook bij kleine hoeveelheden.
Tweede kanker
Genezen van kanker betekent niet altijd dat het gevaar geweken is: miljoenen overlevenden lopen een verhoogd risico op een tweede vorm van kanker. Op basis van tientallen jaren aan Amerikaanse patiëntgegevens concluderen onderzoekers dat niet alle kankeroverlevenden hetzelfde risico lopen op een tweede kankersoort. Een hogere leeftijd bij de eerste diagnose en het mannelijk geslacht vergroten die kans. Ook het type eerste kanker speelt een belangrijke rol: zo hebben overlevenden van long-, blaas- en huidkanker een verhoogd risico op het ontwikkelen van een nieuwe kankervorm. De opsporing en behandeling van kanker zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd, waardoor de groep kankeroverlevenden groeit. In de Verenigde Staten zal het aantal overlevenden naar verwachting in het komende decennium met 22 procent toenemen: van 18 miljoen in 2025 tot meer dan 22 miljoen in 2035. Ook in Nederland is vooruitgang zichtbaar: het percentage mensen dat vier jaar na een kankerdiagnose nog leeft, steeg in de afgelopen dertig jaar van 51 naar 72 procent.

Tegelijkertijd blijven overlevenden een verhoogd risico houden op het ontwikkelen van nieuwe primaire kankers, los van hun oorspronkelijke diagnose. Dit risico kan worden beïnvloed door factoren zoals hogere leeftijd, blootstelling aan bestraling en/of chemotherapie en leefstijlfactoren zoals roken, obesitas en een ongezond dieet.

Met behulp van patiëntgegevens van meer dan 3 miljoen kankeroverlevenden in de Verenigde Staten, verzameld tussen 1975 en 2019, onderzochten onderzoekers hoe demografische factoren en kenmerken van kanker samenhangen met het risico op een volgende kanker. Leeftijd en geslacht bleken daarbij cruciale factoren.

Het risico op een tweede kanker stijgt lineair met de leeftijd waarop de eerste kanker wordt vastgesteld. Wanneer dit vóór het twintigste levensjaar gebeurt, is die kans voor mannen en vrouwen vrijwel gelijk. Na die leeftijd neemt het risico bij mannen echter sneller toe dan bij vrouwen. Vooral bij longkanker, darmkanker en huidmelanoom blijken mannen een hoger risico te hebben op de ontwikkeling van een tweede kanker.

In tegenstelling tot bijna alle andere kankersoorten neemt het risico op een tweede kanker bij vrouwelijke overlevenden van borstkanker niet toe met de leeftijd, maar blijft het relatief stabiel over verschillende leeftijdsgroepen. Wel hebben vrouwen onder de veertig met borstkanker het hoogste risico op een tweede kanker vergeleken met andere kankertypen. Bij mannen geldt dat vooral voor darmkanker. Vanaf het zeventigste levensjaar verschuift de kankersoort met het hoogste risico op een volgende kanker voor beide geslachten naar huidmelanoom.

Een andere opvallende uitzondering is de groep vrouwelijke overlevenden van longkanker. Bij hen is het risico op een tweede kanker tussen 1975 en 2019 met ongeveer zestig procent gestegen. Met andere woorden: hoewel mannen nog steeds vaker een tweede kanker ontwikkelen na longkanker, wordt het verschil kleiner doordat het risico bij vrouwen sinds de jaren zeventig sterk is toegenomen. Volgens de onderzoekers hangt deze stijging mogelijk samen met veranderingen in rookgedrag en verbeterde overlevingskansen na de eerste diagnose, waardoor er meer tijd is waarin een tweede kanker kan ontstaan. De onderzoekers benadrukken dat ze zich hebben gericht op de meest voorkomende kankersoorten om de belangrijkste trends in kaart te brengen. Daardoor zijn zeldzamere kankers en specifieke subtypen niet afzonderlijk in detail geanalyseerd.

De bevindingen benadrukken het belang van langdurige nazorg en risicogebaseerde monitoring voor kankeroverlevenden. Door beter in kaart te brengen welke groepen een verhoogd risico lopen, kunnen preventie, controle en nazorg gerichter worden ingericht. Kankerzorg houdt namelijk niet op na een succesvolle behandeling: juist in de jaren daarna is het cruciaal om risico’s tijdig te signaleren en waar mogelijk te verkleinen.

Laag Frequent Geluid (LFG) 

Laagfrequent geluid, afgekort LFG, is een geluidstype met een frequentiebereik tussen ongeveer 20 en 125 Hertz (Hz). Mensen die dit ervaren, omschrijven het vaak als een constante, lage bromtoon, zoem of dreun. Hoewel geluid onder de 20 Hz (infrasoon geluid) niet hoorbaar is, kan het nog steeds als een fysieke trilling of druk worden gevoeld.

Wat LFG complex en moeilijk te bestrijden maakt, zijn de unieke fysische eigenschappen. In tegenstelling tot hoge tonen plant LFG zich over zeer grote afstanden voort en wordt het nauwelijks gedempt door atmosfeer, muren of isolatiemateriaal. Hierdoor kan een bron die kilometers verderop ligt, toch hinder veroorzaken in een woning. Dit maakt het opsporen van de bron vaak een lastige en tijdrovende klus.

Het menselijk oor is minder gevoelig voor deze lage frequenties. Dit betekent dat LFG pas bij relatief hoge geluidsniveaus wordt waargenomen. De waarneming is bovendien sterk persoonsgebonden en niet iedereen hoort of voelt het. Mensen die het horen, geven vaak aan dat ze het meer als een druk of trilling in het lichaam ervaren dan als een geluid dat met de oren wordt waargenomen.

De bronnen van LFG zijn zeer divers en komen zowel van dichtbij als van ver. Denk aan technische installaties in en rondom het huis, zoals warmtepompen, ventilatiesystemen, cv-ketels en koelkasten. Daarnaast zijn verkeersbronnen zoals vrachtwagens, treinen, vliegtuigen en bepaalde industriële processen veelvoorkomende veroorzakers. Ook windturbines worden vaak genoemd als bron van laagfrequent geluid.

De gevolgen van LFG-hinder zijn voor de getroffenen aanzienlijk. Omdat de bromtoon constant en moeilijk te vermijden is, leidt dit vaak tot ernstige hinder, stress en slaapverstoring. Dit kan vervolgens leiden tot secundaire klachten zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, hoofdpijn en een verminderd algemeen welzijn. Voor de meeste van deze klachten is de hinder de oorzaak, en niet zozeer een direct fysiologisch effect van het geluid zelf. Een bijkomend sociaal probleem is dat het onbegrip van de omgeving, die het geluid vaak niet hoort, kan leiden tot gevoelens van onmacht en isolement.

Het aantal meldingen is toegenomen, maar vertoont fluctuaties en recent lichte afname. Tussen 2016–2023 rapporteerde 2,2–3,2% van de Nederlandse bevolking ernstige hinder door LFG; 1,9–2,5% gaf aan slaapverstoring te ervaren. GGD-data tonen dat bij ruim 75% van meldingen hinder als primair gezondheidseffect wordt benoemd. Slechts in <10% van meldingen wordt een bron aangegeven. Genoemde bronnen binnenshuis: buren, ventilatiesystemen, elektrische apparaten. Buitenshuis: industrie, transformatorhuisjes, windturbines. In de meeste gevallen blijft de bron onbekend of onbevestigd.

Bij circa 75% van gemeten meldingen wordt geen LFG vastgesteld. Waar wel LFG wordt gemeten, wordt in circa 25% van gevallen een bron gevonden. Grote verschillen tussen OD’s in meetaanpak. 

3. Gezondheidseffecten volgens literatuur
Zes recente studies (onderdeel van één onderzoeksproject) geven onvoldoende bewijs om gezondheidseffecten van LFG te bevestigen of uit te sluiten. 

  • RIVM-classificatie van praktijksituaties
  • Meetbaar LFG én identificeerbare bron: mitigatie mogelijk
  • Meetbaar LFG, maar geen bron: beperkte handelingsmogelijkheden
  • Geen meetbaar LFG: advies om alternatieve oorzaken te onderzoeken

Samenwerking tussen GGD, OD, gemeenten en audiologische centra is versnipperd, met regionale ongelijkheid in afspraken en financiering.

Beleidsmatige conclusies en overheidsstandpunt

  • Hinder door LFG is aantoonbaar en reëel voor melders
  • Vaststelling van bron en meetbaar geluid is in meerderheid van gevallen niet mogelijk
  • Aparte normering voor LFG niet onderbouwd: bestaande regelgeving en toeslagen op tonaal geluid volstaan
  • Gemeenten kunnen lokaal aanvullende eisen stellen, maar handhaving is doorgaans niet uitvoerbaar wegens ontbreken van meetbaar LFG of herleidbare bron

Richtinggevende beleidsmaatregelen

  • Harmonisatie van registratie- en meetmethoden bij meldingen
  • Monitoring van hinder en slaapverstoring blijft onderdeel van landelijke woonbelevingsonderzoeken
  • Geen nationale norm, wel standaardisatie via kennisuitwisseling en uniforme aanpak
  • Oprichting landelijke kennisbijeenkomsten RIVM, ontwikkeling van een blauwdruk voor regionale samenwerking
  • Aandacht voor afspraken over rolverdeling, verantwoordelijkheden, werkwijze, nazorg
  • Faciliterende rol voor Rijksoverheid bij kennisverspreiding en procesondersteuning
  • Gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor structurele financiering van GGD’en en OD’s

RIVM organiseert in 2025 een landelijke bijeenkomst ter uitwisseling van praktijkervaringen en het verkennen van uniforme uitgangspunten. Regio’s met ontoereikende samenwerking worden aangesproken. Goede voorbeelden (zoals Limburg) worden als referentie ingezet. Normstelling blijft achterwege, beleidsinzet ligt op registratie, samenwerking en niet-juridische ondersteuning van gehinderden.

Samenwerking BMS en Jiangsu Hengrui Pharmaceuticals

In mei 2026 werd bekend gemaakt dat er een strategische alliantie is ontstaan tussen de Amerikaanse farmareus Bristol Myers Squibb (BMS) en het Chinese Jiangsu Hengrui Pharmaceuticals.

Hier zijn de belangrijkste details van deze miljardendeal:

1. Dit is een van de grootste deals in de sector van de afgelopen jaren. Het totale potentiële bedrag loopt op tot 15,2 miljard dollar. Dit is inclusief mijlpaalbetalingen en opties. Directe betalingen op de korte termijn bedragen 950 miljoen dollar, waarvan 600 miljoen dollar direct als ‘upfront’ betaling wordt overgemaakt.

2. De deal omvat een portfolio van 13 vroege onderzoeksprogramma’s op drie cruciale gebieden:

  • Oncologie (kankerbestrijding)
  • Hematologie (bloedziekten)
  • Immunologie (auto-immuunziekten)

Het gaat om een uitwisseling van kennis en middelen:

BMS krijgt toegang tot vier kandidaat-medicijnen van Hengrui voor de wereldwijde markt (buiten Groot-China).

Hengrui krijgt de rechten om vier specifieke middelen van BMS in China te ontwikkelen en te verkopen.

Daarnaast gaan ze samen vijf nieuwe programma’s ontwikkelen met behulp van de Chinese technologieplatforms.

Lymeziekte

De kans op lymeziekte het hoogst is in de duinen, bosrijke gebieden, (stads)parken en heidegebieden. In Nederland zijn teken, die de zikete van Lyme veroorzaken afhankelijk van de buitentemperatuur en actief van maart of in milde winters februari tot en met oktober of november. Er zijn twee activiteitspieken: de belangrijkste is in het voorjaar in april en mei en een tweede in het najaar in september. Onder voor de teek gunstige omstandigheden zoals in bossen met continu vochtige humuslaag lopen beide pieken in elkaar over.

Het belangrijkste is om uw huid en kleding goed te controleren en eventuele teken te verwijderen nadat u in het groen bent geweest. Controleer uw hele lichaam, vooral in de liezen, bilspleet, de randen van ondergoed, oksels, knieholtes, achter de oren en bij de haargrens in de nek. Gebruik zo nodig een vergrootglas en spiegel of vraag iemand anders om u op teken te controleren. Controleer ook uw kleding. Verwijder een teek zo snel mogelijk, bij voorkeur binnen 24 uur. Gebruik geen alcohol, jodium, olie of andere middelen voordat u de teek verwijdert. Gebruik een puntig pincet of een tekenverwijderaar. Pak de teek met de pincet zo dicht mogelijk bij de huid bij de kop vast en trek hem langzaam uit. Volg de gebruiksaanwijzing van een tekenverwijderaar. Schrijf de datum van de beet en de plek op de huid waar u gebeten bent op.

Het dragen van beschermende kleding tijdens activiteiten waarbij blootstelling aan teken mogelijk is, vermindert de kans op tekenbeten en lymeziekte. Het dragen van donkere kleding tijdens activiteiten waarbij blootstelling aan teken mogelijk is, vermindert de kans op tekenbeten. 

Bij de ziekte van Lyme ontstaat meestal een groter wordende vlek of ring op je huid veroorzaakt door de tekenbeet. Tegen de borrelia bacterie van zo’n een tekenbeet, waar zo’n 30% van de teken mee besmet zijn,  krijg je anti-biotica voorgeschreven. Borrelia-bacteriën leven in de darm van de teek en verplaatsen zich gedurende het zuigen van de teek naar het mondgedeelte waar ze met je bloed in contact komen. De overdracht van Borrelia burgdorferi s.s. zal meestal pas na 24 uur aanhechting op gang te komen, maar soms ook sneller.

Sommige mensen houden last van klachten, zoals moeheid. omen. De bacterie heet Borrelia. Sommige mensen hebben de bacterie gekregen zonder dat ze hebben gemerkt dat ze een tekenbeet hadden. Of zonder dat ze een rode ring of vlek hebben gezien. De vlek kan op de plek van de teek zitten, maar ook op een andere plek op je lichaam en die kun je zelfs nog dagen na de tekenbeet krijgen. Soms zelfs wel tot 3 maanden na de teek in je huid. De vlek is rood of paars op een lichte huid. Op een donkere huid is de vlek soms blauwer. De vlek wordt in een paar dagen groter, meestal groter dan 5 centimeter. Het midden van de vlek kan lichter worden. Dan kan de vlek er uitzien als een ring, die branderig kan voelen of jeuken.
Zonder medicijnen verdwijnt de vlek vanzelf na een paar weken tot een jaar. De bacterie kan nog in je lichaam blijven.
Een paar dagen tot weken na de teek kun je je ziek voelen en klachten hebben als koorts, hoofdpijn, spierpijn, pijn in je gewrichten en moeheid.
Maar soms ook stekende pijn in je arm, been of romp, minder kracht of een tintelend gevoel, een dikke, pijnlijke knie of andere gewricht, pijn in je gezicht, neurologisch klachten zoals opeens dubbel zien, duizelig zijn, flauwvallen, de helft van je gezicht opeens verlamd, oogontsteking, benauwd zijn, maar ook wel pijn op de borst, , of een bult krijgen op je oor, tepel of balzak. De liesklieren zijn doorgaans vergroot.
Maanden tot jaren na een tekenbeet krijgen sommige mensen meer klachten. Bijvoorbeeld pijnlijke gewrichten, problemen van de huid of het hart. Die bacterie kun je krijgen als er een teek in je huid zit en je deze er niet snel genoeg uithaalt. Heb je geen vlek gehad, maar kom je later met andere klachten bij de huisarts dan is er meer onderzoek nodig. Bijvoorbeeld met een ruggenprik, een prik in een dik gewricht of onderzoek van een klein stukje huid. Dit onderzoek gebeurt in het ziekenhuis. te van Lyme
Bij de ziekte van Lyme krijg je medicijnen tegen bacteriën (antibiotica). Bij anti-biotiva moet je alle pillen opmaken, waarna je meestal helemaal beter bent. Sommige mensen blijven na de behandeling nog een tijd last houden van klachten, zoals moeheid. Dit gaat meestal na verloop van tijd vanzelf over.  Je kunt de ziekte van Lyme nog een keer krijgen. Bij elke teek in je huid heb je een kleine kans op de ziekte van Lyme. Als de vlek nar de anti-biotica na een paar weken niet weg is, meer klachten krijgt, zoals pijn, minder kracht, hoofdpijn of een pijnlijk gewricht dan moet je weer terug naar de huisarts. Op basis van een onderzoek lijkt de kans kleiner dan 3% te zijn als de teek binnen 24 uur wordt verwijderd, de kans op de ziekte van Lyme na een tekenbeet is 2-3%; als er ziekte optreedt, is dit in het overgrote deel erythema migrans.
Verwijder een teek zo snel mogelijk door deze met een pincet (met smal uiteinde) of tekentang bij de kop te pakken (zo dicht mogelijk bij de huid) en loodrecht voorzichtig uit de huid te trekken.
De kans op overdracht van Borrelia burgdorferi kan snel na de beet plaatsvinden, maar neemt toe na hechting wanneer de beet het langer geleden is dan 36-48 uur.
De kenmerkende presentatie van erythema migrans is een erytheem met centrale verbleking, maar ook manifestaties met een diffuus erytheem of met centraal juist uitgesprokener erytheem komen voor. De klinische diagnose ‘erythema migrans’ wordt gesteld bij een zich centrifugaal uitbreidend erytheem groter dan 5 cm, afhankelijk van de efflorescentie en (het vermoeden van) een tekenbeet. De grens van 5 cm is van minder belang dan het zich uitbreiden van het erytheem
Serologisch onderzoek is niet zinvol bij een tekenbeet of erythema migrans.
Bij een tekenbeet wordt antibioticumprofylaxe niet geadviseerd als de teek langer dan 24 uur op de huid heeft gezeten want dan wordt het oplettend afwachten. Antibioticumprofylaxe
is alleen effectief langer dan 72 uur na verwijderen van de teek.

Aangezien zwangeren mogelijk een licht verhoogd risico bij een lymeziekte lopen ten aanzien van de zwangerschapsuitkomst, moet de werkgever daar rekening mee houden (zie para-graaf lymeziekte en zwangerschap). Dit verhoogd risico ontstaat mede omdat de meest toegepaste medicamenteuze behandeling met doxycycline niet bij een zwangere in aanmerking komt. Indien tot antibiotische profylaxe wordt besloten, krijgen zwangeren en kinderen tussen zes maanden en acht jaar oud na een tekenbeet antibiotische profylaxe in de vorm van één dosis azitromycine van 500 mg of 10 mg/kg bij kinderen. Profylaxe met doxycycline kan aan hen niet worden gegeven. 

Tinitus

Tinnitus (oorsuizen) is het waarnemen van geluiden zoals een piep, suis, brom of ruis, zonder dat er een externe geluidsbron is. Het is een symptoom dat vaak ontstaat door gehoorverlies, lawaaischade, stress of ouderdom. Er is momenteel geen genezing voor, maar het is wel goed te behandelen. In een stille omgeving valt de tinnitus meer op. Gebruik zachte achtergrondgeluiden (zoals een ventilator, een radio of natuurgeluiden) om de piep te maskeren. Stress en spanning maken tinnitus vaak erger. Ontspanningsoefeningen of meditatie kunnen helpen.

Bescherm je oren op plekken met hard geluid (zoals concerten) om verergering te voorkomen. Omdat tinnitus voor iedereen anders is, is de behandeling maatwerk. Als de tinnitus gepaard gaat met gehoorverlies, kan een hoortoestel het omgevingsgeluid versterken, waardoor de tinnitus minder opvalt. Cognitieve Gedragstherapie (CGT) helpt de manier waarop je op het geluid reageert te veranderen. Het geluid verdwijnt niet, maar je leert ermee omgaan en het krijgt minder invloed op je leven. Geluidstherapie (Tinnitus Retraining Therapy) is een combinatie van counseling en geluidsverrijking om de hersenen te helpen het geluid te ‘filteren’.

Longcovid

Longcovid patiënten kunnen zich vanaf 28 juni 2024 aanmelden om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek via een landelijk portaal: postcovidonderzoek.nl. Dit meldpunt, opgezet door het RIVM, is het eerste zichtbare resultaat van de 32 miljoen euro die het kabinet vorig jaar heeft vrijgemaakt voor onderzoek naar de oorzaken en behandeling van long covid. Ook kinderen en mensen met langdurige klachten na een coronavaccinatie kunnen zich aanmelden. Het portaal is een essentieel onderdeel van het pas opgerichte Post-COVID Netwerk Nederland. In dit netwerk werken artsen, wetenschappers en patiënten samen om long covid (ook post-covid genoemd) te doorgronden. Voor volwassenen werden er in november 2024 al klinieken geopend in Amsterdam, Maastricht en Rotterdam. Het was eerst nog onzeker of de 40.000 jongeren met long-covid snel de beloofde zorg zouden krijgen, maar vanaf begin februari kunnen zij terecht bij speciale klinieken in Amsterdam, Maastricht en Utrecht. De behandellocaties bij de universitaire ziekenhuizen worden 3 februari 2025 geopend. Kinderen konden sinds 1 november worden aangemeld via een huisarts. Volgens de NFU, de koepel van academische ziekenhuizen, zijn nu een paar honderd kinderen aangemeld voor de behandelcentra. In de expertisecentra krijgen de patiënten een gepersonaliseerd behandelplan. Kinderen hebben volgens de NFU een andere behandeling nodig bij chronische corona dan volwassenen. “De behandeling van kinderen vereist een aanpak die is afgestemd op hun groei en ontwikkeling.” Het is wel de bedoeling dat de artsen van kinderen en de artsen van volwassenen hun ervaringen met elkaar delen.  De afgelopen maanden zijn er nieuwe veiligheidssignalen gepubliceerd die het Artsencollectief de Gezondheidsraad om directe herevaluatie hebben gevraagd over het gebruik van op mRNA gebaseerde vaccins, zoals het Corona vaccin. Ook het artsencollectief maakt bezwaar tegen de oproep voor nieuwe vaccinatie. Volgens het collectief zijn er de afgelopen maanden nieuwe veiligheidssignalen gepubliceerd die vragen om directe herevaluatie van het gebruik van op mRNA gebaseerde vaccins. Zij  zien in de passieve bijwerkingendatabases wereldwijd ongekende aantallen (1.300) meldingen, specifiek voor de mRNA-coronavaccins. Zowel Eurovigilance (EMA) als  DAEN (Australië) laten een hoeveelheid bijwerkingen zien die twee keer hoger zijn dan de meldingen van alle medicijnen samen. Over de ernst van deze bijwerkingen verschillen landen van mening, waarbij opvalt dat het Lareb veel vaker bijwerkingen als niet-ernstig karakteriseert dan andere landen. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren steeds meer onderzoeken gepubliceerd die een veiligheidssignaal afgeven tegen het gebruik van mRNA-coronavaccins. Prof. dr. Ronald Meester, hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening aan de VU, en Dr. Marc Jacobs, dataonderzoeker en hun team van artsen en analisten stellen dat “een causaal verband tussen covid19-vaccinaties en sterfte aannemelijk is” en dat de vaccinaties “waarschijnlijk helemaal niet veilig” zijn. Met name de analyses van CBS en RIVM, die veiligheid en effectiviteit suggereerden, zijn door hun analyses onhoudbaar geworden. Daarnaast wordt een meta-analyse gedaan op gepubliceerde artikelen omtrent veiligheid van coronavaccins, waaruit blijkt dat de wetenschap zeer matig heeft gewerkt op dit dossier. Niet voor niets concluderen zij dat “Het ‘follow the science’-beleid rondom Covid-19 dus eigenlijk voornamelijk was gebaseerd op drijfzand.” De studie van prof. Meester en Dr. Jacobs geeft ook een zorgwekkend overzicht van ernstige, mogelijk dodelijke, bijwerkingen van de coronavaccins, zoals myocarditis en heftige immuunreacties. Enkele observaties:

  • mRNA-vaccins gegeven aan de zwangere vrouw, worden aangetroffen in de bloedsomloop van het ongeboren kind. De mogelijke immunologische gevolgen hiervan voor de baby zijn niet te overzien, en daarmee onacceptabel.
  • De kans op ziek worden door Covid-19 neemt na meerdere vaccinaties niet af, maar juist toe bij werkende, gezonde mensen. Dit duidt op een geïnduceerde verzwakking van het immuunsysteem. Dat is zeer zorgwekkend en congruent met een toename van IgG4-niveaus na mRNA-vaccinaties.
  • Vooral oudere kwetsbare personen zijn waarschijnlijk gevoelig voor sterfte als gevolg van coronavaccinatie met Pfizer-mRNA-vaccins, zoals blijkt uit een Noorse studie.

De mogelijke veiligheidsrisico’s van op mRNA gebaseerde middelen zijn op dit moment nog veel te groot om dit als standaardzorg aan de bevolking aan te bieden.

Het collectief geeft de volgende aanbevelingen en adviezen;Uitgaande van het voorzorgsprincipe en de positieve zorgplicht van de overheid dient het gebruik van op mRNA gebaseerde middelen per direct gestopt te worden.Het Novavax-vaccin, dat op reguliere antigenproductie is gebaseerd, is een alternatief, dat echter momenteel niet beschikbaar is. Ik adviseer dit vaccin weer beschikbaar te maken.Verplichting tot volledige informatieverstrekking volgens de regels van informed consent.De najaarscampagne uit te voeren met niet-mRNA gebaseerde vaccins, zoals bijvoorbeeld Novavax.

Hooggeplaatste ambtenaren in de VS hebben in 2021 herhaaldelijk druk uitgeoefend om berichten onder andere over vaccinatie te censureren. Daarbij gaat het niet alleen over de verspreiding van onjuiste informatie, maar ook over humoristische berichten en satire. Facebook verwijderde miljoenen berichten over het coronavirus tijdens de pandemie. Dat leidde tot onvrede onder mensen die kritiek hadden op lockdowns, vaccins en de mondkapjesplicht. Zuckerberg en Jack Dorsey, oud-topman van Twitter, lieten weten dat het blokkeren van bepaalde berichten op het platform te ver gaat. 

Post-COVID en de andere PAIS kunnen een grote impact hebben op het leven van mensen. Vanwege deze impact beschouwt de Gezondheidraaadscommissie post-COVID en de andere PAIS als belangrijke gezondheidsproblemen die in de maatschappij breed erkend dienen te worden. Bij erkenning gaat het er volgens de commissie om dat de klachten en de daarmee gepaard gaande lijdensdruk en gevolgen voor het dagelijks leven serieus worden genomen. Uit patiëntervaringen komt naar voren dat dit nog niet vanzelfsprekend is.
De commissie doet aanbevelingen voor de vormgeving, evaluatie en inrichting van zorg, verder wetenschappelijk onderzoek en het delen van kennis. De commissie wil benoemen dat bij de uitvoering van de aanbevelingen naast het ministerie van VWS ook andere partijen aan zet zijn, zoals de beroepsgroepen en wetenschappelijke verenigingen. Daarnaast is volgens de commissie het betrekken van en rekening houden met het patiëntperspectief een belangrijk uitgangspunt bij het uitwerken en uit
voeren van de aanbevelingen.

De diagnose post-COVID dient te worden gesteld op basis van het klinisch beeld, omdat er geen test is die de aanwezigheid van post-COVID aan kan tonen of uit kan sluiten. Zoals bij elk gezondheidsprobleem, maar zeker ook gezien de heterogeniteit van het klachtenbeeld en de mogelijke impact van post-COVID op diverse aspecten van het leven, dient bij de diagnostiek en behandeling een integrale benadering te worden gehanteerd waarbij zorg op maat wordt geleverd. Omdat er op dit
moment geen genezende behandeling voorhanden is, richt de begeleiding en behandeling zich nu op symptoomverlichting, verbetering van het functioneren en/of de kwaliteit van leven. Bij de vormgeving van de begeleiding en behandeling kan hantering van het biopsychosociale model behulpzaam zijn. Dit model stelt dat altijd, bij welk gezondheidsprobleem dan ook, rekening gehouden moet worden met biologische, psychologische en sociale factoren en hun onderlinge interactie.
Het betekent nadrukkelijk niet dat klachten gepsychologiseerd worden, maar dat begeleiding en behandeling is afgestemd op de persoon in de context van diens omgeving, met oog voor de gevolgen van post-COVID op het lichamelijke, mentale en sociale vlak.
Bij de zorgverlening dient het principe van matched care aangehouden te worden. Hieronder verstaat de commissie: passende zorg afgestemd op de zorgbehoefte van de patiënt, waarbij geldt zo licht als mogelijk en zo intensief als nodig. De zorg wordt hierbij vormgegeven in samenspraak met de patiënt, uitgaande van diens waarden, beperkingen en mogelijkheden.

Medische gegevens van longcovid patiënten worden onvoldoende meegewogen bij de aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA). Speciale longcovid klinieken in de academische ziekenhuizen van Amsterdam, Rotterdam en Maastricht zijn vanaf 1 november 2024 geopend.

Malariabehandeling voor baby’s

In april 2026 werd de eerste malariabehandeling speciaal voor pasgeborenen is goedgekeurd. Het gaat om een middel tegen de tropische ziekte dat specifiek bedoeld is voor baby’s met een gewicht van tussen de twee en vijf kilo. Malaria wordt verspreid door muggen en is vooral in Afrika een van de dodelijkste ziektes. In 2024 waren er ruim 280 miljoen infecties en stierven er 610.000 mensen aan malaria, iets meer dan het jaar daarvoor. Het merendeel van de dodelijke slachtoffers is jonger dan 5 jaar.

Tot nu toe werden baby’s met malaria behandeld met medicijnen die eigenlijk bedoeld zijn voor oudere kinderen. Door deze medicatie te gebruiken was er bij de baby’s en pasgeborenen een verhoogd risico op een foute dosering, vergiftiging en bijwerkingen. Nu het medicijn is goedgekeurd, kan het worden ingekocht door publieke instanties, zegt de WHO. De directeur van de gezondheidsorganisatie spreekt van “een belangrijke stap voorwaarts” in de strijd tegen malaria. “Eeuwenlang heeft malaria kinderen van ouders afgenomen, maar vandaag verandert dat”, zegt hij.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie kan deze goedkeuring betekenen dat de circa 30 miljoen baby’s die in malariagebieden in Afrika worden geboren, beter worden geholpen. Naast de malariabehandeling, zijn er ook nieuwe tests goedgekeurd. Die kunnen de tropische ziekte beter diagnosticeren dan tests die voorheen werden gebruikt. Dat de Wereldgezondheidsorganisatie vandaag aankondigt dat het medicijn is goedgekeurd. Jaarlijks op 25 april is het Wereld Malaria Dag, die bedoeld is om aandacht te vragen voor de bestrijding van de tropische ziekte.

Mazelen

Mazelen verspreiden zich steeds sneller en dook recent ook op in Alphen aan den Rijn en ook in de regio Rotterdam zijn sinds februari tientallen meldingen van mensen met de besmettelijke ziekte. GGD Rotterdam waarschuwt dan ook voor mazelenbesmetting tijdens Pasen en Koningsdag. In maart en april 2025 zijn er tientallen meldingen binnengekomen. Daarmee zijn er dit jaar al ruim 300 patiënten met mazelen gemeld. Dat zijn meer besmettingen dan in heel 2024. Het gaat vooral om kinderen jonger dan tien jaar oud. Het gaat vaak om mensen die de ziekte hebben opgelopen  in het buitenland , meldt het RIVM
. Er zijn meerdere clusters op basisscholen en in gezinnen. Volgens het instituut is er nog net geen sprake van een landelijke mazelenuitbraak. Er zijn momenteel clusters op vijf basisscholen. Die liggen in de GGD-regio’s Amsterdam, Brabant-Zuidoost, Haaglanden, Rotterdam-Rijnmond en Flevoland. Het gaat om openbare, islamitische en antroposofische scholen met een lage vaccinatiegraad. Het aantal gevallen van mazelen blijft oplopen. Sinds eind maart zijn er 51 nieuwe meldingen binnengekomen. 

De groepen wachtenden asielzoekers bij zowel de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) als het COA worden niet langer gescreend op ziektes. Dit gebeurt pas nadat de asielzoeker is ingeschreven. Ze worden niet altijd gecontroleerd op bijvoorbeeld tuberculose. De vrees voor het uitbreken van het Norovirus is aanwezig. Duizenden migranten dragen resistente Tuberculose (TBC) met zich mee en vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Elk jaar sterven nog steeds 1,8 miljoen mensen aan tuberculose. Mazelen komt nu ook weer steeds vaker voor. Het aantal gevallen neemt de komende maanden in Europa fors toe. De potentieel dodelijke ziekte gaat op verschillende plaatsen rond, terwijl in veel landen te weinig mensen ertegen beschermd zijn. Vorig jaar waren er 2.361 besmettingen in de landen die bij de ECDC zijn aangesloten. Voornamelijk in Roemenië en Oostenrijk waren er veel gevallen. Sinds het begin van dit jaar nemen de aantallen in heel Europa toe. Circa 80% van de 1419 TBC patiënten in Nederland zijn van niet Westerse afkomst, te weten 89 uit Eritrea, 60 uit Somalië en 37 uit Marokko. In 2013 was er in 213 van de gevallen sprake van open TBC. Bij vijftien personen in de Haagse regio werd 13 maart mazelen vastgesteld. GGD Haaglanden spreekt van een lokale uitbraak en is bezig met bron- en contactonderzoek. Er zijn besmettingen in Den Haag en Leidschendam-Voorburg. De laatste uitbraak in de Haagse regio was vorig jaar, toen tussen april en augustus 47 meldingen werden geregistreerd. Het aantal besmettingen is fors toegenomen. In maart 2025 heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) 45 nieuwe meldingen binnengekregen. Daarmee is het totale aantal bekende gevallen van de ziekte dit jaar gestegen naar 108. Op vier basisscholen zijn clusters van besmettingen. De scholen liggen in de regio’s Amsterdam, Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden (Den Haag en omstreken) en Brabant-Zuidoost (Eindhoven en omstreken). Zeker zeventien mensen die in 2025 besmet raakten, hebben het virus opgelopen in Marokko. Van drie mensen is bekend dat ze ziek zijn geworden in Roemenië. In beide landen zijn grote epidemieën gaande. “In Marokko zijn tienduizenden mensen met mazelen gemeld en meer dan honderd mensen overleden”. Vorig jaar was in Nederland ook al een toename te zien van het aantal mazelenbesmettingen. Het RIVM en de GGD’en brengen die stijging in verband met de dalende vaccinatiegraad. In totaal werden 202 gevallen gemeld in 2024. Terwijl in dit jaar nog geen drie maanden voorbij zijn, bedraagt het aantal besmettingen nu dus al meer dan de helft van het totale aantal van vorig jaar. De laatste landelijke uitbraak was in 2013. Toen liepen duizenden mensen het virus op. Meestal verloopt de ziekte relatief mild, met symptomen als koorts, ontstoken ogen en plekjes op de huid. Bij een minderheid is de ziekte echter ernstiger: 1 tot 5 procent loopt een longontsteking op, ongeveer een op de duizend besmettingen leidt tot hersenvliesontsteking. Zulke complicaties kunnen dodelijk zijn.

Nierziekte

Wereldwijd zijn zo’n 2,8 miljoen mensen afhankelijk van hemodialyse, een behandeling waarbij het bloed door een kunstnier wordt gezuiverd, omdat de nieren dat zelf niet meer naar behoren kunnen. Voor deze patiënten is dialyse een noodzakelijke en intensieve behandeling, want vaak moeten ze driemaal per week vier uur lang dialyseren in een ziekenhuis. Om deze patiënten meer vrijheid te geven, startte de Nierstichting in 2014 met een baanbrekende innovatie: een draagbare kunstnier ter grootte van een rolkoffer; een enorme verbetering vergeleken met de grote dialyseapparaten in ziekenhuizen. Dit mobiele dialysesysteem kreeg de naam Neokidney en wordt nu getest in het UMC Utrecht. Deze klinische testen vormen een belangrijke stap richting de introductie bij Nederlandse dialysepatiënten. Drie grote verzekeraars steunenvanaf het begin dit initiatief: CZ, Menzis en Zilveren Kruis.
In Nederland zijn zo’n 5.000 patiënten afhankelijk van hemodialyse. Doordat hemodialyse voor patiënten een tijdrovende en intensieve behandeling is, zijn veel nierpatiënten ernstig beperkt in hun vrijheden. Patiënten moeten immers meerdere keren per week naar een dialysecentrum. Thuishemodialyse is ook mogelijk, maar dan moet je wel ruimte hebben voor een grote dialysemachine. Bovendien vraagt het veel technische aanpassingen aan het huis van de patiënt. Daarnaast zijn de patiënten hiermee nog steeds aan huis gebonden voor de behandeling. Omdat een goede en compacte oplossing voor dialyse buiten het ziekenhuis ontbrak, nam de Nierstichting het initiatief om de Neokidney te ontwikkelen; een draagbare hemodialysemachine voor thuis en op reis, ter grootte van een handbagage-rolkoffer.

Om ervoor te zorgen dat de Neokidney ook daadwerkelijk de patiënt bereikt, richtte de Nierstichting speciaal voor deze innovatie een maatschappelijke onderneming op. In de huidige dialysemarkt is de afgelopen decennia weinig geïnnoveerd, terwijl er technologie beschikbaar is om een compact en draagbaar dialyseapparaat te ontwikkelen. Samen met partners werd het bedrijf Nextkidney opgericht. Vanuit dit bedrijf wordt de Neokidney internationaal op de markt gebracht.

De veiligheidsstudies en eerste testen in Frankrijk waren positief. En nu zijn de testen in Utrecht gestart. In de huidige studie behandelen we ongeveer vijftig patiënten voor langere tijd en gebruiken zij het apparaat ook thuis’.

Samen met het team van het UMC Utrecht wordt met patiënten de veiligheid en effectiviteit van de Neokidney getest.De komende tijd wordt alles op alles gezet om de patiëntentesten in Nederland, België en Frankrijk en de CE-goedkeuring in Europa te realiseren, om nog investeerders te binden en zo snel mogelijk te starten met de introductie van de Neokidney bij Nederlandse patiënten.’

Obesitas

De helft van de volwassenen in Nederland heeft overgewicht.344 Bijna 14% van de volwassenen heeft ernstig overgewicht (obesitas). Van de kinderen tussen de 4 en 17 jaar heeft 16% overgewicht, van wie 3,5% ernstig. Zonder maatregelen van de overheid stijgt het aandeel volwassenen met overgewicht naar 62% in 2040. In het Nationaal Preventieakkoord is de ambitie uitgesproken om dit aandeel te laten dalen tot 38% of lager in 2040 en het aandeel kinderen met overgewicht naar 9,1%. De voedselomgeving speelt een belangrijke rol omdat die overwegend ongezond is (80% van de producten in de supermarkt staat niet in de Schijf van Vijf en 91% van het aanbod in de horeca past niet in de Schijf van Vijf). Daarom wordt er gewerkt aan wetgeving die gemeenten een optionele bevoegdheid geeft om ongezonde voedselaanbieders te weren op grond van gezondheid. Daarnaast loopt er ook een wetgevingstraject om marketing van ongezond voedsel gericht op kinderen aan banden te leggen.

GLP-1, of Ozempic, is voor mensen die door hun overgewicht in levensgevaar komen en onderdrukt je hongergevoel waardoor je minder eet. Dat maakt afvallen makkelijk, ook voor mensen die niet morbide obesitas zijn. Het gevaar van Ozempic is dat het een luie oplossing wordt. Als je zelf een calorietekort kan volhouden, hoe onplezierig dat ook is, dan is dat altijd de betere optie.  dat Ozempic kan bot- en spierafbraak veroorzaken en ook is het verloren gewicht vaak snel weer terug wanneer je stopt.
Bij het gebruik van Ozempic en vergelijkbare producten, hoort altijd het bewustzijn over leefstijl. Het enige wat het medicijn doet, is jou in een calorietekort laten zitten.
Als je niet weet wat daarvoor nodig is wanneer de honger weer terugkeert, dan zal het gewicht na GLP-1-gebruik vrijwel altijd weer terugkomen. En steeds afvallen en aankomen is niet goed voor je gezondheid. Gebruik GLP-1 niet zomaar. Het klinkt mooi, die makkelijke weg, maar doet niks wat jij zelf zou kunnen. Misschien zelfs met het risico op bijwerkingen. De enige bijwerking van een calorietekort is een knorrende maag.

Psychische ziekte

sinds 1990 is het aantal mensen met een psychische aandoening bijna verdubbeld. Vooral de hoeveelheid angststoornissen en depressies neemt de laatste jaren schrikbarend snel toe. Sinds 2019 steeg het aantal mensen met een depressie met ongeveer 24 procent. Angststoornissen namen zelfs met ruim 47 procent toe. Beide piekten in de jaren na de coronapandemie.

Volgens een grote studie in The Lancet leven inmiddels bijna 1,2 miljard mensen op de wereld met een psychische stoornis. Jongeren van 15 tot 19 jaar kampen het vaakst met mentale problemen, zoals angsten en depressies. De studie analyseerde gegevens uit 204 landen en regio’s tussen 1990 en 2023 en geldt daarmee als de meest uitgebreide analyse van de wereldwijde mentale gezondheidslast tot nu toe. De cijfers laten zien dat vrouwen wereldwijd zwaarder worden getroffen dan mannen. In 2023 leefden naar schatting 620 miljoen vrouwen met een mentale aandoening, tegenover 552 miljoen mannen. Ook de totale ziektelast lag bij vrouwen aanzienlijk hoger. Verklaringen zijn problemen als huiselijk geweld, seksueel misbruik, zorgtaken en structurele ongelijkheid.
In totaal waren psychische aandoeningen in 2023 verantwoordelijk voor 171 miljoen zogenoemde DALY’s: een internationale maat die zowel verloren levensjaren als jaren met ziekte of beperking meet. Daarmee vormen mentale stoornissen inmiddels de vijfde grootste ziektelast wereldwijd en de belangrijkste oorzaak van langdurige beperkingen. Meer dan 17 procent van alle jaren die mensen wereldwijd met een beperking leven, hangt samen met mentale problemen.

De stijgende trend weerspiegelt waarschijnlijk zowel de nasleep van pandemische stress als diepere structurele oorzaken zoals armoede, onzekerheid, geweld en afnemende sociale verbondenheid”. Overal is de mentale ziektelast toegenomen, maar de verschillen tussen landen zijn groot. Vooral welvarende regio’s zoals West-Europa en Australië en Azië scoren opvallend hoog. Nederland wordt samen met Portugal en Australië genoemd als een van de landen met de hoogste ziektelast door mentale aandoeningen. Ook in delen van Zuid-Azië en West-Afrika werden sterke stijgingen vastgesteld.  Psychische aandoeningen zetten gezinnen onder druk, verminderen arbeidsparticipatie en vergroten de druk op overheidsvoorzieningen en zorgsystemen.

Slechts ongeveer 9 procent van de mensen met een zware depressie krijgt een minimale vorm van behandeling. In negentig landen ontvangt minder dan 5 procent adequate zorg. Alleen in een klein aantal rijke landen, waaronder Nederland, Canada en Australië, krijgt meer dan 30 procent van de mensen een behandeling.

Prosopagnosie/gezichtsblindheid

Prosopagnosie ofwel gezichtsblindheid is een neurologische aandoening die het vermogen om bekende gezichten te herkennen zonder het zicht te belemmeren beïnvloedt. Het niet herkennen van het gezicht van een collega, een geliefde of zelfs je eigen gezicht komt voor. Sommige mensen ervaren dit dagelijks.
Mensen met prosopagnosie zien wel gelaatstrekken, maar hebben moeite om een persoon te herkennen, zelfs familieleden of goede vrienden. Sommigen hebben ook moeite om hun eigen spiegelbeeld te herkennen. Volgens het National Institute of Neurological Disorders and Stroke kan prosopagnosie vanaf de geboorte aanwezig zijn of ontstaan na een hersenbeschadiging die bepaalde hersengebieden aantast die betrokken zijn bij visuele herkenning.

Prosopagnosie kan zich in verschillende gradaties manifesteren. Sommige mensen ervaren slechts af en toe problemen, terwijl anderen zonder extra aanwijzingen geen enkel gezicht kunnen herkennen. Onderzoekers schatten dat de ontwikkelingsvorm van de stoornis tot wel 2% van de bevolking kan treffen, hoewel veel gevallen ongediagnosticeerd blijven. De getroffenen gebruiken vaak alternatieve strategieën om iemand te identificeren, zoals hun stem, loopstijl, de plek waar ze de persoon van kennen, of kapsel.

Gezichtsherkenning is afhankelijk van verschillende hersengebieden, met name de fusiforme gyrus, gelegen in de temporale kwab. Volgens studies gepubliceerd in het tijdschrift Brain speelt dit hersengebied een cruciale rol bij het herkennen van gezichten en het onthouden van onderscheidende kenmerken. Een verminderde functie in dit gebied kan leiden tot problemen met het onderscheiden van gezichten, zelfs wanneer het algehele gezichtsvermogen normaal is.

Prosopagnosie kan gevolgen hebben in het dagelijks leven, met name in sociale interacties. Mensen die eraan lijden, vermijden mogelijk bepaalde situaties uit angst de personen met wie ze praten niet te herkennen. Dit kan leiden tot misverstanden of gevoelens van sociale angst. Volgens Harvard Health Publishing ontwikkelen sommige mensen copingstrategieën, zoals het onthouden van opvallende kenmerken of het informeren van hun omgeving over hun problemen.

Er bestaat geen genezing voor prosopagnosie. Bepaalde benaderingen kunnen echter wel helpen bij het beheersen van de bijbehorende problemen. Cognitieve trainingsprogramma’s zijn bijvoorbeeld gericht op het verbeteren van gezichtsherkenning of het aanleren van alternatieve visuele hulpmiddelen. Specialisten benadrukken ook het belang van een accurate diagnose om beter te begrijpen hoe de stoornis werkt. 

Prosopagnosie is relatief onbekend bij het grote publiek. Vooruitgang in neurowetenschappelijk onderzoek verbetert ons begrip van de mechanismen die betrokken zijn bij gezichtsherkenning.

Schildklier aandoeningen

Een ziekte of aandoening van de schildklier wordt in het algemeen een schildklieraandoening of schildklierziekte genoemd. Omdat er veel verschillende varianten zijn, gebruikt men medisch gezien specifiekere termen op basis van de precieze oorzaak.

      • hypothyreoïdie: Een te traag werkende schildklier. De schildklier maakt te weinig hormonen aan;
      • Hyperthyreoïdie: Een te snel werkende schildklier. De schildklier maakt te veel hormonen aan;
      • Ziekte van Hashimoto: Een auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem de schildklier aanvalt, wat leidt tot een te trage schildklier;
      • Ziekte van Graves: Een auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem de schildklier opjaagt en leidt tot een te snelle schildklier of oogproblemen
      • Struma (of krop): Een vergroting van de schildklier, vaak zichtbaar als een verdikking in de hals;
      • Thryreoïditis: De medische term voor een ontsteking van de schildklier;
      • Schildkliernodus: Een knobbel in de schildklier, die goedaardig of kwaadaardig (schildklierkanker) kan zijn

Hoewel Graves en Struma twee verschillende aandoeningen zijn, kunnen ze wel tegelijk voorkomen. De ziekte van Graves kan er namelijk voor zorgen dat de schildklier gaat zwellen, waardoor je ook struma krijgt.

Wanneer een arts vermoedt dat de schildklier niet goed werkt, wordt er bloed geprikt om de schildklierwaarden te controleren. Hierbij wordt gekeken naar de unieke samenwerking tussen de hersenen en de schildklier via twee specifieke hormonen:

  • TSH (Schildklier Stimulerend Hormoon): Dit hormoon wordt gemaakt door de hersenen (de hypofyse). Het geeft de schildklier de opdracht om aan het werk te gaan.
    Normaalwaarde: Meestal tussen de 0,4 en 4,0 mU/L.
  • FT4 (Vrij T4): Dit is het daadwerkelijke, actieve schildklierhormoon dat door de schildklier zelf in het bloed wordt afgegeven.
    Normaalwaarde: Meestal tussen de 9 en 24 pmol/L.

De wisselwerking tussen deze twee waarden werkt als een thermostaat:

Bij een trage schildklier (Hypothyreoïdie): De schildklier maakt te weinig hormoon aan (FT4 is laag). De hersenen proberen de schildklier extra hard aan te jagen, waardoor ze heel veel stimuleringshormoon aanmaken (TSH is hoog).

Symptomen trage schildklier:

  • Vermoeidheid;
  • Gewichtstoename/moeite met afvallen;
  • Kouwelijkheid;
  • Droge huid;
  • Traagheid in denken en handelen;
  • Concentratie- en geheugenverlies;
  • Depressiviteit en somberheid;
  • Angstige gevoelens;
  • Spier- en gewrichtspijn;
  • Haaruitval;
  • Moeilijke stoelgang;
  • Hevige menstruaties

Bij een snelle schildklier (Hyperthyreoïdie): De schildklier maakt uit zichzelf te veel hormoon aan (FT4 is hoog). De hersenen grijpen in en stoppen met het aanjagen van de schildklier, waardoor de stimuleringswaarde zakt (TSH is laag of onmeetbaar.

Symptomen snelle schildklier

  • Vermoeidheid;
  • Gewichtsverlies (niet altijd/moeite met aankomen);
  • Het erg warm hebben/ makkelijk transpireren/klamme huid
    Onrustig zijn;
  • Verhoogde of onregelmatige hartslag;
  • Gevoelig voor geluid;
  • ‘Bollende’ of geïrriteerde ogen;
  • Struma in de hals;
  • Spierzwakte in armen en benen/slapte;
  • Haaruitval;
  • Diarree (niet constant);
  • Menstruatie wordt minder;
  • De juiste diagnose en behandeling;

Het vroegtijdig stellen van een diagnose kan veel leed voorkomen. De diagnose kan door de huisarts simpel worden vastgesteld op basis van een lichamelijk onderzoek en een bloedonderzoek. Bij milde symptomen is behandeling vaak niet nodig, maar bij ernstige klachten kan tijdelijk of permanent schildkliermedicatie worden ingezet. ‘Als je niks doet aan je schildklierklachten kunnen de tekorten aan hormonen oplopen en zal je conditie en energie verder achteruitgaan.

Trombose

Acht van de tien werknemers heeft klachten aan de lage rug, knieën of schouders. 77 procent van die klachten is werk gerelateerd. Rugklachten steken er met 60 procent met kop en schouders bovenuit, gevolgd door klachten aan de knieën (34 procent). De meeste werknemers hebben deze problemen al meer dan twee jaar.  Dat heeft ook te maken met een bepaalde levensstijl en het zittende bestaan.  Wanneer je langer dan vier uur in dezelfde houding hebt gezeten, loop je het risico op een trombosebeen. Bij trombose raakt het bloedvat verstopt door een bloedstolsel. Volgens de Trombosestichting krijgen ieder uur elf mensen ermee te maken. Dat komt neer op meer dan 100.000 Nederlanders per jaar. Een trombose kan in een ader en slagader van je lichaam voorkomen; de meest bekende vorm is een trombosebeen. Jaarlijks krijgen 18.000 Nederlanders met een trombosebeen te maken. Maar een longembolie, hart- en herseninfarct zijn ook voorbeelden van trombose. “Eén op de vier mensen overlijdt aan de directe of indirecte gevolgen van trombose.” “Bij het ontstaan van een bloedprop spelen drie verschillende factoren een rol. Vaak is er iets mis met de wand van een bloedvat.” Dat kan komen door een operatie, ongeval of op latere leeftijd door aderverkalking. Een tweede oorzaak is dat de samenstelling van het bloed verandert. Dat kan door hormonen bijvoorbeeld bij een zwangerschap of bij gebruik van de anticonceptiepil of door een infectie. “Een derde oorzaak is een verandering in de bloedstroom, door bijvoorbeeld te lang stilzitten of lang te liggen na een operatie.”Veel mensen herkennen de symptomen te laat. “Het kan iedereen overkomen, ook jongeren. Jonge vrouwen die bijvoorbeeld zwanger zijn of net aan de pil zijn, lopen een groter risico. Of jonge mannen die veel sporten, krijgen vaak te horen dat ‘het zal wel spierpijn zijn’.”Symptomen zijn: snel optredende zwelling van één been, zwaar gevoel of pijn in het been, rode of juist blauwachtige verkleuring van het been, lichte temperatuursverhoging, strakgespannen huid van het been (rood en glanzend met gestuwde oppervlakkige aderen). 
Klachten die minder vaak voor komen zijn: Wit been, zeer pijnlijk been, het gevoel een zweepslag te hebben in de kuit, Pijn in de benen bij lopen, die afneemt bij stilstaan.
Bij jongeren worden vaak de symptomen niet herkend. Kennis en voorlichting zijn zo belangrijk.”

Tuberculose (tbc)

Tuberculose is wereldwijd een van de meest voorkomende infectieziekten. In Nederland wordt 70-75% van de tbc-gevallen vastgesteld bij personen die in het buitenland geboren zijn. Personen uit landen waar tbc endemisch is, zoals delen van Afrika en Azië, lopen een verhoogd risico. Ondanks een effectief screeningsprogramma bij aankomst, kunnen logistieke uitdagingen bij grote migratiestromen de tijdige opsporing en behandeling bemoeilijken. De meeste tbc-gevallen zijn overigens niet besmettelijk, en het risico op verspreiding blijft relatief laag. Het aantal gevallen van tbc in Nederland is vorig jaar toegenomen. Dat meldt het RIVM. Bij 710 mensen werd de ziekte vastgesteld, 12 procent meer dan in 2022. Toen waren er 634 gevallen. In de wijk ’t Broek in Arnhem is bij verschillende mensen tbc vastgesteld. De eerste besmettingen zijn volgens de gemeente geconstateerd bij mensen die drugspanden in ’t Broek bezochten. De GGD is direct gestart met bron- en contactonderzoek om per patiënt te kijken met wie ze in contact zijn geweest. In het bron- en contactonderzoek is bij een aantal mensen tbc in een vroeg stadium ontdekt. Deze mensen worden momenteel behandeld door een arts. De belangstelling onder postcovidpatiënten voor behandeling met het verdovingsmiddel lidocaïne is groot en inmiddels staan enkele honderden mensen op de wachtlijst. Op dit moment worden er 20 patiënten behandeld. In januari begint een nieuwe groep van zo’n 50. Zij betalen de behandeling zelf, omdat de verzekering het niet vergoedt. Daarvoor is eerst aanvullend onderzoek naar de effectiviteit nodig. Het is een dilemma voor patiënten met postcovid: wachten tot een medicijn of therapie officieel is goedgekeurd, of op eigen kosten alvast beginnen met een behandeling waarvan het effect nog onzeker is. Een deel kiest voor dat laatste. Zo ondergaan sommige patiënten met postcovid (ook wel: longcovid) op eigen kosten een zuurstofbehandeling, soms met steun van crowdfunding. Zij moeten dit zelf betalen omdat de werking nog niet voldoende wetenschappelijk is onderbouwd. Datzelfde geldt voor lidocaïne. Dit middel wordt al jaren gebruikt als verdovings- en pijnstillend medicijn, maar recent is ontdekt dat het in een aangepaste vorm óók kan helpen tegen postcovid. Dat lidocaïne kan helpen tegen klachten van postcovid, werd ontdekt door artsen van Excellent Care Clinics, een zelfstandige pijnkliniek in Velsen-Noord. De kliniek deed een zogeheten observationeel onderzoek onder 103 ernstig zieke patiënten. 80 procent van hen meldde daarna verbetering. De behandeling is minder zwaar dan de zuurstofbehandeling. Het middel dient onder de huid te worden ingespoten en dit kan thuis.De eerste verkennende studie toont hoopvolle resultaten, maar aanvullend klinisch onderzoek is nodig. Bijvoorbeeld met een controlegroep die het middel niet krijgt, of een placebo. Want nu, zo luidt bijvoorbeeld de kritiek van hoogleraar moleculaire epidemiologie Marc Bonten, kan niet vastgesteld worden wat het normale beloop van klachten zou zijn geweest zonder behandeling. Anesthesioloog Cees-Jan Oostwouder van Excellent Care Clinics vindt dit geen reden om te wachten met de behandeling. “Het gaat om mensen die al 2,5 jaar ziek waren. Er is geen enkel vermoeden om aan te nemen dat onze patiënten vanzelf op zouden knappen.” Hij begrijpt dat het onderzoek vragen oproept en daarom heeft de kliniek een Q&A op de website geplaatst. Daar staat dat dertig deelnemers voortijdig stopten met het middel, maar dat zij wel in de studie zijn meegenomen. Stoppen betekent niet automatisch dat de behandeling geen effect had. “Sommige patiënten hadden prikangst of vonden het toedienen vervelend.” Patiëntengroepen denken verschillend over hoe er met de studie moet worden omgegaan. Er is vervolgonderzoek nodig om zeker te weten of lidocaïne een effectieve en veilige behandeling is voor long covid en welke (subgroepen van) patiënten het meeste baat hebben. De huisarts kan deze behandeling nu zelf niet voorschrijven.  Patiënten moeten het medicijn dus zelf betalen, op dit moment doen 20 mensen dat ook. Het middel kost 27 euro per keer. Omdat het meerdere keren per dag moet worden toegediend, is de behandeling kostbaar, ruim 3000 euro per maand. Het medicijn is nu nog duur, dat komt omdat het wordt gemaakt in kleine hoeveelheden in een ziekenhuisapotheek. Als je dit op grote schaal gaat produceren, zal de prijs zakken. Zorgverzekeraars Nederland laat weten dat een aanvraag voor de vergoeding van lidocaïne is ingediend. Deze aanvraag is in behandeling genomen. “Iedere beoordeling van een medicijn vergt een zorgvuldig traject en dat geldt ook voor deze toepassing met lidocaïne. Wij zullen, zoals gebruikelijk is, de aanvraag ook bij de beroepsgroep medisch specialisten toetsen. Zorgvuldigheid vraagt ook tijd, vervolgt de organisatie. “Wij realiseren ons dat het voor deze kwetsbare groep patiënten belangrijk is dat er duidelijkheid komt. Maar het is belangrijk dat het reguliere zorgvuldige proces ook voor de toetsing van dit medicijn wordt gevolgd. 

Vitiligo

Een huidaandoening waarbij pigmentcellen in de huid en soms in het haar worden vernietigd, waardoor witte, pigmentloze vlekken ontstaan.
Vitiligo ontstaat doordat het lichaam de pigmentcellen (melanocyten) aanvalt of vernietigt. De meest aannemelijke verklaring is dat het een auto-immuunziekte is, waarbij het afweersysteem de eigen pigmentcellen per vergissing als indringers ziet en afbreekt. Erfelijke factoren spelen ook een rol; in 20 tot 40 procent van de gevallen hebben familieleden ook vitiligo. Andere factoren die vitiligo kunnen uitlokken of verergeren zijn zonnebrand, huidschade, chemische producten, emotionele stress, operaties, zwangerschap of ernstige ziekten.
Het belangrijkste kenmerk van vitiligo zijn scherp afgelijnde witte vlekken op de huid en soms witte haren in de aangetaste zones. De vlekken kunnen op elk lichaamsdeel voorkomen, maar verschijnen vaak eerst op handen, gezicht, oksels, liezen, geslachtsdelen en rond de mond en ogen. Bij segmentale vitiligo blijven de vlekken meestal beperkt tot één lichaamsdeel en veranderen ze na verloop van tijd niet meer. Vitiligo veroorzaakt meestal geen lichamelijke klachten, maar kan psychosociaal belastend zijn, vooral bij zichtbare plekken.
Vitiligo wordt vaak vastgesteld door een arts op basis van het uiterlijk van de huid. Bij twijfel kan een huidbiopsie of bloedonderzoek worden uitgevoerd om andere aandoeningen uit te sluiten. Er bestaat geen specifieke bloedtest die vitiligo kan aantonen.
Er is momenteel geen genezing voor vitiligo, maar er zijn behandelingen die de pigmentatie kunnen verbeteren, afhankelijk van de locatie en ernst van de vlekken. Zelfzorgmaatregelen zijn onder andere het beschermen van de vitiligovlekken tegen de zon met zonnebrandcrème (minstens factor 30) of beschermende kleding, en het gebruik van make-up om de vlekken te camoufleren. Behandelingen worden meestal alleen gestart als de vlekken cosmetisch storend zijn.
Vitiligo kan emotioneel zwaar wegen. Veel mensen ervaren onzekerheid of sociale stress door de zichtbare vlekken, en kinderen kunnen gepest worden vanwege hun huidafwijking. Het is belangrijk dat patiënten steun krijgen en zich bewust zijn dat vitiligo niet besmettelijk is.

Virussen, parasieten, bacteriën (zie ook Zoonosen)

Bacteriën blijken allemaal een andere taal te spreken en dus kan geluidsherkenning van bacteriesoorten levens redden en een doorbraak betekenen in de strijd tegen antibioticaresistentie. Alijani universitair hoofddocent op de afdeling Precision and Microsystems Engineering van de TU Delft ontdekte al een paar jaar geleden dat bacteriën geluid maken en dat je daar gebruik van zou kunnen maken om snel te testen of een antibioticum aanslaat of niet. Gaat de bacterie dood, dan maakt hij geen geluid meer. Inmiddels weten de onderzoekers dat iedere bacteriesoort een eigen taal heeft. E. coli klinkt anders dan Klebsiella. De eerste klinkt als ‘ggggghhhhhhgggggg’, de tweede als ‘rrtttrtttrrrttttrrttrr’. Wat je hoort, zijn de metabolische activiteiten van de bacterie die ligt te ’trillen’ op een ultradun velletje grafeen, wat met een laser wordt gemeten.

Door machine learning-modellen los te laten op monsters uit de databases van de ziekenhuizen Erasmus MC in Rotterdam en Reinier de Graaf in Delft, kon het team vaststellen met welke bacteriën ze van doen hadden. Bovendien konden ze op basis van de bacteriegeluiden binnen een paar uur vertellen welke infecties de patiënten gehad hadden.

Dat is belangrijk, omdat één van de grootste uitdagingen bij een infectie het kiezen van het juiste antibioticum is. Bij het huidige proces van bacteriële diagnostiek moeten bacteriën op kweek gezet worden en is pas na 1 of 2 dagen duidelijk of medicijnen aanslaan of niet. Dat kan in geval van een antibioticaresistente bacterie het verschil betekenen tussen leven of dood.

 De nieuwe technologie staat snellere en effectievere medicatie toe. Artsen kunnen effectiever behandelingen starten en de kans op resistentie aanzienlijk verkleinen.

Alijani zette met zijn technologie het bedrijf Soundcell op, dat binnen een paar uur kan zeggen of een patiënt een bacteriële infectie heeft, om welk ‘beestje’ het precies gaat en welk antibioticum ertegen zal werken. En dat allemaal door te luisteren naar het geluid van de bacterie en dat te analyseren.

Apenpokken/Mpox

In Nederland is half oktober 2025 voor het eerst een besmetting vastgesteld met het mpox-virus. De (Zoönose) besmetting werd geconstateerd bij een man die niet recent in het buitenland was geweest en die niet gevaccineerd was tegen mpox.

Wel had hij seksueel contact met andere mannen. De patiënt is na de ontdekking in isolatie geplaatst. De GGD doet bron- en contactonderzoek. De voor Nederland nieuwe virusvariant, aangeduid als mpox-variant Clade 1b werd eerder ook vastgesteld in Spanje en de Verenigde Staten. Vooral bij mannen die seks hebben met andere mannen hebben is er een verhoogd risico. Tot het einde van dit jaar kunnen mensen in risicogroepen zich nog laten vaccineren. Sinds de uitbraak in 2022 zijn in Nederland ruim 1300 besmettingen  vastgesteld.

Volgens de WHO raakten vorig jaar al meer dan 14.000 mensen besmet met het virus en vielen er meer dan 500 doden. In Congo circuleren al meer dan tien jaar mpox-virussen, maar in 2024 is het aantal besmettingen en doden daar flink gestegen tot wel 1000 in 1 week. In hun laatste update over de uitbraak meldde CDC dat er dit jaar in twaalf Afrikaanse landen meer dan 21.300 vermoedelijke of bevestigde gevallen en 590 sterfgevallen zijn gemeld.

Frankrijk had eerder ook een eerste patiënt met de mpox Clade 1b variant gemeld. Het ging om een vrouw uit Bretagne die in contact was geweest met twee personen die in Centraal-Afrika waren geweest.  En nog eerder werd eind oktober 2024 in Engeland ook een besmetting geregistreerd met Apenpokken Clade Ib.

Er bleek geen link met de vorige vier gevallen die behoorden tot hetzelfde huishouden en die nu volledig hersteld zijn. De besmetting in het Engelse Leeds werd vastgesteld bij een persoon die uit Oeganda was teruggekomen. Er zijn veel besmettingen met variant Ib in de Democratische Republiek Congo (DRC), Burundi, Rwanda en Kenia.

In Canada is Clade Ib ook al opgedoken. Het ging om iemand in de Canadese provincie Manitoba die recent was teruggekomen van een reis. Apenpokken is nu al geconstateerd in Zweden, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Thailand, India, Pakistan, in de Verenigde Staten en in Nederland. Bij gehandicapteninstelling Lunet in Eindhoven werd in 2024 bij twee mensen Apenpokken (mpox) geconstateerd. Het ging om een besmetting op de woonlocatie Eckartdal.

In Nederland hebben zich tussen april 2022 en juli 2024 zo’n 1.300 besmettingen, het overgrote deel in 2022, met de mildere (Clade II) variant van het virus voorgedaan. Sinds voorjaar 2023 is het aantal besmettingen zeer beperkt. In 2024 zijn tot nu toe bijna twintig gevallen gemeld. In Zweden is de eerste besmetting met de nieuwe, gevaarlijkere variant van het apenpokkenvirus in augustus 2024 gemeld. Dat meldde de Zweedse gezondheidsautoriteit. 

Het ging hier ook om het type clade 1b. Ook deze patiënt was besmet geraakt in Afrika.  In Pakistan werden Clade 2 apenpokken geconstateerd bij drie mensen die vanuit de Verenigde Arabische Emiraten reisden.  Van een Clade2 infectie worden mensen niet heel erg ziek. Clade 1 is gevaarlijker. Volgens de Europese gezondheidsdienst ECDC raken meer mensen met die variant besmet en is er onder die groep een groter percentage ernstig zieken. China controleert mensen en goederen die het land binnenkomen controleren op Apenpokken (mpox).

De Afrikaanse volksgezondheidsorganisatie Africa CDC waarschuwt voor een forse uitbraak van mpox. De organisatie heeft het over een ‘continentale noodsituatie’. Het Deense bedrijf dat een vaccin tegen mpox maakt, wil de productie ervan opvoeren. Bavarian Nordic verwacht dit jaar 2 miljoen extra doses te kunnen leveren en 10 miljoen tegen het eind van 2025. Ook wil het bedrijf technologie delen met een aantal Afrikaanse fabrikanten om het vaccin ook in Afrika te kunnen produceren. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft de opmars van de nieuwe variant aangemerkt als een internationale noodsituatie.  Duitsland schonk 100.000 doses van het mpox-vaccin aan de Afrikaanse landen. De vaccins komen uit de voorraad van het Duitse leger.

Nederland zou 3 miljoen euro aan de WHO geven in plaats van het weggeven van de eigen voorraad, maar gaat nu toch 13.200 vaccins geven, nadat de Tweede Kamer het kabinet daar in een motie om had gevraagd. De vaccins gaan naar de Health Emergency Preparedness and Response Authority, een organisatie van de Europese Commissie. Die moet er vervolgens voor zorgen dat de vaccins op de juiste plek terechtkomen. Daarnaast schenkt Nederland 3 miljoen euro voor verdere inkoop en verspreiding van vaccins.

Er waren in april 2022 uitbraken van apenpokken in wel tien Europese landen. De meeste besmettingen komen voor in het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Portugal. Inmiddels zijn er per 22 juli 2022 al 16.000 gevallen in 75 landen, waarvan de meeste in Europa. In Afrika zijn er zeker 5 mensen aan overleden. De provincie Zuid-Kivu registreert ongeveer 350 nieuwe gevallen per week. Mpox, voorheen bekend als Monkeypox, is een zeldzame virusinfectie die zich verspreidt door intermenselijk contact en het meest voorkomt in West- of Centraal-Afrika.
Hoewel de ziekte normaal gesproken mild is, kan deze dodelijk zijn. Jonge kinderen, zwangere vrouwen en mensen met een verzwakt immuunsysteem lopen het grootste risico op een slechte afloop. In Nederland is bij 1.136 mensen, waaronder ook een kind apenpokken vastgesteld. Een deel van de Nederlandse mannen is bij het Darklands fetish festival in België geweest, dat eerder al werd aangemerkt als mogelijke brandhaard en vond plaats in Antwerpen van 4 tot 9 mei.
 
Een patiënt was in Spanje geweest en bleek zowel Corona, HIV als apenpokken te hebben. De uitbraken zijn tot dusver zeldzaam en ongebruikelijk zei de belangrijkste medische adviseur van de UK Health Security Agency (UKHSA), in een verklaring op maandag 16 mei 2022. Waar en hoe de infecties elders zijn opgelopen wordt nog onderzocht. Het aantal besmettingen per week liep half augustus terug naar 49 gevallen. Het apenpokkenvirus kent voor zover bekend twee stammen: de Congo-stam is vrij besmettelijk en ziekmakend en leidt in ongeveer in 10 procent van de gevallen tot sterfte. Sinds de eerste gevallen op 7 mei werden vastgesteld in landen buiten Afrika werden al vrij snel in 19 landen circa 131 gevallen geregistreerd.
Ook waren er nog eens 106 vermoedelijke gevallen. Daarnaast is er de West-Afrikaanse stam die wat minder besmettelijk en ziekmakend is en in ongeveer 1 procent van de gevallen dodelijk is. Op dit moment wordt aangenomen dat deze laatstgenoemde stam verantwoordelijk is voor de Britse infecties. Iemand die koorts, spierpijn, hoofdpijn, gezwollen klieren of vermoeidheid heeft en contact met een besmet iemand heeft gehad, wordt gezien als vermoedelijke patiënt. Dna-virussen zoals Apenpokken zijn veel stabieler en meer aangepast aan gastheren, rna-virussen zoals Corona en griep zijn veranderlijk, ‘wilder’ en veroorzaken daardoor epidemieën. Daarom is het opmerkelijk dat apenpokken opeens beter door mensen overgedragen lijkt te worden.
 
Apenpokken veroorzaken koorts, pijn in het lichaam, zorgt voor vergrote lymfeklieren en uit zich uiteindelijk in pokken, of pijnlijke, met vocht gevulde blaren op het gezicht, handen en voeten. Eén versie van Monkeypox is behoorlijk dodelijk en doodt tot 10% van de geïnfecteerde mensen. De versie die in het Verenigd Koninkrijk is aangetroffen, is milder. Hiervan is het sterftecijfer minder dan 1% en de aandoening gaat over het algemeen binnen twee tot vier weken over. Mensen krijgen apenpokken van dieren in West-Afrika of Centraal-Afrika en nemen het virus mee naar andere landen. Overdracht van persoon tot persoon is niet gebruikelijk, omdat het nauw contact met lichaamsvloeistoffen vereist, zoals sex, speeksel van hoesten of pus van de laesies. In het Verenigd Koninkrijk hebben 7 van de 8 gevallen echter geen betrekking op recente reizen naar Afrika, hebben die personen geen contact gehad met anderen waarvan bekend is dat deze naar Nigeria zijn gereisd. In de VS was de patiënt in Massachusetts niet recentelijk naar landen gereisd waar de ziekte voorkomt, maar heeft hij wel Canada bezocht. Het virus verspreid zich hoofdzakelijk via homoseksueel contact.
In 2019 keurde de Amerikaanse Food and Drug Administration het eerste vaccin tegen apenpokken goed, dat ook beschermt tegen pokken. De naam Apenpokken is eigenlijk onjuist en zou in plaats daarvan eigenlijk “knaagdierenpokken” moeten worden genoemd. De naam “apenpokken” komt van de eerste gedocumenteerde gevallen van de ziekte, in 1958, toen er twee uitbraken plaatsvonden in apenkolonies die voor onderzoek werden gehouden. Maar apen zijn geen grote dragers. In plaats daarvan blijft het virus waarschijnlijk bestaan in eekhoorns, ratten, slaapmuizen of andere knaagdieren. Besmetting gebeurd voornamelijk door een beet, krab of contact met de lichaamsvloeistof van het dier.
 
Dan kan het virus zich verspreiden naar andere mensen door hoesten en niezen of contact met pus uit de laesies. De laesies van apenpokken zijn vergelijkbaar met die van een pokkeninfectie. Maar het verspreidt zich niet erg goed tussen mensen en de infectiegraad is veel lager dan die van pokken. In veel gevallen verspreiden mensen het virus niet naar iemand anders. In meerderheid betreft het mannen die seks met andere mannen hebben gehad. In 2003 liftte Monkeypox mee met een lading dieren van Ghana naar Illinois. Verschillende ratten en eekhoorns testten positief op het virus en verspreidden het uiteindelijk naar prairiehonden die als huisdier werden verkocht in meerdere staten in het Midwesten. Zevenenveertig mensen kregen de ziekte van de prairiehonden. Iedereen herstelde. En niemand verspreidde de ziekte naar een andere persoon. Het virus infecteert waarschijnlijk al eeuwen, zelfs millennia naar mensen. Monkeypox is nauw verwant aan pokken. Ze zijn klinisch niet te onderscheiden en eeuwenlang hebben artsen waarschijnlijk apenpokken aangezien voor gewone pokken. Er zijn verschillende andere virussen die verband houden met pokken, waaronder koepokken en kameelpokken. In 2010 bleek dat de apenpokken sinds de jaren tachtig 14 keer zo groot waren in de Democratische Republiek Congo.
 
De incidentie steeg van minder dan 1 geval per 10.000 mensen tot ongeveer 14 gevallen per 10.000 mensen. Het normale pokkenvaccin werkt ook tegen apenpokken. Het is ongeveer 85% effectief (hoewel het pokkenvaccin enige veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Het is een levend virus en kan een dodelijke infectie veroorzaken bij mensen met een ernstig aangetast immuunsysteem. In de Democratische Republiek Congo zijn jaarlijks duizenden gevallen. Volgens een in februari gepubliceerde studie waren er in 2020 zelfs bijna 4.600 verdachte gevallen. Wetenschappers houden het virus en de uitbraken die zich voordoen nauwlettend in de gaten, vooral als het virus de overdrachtsroute lijkt te veranderen. De nieuwe uitbraken in Europa kan een teken zijn dat het virus is veranderd. Ziekte uit zich door pijnlijke blaasjes op de huid, al gaan die weg na uiterlijk 2-3 weken. De Europese Commissie heeft een contract gesloten met het Deense bedrijf Bavarian Nordic voor de aankoop van circa 110.000 vaccins tegen apenpokken.
 
De vaccins worden zo snel mogelijk verdeeld onder de EU-lidstaten, Noorwegen en IJsland. Bavarian Nordic levert binnen afzienbare tijd 109.090 vaccins aan de Europese Commissie. Die zullen verdeeld worden onder alle lidstaten, Noorwegen en IJsland. Nederland heeft al in 2019 zelf een strategische voorraad van zo’n 100.000 apenpokkenvaccins aangelegd. Officieel is er inmiddels sprake van een Public Health Emergency of International Concern (PHEIC). Ondanks dat er geen consensus was over de toekenning van een internationale noodtoestand. (Negen van de commissieleden waren tegen, zes voor) besliste directeur-generaal Tedros van de WHO dat deze classificering moest worden toegekend. Het is de eerste keer dat de beslissing om een PHEIC uit te roepen op een dergelijke manier is genomen. Volgens Tedros is doorslaggevend dat de uitbraak zich mondiaal snel verspreidt in landen waar het virus nog niet eerder voorkwam, via nieuwe transmissieroutes “waarover we nog te weinig begrijpen”. In Europa is volgens Tedros sprake van een hoog risico voor de volksgezondheid, in de rest van de wereld is het risico gematigd.
 
Toch heeft de Amerikaanse staat Californië de noodtoestand uitgeroepen. Het is na Illinois en de staat New York al de derde staat die dit doet. In de Verenigde Staten zijn er tot nu in totaal 5.810 besmettingen geteld. In Nederland zijn dat er 925. Per 100.000 inwoners heeft Amerika er 1,76. In New York is het aantal besmettingen het allerhoogst, ook hoger dan in Nederland. In april kreeg ook Stockholm te maken met een plotselinge toename van het aantal gevallen van apenpokken – ongeveer tien gemelde gevallen  zoals gerapporteerd door de Zweedse Volksgezondheidsdienst (Fohm). De infecties die zich in Zweden zelf hebben voorgedaan hebben vooral mannen getroffen die seks hebben met andere mannen.
 
Daarom worden personen die tot risicogroepen behoren dringend verzocht zich te laten vaccineren. Tot nu toe zijn in Zweden ruim 200 gevallen van apenpokken bevestigd, voornamelijk in 2022, toen de ziekte zich over Europa verspreidde. Sindsdien zijn 2.800 Zweden tegen deze infectie ingeënt.  Officieel wordt het virus op twee plaatsen bewaard: in de Verenigde Staten en Rusland. Er zijn echter aanwijzingen dat de voormalige Sovjet Unie een groot onderzoeksprogramma had naar het gebruik van pokken als biologisch wapen. Het is goed denkbaar dat ook andere landen en organisaties in het bezit zijn gekomen van het pokkenvirus of daar toegang toe hebben.
 
Wat introductie van pokken in een gevaccineerde populatie kan betekenen, illustreert de pokkenepidemie in 1972 in Joegoslavië. Ondanks routinevaccinatie in Joegoslavië infecteerde de indexpatiënt elf anderen. Gemiddeld infecteerden deze elf personen op hun beurt weer dertien anderen. Ook andere uitbraken in Europa vanaf 1958 lieten zien dat pokken zich explosief kan verspreiden. Waarschijnlijk zal het pokkenvirus zich nog sneller verspreiden in de huidige situatie, waarbij decennia lang niet meer gevaccineerd is.
De mate van bescherming van eerdere vaccinatie in de rest van de populatie is onbekend. Achter de schermen wordt rekening gehouden met het gebruiken van het virus als biologisch wapen door Rusland. In Duitsland werd 18 oktober 2024 een eerste besmetting met een nieuwe variant genaamd clade 1b vastgesteld. De variant gaat al langer rond in Afrika. De besmette persoon werd in het buitenland besmet. 

Mpox kent twee versies. Clade 1 komt oorspronkelijk uit Congo en omgeving en clade 2 uit West-Afrika. Die tweede variant ging twee jaar geleden rond in Europa. Die uitbraak trof vooral mannen die wisselende seksuele contacten met mannen hebben. In de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein raakten meer dan 22.000 mensen met die virusvariant besmet. Onder hen waren ongeveer dertienhonderd mensen in Nederland. Het is nog niet duidelijk of clade 1b dodelijker is dan eerdere varianten en hoe de verspreiding van het virus in Europa uitpakt. In Afrika overlijden relatief veel mensen na een besmetting, maar dat kan volgens virologen ook komen door andere gezondheidsrisico’s of een zwak zorgsysteem. De Europese gezondheidsdienst ECDC zegt dat het risico voor Europa heel laag is en dat beschikbare vaccins effectief zijn. Volgens het RIVM is in Nederland nog geen besmetting met clade 1b vastgesteld.

De WHO handhaaft Mpox bovendien als internationale gezondheidsnoodsituatie, omdat het aantal gevallen wereldwijd sinds begin 2024 verder is gestegen tot meer dan 21.000 bevestigde infecties en circa 70 doden, waarvan de meerderheid in Congo. De voortdurende gewapende conflicten in het oosten van het land ondermijnen de respons en belemmeren vaccinatie-inspanningen, waardoor ook andere ziekten zoals cholera en malaria moeilijker onder controle te houden zijn. Volgens gegevens van de Europese CDC zijn gevallen van Clade I nog steeds vooral geconcentreerd in Congo, maar ook aangetroffen in Oeganda, Burundi, Kenia, Tanzania en Rwanda. In de zomer van 2025 lijken de besmettingstrends in Congo en Oeganda te stabiliseren of zelfs licht af te nemen. Buiten Afrika gaat het tot nu toe vrijwel uitsluitend om sporadische en reisgerelateerde gevallen, zonder tekenen van bredere verspreiding in gemeenschappen.

Naast Scabies, polio, TBC, HIV en SOA’s zijn in Nederland tot nu toe al bijna twintig gevallen van Apenpokken gemeld, meegenomen vanuit Afrika. In Nederland hebben zich tussen april 2022 en juli 2024 zo’n 1.300 besmettingen, het overgrote deel in 2022, met de mildere (Clade II) variant van het virus voorgedaan.

Een Nederlandse viroloog is in de VS aangeklaagd voor het smokkelen van flesjes met gedeactiveerd mpox-virus vanuit Afrika en het daarover liegen op de luchthaven in Detroit. Ook een collega-onderzoeker uit Kameroen moet om dezelfde reden voor de rechter verschijnen. Dat melden een Amerikaanse rechtbank en de FBI. Het tweetal werd in januari tegengehouden op de luchthaven na een vlucht vanuit Parijs en een verblijf van negen dagen in de Republiek Congo. Volgens de FBI ontkende de Nederlander “stellig” dat hij biologische materialen of monsters mee terug naar de Verenigde Staten bracht.

Uit later onderzoek bleek dat de twee onderzoekers buisjes met gedeactiveerd mpox-virus bij zich hadden, aldus de FBI. Een virus wordt gedeactiveerd om het te kunnen onderzoeken, het kan zich dan niet vermenigvuldigen of een infectie veroorzaken. Toch nemen de autoriteiten de zaak hoog op. “Ze hebben onze wetten overtreden door virale ziekteverwekkers te smokkelen in een volgepakt commercieel vliegtuig vanuit een uitbraakgebied in de Republiek Congo. In de gerechtelijke stukken van de overheid wordt niet vermeld waarom de virologen het gedeactiveerde mpox-virus mogelijk naar hun laboratorium wilden meenemen. Wel zegt de FBI dat zij virologen zijn die uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar mpox. Het Amerikaanse laboratorium waar de Nederlander en zijn collega voor werken laat weten volledig mee te werken met de autoriteiten. Het wil verder niets kwijt omdat het onderzoek nog loopt.

Candidozyma auris

Een gevaarlijke schimmel verspreidt zich in Europese ziekenhuizen. In Nederland zijn de gevallen nog beperkt. Tot nu toe gaat het in Nederland om patiënten die de schimmel in het buitenland hebben opgelopen. Zij worden direct geïsoleerd en dat lijkt het nu binnen de perken te houden. In Nederland is er nog geen zelf verspreiding van mens tot mens ontdekt.

Candidozyma auris is een zeldzame schimmel die ernstige ontstekingen kan veroorzaken bij mensen met een verminderde afweer. Daarom vormt hij vooral een risico voor ziekenhuispatiënten. De schimmel kan heel snel resistent worden en dan is hij heel moeilijk te behandelen. De schimmel kan bovendien op medische apparatuur overleven.

Opvallend aan deze schimmel is dat hij overdraagbaar is van mens op mens en kan uitbraken veroorzaken.” Dit verklaart mede waarom de aantallen in Europa oplopen. In sommige landen lukt het de autoriteiten al niet meer om de verspreiding goed bij te houden, waarschuwt de Europese gezondheidsdienst ECDC.

Tussen 2013 en 2023 zijn er in de landen die bij het ECDC zijn aangesloten meer dan vierduizend infecties vastgesteld. Alleen al in het laatste jaar werden er 1.346 registraties gedaan, bijna een derde van het totaal. Dat laat zien hoe snel de aantallen toenemen. Het werkelijke aantal ligt volgens het ECDC waarschijnlijk hoger, omdat niet overal standaard wordt getest en artsen niet verplicht zijn om infecties te melden.

Spanje telt met 1.807 bevestigde gevallen de meeste infecties. Daarna volgen Griekenland (852), Italië (712) en Roemenië (404). In deze landen zijn er zoveel besmettingen dat de gezondheidsdiensten het onderscheid tussen verschillende uitbraken niet meer goed kunnen maken.&lt;/p>

In Nederland werden tussen 2013 en 2023 dertien infecties vastgesteld, waarvan zes in 2023. In 2024 waren dat er elf. Dus bijna een verdubbeling ten opzichte van 2023.

Dat de aantallen in Nederland nog laag zijn, betekent niet dat er geen risico is. De sterke toename in andere Europese landen maakt de kans groter dat we ook meer gevallen in Nederland krijgen. Daarom is het belangrijk alert te blijven. 

Het RIVM zegt de situatie nauwlettend in de gaten te houden. Ziekenhuizen wordt gevraagd infecties te melden en een stam van de schimmel op te sturen. Zo kan onderzocht worden waar een patiënt de infectie heeft opgelopen.

Ebola 

In de Democratische Republiek Congo (DRC) is het aantal vermoedelijke ebolabesmettingen opgelopen naar bijna 500 en ligt het aantal verdachte overlijdens op 80 (WHO). Bij 82 personen is besmetting met ebola bevestigd. Het International Rescue Committee (IRC) heeft de wereldwijde gemeenschap gewaarschuwd dat de huidige ebola-crisis qua dodelijkheid alle eerdere epidemieën zou kunnen overtreffen als er niet onmiddellijk wereldwijd wordt ingegrepen. Bovendien is de ziekte de grens overgegaan naar Oeganda, waar al één sterfgeval is gemeld onder zeven bevestigde gevallen. De opgegeven aantallen van andere instanties zijn veel hoger. De WHO heeft gewaarschuwd dat de uitbraak uiteindelijk zou kunnen uitgroeien tot de grootste ooit en  dat zonder krachtige maatregelen de uitbraak de omvang kan aannemen van de epidemie in 2014. Toen werden in West-Afrika meer dan 28.000 gevallen gemeld en vielen er meer dan 11.000 doden.

De huidige uitbraak wordt veroorzaakt door de Bundibugyo-variant. Voor de bekende ebola-varianten bestaan inmiddels effectieve vaccins, maar voor deze specifieke variant is er geen goedgekeurd vaccin of medicijn beschikbaar.

Er zijn drie verschillende virussen bekend die grote uitbraken van ebola kunnen veroorzaken: het ebolavirus, het Sudanvirus en het Bundibugyovirus.
Het gemiddelde sterftepercentage bij ebola ligt rond de 50%. Bij eerdere uitbraken varieerde dit percentage van 25 tot 90%.

Voor één van de virussen zijn momenteel goedgekeurde vaccins en behandelingen beschikbaar; voor de andere virussen zijn ze nog in ontwikkeling.
De bestrijding van een uitbraak berust op een pakket van interventies, waaronder intensieve ondersteunende zorg voor patiënten, infectiepreventie en -bestrijding, ziektebewaking en contactonderzoek, laboratoriumdiensten, veilige en waardige begrafenissen, vaccinatie indien relevant, en maatschappelijke mobilisatie.

Ebola wordt veroorzaakt door virussen die behoren tot het geslacht Orthoebolavirus van de familie Filoviridae. Tot nu toe zijn zes soorten Orthoebolavirussen geïdentificeerd, waarvan er drie bekend staan ​​om grote uitbraken te veroorzaken:
De eerste uitbraak van ebola vond plaats in 1976, het Sudan-virus in Nzara, in het huidige Zuid-Soedan en de andere het ebola-virus in Yambuku, in het huidige Democratische Republiek Congo. Deze laatste uitbraak vond plaats in een dorp nabij de Ebola-rivier, waaraan de ziekte haar naam dankt.
Hoewel er geregistreerde vaccins en therapeutische middelen zijn voor de ebolavirusziekte, is er geen goedgekeurd vaccin of behandeling voor andere ebola-ziekten, zoals SVD of BVD.

Men vermoedt dat fruitvleermuizen van de familie Pteropodidae natuurlijke gastheren zijn van het Orthoebolavirus. Het virus kan op de menselijke populatie terechtkomen wanneer mensen nauw contact hebben met het bloed, de afscheidingen, organen of andere lichaamsvloeistoffen van besmette dieren zoals fruitvleermuizen, chimpansees, gorilla’s, apen, bosantilopen of stekelvarkens die ziek of dood in het regenwoud worden aangetroffen.

Mensen kunnen met het virus besmet raken door direct contact (via een beschadigde huid of slijmvliezen) met een andere persoon: het bloed of de lichaamsvloeistoffen van een persoon die ziek is van of is overleden aan de ebolaziekte; en
Voorwerpen of oppervlakken die besmet zijn geraakt met lichaamsvloeistoffen (zoals bloed, ontlasting, braaksel) van een persoon die aan de ziekte leed of eraan is overleden.
Mensen kunnen de ziekte niet overdragen voordat ze symptomen hebben, en ze blijven besmettelijk zolang het virus in hun bloed aanwezig is.

Zorgmedewerkers zijn regelmatig besmet geraakt tijdens de behandeling van patiënten met ebola. Dit gebeurt door nauw contact met patiënten wanneer infectiepreventiemaatregelen niet strikt worden nageleefd.

De incubatietijd, oftewel de periode tussen infectie en het optreden van symptomen, varieert van 2 tot 21 dagen.

De symptomen van ebola kunnen plotseling optreden en omvatten koorts, vermoeidheid, algehele malaise, spierpijn, hoofdpijn en keelpijn. Deze worden gevolgd door braken, diarree, buikpijn, huiduitslag en symptomen van verminderde nier- en leverfunctie. Het is belangrijk dat zorgverleners alert zijn op deze symptomen.

Hoewel men vaak denkt dat bloedingen een veelvoorkomend symptoom zijn, komen ze minder vaak voor en kunnen ze later in het ziekteverloop optreden. Sommige patiënten kunnen inwendige en uitwendige bloedingen ontwikkelen, waaronder bloed in braaksel en ontlasting, bloedingen uit de neus, het tandvlees en de vagina. Ook bloedingen op de plaatsen waar naalden de huid hebben doorboord, kunnen voorkomen. De impact op het centrale zenuwstelsel kan leiden tot verwardheid, prikkelbaarheid en agressie.

Het kan klinisch lastig zijn om ebola te onderscheiden van andere infectieziekten zoals malaria, tyfus, shigellose, meningitis en andere virale hemorragische koortsen, omdat de symptomen in het beginstadium van de ziekte vergelijkbaar zijn.

Er zijn twee vaccins goedgekeurd: Ervebo (Merck & Co.) en Zabdeno en Mvabea (Janssen Pharmaceutica).
Zorgverleners moeten bij de verzorging van patiënten altijd de standaard voorzorgsmaatregelen nemen , ongeacht de vermoedde diagnose. Deze omvatten basisprincipes van handhygiëne, ademhalingshygiëne, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (om spatten of ander contact met besmet materiaal te voorkomen), veilige injectieprocedures en veilige en waardige begrafenisrituelen.

Zorgverleners die patiënten met een vermoedelijke of bevestigde ebola-infectie verzorgen, moeten extra infectiepreventiemaatregelen nemen om contact met het bloed en de lichaamsvloeistoffen van de patiënten en met besmette oppervlakken of materialen zoals kleding en beddengoed te voorkomen.

Monsters die van mensen en dieren worden afgenomen voor onderzoek naar een Orthoebolavirus-infectie, moeten worden behandeld door getraind personeel en verwerkt in daarvoor uitgeruste laboratoria.

Alle overlevenden, hun partners en families verdienen respect, waardigheid en mededogen. De WHO raadt isolatie van herstelde patiënten bij wie het bloed negatief is getest op orthoebolavirus niet aan. Overlevenden kunnen zowel klinische als psychische gevolgen ondervinden. De WHO moedigt getroffen landen aan om te overwegen een zorgprogramma op te zetten ter verlichting van de gevolgen, ter ondersteuning van de re-integratie in de gemeenschap, met begeleiding en biologische tests.

Het is bekend dat orthoebolavirussen bij sommige mensen die hersteld zijn, kunnen blijven bestaan ​​op immuunbevoorrechte plaatsen. Deze plaatsen omvatten de testikels, de binnenkant van het oog en de hersenen. Een terugval met symptomatische ziekte zonder herinfectie bij iemand die hersteld is van ebola is zeldzaam, maar is wel gedocumenteerd. De redenen voor dit fenomeen zijn nog niet volledig duidelijk.

Overdracht van het ebolavirus via besmet sperma is gedocumenteerd tot wel vijftien maanden na klinisch herstel. Om het risico op deze overdracht te beperken, dient een spermaonderzoeksprogramma te worden ingevoerd om:

Het aanbieden van begeleiding aan mannelijke slachtoffers en hun seksuele partners om hen te informeren over de mogelijke risico’s en hen te ondersteunen bij het naleven van veilige seksuele praktijken (waaronder het verstrekken van condooms en goede hand- en persoonlijke hygiëne);
bieden maandelijks spermaonderzoek aan totdat ze twee opeenvolgende negatieve testresultaten hebben behaald; en
Na twee opeenvolgende negatieve tests kunnen overlevenden veilig hun normale seksuele activiteiten hervatten met een minimaal risico op virusoverdracht.
Bij gebrek aan een programma voor spermaonderzoek dienen mannelijke overlevenden gedurende 12 maanden veilige seksuele praktijken te volgen.

Het orthoebolavirus kan aanwezig blijven in de placenta, het vruchtwater en de foetus van vrouwen die tijdens de zwangerschap besmet raken, en in de moedermelk van vrouwen die borstvoeding geven en met het virus besmet zijn. Zorgprogramma’s voor overlevenden moeten ook zorg bieden aan zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven na hun herstel.

Een groep jongeren heeft in mei 2026 al drie keer in Congo een ziekenhuis bestormd waar ebola-patiënten worden verpleegd.  De woedende menigte eist in de stad Mongbwalu dat de hulpverleners lichamen van overleden geliefden aan hen zouden overdragen. Daarbij werd ook geschoten.  De lichamen van overleden ebola-patiënten mogen niet worden vrijgegeven omdat juist die hoogst besmettelijk kunnen zijn. De afgelopen tijd worden slachtoffers daarom begraven door hulpverleners in beschermende pakken. Om familieleden op afstand te houden worden vaak ook bewapende beveiligers ingezet bij begraafplaatsen. 21 mei werd er ook al brand gesticht bij een opvangtent voor ebola-patiënten in de plaats Rwampara. Ook hier eisten rouwende nabestaanden lichamen op. Twee dagen later werd er een tent in brand gestoken. Daarbij wisten achttien mogelijke ebola-patiënten weg te komen. Zij zijn nog niet teruggevonden.

Voorzitter Tedros Ghebreyesus van wereldgezondheidsorganisatie WHO erkent dat er in de Congolese samenleving veel wantrouwen heerst richting hulpverleners. Onzekerheid en angst voeden volgens hem het wantrouwen in de maatschappij. Volgens Tedros is het cruciaal om een alomvattende gezondheidsaanpak te leveren. Niet alleen is er noodhulp nodig tijdens een ebola-uitbraak er zijn ook langlopende gezondheidsprojecten nodig als kraamzorg, de bestrijding van ondervoeding en vaccinaties.

Dat wordt allemaal bemoeilijkt door de burgeroorlog die heerst in het gebied in Oost-Congo waar ebola is uitgebroken. Het regeringsleger vecht hier al jaren tegen zowel islamitische terreurgroepen als de M23-rebellen die door Rwanda gesteund worden. Tedros: “Bijna vijf miljoen mensen leven hier in een conflictgebied. Die onrust maakt bestrijding van het virus veel lastiger. Niet alleen zijn er veel hulpverleners gevlucht, onder de ontheemden is bron- en contactonderzoek haast onmogelijk bij nieuwe gevallen.

Het Rode Kruis zich zorgen over de dodelijke besmetting van drie vrijwilligers, die mogelijk al eind maart blootgesteld waren. Zij hadden het virus waarschijnlijk opgelopen door contact met overleden patiënten bij een gezondheidsproject dat niets met ebola te maken had. 

Gordelroos

1 op de 5 mensen krijgt ooit te maken met gordelroos of zona, een jeukende huiduitslag met witte blaasjes op die voor erge zenuwpijn kan zorgen. Wanneer je als kind windpokken hebt gehad, ben je drager van het ‘varicella zoster virus’ (VZV). De ziekte breekt uit door bijvoorbeeld een verzwakt immuunsysteem of simpelweg door ouderdom. Gordelroos of zona is een jeukende huiduitslag die op 1 kant van het lichaam voorkomt en hevige zenuwpijn kan veroorzaken. Van maandag 24 februari tot zondag 2 maart 2025 is het ‘Gordelroos Bewustwordingsweek’. Het is de 3e keer dat de Nederlandse patiëntenbonden dit initiatief opstarten. Het varicella zoster virus is een ‘slapend’ virus. Nadat je genezen bent van de windpokken, blijft het levenslang in jouw lichaam. Het nestelt zich in de zenuwcellen dicht bij het ruggenmerg of de schedel. Die staan rechtstreeks in contact met de huidcellen. Het virus ontwaakt meestal op latere leeftijd wanneer ons immuunsysteem verzwakt, maar ook op jongere leeftijd kan je zona krijgen: stress en zware vermoeidheid kunnen mogelijke triggers zijn voor een verminderde weerstand. Zona is dus een reactivatie van een oudere infectie. Als het virus ‘ontwaakt’, verspreidt het zich via de zenuwbanen naar de huid en ontstaat er een rode, bandvormige huiduitslag. Dat die uitslag aan 1 kant van je lichaam blijft, is omdat het virus zich verspreidt in het gebied dat tot die zenuw behoort. Zona is dus – in tegenstelling tot de windpokken – een lokale infectie: de huiduitslag bevindt zich zelden of nooit over het hele lichaam, maar meestal op de romp, de armen en het gezicht. Die rode plekken zijn eigenlijk rode ‘bobbeltjes’, die later witte blaasjes worden. Het vocht van die blaasjes, is erg besmettelijk. Als ze zijn opgedroogd en een korstje hebben, ben je niet meer besmettelijk. Dat duurt meestal zo’n 1 à 2 weken. Gordelroos veroorzaakt vooral hevige jeuk en pijn op de besmette plaatsen. Doordat het virus de zenuwen aantast, kan je tintelingen of branderigheid ervaren. Die pijn vertrekt vanaf de plaats van de besmetting en straalt verder uit. Je kan de branderigheid zelfs al voelen voordat de huiduitslag zichtbaar is. De huiduitslag verdwijnt na 2 tot 6 weken, maar je kan daarna nog steeds klachten hebben. Volgens Van Gucht heeft gemiddeld 20 procent van de mensen die zona hebben gehad, nog maandenlang hevige zenuwpijn. Dat heet postherpetische pijn, een chronische pijn na de infectie doordat de zenuw beschadigd is. “Hoe vroeger je die letsels kan behandelen met een antiviraal geneesmiddel, hoe kleiner de kans dat je zenuwschade oploopt en dus chronische pijn krijgt”. Sinds 2022 is er een nieuw vaccin op de markt: het Shingrix-vaccin. Het vaccin vermindert de kans om het virus te heractiveren. Daarnaast vermindert het ook de kans op verdere complicaties, zoals die aanhoudende zenuwpijn. Het Shingrix-vaccin wordt vooral aangeraden aan personen vanaf 60 jaar, maar er zijn enkele uitzonderingen. “Op jongere leeftijd kan je ook het vaccin krijgen, maar enkel als je in een risicogroep zit. Anders is het vooral bedoeld voor oudere mensen. Ook personen die erg ziek zijn, lopen een hoger risico op gordelroos. Vooral bij kankerpatiënten is het belangrijk om aandacht te brengen over de mogelijke gevolgen van zona, vertelt oncoloog Willem Lybaert. 6 op de 10 kankerpatiënten krijgt echter te maken met een opflakkering van het virus. Daarom is het belangrijk om te vaccineren bij het begin van de kankerbehandeling.

HMPV

HMPV circuleert in China en verspreid zich erg snel , met name onder kinderen in noordelijke provincies. Het virus kan mogelijk India bereiken en hiermee een nieuwe andere pandemie vergelijkbaar met dat van Covid-19 kunnen veroorzaken. Het virus leidt al tot een grote toename van ziekenhuisopnames. De American Lung Association ontdekte het HMPV-virus voor het eerst in 2001 in Nederland en identificeert het als een belangrijke oorzaak van acute luchtweginfecties. Volgens studies verspreidt HMPV zich meestal via nauw contact met geïnfecteerde personen (dit kan zijn door direct contact met de besmette luchtwegafscheidingen van de geïnfecteerde persoon of door het aanraken van besmette oppervlakken). De Indiase gezondheidsdienst heeft kennis genomen van de situatie en heeft een verklaring uitgegeven waarin staat dat er op dit moment niets is om je zorgen over te maken en dat India nog geen gevallen van het virus heeft gemeld. Een topfunctionaris van de technische kennisbank van het land over medicijnen zei tegen de media: “Er is geen reden tot paniek over de verspreiding van het HMPV-virus “. Hij voegde eraan toe dat er geen specifieke antivirale behandeling is voor HMPV, dus preventie is de sleutel tot het beheersen van de verspreiding ervan. Er bestaan nog geen vaccins tegen dit type griepvirus.

De Hanta 

Een de Hanta infectie is een zeldzame maar potentieel ernstige ziekte die wordt veroorzaakt door hantavirussen, een groep RNA-virussen die voornamelijk worden overgedragen via knaagdieren. Mensen raken meestal besmet door het inademen van virusdeeltjes uit opgedroogde urine, uitwerpselen of speeksel van geïnfecteerde dieren, vaak in stoffige omgevingen zoals schuren, kelders of opslagruimtes.

Er bestaan verschillende klinische vormen, afhankelijk van het type virus en de geografische regio. In Europa en Azië komt vooral hemorragische koorts met renaal syndroom voor, gekenmerkt door koorts, hoofdpijn, buikklachten en soms nierfunctiestoornissen. In Noord- en Zuid-Amerika wordt vaker het hantavirus pulmonair syndroom gezien, een ernstigere variant die leidt tot acute ademhalingsproblemen en een relatief hoge sterfte.

De incubatietijd varieert meestal van één tot vijf weken. Vroege symptomen zijn aspecifiek, zoals koorts, spierpijn en vermoeidheid, waardoor de diagnose in het begin lastig kan zijn. Naarmate de ziekte vordert, kunnen ernstigere complicaties optreden, afhankelijk van het type infectie.

Er bestaat geen specifieke antivirale behandeling die algemeen effectief is tegen hantavirussen; de zorg is voornamelijk ondersteunend en gericht op het stabiliseren van de patiënt, bijvoorbeeld met zuurstoftherapie of dialyse bij nierfalen. Vroege herkenning en medische zorg verbeteren de prognose aanzienlijk.

Preventie richt zich op het vermijden van contact met knaagdieren en hun uitwerpselen. Dit omvat het goed ventileren en bevochtigen van stoffige ruimtes voordat ze worden schoongemaakt, het afdichten van gebouwen tegen knaagdieren en het zorgvuldig opslaan van voedsel.

Hoewel hantavirusinfecties zeldzaam zijn in Nederland, worden ze sporadisch gemeld, meestal in verband met blootstelling aan wilde knaagdieren zoals woelmuizen. De kans op besmetting blijft laag, maar bewustzijn van de risico’s en preventieve maatregelen is belangrijk, vooral voor mensen die in landelijke of bosrijke gebieden werken of verblijven. Twaalf medewerkers van het Radboudumc in Nijmegen moesten direct voor zes weken in quarantaine nadat er procedurefouten bleken te zijn gemaakt bij  de behandeling van een van de hantapatiënten van het cruiseschip Hondius, waar drie mensen aan boord overleden aan het virus. De procedurefouten werden gemaakt bij de verwerking van afgenomen bloed en de afvoer van de urine van de patiënt. De patiënt werd begin mei opgenomen. Later bleek dat er toch meer mensen aan boord van het cruiseschip besmet waren. Tot 11 mei benadrukten de autoriteiten nog dat geen van de opvarenden, die al dagenlang het schip niet mochten verlaten, symptomen van besmetting vertoonden.

Kissing bugs en Chagas-ziekte

In de Verenigde Staten worden naar schatting ruim 300.000 mensen getroffen door Chagas-ziekte, een infectie veroorzaakt door de parasiet Trypanosoma cruzi. Deze parasiet wordt overgedragen door de Triatominae insecten, ook wel “kissing bugs” of vampier, of kegelbestjes of kappersinsecten genoemd. De bloedzuigende insecten kwamen eerst alleen voor in Latijns-Amerika maar bevolken inmiddels ook 32 Amerikaanse staten. In Los Angeles zijn er al 45.000 slachtoffers. Slechts 2% van de besmette mensen weet dat ze de parasiet bij zich dragen. De insecten bijten mensen om bloed te krijgen en leggen daarna uitwerpselen in de wond. Door krabbe, of via de mond of ogen kun je dan besmet raken, doordat de parasieten in de bloedbaan terecht komen. De ziekte kan zelfs leiden tot een plotselinge dood of een hoge bloeddruk gerelateerd nierziekte. De ziekte is endemisch wat betekent dat de ziekteverwekker blijvend voorkomt in een bepaald gebied of bij een bepaalde bevolking. Het gaat dus niet om een ziekte die van buitenaf wordt ingevoerd, maar om besmettingen die lokaal steeds opnieuw kunnen ontstaan en in stand worden gehouden. Hoewel de meeste besmettingen in de VS het gevolg zijn van infecties die in Latijns-Amerika zijn opgelopen, zijn er ook enkele tientallen gevallen van lokale overdracht bevestigd. Chagas-ziekte verloopt vaak jarenlang ongemerkt, maar kan ernstige hart- en darmproblemen veroorzaken. Vroege diagnose en behandeling zijn belangrijk om complicaties te voorkomen. In Nederland komen kissing bugs niet voor en is er geen sprake van lokale overdracht. De ziekte uit zich door braken, lichaamspijn, koorts, diarree en vermoeidheid. 20% van de patiënten ontwikkelt ernstige spijsverterings- en hart problemen. mensen die naar Mexico, Zuid-Amerika of Midden Amerika reizen doen er goed aan zich te laten testen als ze hartproblemen ervaren. Geschat zijn er wereldwijd 7 miljoen mensen besmet geraakt wat leid tot 10.000 sterfgevallen per jaar. De besmetting kan ook plaatsvinden door bloedtransfusies, orgaantransplantaties. De insecten verstoppen zich tussen rotsen, in kippenhokken, in knaagdiernesten en dierenholen, maar ook achter pleisterwerk in woningen of waar huisdieren slapen rond bedden en in slaapkamers of in de buurt van matrassen of nachtkastjes.

Marburgvirus

In Duitsland zijn op het treinstation van Hamburg twee mogelijke met het dodelijke Marburgvirus besmette passagiers uit een intercity gehaald. Het gaat om een 26 jaar oude geneeskundestudent en zijn vriendin, die net terug waren uit Rwanda. De student was eerder op de dag teruggekomen uit Rwanda, waar hij contact had gehad met een patiënt die positief werd getest op het virus. Samen met zijn vriendin reisde hij van het vliegveld van Frankfurt met de trein naar Hamburg. Hij zou zich onderweg grieperig hebben gevoeld en daarom de hulpdiensten hebben ingeschakeld.
Rwanda meldde vorige week zes doden en twintig besmettingen waaronder personeel van de intensive care afdeling. De uitbraak met het zeer dodelijke virus is een van de grootste in de laatste tientallen jaren voor Rwanda. Het zeer dodelijke Marburgvirus is overdraagbaar van mens tot mens via lichaamsvloeistoffen. Het verspreidt zich dus niet door de lucht. Het marburgvirus is een zogenoemde virale hemorragische koorts, net zoals ebola. Het is een besmettelijke ziekte waar mensen erg ziek van worden en aan dood kunnen gaan. De klachten zijn hetzelfde als voor het ebolavirus. De bron van het virus is een dierreservoir, het is een zoönose. In 2006 werd bekend dat een buitenproportioneel groot aantal lijders was geassocieerd met grotten en mijnen, wat deed vermoeden dat de natuurlijke gastheer van het virus in een dergelijke omgeving zou moeten leven. Een team van onderzoekers uit de Verenigde Staten en Gabon ontdekte het virus kort daarna in de fruitetende vleermuizensoort Nijlroezet (Rousettus aegyptiacus).  Het aantal officieel vastgestelde besmettingen in Congo is 82 en in Uganda 2. Zeven mensen in Congo zouden pas overleden zijn aan het virus. In Uganda zou het gaan om één geregistreerd sterfgeval. WHOtopman Tedros schrijft echter dat het aantal verdachte sterfgevallen is opgelopen tot 177, laat  vandaag(opent in nieuw venster) weten. Ook zijn er 750 vermoedelijke besmettingen.

Meningokokken

Meningokokkenziekte zijn bacterien die een ernstige infectie die hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging kunnen veroorzaken. Vooral jonge kinderen onder de 5 jaar en jongeren tussen de 15 en 24 jaar lopen risico op de aandoening. Meningokokken leven vaak onschuldig in de neus en keel van mensen, waarbij ongeveer 10% van de bevolking drager is zonder klachten. De bacterie wordt via de lucht overgedragen, bijvoorbeeld door hoesten, niezen of nauw contact, en verspreidt zich sneller in drukke of gesloten omgevingen zoals scholen, discotheken of kazernes. Hoewel iedereen de infectie kan oplopen, lopen jonge kinderen en adolescenten een hoger risico.
Meningokokken kunnen twee ernstige vormen van ziekte veroorzaken:

  • Meningitis: ontsteking van de hersenvliezen, met symptomen zoals hoge koorts, sufheid, nekstijfheid en huidvlekjes;
  • Sepsis: bloedvergiftiging, die snel kan leiden tot levensbedreigende situaties.

De ziekte kan binnen enkele uren ernstig worden en vereist directe medische behandeling. Ongeveer 10% van de geïnfecteerden overlijdt en 20% houdt blijvende beperkingen zoals gehoor- of zichtproblemen, leermoeilijkheden of orgaanschade er aan over. Vaccinatie is de belangrijkste preventieve maatregel. In Nederland is vaccinatie tegen meningokokken B niet standaard in het Rijksvaccinatieprogramma opgenomen, maar kan tegen betaling buiten het programma om worden verkregen. Specifieke risicogroepen kunnen de vaccinatie via de zorgverzekering declareren. Daarnaast kan antibiotische profylaxe worden gegeven aan mensen die nauw contact hebben gehad met een patiënt. Meningokokkenziekte is zeldzaam, maar ernstig. Neem bij symptomen zoals hoge koorts, sufheid, nekstijfheid of huidvlekjes direct contact op met een huisarts. Het is belangrijk alert te zijn, vooral bij kinderen en jongeren, omdat de ziekte snel kan verergeren.

In het Verenigd Koninkrijk geraakten 29 Britten in ziekenhuis door meningokokken en zijn er duizenden aan de antibiotica
De Gezondheidsraad stelt dat het aantal besmettingen in Nederland momenteel nog relatief laag is. In 2025 ging het om 26 gevallen bij jonge kinderen en 32 gevallen onder adolescenten. In beide groepen werd één sterfgeval geregistreerd. Volgens de raad is onzeker in welke mate vaccinatie deze ziektegevallen kan voorkomen. Tegelijkertijd kan het beschikbare vaccin relatief vaak hoge koorts veroorzaken bij jonge kinderen. In sommige gevallen leidt dat bij zeer jonge kinderen zelfs tot ziekenhuisopname.

Daar komt bij dat voor volwassenen niet bekend is of bescherming door vaccinatie lang genoeg aanhoudt en dat het vaccin geen groepsbescherming geeft. De Gezondheidsraad adviseert dan ook om de vaccinatie tegen meningokokken B voorlopig niet op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma. Volgens de raad weegt de mogelijke gezondheidswinst op dit moment niet op tegen de nadelen van het vaccin.

Norovirus

Het norovirus veroorzaakt buikgriep en is erg besmettelijk. Je  kunt daarbij last krijgen van diarree, misselijkheid, overgeven, koorts, hoofdpijn en buikpijn.
Vooral jonge kinderen, ouderen en mensen met een slecht afweersysteem of andere ziekte kunnen erg ziek worden van het virus. Daarbij lopen zij een groter risico op uitdroging. Per jaar krijgen ongeveer 900.000 mensen het virus.
Honderden opvarenden van een cruiseschip moesten 13 mei 2026 in quarantaine geplaatst vanwege de uitbraak van het norovirus. De Ambition, een schip uit de cruisevloot van The Ambassador Line moest voor anker blijven liggen bij Bordeaux. Eén passagier is overleden. Zo’n vijftig anderen hebben symptomen van het besmettelijke virus dat buikgriep veroorzaakt. 
Het komt maar zelden voor dat mensen overlijden aan dit virus. De passagier die aan boord van het cruiseschip is overleden, was 90 jaar oud.
Enkele dagen eerder werden door een uitbraak van het norovirus ook 115 mensen aan boord van een Amerikaans cruiseschip ziek, onder wie 13 bemanningsleden. Het schip, de Caribbean Princess, was van Florida onderweg naar de Bahama’s.

Respiratoir Syncytieel Virus (RSV) 

In Nederland heerst het RS-virus. Huisartsen van de Nivel peilstations namen bij een deel van hun patiënten met luchtwegklachten keel- en neusmonsters af. In 8 (42%) van deze 19 monsters werd RS-virus gevonden, in 3 monsters (16%) para-influenzavirus en in 2 monsters (11%) werd griepvirus gevonden. 

Vanaf september 2025 kunnen baby’s in Nederland voor het eerst een enting krijgen tegen het respiratoir syncytieel virus (RSV). Het virus veroorzaakt luchtweginfecties die vooral voor jonge baby’s gevaarlijk kunnen zijn. Jaarlijks worden tussen de 1.500 en 3.000 baby’s in Nederland opgenomen in het ziekenhuis door RSV. 
De enting is geen vaccin, maar een immunisatie die antistoffen bevat tegen RSV. Bij een klassiek vaccin moet het lichaam zelf antistoffen aanmaken tegen een virus. Dat kan bij baby’s soms onvoldoende bescherming geven, vooral in de eerste weken of maanden van hun leven, wanneer ze het meest kwetsbaar zijn voor RSV. Daarom krijgt de baby kant-en-klare antistoffen via een injectie. Deze antistoffen werken meteen en bieden bescherming gedurende ongeveer zes maanden, precies tijdens de periode dat het risico op ernstige ziekte het hoogst is. Het is dus een soort directe bescherming, terwijl een traditioneel vaccin meer tijd nodig heeft om een reactie op te bouwen. De antistoffen beschermen de baby vrijwel direct en blijven ongeveer zes maanden actief. Het is eenmalig en wordt aangeboden aan baby’s die zijn geboren na 1 april 2025. Afhankelijk van de geboortedatum krijgen baby’s de prik binnen twee weken na de geboorte of in september of oktober
De prik wordt gegeven via het consultatiebureau en is onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma. In andere Europese landen heeft het gebruik van deze immunisatie geleid tot een daling van het aantal ziekenhuisopnames door het RS-virus met 80%. Ouders ontvangen informatie over de prik via hun verloskundige, het consultatiebureau of het RIVM. De enting wordt toegediend in de bovenbeenspier van de baby. RS is een viraal respiratoir infectievirus dat vooral de neus, keel en longen aantast. Bij volwassenen veroorzaakt het meestal milde verkoudheidsverschijnselen. Symptomen bij zuigelingen en jonge kinderen: loopneus, hoesten, piepende ademhaling, koorts, moeite met ademhalen, soms bronchiolitis (ontsteking van de kleine luchtwegen) of longontsteking en bij ouderen of risicogroepen: verergering van bestaande long- of hartproblemen, ernstige luchtweginfecties. De infectie is zeer besmettelijk en verspreid zich via druppels in de lucht of direct contact met besmette oppervlakken. (Incubatietijd: 4–6 dagen) Prematuren en baby’s jonger dan 6 maanden lopen risico net als oudere volwassenen, of mensen met chronische hart- of longziekten of een verzwakt immuunsysteem. Er bestaat geen specifieke antivirale medicatie voor de meeste mensen. Het toedienen van vocht, zuurstof indien nodig en koortsbestrijding zijn de enige remedie. Ernstige gevallen kunnen ziekenhuisopname vereisen, vooral bij jonge kinderen. Vaccins bestaan nog beperkt, maar er is nieuw onderzoek naar vaccins en antivirale middelen. RSV is wereldwijd de meest voorkomende verwekker van een onderste luchtweginfectie bij jonge kinderen.  Een primo-infectie bij jonge kinderen kan ernstig verlopen met bronchiolitis of pneumonie. Bij prematuren en zuigelingen van een aantal weken oud kan een RS- virusinfectie zich aspecifiek presenteren met lethargie, voedingsproblemen en apneu. RSV-bronchiolitis is de meest voorkomende oorzaak van ziekenhuisopname van zuigelingen en jonge kinderen, veelal betreft het kinderen jonger dan 3 maanden.  Ongeveer 22% van alle kinderen <1 jaar in Nederland komt bij hun huisarts vanwege RSV en 1 tot 2% van alle kinderen wordt in hun eerste levensjaar opgenomen in het ziekenhuis vanwege een ernstige RSV-infectie. Ongeveer 5% hiervan wordt behandeld op de PICU. Het grootste deel van deze kinderen (73%) is gezond en voldragen geboren.  Herinfecties komen vaak voor, soms zelfs jaarlijks. Deze herinfecties verlopen over het algemeen mild: asymptomatisch, bovenste luchtweginfectie of tracheobronchitis. De Gezondheidsraad (GR) adviseerde om op zo korte mogelijke termijn alle kinderen onder de 1 jaar te beschermen tegen RSV en daarom is 7 oktober 2024 van Overheidswege besloten om de vaccinatie tegen RSV op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma. Staatssecretaris Vincent Karremans (VVD) wilde per 2025 beginnen met zijn actieplan om ook in wijken met een lage vaccinatiegraad de acceptatie wordt verbeterd. In de eerste drie maanden na de geboorte moest het vaccin gegeven worden. Dat plan mislukte,  maar wel regelde hij de introductie van de gratis prik tegen RSV in het najaar van 2025. Baby’s die in het najaar/winter geboren worden, krijgen deze immunisatie nu direct in de eerste twee weken na de geboorte, wat geleid heeft tot een sterke daling in ziekenhuisopnames.

Salmonella Enteritidis 

Na zorgwekkende cijfers over een verhoogd voorkomen van Salmonella Enteritidis in de Nederlandse pluimveesector sinds mei 2023, heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) Femke Wiersma de sector gevraagd om extra maatregelen te nemen. Om deze stijging, van minder dan twee procent naar ongeveer vier procent, tegen te gaan, heeft de Nederlandse pluimveesector maatregelen genomen, vooruitlopend op eventuele verplichtende maatregelen. Salmonella Enteritidis is een bacterie die vooral ziektegevallen veroorzaakt door contact met of het eten van besmet voedsel, met name rauwe of onvoldoende verhitte eieren. Mensen die deze bacterie oplopen krijgen voornamelijk te maken met darmklachten, maar besmetting kan ook leiden tot ernstigere klachten zoals koorts. Sinds mei 2023 zijn er meer leghennen en mensen die deze bacterie oplopen. Dit vormt een risico voor de volksgezondheid en de voedselveiligheid, waardoor aanvullende maatregelen nodig zijn.

Tijdens een recent bestuurlijk overleg met de brancheorganisatie van de pluimveesector heeft de brancheorganisatie aan de minister toegezegd aanvullende maatregelen te nemen. De pluimveesector heeft dit vastgelegd in een uitvoeringsbesluit dat sinds 20 oktober 2025 van kracht is. Het grootste deel van de legpluimveehouders in Nederland krijgt met dit uitvoeringsbesluit te maken. Belangrijk in dit besluit is vaker testen op salmonella, waardoor besmettingen vroegtijdig kunnen worden gevonden. Ook is sinds 23 oktober 2025 een apart reinigings- en ontsmettingsprotocol van kracht voor het vervoer van eieren van besmette legpluimveebedrijven. Dit moet leiden tot minder besmettingen.

Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) steunen de inzet van de pluimveesector om de aanwezigheid van Salmonella Enteritidis in leghennen terug te dringen, evenals de aanvullende maatregelen rond monitoring om het aantal humane ziektegevallen terug te dringen.

De ministeries houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en blijven hierover in contact met de sector. Zo voert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een clusteranalyse uit om de oorzaken van de stijging in beeld te brengen en voert surveillance uit op het aantal humane ziektegevallen. Daarmee wordt in het effect van de maatregelen op de volksgezondheid gemonitord.

Ook is aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gevraagd een risicobeoordeling inclusief toezichtbeeld op te stellen voor de leghennensector. De Kamer is op 22 september 2025 geïnformeerd en wordt begin 2026 opnieuw geïnformeerd over de stand van zaken, de stappen die de sector neemt en of eventuele verplichte maatregelen moeten worden opgelegd.

Schurft/Scabiës

De schurftuitbraak van de afgelopen jaren in Nederland is nog niet voorbij al is het wel iets minder. De besmettelijke huidaandoening, veroorzaakt door de schurftmijt (scabiës), is niet verdwenen, maar kent een aanhoudende en wisselende trend van het aantal gevallen. De algemene trend was dat de incidentie van schurft in Nederland al langer steeg, met een aanzienlijke piek rond de jaarwisseling 2022-2023.Volgens de wekelijkse cijfers van Nivel Zorgregistraties, Eerste Lijn in week 32 van 2025 is het aantal mensen dat de huisarts bezoekt vanwege scabiës terug op het niveau van begin 2021. Dit wijst op een daling na de piek van 2022-2023. Desondanks ligt het huidige aantal patiënten nog steeds hoger dan in de jaren vóór 2021. Er blijven forse, lokale stijgingen gemeld worden. Zo luidden huisartsen in verschillende regio’s, zoals Groningen, het Gooi en Amsterdam, in de eerste helft van 2025 de alarmbel over snelle toenames. Nivel constateert in 2025 nog steeds dat huisartsen vooral veel jongeren (15-24 jaar) zien met scabiës. Bovendien blijft schurft vaker voorkomen in kwetsbare gezinnen. De cijfers over de stijging van 76 naar 102 per 100.000 inwoners in week 25 van 2024 illustreren de snelle schommelingen die het Nivel wekelijks rapporteert. De reden dat schurft aanhoudt, ligt onverminderd in de aard van de verspreiding en de behandeling. Schurft is erg besmettelijk bij langdurig huid-op-huidcontact en gedijt vooral in situaties waar mensen dicht op elkaar leven (studentenhuizen, woongroepen en asielzoekerscentra). De besmettingen concentreren zich nog steeds sterk onder jongeren en jongvolwassenen. De toename in de groep van 0 tot en met 4 jaar blijft een punt van aandacht. De bestrijding is ingewikkeld en vereist een strikte, gelijktijdige behandeling van zowel de besmette persoon als alle nauwe contacten, plus een grondige reiniging. Taalbarrières en geldtekort kunnen de aanpak in kwetsbare gezinnen bemoeilijken. Schurft is in de meeste gevallen geen meldingsplichtige ziekte, wat wekelijkse cijfers uit huisartsenregistraties (Nivel) tot de belangrijkste bron maakt. Vanaf 1 november 2022 wordt het middel Ivermectine (oraal medicijn) vergoed vanuit het basispakket van de zorgverzekering, naast de bestaande vergoeding voor Permetrine crème. Dit biedt huisartsen en patiënten twee gelijkwaardige medicamenteuze behandelopties. De NHG-Behandelrichtlijn Scabiës (voor huisartsen) is herzien en er is in juni 2025 een nieuwe generieke SRI-richtlijn Scabiës gepubliceerd. Deze richtlijnen benadrukken de gelijkwaardigheid van Permetrine en Ivermectine en bieden een kader voor infectiepreventiemaatregelen in zorginstellingen.

Geneesmiddelen/medicijnen

Nederland hanteert een wettelijk systeem voor geneesmiddelenprijzen dat gebaseerd is op internationale referentieprijzen. Voor receptgeneesmiddelen stelt de overheid maximumprijzen vast via de Wet geneesmiddelenprijzen. Deze maximumprijzen worden periodiek berekend op basis van de gemiddelde prijzen in vier referentielanden België Duitsland Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Zorgverzekeraars onderhandelen daarbinnen aanvullend met fabrikanten over vergoedingen en kortingen.

Zolang dit systeem ongewijzigd blijft leiden uitspraken of wensen van een buitenlandse regering niet automatisch tot hogere medicijnprijzen in Nederland. Een prijsstijging in een of meer referentielanden kan wel indirect effect hebben bij een volgende herberekening van de maximumprijzen maar alleen als die stijgingen daadwerkelijk worden doorgevoerd en structureel zijn. Een eenmalige afspraak of politieke verklaring zonder formele beleidswijziging heeft geen direct effect op Nederlandse prijzen.

Tot op heden is er geen vastgesteld feit dat Europese landen hun geneesmiddelenprijzen structureel hebben verhoogd als gevolg van druk vanuit de Verenigde Staten tijdens het presidentschap van Trump. Ook zijn er geen gegevens waaruit blijkt dat Nederlandse maximumprijzen of vergoedingen in die periode zijn verhoogd vanwege Amerikaans beleid. In de relevante jaren zijn verschillende geneesmiddelen in Nederland juist gelijk gebleven in prijs of goedkoper geworden door heronderhandelingen en verlopen patenten.

Op basis van vastgestelde regelgeving en beschikbare statistieken geldt dat medicijnen in Nederland niet automatisch duurder worden door Amerikaanse pogingen om internationale prijsverschillen te verkleinen. Echter daadwerkelijke en blijvende prijsverhogingen in meerdere referentielanden gecombineerd met ongewijzigde Nederlandse wetgeving zouden op termijn ook invloed kunnen hebben op de Nederlandse maximumprijzen.
President Trump heeft onthuld dat hij een krachtig gesprek voerde met de Franse president Emmanuel Macron over medicijnprijzen. Trump beschreef hoe hij Macron aansprak met de woorden dat als Frankrijk niet instemde met alle eisen van de Verenigde Staten tegen maandag een tarief van 25 procent zou worden opgelegd op alle importen uit Frankrijk. Macron reageerde volgens Trump met de uitspraak dat dit niet mogelijk was. Trump herhaalde dat hij dit wel kon doorvoeren met verwijzing naar medische veiligheid. Macron stemde vervolgens in met de eisen, maar ontkent dit publiekelijk.

De toegang tot nieuwe medicijnen verslechterd. Zo bereiken nieuwe kankermedicijnen patiënten pas na een wachttijd van 525 dagen (was in 2022 nog 270 dagen). Ook het aantal nieuwe kankermedicijnen dat beschikbaar is daalde forsd. Vier jaar geleden was dat nog 80 procent van de nieuwe kankermedicijnen, nu is dat nog maar 41 procent. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Europese onderzoeksinstelling IQVIA. Volgens de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) dreigt Nederland steeds verder achterop te raken in Europa, met mogelijk grote gevolgen voor patiënten. In de afgelopen jaren is er sterk gestuurd op kostenbesparing en minder naar de mogelijke waardetoevoeging van deze medicijnen.  De totale zorguitgaven liggen rond de 115 tot 120 miljard euro, terwijl het aandeel geneesmiddelen daarin kleiner wordt. Als een nieuw geneesmiddel een bepaald budget dreigt te overschrijden, dan wordt het in de zogenaamde ‘sluis’ geplaatst. Het Zorginstituut Nederland beoordeelt dan de waarde van het medicijn. Dure ziekenhuisgeneesmiddelen worden niet automatisch vergoed uit het basispakket.

Over de prijs wordt vervolgens onderhandeld met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de fabrikant. ‘Na het advies van het Zorginstituut aan VWS, vinden er geheime onderhandelingen plaats tussen de fabrikant en het ministerie en die duren ook steeds langer. Een geneesmiddel kan direct tot het basispakket worden toegelaten na een positief advies van het Zorginstituut aan de minister. Maar het komt vaak voor dat patiënten rond de 500 dagen moeten wachten op een besluit en bij kankermedicijnen zelfs langer. Ook komt het steeds vaker voor dat er geen overeenstemming wordt bereikt over de prijs. Dan wordt een middel niet op de Nederlandse markt geïntroduceerd, terwijl het in omliggende landen wel beschikbaar is. Een oplossing zou kunnen zijn om het Europees te regelen, maar daarin loopt de EU niet zo snel. Hierdoor zijn medicijnen in Duitsland, België, Frankrijk en het VK vaak wel beschikbaar zijn, maar in Nederland niet.

Herziening Europese geneesmiddelenwetgeving

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) en het Netwerk Gespecialiseerde Bereidingsapotheken (NGB) waarschuwen er voor dat duizenden patiënten zonder medicatie te zitten als apothekers niet meer mogen doorleveren aan andere apotheken.  
Bij een herziening van de Europese geneesmiddelenwetgeving mogen bereidingsapotheken geen medicatie meer doorleveren aan andere apotheken. In deze apotheken maken apothekers zelf geneesmiddelen wanneer er vanuit de farmaceutische industrie geen passend alternatief beschikbaar is.
Zelfgemaakte medicijnen van bereidingsapotheken zijn bijvoorbeeld nodig voor kinderen, die speciale doses nodig hebben, of voor mensen met zeldzame aandoeningen. Als er een medicijntekort is, kunnen de apothekers ook zelf middelen maken. Die zelfgemaakte medicijnen mogen ze ook aan andere zorgverleners geven. 
In de nieuwe geneesmiddelenwetgeving is dat niet meer mogelijk. “Dan zijn veel geneesmiddelen niet meer beschikbaar in alle ziekenhuizen en alle apotheken”, stellen de drie organisaties. Volgens hen treft dit vooral kinderen, patiënten met zeldzame ziektes en mensen die op een intensive care liggen.
Het doorleveren van medicatie is volgens de NVZA, KNMP en NGB nodig om patiënten van veilige medicatie te voorzien. Wanneer dat niet meer mag, “zullen voorraden uitgeput raken en behandelingen moeten worden uitgesteld of afgebroken”. Daardoor komen patiënten in de knel, wordt opschalen tijdens crises lastig en neemt de werkdruk toe.

Problemen met antibiotica en resistentie

HMC Westeinde in Den Haag werd 29 augustus 2024 getroffen door een uitbraak van de VRE-bacterie. Mensen die hier ziek van worden zijn niet te behandelen met normale antibiotica. Twee verpleegdafdelingen moesten worden schoongemaakt. Mensen die daar lagen werden op andere afdelingen opgevangen. De uitbraak kwam volgens een woordvoerder van HMC aan het licht bij een reguliere check. Het ziekenhuis spreekt van ‘een zeer beperkt aantal patiënten’ dat besmet was. Op twee verpleegafdelingen werden de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen, zoals het uitvoeren van een contactonderzoek onder patiënten die risico hebben gelopen op besmetting. VRE staat voor Vancomycine-resistente enterokok. De bacteriën zijn bekend, komen vaker voor maar zijn wel heel vervelend. Mensen kunnen de bacterie bij zich dragen zonder dat ze er ziek van worden. Maar een besmetting kan wel tot en infectie leiden bij mensen met een sterk verminderde weerstand. Omdat zij niet behandeld kunnen worden met gangbare antibiotica, moet er behandeld worden met andere soorten medicijnen die ‘meer bijwerkingen geven en moeilijker zijn toe te dienen. 

Antibioticaresistentie kost ruim een miljoen mensenlevens per jaar en nam de afgelopen 5 jaar met 5 à 15% toe. Door veelvuldig gebruik van anti-biotica treedt regelmatig resistentie op. Wereldwijd sterven er jaarlijks meer dan 700.000 mensen aan een infectie. Het uiterste redmiddel verliest het van de microbacterie. Om de risico’s van antimicrobiële resistentie te beperken is er een Nationale Actieplan Antimicrobiële Resistentie 2024-2030.
Nederland speelt hier de rol van proactieve verbinder en partner. Niet alleen binnen de landsgrenzen, maar ook internationaal. Antimicrobiële resistentie zorgt ervoor dat infecties moeilijker te behandelen zijn, omdat micro-organismen ongevoelig zijn geworden voor antibiotica.  Dit wordt ook wel de stille pandemie genoemd. Het plan is een gezamenlijke inzet van de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Infrastructuur en Waterstaat (IenW)  legt extra nadruk op het versterken van de samenwerking tussen landen, en het verbreden van de focus van antibiotica naar antimicrobiële middelen (dat betekent dat naast bacteriën en virussen ook schimmels en gisten in de aanpak worden meegenomen) en meer aandacht voor plantgezondheid en het milieu. Klimaatverandering heeft een wereldwijde impact en kan bijdragen aan een toename in antimicrobiële resistentie. In combinatie met het achterblijven van de ontwikkeling van nieuwe antibiotica, is dat echt een wake-up call. Antimicrobiële resistentie vormt een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid wereldwijd. wereldwijd als direct gevolg van antimicrobiële resistentie. Te veel en onjuist gebruik van antibiotica bij mens en dier, en in gewasbeschermingsmiddelen en de industrie, zorgt onnodig voor resistentie. Een extra zorgwekkend signaal is dat resistentie tegen belangrijke antimicrobiële middelen op dit moment sneller toeneemt dan dat nieuwe middelen ontwikkeld worden. De Nederlandse veehouderij heeft in de periode van 2009 tot 2021, het gebruik van antibiotica met ongeveer 77 procent verminderd. Voor de komende 6 jaar staan in totaal 104 acties gepland.  Schimmelinfecties worden steeds moeilijker te behandelen, doordat ziekmakende schimmels in toenemende mate resistent zijn tegen medicijnen. De Gezondheidsraad noemt dit een ‘ernstige bedreiging voor de volksgezondheid’ en vindt dat de overheid moet ingrijpen. Een bekend voorbeeld is de Aspergillus fumigatus. ‘De hoofdoorzaak van de resistentie bij deze schimmel bleek het omvangrijke gebruik van nauw verwante azoolverbindingen in de landbouw’, verwijst de Gezondheidsraad naar onderzoeken. De raad vindt dat Nederland zich in de EU en daarbuiten moet inzetten voor strengere regels. Bestrijdingsmiddelen die qua samenstelling te veel lijken op medicijnen tegen schimmels, zouden volgens de experts geweerd moeten worden. Schimmelinfecties op bijvoorbeeld de huid of nagels zijn vaak onschuldig. Een infectie die dieper doordringt in het lichaam, kan echter dodelijk aflopen. In Nederland krijgen ongeveer drieduizend mensen per jaar een levensbedreigende schimmelinfectie. Nog eens een kwart miljoen Nederlanders lijdt aan chronische schimmelaandoeningen. Bij een deel heeft dat volgens de Gezondheidsraad grote gevolgen voor hun kwaliteit van leven. De stijgende antimicrobiële resistentie vormt een serieuze bedreiging voor de mondiale volksgezondheid.

Ziekenhuizen moeten door de toenemende resistentie steeds vaker ‘laatste-redmiddel-antibiotica’ gebruiken. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meldt dat in een jaarlijks rapport. Door terughoudend beleid is de resistentie in Nederland nog relatief laag. Toch zien onderzoekers van het RIVM, Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB) en de universiteit van Wageningen ook hier de resistentiecijfers stijgen. Zo is de Staphylococcus aureus moeilijker te behandelen dan voorheen. Fusidinezuur blijkt in ruim een kwart (26 procent) van de gevallen niet meer te werken tegen een wondinfectie met deze bacterie, al zeggen de onderzoekers erbij dat hun steekproef mogelijk vertekend is. Er zijn ook andere middelen beschikbaar, maar artsen houden graag meerdere opties open, ook omdat de medicijntekorten de laatste jaren oplopen. Antibiotica, die vaak van buiten de EU worden geïmporteerd, vormen daarop geen uitzondering. Om te voorkomen dat resistente bacteriën zich verder verspreiden, moeten zorgmedewerkers bijvoorbeeld goed hun handen wassen als ze werken met patiënten die besmet zijn met een resistente bacterie.

Antibiotica nemen soms ook een deel van de goede darmbacteriën onder handen. Daardoor krijgen veel mensen tijdens een kuur last van hun buik, alsof ziek zijn op zichzelf nog niet vervelend genoeg was. Denk aan klachten zoals misselijkheid, diarree, een opgeblazen gevoel en darmkrampen
Sommige antibiotica beïnvloeden daarnaast direct de bewegingen van je darmen. Dat kan zorgen voor extra krampen of een onrustig gevoel in je buik

De Europese gezondheidsdienst ECDC waarschuwt dat antibiotica vanwege resistentie nu al niet goed meer werken tegen sommige vormen van de geslachtsziekte gonorroe. Het ECDC noemt dat een “zorgwekkende ontwikkeling“.

Fagen

Een resistente bacterie kan genezen door het drinken van fagendrankjes uit Georgië. Nederlandse patiënten zijn nu helaas nog vaak aangewezen op het buitenland. Er is een groeiende belangstelling voor bacteriofagen als mogelijke oplossing voor antibioticaresistentie. Hoewel fagen in Nederland al wel in onderzoek en beperkt in toepassingen worden gebruikt, moeten we wachten op verdere wetenschappelijke doorbraken en goedkeuringen voordat ze op grotere schaal in de geneeskunde worden ingezet. Hierdoor kunnen onnodige amputaties worden voorkomen. Fagen zijn zeer specifiek voor bepaalde bacteriën, wat betekent dat voor elke bacteriële infectie een andere faag nodig is. Dit kan het gebruik complex maken. In Nederland (en Europa) is de wetgeving rondom fagen voor medische toepassingen streng, en fagen worden voornamelijk als onderzoeksobject behandeld, niet als breed toegestane behandelingsoptie. Fagen kunnen, theoretisch, een waardevol alternatief bieden voor antibiotica tegen resistente bacteriën zoals MRSA (Methicilline-resistente Staphylococcus aureus) of Clostridium difficile.

Onderzoek naar bacteriofagen:

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de medische toepassingen van fagen, vooral in verband met antibioticaresistentie. Dit gebeurt vaak in samenwerking met universiteiten en onderzoeksinstituten zoals de Vrije Universiteit Amsterdam en het Leiden University Medical Center (LUMC);

Voedselveiligheid:

In de voedingsindustrie wordt bacteriofaagtechnologie al wel toegepast. Fagen worden bijvoorbeeld gebruikt om ziekteverwekkers zoals Listeria in voedingsmiddelen te bestrijden. Dit wordt al in verschillende landen gedaan en is in Nederland ook onderwerp van interesse, vooral voor de vlees- en zuivelindustrie.Fagen worden soms als biologische conserveringsmiddelen gebruikt in voedselproducten, maar de goedkeuring is strikt gereguleerd;

Medische therapieën:

Fagen als therapie voor infecties die niet reageren op antibiotica worden nog niet routinematig gebruikt in Nederland. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer reguliere behandelingen falen, kunnen fagen soms wel worden aangevraagd voor gebruik in ziekenhuizen, maar dit is nog niet de norm. Er zijn klinische onderzoeken die momenteel plaatsvinden om de effectiviteit en veiligheid van fagen in de behandeling van infecties te evalueren.

Schwanncellen

Schwanncellen zijn een type cellen die van essentieel belang zijn voor de werking van het perifere zenuwstelsel. Ze spelen een cruciale rol in het isoleren van zenuwen door het vormen van myeline, de beschermende laag rond axonen die elektrische signalen versnelt. Hoewel de functies van Schwanncellen al decennialang bekend zijn, ligt de laatste focus in wetenschappelijk onderzoek op hun vermogen om zenuwen te regenereren na schade, wat hen een belangrijke rol toekent in de regeneratieve geneeskunde.

In tegenstelling tot de cellen in het centrale zenuwstelsel, zoals oligodendrocyten, kunnen Schwanncellen in het perifere zenuwstelsel bijdragen aan het herstel van beschadigde zenuwen. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom Schwanncellen momenteel centraal staan in onderzoek naar zenuwregeneratie. Wanneer zenuwen in het perifere zenuwstelsel worden beschadigd, kunnen Schwanncellen het proces van axonale regeneratie ondersteunen. Ze helpen de beschadigde zenuwvezels weer te laten groeien door de juiste omgeving te creëren voor herstel en door het uitscheiden van groeifactoren die nodig zijn voor het herstelproces. Dit vermogen om zenuwen te herstellen maakt Schwanncellen tot een bijzonder interessant onderzoeksobject in de context van genezing van zenuwletsel.

De mogelijkheid van Schwanncellen om beschadigde zenuwen te ondersteunen bij hun herstel is vooral belangrijk in de klinische praktijk. Aandoeningen zoals het Guillain-Barré-syndroom, Charcot-Marie-Tooth-ziekte en andere vormen van perifere zenuwbeschadiging kunnen het functioneren van Schwanncellen verstoren, wat leidt tot verminderde zenuwgeleiding en spierfunctie. In deze gevallen kunnen Schwanncellen, door hun regeneratieve capaciteit, de sleutel zijn tot het herstel van zenuwfunctie. Maar zelfs bij grotere verwondingen aan zenuwen is er hoop dankzij de toepassing van Schwanncellen in regeneratieve therapieën.

Het laatste onderzoek richt zich op het verbeteren van de regeneratieve eigenschappen van Schwanncellen. Wetenschappers hebben ontdekt dat het transplanteren van Schwanncellen in beschadigde zenuwgebieden kan helpen om de zenuwherstelcapaciteit te verbeteren. Er zijn bovendien aanwijzingen dat het stimuleren van Schwanncellen door het gebruik van bepaalde groeifactoren of door genetische manipulatie de hergroei van zenuwen kan versnellen, zelfs bij grotere schade. De nieuwste ontwikkelingen gaan een stap verder door te onderzoeken hoe Schwanncellen kunnen worden ingezet om schade aan zenuwen in het centrale zenuwstelsel te herstellen, een gebied waar regeneratie traditioneel veel beperkter is.

Er wordt ook onderzocht hoe Schwanncellen in combinatie met biomaterialen kunnen worden gebruikt om zenuwen in laboratoriumomgevingen of bij patiënten te regenereren. Dit soort therapieën richt zich op het bevorderen van de natuurlijke genezing van het zenuwweefsel door het gebruik van Schwanncellen in combinatie met scaffolds die een structurele ondersteuning bieden voor de groei van nieuwe zenuwen. Deze benaderingen bevinden zich nog in de experimentele fase, maar ze bieden veelbelovende perspectieven voor de toekomst.

In de komende jaren verwachten onderzoekers dat Schwanncellen een grotere rol gaan spelen in de behandeling van zenuwbeschadiging. Met voortdurende vooruitgang in de regeneratieve geneeskunde zouden we in staat kunnen zijn om zenuwbeschadigingen te herstellen die voorheen als onherstelbaar werden beschouwd. Dit zou niet alleen de levenskwaliteit van mensen met zenuwschade verbeteren, maar ook de therapeutische mogelijkheden voor het behandelen van neurologische aandoeningen aanzienlijk uitbreiden. Schwanncellen zijn daarmee een sleutelfactor in het toekomstige succes van zenuwregeneratie en vormen een belangrijk aanknopingspunt voor verder onderzoek en ontwikkeling in de geneeskunde.

Pijnstillers

Steeds meer mensen worden opgenomen in ziekenhuizen met infectieziekten of overlijden eraan. Dit komt niet alleen door het overmatig gebruik van antibiotica, maar ook door veelgebruikte pijnstillers zoals paracetamol en ibuprofen. Infecties die voorheen eenvoudig met antibiotica te behandelen waren, zoals wondinfecties of blaasontstekingen, worden steeds resistenter. Dit leidt tot complexere behandelingen en verhoogt het risico op complicaties. “Vroeger was een pilletje vaak genoeg, nu is soms een infuus nodig, bijvoorbeeld bij urineweginfecties bij ouderen. Een minder bekende factor is het gebruik van pijnstillers. Onderzoek van de University of South Australia (augustus 2025) toont aan dat paracetamol en ibuprofen, vooral in combinatie, resistentie versterken. Deze pijnstillers activeren een eiwit in bacteriën, waardoor die sneller resistent worden. Het is een wapenwedloop tussen ons en de bacteriën. Zonder actie vrezen experts een forse toename van ziekenhuisopnames, sterfgevallen en amputaties. Operaties zoals transplantaties kunnen riskanter of zelfs onmogelijk worden. Schattingen suggereren dat tegen 2050 wereldwijd meer mensen aan resistente infecties sterven dan aan kanker, met nu al meer dan 700.000 doden per jaar door resistente ziekteverwekkers. In Gelderland werkt de GGD samen met zorgaanbieders om het probleem aan te pakken en bewustzijn te vergroten. Oplossingen omvatten voorzichtiger antibioticagebruik, betere voorlichting en verder onderzoek naar de rol van pijnstillers.

Overmatig gebruik van pijnstillers kan ernstige gevolgen voor je gezondheid hebben. Hoewel ze zonder recept verkrijgbaar zijn en relatief veilig lijken, kan het gebruik ervan zonder zorgvuldige overweging leiden tot leverschade, nierproblemen, maagklachten en afhankelijkheid.  Pijnstillers worden gebruikt om pijn te verlichten en zijn makkelijk verkrijgbaar in tabletten, capsules, of drankjes. Hoewel pijnstillers pijn kunnen verlichten, zitten er ook een paar nadelen aan. Dit zijn de mogelijke effecten:

  • Paracetamol wordt in de lever gemetaboliseerd en kan leverschade veroorzaken bij overmatig gebruik. Dit varieert van milde tot ernstige leverschade en in sommige gevallen zelfs leverfalen.;
  • Het gebruik van te veel pijnstillers kan ook leiden tot nierproblemen. Dit komt doordat de nieren de medicatie filteren en bij overmatig gebruik leidt dit tot overbelasting van de nieren;
    Maagproblemen: Het gebruik kan ook maagproblemen veroorzaken zoals: maagpijn, maagzweren en bloedingen in het maagdarmkanaal. Dit treedt vooral op bij langdurig gebruik van hoge doses;
  • Overmatig gebruik van pijnstillers kan leiden tot afhankelijkheid. Dit betekent dat je lichaam gewend raakt aan de medicatie en dat je steeds hogere doses nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken;
  • Het gebruik van te veel pijnstillers kan ook leiden tot veranderingen in de bloeddruk en hartslag, wat kan leiden tot complicaties zoals hartritmestoornissen;
  • Sommige pijnstillers zoals: opioïden, kunnen verslavend zijn als ze langdurig worden gebruikt;
  • Overmatig gebruik kan leiden tot een overdosis, wat kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen en zelfs de dood;
  • Pijnstillers kunnen de werking van andere medicijnen beïnvloeden, waardoor ernstige bijwerkingen kunnen optreden;
  • Overmatig gebruik kan symptomen van andere gezondheidsproblemen maskeren, waardoor het moeilijk kan zijn om de juiste diagnose te stellen

Om deze risico’s te vermijden, is het belangrijk om pijnstillers alleen te gebruiken, zoals voorgeschreven door een arts of volgens de aanwijzing op de verpakking. Wil je ze in combinatie met andere medicijnen gebruiken? Neem dan contact op met je huisarts, vooral als je al gezondheidsproblemen hebt. Als je merkt dat je afhankelijk bent geworden van pijnstillers of als je je zorgen maakt over de mogelijke risico’s van overmatig gebruik, neem dan contact op met een arts of een specialist. Er zijn behandelingen en therapieën beschikbaar om te helpen bij het vermijden van overmatig gebruik van pijnstillers. Volg ten eerste altijd de instructies op de verpakking of die van je arts op. Neem de voorgeschreven dosis en neem het medicijn niet langer dan nodig is. Gebruik ook geen verschillende soorten pijnstillers tegelijkertijd. Sommige pijnstillers bevatten dezelfde werkzame stoffen, als je ze tegelijkertijd inneemt, kun je te veel van deze stoffen binnenkrijgen. Wees ook voorzichtig met het combineren van pijnstillers met alcohol. Dit kan de werking van de medicijnen versterken en leiden tot ernstige bijwerkingen.

Neem geen pijnstillers als je zwanger bent, tenzij dit is voorgeschreven door een arts. Sommige pijnstillers kunnen namelijk de gezondheid van de baby schaden. Wees ook voorzichtig met het laten slingeren van pijnstillers in de omgeving van kinderen. Ze kunnen de medicijnen per ongeluk innemen, wat kan leiden tot ernstige bijwerkingen of zelfs de dood.

Antidepressiva

Meer mensen dan ooit, namelijk 1,2 miljoen Nederlanders slikken antidepressiva. Dat blijkt uit actuele cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Ook 25.000 jongeren onder de 20 jaar heeft antidepressiva nodig. Bij jonge vrouwen is er een stijging te zien.  Niet alleen tegen somberheid en depressie wordt het middel geslikt, maar ook tegen angst- en dwangstoornissen. Een groot deel van deze medicijnen werkt door het verhogen van het serotonine niveau in de hersenen. Serotonine heeft onder andere invloed op onze stemming en ons zelfvertrouwen. Uit groot internationaal onderzoek blijkt dat een verlaagd serotonine niveau  geen invloed heeft op een depressie. Patiënten die het middel proberen af te bouwen, kunnen last krijgen van ernstige klachten. Door het veelvuldige voorschrijven en vertraagde leveringen ontstaan er tekorten. De werkdruk is zeker een probleem en veel mensen hebben naast een drukke baan ook een druk privéleven. Dat stapelt zich uiteindelijk op waardoor mensen overspannen en overwerkt raken.

Codeïne

Codeïne is een extramuraal geneesmiddel. Extramuraal betekent: medicijnen voor thuisgebruik die u op recept van een arts bij de apotheek kunt halen. Ze worden alleen vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering als ze in het GVS staan. De Overheid heeft plannen om Codeïne uit de GVS te halen. Met de (gedeeltelijke) uitname van codeïne uit het verzekerde pakket wil de Overheid vanaf 2025 13 miljoen euro besparen.

Nitazenen-vergiftiging door vervuilde, illegale oxycodonpil

De afgelopen tijd zijn nog zeker twee Nederlanders in het ziekenhuis opgenomen met een nitazenen-vergiftiging. Die vergiftiging hadden ze opgelopen door een vervuilde, illegale oxycodonpil in te nemen. Bij nog eens twee andere patiënten die met een vergiftiging in het ziekenhuis terechtkwamen, wordt nog onderzocht of het ook om een blootstelling aan nitazenen gaat. half maart 2025 werd bekend dat er een patiënt was overleden aan een vergiftiging via een met nitazeen vervuilde oxycodon-pil. Het Trimbos-instituut en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) waarschuwden vervolgens voor levensgevaarlijke namaak-oxycodonpillen. In die pijnstillers bleek geen oxycodon te zitten, maar de potentieel dodelijke synthetische stof isotonitazepyne, een nitazeen. Nitazenen zijn vele malen sterker dan morfine en fentanyl. Volgens Marcel Bouvy, hoogleraar farmaceutische patiëntenzorg aan de Universiteit Utrecht kan een zeer kleine hoeveelheid van de stof al dodelijk zijn. “Het is een stof die de werking van oxycodon nabootst, maar het werkt in een veel lagere concentratie. Je hebt er maar een speldenpuntje voor nodig, terwijl je voor oxycodon bij wijze van spreken een mespuntje nodig hebt.” Oxycodon is een sterke pijnstiller. Het middel wordt gebruikt bij ernstige pijn, zoals na operaties, een ongeluk of bij kanker. Ook wordt het toegediend aan mensen die niet meer beter worden, als palliatieve zorg. Bij langdurig gebruik van oxycodon kan er verslaving optreden. Patiënten krijgen oxycodon vaak voor korte tijd voorgeschreven, maar mensen kunnen er dan al wel verslaafd aan zijn geraakt. Zij wijken soms uit naar de illegale online verkoop, waarbij je niet zeker weet wat je koopt. Voor drugscriminelen is het aantrekkelijk om nitazeen als oxycodon te verkopen. “Oxycodon is afgeleid van morfine en een ingewikkelde stof om te maken. Nitazenen zijn eenvoudigere chemische stoffen die veel makkelijker te maken zijn. Drugsdealers kunnen het zelf goedkoop maken en je hebt er maar heel weinig van nodig. Vorig jaar vond de Nederlandse politie voor het eerst een grote hoeveelheid nitazenen. In maart 2024 werden er duizend pillen aangetroffen in een postsorteerbedrijf bij Delft. Ook hier leek het in eerste instantie te gaan om de pijnstiller oxycodon. Onderzoek wees later anders uit. In andere landen zijn nitazenen al langer een probleem. In het Verenigd Koninkrijk worden sinds juni 2023 al 284 doden gelinkt aan nitazenen.

Toename aantal vergiftigingen door afslankmedicijnen 
Het aantal vergiftigingen door verkeerd gebruik van afslankmedicijnen stijgt. Volgens de Volkskrant, op basis van cijfers van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), ontving het NVIC in 2024 75 meldingen van zorgverleners over vergiftigingsverschijnselen, tegenover 41 meldingen in 2023. De klachten omvatten voornamelijk buikpijn, misselijkheid en braken, maar in ernstige gevallen traden ook uitdrogingsverschijnselen op, waardoor sommige patiënten op de spoedeisende hulp belandden.
In 2024 kregen ongeveer 120.000 mensen in Nederland een afslankmedicijn voorgeschreven, zoals semaglutide, bekend onder merknamen als Ozempic, Rybelsus en Wegovy. Deze stof, oorspronkelijk ontwikkeld voor diabetes type 2, bleek effectief tegen overgewicht door het verlagen van de bloedsuikerspiegel en het verminderen van eetlust. Hoewel vergiftigingen een kleine groep betreffen, maken artsen zich zorgen. Zij vermoeden dat het werkelijke aantal gevallen hoger ligt, omdat niet alle incidenten worden gemeld.
Van de 75 meldingen in 2024 betrof 29 gevallen mensen die zonder recept afslankmedicijnen gebruikten, vaak via ongereguleerde kanalen zoals online aankopen. Een te hoge dosis kan ernstige gevolgen hebben, zoals braken, uitdroging, vitaminetekorten en overmatig verlies van spierweefsel. Dit laatste kan leiden tot verzwakking en andere gezondheidsproblemen op lange termijn. 
Experts benadrukken dat afslankmedicijnen alleen onder medisch toezicht gebruikt moeten worden. Het NVIC en artsen pleiten voor betere voorlichting over de risico’s van zelfmedicatie en het belang van juiste dosering. Daarnaast wordt aangeraden om medicijnen uitsluitend via erkende apotheken te verkrijgen, om vervalsing en verkeerd gebruik te voorkomen.
Vergiftiging door afslankmiddelen

Uit cijfers van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) van het UMC Utrecht blijkt dat het aantal vergiftigingen met afslankmiddelen snel stijgt snel. In 2023 kwamen er bij het NVIC al ruim vier keer meer meldingen (41) binnen van problemen met het gebruik van Ozempic, Wegovy en Saxenda. In de eerste zeven maanden van 2024 zijn er al 32 gevallen gemeld. Door te hoge dosering en krijgen gebruikers last van misselijkheid en braken en in uitzonderlijke gevallen kan een vergiftiging ernstiger gevolgen hebben, bijvoorbeeld als sprake is van een verhoogde gevoeligheid voor het medicijn of een allergie. De snelgroeiende populariteit van de nieuwe categorie afslankmiddelen, zogenaamde GLP1-agonisten brengt de nodige problemen met zich mee. Sinds de introductie van Wegovy op de Europese markt, begin 2022, zijn deze medicijnen erg populair. De Nederlandse Zorgautoriteit heeft alleen Saxenda goedgekeurd als obesitasmedicijn. In de praktijk worden alle GLP1-agonisten ingezet tegen overgewicht. In 2022 registreerde het NVIC slechts één geval van misbruik onder de vergiftigingen. Halverwege dit jaar waren al negen gevallen gemeld waarbij iemand het middel zonder doktersvoorschrift had gebruikt. In 2023 gebruikten bijna 90.000 Nederlanders Ozempic en worden niet alle klachten gemeld. Ozempic en Wegovy worden doorgaans geleverd in prikpennen met een vaste dosering. In Aarts praktijk starten patiënten met een dagelijkse dosering van een kwart milligram die geleidelijk wordt opgebouwd naar één milligram. ‘In het illegale circuit is die kwart gram niet verkrijgbaar. Daardoor starten de meesten al met een te hoge dosering. Ook worden er middelen verkocht als Wegovy, maar waar in werkelijkheid iets heel anders inzit, zoals bijvoorbeeld insuline.

NVWA waarschuwt voor afslankthee met sibutramine

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) waarschuwt consumenten om de afslankthee Özlex Tea niet te gebruiken. De afslankthee bevat de verboden stof sibutramine. Deze stof staat niet genoemd bij de ingrediënten van het product.  Consumenten die deze afslankthee gebruiken, kunnen last krijgen van een hoge hartslag, hoofdpijn, misselijkheid en braken. Sibutramine is verboden in levensmiddelen. De NVWA ontving een melding over een persoon die de afslankthee Özlex Tea heeft gebruikt. De persoon had ernstige gezondheidsklachten die hebben geleid tot een ziekenhuisopname. Özlex Tea wordt onder andere aangeboden via Marktplaats, Instagram, TikTok en Facebook. De NVWA heeft de Turkse autoriteiten op de hoogte gebracht. Het is niet de eerste keer dat de NVWA waarschuwt voor een afslankthee met sibutramine. In 2016 was er ook een persoon die ernstige bijwerkingen kreeg na het gebruik van een afslankthee met sibutramine en in 2023 waarschuwden we ook al voor de afslankthee FXSLIM Lady&Man.

Bijsluiters worden slecht of helemaal niet gelezen

Een alledaagse pijnstiller kan8 levens kosten. Dat blijkt uit recente onderzoeken naar medicijngebruik in Nederland. Paracetamol en ibuprofen behoren tot de meest gebruikte middelen in het medicijnkastje en worden door velen gezien als veilig en vertrouwd. Juist daardoor nemen veel patiënten de bijsluiter niet of nauwelijks door. Het gevolg: verkeerd gebruik dat kan leiden tot ernstige, soms dodelijke complicaties. Paracetamol geldt als een onschuldige redder bij hoofdpijn of griep, maar in te hoge doseringen veroorzaakt het blijvende leverschade. Ibuprofen, vaak gebruikt tegen pijn en ontstekingen, kan bij langdurig gebruik maagbloedingen en nierschade veroorzaken. Toch blijkt dat meer dan de helft van de gebruikers de bijsluiter niet leest en dus geen idee heeft van de risico’s. Het gaat daarbij niet alleen om onwetendheid, maar ook om moeite met lezen. Zo’n 2,5 miljoen Nederlanders begrijpen de medische teksten niet of nauwelijks.

Recente onderzoeken, onder meer van het Mount Sinai-ziekenhuis in New York en de Harvard-universiteit wijzen op een mogelijk verband tussen vroeg gebruik van paracetamol en een verhoogd risico op autisme bij kinderen. In de Verenigde Staten, Nederland en veel andere landen geldt de inname van paracetamol tijdens de zwangerschap als veilig. Sommige wetenschappelijke studies duiden op een zeer licht verhoogde kans op autisme, ADHD of een taalontwikkelingsstoornis na veel paracetamolgebruik tijdens de zwangerschap, maar daarbij zijn ‘vele kanttekeningen te plaatsen’, stelt Lareb.

Volgens onderzoekers spelen genetische factoren waarschijnlijk een veel grotere rol dan eerder gedacht. Psychische aandoeningen zoals depressie, angst en autisme blijken namelijk bepaalde genetische kenmerken met elkaar te delen. Dat betekent volgens wetenschappers niet automatisch dat antidepressiva de oorzaak zijn van autisme. Ook ontdekten onderzoekers geen verhoogd risico op ADHD bij kinderen van moeders die antidepressiva gebruikten tijdens de zwangerschap.

Soms worden de vermeende verbanden helemaal niet gevonden en als ze wel naar voren komen, gaat het om een te klein effect om harde uitspraken te doen. Zelfs wie de bijsluiter wel bekijkt, volgt de richtlijnen vaak niet op. Uit onderzoek komt naar voren dat veel mensen stoppen of doorgaan met slikken op basis van hun eigen gevoel, in plaats van de maximale duur of dosering aan te houden. Het idee dat bekende medicijnen vanzelfsprekend veilig zijn, blijkt een hardnekkig misverstand dat levensgevaarlijk kan uitpakken. Artsen en apothekers waarschuwen dat de samenleving te lichtzinnig omgaat met het gebruik van deze middelen. De toegankelijkheid van pijnstillers zorgt ervoor dat ze zonder nadenken worden ingenomen, terwijl de noodzakelijke waarschuwingen in de bijsluiter ongelezen blijven. Experts pleiten daarom voor heldere voorlichting en eenvoudiger taalgebruik, zodat patiënten de risico’s begrijpen en hun gezondheid niet onnodig in gevaar brengen. Het Corona vaccin werd gegeven zonder fysieke bijsluiter. Bij grootschalige vaccinatiecampagnes konden ontvangers soms niet direct een fysiek exemplaar meekrijgen, maar de informatie was online beschikbaar en vaak via zorgverleners te verkrijgen maar werd daardoor slecht of niet gelezen. Het enorme aantal bijwerkingen bleef bij de ontvangers onbekend. Niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID’s) zoals naproxen, ibuprofen en diclofenac zijn een  risicovol medicijn en voor veel patiëntengroepen zijn deze middelen niet veilig. We weten dat veel mensen die op de Eerste Hulp terechtkomen een geneesmiddelengerelateerde aandoening hebben. Oudere mensen, mensen met verminderde nierfunctie of chronische nierziekte, hartfalen, hoge bloeddruk of mensen die medicijnen gebruiken die de nierfunctie beïnvloeden zijn risicogroepen.  Misschien ben je gewend bij pijn meteen naproxen te slikken, heb je het idee dat paracetamol niet goed werkt en vergeet je dat dat misschien niet samengaat met de medicatie die je neemt. En dan kun je erg ziek worden. Sommige mensen nemen er zo acht per dag omdat ze hoofdpijn hebben. Zo ontstaat medicatieafhankelijke hoofdpijn, een vicieuze cirkel waar je met veel pijn weer uit komt.  Daktarin, oftewel miconazol, een medicijn dat gebruikt wordt tegen schimmelinfecties mag je niet smeren als je ook bloedverdunners gebruikt. Je waarden gaan dan alle kanten op en zorgen voor ontregeling in de bloedstolling. “Mensen denken dat een crème geen invloed heeft, maar het wordt opgenomen in de huid en komt zo in het lichaam terecht en kan erg gevaarlijk zijn voor trombosepatiënten. Vergeet ook niet dat kruidengeneesmiddelen of -supplementen daadwerkelijk iets doen. Zo zorgt sint-janskruid, dat wordt gebruikt tegen matige depressies, voor een wisselwerking met andere geneesmiddelen. Kurkuma heeft invloed op kankermedicatie en ontstekingsremmers, en knoflooksupplementen hebben een bloedverdunnende werking. Ook onschuldig lijkende vitaminepillen kunnen schadelijk zijn. Wanneer je dagelijks meer dan 2 gram vitamine C slikt, kun je last krijgen van darmklachten. “Bij een teveel aan vitamine A – dan gaat het om meer dan 3.000 microgram – kan vergiftiging optreden. Daarbij kun je last krijgen van hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, vermoeidheid en afwijkingen aan ogen, huid en botten.” Langdurig te veel (100 microgram) vitamine D innemen kan leiden tot nierstenen en kalkafzetting rondom organen en weefsels. Te veel vitamine B6 (meer dan de wettelijk toegestane hoeveelheid van 21 milligram) kan ernstige zenuwpijn in handen en voeten veroorzaken.

In Spanje is begonnen met de nieuwste intranasale vaccinatie van kinderen op scholen. De vaccinatie is tegen griep, meningitus en het papillomavirus.

Problemen met/door:
Problemen met apneu apparaten

Philips Respironics heeft in totaal  98.000 klachten binnen over de apneuapparaten en in de afgelopen twee jaar zijn er al 5,5 miljoen apparaten teruggeroepen, waarvan 3 miljoen in de Verenigde Staten. Deeltjes van het geluiddempende schuim zouden volgens lab tests kunnen verbrokkelen en patiënten ouden die deeltjes vervolgens binnen kunnen krijgen. Bij 93 procent van de 98.000 meldingen zou het alleen om technische problemen gaan en dus niet om gezondheidsschade. Bij de andere 7 procent is er wel gezondheidsschade gemeld en in 346 gevallen zelfs een overlijden. Bestuursvoorzitter Frans van Houten stapte hierdoor vervroegd op. Philips moest  tot nu toe 1,3 miljard euro afschrijven. De terugroepactie zelf koste bijna 1 miljard euro. zo’n duizend werknemers zijn er continu mee bezig. Ook leed Philips in 2022 mede door de problemen met de apneuapparaten een verlies van 1,6 miljard euro. In 2022 halveerde de koers van het bedrijf. In januari werd bekend dat het concern 6.000 banen gaat schrappen, waarvan 1.100 in Nederland. In de komende periode moet Philips rekening houden met rechtszaken en door patiënten en beleggers geëiste schadevergoedingen. Philips wil in ieder geval dit jaar tot een schikking komen over het vergoeden van economische schade. Dan gaat het om een schikking van een deel van de claims waarmee Philips in de Verenigde Staten te maken heeft. Wie daar een apneu-apparaat gebruikt, moet die in de meeste gevallen zelf betalen. En ook al heeft het concern de apparaten omgeruild, klanten in de VS hebben mogelijk toch recht op een vorm van compensatie.  De problemen met de slaapapneu-apparaten draaien om het isolatieschuim in de machines. Dat kon afbrokkelen of chemische stoffen afgeven na contact met bepaalde schoonmaakmiddelen, met mogelijke schade voor de gezondheid als gevolg waarvoor In de VS meer dan vierhonderd zaken bij elkaar gevoegd werden in een massaclaim, sommige advocaten denken dat er nog wel honderden kunnen bijkomen. Ook gaat het nog over de schade van beleggers die de beurskoers van Philips flink hebben zien kelderen. Philips nog overhoop met een producent van ozonreinigers, volgens het bedrijf een belangrijker trigger voor de problemen. Philips heeft nagelaten onderzoek in te stellen naar de dood van een Nederlandse patiënt die een apneu-apparaat van het bedrijf gebruikte. Daarmee houdt Philips zich niet aan de Europese wetgeving voor medische hulpmiddelen. Dat blijkt uit onderzoek door NRC naar de afhandeling van meldingen van ernstige incidenten met apneu-apparaten in Nederland. Philips schikte onlangs ook in andere zaken en schrapt 10.000 banen in 2023 en 2024. Er zou in Nederland al sprake zijn van 65 overlijdensgevallen door het gebruik van de apparatuur. De Amerikaanse voedsel- en geneesmiddelenwaakhond FDA heeft het over  124 sterfgevallen. Ook zijn er tussen april vorig jaar en dit jaar meer dan 21.000 meldingen over de apparaten binnengekomen.

Philips heeft vanaf 2010 duizenden klachten van long- en apneupatiënten achtergehouden voor de Amerikaanse toezichthouder (FDA). Dat meldt NRC na onderzoek in samenwerking met onder andere het Amerikaanse onderzoekscollectief ProPublica. Met een dataonderzoek werden 100.000 meldingen over problemen met de apparaten van Philips geanalyseerd. Daaruit zou volgens de krant naar voren komen dat het bedrijf 3700 meldingen alleen intern registreerde en deze dus tegen de regels in niet binnen dertig dagen meldde bij de FDA. De krant concludeert dat de eerste melding over schadelijke schuimdeeltjes dateert uit 2010. Philips heeft in de Verenigde Staten een schikking getroffen voor 1,1 miljard dollar vanwege problemen met de slaapapneu-apparaten. Exor, het investeringsverhikel van de Italiaanse Fiat-familie Agnelli en de grootaandeelhouder van Philips, heeft zijn belang in het Nederlandse zorgtechnologiebedrijf verder vergroot. Het Amerikaanse PSN Labs zou volgens Philips de gevaren van de apneu-apparaten door verkeerde tests en analyses hebben overschat. Op basis van deze onjuiste onderzoeksresultaten besloot Philips wereldwijd 5,6 miljoen apparaten terug te halen, zegt het concern. De schade bedroeg tussen de 4 en 5 miljard euro, terwijl de terugroep niet noodzakelijk is gebleken. Philips boekte in het eerste kwartaal van 2025 een verlies van maar liefst € 665 miljoen door de miljarden kostende schikking in de VS.

Philips riep in maart implantaten terug die hartchirurgen gebruiken om scheurtjes in de aorta-slagader te behandelen. Het implantaat met de merknaam Tack kan de slagader beschadigen, zo blijkt uit een waarschuwing van de Amerikaanse medische toezichthouder, de FDA.

Problemen met Bisfenolen 

Bisfenolen worden gebruikt om polymeren en harsen te produceren, die vervolgens worden gebruikt om plastic materialen te maken. Deze worden al tientallen jaren gebruikt in polycarbonaatkunststof en epoxyhars, bekend van herbruikbaar plastic servies, flessen voor dranken, sportuitrusting, cd’s en dvd’s enz. Epoxyharsen worden gebruikt om de binnenkant van waterleidingen en blikjes voedsel en drank te coaten om de houdbaarheid te verlengen en te voorkomen dat ze een metaalachtige smaak krijgen. Ze worden ook gebruikt in vloeren, carrosseriecoatings en in lijmen. Bisfenolen worden ook gebruikt in thermisch papier, inkt, textiel, papier en karton en deze kunnen de vruchtbaarheid schaden en de hormoonsystemen van zowel mensen als dieren verstoren. Ze kunnen ook huidallergieën veroorzaken. Palliatieve zorg Ontwikkelingen die de meeste invloed hebben op de palliatieve zorg in 2050 zijn de vergrijzing, toenemende personeelstekorten, digitalisering en andere technologische vernieuwing in de zorg en de groeiende diversiteit in de samenleving.

Het RIVM maakte een toekomstverkenning in opdracht van het ministerie van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in samenwerking met wetenschappelijke experts en professionals uit de zorg. Bij palliatieve zorg gaat het over alle zorg en ondersteuning voor mensen met een ongeneeslijke ziekte en hun naasten. Doel is om een zo goed mogelijke kwaliteit van leven voor deze mensen te bereiken. De scenario’s zijn beschreven vanuit verschillende perspectieven. Bij ‘de gemeenschap centraal’ ligt de nadruk in 2050 op het omkijken naar elkaar. Er zijn bijvoorbeeld lokaal zorgzame gemeenschappen waarin iedereen naar eigen kunnen bijdraagt aan de zorg voor elkaar. Techniek wordt in dit scenario ingezet als dit helpt om betere menselijke zorg te geven, bijvoorbeeld door laagdrempelige thuismonitoring. De rijksoverheid zorgt voor een eerlijke verdeling van geld en middelen. Ook private partijen, zoals lokale ondernemers en kleine zorgvoorzieningen, kunnen een nuttige bijdrage leveren. Daarbij is het toevoegen van maatschappelijke waarde belangrijker dan (meer) winst maken.Wanneer de nadruk ligt op het individu, bepalen mensen in 2050 zelf wat goed voor hen is, bijvoorbeeld als het gaat om behandelplan, stervenswens, of wat kwaliteit van leven voor hen betekent. Zij nemen daarbij ook zelf het initiatief. Nieuwe technieken, digitalisering en (zelf)monitoring worden omarmd en de overheid beperkt zich door te faciliteren en vertrouwt vooral op de zelfredzaamheid van het individu. Ook private partijen krijgen veel ruimte. In het derde en laatste scenario ligt de focus op de kwaliteit van de zorg. Preventie en de zorg krijgen zoveel aandacht (in geld en moeite) dat Nederland nog nooit zo gezond is geweest. Hierdoor kunnen mensen ook vaak langer blijven werken. Bij ongeneeslijke ziekte krijgt men de best passende palliatieve zorg. De overheid heeft in dit scenario de regie in het organiseren van de zorg, waarbij de kwaliteit voorop staat. De kennis en kunde van de professionals zijn hiervoor cruciaal. De scenario’s maken duidelijk dat er meerdere perspectieven zijn op de toekomst van de palliatieve zorg. Maar niet alle oplossingen zijn mogelijk.

Problemen met bruiningsmiddel Melatonan

Het bruiningsmiddel Melatonan brengt ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee, waaronder blijvende erectiestoornissen en nierbeschadiging.
Ongereguleerde “bruiningsinjecties” omzeilen veiligheidstests en bevatten gevaarlijke onzuiverheden. Experts raden consumenten aan om zelfbruiners in flessen te gebruiken in plaats van illegale synthetische peptiden. Medische professionals luiden de alarmklok over de gevaarlijke effecten van Melanotan II, een ongereguleerde bruiningsstof die gevaarlijk langdurige erecties kan veroorzaken. Hoewel veel mensen het middel gebruiken om voor de zomer snel een zongebruinde gloed te krijgen, waarschuwen dermatologen dat de risico’s veel groter zijn dan de cosmetische voordelen. Cancer Research UK geeft aan dat dit synthetische peptide werkt door de pigmentcellen in de huid te dwingen om te veel melanine aan te maken.
Omdat het product echter niet is getest op kwaliteit of veiligheid, wordt het gebruik ervan als gevaarlijk beschouwd. In het Verenigd Koninkrijk zijn de distributie en verkoop van Melanotan injecties, vaak tan jabs genoemd, illegaal.
Een van de ernstigste complicaties die met het middel gepaard gaan, is priapisme, een aandoening waarbij je een pijnlijke erectie hebt die niet verdwijnt.
In een gedocumenteerd geval uit Miami zocht een 55-jarige man spoedeisende hulp nadat hij meer dan 30 uur lang een aanhoudende erectie had gehad. Ondanks dat hij het middel al zes jaar gebruikte voor het bruinen en lichte seksuele stimulatie, was voor deze acute episode een chirurgische ingreep nodig om het op te lossen. Helaas meldde de patiënt later dat hij als gevolg van het incident last kreeg van erectiestoornissen.
Naast seksuele disfunctie wordt het middel in verband gebracht met diverse andere systemische problemen. Onderzoek gepubliceerd in het British Journal of Dermatology en rapporten van WebMD geven aan dat gebruikers last kunnen krijgen van misselijkheid, chronische vermoeidheid, hoofdpijn en verlies van eetlust.
Nog alarmerender is het risico op een nierinfarct, een ernstige verstopping van de bloedtoevoer naar de nieren, en de ontwikkeling van dysplastische naevi, oftewel abnormale moedervlekken.
Dr. Sobia Kauser van de Universiteit van Bradford wijst op het gevaar van het injecteren van chemicaliën met onbekende onzuiverheden in de bloedbaan. Ze waarschuwt dat langdurig gebruik mogelijk het risico op huidkanker, zoals melanoom, kan verhogen.

Problemen met cortisol

Cortisol reguleert je stofwisseling, het immuunsysteem en de reactie op stress en helpt je lichaam om snel te handelen in stressvolle situaties. Zo geeft het je energie om te kunnen vechten of vluchten.

Op de korte termijn kan cortisol juist nuttig zijn, maar op de lange termijn kan het enorm schadelijk voor je gezondheid zijn. Een hoge cortisolwaarde kan namelijk leiden tot gewichtstoename, een hoge bloeddruk, diabetes, hartaandoeningen, slapeloosheid of slaapproblemen, stemmingswisselingen en vermoeidheid. 

Tijdens de (peri)menopauze liggen te hoge cortisolwaardes vaak op de loer. Stress kan overgangsklachten nog meer verergeren, wat onder andere bijdraagt aan gewichtstoename, opvliegers en verstoorde slaap.  
Cortisol is een hormoon dat wordt geproduceerd door de bijnieren en is betrokken bij verschillende lichaamsfuncties, waaronder het reguleren van de stofwisseling, het immuunsysteem en de reactie op stress. Wanneer je cortisolwaarden verhoogd zijn, kunnen er enkele subtiele maar belangrijke symptomen optreden. Laten we deze symptomen eens onder de loep nemen:

  • Cortisol laat je hart sneller kloppen. Als je hartslag consequent hoger ligt dan normaal, kan er iets mis zijn. Je kunt veranderingen in je hartslag zelf eenvoudig meten en bijhouden met een fitnesstracker of met een smartwatch.
  • Cortisolniveaus en leverfunctie zijn met elkaar verbonden en de lever reguleert hoe je lichaam vetten verwerkt 
  • Neemt de vetmassa (en de spiermassa) in de je armen en benen af, terwijl in de buikstreek het vet juist toeneemt? Dan is het verstandig om langs je huisarts te gaan. ‘Dit kan een teken zijn dat je cortisolniveau uit balans is.
Problemen met Ftalaten

Ftalaten vormen een familie van synthetische chemicaliën met een breed scala aan toepassingen, variërend van consumentenproducten tot industriële producten. Er zijn verschillende soorten ftalaten en ze worden vaak gebruikt als weekmakers om kunststoffen, zoals PVC, flexibeler en duurzamer te maken. Er zijn aanwijzingen dat sommige ervan onze hormoonsystemen kunnen verstoren en allergieën kunnen veroorzaken. 

Problemen met hartimplantaten

Een fabrikant van medische hulpmiddelen legt al ruim tien jaar signalen over een falend hartimplantaat naast zich neer. Het gaat om de draden aan een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD). Dat is een hartcomputertje dat een shock geeft bij een dreigende hartstilstand. De zogeheten Linox-draden van het Duitse bedrijf Biotronik gaan sneller kapot dan zou moeten. Hierdoor kunnen patiënten onnodige shocks krijgen. Dat valt cardiologen in binnen-en buitenland al jarenlang op.
Tussen 2006 en 2019 kregen minstens 4.600 Nederlandse patiënten de Linox-draden geïmplanteerd, blijkt uit navraag bij Nederlandse hartcentra. Zeker duizend mensen hebben ze nu nog. De cardiologievereniging (NVVC) is sinds 2014 op de hoogte van de problemen, maar informeerde patiënten niet.
“Dat is geen makkelijke beslissing”, zegt Michiel Rienstra, vicevoorzitter van NVVC. “Maar dit zijn patiënten met ernstige hartziekten. We willen dat ze zoveel mogelijk vertrouwen houden in hun apparaat.”

Exacte cijfers ontbreken, maar in Nederland kwamen in ieder geval 59 meldingen over onterechte shocks binnen bij de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De meest recente melding is van dit jaar. Uit onderzoek van Investico(opent in nieuw venster), het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, De Groene Amsterdammer en Nieuwsuur blijkt dat wereldwijd zeker duizend patiënten de onterechte shocks kregen. Beide getallen zijn een onderschatting omdat lang niet alle problemen worden gemeld. De onterechte shocks kunnen leiden tot jarenlange psychologische problemen, mogelijk tot hartschade en in zeldzame gevallen tot levensbedreigende hartritmestoornissen.

Belangenorganisatie Hartpatiënten Nederland noemt het “schandalig” dat patiënten niet zijn geïnformeerd. “Ze hebben het recht om te weten dat er mogelijk iets mis is”, zegt voorzitter Jan van Overveld. De organisatie behartigt de belangen van zo’n veertigduizend hartpatiënten. “Dit gaat ten koste van het vertrouwen van patiënten in hun artsen.”
De internationale richtlijn(opent in nieuw venster) is sinds 2015 om álle ICD-patiënten in de gaten te houden via thuismonitoring. Dat systeem leest het hartcomputertje uit en stuurt gegevens naar het ziekenhuis. Zo kan een kapotte draad worden opgespoord en worden uitgeschakeld.

Cardiologievereniging NVVC spoorde ICD-cardiologen in 2014 aan hun patiënten met Linox-draden extra goed in de gaten te houden. Maar hoeveel patiënten de afgelopen jaren thuismonitoring kregen, weet de vereniging niet. Volgens NVVC is het niet haar taak daarop toe te zien. “Wij zijn niet de inspectie”, zegt Rienstra. Van de twaalf ziekenhuizen die op dit moment nog Linox-patiënten hebben, zeggen er negen monitoring aan te bieden. Drie ziekenhuizen gaven geen antwoord.

Cardiologen wereldwijd vroegen Biotronik de afgelopen tien jaar herhaaldelijk om opheldering over de kapotte draden, maar het bedrijf ontkende de problemen. De firma onderbouwt die ontkenning met een kortlopende studie, gesponsord door Biotronik zelf. Terwijl de problemen met de draden vaak pas ontstaan na een langere periode.
Bij het verschijnen van een onafhankelijke studie in 2014 ontvingen Biotronik-medewerkers instructies om die lange termijn niet ter sprake te brengen, zo blijkt uit een intern document in handen van Nieuwsuur: “Ga niet proactief een discussie aan over de prestaties van onze Linox-draden op de lange termijn.” Volgens Biotronik was de instructie bedoeld “om discussies over een enkele studie met twijfelachtige methodologie te vermijden”.
In de loop der jaren toonden tien onafhankelijke studies aan dat de Linox-draden vaker kapot gaan dan gebruikelijk. Uit een grote Nederlandse studie(opent in nieuw venster) in 2024 zelfs ruim drie keer vaker dan wat wetenschappers als acceptabel zien.
Het bedrijf noemt in een reactie de draden “veilig en betrouwbaar”. “Wij evalueren de prestaties van onze producten gedurende hun gehele levenscyclus”, schrijft Biotronik. “Voor de Linox-draden zijn er geen redenen voor een veiligheidswaarschuwing.”

De ontkenning van de fabrikant heeft grote gevolgen: volgens de Europese wet is de fabrikant verantwoordelijk voor officiële waarschuwingen of terugroepacties. Gebeurt dat niet, dan worden hartcentra en cardiologen wereldwijd niet officieel geïnformeerd over problemen.
Navraag leert dat minstens twee Nederlandse hartcentra niet op de hoogte waren en nog tot 2019 ‘enkele’ Linox-draden plaatsten.
De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) moet erop toezien dat de fabrikant ingrijpt als hulpmiddelen niet goed werken. Maar de inspectie stelt in reactie op vragen al maanden “geen reden te hebben om aan te nemen” dat de draden minder goed zijn dan andere. Volgens IGJ komen er over Linox-draden niet méér meldingen binnen dan over andere draden. Cijfers daarover geeft de toezichthouder niet.
De inspectie liet weten de fabrikant omgaat met deze draden toch te gaan ‘bevragen’. “Daarnaast gaan we de prestaties van de leads bespreken met de inspectie in Duitsland, waar de fabrikant is gevestigd.” (bron: NOS)

Problemen met andere implantaten

8 oktober 2024 was de eerste zittingsdag in de rechtszaak die meer dan 2.750 Nederlandse vrouwen hebben aangespannen tegen Bayer. Ze kregen ernstige gezondheidsproblemen na hun sterilisatie met het implantaat Essure. De vrouwen worden vertegenwoordigd door de Stichting Essure Claims, die Bayer in 2021 al aansprakelijk stelde via een collectieve schadeclaim. Ze hadden gehoopt er met de farmaceut uit te komen, vertelt advocaat Martijn van Dam van de stichting. “Maar Bayer kiest ervoor om toch een procedure af te wachten.” En dus komt de zaak morgen voor bij de Rechtbank Midden-Nederland. “Hier hebben de vrouwen lang op gewacht”, zegt Van Dam. “Bayer laat hen in de kou staan en het is nu aan de rechter om daar verandering in te brengen. Essure is een implantaat om vrouwen te steriliseren. Net als veel andere implantaten, zoals heupimplantaten en stents, is dit implantaat gemaakt van metaal. Het is normaal dat er metaaldeeltjes vrijkomen uit zo’n implantaat. Essure is een klein implantaat. Bij deze sterilisatieveertjes is het daarom onwaarschijnlijk dat er metalen vrijkomen die voor gezondheidsklachten gaan zorgen. Dat concludeert het RIVM na literatuuronderzoek en gesprekken met experts. Het meldpunt en expertisecentrum voor bijwerkingen van implantaten registreerde de afgelopen vijf jaar bijna 1000 meldingen met problemen en bijwerkingen door de plaatsing van borstimplantaten.  Jaarlijks nemen 20 tot 30.000 vrouwen een borstimplantaat. Veel van de klachten gaan over vermoeidheid, pijn in gewrichten concentratieproblemen, geheugenproblemen, spierpijn en kapselvorming. 

Hartkleppen, heup- en borstimplantaten kunnen onvoorziene en ongewenste bijwerkingen veroorzaken. Deze kunnen aan het implantaat zelf liggen of aan de toepassing ervan. De afgelopen jaren is bij verschillende vrouwen met borstimplantaten een zeldzame vorm van kanker vastgesteld. In de Verenigde Staten worden negen sterfgevallen geassocieerd met ALCL, een vorm van non-Hodgkin-lymfoom. In België kregen vier vrouwen de afgelopen jaren de zeldzame vorm van kanker, aldus het Belgische Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG). De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) verbood de implantaten van het merk PIP. 2 juli 2015 heeft de Franse rechter in hoger beroep geoordeeld dat het certificerende instituut TÜV Rheinland niet aansprakelijk is voor de schade die vrouwen met PIP-implantaten hebben geleden. De letselschadeadvocaten verlegden daarna voor circa 150 slachtoffers hun claims naar de ziekenhuizen en artsen. Enkele ziekenhuizen en privéklinieken werden aansprakelijk gesteld voor de schade die werd geleden door het gebruik van de ongeschikte siliconen (PIP-borstprotheses).

De Franse producent PIP en de Nederlandse importeur Rofil zijn failliet verklaard dus daar valt niets meer te halen. De implantaten van Poly Implant Prothese (PIP) scheurden en lekten vanwege de gebruikte industriële gel in de siliconen, in plaats van medische siliconen. Veel vrouwen kregen ernstige gezondheidsklachten doordat de siliconenresten zich door het lichaam hadden verspreid. Ruim 1.100 vrouwen hebben de PIP-implantaten na een oproep door de inspectie preventief laten verwijderen. In een tussenvonnis van het Gerechtshof in Den Bosch vond het hof dat een kliniek alle schade die is veroorzaakt door PIP-implantaten moet vergoeden, ongeacht of zij wisten dat de prothesen slecht waren. 21 zorgverzekeraars starten daarna een procedure tegen tegen 27 klinieken en ziekenhuizen voor een schadevergoeding van 3000 euro per hersteloperatie. maar kregen van de rechter geen gelijk. Vrijwel alle borstprotheses zweten of gaan zelfs lekken, waardoor silliconen moleculen in het lichaam terecht komen met alle klachten en pijn van dien.

Via pathologisch onderzoek kon worden aangetoond dat gelekte siliconen uiteindelijk zelfs terecht kunnen komen in de hersenen en het ruggenmerg. Onderzoekers stellen dat alle borstimplantaten na verloop van tijd gaan lekken, waardoor deeltjes in het lichaam terecht komen. Uit een onderzoek door het RIVM bleek dat alle technische dossiers van fabrikanten van borstimplantaten in Nederland onder de maat zijn en dat de veiligheid van alle borstimplantaten in Nederland niet gegarandeerd kan worden en dat het onduidelijk hoe snel de borstimplantaten kunnen gaan scheuren. Fabrikant Johnson & Johnson heeft een implantaat (matje) dat feitelijk bestemd was voor lies- en buikwandbreuk zonder deugdelijk wetenschappelijk onderzoek ook op de markt gebracht als matje voor bekkenbodemverzakkingen. Omdat voor het bekkenbodemgebied veel meer flexibiliteit nodig is gaan de matjes stuk en veroorzaken ze ernstige inwendige problemen en pijn. Naar schatting is dit al bij ruim zeshonderd Nederlandse vrouwen gebeurd en wereldwijd gaat het waarschijnlijk om tienduizenden vrouwen. In Amsterdam begon 1 december 2023 de rechtszaak tegen borstimplantatenbedrijf Abbvie. Vrouwenrechtenorganisatie Bureau Clara Wichmann eist namens 60000 vrouwen een schadevergoeding tot wel 900 miljoen euro. De zaak draait om getextuurde implantaten met een ruw oppervlak die Biocell of Natrelle worden genoemd door fabrikant Abbvie (dat voorheen Allergan heette). Vrouwen met deze implantaten hebben 400 keer zoveel risico op het krijgen van BIA-ALCL (voluit Breast Implant Associated Anaplastic Large-Cell Lymphoma). De kans dat een vrouw deze vorm van kanker krijgt is tegen de tijd dat zij 75 jaar is, ongeveer 1 op de 7000. In Nederland leven 90 vrouwen met een borstimplantaat bij wie BIA-ALCL is vastgesteld.  De schadevergoeding die wordt geëist is bedoeld voor het verwijderen van de implantaten en een reconstructie van de borst. Ook is een deel van de vergoeding voor het leed en pijn dat de ingreep veroorzaakt. Sinds 2018 zijn de implantaten niet meer in Europa verkrijgbaar en in 2019 werden ze door Abbvie wereldwijd uit de handel gehaald.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zegt dat verwijdering niet nodig is en dat er ook risico’s aan een operatie kleven. In Amerika lopen al langer procedures tegen het bedrijf. Sinds 2015 hebben ruim 14.000 vrouwen die ooit kozen voor siliconen borstimplantaten, deze weer laten verwijderen. Volgens Bureau Clara Wichmann, een stichting die werkt aan een betere maatschappelijke positie van vrouwen in Nederland, kampen velen ook met chronische vermoeidheid, pijnklachten of auto-immuunachtige symptomen. De zaak omvat zowel vrouwen met als zonder klachten. In de rechtbank van Amsterdam start 23 september 2025 de inhoudelijke behandeling van een grote massaclaim-zaak door 60.000 vrouwen die een schadevergoeding eisen van farmaceut Allergan/Abbvie. Het bedrijf zou hen onvoldoende hebben gewaarschuwd voor gezondheidsrisico’s van de borstimplantaten. De rechter oordeelde in december 2026 dat Allergan echter niet verantwoordelijk is.  Er is te weinig bewijs dat de implantaten de oorzaak zijn van de auto-immuunklachten, zegt de rechtbank. Het staat vast dat mensen met implantaten de klachten, zoals spierpijn, reumatische klachten, haaruitval en vermoeidheid, kunnen hebben gehad. Maar de rechter verwijst naar recent onderzoek van het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis, dat stelde dat siliconen borstimplantaten niet tot een grotere kans op dit soort klachten leiden. Mensen met de implantaten hebben wel een verhoogde kans op de lymfeklierkanker. De rol van de implantaten daarbij is echter nog niet duidelijk. En ook als er wel een verband is, maakt dat nog niet dat het product gebrekkig is, stelt de rechter. Zoals bij elk implantaat zijn er risico’s en Allergan heeft artsen hierover ook geïnformeerd. Zulke risico’s maken nog niet dat het product meteen van de markt moet, ziet de rechter, want dan zou ook niemand er meer baat bij kunnen hebben. Toen het risico duidelijk werd, in 2018, haalde Allergan de implantaten overigens wel van de markt.

Problemen met hospices

Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van de hospicezorg. Maar ondanks een groei van het aantal bedden in hospices, kan lang niet iedereen terecht. “Er is meer vraag dan dat er bedden beschikbaar zijn. Het eerste hospice is in 1987 in Nieuwkoop opengegaan. Dat was zeg maar gast nummer één en in 2023 was er al sprake van bijna 11.000 gasten per jaar.” Ondanks dat er de afgelopen jaren meer hospices, meer vrijwilligers en meer bedden bijkwamen, is er bij veel hospices een tekort aan bedden en staan mensen die beginnen aan hun laatste levensfase op een wachtlijst. Door de vergrijzing zijn er steeds meer hoogbejaarde mensen die een klein persoonlijk netwerk hebben en steeds minder mantelzorgers. Als gevolg daarvan kunnen ze alleen nog maar terecht in een hospice.

Problemen met inhalators

Bijwerkingencentrum Lareb heeft honderden klachten binnengekregen over het gebruik van een inhalator van de fabrikant Viatris. Volgens Lareb kreeg een deel van de astmapatiënten juist meer klachten aan hun luchtwegen na het gebruik van het nieuwe middel van de fabrikant. Zo kregen mensen tijdens en na het gebruik last van een hoestprikkel en hoestbuien. Inmiddels zijn veel van de patiënten die een klacht indienden weer overgestapt naar hun vertrouwde en tevens gewoon verkrijgbare middel Foster of een ander merk. In december vorig jaar waarschuwde Lareb al voor de klachten bij het gebruik van de puffer van Viatris. Ook apothekersvereniging KNMP is toen op de hoogte gesteld en heeft die waarschuwing doorgegeven aan de achterban. Annemieke Horikx van KNMP ziet dat er in korte tijd veel meldingen binnen zijn gekomen en verwacht dat Viatris daarom ook steeds minder vaak voorgeschreven zal worden. Ook omdat de inhalator bij geen van de zorgverzekeraars op de voorkeurslijst is opgenomen. “Het is een goedgekeurd medicijn en pas recentelijk op de markt gekomen. In zo’n negen maanden tijd zijn er veel meldingen gedaan, dus het is terecht dat Lareb tegen het CBG heeft gezegd om de zaak te onderzoeken”, zegt Horikx. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) doet op verzoek van Lareb onderzoek naar de inhalator van Viatris en heeft de fabrikant de nodige vragen gesteld.

Problemen met kwartscomposiet

Wereldwijd blijken jonge dertigers en veertigers een stoflong te hebben opgelopen door het bewerken en zagen van  aanrechtbladen uit kwartscomposiet. In 2019 bleek er voor het eerst een patiënt silicose (een stoflong) te hebben ontwikkeld. na het bewerken van kwartscomposiet. Sindsdien zijn er steeds meer patiënten met dezelfde diagnose. Artsen pleiten voor een verbod op kwartscomposiet, dat populair is omdat het goedkoper is dan natuursteen en krasbestendig. Wereldwijd zien artsen gevallen van composietverwerkers, die soms al vroeg in hun carrière stoflong oplopen door de intense blootstelling aan het stof. De ziekte ontwikkelt sluipend. ‘In het begin merk je er niets van, omdat longen reservecapaciteit hebben. Pas als de verlittekening van de longen al verder gevorderd is, krijgen patiënten last van kortademigheid. Artsen herkennen de ziekte ook niet altijd. De composiet bestaat uit gemalen kwartsstof (silica, red.) en hars.  Een groep artsen pleit in een opiniestuk in de vakbladen Thorax en Occupational & Environmental Medicine voor een gefaseerd verbod op het gebruik van het materiaal. Australië voerde als eerste land afgelopen juli 2024 al een verbod in op kwartscomposiet. In Nederland is een onderzoek opgestart. Silicose treedt op na langdurige verhoogde blootstelling, waardoor ze vooral arbeiders treft. Voor hen kunnen de gevolgen groot zijn. Silicose is onomkeerbaar. Het stof blijft in de longen zitten en veroorzaakt littekens. Sommige patiënten hebben een longtransplantatie nodig of overlijden eraan. Normaal krijg je pas silicose na een blootstelling van dertig jaar, maar bij kwartscomposietverwerkers is dat al na tien jaar, vermoedelijk komt dat door blootstelling aan hoge concentraties. Hoe hoger en langduriger de blootstelling, hoe groter de kans op een stoflong. De producenten proberen het gevaar te drukken. Ze ontwikkelen nieuwe generaties composietsteen met lagere concentraties kwartsstof. Sommige producenten adverteren nu al voor materialen met minder dan 10 procent kwartsstof. Kwartscomposiet is nog altijd populair in de keukensector. 

Problemen met MRI scanners

Een nieuw probleem doet zich voor bij een type MRI-scanner dat het Nederlandse zorgtechnologiebedrijf tussen 2005 en 2014 verkocht. Een magneet van MRI-scanners kan in sommige gevallen oververhit raken, waarna vloeibaar helium verdampt. Normaal gesproken wordt dat heliumgas afgevoerd. Maar volgens de Amerikaanse toezichthouder FDA kan bij Philips’ scanner van het type Panorama 1.0T HFO zoveel druk ontstaan door het opgehoopte gas dat het risico op ontploffing ontstaat. Philips laat weten dat er één incident bekend is met dit type MRI-scanner, waarbij schade aan het systeem ontstond. Dit gebeurde toen monteurs de magneet uit bedrijf namen en ‘naar verluidt de gebruiksaanwijzingen van Philips niet opvolgden’, stelt het bedrijf. Vooralsnog zijn er geen gevallen van gezondheidsschade of verwondingen bekend. In Nederland staat één zo’n apparaat. Dat is inmiddels gecontroleerd en kan weer gebruikt worden, meldt Philips. In totaal gaat het om zo’n 340 MRI-scanners, waarvan 150 in de Verenigde Staten.  Philips haalt de scanner niet terug, maar heeft ziekenhuizen en andere medische instellingen opgedragen het apparaat tijdelijk niet te gebruiken. Naar eigen zeggen heeft de fabrikant 97 procent van de MRI-scanners in de VS gecontroleerd en 80 procent van de scanners in de rest van de wereld.

Problemen met medicijnentekort

Het RIVM onderzocht wat het effect is van tekortenbesluiten op de hoeveelheid geneesmiddelen die in Nederland beschikbaar zijn. Tekortenbesluiten blijken te helpen om meer geneesmiddelen te hebben in tijden van tekorten, maar alle betrokken partijen vinden dat ze de oorzaak van de tekorten niet aanpakken. Verder blijkt dat niet alle partijen de maatregel gebruiken. Vooral groothandelaren en apotheken in ziekenhuizen doen dat wel, onder andere omdat ze in het buitenland meer connecties met bijvoorbeeld andere groothandelaren en fabrikanten hebben. Openbare apothekers en fabrikanten doen het nauwelijks. Ook is niet duidelijk hoeveel geneesmiddelen precies in Nederland na een tekortenbesluit worden ingevoerd, via welke partij en wie ze gebruikt. Het RIVM beveelt daarom aan een systeem op te zetten dat daar meer inzicht in geeft (een monitor). Daarnaast is het belangrijk om de ervaringen van patiënten mee te nemen, omdat de tekortenbesluiten veel impact op hen hebben. Overigens besloot de Raad van State in november 2024 dat het tekortenbesluit wettelijk gezien in strijd is met de Geneesmiddelenwet. De IGJ mag alleen op verzoek van een arts een tekortenbesluit nemen en dat niet uit zichzelf doen. Na zorgen van verschillende betrokken partijen wordt de import van geneesmiddelen uit het buitenland voorlopig gedoogd tot de minister de wet heeft aangepast.

Volgens de KNMP was er in 2023 een tekort aan 2.292 geneesmiddelen. In 2022 was dat nog 1.514. Er is een groot tekort aan antibiotica, vooral voor baby’s en kinderen. In 2024 kregen meer dan 4,5 miljoen mensen te maken met een medicijntekort. 1563 geneesmiddelen waren (tijdelijk) niet leverbaar. Dat is minder dan in 2023, toen er tekorten waren bij bijna 2300 medicijnen. In 193 gevallen ging het om medicijnen die van levensbelang zijn voor patiënten en die snel beschikbaar moeten zijn. Hieronder valt onder meer de salbutamol-puffer tegen benauwdheid, die er al een heel jaar niet is. Daarnaast waren 669 essentiële geneesmiddelen vorig jaar niet altijd beschikbaar. Als mensen deze medicijnen niet krijgen, kan dat binnen 3 dagen tot 3 maanden leiden tot het overlijden van de patiënt of tot een sterk verhoogde ziektelast. In de categorie noodzakelijke geneesmiddelen waren er 310 tekorten. Dat zijn bijvoorbeeld medicijnen tegen misselijkheid en braken. Door gebrek hieraan krijgen kinderen die blijven overgeven een te zwaar middel toegediend dat eigenlijk bedoeld is voor mensen die misselijk zijn van een chemokuur.

Zorginstituut Nederland wil niet bewezen effectieve zorg uit het basispakket halen. Naar schatting wordt dit jaar 48 miljard euro aan zorg via het basispakket vergoed. Gemiddeld wordt per Nederlander 6.000 euro aan de zorg betaald. Een hoopgevend geneesmiddel Eculizumab tegen een ernstige bloedziekte is afgewezen voor vergoeding via de basisverzekering. Het middel van farmaceut Alexion is minimaal zes keer te duur en dus ook veel te duur om via het basispakket te vergoeden. Eculizumab is een middel voor behandeling van Paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie (PNH, de afbraak van rode bloedcellen), een ziekte waar ongeveer 130 Nederlanders aan lijden. Het enige beschikbare middel, dat nu voorlopig nog wel verstrekt en vergoed wordt, geeft patiënten een normale levensverwachting en een gezond leven, terwijl ze anders met veel pijn en wekelijkse bloedtransfusies, zonder al te veel te kunnen deelnemen aan de maatschappij binnen 15 jaar komen te overlijden. Het wel verstrekke

n zou uiteindelijk zeker 480.000 euro per gewonnen levensjaar (in goede gezondheid) kosten, terwijl de grens voor hele zware ziektes op 80.000 euro is gesteld. De fabrikant zou zelfs bij een tien keer lagere prijs al uit de kosten kunnen komen. Minister Schippers en Alexion hebben maanden onderhandeld met de fabrikant, maar zonder resultaat, in tegenstelling tot bij een te duur longkankergeneesmiddel. De Leidse medicijnenproducent InnoGenerics moest met behulp van de Overheid een doorstart maken en overgenomen worden door Ofichem Groep, een leverancier van grondstoffen voor medicijnen die in Ter Apel is gevestigd. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), dat InnoGenerics de afgelopen jaren financieel bijstond, ondersteunt de overname met een bijdrage van 150.000 euro. Elk jaar halen farmaceuten honderden goedkope maar essentiële geneesmiddelen van de Nederlandse markt. Ze vinden het nutteloos om elk jaar kosten voor handelsvergunningen te maken terwijl ze hun medicijnen vanwege het voorkeursbeleid van zorgverzekeraars niet mogen verkopen. Omdat er daardoor steeds minder alternatieven beschikbaar zijn wordt het nog lastiger om aanhoudende medicijntekorten op te lossen. De aanlevering van medicijnen bij de apothekers geeft ook de nodige problemen

De tekorten aan geneesmiddelen die twee weken of langer niet leverbaar zijn, zijn vorig jaar met 51,4% toegenomen: van 1514 naar 2292 medicijnen. De schaarste doet zich voor bij een breed scala aan geneesmiddelen, onder meer tegen hartaandoeningen, epilepsie, infecties, kanker, Parkinson en jicht. Circa vijf miljoen van de 13 miljoen Nederlanders die medicijnen gebruiken, krijgen volgens de KNMP met de tekorten te maken. Apothekers zijn elke dag bezig om alternatieven te vinden voor medicijnen die er niet zijn. Als oorzaken voor de tekorten noemt de KNMP onder meer internationale distributieproblemen en de lage Nederlandse prijzen voor veelgebruikte, patentvrije geneesmiddelen. De organisatie pleit voor meer productie van medicijnen in Nederland of andere Europese landen. Ook is volgens de apothekers een herziening nodig van het zogenoemde preferentiebeleid, waarmee Nederlandse zorgverzekeraars flinke prijsverlagingen hebben afgedwongen. Door die lage prijzen zouden fabrikanten bij internationale tekorten voorrang geven aan het beleveren van andere landen. De Critical Medicines Alliance (CMA), opgericht in januari 2024, is een overlegmechanisme dat relevante belanghebbenden uit de EU-lidstaten, belangrijke industrieën, het maatschappelijk middenveld en de wetenschappelijke gemeenschap samenbrengt. De Alliantie heeft tot doel de belangrijkste gebieden en prioriteiten voor actie te identificeren, oplossingen voor te stellen om het aanbod van cruciale medicijnen in de EU te versterken en uiteindelijk de inspanningen te vergroten om tekorten effectief te voorkomen en aan te pakken. De Health Emergency Preparedness and Response Authority (HERA) van de Europese Commissie heeft, in samenwerking met het Belgische voorzitterschap van de Raad van de EU, 25 april 2024 in de marge van de informele bijeenkomst van de Raad van Volksgezondheid de Critical Medicines Alliance gelanceerd , als onderdeel van de acties om een ​​sterke Europese gezondheidsunie op te bouwen. De Alliantie brengt nationale autoriteiten, de industrie, gezondheidszorgorganisaties, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, de Commissie en EU-agentschappen samen om de beste maatregelen te identificeren om tekorten aan cruciale medicijnen aan te pakken en te voorkomen. De Europese Investeringsbank verstrekt een krediet van 20 miljoen euro aan het Amsterdamse medische technologiebedrijf Lumicks om de ontwikkeling van een nieuw kankermedicijn te bevorderen. ‘Het bedrijf maakt geavanceerde biowetenschappelijke instrumenten die uiteindelijk het onderzoek naar kankergeneesmiddelen moeten versnellen. 9 op de 10 jongvolwassenen die kanker krijgen, zijn 5 jaar na hun diagnose nog in leven. 15 jaar na de diagnose zijn dat er nog meer dan 8 op de 10. 

Geneesmiddelentekorten zijn geen typisch Nederlands verschijnsel. Volgens CZ, Menzis, VGZ en Zilveren Kruis worden tekorten vooral veroorzaakt door kwetsbare mondiale productieketens, de sterke concentratie van de productie van werkzame stoffen in een beperkt aantal landen en logistieke afhankelijkheden die gevoelig zijn voor geopolitieke spanningen. Verstoringen in internationale handel of scheepvaart kunnen ervoor zorgen dat medicijnen of grondstoffen wekenlang vastliggen, buiten de invloedssfeer van Nederlandse partijen. Peter Langenbach, directeur Zorginkoop bij Zilveren Kruis: “Geneesmiddelentekorten zijn vooral het gevolg van mondiale productie en leveringsproblemen. Het is te eenvoudig om die te herleiden tot nationaal beleid of keuzes van individuele partijen.” In 2025 daalde het aantal geneesmiddelen met een geregistreerd tekort van 1.563 naar 1.134, een afname van bijna dertig procent. Tegelijkertijd blijft het absolute aantal hoog en ervaren veel Nederlanders nog steeds de gevolgen. Tekorten vormen daarmee een structureel risico binnen een internationale geneesmiddelenmarkt.

Op basis van omzet doen tekorten zich in gelijke mate voor bij zowel preferente als niet preferente geneesmiddelen. In de praktijk vervult het preferentiebeleid juist een stabiliserende rol. Het voorkomt onnodige bijbetalingen, houdt geneesmiddelen betaalbaar voor alle verzekerden en maakt het mogelijk om bij schaarste snel en zorgvuldig over te schakelen op veilige, vervangende geneesmiddelen. Dat effect is aanzienlijk. Door het preferentiebeleid wordt jaarlijks circa 800 miljoen euro bespaard op geneesmiddelen ten opzichte van de bruto lijstprijzen. Deze besparing werkt rechtstreeks door in de zorgpremies. “Het preferentiebeleid is een effectief en verantwoord instrument om geneesmiddelen beschikbaar en betaalbaar te houden. Zonder dit beleid betaalt iedere Nederlander al snel enkele tientjes per jaar meer premie,” zegt Cas Ceulen, Chief Health Officer bij VGZ.

Het preferentiebeleid is geen doel op zich. Zorgverzekeraars hebben een wettelijke zorgplicht en laten preferentiebeleid los wanneer beschikbaarheid of patiëntveiligheid in het geding komt. Bij dreigende tekorten worden prijzen aangepast, de inkoop gespreid, alternatieven aangewezen en aanvullende maatregelen genomen, zoals het ondersteunen van veiligheidsvoorraden. Samenwerking in de keten is essentieel. Daarbij vormt het gebrek aan transparantie een belangrijke belemmering. In Nederland bestaat geen eenduidige definitie van geneesmiddelentekorten en geen onafhankelijk meldpunt waarin signalen tijdig samenkomen. Dat belemmert snelle maatregelen en kan leiden tot verspilling van schaarse geneesmiddelen. Niet elk tekort is te voorkomen en niet elk probleem laat zich nationaal oplossen.  

Problemen bij sexueel misbruik

Preventie en bestrijding van online seksueel misbruik

De EU lidstaten zijn het na jaren eens geworden over een wetsvoorstel om online kindermisbruik aan te pakken. Nederland stemde in de Raad van de Europese Unie tegen. De wet heeft als doel om verspreiding van online kindermisbruikbeelden te stoppen. Het oorspronkelijke idee van de Europese Commissie was om communicatiediensten te verplichten om berichten van gebruikers te scannen. Zo kan ontdekt worden of er beelden van kindermisbruik met anderen worden gedeeld. Nadat verplicht werd gewijzigd in vrijwillig stemde een meerderheid voor.
De EU lidstaten zijn het na jaren eens geworden over een wetsvoorstel om online kindermisbruik aan te pakken. Nederland stemde in de Raad van de Europese Unie tegen. De wet heeft als doel om verspreiding van online kindermisbruikbeelden te stoppen. Het oorspronkelijke idee van de Europese Commissie was om communicatiediensten te verplichten om berichten van gebruikers te scannen. Zo kan ontdekt worden of er beelden van kindermisbruik met anderen worden gedeeld. Nadat verplicht werd gewijzigd in vrijwillig stemde een meerderheid voor.
De EU lidstaten zijn het na jaren eens geworden over een wetsvoorstel om online kindermisbruik aan te pakken. Nederland stemde in de Raad van de Europese Unie tegen. De wet heeft als doel om verspreiding van online kindermisbruikbeelden te stoppen. Het oorspronkelijke idee van de Europese Commissie was om communicatiediensten te verplichten om berichten van gebruikers te scannen. Zo kan ontdekt worden of er beelden van kindermisbruik met anderen worden gedeeld. Nadat verplicht werd gewijzigd in vrijwillig stemde een meerderheid voor.

Uit recent onderzoek blijkt dat circa 60 procent van het in Europa gehoste kinderseksmisbruikmateriaal (CSAM) en bijna een derde van het wereldwijde totaal op servers in Nederland wordt aangetroffen. De hoge score van Nederland komt door de geavanceerde digitale infrastructuur van het land. Nederland huisvest veel datacenters en hostingbedrijven, waardoor zowel binnen- als buitenlandse partijen hier vaak hun diensten onderbrengen. Daarnaast wordt in Nederland, mede dankzij het Expertisecentrum Online Kindermisbruik (EOKM), relatief veel misbruikmateriaal gedetecteerd en gemeld. Op dit moment zijn hostingbedrijven en internetproviders in Nederland op grond van artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht verplicht om kinderseksmisbruikmateriaal te verwijderen zodra zij hiervan op de hoogte zijn.

Een actieve scanverplichting ontbreekt echter in de wet. Via het vrijwillige notice-and-takedown-protocol werken aanbieders samen om illegale content na melding snel te verwijderen, ondersteund door het EOKM. Er is echter geen wettelijke meldplicht naar opsporingsinstanties, noch een toezichtautoriteit die naleving structureel controleert. Opsporing en vervolging verlopen via het reguliere strafrecht, wat vaak tijdrovend is.Gezien de omvang en snelheid waarmee CSAM online circuleert, worden de huidige wettelijke kaders als onvoldoende beschouwd. Het kabinet zet daarom in op versterking van de nationale wetgeving, met onderzoek naar een wettelijke meldplicht en betere handhavingsmogelijkheden. Daarnaast ondersteunt Nederland de ontwikkeling van een EU-verordening die een meldplicht en onder strikte voorwaarden, detectieverplichtingen voor online platforms introduceert. Ook wordt de samenwerking met de hostingsector en de politie geïntensiveerd, onder meer via het EOKM, om snellere verwijdering en preventie van herpublicatie te bevorderen door het delen van digitale vingerafdrukken van misbruikmateriaal.

Op 19 december 2025 heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend om de interim derogatie op de ePrivacy-richtlijn, vastgelegd in Verordening (EU) 2021/1232, met twee jaar te verlengen tot 3 april 2028. Deze derogatie maakt het voor aanbieders van online nummeronafhankelijke communicatiediensten mogelijk om vrijwillig materiaal van seksueel kindermisbruik (CSAM) te detecteren, te rapporteren en te verwijderen. Zonder verlenging loopt de derogatie af in april 2026. 

De verlenging is bedoeld om een leemte te voorkomen, aangezien de CSAM-Verordening, waarover eind 2025 een Algemene Oriëntatie is bereikt, niet tijdig in werking zal treden. De interim derogatie blijft een tijdelijke en afgebakende maatregel, met voorwaarden ten aanzien van proportionaliteit, betrouwbaarheid van technologie, minimale gegevensverwerking, directe verwijdering van materiaal en jaarlijkse rapportage door dienstverleners. Nederland zal 28 januari 2026 het voorstel tot verlenging van de tijdelijke derogatie steunen.

Het kabinet steunt de verlenging, omdat vrijwillige detectie een belangrijke rol speelt in de bestrijding van online seksueel kindermisbruik en de huidige praktijk hiermee kan worden voortgezet. Deze verlenging staat los van de CSAM-Verordening en vormt geen opmaat naar permanente detectie; zij dient uitsluitend om het beschermingsniveau tijdelijk te waarborgen.

Tegelijkertijd benadrukt het kabinet het belang van bescherming van grondrechten en privacy. Nederland blijft kritisch over de detectie van onbekend materiaal en grooming, waarvoor volgens het kabinet geen proportionele en betrouwbare technologie beschikbaar is. 

De verplichte scanverplichting is nog niet ingevoerd. Het blijft bij vrijwillige detectie onder de interim-regels, en de nieuwe verordening bevat (voorlopig) geen algemene verplichting. Het dossier blijft echter gevoelig en de onderhandelingen lopen nog. Privacy en kinderbescherming botsen hier sterk en Nederland houdt een behoudende lijn.

De Franse autoriteiten, onder leiding van het Openbaar Ministerie van Parijs, voeren een strafrechtelijk onderzoek naar het onlineplatform X. Het onderzoek richt zich op de verspreiding van illegale inhoud, met name de productie en verspreiding van deepfakes, materiaal van seksueel kindermisbruik (CSAM) en inhoud die de ontkenning of bagatellisering van misdaden tegen de menselijkheid betreft.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door het parket van Parijs, met operationele ondersteuning van de cybercrime-eenheid van de Franse Gendarmerie (UNCyber) en in nauwe samenwerking met Europol. Op 3 februari 2026 hebben de Franse autoriteiten huiszoekingen gedaan bij de Franse kantoren van X. Europol heeft dit onderzoek actief ondersteund via haar Europees Centrum voor Cybercriminaliteit (EC3). Dit centrum leverde gespecialiseerde expertise op het gebied van cybercriminaliteit en stationeerde een analist ter plaatse in Parijs om de Franse teams bij te staan tijdens de actiedag.

Het onderzoek omvat een breed scala aan mogelijke strafbare feiten die verband houden met de werking van het platform en het gebruik ervan door derden. Hierbij gaat het onder meer om de facilitering of onvoldoende bestrijding van de verspreiding van illegale inhoud en andere vormen van online criminaliteit. Europol heeft aangegeven de Franse autoriteiten ook in de verdere fasen van het onderzoek te zullen blijven ondersteunen waar nodig. De zaak loopt in een bredere reeks onderzoeken naar platform X in Europa, waaronder eerdere procedures onder de Digital Services Act (DSA) van de Europese Commissie, die zich richtten op risico’s rond de AI-tool Grok en de verspreiding van gemanipuleerde seksueel expliciete beelden.

In een historische week voor de regulering van kunstmatige intelligentie heeft het Europees Parlement eind maart 2026 met een overweldigende meerderheid (569 tegen 45 stemmen) een amendement op de AI Act aangenomen dat een expliciet verbod instelt op AI-systemen die seksueel expliciete of intieme beelden van herkenbare echte personen creëren of manipuleren zonder toestemming.

Dit verbod richt zich specifiek op zogenaamde “nudifier”-tools en apps die kleding virtueel verwijderen. Systemen die over bewezen, effectieve veiligheidsmaatregelen beschikken om dergelijk misbruik te voorkomen, vallen buiten het verbod. De wetgeving volgt op maandenlange druk van NGO’s en slachtofferhulporganisaties na een wereldwijde golf van verontwaardiging rond de jaarwisseling van 2025/2026. Het AI-model Grok (onderdeel van het platform X) werd massaal misbruikt voor het genereren van niet-consensuele naaktbeelden van publieke figuren en minderjarigen. Dit schandaal fungeerde als de definitieve trigger voor Brussel om in te grijpen.

Onder de Digital Services Act (DSA) lopen inmiddels zware onderzoeken en boetes tegen platforms zoals X, die volgens de Europese Commissie onvoldoende hebben gedaan om deze illegale content te modereren. Bovendien verplicht de in 2024 aangenomen Richtlijn geweld tegen vrouwen alle 27 lidstaten om het verspreiden van dergelijke deepfakes uiterlijk in 2027 strafbaar te stellen.

De rechtbank in Amsterdam deed een baanbrekende uitspraak: X en Grok kregen een onmiddellijk verbod opgelegd op het genereren of verspreiden van niet-consensuele seksuele beelden (inclusief de “undress”-functie) waarbij personen die in Nederland wonen betrokken zijn. Bij overtreding moet X een dwangsom van €100.000 per dag betalen (tot een maximum van €10 miljoen). Dit is de eerste bindende rechterlijke uitspraak in Europa die een AI-tool direct dwingt specifieke generatieve functies uit te schakelen.

De toenemende juridische druk eist zijn tol bij de techreuzen. OpenAI kondigde op 24 maart onverwacht ook de shutdown aan van de video-app Sora, net vóór de stemming in het Europees Parlement. Hoewel Sora als technologisch hoogstandje werd gepresenteerd, kampte het sinds de lancering met dezelfde “content moderation nightmare” als Grok. Ondanks filters bleken gebruikers razendsnel mazen te vinden voor celebrity-nudes en fetish-content.

Analisten stellen dat OpenAI, met een mogelijke IPO in het verschiet, het risico op strafrechtelijke claims en miljardenboetes onder de AI Act en DSA niet langer wilde lopen. De app was door de nieuwe wetgeving en de Nederlandse uitspraak veranderd in een “juridisch mijnenveld”.

“Met dit verbod sturen we een duidelijk signaal: de menselijke waardigheid en het recht op privacy staan boven de ongebreidelde vrijheid van AI-ontwikkelaars,” aldus een woordvoerder van de rapporteurs in het Europees Parlement.

150 mannen en jongens die verdacht worden van het bezitten van kinderporno hebben begin mei 2026 onaangekondigd bezoek gehad van agenten in burger. Zij kregen thuis, soms in bijzijn van familie, een laatste waarschuwing: ze moeten direct stoppen met het downloaden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen, zo liet de politie weten, anders volgt strafrechtelijke vervolging. De helft van de mannen bij wie de politie langsging is jonger dan 30. De jongste is 13 jaar, de oudste man 78. Allemaal hadden ze beelden op hun computer of telefoon gedownload of gekocht waarop kinderen, van 0 tot en met 16 jaar, seksuele poses aannamen of seksuele handelingen ondergingen. Bij 28 adressen nam de politie uit voorzorg extra gegevensdragers zoals laptops en telefoons in beslag.  De politie kiest er bewust voor deze groep alleen een waarschuwing te geven omdat iedereen vervolgen niet haalbaar zou zijn. Jaarlijks krijgt de Nederlandse politie via Amerikaanse bedrijven zoals Google al 70.000 meldingen van kinderporno binnen. De politie houdt liever capaciteit over om mensen die daadwerkelijk kinderen misbruiken, op te sporen en het misbruik te stoppen. Na huisbezoeken vorig jaar zochten veel mannen en jongens daadwerkelijk hulp. Ze kunnen anoniem terecht bij de hulplijn Stop It Now. Daar zien ze het aantal telefoontjes en chats verdubbelen tijdens en direct na de politieactie. Hulplijnmedewerkers luisteren naar het verhaal van de beller, geven tips hoe het gedrag gestopt kan worden en kunnen doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpinstanties. Lang niet alle bellers voelen een seksuele aantrekkingskracht tot kinderen, weten ze bij Stop It Now. Sommigen kijken al heel lang porno, zijn daar ongevoelig voor geraakt en hebben steeds heftigere beelden nodig om dezelfde spanning te ervaren. Niet alleen de mannen zelf bellen, ook hun partners of familie. 
Vaak is het heel moeilijk voor familie om er in de eigen omgeving over te praten uit schaamte en angst voor een oordeel. “Die voelen zich heel eenzaam”. “Ze zitten met heel veel vragen over hoe nu verder, bijvoorbeeld in de relatie met de kinderen.” Speciaal voor hen heeft Stop It Now ook lotgenotengroepen en een afgeschermd forum om met elkaar ervaringen te delen.

Het kabinet Jetten heeft het wetsvoorstel regulering sekswerk aan de Tweede Kamer voorgelegd. Indien geen sprake is van een vrijwillige keuze voor dit beroep, is geen sprake meer van sekswerk maar van seksuele uitbuiting en dus mensenhandel. Seksuele uitbuiting is één van de meest schrijnende vormen van criminaliteit. Het doet grove afbreuk aan de waardigheid en (lichamelijke) integriteit van mensen. Mensenhandel komt in veel verschillende arbeidssectoren voor, niet alleen in de sekswerkbranche. Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen worden de meeste meldingen van mogelijke slachtoffers van mensenhandel echter gedaan in de sekswerkbranche. De ernst van het misdrijf en het verborgen karakter van mensenhandel maakt dat in deze sector maatregelen nodig zijn om het zicht op de sekswerkbranche te vergroten, met het doel om uitbuiting te voorkomen. Daarom neemt hett kabinet, zoals in het coalitieakkoord is afgesproken  maatregelen om de sekswerkbranche veilig en gezond te houden.

De kabinetsaanpak steunt op drie pijlers: het stellen van regels voor een veilige sekswerkbranche, het ondersteunen van gemeenten bij toezicht en handhaving, en het versterken van de sociale en juridische positie van sekswerkers en het bieden van perspectief. Daarin is het treffen van een balans tussen enerzijds het beschermen van kwetsbare personen in de sekswerkbranche en anderzijds het oog hebben voor het zelfbeschikkingsrecht van sekswerkers en het versterken van hun sociale en juridische positie cruciaal. Daar waar het gaat om mensenhandel, wordt hard opgetreden zoals beschreven in het Actieplan programma “Samen tegen Mensenhandel”, dat op 15 december 2025 naar de Kamer werd gestuurd.

Regels voor een veilige sekswerkbranche

Een veilige sekswerkbranche gaat samen met duidelijke randvoorwaarden. Sekswerkers kunnen dan bewust en vrijwillig kiezen voor het uitoefenen van hun werk met kennis over risico’s, rechten en plichten. Jeugdige prostituees kiezen mogelijk niet geheel bewust en vrijwillig voor dit beroep en zijn kwetsbaar voor geweld. Daarbij dienen faciliteerders die misbruik maken van (kwetsbare, vaak illegaal in Nederland werkende) sekswerkers, door het tegen woekerprijzen aanbieden van kamers en woningen, het plaatsen van sekswerkadvertenties, of het bieden van andere diensten, te worden aangepakt. Het is dan ook nodig barrières op te werpen om dergelijke activiteiten door (netwerken van) exploitanten of faciliteerders tegen te gaan.

Omdat bij een niet-vrijwillige keuze voor het beroep direct het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit van de betrokkene wordt geraakt, weegt het tegengaan van dit risico zwaarder dan de vrijheid voor jongvolwassenen om te kiezen voor dit beroep. Daarom wordt de minimumleeftijd voor prostitutie wettelijk verhoogd naar 21 jaar. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat jongvolwassen personen in de sekswerkbranche worden blootgesteld aan mogelijke misstanden die in deze branche kunnen bestaan.

De minister onderzoekt daarnaast de mogelijkheden om malafide faciliteerders in de (illegale) sekswerkbranche strafrechtelijk te kunnen vervolgen. Met dat doel gaat hij in gesprek met het Openbaar Ministerie, gemeenten en sekswerkers om een passende juridische vormgeving van het “pooierverbod” te onderzoeken. Daarbij kijkt hij ook naar ervaringen uit de praktijk, zoals de faciliteerdersaanpak van de gemeente Amsterdam. 

Verder zet hij zich in om misstanden die plaatsvinden via sekswerkadvertentieplatforms tegen te gaan. Recent hebben gesprekken tussen het Openbaar Ministerie en een aantal advertentieplatforms plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan zijn inmiddels aanpassingen doorgevoerd op onder meer de websites kinky.nl en sexjobs.nl om de identiteitscontrole van adverteerders aan te scherpen. Sinds 1 april 2026 vindt op alle nieuwe advertenties een identiteitscheck plaats waarmee onder meer de leeftijd en de nationaliteit wordt gecontroleerd van degene die een advertentie plaatst. Verdere (samenwerkings)mogelijkheden om misstanden te voorkomen worden verkend.

Ondersteunen van gemeenten bij toezicht en handhaving

Sekswerkers dienen hun werk vrij en veilig te kunnen uitoefenen. Tijdens controles treffen gemeenten en politie echter met regelmaat personen aan die in kwetsbare omstandigheden werken. Gemeenten en politie hebben daarin een belangrijke rol, waarin zij voldoende geëquipeerd moeten zijn om mogelijke misstanden te kunnen tegengaan en de branche veilig en gezond te houden door middel van bestuurlijk toezicht.

Om gemeenten beter in staat te stellen het toezicht en handhaving op de sector uit te voeren wordt op zeer korte termijn het Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts) bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel regelt onder meer dat gemeenten gegevens van sekswerkers kunnen verwerken ten behoeve van de naleving van vergunningsvoorschriften door exploitanten, het toezicht daarop en de handhaving daarvan. Logischerwijze heeft dit niet alleen betrekking op de controle van exploitanten met een vergunning, maar juist ook op exploitanten die zonder vergunning werken en door de omstandigheden die worden aangetroffen ook niet in aanmerking zouden komen voor een vergunning.

Met de Wgts wordt artikel 151a van de Gemeentewet aangepast. Ter verbetering en professionalisering van het lokale en regionale toezicht op deze branche is daarnaast in 2025 door de VNG in samenwerking met onder meer gemeenten, politie, het CCV en de Sekswerkalliantie Destigmatisering (SWAD) de landelijke leidraad ‘Professionaliseren toezicht op de sekswerkbranche’ ontwikkeld. De leidraad is breed verspreid onder gemeenten en Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en streeft naar een steviger fundament en verbeterde samenwerking in het toezicht op de sekswerkbranche.

Versterken van sociale en juridische positie sexwerkers en het bieden van perspectief

Sekswerkers lopen door stigma tegen problemen aan die hen belemmeren in het uitvoeren van hun werk en in het dagelijks leven, zoals een verminderde toegang tot zorg of politie; uitsluiting van essentiële diensten zoals hypotheken of bankrekeningen; negatieve bejegening door familie, vrienden of derden en psychologische klachten door een negatief zelfbeeld. Het stigma op sekswerk heeft een negatieve impact op de sociale positie van sekswerkers waardoor ze kwetsbaar zijn voor geweld en uitbuiting, blijkt uit onderzoek van Aidsfonds – Soa Aids Nederland en PROUD uit 2018. Sekswerkers moeten hun werk veilig en zonder stigma kunnen uitvoeren, met de bijbehorende rechten en plichten zoals die ook gelden voor andere beroepsgroepen in Nederland. Hier blijven we ons kabinetsbreed voor inzetten.

Op 10 november 2023 is door de voormalig staatssecretaris van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers aan de Tweede Kamer verstuurd. De Aanpak is tot stand gekomen in samenwerking met onder meer sekswerkers, de SWAD, belangenverenigingen, Soa Aids Nederland, hulpverleners en het ministerie van Financiën en de Belastingdienst. In de afgelopen jaren zijn resultaten behaald naar aanleiding van de inzet op de Aanpak op vijf thema’s: zakelijke dienstverlening, zorg, politie, gemeenten en communicatie en media. Over de voortgang en resultaten op de verschillende thema’s is uw Kamer op 18 november 2024 geïnformeerd. Een groot aantal concrete oplossingsrichtingen binnen de Aanpak is uitgevoerd en geborgd. Eind 2025 werd geconstateerd dat het juiste moment was aangebroken om de Aanpak af te ronden.

 In februari 2026 is door JenV en SZW een bijeenkomst georganiseerd met de SWAD, Soa Aids Nederland, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en politie. Tijdens deze bijeenkomst werd onderkend dat sommige knelpunten niet zijn opgelost. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van het thema zakelijke dienstverlening, waaronder ook de opting-in regeling met voorwaardenpakket. Door JenV, SZW en de genoemde partijen is tijdens de bijeenkomst een intentieverklaring getekend waarin is uitgesproken om het onderwerp blijvend aandacht te geven. Dit sluit aan bij de opgave in het coalitieakkoord, waarin het voornemen om de rechtspositie van sekswerkers te versterken ook tot uitdrukking komt. De komende periode bespreek ik met de betrokken partijen hoe verder vervolg wordt gegeven aan het versterken van de rechtspositie van sekswerkers. Om inzicht te krijgen in de uitvoering van de acties binnen de Aanpak en de mate waarin dit volgens sekswerkers en professionals bijdraagt aan de versterking van de positie van sekswerkers, zal het WODC in de loop van dit jaar starten met een evaluatie van de Aanpak. Naar verwachting worden de resultaten hiervan in 2027 opgeleverd.

Het bieden van ondersteuning en perspectief aan sekswerkers die willen stoppen met het werk is en blijft een prioriteit van het kabinet. Sekswerkers kunnen belemmeringen ervaren, zoals het niet kunnen vinden van een nieuwe baan vanwege een gat in het cv of moeite hebben met het aanpassen aan een nieuw inkomsten- en uitgavenpatroon. 

Op de recent herziene website sekswerkgoedgeregeld.nl zijn de verschillende uitstaporganisaties inmiddels vindbaar voor sekswerkers en andere betrokkenen. Middels de Decentralisatie Uitkering Uitstapprogramma’s Prostituees (DUUP) blijven structurele middelen beschikbaar voor gemeenten om uitstapprogramma’s te financieren. Met het amendement Van Dijk c.s. zijn deze middelen voor dit jaar incidenteel verhoogd tot 6.500.000 euro. Ter uitvoering van de motie Bikker c.s., waarin wordt verzocht om betere sturingsmogelijkheden ten aanzien van de DUUP-gelden, wordt aangesloten bij de wijziging van de Financiële-verhoudingswet. Hiermee worden decentralisatieuitkeringen vervangen door zogeheten bijzondere-fondsuitkeringen en kan informatie worden opgevraagd bij gemeenten over de besteding ervan, om te kijken of de doelen bereikt worden.

Wetsvoorstel regulering sekswerk

Begin 2021 is het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) ter behandeling aan de Tweede Kamer verstuurd. Naar aanleiding van het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV is in 2023 een nota van wijziging op het wetsvoorstel in consultatie gebracht. De Wrs voorziet onder meer in een landelijke vergunningplicht en registratieplicht voor zowel prostituees vanaf 21 jaar als voor seksbedrijven. Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel op 5 juni 2025 heeft het lid Ceder een motie ingediend waarmee de regering wordt verzocht om zo snel als mogelijk de nota van wijziging bij de Wrs naar de Kamer te sturen.

Verschillende instanties en betrokkenen hebben op de Wrs kritische adviezen uitgebracht, waaronder de sekswerkbranche, zorgprofessionals, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Raad van State en mensenrechtenorganisaties. Gelet op de prioriteiten van dit kabinet en indachtig de eerder uitgebrachte reacties op het wetsvoorstel wordt de Wrs niet doorgezet. Dit kabinet kiest ervoor zich te richten op maatregelen die gericht en effectief een verschil kunnen maken.

Op 20 mei 2026 spreek ik met de commissie Justitie en Veiligheid over het sekswerkbeleid in de context van het commissiedebat mensenhandel en prostitutie. Hierin kan ik de ambities van dit kabinet verder toelichten. Ik houd uw Kamer op de hoogte van verdere ontwikkelingen in de uitvoering van het sekswerkbeleid.

Opnieuw meer meldingen en adviezen Veilig Thuis

In 2025 is 315 duizend keer contact opgenomen met een Veilig Thuis-organisatie over een vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, 7000 meer dan in 2024. Dit leidde tot 136 duizend meldingen van en 179 duizend adviezen aan slachtoffers, omstanders en professionals. Dat zijn 5 procent meer meldingen en 16 procent meer adviezen dan een jaar eerder. 

  • Veilig Thuis ontving 5 procent meer meldingen en gaf 16 procent meer adviezen
  • Meldingen zijn vaak beroepsmatig, adviezen worden steeds meer gegeven aan de directe omgeving
  • De meeste meldingen en adviezen gaan over kindermishandeling en geweld door partner of ex-partner.

Veilig Thuis is het landelijk advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Slachtoffers, omstanders en professionals kunnen contact opnemen met Veilig Thuis als zij een vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld.

Veilig Thuis kan advies en tips geven, om de adviesvrager in staat te stellen zelf verder te handelen. Veilig Thuis onderneemt dan dus geen verdere actie richting de directbetrokkenen bij het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Is dit niet mogelijk, of is de situatie te complex, dan kan die persoon een melding doen en komt Veilig Thuis in actie. Het verschil met een advies is dat bij een melding de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid van de betrokkenen is overgedragen van de melder aan Veilig Thuis.

In 2025 waren er bij Veilig Thuis 7 duizend meer meldingen dan in 2024. Ook gaf het 25 duizend meer adviezen. Dit komt mogelijk door de campagne van Veilig Thuis; die spoort mensen aan om contact op te nemen bij mogelijk huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Deze campagne kan bijdragen aan een grotere bewustwording, en dit kan leiden tot meer adviezen en meldingen. Ook heeft Veilig Thuis een nieuwe website en is de bereikbaarheid van de chatfunctie verbeterd.

Van de meldingen was 91 procent beroepsmatig. De meeste meldingen komen van de politie (66 procent), de gezondheidszorg (7 procent), en uit het onderwijs (5 procent). 8 procent van de meldingen komt van mensen uit de directe omgeving van het gezin, bijvoorbeeld familie en vrienden of buren.

Veilig Thuis geeft steeds vaker adviezen aan mensen uit de directe omgeving van het gezin. In 2025 was bijna 46 procent van de adviezen niet beroepsmatig, een jaar eerder was dit 44 procent. Het percentage beroepsmatige adviezen neemt daarmee af, van 54 procent in 2024 naar 53 procent in 2025. Bij ongeveer een half procent van de meldingen en 1,5 procent van de adviezen is de rol van de melder of adviesvrager onbekend. Meeste meldingen en adviezen gaan over kindermishandeling en geweld door partner of ex-partner
Ongeveer de helft van alle meldingen en adviezen bij Veilig Thuis gaan over vermoedens van kindermishandeling. In 39 procent van de meldingen en 25 procent van de adviezen gaan over mogelijk geweld door partners of ex-partners. Meldingen over ouderenmishandeling en geweld tegen ouders komen minder vaak voor, namelijk in 6 en 2 procent van alle meldingen.

In sommige gevallen is er eigenlijk geen sprake van kindermishandeling en/of huiselijk geweld, of is de aard van het geweld onbekend. Door het grote aantal meldingen is de werkdruk bij Veilig Thuis zo groot dat meldingen soms niet op tijd kunnen worden behandeld.

Seksueel misbruik in conflictgebieden (bron Volkskrant)

Israël heeft de banden met VN-secretaris-generaal António Guterres verbroken na publicatie van een VN-rapport over seksueel geweld in conflictgebieden, waarin ook Israël wordt genoemd. Volgens het rapport zijn Palestijnen in Israëlische detentie slachtoffer geworden van verkrachting en andere vormen van seksueel misbruik.
Ook de seksuele misdrijven van Hamas op 7 oktober 2023 en daarna tegen Israëlische gijzelaars worden in het rapport genoemd. In een bericht op X zegt de Israëlische VN-ambassadeur Danny Danon dat het rangschikken van Israël op dezelfde lijst als de militante groep een ‘nieuw dieptepunt’ betekent. ‘Dit is een politieke beslissing, losgezongen van de feiten en de realiteit!’
Israël verbreekt de banden met de VN-chef totdat de (nog onbekende) opvolger van Guterres is aangetreden, begin volgend jaar. Het rapport is opgesteld door Pramila Patten, speciaal VN-gezant voor seksueel geweld in conflictgebieden, maar verschijnt formeel onder verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal.

Patten was de eerste die uitgebreid onderzoek deed naar de seksuele misdrijven van Hamas op 7 oktober 2023 en daarna tegen Israëlische gijzelaars. In haar rapport uit maart 2024 werden de vermoedens van seksueel geweld door Hamas, ook in de vorm van verkrachting en groepsverkrachting, bevestigd. Ook was er ‘overtuigende informatie dat verkrachting en geseksualiseerde marteling’ hadden plaatsgevonden tegen door Hamas gegijzelde vrouwen en kinderen.
Voor de Israëlische regering, die destijds zeer blij was met haar rapport, is het dus lastig Pattens geloofwaardigheid en onpartijdigheid in twijfel te trekken. Alle pijlen worden daarom gericht op Guterres, die toch al niet goed lag bij de regering van premier Benjamin Netanyahu. Volgens ambassadeur Danon heeft de secretaris-generaal ‘ervoor gekozen alle normen van eerlijkheid, integriteit en professionaliteit te schenden’.

Het jaarlijkse rapport bevat een opsomming van alle landen en groeperingen die worden verdacht van betrokkenheid bij seksueel geweld in conflictgebieden. Hamas werd al genoemd in vorige rapporten. Dit jaar zijn Israël en Rusland (vanwege de oorlog in Oekraïne) toegevoegd. Beide landen hadden vorig jaar al te horen gekregen dat zij mogelijk aan de lijst zouden worden toegevoegd. Israël noch Rusland heeft vervolgens informatie verstrekt die zo’n besluit had kunnen voorkomen. Aan opname in de lijst zijn geen sancties verbonden.
Het rapport maakt melding van meerdere gevallen van seksueel geweld, waaronder marteling, in de periode 2023-’25 gepleegd tegen veertien mannen, zeven vrouwen, negen jongens en een meisje uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Genoemd worden ‘verkrachting, ook met voorwerpen, groepsverkrachting, poging tot en dreigen met verkrachting, fysiek geweld tegen de genitaliën, gericht schieten op genitaliën, aanraken van borsten en genitaliën, gedwongen naaktheid en inwendig onderzoek zonder veiligheidsgrondslag’.

Verkrachting en groepsverkrachting, in sommige gevallen herhaaldelijk, werden gepleegd tegen negen slachtoffers, de meesten afkomstig uit Gaza, aldus het rapport. Daders waren onder andere leden van de Israëlische strijdkrachten en veiligheidsdiensten. De misdrijven vonden voornamelijk plaats tijdens detentie en ondervraging, op locaties als militaire kampen en checkpoints, en tijdens Israëlische operaties in bezet Palestijns gebied. In sommige gevallen werden de misstanden gefilmd of gefotografeerd, waaronder één geval van verkrachting.
Het seksueel geweld tegen vrouwelijke gedetineerden bestond voornamelijk uit dreigen met verkrachting, gedwongen naaktheid, ongewenste aanrakingen en vernederende of mensonterende fouillering zonder rechtvaardiging. Mannen en jongens werden het doelwit van verkrachting, pogingen tot verkrachting en geweld tegen de genitaliën. Vijf mannelijke slachtoffers hadden nog dagen- of wekenlang ernstige rectale bloedingen of zwellingen.

In diverse andere VN-onderzoeken was volgens Patten al een ‘systematisch gebrek aan verantwoording’ door de Israëlische autoriteiten en een ‘klimaat van straffeloosheid’ geconstateerd. Als voorbeeld wijst zij op de gebeurtenissen in juli 2024 in het militaire kamp de Teiman, waar bij een Palestijnse gevangene een voorwerp in de anus werd ingebracht, met ernstig letsel aan het rectum tot gevolg. Een klokkenluider bracht later videobeelden van de verkrachting naar buiten. De vijf verdachte militairen werden wel voorgeleid, maar alle aanklachten werden ingetrokken.
Toen Patten in 2025 nader onderzoek wilde doen naar de door Hamas gepleegde seksuele misdrijven, kreeg zij van Israël daarvoor geen toestemming. Zij had aan haar beoogde bezoek immers de voorwaarde verbonden dat zij dan ook onderzoek zou mogen doen in Israëlische detentiecentra. 

Operatie Lightning

De afgelopen maanden voerde Europol in samenwerking met wetshandhavingsinstanties uit Oostenrijk, Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten, samen met Eurojust, “Operatie Lightning” uit. Deze gecoördineerde inspanning richtte zich op de kwaadaardige proxydienst ‘SocksEscort’, die naar verluidt meer dan 369.000 routers en Internet of Things-apparaten in 163 landen heeft gecompromitteerd, en ‘SocksEscort’-klanten in de afgelopen jaren meer dan 35.000 proxies heeft aangeboden.

Tijdens de actiedag wisten wetshandhavingsinstanties met succes 34 domeinen en 23 servers in zeven landen offline te halen en in beslag te nemen. Daarnaast heeft de Verenigde Staten in totaal USD 3,5 miljoen aan cryptovaluta bevroren. De geïnfecteerde modems die de proxydienst aanboden, zijn losgekoppeld van de dienst. Na deze opheffing zullen de wetshandhavingsautoriteiten de getroffen landen waarschuwen, waardoor verdere onderzoeksinitiatieven worden vrijgemaakt.

Cybercriminaliteit gedijt op anonimiteit. Proxydiensten zoals ‘SocksEscort’ bieden criminelen de digitale dekking die ze nodig hebben om aanvallen uit te voeren, illegale inhoud te verspreiden en detectie te ontlopen. Door deze infrastructuur af te breken, heeft de wetshandhaving een dienst verstoord die cybercriminaliteit op wereldschaal mogelijk maakte. 

Het onderzoek, dat begon in juni 2025 met de opening van een zaak door Europol’s Joint Cyberaction Task Force (J-CAT), onthulde dat er een botnet van geïnfecteerde apparaten was gecreëerd. Deze apparaten, voornamelijk residentiële routers, werden misbruikt om diverse criminele activiteiten mogelijk te maken, waaronder ransomware, DDoS-aanvallen en de verspreiding van materiaal over seksueel misbruik van kinderen (CSAM).

De gecompromitteerde apparaten werden geïnfecteerd via een kwetsbaarheid in de residentiële modems van een specifiek merk. Klanten van de criminele dienst betaalden voor licenties om deze geïnfecteerde apparaten te misbruiken, waarbij ze hun oorspronkelijke IP-adressen verborgen hielden om zich te bezighouden met diverse criminele activiteiten. Om zich tegen dergelijke exploits te beschermen, wordt gebruikers en leveranciers geadviseerd de firmware van hun apparaten regelmatig bij te werken.

De website bood een betaalde proxydienst aan, waarmee klanten toegang kregen tot de gecompromitteerde IP-adressen en hun eigen adressen konden verbergen. Toegang tot de gebruikte IP-adressen werd mogelijk gemaakt door malware te infecteren op modems van individuen of organisaties wereldwijd. Bij infectie met de malware zouden de eigenaren van de modems niet weten dat hun IP-adressen voor illegale activiteiten werden gebruikt.

Om toegang te krijgen tot de proxy-dienst moesten klanten een betalingsplatform gebruiken waarmee het mogelijk was de dienst anoniem te kopen met cryptocurrency. Er wordt geschat dat dit betalingsplatform meer dan 5 miljoen euro ontving van proxy-klanten van klanten.

Op de actiedag organiseerde Europol een Virtueel Commandopost op haar terrein in Den Haag, Nederland, om de coördinatie tussen alle partners te faciliteren. Daarnaast bood Europol op afstand ondersteuning vanuit het Command Post dat bij Eurojust was opgezet voor crypto-tracering en andere onderzoekssteun. 

Meer meldingen van seksueel geweld

De politie heeft in 2024 meer meldingen van seksueel geweld binnengekregen, vooral in de tweede helft van 2024. Er werden 14.802 meldingen gedaan, bijna 800 meer dan in 2023, toen het er 14.015 waren. Bijna de helft van de meldingen ging over fysiek seksueel geweld, zoals verkrachting (3391) en aanranding (3288). Online seksuele intimidatie werd 63 keer gemeld en straatintimidatie 235 keer. Ook kwamen er 131 meldingen van sexchatting. Dan stuurt een meerderjarige seksueel getinte berichten aan kinderen. Daarbij ging het vaak om grotere zaken met meerdere slachtoffers. In februari meldde het CBS dat vrouwen vaker dan mannen melden dat ze te maken hebben gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Als het gaat om seksueel geweld, ligt het aantal bijna drie keer zo hoog. In de eerste zes maanden van 2025 ontving de politie bijna 8.000 meldingen en ruim 2.000 aangiftes van seksuele misdrijven. Er werden ongeveer evenveel meldingen en aangiftes gedaan in het eerste half jaar van 2025 als in het laatste half jaar van 2024. Ten opzichte van de eerste zes maanden van 2024 gaat het om een stijging van 17 procent van het aantal meldingen en 22 procent van het aantal aangiftes.

Van de ruim 1,7 miljoen mensen van 16 jaar of ouder die in 2024 te maken kregen met seksueel grensoverschrijdend gedrag, zegt ruim de helft dat de pleger een onbekende was. Slachtoffers die de pleger wél kenden, zeggen vaak dat het ging om een nieuw of oppervlakkig contact, zoals iemand van het uitgaan, een online kennis of een date. Dit blijkt uit cijfers uit de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag van het CBS en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Aantal gevallen van verkrachting of aanranding na spiking in zes jaar tijd meer dan verdubbeld in provincie Antwerpen. Spiking is het toedienen van drugs, medicatie of alcohol aan een persoon zonder dat die hiervan op de hoogte is. Dit kan gebeuren door toevoeging in een drankje of via een injectie. Spiking wordt vaak gebruikt om anderen gewilliger te maken voor seksueel contact of om hen te beroven.

Het aantal aangiftes van zedenmisdrijven was in 2023 al gestegen. Het aantal meldingen van seksuele misdrijven in 2024 met 16% gestegen ten opzichte van 2023, wat neerkomt op 800 extra meldingen. Het gaat daarbij om verkrachting en andere vormen van seksueel geweld, zoals incest en aanranding. Alleen al in Amsterdam werden er 678 zedendelicten geregistreerd — een categorie die alles omvat van sexting tot schennis tot aanranding en verboden pornografie. Van Sextortion zijn er binnen de Benelux tienduizenden meldingen.  In 2024 kreeg de politie in totaal circa 15.000 meldingen van zedendelicten, waarvan drie uit eigen gelederen

Slachtoffers kunnen straks in meer gevallen aangifte doen van verkrachting en aanranding en kunnen kosteloos hun naam wijzigen. Verdachten van ernstige misdrijven moeten verplicht aanwezig zijn op de inhoudelijke zitting in hun strafzaak. Op 1 juli 2024 traden verschillende wetten in werking op het terrein van Justitie en Veiligheid die dit bepalen.

De Wet seksuele misdrijven samengevat:

  • Dwang is niet langer een vereiste voor een veroordeling voor aanranding of verkrachting;
  • Iemand is strafbaar als degene die begint met seksueel contact doorgaat terwijl op enige manier duidelijk is dat de ander dat niet wil;
  • Sexchatting en seksuele intimidatie in het openbaar worden strafbaar;
  • De maximumstraffen voor een aantal seksuele misdrijven worden verhoogd;

Begin 2023 zijn in het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld verschillende maatregelen aangekondigd, waaronder het verplichten van een gedragscode. Het wetsvoorstel dat nu in internetconsultatie gaat, stelt een aantal eisen aan gedragscodes. Bijvoorbeeld dat werkgevers moeten zorgen voor voorlichting aan werknemers over de gedragscode. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor maatwerk. Dat betekent dat werkgevers zelf, binnen de gestelde kaders, de inhoud van de gedragscode en het proces eromheen kunnen bepalen. Op dit moment zijn werkgevers al verplicht om beleid te voeren om psychosociale arbeidsbelasting tegen te gaan. De invoering van de verplichte gedragscode geeft hier deels invulling aan. Het wetsvoorstel maakt een uitzondering voor kleine werkgevers met minder dan tien werknemers in dienst.

Het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme van de politie maakt zich grote zorgen over het snel stijgende aantal mensen dat foto’s en filmpjes bekijkt van seksueel misbruik met minderjarigen. De ‘klassieke’ groep pedoseksuelen breidt zich snel uit met jongeren die kijken voor de kick. De vraag naar heftige beelden wordt groter. Beelden van kinderen die onder dwang vreselijke dingen meemaken.

Meisjes en vrouwen in conflictgebieden zijn steeds vaker het slachtoffer van seksueel misbruik, kindhuwelijken en genitale verminking (besnijdenis). Dat blijkt uit onderzoek van Plan International, waaraan ruim 10.000 jongeren meededen uit landen die kampen met een gewapend conflict, zoals Colombia, Oekraïne, Libanon en Soedan. Het onderzoek laat zien dat jongeren tussen de 15 en 24 jaar aangeven dat meisjes en jonge vrouwen vaker seksueel worden uitgebuit en dat het bestaande geweld tegen vrouwen toeneemt bij conflicten.

Ook geeft bijna 40 procent van de jongeren aan dat meisjes in hun land vaker worden uitgehuwelijkt dan voor de start van het conflict. De GGD schat dat circa 20.000 meisjes en vrouwen in Amsterdam een besnijdenis hebben ondergaan. Nog eens duizenden Amsterdamse meisjes dreigen ook slachtoffer te worden van dit ritueel. De meisjes lopen het risico op allerlei complicaties en mentale problemen.

De aangiftetermijn is bij aanranding twaalf jaar en bij verkrachting vijftien jaar. Een minderjarige heeft nog meer tijd om aangifte te doen.

Ondanks dat de Marokkaanse wet de minimale leeftijd van 18 jaar hanteert als algemene regel voor de huwelijksbevoegdheid, blijft het huwelijk van minderjarigen nog steeds zeer actueel in de Marokkaanse samenleving Elk jaar worden er nog zon 20.000 jonge meisjes uitgehuwelijkt. In 2011 verbood Marokko het huwelijk met minderjarigen en hervormde tegelijkertijd de Marokkaanse Familiewet (moudawana). Het huwen van minderjarigen is verboden maar de wet voorziet tegelijkertijd wel in de mogelijkheid om vrijstelling te krijgen voor “bijzondere omstandigheden”.

In Niger trouwen 76 procent van de meisjes voordat ze de volwassen leeftijd bereiken. Niger staat daarmee bovenaan de zwarte lijst van CARE, gevolgd door Tsjaad, de Centraal Afrikaanse Republiek, Zuid-Sudan en Somalië. De meeste kindhuwelijken komen voor in Zuid-Azië, Sub-Sahara Afrika en in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied, maar zelfs in Nederland komen kindhuwelijken voor.

Tegenwoordig is het meer standaard dan een uitzondering dat zaken blijven liggen en af en toe wordt er een soort pilotgroep ingevlogen van rechercheurs die dan een achterstand moeten wegwerken, maar in no-time loopt die weer op. Er zijn gewoon te weinig gespecialiseerde zedenrechercheurs. Oorzaak is de vergrijzing binnen de politie en een toename van het aantal zaken. Er zijn nu ook meer zaken dan vroeger strafbaar vanwege de nieuwe wetgeving en dat leidt ot meer aangiftes en een grotere achterstand.

Veel jongeren maken seksueel grensoverschrijdend gedrag mee op de middelbare school of op het mbo blijkt uit NOS Stories. Ook tientallen vertrouwenspersonen zien dat het op scholen waarvoor zij werken regelmatig voorkomt. Waarschijnlijk komt slechts een klein deel van de ongewenste ervaringen van jongeren terecht bij de onderwijsinspectie. 

Alleen bij de vertrouwensinspecteurs van de onderwijsinspectie komen officiële meldingen binnen. Dat waren er op middelbare scholen afgelopen schooljaar 212 en op het mbo 22. Die aantallen nemen al jaren toe. Na een oproep van NOS Stories via Instagram en TikTok deelden leerlingen ruim 2000 verhalen over seksueel grensoverschrijdend gedrag op school. Het gaat om seksueel getinte opmerkingen en online seksueel misbruik, maar ook om aanranding en verkrachting. Meestal door een medeleerling, maar ook vaak door een leraar of een conciërge. Maar niet alleen in het onderwijs komen extreme zedenzaken voor, Het gaat onder andere over een senator, een Raadslid, een Kinderdagverblijf invaller, een parket medewerker, een rechter, een burgemeester, een politieman, een politievrijwilliger, een handhaver en een Anesthesioloog. Maar ook komen delinquenten uit andere beroepen: zorgmedewerker, gebedsgenezer, begeleider van jeugdkampen, piloot, tuincentrummedewerker, medewerkers van jeugdzorginstelling, asielzoekers, GGZ begeleider, pleegouders, ziekenhuismedewerker, zanger, supermarktmedewerker, fysiotherapeut, pretparkmedewerker, kleuterleidster, zwemleraar, cruiseschipmedewerker, kinderopvangmedewerker, muziekleraar, scoutingleider, gevangenisbewaarder, kinderdagverblijf medewerker, taxichauffeur, geestelijke en zelfs een gastouderbureau medewerker.

De topvrouw van de Britse televisiezender Channel 4 heeft haar excuses aangeboden naar aanleiding van berichten dat deelnemers aan de realityshow Married at First Sight UK zouden zijn verkracht. Twee deelnemende vrouwen verklaarden dat de mannen met wie ze in het programma trouwden hen hebben verkracht, een derde vrouw sprak van seksueel wangedrag. “Ik heb het programma gezien en de verhalen van de vrouwen gehoord, die zeer verontrustend zijn”, zei Channel 4-baas Priya Dogra woensdag. “Hun leed is duidelijk, en daarvoor bied ik natuurlijk mijn oprechte excuses aan.” Channel 4 heeft eerder al een extern onderzoek aangekondigd.

20.000 Nederlandse mannen plegen jaarlijks seksueel kindermisbruik in het buitenland

Uit een representatieve steekproef van het NSCR en de Vrije Universiteit Amsterdam, in opdracht van het WODC blijkt dat 2,3% van de Nederlandse mannen ooit in het buitenland seks heeft gehad met een minderjarige terwijl zij zelf volwassen waren. Twee derde deed dit nog in de afgelopen vijf jaar, wat neerkomt op minstens 20.000 Nederlandse mannen die jaarlijks afreizen naar het buitenland en zich daar schuldig maken aan seksueel kindermisbruik. 

Via onder andere een enquête onder meer dan 9000 Nederlandse mannen in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar werd onderzocht hoeveel plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik (TSK) er zijn en wat hun kenmerken zijn.  

Omgerekend naar de hele Nederlandse bevolking zijn er geschat tussen de 131.000 en 171.000 Nederlandse mannen die zich ooit schuldig hebben gemaakt aan offline transnationaal seksueel kindermisbruik in het buitenland.

Naast fysiek afreizen naar het buitenland wordt ook gebruik gemaakt van livestreams waarop via de webcam minderjarigen te zien zijn die seksuele handelingen verrichten. Deze personen meegeteld is het percentage TSK-plegers zelfs 3,4%. Opvallend is dat 86% van de 215 online daders ook aangaf een fysieke vorm van seksueel kindermisbruik in Nederland of in het buitenland te hebben gepleegd.

Zo gedroeg E. van K. (52) uit Ter Aar zich vijf jaar lang ‘online als een seksueel roofdier, terwijl hij voor de buitenwereld ‘een betrokken huisvader en kostwinner was’. Het OM eiste 21 januari 2026 bij de rechtbank in Dordrecht tien jaar cel tegen hem én tbs met dwangverpleging. De man wordt beschouwd als medepleger van ernstig en herhaaldelijk seksueel misbruik van minstens elf jonge meisjes op de Filipijnen. Dit misbruik gebeurde vanuit zijn woning achter de computer. Hij betaalde en gaf commando’s over hoe meisjes van soms ruimschoots onder de tien jaar vaginaal gepenetreerd moesten worden. Daarbij keek hij via de livestream toe.  Tijdens de zitting voor de rechtbank in Dordrecht kwamen gruwelijke details naar voren, onder meer over de bij het misbruik gebruikte voorwerpen, van een aubergine tot schrijfwaren en een paling. Ook ging het over de dwingende manier waarmee Van K. zijn steeds extremere eisen kracht bijzette. ‘DO IT’, schreef hij vaak met hoofdletters in de chats bij de videogesprekken. Degenen die de handelingen aan de andere kant van de wereld verrichtten, worden in het gerechtsdossier ‘facilitators’ genoemd, mensen die misbruik mogelijk maken. Vaak zijn dit de moeders van meisjes, die geld nodig hebben. Van K. in Skype-chat: “Zijn er meisjes van tien jaar of jonger beschikbaar” Volgens Van K. had hij op zijn zoektocht naar online seks eerst contact met de moeders en boden zij bij herhaald contact uiteindelijk ook dochters aan. De officier van justitie gelooft daar niets van. Uit de in beslag genomen chats met vrouwen blijkt dat Van K. in Skype-gesprekken onmiddellijk op zijn doel afging met de vraag:”zijn er meisjes van tien jaar of jonger beschikbaar voor ‘pussy fuck’?” Minstens elf ‘facilitators’ zouden in opdracht van Van K. een onbekend aantal meisjes meermaals hebben verkracht. Van de kinderen zijn er in totaal slechts twee geïdentificeerd. Hun moeder zit op de Filipijnen 90 jaar cel uit voor haar rol. Dit type misbruik komt steeds vaker voor, maar er is in Nederland geen specifiek wetsartikel waar het onder valt. De officier van justitie geeft aan: ‘Dit is geen videospelletje. Het was niet AI-gegenereerd en er zijn van tevoren geen shows opgenomen. Voor u zijn échte kinderen misbruikt. Een rijke oude man in het verre Nederland zei precies wat hij wilde zien en betaalde ervoor. Zonder u hadden die meisjes, die allen jonger dan 12 jaar oud waren buiten gespeeld, op school gezeten of geslapen. Nu zijn ze voor het leven getekend.’ De advocaat van Van K. ziet dat anders. Zij betoogde dat voor de kwalificatie ‘medeplegen’ nauwe en bewuste samenwerking nodig is. Hoe kwalijk het gedrag van haar cliënt ook was, zij vindt dat sprake is van klantcontact en van verleende diensten. ‘Hier zit een industrie achter zonder ethisch of moreel besef. Een klant kan geen medepleger zijn.’ Voor de strafmaat betekent dit een wereld van verschil. De advocaat wilde dan ook dat haar cliënt meteen vrijkomt uit zijn voorarrest en met behandeling kan gaan beginnen voor zijn pedofiele stoornis en seksverslaving. Deze stoornissen rechtvaardigen volgens haar evenmin dwangverpleging. Ze vond haar cliënt al ernstig gestraft doordat zijn gezin inkomsten mist en doordat hijzelf al maandenlang bedreigd wordt door medegedetineerden. Justitie meent dat het probleem bij Van K. dieper zit en dat dwang wel nodig is. De aanklaagster noemde het onvoorstelbaar dat de verdachte aanvankelijk bij de politie verklaarde dat hij geen vlieg kwaad doet en dat hij alleen maar vragen stelde aan de ‘facilitators’. ‘Zij hoefden het niet te doen en ik deed zelf niets fysieks.’ Deels herhaalde hij deze verklaring in de rechtbank, al gaf hij aan zich inmiddels ook in de machteloosheid en het leed van de kinderen te kunnen verplaatsen. Op de vraag van het OM waarom hij zo dwingend was, ook als de ‘facilitator’ zei dat het kind pijn had of sliep, zei Van K.: ‘Ik betaalde per minuut en wilde niet aan het lijntje worden gehouden.’ Aan de online seks gaf hij door de jaren heen 15.000 euro uit. ‘Door mijn verslaving was ik verdoofd. Er was steeds meer voor nodig.’ zo verklaarde hij zijn daden. De rechtbank deed uitspraak op 4 februari 2026 en veroordeelde de pedofiel tot acht jaar cel zonder tbs.

Mensenhandel in Nederland gestegen

In 2024 is het aantal meldingen van mensenhandel in Nederland gestegen naar 944 en dat zijn er 76 meer dan in 2023. Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, Conny Rijken, duidt de toename vooral op betere signalering en opvang, met name van minderjarige slachtoffers van criminele uitbuiting. Vrouwen worden vooral seksueel uitgebuit via thuisprostitutie en escortdiensten, vaak in zogeheten carrouselconstructies waarbij ze voortdurend worden verplaatst, wat opsporing bemoeilijkt. Tegelijkertijd wordt er minder onderzoek gedaan naar seksuele uitbuiting, wat Rijken zorgelijk noemt. Mannen zijn vaker slachtoffer van arbeidsuitbuiting, met veel buitenlandse slachtoffers, vooral uit Oekraïne en Latijns-Amerikaanse landen. Het aantal minderjarige slachtoffers is toegenomen, vaak jongeren met de Nederlandse nationaliteit of alleenstaande minderjarige vreemdelingen die worden ingezet voor criminele activiteiten zoals drugshandel of het plaatsen van explosieven. Rijken waarschuwt dat het werkelijke aantal vermoedelijk hoger ligt en roept op tot betere signalering. Ze uit ook zorgen over het afnemend aantal opsporingsonderzoeken naar internationale seksuele uitbuiting, ondanks het stijgende aantal slachtoffers.

Misbruik met deepfake naaktbeelden

Het is in Nederland strafbaar om zonder toestemming deepfake naaktbeelden van iemand te maken, verspreiden of in je bezit te hebben. Toch blijken uitkleed-apps lastig strafrechtelijk aan te pakken. Nederland loopt voorop in het strafbaar stellen van seksuele deepfakes. In veel andere Europese landen kun je hooguit worden veroordeeld voor smaad als je zo’n afbeelding van iemand maakt.  In Nederland is het maken van dit soort beelden een seksueel misdrijf en kun je daar een stuk zwaarder voor worden gestraft.  Op het maken van deepfake-naaktbeelden staat een maximale gevangenisstraf van twee jaar. Dan gaat het om het maken van beelden van iemand die meerderjarig is. Ook het verspreiden en in bezit hebben is strafbaar, maar het maken van de beelden wordt gezien als het meest ernstige delict.

Als iemand deepfake-naaktbeelden maakt van iemand die jonger is dan 18 jaar, dan is de maximale gevangenisstraf zes jaar – dan wordt het gezien als het vervaardigen van virtuele beelden van kindermisbruik. Dat wordt veel strenger bestraft. Het ligt ook aan de situatie. Als een jongen van 15 een deepfake-naaktfoto maakt van een meisje van 15, dan wordt dat feitelijk gezien als virtuele kinderporno. Maar omdat de jongen ook maar 15 jaar is, zal een officier van justitie dat meewegen en eerder een geldboete, taakstraf of lichte straf eisen. Ook kan bureau Halt worden ingeschakeld om herhaling te voorkomen. Als de jongen van 15 de naaktbeelden gebruikt voor afpersing of intimidatie, wordt een zwaardere straf geëist.

Het vervaardigen van seksuele deepfakes zonder toestemming is strafbaar, maar volgens het strafrecht doet de gebruiker van zo’n dienst dat, en niet per se de app. En een uitkleed-app kan bijvoorbeeld ook worden gebruikt als iemand toestemming geeft voor het maken van zo’n virtuele naaktfoto, en dan is het weer niet strafbaar. Er zijn wel situaties te bedenken waarbij vervolging misschien mogelijk is, bijvoorbeeld als er kan worden aangetoond dat ze vooral seksuele deepfakes van minderjarigen maken. Ook moeten deze diensten altijd reageren op verwijderverzoeken. Als ze dat niet doen, kunnen autoriteiten buiten het strafrecht ze aanpakken, zoals een privacy waakhond. Het zonder toestemming maken van seksuele deepfakes is dus strafbaar en vooral als het gaat om minderjarigen.

In maart 2024 bracht het Algemeen Dagblad aan het licht dat tussen de zeventig en tachtig bekende Nederlandse vrouwen, waaronder politici, presentatoren en prinses Amalia, slachtoffer waren van deepfake-pornovideo’s. Deze video’s, gemaakt met kunstmatige intelligentie, toonden gezichten van deze vrouwen die op lichamen van pornoactrices waren geplakt, wat de beelden zeer realistisch maakte. De video’s verschenen op de website MrDeepFakes, een internationaal platform met miljoenen maandelijkse bezoekers dat anonieme uploads tegen betaling faciliteerde. Na publicaties van het Algemeen Dagblad, CBC, Bellingcat en Deense media werd de site in Nederland geblokkeerd en ging deze in mei 2024 wereldwijd offline. Een 73-jarige man uit Noord-Holland is door het Openbaar Ministerie als verdachte aangemerkt voor het maken van ten minste één van deze video’s. Zijn woning werd doorzocht, hij is verhoord, maar niet gearresteerd, en het Openbaar Ministerie wacht op het dossier om over vervolging te beslissen. Minstens twintig slachtoffers, waaronder Caroline van der Plas, Hélène Hendriks, Olcay Gulsen, Sylvana IJsselmuiden, Mirjam Bikker, Ellie Lust, Welmoed Sijtsma en Sharon Dijksma, deden aangifte, waarbij sommigen de video’s als “digitale verkrachting” omschreven vanwege de ernstige privacy-inbreuk, reputatieschade en emotionele impact. De connectie met Canada betreft de vermeende oprichter van MrDeepFakes, David Do, een 36-jarige apotheker uit Toronto. Forensisch onderzoek door cyberbureau Sidenty, Bellingcat en media zoals het Algemeen Dagblad en CBC wees hem aan als de persoon achter de site. Do bevestigde in een e-mail aan het Algemeen Dagblad dat hij de site oprichtte, maar claimde deze jaren geleden te hebben verkocht aan een onbekende partij. Na de onthullingen verwijderde hij zijn sociale media, werd hij ontslagen door het ziekenhuis waar hij werkte, en startte de Canadese apothekersorde een onderzoek naar zijn gedrag. Er is geen bewijs dat de 73-jarige Nederlander direct met Do samenwerkte, maar hij zou video’s hebben gemaakt die via MrDeepFakes werden verspreid. In Nederland is het maken en verspreiden van deepfake-porno zonder toestemming strafbaar met maximaal twee jaar cel, zoals bleek uit een zaak in 2023 waarin een dader een voorwaardelijke taakstraf kreeg voor een deepfake-video van Welmoed Sijtsma. In Canada is het verspreiden van deepfake-porno echter niet expliciet strafbaar, wat uitlevering van Do naar Nederland bemoeilijkt, ondanks oproepen van Nederlandse politici zoals Caroline van der Plas, Songul Mutluer en Ingrid Michon van BBB, GroenLinks-PvdA en VVD. Deze partijen dringen aan op uitlevering om een krachtig signaal af te geven, maar het Canadese ministerie stelt dat het vermeende gedrag in beide landen strafbaar moet zijn voor uitlevering. De Canadese premier Mark Carney beloofde in 2025 wetgeving om deepfake-porno te criminaliseren, maar deze is nog niet van kracht. Slachtoffers probeerden via opsporingsbureaus en de Autoriteit Persoonsgegevens de video’s offline te krijgen, terwijl experts waarschuwen dat deepfakes iedereen kunnen treffen en pleiten voor betere detectietechnologie en bewustwording. De juridische verschillen tussen Nederland en Canada compliceren de zaak, en de oproep tot uitlevering is nog niet gerealiseerd. Op het hoogtepunt had MrDeepFakes meer dan 650.000 geregistreerde gebruikers en bevatte het video’s van Canadezen zoals Michael Bublé, Justin Trudeau en Avril Lavigne. De inhoud was sinds de oprichting in 2018 meer dan twee miljard keer bekeken. 

Massale verspreiding van kindermisbruikbeelden via nepaccounts op X

Een onderzoek van de Brusselse organisatie EU DisinfoLab heeft aangetoond dat kindermisbruikbeelden op het platform X op grote schaal circuleren. DisinfoLab begon met onderzoek naar Russische beïnvloedingscampagnes, maar stuitte daarbij op een wijdverspreid netwerk van bots en nepaccounts die deze beelden verspreiden.

Het materiaal is vaak te vinden via alledaagse hashtags, waardoor de toegang tot deze content schokkend eenvoudig is. Voor de slachtoffers betekent dit dat beelden van hun trauma’s permanent online blijven en voortdurend opnieuw gedeeld worden. Bots en gehackte accounts vergroten het misbruik door miljoenen kopieën te verspreiden.

De bevindingen benadrukken de kwetsbaarheid van sociale mediaplatforms. X krijgt al langere tijd kritiek, vooral sinds de afname van moderatieteams en versoepelde regels. Huidige controles blijken onvoldoende tegen de steeds geavanceerdere methoden van criminelen. Organisaties zoals Child Focus noemen de situatie onacceptabel, omdat het vertrouwen in veilige digitale ruimtes ernstig wordt ondermijnd.

Volgens experts is internationale actie nodig. Verbeterde algoritmes voor beeldherkenning, een groter aantal menselijke moderators en strengere wetgeving, zoals de Digital Services Act, zijn essentieel. Daarnaast moeten politie, NGO’s en platforms nauwer samenwerken om netwerken te ontmantelen en daders te vervolgen. Kindermisbruik heeft zich inmiddels diep in het digitale landschap genesteld en vereist dringende aandacht.

Seksueel kindermisbruik is strafbaar, ook als dit door Nederlanders in het buitenland wordt gepleegd

 

Kidflix

11  maart 2025 werd Kidflix, een van de grootste platformen met beelden van seksueel kindermisbruik ooit, door de Duitse politie en Europol offline gehaald. Kidflix had in de afgelopen jaren 1,8 miljoen gebruikers op het darkwebplatform. Het onderzoek naar de site werd geleid door de politie van de Duitse deelstaat Beieren. Vanuit Nederland werkte het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) mee. Ruim 1,8 miljoen gebruikers logden wereldwijd in op het platform. Tegen betaling konden de gebruikers video’s downloaden, waarop seksueel misbruik van kinderen te zien was. Ook konden gebruikers video’s streamen en zelf nieuwe video’s aanbieden. Er zijn vooralsnog 79 mensen aangehouden in verband met het onderzoek, meldt Europol. In totaal hebben de autoriteiten samen zo’n 1.400 gebruikers weten te identificeren, mede door een analyse van het betalingsverkeer. Er stonden 72.000 video’s op de site. De server stond in Zoetermeer Nederland. 91.000 unieke video’s werden geüpload en gedeeld op het platform, met een totale speelduur van 6.288 uur. Gemiddeld werden er elk uur ongeveer 3,5 nieuwe video’s geüpload naar het platform, waarvan er vele voorheen onbekend waren bij de wetshandhaving. Gebruikers deden betalingen met cryptocurrencies, die vervolgens werden omgezet in tokens.
 
Door CSAM te uploaden, videotitels en -beschrijvingen te verifiëren en categorieën aan video’s toe te wijzen, konden overtreders tokens verdienen, die vervolgens werden gebruikt om inhoud te bekijken. Elke video werd geüpload in meerdere versies – lage, gemiddelde en hoge kwaliteit – waardoor criminelen een voorbeeld van de inhoud konden bekijken en een vergoeding konden betalen om versies van hogere kwaliteit te ontgrendelen. De meeste verdachten die werden geïdentificeerd, werden vergeleken met gegevens in de databanken van Europol, waaruit bleek dat de meeste daders recidivisten zijn en niet onbekend zijn bij de rechtshandhavingsinstanties.
 
De informatie over de verdachten is gedeeld met opsporingsinstanties in 35 verschillende landen die vervolgens in de periode van 10 tot 21 maart bij deze verdachten zijn langsgegaan. In Nederland zijn dertien verdachten geïdentificeerd. Het TBKK heeft bij vijf verdachten doorzoekingen uitgevoerd, waarbij diverse gegevensdragers in beslag zijn genomen. Hierbij is samengewerkt met verschillende TBKK’s in het land en de LO.
 
Hoewel er vooralsnog geen aanhoudingen zijn verricht, wordt niet uitgesloten dat dit na uitgebreid onderzoek van de inbeslaggenomen gegevensdragers alsnog gebeurt. De andere acht Nederlandse verdachten hebben bezoek gehad van een wijkagent die een officieel waarschuwingsgesprek met hen heeft gevoerd. Het gaat om personen die niet eerder soortgelijke feiten hebben gepleegd en waarvan is vastgesteld dat zij geen directe omgang hebben met kinderen. Het onderzoek startte in 2022 en resulteerde in actieweken van 10 tot en met 23 maart 2025. Tot nu toe heeft het geleid tot de volgende resultaten:
  • 1.393 verdachten geïdentificeerd
  • 79 verdachten gearresteerd
  • Meer dan 3.000 elektronische apparaten in beslag genomen
  • 39 kinderen beschermd

De Rekenkamer constateerde bij het ministerie van Justitie en Veiligheid dat in de strafrechtketen namen van verdachten worden verwisseld. “Daardoor kan het gebeuren dat daders van zeden- en geweldsmisdrijven vrij blijven rondlopen. De Algemene Rekenkamer meldde dat de namen van verdachten in minimaal 867 zaken verkeerd zijn vastgelegd. In zeker 141 gevallen gaat het om ernstige zaken zoals levensdelicten of terrorisme. Ambtenaren hebben geen duidelijke instructies hoe ze hiermee moeten omgaan en zijn daardoor in “gewetensnood” gekomen.

Misbruik door sextortion en online grooming

Catherine De Bolle, Directeur van Europol waarschuwt voor de opkomst van “gewelddadige online gemeenschappen” die minderjarigen manipuleren om ze uiteindelijk te misbruiken. Het Europese politieagentschap waarschuwt dat kinderen goed in de gaten gehouden moeten worden om te voorkomen dat ze door dit soort cultussen geworven worden. Er zijn volgens Europol meerdere van dit soort cultussen. Die hebben het vooral gemunt op kinderen en tieners van 8 tot 17 jaar oud, “met name lgbtq+, raciale minderheden en minderjarigen die worstelen met geestelijke problemen, zoals depressie en zelfmoordgedachten”. De cultussen gebruiken een tactiek genaamd ‘online grooming’. Het vertrouwen van de slachtoffers wordt eerst gewonnen, dan wordt hun persoonlijke informatie verzameld, waarna ze uiteindelijk misbruikt worden.

De misbruikte minderjarigen zouden al mensen hebben aangevallen of zelfs vermoord hebben, onder wie familieleden en soms willekeurige passanten. Misbruikers zouden ook kinderen dwingen om seksueel beeldmateriaal te maken en de beelden te delen met andere leden van de groep. De online gemeenschappen rekruteren volgens Europol daders en slachtoffers op wereldwijde schaal, en functioneren als sektes rond charismatische leiders die manipulatie en bedrog gebruiken om hun slachtoffers te lokken en controleren.

De hiërarchie van de gemeenschappen is gebaseerd op de hoeveelheid (meestal extreem gewelddadige) gedeelde inhoud. “Vandaag de dag maken digitale platforms wereldwijde communicatie mogelijk, gewelddadige extremistische online gemeenschappen maken ook gebruik van deze mogelijkheid. Gewelddadige daders verspreiden schadelijke ideologieën, vaak gericht op onze jeugd. De daders maken gebruik van online gameplatforms, streamingdiensten en sociale mediaplatforms om hun slachtoffers te identificeren en te lokken.

In sommige gevallen infiltreren de daders in online zelfhulp- of ondersteuningsgemeenschappen voor mensen die met deze problemen te maken hebben. Deze gewelddadige criminelen gebruiken verschillende tactieken om hun slachtoffers te lokken en te manipuleren om expliciete seksuele inhoud te produceren, zichzelf te verwonden, anderen pijn te doen en zelfs moorden te plegen, stelt Europol. In het begin gebruiken daders vaak ‘love bombing’-technieken – extreme uitingen van zorg, vriendelijkheid en begrip om het vertrouwen van de minderjarigen te winnen – terwijl ze persoonlijke informatie over hun slachtoffers verzamelen. De daders gebruiken deze informatie in de uitbuitingsfase van de grooming, wanneer ze de kwetsbare minderjarigen dwingen om seksuele inhoud te maken en gewelddaden te plegen. De daders chanteren de slachtoffers vervolgens om nog schadelijkere handelingen te verrichten door te dreigen de expliciete inhoud van de slachtoffers te delen met hun familie, vrienden of online gemeenschappen.

Bij hulplijn Helpwanted,  komen 600 meldingen per maand binnen over het ongewenst verspreiden van intieme beelden of over sextortion. In 2024 meldden zich ruim 12.000 slachtoffers.

Het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) van de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies ziet een zorgelijke toename van kinderpornogroepen op end to end end encrypte chatapplicaties waarin heftig materiaal wordt gedeeld. Naast beelden van ernstig seksueel kindermisbruik worden er in deze groepen ook beelden van mishandelingen en martelingen van kinderen verstuurd. Daarnaast treffen ze in deze groepen andere schokkende en mensonterende beelden aan zoals onthoofdingen van volwassenen en grove mishandelingen van dieren. De politie ziet ook een alarmerende stijging in het aantal meldingen van seksuele delicten, met 14.802 meldingen in 2024, bijna 800 meer dan in 2023. Cijfers over online seksueel geweld ontbreken, omdat deze niet apart worden geregistreerd. De politie spreekt van een ‘veelkoppig monster’: online seksueel misbruik kent veel verschillende daders, uiteenlopende strafbare feiten en diverse slachtoffers. 

Sinds de oprichting meer dan twintig jaar geleden, heeft de De Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) in totaal meer dan 900 zaken behandeld. In circa 25 gevallen betrof het zedenzaken waarin sprake was van aspecten van ritueel misbruik, waarvan slechts drie in de afgelopen zeven jaar. Op basis van het veelal uitgebreide opsporingsonderzoek dat de politie in deze zaken uitvoerde voordat de zaak werd voorgelegd aan de LEBZ, bleek objectieve ondersteuning voor de geuite beschuldigingen in de vorm van forensisch, tactisch, digitaal of overig bewijs vaak te ontbreken en/of bevatte het dossier feiten die strijdig waren met de aangifte. In enkele zaken constateerde de LEBZ dat nog nadere opsporingshandelingen konden worden verricht en werd daarover advies uitgebracht. In geen van de genoemde 25 zaken is vervolging ingesteld door het openbaar ministerie.

Minister Grapperhaus zag geen aanleiding om meer actie te nemen. Michiel van Nispen (SP) uit zijn zorgen over de vooringenomenheid van de LEBZ. “De grote vraag is: waarom wordt ritueel misbruik niet onderzocht? Hij kreeg tientallen berichten van slachtoffers en hulpverleners die stellen dat de vooringenomen houding van de politie en de LEBZ daar een grote rol in speelt. De bemoeienis met de zorgstandaard maakt de vraag of de LEBZ niet vooringenomen is nog groter.” Caleidoscoop, de landelijke vereniging voor mensen met een dissociatieve stoornis, stelt – in een brief die ook door andere organisaties is ondertekend – dat ‘onafhankelijke onderzoeken noodzakelijk zijn naar ritueel misbruik in Nederland en de werkwijze van de LEBZ’. Als toelichting op de brief heeft Caleidoscoop 24 ervaringsverhalen verzameld rondom het doen van aangifte van georganiseerd misbruik. De woning van Grapperhaus werd in 2022 beklad. Op de voordeur en op de opstap naar de woning werd met zwarte verf ‘pedo nazi’ geschreven. 

Wereldwijd is 1 op de 5 vrouwen tussen de 20 en 24 jaar voor haar 18e verjaardag getrouwd. Ieder jaar komen er 12 miljoen kindbruiden bij!

In het zuiden van India werden begin maart 2025 twee vrouwen door meerdere mannen verkracht en een man gedood. Dat gebeurde bij een rivier in de stad Hampi, een populaire toeristische plaats vanwege de vele tempels. Een van de vrouwelijke slachtoffers was een Israëlische toerist, de ander een Indiase eigenaresse van een zogenoemde homestay, een overnachtingsplek voor toeristen bij lokale mensen thuis. De twee vrouwen waren donderdagavond met drie mannelijke toeristen – een Amerikaan en twee Indiërs – sterren aan het kijken bij de rivier toen ze werden aangevallen door een groep mannen. Voorafgaand aan de aanval zou er een ruzie zijn geweest over geld. Volgens de lokale politiechef duwden de aanvallers de drie mannen in de rivier, waarna ze de vrouwen verkrachtten. De Amerikaanse man en een van de mannen uit India overleefden het.

Het lichaam van de derde man werd zaterdagochtend gevonden. Volgens de politie waren de daders de groep gevolgd naar de rivier. De drie mannen reden naar verluidt op een motor naar de groep om te vragen waar ze konden tanken. Vervolgens zouden ze 100 roepies hebben geëist van de groep, omgerekend ongeveer een euro. Toen de sterrenkijkers dat niet wilden geven, ontstond er een ruzie. Toen een van de mannelijke toeristen alsnog 20 roepies gaf, namen de mannen er geen genoegen mee en vielen de groep aan, aldus de politiechef. Verkrachtingen en geweld zijn in India een wijdverspreid probleem. Afgelopen zomer waren er grote protesten in het land na de verkrachting en dood van een arts in opleiding. Begin dit jaar kreeg de dader, een vrijwilliger van de politie, een levenslange celstraf. In 2019 gingen mensen de straat op na de verkrachting en moord op een vrouwelijke dierenarts. In 2012 werd een 23-jarige studente door meerdere mannen verkracht in een bus. Ook toen leidde dat tot massale protesten. 

Na het incident in 2012 paste de Indiase regering de wet aan, waardoor de doodstraf voortaan kan worden opgelegd voor verkrachting van meisjes onder de 12 jaar. Ook zijn agenten die weigeren melding te doen van seksueel geweld strafbaar. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch wordt die wet nog altijd onvoldoende nageleefd. Zo kwam in 2021 nog een hoge rechter in opspraak nadat hij tegen een verdachte van verkrachting had gezegd dat hij het beste met zijn minderjarige slachtoffer kon trouwen om de gevangenis te ontlopen. Afgelopen najaar keerde de Indiase regering zich tegen een oproep van het hooggerechtshof, dat pleit voor het criminaliseren van verkrachting binnen het huwelijk. Volgens de regering is deze maatregel “buitensporig streng” en zijn er al genoeg wetten die vrouwen beschermen tegen seksueel geweld.

 

Problemen met namaakmedicijnen diabetes
De consumptie van medicijnen die buiten medisch toezicht vallen, blijft een hardnekkig sociaal probleem. De redenen voor gebruik variëren van psychotrope en recreatieve doeleinden tot prestatie bevorderende effecten. Sommige gebruikers negeren medische voorschriften en injecteren niet-injecteerbare producten (zoals pillen voor sublinguaal gebruik, de inhoud van pleisters of oogdruppels) of verkopen medicijnen die zijn voorgeschreven voor medische behandeling. De overmatige consumptie van medicijnen voedt een vraag die niet met legale middelen kan worden bevredigd en leidt tot afleiding van de gereguleerde toeleveringsketen. Nagemaakte medicijnen circuleren onder degenen die buiten de legitieme keten vallen. De autoriteiten hebben gezien dat deze namaakmedicijnen via de parallelle markt opnieuw in de legale toeleveringsketen terechtkomen. Een toenemende trend is de handel in kalmerende middelen en het gebruik van nagemaakte of illegale medicijnen tegen diabetes. Geneesmiddelen worden vaak nagemaakt in ondergrondse laboratoria zonder dat er enige regelgeving of veiligheidsmaatregelen zijn getroffen. Namaakproducten die onder dergelijke omstandigheden zijn gemaakt, hebben niet het gewenste effect; in het beste geval blijft de patiënt onbehandeld, maar dergelijke producten kunnen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken of potentieel dodelijk zijn. Tussen april en oktober 2023 coördineerde Europol de vierde editie van Operatie SHIELD. Wetshandhavings-, gerechtelijke, douane-, medische en antidopingautoriteiten uit 30 landen op 3 continenten hebben hun krachten gebundeld in deze mondiale inspanning tegen de handel in nagemaakte en misbruikte medicijnen en illegale dopingmiddelen. De operatie werd ook ondersteund door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF), het Bureau voor Intellectuele Eigendom van de Europese Unie (EUIPO), Frontex, het Wereldantidopingagentschap (WADA) en nationale geneesmiddelenagentschappen.

De Britse inspectie voor de Gezondheidszorg MRHA waarschuwt voor de namaak diabetesmedicijnen Ozempic en Wegovy van de Deense farmaceut Novo Nordisk. Sommige zijn levensgevaarlijk. Ozempic en Wegovy zijn bedoeld voor diabetespatiënten. De verpakkingen zijn niet van echt te onderscheiden, maar sommige injectiepennen blijken levensgevaarlijke stoffen te bevatten. Het Britse geneesmiddelenagentschap heeft al bijna 900 van deze nep-injectiepennen van Ozempic in beslag genomen – meer dan in Denemarken, Ierland, Zwitserland, en IJsland samen. In Nederland hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Diabetesvereniging Nederland (DVN) in oktober al gewaarschuwd voor de nepmedicijnen. In Engeland, de Verenigde Staten en Oostenrijk zijn al gebruikers in het ziekenhuis opgenomen. Het Europese geneesmiddelenagentschap waarschuwde ook al voor de nepmedicatie. Een woordvoerder van de Diabetesvereniging laat weten dat er tot op heden nog geen signalen bekend zijn dat er in Nederland neppe injectiepennen rondgaan. De Deense geneesmiddelenproducent Novo Nordisk zegt samen te werken met internationale en lokale gezondheidsautoriteiten om de illegale onlineverkoop terug te dringen. Novo Nordisk, dat dankzij de populariteit van de middelen vorig jaar uitgroeide tot het waardevolste bedrijf van Europa, heeft ook een particulier onderzoeksbureau ingeschakeld om illegale producenten op te sporen.

Chinese wetenschappers hebben een 59-jarige man volledig genezen van diabetes met behulp van stamceltherapie. De 59-jarige man leed al 25 jaar aan diabetes type 2. Een paar jaar geleden moest hij een niertransplantatie ondergaan. Door de jaren heen had de ziekte ervoor gezorgd dat hij bijna alle insulineproducerende pancreascellen was kwijtgeraakt. Om de man volledig te genezen, creëerden wetenschappers pancreascellen uit stamcellen. Deze cellen kunnen transformeren in elk celtype, afhankelijk van hun omgeving. De man kreeg in 2021 een stamceltransplantatie. Sindsdien heeft hij geen medicijnen meer nodig om zijn bloedsuikerspiegel onder controle te houden. De wetenschappers merkten ook op dat er tijdens de observatieperiode van 116 weken “geen episoden van hypoglykemie of hyperglykemie” waren en dat de bloedsuikerspiegels van de patiënt normaal bleven.

Er is ook hoop voor patiënten met complexe diabetes type 1. Een klinische studie toont dat in het lab gemaakte insulineproducerende cellen deze ziekte kunnen genezen, waardoor het tekort aan donoren wordt opgelost. Bij diabetes type 1, een auto-immuunziekte, vernietigt het lichaam de insulinecellen in de alvleesklier. In Nederland hebben 120.000 mensen deze aandoening, waarbij medicatie vaak de bloedsuikerspiegel stabiliseert, maar het risico op complicaties aan ogen, nieren, hart en bloedvaten blijft.Voor patiënten bij wie medicatie faalt, waren tot nu toe transplantaties van een alvleesklier of insulinecellen (‘eilandjestransplantatie’) van overleden donoren de enige opties. Deze behandelingen genezen vaak volledig of verbeteren de bloedsuikercontrole, maar zijn beperkt door een donortekort. Nieuw onderzoek biedt perspectief: cellen uit pluripotente stamcellen, die in het lab tot insulinecellen worden gekweekt, genazen de meeste proefpersonen met complexe diabetes type 1 binnen een jaar.“Deze doorbraak toont dat lab-eilandjes diabetes functioneel kunnen genezen,” zegt Eelco de Koning, diabetologie-hoogleraar aan het LUMC. “Dit maakt onbeperkte beschikbaarheid mogelijk.” Verder onderzoek is nodig voor reguliere toepassing. Daarom opent in november het onderzoekscentrum Cure One in Leiden, gesteund door de Stichting Diabetes Onderzoek Nederland. Cure One bundelt expertise over stamcellen en het afweersysteem en versterkt de rol van het LUMC en Leiden Bioscience Park in diabetesonderzoek.Doel is de behandeling toegankelijk te maken voor alle type 1-patiënten. Nu moeten getransplanteerden levenslang afweerremmende medicatie gebruiken, wat infectierisico’s verhoogt. De Koning: “We willen stamcellen en het afweersysteem aanpassen, zodat afstoting wordt voorkomen, bijvoorbeeld door ‘eigen’ eilandjes uit patiëntstamcellen te kweken. Cure One zal alles doen om deze doorbraak te versnellen.”

Mensen met diabetes die hun bloedsuikerwaarden meten met een specifieke sensor van fabrikant Abbott, worden dringend opgeroepen die niet meer te gebruiken. Het gaat om de Libre 3 en Libre 3 Plus. Die gaven ‘mogelijk onjuiste lage glucosemetingen, die indien onopgemerkt een ernstig gezondheidsrisico vormen’. Het bedrijf heeft inmiddels zeven meldingen gekregen over sterfgevallen die mogelijk samenhangen met de problemen. Daarnaast kreeg de producent ook nog 736 meldingen over ‘nadelige gebeurtenissen’. De producent waarschuwt daarom gebruikers van de sensor in zeventien landen, waaronder ook Nederland. Mensen met diabetes dragen de sensoren op hun huid. Deze sensoren meten de glucosewaarden van de drager. De monitoring hiervan is voor de patiënt erg belangrijk. Vervolgens komt de informatie binnen via een app op de mobiele telefoon. De sensoren waarschuwen mensen als hun bloedsuikerspiegel te hoog (hyper) of juist te laag (hypo) dreigt te worden. Ze kunnen daar dan actie op ondernemen: iets met koolhydraten eten bij een te lage waarde, of extra insuline inspuiten bij een te hoge waarde.

Het is niet bekend hoeveel van deze sensoren in Nederland worden gebruikt. In de Verenigde Staten gaat het om zo’n drie miljoen exemplaren. Op www.freestylecheck.com kunnen mensen controleren of hun sensor één van de apparaten is die onder de waarschuwing vallen. In dat geval wordt hen geadviseerd deze weg te gooien. Abbott voorziet deze mensen vervolgens van een nieuw apparaat Volgens het bedrijf zijn de problemen in de productie van de sensoren inmiddels opgelost. Andere apparaten die bij de sensoren horen, zouden wel naar behoren werken. Ook daarmee kunnen mensen hun glucosewaarde opmeten. “Onjuiste lage glucosewaarden die gedurende een langere periode onopgemerkt blijven, kunnen leiden tot verkeerde behandelbeslissingen”, zegt Abbott. Dat kan leiden tot letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

Uit een onderzoek in opdracht van het Diabetes Fonds bleek dat zo’n 400.000 mensen leiden aan diabetes type 2 zonder dat ze dat zelf weten. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Nederlands Cohorten Consortium, een samenwerking van universiteiten en instellingen die gezamenlijk over gegevens van honderdduizenden mensen beschikken. Voor dit onderzoek is gekeken naar de gegevens van 200.000 mensen die de afgelopen 25 jaar zijn gevolgd. De cijfers maken duidelijk dat 1 op de 3 mensen met diabetes type 2 niet weet dat hij of zij de ziekte heeft.

Problemen met oogspuitjes

Tientallen mensen met oogziektes zijn verder in de problemen gekomen tijdens de behandeling van hun aandoening. Uit de spuitjes waarmee medicijnen worden ingespoten, blijken ook andere stoffen mee te zijn gekomen. „Sommigen hadden maar één goed oog.” Oogartsen begrepen er in het begin niets van. Complicaties bij het inspuiten van een medicijn in de ogen van hun patiënten zijn heel zeldzaam, maar nu zagen ze aan het eind van deze zomer plotseling veel meer reacties. En dan ook nog op verschillende plekken door het hele land, onlangs nog bij een oogkliniek in Delft. Daarbij kon in eerste instantie niet bepaald worden of de behandelde ogen ten prooi waren gevallen aan een gevreesde bacteriële infectie, die grote gevolgen kan hebben, of een veel minder ernstige ontsteking. Oogarts Marjolijn Bartels van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap: „We hoorden ineens van verschillende kanten over complicaties, nadat geneesmiddelen werden gebruikt. We begrepen wel dat er iets niet klopte.” De bacteriële infectie vereist een heel andere aanpak dan de minder desastreuse ontsteking. „We hebben via de beroepsgroep meteen gewaarschuwd. En we zijn samen met apothekers gaan kijken wat er aan de hand is.” Inmiddels wordt ervan uitgegaan dat er iets mis is met de gebruikte spuitjes. Vermoedelijk zijn deeltjes van de siliconencoating meegekomen en in het oog beland. Tientallen patiënten kregen vermoedelijk te maken met irritaties en ontstekingen. Het is lastig te zeggen hoeveel het er precies zijn: er is gevraagd melding te maken van gevallen, maar het is niet gezegd dat bij milde reacties altijd wordt herkend dat er iets mis is gegaan bij het spuiten. Inmiddels is een taskforce op poten gezet, met oogartsen, ziekenhuizen en apothekers. Die wil verdere problemen voorkomen en mogelijk afdwingen dat de spuitjes van een hogere kwaliteit worden. „In Amerika worden veel strengere eisen gesteld dan in Europa. We hopen de komende weken meer duidelijkheid te krijgen over de precieze omvang en problemen. Nu is veel nog onduidelijk.” Veel van de patiënten worden behandeld voor ouderdomsslijtage van hun netvlies. Het ziet ernaar uit dat zij na aanvullende behandeling geen blijvende schade hebben. „Toch is het wel ingrijpend. Er zijn mensen bij die maar een goed oog hebben. En ze lopen toch een tijd rond met klachten.”

Problemen met Ritalin

Ritalin, het medicijn dat wordt voorgeschreven voor mensen met ADHD, heeft bij kinderen de werking van hersenen bij kinderen voorgoed verandert, ook al zijn ze gestopt met het medicijn. Dat het medicijn dit soort zorgelijke effecten heeft, was nog niet eerder bekend en het is onduidelijk wat de gevolgen zijn op de lange termijn. Bij mensen met ADHD werken bepaalde gebieden van de hersenen minder effectief. Zogenaamde boodschapperstoffen, de neurotransmitters, zoals dopamine en noradrenaline, zijn minder actief. Door het slikken van Ritalin gaat de doorbloeding in de hersenen sneller. Daardoor maak je meer dopamine aan en dat onderdrukt de hyperactiviteit. Eén op de vier studenten slikt illegaal Ritalin, in de verwachting daardoor beter te kunnen presteren. Twee jaar geleden was dat nog één op de tien studenten. Methylfenidaat wordt gebruikt zonder voorschrift om de studieprestaties te verhogen. Een klein deel gebruikt Ritalin of Concerta ook tijdens het uitgaan. De middelen komen veelal uit een illegaal circuit.

Problemen met vapen

Het aantal meldingen van kinderen die in het ziekenhuis zijn beland door vapen is dit jaar opnieuw opgelopen. Kinderlongarts Marije van den Beukel van het HaaglandenMC constateert dat kinderen online of via dealers de hand kunnen leggen op bijzonder schadelijke ’turbovapes’, die wel zo’n 15.000 puffs kunnen leveren. “Dat komt overeen met de hoeveelheid nicotine in ongeveer 15 tot 20 pakjes sigaretten. “Het gaat hier om nicotinevergiftiging.” stel de arts.  Ze consumeren dat in vier à vijf dagen. Ze krijgen zo idioot veel nicotine in korte tijd binnen.” Vorig jaar kwamen er bij een speciaal meldpunt hierover minstens 14 meldingen binnen, dat aantal is dit jaar verder opgelopen naar 31. Bij de meldingen hoorden lichamelijke klachten zoals ernstige benauwdheid, een klaplong, hartkloppingen en bloed ophoesten. Sommige minderjarigen vertoonden sufheid en zelfs bewusteloosheid door het vapen dat minder slecht zou zijn dan roken. Maar in e-sigaretten (vapes) zitten veel stoffen die erg slecht zijn voor de gezondheid. Deze stoffen kunnen de kans op hart- en vaatziekten verhogen. De vapes verhitten de vloeistof waardoor een giftige damp ontstaat en die ademt een vaper in. In de damp zitten schadelijke stoffen, zoals formaldehyde, acetaldehyde en acroleïne die de longen kunnen irriteren en kanker kunnen veroorzaken. Ook kunnen er zware metalen in de damp zitten, zoals lood en cadmium. Sommige vapes bevatten ook cannabis. Deze worden vaak verkocht als ‘THC-vapes’ of ‘Weedvapes’.Dat er metalen vrijkomen bij het vapen werd al vermoed, maar hoeveel er in het lichaam terechtkomt was niet bekend.

Volgens de studie, gepubliceerd in het tijdschrift Tobacco Control, verhoogt vapen het risico op blootstelling aan lood, uranium en cadmium. Blootstelling aan zware metalen kan blijvende schade bij jongeren veroorzaken, niet alleen bij langdurig gebruik, maar ook op de korte termijn. Blootstelling aan metalen als lood en cadmium kan volgens hen onder meer leiden tot cognitieve stoornissen, gedragsstoornissen en ademhalingscomplicaties bij kinderen. Lood heeft vooral invloed op hart en bloedvaten en de hersenen, cadmium wordt in verband gebracht met verschillende soorten kanker. In veel illegale vapes zitten grote hoeveelheden nicotine, vergelijkbaar met 200 tot 400 sigaretten. In 2023  gaf 14,3 procent van de middelbare scholieren aan in de laatste maand een vape te hebben gebruikt, waarvan 4 procent dit dagelijks deed. Zeker 14 kinderen zijn het afgelopen jaar in het ziekenhuis terecht gekomen na vapen. Dat blijkt uit cijfers van artsen waar RTL Nieuws over beschikt.

De meesten van hen waren ernstig ziek. Zo kreeg een 16-jarige jongen onlangs een zware longbloeding en moest een 15-jarig meisje worden opgenomen op de intensive care. Kinderartsen stellen dat dit het topje van de ijsberg is, het aantal kinderen dat gezondheidsklachten krijgt na vapen ligt volgens hen nog veel hoger. De E-sigaretten zijn schadelijk voor de gebruiker en omstanders. In de vloeistof die wordt verdampt in de e-sigaret zitten schadelijke stoffen en als nicotine aanwezig is in de e-sigaret kan ernstige verslaving optreden. Sinds 1 januari 2023 geldt officieel een verbod op e-sigaretten met smaken. De smaak ‘tabak’ blijft wel toegestaan. Producenten van e-sigaretten mochten tot 1 januari 2024 hun bestaande voorraad verkopen. Momenteel worden e-sigaretten niet belast, waardoor de extra maatschappelijke kosten niet in de prijs landen. Nederland heeft zich de afgelopen jaren sterk gemaakt voor het heffen van accijns op e-sigaretten binnen de Europese Unie. Recent is echter duidelijk geworden dat een eventueel voorstel over aanpassing van de Richtlijn tabaksaccijns ten behoeve van het belasten van e-sigaretten waarschijnlijk aan een nieuwe Europese Commissie zal zijn en niet eerder is te verwachten dan in 2025.

Gelet op het bevorderen van de gezondheid en het verminderen van gezondheidsverschillen wordt kan een nationale verbruiksbelasting op e-sigaretten overwogen. Bij vapen verdampen vele schadelijke stoffen. “Daarnaast bevat de vape een gloeidraad die gevaarlijke stoffen kan lekken.” Voorbeelden daarvan zijn lood, chroom en nikkel. “Vapen is dus beslist niet veiliger dan roken. Het is extreem verslavend en bevat een hoge dosis nicotine. Experts spreken over longontstekingen en ernstige astma-aanvallen bij kinderen. Zij zien onder meer klaplongen en longbloedingen bij kinderen die veel vapen en bij wie geen andere oorzaak van dat ziektebeeld is gevonden. Vapen heeft naast de fysieke schade ook mentale effecten. Depressie, angst- en paniekaanvallen en slapeloosheid komen vaker voor bij vapende jongeren.

Steeds meer scholieren gebruiken ook THC-vapes, vaak zonder te weten wat erin zit. In plaats van echte cannabis inhaleren ze een synthetische variant die veel heftiger en gevaarlijker is: Spice.
Longpatholoog Daniëlle Cohen slaat alarm, want de gevolgen zijn ernstig. Ze vecht al jaren tegen deze vape-epidemie onder scholieren en in de podcast Help ik heb een puber! vertelt ze meer over de syntheische variant genaamd Spice: “Het is een supergevaarlijke drug die vooral wordt gebruikt in de gevangenis en door daklozen en heel goedkoop gemaakt kan worden in allerlei schimmige labjes.” THC is een vrije dure stof. Daarom wordt daar synthetische cannabinoïde, Spice, aan toegevoegd en dat is een onwijs gevaarlijke en heel verslavende drug.
De bijwerkingen zijn ernstig: “Van flauwvallen tot en met hartritmestoornissen en ook heel enge paranoia.” Recent is er aangetoond dat in de Nederlandse vapes op de schoolpleinen ook spice werd aangetroffen. De vapes worden makkelijk verkocht via social media, vaak met vrolijke kleurtjes en smaken die jongeren aanspreken, maar wat erin zit, weet eigenlijk niemand zeker. Het Trimbos-instituut noemt het “Russisch roulette in een vape”. Ouders, leraren en jongeren worden opgeroepen om alert te zijn, want wat begint als een onschuldig trekje, kan zomaar verkeerd eindigen.

Het Britse parlement heeft in april 2026 ingestemd met een levenslang rookverbod voor jongere generaties. Dat betekent dat iedereen die na 2008 is geboren nooit meer tabaksproducten zoals sigaretten mag kopen. Minister van Volksgezondheid Wes Streeting sprak over een historisch moment. “Kinderen in het Verenigd Koninkrijk zullen deel uitmaken van de eerste rookvrije generatie, beschermd tegen een leven vol verslaving en schade.” De wetgeving moet nog wel bekrachtigd worden door de koning. Dat gebeurt naar verwachting eind april. Ministers krijgen daarna volgens omroep BBC ook meer bevoegdheden om roken aan te pakken. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de vorm van zeggenschap over smaken en verpakkingen van tabaksproducten en vapes. Roken leidt in Engeland jaarlijks tot 400.000 ziekenhuisopnames  en wordt gelinkt aan tienduizenden sterfgevallen.

Problemen in de zorg

Medicijnen zijn de op twee na grootste doodsoorzaak. Hoogleraar Peter Gotze vergelijkt de farmaceutische industrie met de georganiseerde misdaad en stelt dat deze met maffiapraktijken over lijken gaan om woekerwinsten te kunnen maken. In 3 jaar tijd werd 12 miljard bezuinigd op de zorg waardoor minstens 17.000 vaste banen in de thuiszorg en ouderenzorg verloren zijn gegaan.

Een op de vijf topbestuurders in de zorg verdient ver boven de norm. Zorgbestuurders ontvangen tonnen aan ontslag- en vertrekpremies, zo blijkt uit de jaarverslagen van ouderen- en thuiszorginstellingen.

Het Universitair Medisch Centrum Groningen betaalde bestuursvoorzitter Jos Aartsen in 2017 in totaal ruim 124.000 euro méér dan wettelijk is toegestaan. Jos Aartsen werd in de zomer van 2012 bestuursvoorzitter van het UMC Groningen (UMCG), met een omzet van bijna 1,4 miljard euro en ruim 12.000 werknemers een van de grootste ziekenhuizen van Nederland. Aartsen bleek de best verdienende zorgbestuurder van Nederland, met een inkomen van ruim 310.000 euro. Dat was fors méér dan de Wet Normering Topinkomens (WNT) uit 2013 toestaat. Maar omdat Van Aartsen al een jaar eerder bestuursvoorzitter was geworden, kon hij profiteren van een overgangsregeling.

Inmiddels is gebleken dat het Groningse ziekenhuis Jos Aartsen de afgelopen jaren toch fors méér betaalde dan de overgangsregeling aan ruimte geeft. Uit stukken blijkt dat Aartsen tussen 2013 en 2016 ruim 103.000 euro méér opstreek dan is toegestaan. In 2017 ging het om ruim 12.000 euro. De te royale beloning werd niet door het ziekenhuis zelf of externe accountant KPMG ontdekt, maar kwam aan het licht door een onderzoek van externe toezichthouder CIBG. Volgens het UMC Groningen bleek daaruit dat er sprake was van ‘een onjuiste interpretatie van de regelgeving WNT inzake de bezoldiging van de voorzitter van de raad van bestuur. Jos Aartsen moest het te veel ontvangen bedrag binnen een jaar aan het ziekenhuis terugbetalen.

Problemen in de jeugdzorg
In het coalitieakkoord Rutte IV werd een aanvullende besparing in het kader van Jeugdzorg (wat zowel jeugdhulp als jeugdbescherming en jeugdreclassering omvat) van structureel 511 miljoen euro opgenomen. Het kabinet kwam in augustus 2024 met een wetsvoorstel voor een eigen bijdrage met als beoogde inwerkingtreding 1 januari 2026. Het ministerie van VWS startte parallel de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen, die voor het einde van het jaar afgerond zullen zijn. Daarmee zijn de mogelijke voorbereidingen getroffen waarmee een besluit genomen kan worden. Al 22.409 slachtoffers van geweld in de jeugdzorg hebben in de afgelopen drie jaar een financiële tegemoetkoming van maximaal 5.000 euro gekregen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Er werd in totaal 111,5 miljoen euro uitgekeerd. De jeugdzorg verkeert al jaren in grote moeilijkheden, omdat de instellingen die de jeugdbescherming uitvoeren te weinig geld ontvingen om hun taken goed uit te voeren. Sinds 2015 is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgedragen aan de gemeenten. Die klagen al jaren dat ze daarvoor te weinig geld krijgen van het Rijk. In de langdurige zorg zijn 6.000 voltijdbanen en in de jeugdzorg meer dan 1.000 banen verloren gegaan.
Een op de vijf zorginstellingen lijdt verlies en vooral in de jeugdzorg is de situatie ernstig. Bij vier van de tien zorginstellingen stond de solvabiliteit eind 2014 al onder druk. Jeugdzorg komt dit jaar opnieuw 39 miljoen euro tekort. Gemeenten moeten hiervoor voortaan zorg inkopen op basis van inhoud en kwaliteit in plaats van te kiezen voor de goedkoopste aanbieder. Duizenden medewerkers die in de jeugdzorg werken, leggen op 15 maart 24 uur lang hun werk neer. Ze zijn boos over aangekondigde bezuinigingen, torenhoge werkdruk, ellenlange wachtlijsten en uitblijven van fatsoenlijke cao. Twee zussen kregen ieder een schadevergoeding van 5000 euro van Jeugdbescherming omdat ze in hun jeugd onvoldoende zijn beschermd tegen fysieke en geestelijke mishandeling door hun ouders. Het gezin had na een reeks noodkreten in zowel 2011 als in de periode 2018-2020 vergeefs medewerkers van de organisatie Jeugdbescherming west over de vloer. De zussen zijn in hun jeugd onvoldoende beschermd tegen de fysieke en geestelijke mishandeling door hun ouders. 

15 november 2023 ging uiteindelijk ook jeugdorganisatie Conaction uit Roosendaal failliet. De rechtbank Breda sprak het faillissement uit over de firma Stichting Conaction, handelend onder de naam “Don Bosco Voor Kinderopvang” en “Bso Stichting Conaction” De welzijnsorganisatie was werkzaam is in de leefdomeinen Wonen, Zorg, Welzijn en Werk. Zij boden zowel preventieve en pedagogische begeleiding als specialistische (jeugd)zorg voor kinderen, jongeren en gezinnen. Daarnaast gaven ze begeleiding aan (jong)volwassen vanuit de wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Jongeren en hun gezinnen konden een beroep doen op ambulante hulpverlening, zorg op locatie en verblijf in hun woongroep. Curator Folkert Hiemstra overlegt met negen West-Brabantse gemeenten over overname of voortzetting van de zorg en over de vergoeding van de kosten van het tijdelijk door functioneren van Conaction. GroenLinks-PvdA en NSC. pleiten in de 2e Kamer voor een korte parlementaire enquête naar de misstanden in de gesloten jeugdzorg in de periode van 2008 tot nu. Ze willen weten waarom er zo lang niet is ingegrepen, terwijl al wel duidelijk was dat het systeem faalde. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) maakt zich ‘ernstige zorgen’ over de stijgende kosten van de jeugdzorg. De ontwikkelingen leiden namelijk tot ‘aanzienlijke tekorten’ voor gemeenten, aldus de club. Over 2023 is het tekort al 628 miljoen euro en voor 2024 ‘naar verwachting’ 828 miljoen euro. De Tweede Kamer stemde in met een wet voor betere beschikbaarheid jeugdzorg.

Het zorgsysteem in Nederland werkt als een soort van estafettemodel. Alle betrokken organisaties hebben hun eigen taken en bevoegdheden, die wettelijk zijn vastgelegd. Als de taak van het ene orgaan af is, geven ze het stokje door aan de volgende partij. 

De zorgen over jeugdzorg zijn na de mishandelingen in Stadskanaal groter dan ooit. 19 mei 2026 kwamen er opnieuw vragen in de Kamer over hoe het systeem keer op keer faalt en hoe vaak het nog gruwelijk mis moet gaan in de jeugdzorg, voordat er verandering komt. De vragen volgden naar aanleiding van de aanhouding van twee vrouwen uit Stadskanaal op verdenking van zware mishandeling van hun kinderen, een zesjarig meisje en een zevenjarige jongen. Het meisje moest onder meer haar eigen braaksel eten, zat meermaals vastgebonden in een kelder en was zwaar ondervoed. Ze moest zelfs in februari in een kunstmatige coma gebracht worden. Eerder werd duidelijk dat Veilig Thuis meerdere meldingen over de kinderen had gekregen.

Als er zorgen zijn over een gezin, zijn er twee routes: ouders vragen zelf om hulp, of er wordt door een buitenstaander een melding gemaakt bij Veilig Thuis. Dat kan de school of de huisarts doen, maar ook een bezorgde buurvrouw of de politie die geweld heeft geconstateerd. Bij zo’n melding gaat een gezin een molen van schakels in, waarbij iedere keer een andere instantie is betrokken en er soms veel tijd overheen gaat.

In de jeugdzorg is er onvoldoende samenwerking: verantwoordelijkheden overlappen en organisaties zijn niet altijd op de hoogte van wat de ander doet. “Professionals handelen na elkaar, en niet naast elkaar. Elke organisatie draagt een deel van de verantwoordelijkheid, maar niemand heeft echt de regie. Dit maakt de zorg kwetsbaar, zegt Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht aan de Universiteit Leiden. “Juist bij gezinnen die hulp weigeren, zijn de zorgen het grootst. Het grootste risico is dat niemand de regie neemt.”

De eerste melding over een zorgvraag komt binnen bij onderzoeksinstantie Veilig Thuis. Die beoordeelt of er hulp ingeschakeld moet worden. Mocht er hulp nodig zijn, dan worden de desbetreffende gemeente en lokale wijkteams ingeschakeld.

Als de zorgen ernstig zijn en het gezin hulp weigert, wordt de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld. Die onderzoekt en adviseert de rechter over mogelijk ingrijpen. Besluit de rechter in te grijpen, dan vraagt de kinderrechter jeugdbescherming om een gezinsvoogd in te zetten. Die kan een eventuele uithuisplaatsing regelen.

Maar het kan lang duren voordat de kinderrechter gevraagd wordt een besluit te nemen. Bij iedere nieuwe schakel is er weer een nieuwe wachtlijst. Doordat het lang duurt, kan de informatie tegen die tijd verouderd zijn. Een ander obstakel is dat iedere gemeente een andere aanpak heeft. Zo bepalen gemeentes zelf welke zorg ze inkopen. Dat maakt het gecompliceerd voor betrokken instanties. Ook ieder wijkteam heeft weer een andere aanpak. Daarnaast spelen tekorten en zijn er overal capaciteitsproblemen.

Keer op keer verschijnen er vergeefs rapporten en elke keer als het uit de hand loopt, wordt in de Tweede Kamer op die rapporten gewezen. De urgentie dat het anders moet, is er bij iedere instantie. Er wordt al jaren gewerkt aan een ander toekomstscenario, dat is ondertekend door alle betrokken organisaties.

Daarin wordt gekeken of de hulporganisaties gezamenlijk kunnen optrekken. “Want als de samenwerking tussen Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdbescherming centraal staat, zou dat veel efficiënter zijn. Maar de Raad voor de Kinderbescherming heeft al aangegeven onafhankelijk te willen blijven en gaat daar niet in mee. Het proces loopt keer op keer vast. Het huidige systeem maakt het nodeloos ingewikkeld en is versnipperd. Soms raken kinderen en gezinnen uit beeld. 

Veilig Thuis is het onderzoeksorgaan waar de eerste meldingen binnenkomen. Ze geven advies aan ouders of anderen die hulp vragen. De instantie biedt zelf geen hulp, maar schakelt gemeentes en lokale wijkteams in. Als de zorgen ernstig zijn, geeft Veilig Thuis het stokje door aan de Raad voor de Kinderbescherming.

De Raad voor de Kinderbescherming: beoordeelt de informatie opnieuw en kijkt of de veiligheid van het kind dusdanig in gevaar is dat er juridische gronden zijn om in te grijpen. De raad adviseert de kinderrechter of en welke maatregelen getroffen moeten worden.

De Kinderrechter ontvangt dan het rapport, praat met het gezin en kind en besluit of er een maatregel van jeugdbescherming wordt uitgesproken. Dat gaat meestal over het onder toezichtstelling of uit huis plaatsen van een kind.

Wordt een kind onder toezicht geplaatst, dan komt een gezinsvoogd van jeugdbescherming zich bemoeien met de opvoeding. Ziet jeugdbescherming dat de thuissituatie dusdanig onveilig is, dan kan het de kinderrechter vragen of het kind uit huis geplaatst worden.

Vorig jaar kregen zo’n 474.000 Nederlandse jongeren een of meerdere vormen van jeugdzorg, ongeveer 1 op de 9 jongeren tot 23 jaar oud. Dat is een stijging van 10.000 jongeren sinds 2021, oftewel een stijging van 2,2 procent. De crisisopvang voor kinderen met psychoses, zelfmoordneigingen en ernstige gedragsproblemen zit overvol. De extra toestroom met kinderen wordt veroorzaakt door de overheveling van jeugdzorg naar de gemeenten, waardoor kinderen uiteindelijk in de crisisopvang belanden. Uit een enquête onder bijna 500 psychologen van het NIP blijkt dat de administratieve last door de inkoop van zorg door de gemeenten ‘een ramp’, is. Kleine aanbieders maken nog winst, maar met de grotere gaat het financieel slecht. Bijna de helft van de 64 grotere systeempartijen, die onder meer verantwoordelijk zijn voor pleegzorg en crisishulp, scoort financieel onder de norm. Een derde maakt zelfs verlies. Uit een analyse van de jaarrekeningen van 678 organisaties en de jaarverantwoording van 1.351 kleine aanbieders blijkt dat kleine aanbieders van basis- of enkelvoudige hulp in 2018 gemiddeld juist meer dan 35 procent winst maakten. Het aantal kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’ers) in de noodopvang is opnieuw toegenomen. Er zitten 6244 kinderen in (crisis)noodopvanglocaties, waarvan 2423 amv’ers. De kwaliteit van de opvang is op sommige crisisnoodopvanglocaties ver onder de maat, concludeerden de rechter en meerdere inspecties eerder al. Zo is de veiligheid van kinderen in het geding en bestaan er risico’s voor de gezondheid. Ook is het mentaal zwaar voor asielzoekers, omdat er voor deze groep weinig perspectief is.

Problemen in de ouderenzorg

In verpleeghuis Ottho Heldring van zorginstelling Cordaan zijn tientallen ouderen met dementie ernstig verwaarloosd. Urenlang liggen ze soms in hun eigen ontlasting, en gevallen ouderen? Die worden veel te laat of helemaal niet opgemerkt. Door enorme personeelstekorten moeten familieleden de zorg opvangen waar medewerkers geen tijd voor hebben. De dochter van een van de bewoners trekt aan de bel en zegt in een jaar tijd getuige te zijn geweest van incidenten, agressie, verwaarlozing, gebrek aan toezicht en verzorging. Haar vader heeft meerdere keren 24 uur lang in een opgesloten tentbed gelegen omdat er geen tijd was voor personeel om hem eruit te halen. De directie van het verpleeghuis is in november opgestapt vanwege de wantoestanden. Er is bij Ottho Heldring een structurele onderbezetting. Ondanks dat bestuurders ieder jaar meer dan 222.000 euro verdienen en Cordaan 11 miljoen euro winst binnenhaalde in 2023, gaat het op de werkvloer verre van goed. In het verpleeghuis wonen onder meer ouderen met ernstige dementie, maar op deze gesloten groepen zitten soms helemaal geen zorgverleners met diploma. Ze hebben daar te maken met gastvrouwen die de groep moeten bemannen. Maar soms is er ook helemaal niemand op de afdeling om toezicht te houden. Het ziekteverzuim in het verpleeghuis is met bijna 25 procent erg hoog, mede doordat veel personeelsleden thuis zitten met een burn-out. En hierdoor ontstaan schrijnende situaties, zoals bewoners die urenlang in hun eigen ontlasting liggen – tot wel drie lagen dik. In veel kamers hangt er een urinegeur en staan bewoners wekenlang niet onder de douche omdat daar geen tijd voor is. Personeel krijgt dan de opdracht om alleen het hoofd en de liezen schoon te maken. Pas als familieleden boos worden, komen zorgverleners in actie. Daarnaast is er ook nog eens een tekort aan shampoo en keukenspullen. Er zijn geen activiteiten meer, ouderen krijgen niet of nauwelijks extra hulp als fysiotherapie en door onderprikkeling trekken ouderen hun luiers uit en besmeuren ze bedden en muren met poep, of eten het zelfs op. Dan is er ook nog de agressie tussen bewoners die elkaar slaan, duwen en elkaars keel dichtdrukken. Medicijnen worden niet ingenomen en in het verpleeghuis maken ze aardig wat medicatiefouten. In Ottho Heldring wonen zeventig ouderen met dementie of niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Zorgverleners voelen zich machteloos in een mensonterende situatie. Zij stellen dat tientallen ouderen aan ernstige verwaarlozing zijn onderworpen. 

Problemen in de thuiszorg
TSN de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland is failliet. De thuiszorg in de gemeente Utrecht wordt voortaan verzorgd door TZorg. Voor Groningen is nog geen opvolger gevonden. De stad Groningen gaf het failliete TSN een week om met een overnamekandidaat voor thuiszorg te komen, maar dat is niet gelukt en dus moest de de stad zelf een partij zoeken. Staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid) garandeert dat de meeste thuishulpen aan de slag kunnen bij opvolgers of hulp krijgen bij het vinden van nieuw werk. Alle cliënten van TSN Thuiszorg zouden er zeker van kunnen zijn dat ze hulp krijgen. TSN kondigde eerder dit jaar aan de lonen van thuiszorgmedewerkers met 20 tot 30 procent te willen verlagen, maar werd op verzoek van vakbond FNV door de rechter teruggefloten en moest het besluit tot loonsverlaging terugdraaien wat grote gevolgen bleek te hebben voor de solvabiliteit van het bedrijf. Er zat voor TSN niets anders op dan voor het onderdeel Thuiszorg op 26 november surseance van betaling en vervolgens het faillissement aan te vragen.
 
In het oorspronkelijke plan zouden 650 medewerkers ontslagen worden en zouden de salarissen van 4.300 werknemers fors verlaagd worden. Van 218 medewerkers zou het contract voor bepaalde tijd niet verlengd worden. Het gaat om medewerkers die werkzaam zijn als hulp in de huishouding, de zogenaamde HH1. Buurtzorg Nederland die de thuiszorgactiviteiten van TSN wil 2.350 tot 3.000 van de 12.000 thuiszorgers overnemen, mits de gemeenten bereid zijn om meer dan 21 euro per uur te betalen. Noord Oost Twente, Utrecht, Rotterdam, Apeldoorn en Hengelo hebben dit al geweigerd, sommigen zijn akkoord gegaan en andere Gemeentes twijfelen nog.
 
De Gemeentes zijn wettelijk verplicht om hulp te geven waar nodig. FNV Zorg & Welzijn diende een klacht in bij de SER omdat TSN zichzelf steeds verder opsplitst in afzonderlijke bv’s en het heeft er volgens hen alle schijn van dat TSN sterfhuizen of flits bv’s heeft opzet. Ook de aansprakelijkheid van TSN is door de moedermaatschappij weggewerkt. TSN noteerde over 2014 een verlies van circa tien miljoen euro en ook de jaren er voor waren verliesgevend ondanks gedeclareerde tarieven van 22 euro of meer per werknemer per uur. Voor 2015 was het verlies circa tien miljoen. Het voortbestaan hing af van moedermaatschappij ADG die in totaal zo’n 49.000 medewerkers heeft, waarvan een kleine 20.000 bij TSN werkzaam zijn in 50 vestigingen voor ruim 40.000 hulpbehoevenden. Circa 12.000 medewerkers waren in vaste dienst. Namens de thuishulporganisaties werd een open brief geschreven aan Staatssecretaris Van Rijn.
Mantelzorgers

Het aantal mantelzorgers in Nederland groeit. In 2014 was 33 procent van de mensen mantelzorger, in 2024 was dat toegenomen tot 39 procent. Dat blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). In 2024 waren er 5,5 miljoen mantelzorgers. Dit waren vooral vrouwen, maar de groep mannen groeit. Van de vrouwen verleende ruim tien jaar geleden 37 procent mantelzorg, in 2024 was dat 41 procent. Bij mannen steeg het aandeel van 28 naar 37 procent. Vooral onder 55-plussers zijn er mantelzorgers bij gekomen. Volgens het SCP zijn dit bijvoorbeeld mensen die hun ouders of schoonouders helpen.Ruim driekwart van de mantelzorgers helpt familie, zoals ouders, schoonouders of een partner. Daarnaast ondersteunt 18 procent een vriend of buur. Het soort hulp dat mantelzorgers geven verschilt. Familieleden helpen vaker bij administratie of persoonlijke verzorging dan niet-familieleden zoals buren of vrienden. Zij helpen bijvoorbeeld bij vervoer regelen, gezelschap houden, schoonmaken of meegaan naar een arts.

Steeds meer mantelzorgers voelen zich ernstig belast: in 2014 waren dat er 400.000 en tien jaar later 600.000. Dit komt volgens het SCP ook doordat het totale aantal mantelzorgers in die periode is gegroeid. Vooral mantelzorgers van 18 tot 34 jaar vonden het verlenen van zorg zwaarder. Dit kan volgens het SCP samenhangen met de algemene trend dat jongeren meer druk ervaren. Deze jonge mantelzorgers lopen volgens het SCP daarom een verhoogd risico op overbelasting. Andere risicogroepen zijn ouders van kinderen met een beperking, oudere mantelzorgers en werkende mantelzorgers. Zo geven ouders van kinderen met een beperking vaak gedurende lange tijd intensieve hulp. Ook 75-plussers bieden geregeld intensieve hulp: gemiddeld 15 uur per week. En dat terwijl een derde van deze groep zelf met gezondheidsproblemen kampt. Vanuit de overheid wordt sterk ingezet op mantelzorg om de zorg toekomstbestendig te houden. In het coalitieakkoord staat dat “een zorgzame samenleving niet kan zonder de onbetaalbare inzet van vrijwilligers en mantelzorgers”.

Om te voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken, zijn er meer regelingen nodig voor deze groep, concludeert het SCP. Ook de Sociaal-Economische Raad pleitte eerder dit jaar voor meer steun voor mantelzorgers. De raad wees erop dat de vraag naar mantelzorg door de vergrijzing de komende jaren waarschijnlijk toeneemt.

Microplastics
Microplastics zijn vaste plastic deeltjes die bestaan ​​uit mengsels van polymeren en functionele additieven. Ze kunnen ook restverontreinigingen bevatten. Microplastics kunnen onbedoeld worden gevormd wanneer grotere stukken plastic, zoals autobanden of synthetisch textiel, slijten. Maar ze worden ook opzettelijk vervaardigd en toegevoegd aan producten voor specifieke doeleinden, zoals exfoliërende kralen in gezichts- of lichaamsscrubs. Als kunststoffen niet op de juiste manier worden afgevoerd of gerecycled, kunnen ze in het milieu terechtkomen waar ze eeuwenlang blijven en afbreken tot steeds kleinere stukjes. Deze kleine stukjes (meestal kleiner dan 5 mm) worden microplastics genoemd en ze zijn zorgwekkend omdat ze in het lichaam kunnen worden opgenomen en daar schade kunnen aanrichten.  In onze hersenen bevinden zich mogelijk enkele grammen aan microplastics. Dat besluiten Amerikaanse onderzoekers op basis van hersenweefsel van tientallen overledenen. De onderzoekers troffen ook piepkleine plasticdeeltjes aan in de lever en de nieren, maar in aanzienlijk lagere concentraties, 7 tot 30 keer minder. Het doet vermoeden dat ons brein extra gevoelig is voor microplastics, kleiner dan vijf millimeter. De onderzoekers van de universiteit van New Mexico vonden de hoogste concentraties in de hersenen van demente overledenen. De plastics waren in staat om de bloedvaten in de hersenen van muizen te, wat neurologische schade veroorzaakt. 
 
Bij overledenen in 2024 werden tot de helft meer microplastics teruggevonden dan bij mensen die stierven in 2016, 2013 en 1997.Microplastics komen in de natuur via slijtage van autobanden en rondslingerend afval en duiken overal op, van de top van Mount Everest tot in de diepste oceanen. Jaarlijks krijgen we meer dan 300.000 microplastics binnen via ons eten en drinken, berekenden Nederlandse onderzoekers. Je vindt ze in vis, mosselen en in zeezout, maar ook in bier, fruit en kraanwater. Het meest voorkomende plastic was polyethyleen, dat wordt gebruikt in plastic zakken en verpakkingen voor voeding en drank. Het maakt zo’n drie kwart uit van alle plasticdeeltjes die in de hersenen vaak niet groter zijn dan een miljoenste van millimeter. Met een nieuwe meetmethode, die het chemisch profiel van de deeltjes in kaart bracht, detecteerden de onderzoekers per gram hersenweefsel zo’n 4.800 microgram aan plastics. Een volledig mensenbrein bevat dus in potentie enkele grammen aan plasticdeeltjes, oftewel een legoblokje of twee. Een half procent van ons brein bestaat inmiddels  uit plastic.
Nieuw onderzoek aan de VU met 68 nieuwe proefpersonen bevestigt eerdere bevindingen dat er micro- en nanoplastics zitten in menselijk bloed, de hersenen en de placenta. Voor een onderzoek namen wetenschappers van de Vrije Universiteit in Amsterdam bij 68 mensen wat bloed af. Vervolgens zochten ze in dat bloed naar verschillende polymeren, zoals polyethyleen (PE) en polyvinylchloride (beter bekend als pvc).
 
Er zijn verontrustend hoge concentraties micro- en nanoplastics ontdekt in de placenta. Deze ontdekking roept vragen op over de risico’s die deze plastic deeltjes voor de gezondheid van zowel moeders als hun ongeboren kinderen kunnen hebben. Een studie gepubliceerd in het gezaghebbend New England Journal of Medicine onderzocht vernauwingen door aderverkalking die werden verwijderd uit de halsslagaders van 257 patiënten die een operatie ondergingen om deze verstopte slagaders vrij te maken. De onderzoekers ontdekten dat 58 procent van deze vernauwingen microplastic deeltjes bevatte. Opvallend was dat mensen met microplastics in hun arteriële plaques verhoogde niveaus van ontstekingsstoffen in het bloed hadden, wat bijdraagt aan versnelde ontwikkeling van aderverkalking: de verharding en vernauwing van de slagaders door plaque-opbouw.” Tijdens een follow-upperiode van bijna drie jaar bleek dat personen met microplastics in hun plaques een indrukwekkend 4,5 keer hoger risico op ernstige cardiovasculaire gebeurtenissen zoals een hartaanval of beroerte hadden. Hoewel de exacte mechanismen nog worden onderzocht, wordt aangenomen dat microplastics ontstekingen in de bloedvaten kunnen veroorzaken, wat de vorming van vernauwingen door aderverkalking versnelt. Bovendien zijn microplastics gedetecteerd in menselijk bloed, wat erop wijst dat ze door het lichaam kunnen circuleren en zich mogelijk ophopen in verschillende organen, waaronder onze bloedvaten.”
Hormoonontregeling

De kandidatenlijst van zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) bevat nu 241 vermeldingen voor chemicaliën die schadelijk kunnen zijn voor mensen of het milieu. Stoffen die interacteren met het hormonale systeem maar geen schadelijke effecten veroorzaken, worden hormonaal of endocrien actieve stoffen genoemd. Een breed scala aan stoffen, zowel natuurlijke als door de mens gemaakte, kan hormoonontregeling veroorzaken. Soms worden de effecten van een hormoonontregelende stof pas lang na de blootstelling waargenomen. Bijvoorbeeld, de blootstelling van een foetus in de baarmoeder aan een hormoon ontregelende stof kan leiden tot effecten die de gezondheid van de volwassene en mogelijk ook toekomstige generaties beïnvloeden. In het wild zijn effecten die verband kunnen houden met hormoonverstoring waargenomen bij weekdieren, schaaldieren, vissen, reptielen, vogels en zoogdieren in verschillende delen van de wereld. Bij sommige soorten heeft een verstoorde voortplanting geleid tot een afname van de populatie. Bij mensen kunnen hormoonverstoorders mogelijk verantwoordelijk zijn voor een dalende spermaproductie, een toegenomen aantal mannelijke kinderen geboren met genitale misvormingen en een toename van het aantal gevallen van bepaalde soorten kanker waarvan bekend is dat ze gevoelig zijn voor hormonen. Meer controversieel is dat er verbanden zijn gesuggereerd met een verstoring van de neurale ontwikkeling en seksueel gedrag.

 

Veilig Thuis

Veilig Thuis is het adviespunt en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, is te bereiken onder het gratis telefoonnummer 0800-2000 en is 24 uur per dag, 7 dagen per week geopend. Bij het advies- en meldpunt voor (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling  zetten medewerkers samen met de aangever alles op een rij, beantwoorden vragen en geven advies. Iedereen kan en mag een melding doen. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door familieleden, buren, vrienden, de politie, leraren, hulp- en zorgverleners, verpleegkundigen of (huis)artsen. Professionals binnen sommige beroepsgroepen zijn bovendien verplicht om zich te houden aan de meldcode. Wanneer Veilig Thuis een melding binnen krijgt, neemt zij contact op met directbetrokkenen. Ook wordt er nagegaan of Veilig Thuis in het verleden al bij het gezin of huishouden betrokken is geweest. Op basis van alle verzamelde informatie neemt Veilig Thuis vervolgens een besluit over een passend vervolg. Veilig Thuis kan vervolgstappen inzetten om uit te zoeken of de thuissituatie onveilig is door huiselijk geweld en/of kindermishandeling en wat er nodig is om die onveiligheid weg te nemen. Vervolgens wordt bepaald wie er verder gaat met de melding: Veilig Thuis of een lokale hulpverlener. Als er sprake is van een acute onveilige situatie zal Veilig Thuis altijd zelf direct actie ondernemen. Als er al hulpverlening bij het gezin of huishouden betrokken is, kan de melding in overleg met de hulpverlening en de directbetrokkenen aan hen worden overgedragen. Veilig Thuis is er voor iedereen die te maken heeft met huiselijk geweld. Voor kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen. Elke regio heeft een eigen Veilig Thuisorganisatie. Iedereen die zich zorgen maakt, kan contact opnemen. Anoniem en zonder verplichtingen. Veilig Thuis luistert, denkt mee en helpt zoeken naar oplossingen. Zowel voor slachtoffers, plegers en omstanders als professionals.

GGD

De Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst is de officiële gezondheidsdienst in elke Nederlandse regio die waakt over de volksgezondheid, met een sterke focus op gezondheidsbevordering en preventie.

De kerntaken van de GGD zijn vastgelegd in de Wet publieke gezondheidszorg en omvatten onder meer:

  • Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd;
  • Onderzoek en advies op consultatiebureaus en schoolartsenonderzoeken;
  • Opsporen en bestrijden van ziektes (zoals tbc of soa’s) en het geven van reizigersvaccinaties;
  • Gratis en anoniem testen op sexueel overdraagbare aandoeningen soa’s;
  • Adviseren van gemeenten over gezondheidsbeleid en ondersteunen van burgers bij gezond leven;
  • Adviseren over de impact van de leefomgeving op de gezondheid (bijvoorbeeld bij bodemverontreiniging).
RIVM

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is hét onafhankelijke kennis- en onderzoeksinstituut van de Nederlandse overheid. De kerntaak is het beschermen en bevorderen van de volksgezondheid en een veilige leefomgeving.

  • De belangrijkste taken van het RIVM zijn opgesplitst in de volgende hoofdonderdelen;
  • Het verrichten van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek om de rijksoverheid, andere overheden en zorgprofessionals te adviseren over gezondheid, voeding, milieu en veiligheid;
  • Het landelijk coördineren, signaleren en bestrijden van uitbraken van infectieziekten. Ook beheert het instituut het Rijksvaccinatieprogramma;
  • Het uitvoeren en beoordelen van landelijke bevolkingsonderzoeken (zoals borst- en darmkankeronderzoek) en het stimuleren van gezond leven;
  • Het in kaart brengen en bewaken van de kwaliteit van lucht, water en bodem, evenals het onderzoeken van de risico’s van gevaarlijke stoffen en straling;
  • Het ondersteunen van overheden en veiligheidsregio’s bij het beheersen en bestrijden van gezondheidscrises en milieucalamiteiten.

Het instituut voert deze taken uit in opdracht van verschillende ministeries, waaronder het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). 

European Centre for Disease Prevention and Contro (ECDC)

Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) werd opgericht in 2005. Het is een agentschap van de EU dat tot doel heeft de Europese verdediging tegen infectieziekten te versterken.

Hun missie is het identificeren, beoordelen en communiceren van actuele en opkomende bedreigingen voor de menselijke gezondheid die uitgaan van infectieziekten.

De belangrijkste doelstellingen zijn:

  • Relevante wetenschappelijke en technische gegevens zoeken, verzamelen, ordenen, evalueren en verspreiden;
  • het verstrekken van wetenschappelijke adviezen en wetenschappelijke en technische ondersteuning, inclusief training;
  • Tijdig informatie verstrekken aan de Commissie, de lidstaten, communautaire agentschappen en internationale organisaties die actief zijn op het gebied van de volksgezondheid;
  • Het coördineren van de Europese samenwerking tussen instanties die actief zijn op de gebieden die onder de missie van het Centrum vallen, inclusief netwerken die voortkomen uit door de Commissie ondersteunde activiteiten op het gebied van de volksgezondheid en die de specifieke surveillancenetwerken beheren;
  • Informatie, expertise en beste praktijken uitwisselen en de ontwikkeling en implementatie van gezamenlijke acties faciliteren, volgens een One Health- aanpak.
Berichten uit de pers
➔Vrouwen kwetsbaarder dan mannen

Vrouwen van alle leeftijden beoordelen hun eigen gezondheid negatiever dan mannen van dezelfde leeftijd. Bovendien hebben zij vaker langdurige aandoeningen. In 2025 hadden vrouwen bijvoorbeeld twee keer zo vaak last van migraine, darmstoornissen, gewrichtsontstekingen en gewrichtsslijtage. Onvrijwillig urineverlies kwam zelfs vier keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Ook op het gebied van mentale gezondheid zijn er duidelijke verschillen. Zo geeft 47 procent van de vrouwen aan te maken te hebben met angst- of depressiegevoelens, tegenover 36 procent van de mannen. Daar staat tegenover dat sommige aandoeningen juist vaker bij mannen voorkomen. Zo heeft 4 procent van de mannen ooit een hartinfarct gehad, terwijl dat bij vrouwen 2 procent is.

De verschillen zijn ook zichtbaar in het gebruik van zorg. Bij de huisarts, de meest bezochte zorgverlener, meldde zich in 2025 72 procent van de vrouwen, tegenover 66 procent van de mannen. Daarnaast doen vrouwen vaker een beroep op een medisch specialist, fysiotherapeut en de geestelijke gezondheidszorg. Dat vrouwen gemiddeld ongezonder zijn en vaker naar een arts gaan, is geen nieuw verschijnsel. Cijfers uit eerdere jaren laten hetzelfde patroon zien.

Volgens Annemiek Nap, hoogleraar verloskunde en gynaecologie aan de Radboud Universiteit en specialist in vrouwspecifieke aandoeningen, spelen meerdere factoren een rol. Zo worden klachten van vrouwen soms minder serieus genomen, of vrezen vrouwen dat dit gebeurt. Daardoor blijven zij geregeld langer met klachten rondlopen. Daarnaast zijn er klachten die specifiek bij vrouwen voorkomen, zoals problemen rond de menstruatiecyclus en de overgang, waar lange tijd weinig onderzoek naar werd gedaan. Historisch gezien waren veel medische studies bovendien vooral gericht op mannen. 

De NAVO gaat miljoenen euro’s investeren in het medische bedrijf Inbiome. De onderneming uit Amsterdam heeft een methode ontwikkeld om snel te achterhalen welke bacteriën verantwoordelijk zijn voor een infectie. Dat kan van groot belang zijn in oorlogsgebieden, waar gewonde soldaten makkelijk infecties oplopen door bacteriën die resistent zijn voor antibiotica.

Het innovatiefonds NIF van de NAVO is een van de deelnemers aan een financieringsronde waarmee Inbiome in totaal 13,7 miljoen euro heeft opgehaald. Het is voor het eerst dat het fonds zijn oog laat vallen op een Nederlands bedrijf. Het NIF beschikt over een budget van 1 miljard. De Verenigde Staten doen niet mee met het NAVO-fonds.
De Europese Unie gaf vorig jaar groen licht voor introductie van de Inbiome-technologie. Met de nieuwe methode is in principe in enkele uren vast te stellen welke bacterie verantwoordelijk is voor een infectie. Met de traditionele methode, via een kweek in petrischaaltjes, laat duidelijkheid meestal enkele dagen op zich wachten.

➔Co-Med/PCC Tele Services

De medisch keten werd in september 2019 opgericht door de Maastrichtse ondernemers Guy Vroemen, Guy Schulpen en Caro van Uden. Co-Med kocht zich met veel bravour in bij 10 huisartsenpraktijken waarbij hun manager maat werd in de maatschap en zo dus meedeelde in de winst. Crediteuren vroegen onlangs het faillissement van het moederbedrijf Co-Med aan. Op de zitting besloot Co-Med echter om het detacheringsbedrijf onmiddellijk de achterstallige 100.000 euro te betalen. Het callcenter van huisartsenketen Co-Med , Co-Med Teleservices/PCC Tele-Services dat al enige tijd gesloten was werd eerder wel failliet verklaard met een schuld van 1,6 miljoen euro. Detacheringsbedrijf Care About en minstens 7 zorgmedewerkers kregen maandenlang voor tonnen aan salaris niet betaald. In maart kwam er een voorstel van Co-Med om 10 procent van de facturen te betalen, zonder enige onderbouwing waarom ze alleen dat deel wilden betalen. Daarop besloot Care About de doktersassistentes terug te trekken en via de rechter geld te eisen.  Sinds 2019 neemt C0-Med huisartsenpraktijken in het hele land over. Maar die overnames gingen gepaard met een groeiend aantal klachten. De praktijken waren slecht bereikbaar, patiënten konden soms pas dagen later terecht, er waren niet altijd artsen aanwezig en in de zomervakantie sloot een praktijk door een personeelsgebrek. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) deed al onderzoek naar Co-med. De inspectie gaf het bedrijf een aanwijzing, omdat de praktijken te vaak niet goed bereikbaar waren. Het bedrijf ging failliet en liet een enorme schuldenlast en enorm veel problemen achter. Aysel Erbudak, de oud-topvrouw van het Slotervaartziekenhuis werd vorig jaar veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, vanwege “verduistering, valsheid in geschrift en gebruikmaken van het valse geschrift.” Ze werd eerder al veroordeeld voor het verduisteren van 1,2 miljoen euro aan ziekenhuisgeld. Ze zou twee valse facturen van één miljoen euro aan een handlanger betalen. Met dat bedrag financierde ze de aankoop van een zorginstelling in Turkije door haarzelf. Ook zou ze het ziekenhuis voor 200.000 euro aan aandelen hebben laten kopen. Die aandelen verkocht ze weer en het geld zou ze op eigen rekening en de rekening van haar zoon hebben gestort. Erbudak heeft al die beschuldigingen altijd ontkend. Volgens haar advocaat trad zij in Turkije op namens het Slotervaartziekenhuis. Volgens de advocaat werd het vastgoed in Turkije op haar naam gezet, omdat de Turkse wetgeving dat vereiste. De andere twee ton zou door een fout van het ziekenhuis verkeerd in de administratie zijn beland. De oud-bestuurder ging daarom in beroep tegen de uitspraak van de rechter. De Hoge Raad heeft naar die klachten gekeken, maar komt nu dus tot de conclusie dat de “klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak.” Daarmee is het beroep verworpen en de celstraf definitief.

De in allerijl opgezette huisartsenpraktijk THOEN sluit in maart 2026 haar deuren. De tijdelijke praktijk werd in juli 2024 opgezet na het faillissement van CO-Med en bood spoedzorg aan mensen zonder vaste huisarts. Veel patiënten hebben inmiddels een vaste huisarts gevonden en dus stopt de praktijk definitief.
In een brief aan patiënten staat dat steeds minder inwoners een beroep doen op de praktijk. “Doordat de situatie in Enschede is veranderd, heeft ook huisartsenpraktijk THOEN een andere rol gekregen. Er zijn nieuwe huisartsenpraktijken bijgekomen in de stad, waardoor de druk op de zorg is afgenomen en steeds meer inwoners een vaste huisarts hebben.”
Volgens de praktijk hebben inmiddels meer dan 9.500 patiënten een huisarts gevonden. Na het faillissement van CO-Med in 2024 zaten ongeveer 12.000 mensen zonder huisarts.
Toch is het probleem nog niet volledig opgelost. Duizenden inwoners hebben nog altijd geen vaste huisarts. “Wij begrijpen dat het vervelend is dat u nog geen vaste huisarts heeft”, schrijft de praktijk aan deze inwoners. “Er zijn nog nieuwe huisartsenpraktijken in ontwikkeling en deze zullen in de loop van 2026 de deuren openen voor nieuwe inschrijvingen.”
Inwoners krijgen persoonlijk bericht zodra er een vaste huisarts voor hen beschikbaar is. Ook werkt de praktijk aan “plannen om de huisartsenzorg voor mensen zonder vaste huisarts in de stad anders te organiseren”.
Voor inwoners die voorlopig nog geen vaste huisarts hebben, blijft er een tijdelijke oplossing bestaan. Zij kunnen via de app Gezond.nl chatten met een huisarts voor advies, waarna ze, als het nodig is, worden doorverwezen naar een praktijk in de buurt. Bij spoedeisende klachten kunnen zij telefonisch contact opnemen met een huisarts in de omgeving.

Het Nationaal Vergiftiging Informatie Centrum (NVIC) krijgt steeds vaker meldingen binnen over kinderen die veel te veel tandpasta hebben ingeslikt. Hoewel tandartsen het gebruik van tandpasta met fluoride massaal aanraden vanwege de beschermende werking tegen gaatjes, kan het inslikken van grote hoeveelheden tandpasta gevaarlijk zijn.
Een 62-jarige Amerikaan die een donornier kreeg van een genetisch gemodificeerd varken is uit het ziekenhuis ontslagen. De man maakte het goed en mocht naar huis, maar na twee maanden overleed hij alsnog. Het ziekenhuis liet weten dat het overlijden niet een gevolg van de transplantatie is.
IVF arts gebruikte zijn eigen sperma
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft dinsdag een ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor het handelen van een gynaecoloog. De arts gebruikte bij een vruchtbaarheidsbehandeling zijn eigen sperma. De afspraak was dat het sperma van de echtgenoot van de vrouw zou worden gebruikt.

De zaak betreft een behandeling uit 1988 in het toenmalige Sophia Ziekenhuis in Zwolle, nu het Isala-ziekenhuis. De moeder onderging een zogeheten KIE-behandeling. Dat houdt in dat er kunstmatig geïnsemineerd wordt met het sperma van de eigen partner. Zonder dat de vrouw en haar echtgenoot het wisten, gebruikte de gynaecoloog zijn eigen sperma. Uit de behandeling werd een drieling geboren.

De moeder en de kinderen stelden het ziekenhuis aansprakelijk voor de schade die zij hierdoor hebben geleden. Het ziekenhuis zei dat de claim te laat was ingediend, omdat volgens de wet schadeclaims na twintig jaar verjaren. Het hof ging daar niet in mee. Volgens de rechters is de inbreuk op het lichaam en het leven van de moeder en de kinderen zo ernstig, dat het onredelijk is om de claim af te wijzen. Het hof oordeelt dat het ziekenhuis verantwoordelijk is voor het handelen van de gynaecoloog. De moeder mocht ervan uitgaan dat zij niet alleen een afspraak had met de arts, maar ook met het ziekenhuis. Het ziekenhuis is daarom aansprakelijk voor de schade van de moeder. Ook voor de schade die de kinderen hebben opgelopen, is het ziekenhuis aansprakelijk. Zij zijn jarenlang opgegroeid met het idee dat zij een andere biologische vader hadden en hebben hun echte vader nooit gekend. De hoogte van de schadevergoeding is nog niet vastgesteld. Daarover komt later een aparte procedure. De zaak kwam in 2020 aan het licht door een DNA-test via een internationale databank. Daaruit bleek een familieband met de gynaecoloog, die inmiddels was overleden. In de jaren tachtig verwekte hij op deze manier tientallen kinderen, onder anderen bij vrouwen die zwanger wilden worden van hun eigen partner.

➔Neurochirurge liet dochter (12) tijdens een hersenoperatie een gaatje boren in de schedel van een zwaargewonde patiënt

In het Universitair Ziekenhuis van Graz liet een neurochirurge 13 januari 2024 haar twaalfjarige dochter tijdens een hersenoperatie een gaatje boren in de schedel van een zwaargewonde patiënt. De arts liet het meisje steriele operatiekledij aantrekken, gaf haar de boor in handen en keek toe en vertelde het voorval later zelfs trots aan haar collega’s.

Het slachtoffer, een 33-jarige boer uit Steiermark, was zwaargewond geraakt toen een boom op zijn hoofd terechtkwam. Tijdens de ingreep gaf de neurochirurge haar dochter een taak die normaal alleen hoogopgeleide specialisten uitvoeren. De tiener boorde tijdens de spoedoperatie een gaatje in de schedel.
Het gerechtelijk onderzoek begon pas maanden later na een anonieme klacht. De boer had nog helemaal geen idee wat er was gebeurd. Hij las in de Oostenrijkse krant ‘Krone’ over een ‘tienerchirurg’ die tijdens een spoedoperatie aan een patiënt had gewerkt. Dat hij zélf die patiënt was, hoorde hij pas op 8 juli van de politie. “Ik wist niet dat ik die patiënt was, ik voel me net een proefkonijn”, zei hij toen, nog altijd verbijsterd. Sindsdien wordt hij bijgestaan door een advocaat.

Toen ‘Krone’ het verhaal in juni 2024 onthulde, gingen alle alarmbellen af. Het ziekenhuis kwam onder vuur te liggen: enkele artsen werden ontslagen, het operatieteam kreeg een waarschuwing, getuigen werden verhoord en experts moesten beoordelen of de ingreep van het meisje juridisch als zware mishandeling gold. Volgens goed ingelichte bronnen is nu een aanklacht ingediend wegens mishandeling bij de rechtbank van Graz tegen de neurochirurge en de operateur. De overige leden van het operatieteam zijn vrijuit gegaan. Het reilen en zeilen bij ziekenhuiskoepel Kages wordt nog steeds onderzocht. Een deskundige concludeerde dat de schedelboring door het meisje inderdaad mishandeling was, maar niet in de zwaarste categorie. Daarmee ligt de zaak nu bij de rechter – en blijft de vraag hangen hoe een operatiekamer kon veranderen in een bizarre praktijkles voor een kind van twaalf.

➔6 weken taakstraf voor kwart miljoen euro fraude

De rechtbank veroordeelde een bestuurder van een failliete thuiszorginstelling voor faillissementsfraude. Hij onttrok ruim 276.000 euro aan de boedel, voldeed niet aan zijn administratie- en inlichtingenplicht, en bemoeilijkte zo de afhandeling van het faillissement. De straf omvat 240 uur taakstraf, zes maanden voorwaardelijke celstraf met drie jaar proeftijd en een beroepsverbod van drie jaar. De mentale problematiek van de verdachte weegt mee, maar sluit straf niet uit.De zaak betreft een bestuurder van [bedrijf 1] B.V., een thuiszorginstelling opgericht in 2016 en failliet verklaard in 2022. Als feitelijk en middellijk bestuurder via [bedrijf 2] B.V. werd hij vervolgd voor het onttrekken van geld, het schenden van de administratieplicht en het niet verstrekken van informatie aan de curator. Het Openbaar Ministerie eiste de opgelegde straffen, terwijl de verdediging vrijspraak vroeg voor twee feiten, wijzend op uitbesteding van administratie en mentale problemen. De rechtbank sprak de verdachte vrij van één tenlastelegging, maar achtte de overige feiten bewezen, oordelend dat hij opzettelijk zijn verplichtingen verzaakte. Ondanks persoonlijke omstandigheden zoals mentale problemen en gokgedrag, vond de rechtbank straf passend om het vertrouwen in het handelsverkeer te beschermen.

➔Nep huisarts pleegde zorgfraude

Het Openbaar Ministerie (OM) eist twintig maanden gevangenisstraf tegen een 51-jarige vrouw verdacht van zorgfraude. De vrouw zou geld hebben verdiend door niet-kloppende declaraties bij zorgverzekeraars in te dienen en te laten uitbetalen. Ook zou zij zich voor hebben gedaan als huisarts, terwijl zij geen medische bevoegdheid had. “De verdachte ondermijnde het zorgstelsel en gebruikte het als crimineel verdienmodel”, aldus de officier van justitie. Het onderzoek naar de verdachte start in 2019, nadat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) aangifte tegen de verdachte doet. Ze is op dat moment directrice van een huisartsenpraktijk in Utrecht. De verdenking ontstaat nadat er declaraties bij zorgverzekeraars worden ingediend die niet kloppen, maar wel zijn uitbetaald. Ook ontstaat het vermoeden dat de directrice zich langere tijd voordoet als huisarts. Zo zou zij, zonder diploma en BIG-registratie, zelf consulten met patiënten uitvoeren, medisch advies geven en recepten uitschrijven. Uit het onderzoek van de IGJ blijkt dat de verdachte in ieder geval in mei 2018 onbevoegd zorg heeft verleend. Ook in 2017 en 2018 zijn meldingen gedaan van dergelijke misstanden. De patiënten en medewerkers van de huisartsenpraktijk die door de politie worden gehoord bevestigen dat de verdachte zich presenteerde als huisarts. Opvallend is dat ook de partner van de verdachte aangeeft ervan overtuigd te zijn geweest dat zijn partner geneeskunde had gestudeerd. Naast het getuigenverhoor komen in het politieonderzoek het e-mailverkeer over waarnemingen in de huisartsenpraktijk en de verstuurde declaraties in en vanuit het huisartseninformatiesysteem aan de zorgverzekeraars aan bod.  Nadat de huisartsenpraktijk failliet ging gingen de misstanden door. Dit keer met behulp van een thuiszorgorganisatie die de verdachte kort na het faillissement opricht. Vermoedelijk om frauduleuze declaraties niet of later te laten detecteren. Uit onderzoek blijkt daarnaast dat de verdachte indicatiestellingen aanlevert bij zorgverzekeraars en kosten declareert terwijl er geen of minder thuiszorg is verleend. Vervolgens gaat de verdachte voor de derde keer de fout in. Ze richt wederom een thuiszorgorganisatie op, waar ze haar misstanden voortzet. Bij het stellen van de strafeis weegt de officier de ernst van de feiten, de veelheid daarvan, de periode waarover de feiten hebben plaatsgevonden en de houding van verdachte, die geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor haar daden, mee. Alles meewegend eiste het OM een gevangenisstraf van 20 maanden. Wat het OM betreft wordt de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, 47 dagen, daarvan afgetrokken. De rechtbank deed op 27 maart uitspraak tegen Tulay K., voormalig directrice van Medisch Centrum Bernadotte (voorheen Medimel) in Utrecht. Ze werd veroordeeld voor grootschalige zorgfraude, het zich voordoen als huisarts zonder medische bevoegdheid (geen BIG-registratie of diploma) en het onrechtmatig verrichten van medische handelingen, zoals consulten uitvoeren, advies geven en recepten uitschrijven in 2017-2018. Na het faillissement van de praktijk in 2019 zette ze de fraude voort via twee nieuwe thuiszorgorganisaties in Huizen en Blaricum, waar ze onjuiste declaraties indiende voor niet-verleende zorg, indicatiestellingen vervalste en een coronabonus van 23.000 euro verduisterde. Dit leidde tot benadeling van zorgverzekeraars, patiënten en medewerkers.

Veroordeling: 22 maanden gevangenisstraf (iets zwaarder dan de geëiste 20 maanden, minus 47 dagen voorarrest).
Een geldboete van 25.000 euro (conform eis).
Een beroepsverbod van 60 maanden (5 jaar) in de zorgsector, om herhaling te voorkomen.

De rechtbank woog de langdurige periode (2016-2022), de ernst (ondermijning van het zorgstelsel als “crimineel verdienmodel”) en de ontkennende houding van de verdachte mee. Patiënten en getuigen bevestigden dat ze zich als huisarts presenteerde, zelfs haar partner geloofde het. Er loopt ook een ontnemingsprocedure voor het frauduleus verdiende geld. 

➔MRI scan apparaat doodt man

In de plaats Westbury, in de buurt van New York, is een man overleden aan de verwondingen die hij woensdag opliep toen hij door de magneten in een MRI-scanapparaat werd ingetrokken. Voor het betreden van ruimtes waarin sterk magnetische MRI-scans staan, gelden strenge protocollen. Zo mag je er niet met een rolstoel naar binnen, of als je metalen sieraden draagt.
De man in kwestie, 61 jaar oud, had een lange metalen ketting om en ging volgens een getuige de scanruimte in, ondanks het bevel om dat niet te doen. Hij zou dat volgens de nieuwszender CBS News hebben gedaan omdat hij een familielid dat net een MRI-scan onderging, hoorde schreeuwen.

Toen hij in de buurt van de scan kwam, werd hij het scanapparaat ingetrokken door de magnetische werking die de machine op zijn ketting had. Hij liep daarbij zware verwondingen op, waaraan hij de volgende dag bezweek. Wat de aard van de verwondingen was, is niet bekendgemaakt. Het zou verstikking kunnen zijn geweest, of breuken door de kracht waarmee hij de machine werd ingetrokken. Nassau Open MRI in Westbury, waar het incident plaatsvond, heeft nog niet officieel gereageerd. Volgens de voorschriften moeten alle patiënten voordat ze een MRI-scan ondergaan alle metalen en elektrische objecten in de kleedruimte achtergelaten. 

➔Plannen voor het opschalen psychische zorg voor militairen en veteranen 

Defensie gaat samen met ggz-instellingen plannen maken voor het opschalen van psychische zorg voor militairen en veteranen in het geval van een oorlog. Dat bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Defensie aan NU.nl na berichtgeving van RTL Nieuws.
Aan het einde van dit jaar moet er een concreet plan liggen “ter voorbereiding op allerlei scenario’s”, zegt de woordvoerder. Defensie gaat de plannen in 2026 uitwerken met de ggz-instellingen. Het project komt er vanwege de toegenomen geopolitieke spanningen. Het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV) en de ggz-instellingen zetten het project op. Het LZV is een netwerk van Defensie voor specialistische zorg voor veteranen. De organisatie werkt al veel samen met de ggz-instellingen. Defensie is al een tijd bezig met opschalingsplannen, bijvoorbeeld voor ziekenhuizen of logistiek. Voor de geestelijke gezondheidszorg was nog geen plan. “De geopolitieke situatie maakt dat we ons moeten gaan voorbereiden op een grotere vraag naar psychologische hulp voor militairen en veteranen”, zegt de voorzitter van het LZV, die aan het eind van het jaar verwacht een concreet opschalingsplan te hebben. Dan moet duidelijk zijn hoe Defensie wil opschalen in een tijd dat de ggz een groot personeelstekort heeft. Opties die worden onderzocht zijn onder meer het opleiden van defensiemedewerkers voor ggz-hulp of het aanbieden van gespecialiseerde cursussen voor ggz-behandelaars om veteranen en militairen te helpen.

➔Medisch Centrum Kinderwens (MCK) in Leiderdorp de fout in met zaaddonoren

Vruchtbaarheidskliniek Medisch Centrum Kinderwens (MCK) in Leiderdorp, een van de grootste fertiliteitsklinieken in Nederland en onderdeel van TFP Fertility Group met vestigingen in zes Europese landen, heeft tien jaar lang bewust te veel zaad gebruikt van spermadonoren. Dat heeft tussen 2006 en 2017 geleid tot minstens 36 massadonoren, zo blijkt uit onderzoek van Nieuwsuur. Moeders en donoren wisten van niets. De huidige directie van MCK heeft de misstanden jarenlang stilgehouden. Niet alleen zijn de 36 donoren ongewild massadonor geworden, ook ruim 900 moeders en 1200 kinderen zijn de dupe.
In Nederland zijn er inmiddels minstens 85 massadonoren door het handelen van fertiliteitsklinieken. MCK bevestigt het aantal van 36 en geeft toe dat de vorige directie de richtlijn heeft genegeerd. MCK-directeur Wouter van Inzen verklaart dat dit gebeurde “door een tekort aan donoren, de grote vraag vanuit wensmoeders en de wens voor meerdere kinderen van dezelfde donor binnen één gezin.”
Vanaf 2006 vroeg de kliniek in strijd met de regels aan donoren of zij, in plaats van voor maximaal 25 kinderen, voor 25 gezinnen wilden doneren. Doneren aan 25 gezinnen betekent aanzienlijk meer kinderen. De afspraken werden vastgelegd in contracten met de donoren. Bovendien kon daarbovenop nog een onbepaald aantal kinderen in het buitenland worden verwekt. Hierdoor hebben donoren tussen de 38 en 50 kinderen verwekt, zowel in binnen- als buitenland.
De huidige directie van MCK trad aan in 2015 en stopte in 2017 met het zogenoemde 25-gezinnenbeleid. Toch werd besloten de betrokken donoren en ouders niet te benaderen over de overschrijdingen. Dat gebeurde naar eigen zeggen “in overleg met de beroepsgroep”, aldus directeur Van Inzen. Hij deed evenmin melding bij de inspectie.
Rond diezelfde periode speelde ook de massadonoren-affaire bij het Rijnstate ziekenhuis, waar eveneens meer kinderen werden verwekt dan was toegestaan. Bij Rijnstate ging het om tenminste achttien massadonoren, de helft minder dan bij MCK. Bij andere klinieken ligt dat aantal op nul, één of twee.
Een massadonor is een donor die meer dan 25 kinderen heeft verwekt. In 2025 werd duidelijk dat MCK als commerciële kliniek de afgelopen twintig jaar de meeste massadonoren van Nederland creëerde en doelbewust meer dan 25 kinderen per donor verwekte. Via het zaad van deze donoren zijn minstens 1200 kinderen verwekt, waarbij bijna duizend (wens)moeders zijn betrokken.
MCK had al in 2018 openheid van zaken moeten geven. Een dringende oproep daartoe van een speciale commissie van gynaecologen, embryologen en ethici werd echter genegeerd, evenals het standpunt van de eigen beroepsvereniging van gynaecologen (NVOG), die de adviezen van die commissie had overgenomen. De directie wist al in 2018 van het bestaan van de massadonoren, maar hield dat stil. Pas vorig jaar heeft MCK alle betrokkenen op de hoogte gesteld, daartoe verplicht door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Advocaat Mark de Hek, die spermadonoren, donorkinderen en moeders bijstaat, noemt het verontrustend dat MCK alle overschrijdingen wilde wegmoffelen en daarmee een dwingend advies van de beroepsgroep negeerde. “Als patiënt moet je er blind op kunnen vertrouwen dat de arts medische standaarden volgt en open is na gemaakte fouten. Dat vertrouwen heeft deze kliniek keihard geschonden.”
De aanleiding voor het NVOG-advies was een ontdekking in 2017, toen meerdere moeders zelf vaststelden dat één spermadonor in Nederland minstens 102 kinderen had verwekt. De gynaecologenvereniging stelde daarop de ‘ad hoc commissie dilemma’s donorproblematiek’ in en nam alle adviezen van die commissie over. Daarin stond onder meer dat alle klinieken een interne analyse moesten uitvoeren naar het aantal kinderen per donor en dat, wanneer de grens van 25 kinderen was overschreden, zowel de moeders als de donoren hierover geïnformeerd dienden te worden. MCK heeft dit in 2018 nagelaten.
Opvallend is dat twee directieleden van MCK zitting hadden in die commissie: een gynaecoloog die inmiddels niet meer bij MCK werkt, en klinisch embryoloog en huidig directeur Wouter van Inzen. Het advies dat zij mede zelf opstelden, voerden zij vervolgens niet uit.
De directie van MCK wil niet reageren op vragen hierover. Vorig jaar verklaarde zij waarom de kliniek tot de zomer van 2025 zweeg: “Er is destijds in overleg met de beroepsgroep besloten mensen niet actief hierover te benaderen.” De NVOG spreekt dit tegen en stelt dat het advies niet vrijblijvend was. “Het uitgangspunt was dat klinieken het advies zouden opvolgen. De NVOG had en heeft geen toezichthoudende of handhavende rol.”
Ook het ministerie van VWS was al in 2018 op de hoogte van het advies, erkent een woordvoerder. De conclusie dat klinieken betrokkenen hadden moeten informeren, werd echter nooit naar buiten gebracht. In een brief aan de Tweede Kamer over de donorproblematiek, vorig jaar september, verwees toenmalig staatssecretaris Judith Tielen weliswaar naar het advies, maar meldde niet dat klinieken in 2018 hadden nagelaten te handelen. Evenzo was de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd op de hoogte van het advies, maar maakte er geen melding van. De inspectie doet op dit moment onderzoek naar MCK en wil niet ingaan op vragen.
Stichting Donorkind, die opkomt voor de belangen van donorkinderen, noemt het schokkend dat het ministerie en de inspectie niet ingrepen. “Dat de uitvoering van het advies niet is gecontroleerd door de inspectie is uiterst zorgwekkend. Daarbij vinden we het extra pijnlijk dat donorkinderen in dit advies niet eens worden genoemd.” De stichting pleit voor onafhankelijk onderzoek naar de rol van professionals, politiek én toezicht bij alle misstanden rondom donorconceptie in Nederland in de afgelopen jaren.
Van de 85 massadonoren in Nederland zijn de meesten ontstaan bij individuele klinieken: 60 van de 85. De meesten bij MCK, met 36 gevallen. Daarna volgt Rijnstate met 18 massadonoren, terwijl een aantal andere klinieken bij 1 à 2 donoren de grens overschreden. De Rijnstate-donoren en moeders werden al in 2014 en 2015 op de hoogte gesteld, op advies van de inspectie. MCK had datzelfde in 2018 moeten doen, maar wachtte daar tot vorig jaar mee.

➔Veel misinformatie over zorg en medicatie op TikTok

Veel video’s met de hashtag #mentalhealthtips op TikTok bevatten onjuiste informatie, zoals dubieuze adviezen, snelle genezingsmethoden en aanprijzingen van supplementen waarvan niet is bewezen dat ze werken. Bij een controle werd vestgesteld dat 52 van de 100 video’s met adviezen over omgaan met trauma’s, angsten, depressies en ernstige psychische aandoeningen onjuiste informatie bevatten. Veel andere video’s waren vaag of nutteloos. Mensen die via social media hulp zoeken, krijgen vaak dubieuze of zelfs onzinnige adviezen voorgeschoteld. Ook worden normale emoties gepresenteerd als symptomen van bijvoorbeeld borderline. En supplementen met saffraan of magnesiumglycinaat worden gepromoot, terwijl het bewijs voor het verminderen van angst beperkt is. Volgens deskundigen legden de video’s ook te veel nadruk op therapie. Het is belangrijk is “om te benadrukken dat de geboden oplossingen geen tovermiddel of snelle oplossing” zijn.  Ook video’s over traumaverwerking kloppen vaak niet. Elke video suggereert bijvoorbeeld dat iedereen dezelfde ervaring met PTSS heeft, met vergelijkbare symptomen die gemakkelijk in een korte video van 30 seconden kunnen worden uitgelegd. De waarheid is dat PTSS en traumasymptomen zeer individuele ervaringen zijn die niet kunnen worden vergeleken. TikTok kwam twee weken geleden met een persbericht waarin werd aangekondigd dat er 2,3 miljoen dollar aan advertentieruimte op TikTok wordt gedoneerd aan tientallen organisaties voor mentale gezondheid in negentien landen.
Zorgverzekeraars CZ en VGZ en huisartsen geven aan dat ze gaan samenwerken om via het TikTok-kanaal Mijn Hoofd Vandaag betrouwbare en wetenschappelijk onderbouwde informatie over mentale gezondheid gaan delen.  Zo wordt er op dat kanaal besproken wat het verschil is tussen een depressie en een baaldag. Ook wordt uitgelegd wat een eetstoornis inhoudt. Volgens zorgverzekeraar VGZ zijn met name jongeren gevoelig voor informatie op sociale media en kunnen ze zich daardoor onzeker voelen of zich onnodig zorgen maken.

➔Pandemieverdrag

Lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hebben na drie jaar overleg een principeakkoord bereikt over een pandemieverdrag. De delegaties komen 15 april opnieuw in Genève bijeen om de laatste details uit te werken en hun goedkeuring te geven. De algemene vergadering van de WHO moet het verdrag in mei definitief goedkeuren. De 194 lidstaten praten al drie jaar over een overeenkomst die de samenwerking voor en tijdens grote ziekte-uitbraken moet verbeteren. De Verenigde Staten zijn uit het verdrag gestapt en hebben zich teruggetrokken uit de WHO. Donald Trump heeft 21 januari 2025 een decreet ondertekend waarmee de terugtrekking van de VS uit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)  in gang wordt gezet. In 2020 trok de VS zich onder Trump ook al terug uit de WHO.

➔Tbs klinieken overvol

Het Nederlandse Ter Beschikking Stelling systeem loopt letterlijk over. TBS Nederland, het samenwerkingsverband van de elf forensisch-psychiatrische centra en klinieken luidt de noodklok. TBS klinieken namen in 2025 118 nieuwe patiënten op, 28 procent minder dan in 2024 doordat de instroom, doorstroom en uitstroom stagneren.

De wachtlijst is inmiddels opgelopen tot 261 personen. Deze geestelijk verwarde en vaak gevaarlijke patiënten wachten in de gevangenis steeds vaker uitzichtloos op hun beurt voor een behandeling in een kliniek. Wie langer dan vier maanden moet wachten, heeft recht op een schadevergoeding, wat de staat jaarlijks tonnen kost. In 2025 verbleven gemiddeld 1683 patiënten in de tbs. Het aantal mensen dat een tbs-maatregel opgelegd krijgt neemt nog elke dag toe, waardoor er meer vraag is naar plekken in tbs-klinieken.

Terbeschikkingstelling is een maatregel die door de rechter kan worden opgelegd als iemand een strafbaar feit heeft gepleegd en tijdens dat delict niet of gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar was door psychiatrische problemen. Voor zo’n misdrijf geldt minimaal vier jaar gevangenisstraf. Ook moet er een kans zijn dat iemand opnieuw zo’n feit pleegt.

Er bestaan twee vormen van tbs: tbs met voorwaarden en tbs met dwangverpleging. Bij tbs met dwangverpleging, de zwaarste variant, wordt de dader verplicht opgenomen in een kliniek. Het doel is om de dader te behandelen, zodat hij of zij uiteindelijk veilig kan terugkeren in de samenleving. Zo’n behandeling duurt gemiddeld zo’n tien jaar, bijna anderhalf jaar langer dan in 2024.

Om een tbs’er voor te bereiden op terugkeer naar de samenleving, mag zo iemand met begeleid verlof, onbegeleid verlof, transmuraal verlof (buiten de muren) en uiteindelijk proefverlof.

Uit de cijfers van TBS Nederland blijkt dat er afgelopen jaar 85.661 verloven waren. Veruit de meeste keren verliep dit zonder problemen. Twaalf keer kwam het voor dat een tbs’er met verlof niet op tijd terugkwam op de afgesproken plek.

Volgens TBS Nederland komt het vrijwel nooit voor dat er tijdens zo’n onttrekking nieuwe strafbare feiten worden gepleegd. Ook ‘ontvluchtingen’, ontsnappingen waarbij iemand over het hek klimt, komen bijna nooit voor. Vorig jaar gebeurde dat helemaal niet.

De door- en uitstroom worden ook vertraagd door een tekort aan geschikte plekken voor tbs’ers die klaar zijn met hun behandeling in de hoogbeveiligde kliniek. Niet alle tbs’ers kunnen naar een eigen woning, velen hebben een andere vorm van zorg of begeleid wonen nodig. Door een tekort aan beveiligde woonplekken of klinieken met lagere beveiligingsniveaus blijven tbs’ers langer in een kliniek zitten op een hoog beveiligingsniveau.

Tbs-klinieken zijn daarom ook bezig om zelf te zorgen voor dit soort vervolgplekken, bijvoorbeeld door langdurige verblijfszorgplekken te organiseren voor patiënten. Daarnaast zijn ze op zoek naar een zorgorganisatie die verpleeghuisbedden voor een groep tbs-patiënten open wil stellen en dat is goed voor de 261 mensen die op een behandeling zitten te wachten.

Veel gemeenten zijnhuiverig voor het openen van beschermende woonvormen voor forensische zorg. “De tolerantie in de maatschappij is niet meer zo groot. Dat zie je ook bij de komst van asielzoekerscentra. Er zijn gemeentes die zeggen: we hebben al een AZC, woningnood en andere problemen, nu is een andere gemeente aan de beurt.

Nu de opvang van asielzoekers met ernstige psychische problemen dreigde te stoppen in de Overijsselse tbs-kliniek Veldzicht, zijn gemeenten en artsen bang voor levensgevaarlijke situaties. Een grote groep asielzoekers met heel zware psychische problemen zijn een gevaar voor zichzelf en de samenleving en krijgen nu niet de hulp die nodig is. Het is wachten op een enorm incident.” De tbs-kliniek Veldzicht in het Overijsselse Balkbrug is op dit moment de enige plek in Nederland waar asielzoekers met zware psychische problemen kunnen worden behandeld. De kliniek is gespecialiseerd in zogenoemde transculturele psychiatrie, waarin aandacht is voor patiënten uit allerlei culturen, maar is van oorsprong een tbs-kliniek. De asielzoekers die behandeld worden zouden op termijn plaats moeten maken voor reguliere tbs-patiënten, kregen gemeenten onlangs te horen. Net als de gemeente Groningen verwacht de gemeente Emmen dat er meer overlast zal ontstaan. Emmen is, het laatste station voor Ter Apel. Als ze daar niet terechtkunnen, eindigen ze hier”, zegt Wanders. De zorgen van de wethouders uit Groningen en Emmen komen voort uit ernstige incidenten. Zo stak een Nigeriaanse asielzoeker met psychische problemen 2 jaar geleden drie medewerkers van Veldzicht neer. Een van hen kwam om het leven, de man pleegde zelfmoord. De Inspectie Justitie en Veiligheid oordeelde hard: ondanks de transculturele expertise, zou de kliniek niet goed genoeg zijn toegerust op dergelijke patiënten. De inspectie adviseerde meer werk te maken van specialistische plekken voor asielzoekers met psychische problemen. Als Veldzicht sluit is er helemaal geen plek meer voor de behandeling van asielzoekers met psychiatrische problemen. Op dit moment zijn overal alle plekken in klinieken gevuld en is er een lange wachtlijst, waardoor zo’n tweehonderd TBS veroordeelden onbehandeld in een gevangenis verblijven. Het niet doorstromen van patiënten zorgt ook voor extra druk op de capaciteit van gevangenissen, waar ook sprake is van een groot capaciteitsprobleem. Het ministerie van JenV is bezig met het uitbreiden van de capaciteit. “Meerdere klinieken, zowel van het Rijk als particulier, zijn bezig met uitbreidingen. Op dit moment zijn in de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid voldoende middelen opgenomen voor deze uitbreidingen. Daarnaast wordt er gekeken naar het verbeteren van de aansluiting tussen de forensische zorg en de reguliere zorg. Dat moet ervoor zorgen dat tbs-patiënten niet onnodig lang in klinieken verblijven. “Daarnaast zet de staatssecretaris in op betere doorstroom van hoog-beveiligde klinieken naar voorzieningen met een lager beveiligingsniveau, wanneer dat veilig en verantwoord is.

➔Advent International (Mediq)

Deze private equity partij nam in juni 2017 nam Mediq ACC Nordic AS and ACC Nordic AB over en in mei 2019 volgde de acquisitie van Puls, een distributeur van medische producten en apparatuur in Noorwegen en Denemarken. Sinds maart 2020 maakt ook de Engelse wondverzorgingsproductendistributeur H&R Healthcare Ltd deel uit van Mediq. Deze overnames hielden verband met de ondernemingsstrategie die gericht is op het rechtstreeks leveren van medische hulpmiddelen aan patiënten, zorgprofessionals en zorginstellingen in Europa. Onlangs werd ook sectorgenoot Mathot, nu nog onderdeel van thuiszorgspecialist KMT Medical Europek overgenomen. De overname komt op een moment dat Mathot kampt met financiële tegenvallers. Het zorgbedrijf heeft al enige tijd verlieslatende resultaten. In 2022 had het een nettoverlies van 342.780 euro, in 2023 zakte dit bedrag verder tot een min van 718.476 euro. Mediq zal het distributiecentrum in Halfweg Zwanenburg overnemen, evenals de meer dan honderd dienstdoende werknemers. De officiële overdracht vindt plaats op 3 maart 2025. De ACM stelde in haar onderzoeksresultaten dat de positie van Mediq tegenover zorgverzekeraars niet zodanig toeneemt dat dit tot hogere prijzen zou kunnen leiden. 

➔Medisch beroepsgeheim in gevaar

Psychiaters en psychologen lopen het risico om het beroepsgeheim te verbreken als ze in 2025 hun declaraties indienen bij zorgverzekeraars. Dit komt door regelgeving die is veranderd. Op het ministerie van Volksgezondheid vond spoedoverleg plaats met zorgverzekeraars en beroeps- en brancheorganisaties uit de geestelijke gezondheidszorg. “Deze situatie moet niet twee maanden gaan duren, want dan gaat het voor zorgaanbieders ingewikkeld worden”, zegt de woordvoerder van brancheorganisatie de Nederlandse GGZ. Maar de kleine en zelfstandige zorgaanbieders hebben lang niet allemaal genoeg buffer om enkele maanden zorg te leveren zonder dat vergoed te krijgen. Vooral zelfstandigen kunnen het zwaar krijgen, aldus de beroepsverenigingen van psychiaters en psychologen. Kosten als huur voor de praktijk en belastingen moeten wel betaald worden. De belangenorganisaties van de GGZ benadrukken dat ze verwachten dat op zeer korte termijn een tussenoplossing wordt gevonden. Als dat niet lukt is er een reële kans dat een deel van de kleine zorgaanbieders wegvalt. Dan zal naar verwachting de druk op grotere instellingen toenemen, waardoor het nog lastiger wordt om de lange wachttijden te verkorten.

➔Operatieassistent tijdens dienst in Groene Hart Ziekenhuis opgehaald door arrestatieteam

Een operatieassistente van het Groene Hart Ziekenhuis werd op staande voet ontslagen, maar vocht dat aan. Ze eiste een vergoeding van ruim een ton van het ziekenhuis. De vrouw werd in juli 2025 door een arrestatieteam gearresteerd tijdens haar dienst in de operatiekamer van het Groene Hart Ziekenhuis (GHZ). Ze werkte toen al veertien jaar als operatieassistent in het ziekenhuis. De vrouw, geboren in 1989, vond de inzet van het arrestatieteam onnodig en overdreven. Ze vertelt medewerkers van het GHZ een paar dagen na de aanhouding een verhaal dat het ziekenhuis maar moeilijk kan geloven. De politie zou haar hebben gearresteerd vanwege stalking en computervredebreuk van haar ex-partner. Dit ontkent zij.
Er zou ook bij haar thuis een zak cocaïne zijn aangetroffen. Ze zegt hier niks van te weten. Zelf gebruikt ze geen cocaïne. Ze suggereert dat mogelijk iemand anders hiervoor verantwoordelijk is geweest, omdat haar achterdeur altijd openstaat.
De operatieassistente wordt na de aanhouding op non-actief gesteld, omdat het ziekenhuis met veel vragen blijft zitten. Enkele maanden later wordt meer duidelijk. Een rechercheur van de politie Utrecht laat het GHZ weten dat bij de huiszoeking bij de vrouw een oranje koffer is aangetroffen met daarop het ziekenhuislogo. In de koffer zitten medicatie en opiaten.

Het ziekenhuis krijgt de koffer in handen en ziet aan de hand van barcodes dat de inhoud afkomstig is van de centrale apotheek van het GHZ. Het ziekenhuis doet aangifte van diefstal. Wanneer het GHZ de medewerkster hiermee confronteert, zegt ze foto’s te hebben die bewijzen dat haar ex-partner de spullen uit het ziekenhuis heeft meegenomen. De ex zou haar toegangspas hebben gebruikt, die thuis naast haar deur hing. Hij zou de spullen bij haar hebben achtergelaten. Het ziekenhuis zegt dit bewijs niet gekregen te hebben. Daarom is de vrouw afgelopen november door het GHZ op staande voet ontslagen. Zij is het hier niet mee eens en eist via de rechter 102.664 euro van het ziekenhuis voor het ontslag en gemist loon. Ook wil zij een transitievergoeding.
Begin deze maand deed de rechtbank Den Haag uitspraak in de zaak. Tijdens de zitting legt het GHZ uit dat de koffer en de opiaten niet zomaar door een onbekende uit de apotheek meegenomen kunnen worden. Beide bevinden zich in verschillende ruimtes en de paslezer van de kast met opiaten zit op een onlogische plek, waardoor onbevoegden daar niet zomaar bij kunnen.

De operatieassistent heeft die kennis wel. Ook zegt zij tijdens de zitting haar toegangspas niet kwijtgeraakt te zijn. De rechter gaat er daarom van uit dat zij de koffer heeft meegenomen. „Dat is ernstig verwijtbaar en levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op.”
Het GHZ hoeft het geëiste bedrag daarom niet aan de vrouw te betalen. Zij moet op haar beurt wel de proceskosten van het ziekenhuis betalen: 1009 euro.
Op één punt krijgt de vrouw nog wel gelijk van de rechter. Het ziekenhuis heeft geld ingehouden op haar loon ter hoogte van de waarde van de koffer, de medicatie en de opiaten. De inhoud van de koffer kon het GHZ niet meer gebruiken en is vernietigd.
Het ziekenhuis ging er bij één potje van uit dat er cocaïne in zat, maar volgens de vrouw ging het om het veel goedkopere ketamine. Omdat dit vóór de vernietiging niet voldoende is onderzocht, krijgt de vrouw 538,46 euro van het ziekenhuis, plus rente en een wettelijke verhoging.

➔Onterechte incassokosten

De vier grootste verzekeraars, Zilveren Kruis, CZ, VGZ en Menzis brachten jarenlang onterecht incassokosten in rekening bij betalingsachterstanden voor zorgpremies en eigen risico. Uit acht gepubliceerde uitspraken van vier rechtbanken blijkt dat er tot en met vorig jaar ten onrechte incassokosten bij klanten in rekening zijn gebracht. Verzekeraars mogen op zich wel incassokosten in rekening brengen. Maar in deze gevallen was het onterecht, omdat de regels voor het in rekening brengen van de extra kosten niet goed in de algemene voorwaarden stonden.

➔UWV

De wijze waarop het UWV tot arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen komt, is ver onder de maat. In meer dan de helft van de gevallen zijn de onderzoeken niet zorgvuldig uitgevoerd, worden medische gegevens niet geraadpleegd of kloppen de conclusies over de inzetbaarheid van mensen niet. Dat schrijft het AD, dat een intern onderzoek van het UWV in handen heeft. Uit dat interne onderzoek blijkt volgens de krant dat bij een steekproef van 239 dossiers de urenbeperking in de helft van de gevallen niet juist getoetst was. De urenbeperking houdt in dat het UWV toetst hoeveel uren mensen nog kunnen werken. Dat bepaalt voor hoeveel procent ze arbeidsongeschikt zijn. Bij het beoordelen hiervan, werden niet altijd medische gegevens opgevraagd of was niet duidelijk of de verzekeringsarts goed onderzoek heeft gedaan. De onzorgvuldigheid speelt vooral bij telefonische beoordelingen. Die worden vaak ingezet bij herkeuringen. Daarbij blijkt in 80 procent van de gevallen het eindoordeel niet geloofwaardig, schrijft het AD. Ook bij mensen met psychische stoornissen worden relatief veel onzorgvuldige beoordelingen gegeven. Een klokkenluider, zelf werkzaam bij UWV zet grote vraagtekens bij de manier waarop het UWV arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen uitvoert. “Het is van begin tot het eind een schatting. Vaak zie je dat de wegingen op alle aspecten niet correct zijn. Het heeft verstrekkende gevolgen voor de klant. Heel veel mensen verliezen hierdoor hun huis en gezinnen vallen uit elkaar.”

➔Door necrose wordt streptococcus pyogenes ook wel vleesetende bacterie genoemd. De gevaarlijke bacteriële infectie is zeldzaam, maar rukt op in Japan en 30 procent van de getroffen patiënten sterft er aan. Vorig jaar waren er in Japan een recordaantal van 941 gevallen en dit jaar zijn er al 474. Infecties met groep-A-streptokokken (GAS-bacterie) komen ook vaker voor. Sinds het einde van de coronapandemie is het aantal ziekten in verschillende landen toegenomen, zo ook  in Nederland. 

➔UMC Utrecht test een draagbare kunstnier

Een nieuw ontwikkelde kunstnier, zo groot als een rolkoffer moet mensen die dialyse nodig hebben, meer vrijheid geven. Ze hoeven dan minder vaak naar het ziekenhuis of naar het dialyseapparaat thuis. In Nederland zijn zo’n vijfduizend mensen afhankelijk van hemodialyse. Daarbij wordt het bloed schoongemaakt, omdat de nieren dat zelf niet meer doen. Nu betekent dat meestal dat deze patiënten drie keer per week naar het ziekenhuis moeten voor deze vier uur durende dialyse. Het idee voor een draagbare kunstnier kwam van de Nierstichting. Die startte in 2014 met de ontwikkeling, samen met het bedrijf Nextkidney. Het apparaat heet de Neokidney en moet zonder ingewikkelde aansluitingen kunnen werken. Volgens directeur John Stooker is daar jarenlang aan gesleuteld. “Het doel was een machine die patiënten niet vastpint aan één plek”, zegt hij. De kunstnier moet uiteindelijk ook buiten het huis te gebruiken zijn. Zorgverzekeraars CZ, Menzis en Zilveren Kruis denken mee over de vergoeding. In de huidige studie in Utrecht gebruiken ongeveer vijftig patiënten de Neokidney. Internist-nefroloog Karin Gerritsen leidt het onderzoek. Eerdere tests in Frankrijk lieten al zien dat het apparaat veilig kan worden gebruikt. Nextkidney hoopt eind 2026 te beginnen met de introductie in Nederland. Daarvoor is nog wel Europese goedkeuring nodig.

➔Zorggroep Hilzijn

Hilzijn, met vestigingen in Weert, Panningen, Horn en Neer, stapte vanaf 2022 in de jeugdzorg. Die overgang verliep chaotisch en leidde volgens medewerkers tot ernstige misstanden: geweld, drugscriminaliteit en gedwongen prostitutie. “Nadat we de aanbesteding voor beschermd wonen niet kregen, zetten we vol in op jeugdzorg in Midden- en Noord-Limburg. Die hadden we net gewonnen, waarmee het opvullen van bedden is begonnen. We zeiden nooit nee. Iedereen in Limburg wist dat en dus gingen alle hopeloze gevallen naar ons. We hadden geen idee wat we binnenhaalden”, vertellen verschillende bronnen. Waar een rechter eerder een gesloten machtiging afgaf, kwamen ze nu bij Hilzijn. In de groep had vrijwel iedereen een ondertoezichtstelling (OTS) of een rechterlijke maatregeling (RM), dat is een enkelband, tijdklok of een locatieverbod.” Bij een OTS krijgt de jongere een voogd vanwege een strafbaar feit of omdat ouders het niet meer aankunnen.
“We kregen jongeren en volwassenen tot 23 jaar. Per groep 8 tot 10 jongeren. Een gemiddelde groep bestond uit drie jongeren met een enkelband of een gebiedsverbod, twee met anorexia of boulimia, vrijwel iedereen had een verslaving en twee die zichzelf verwondden. Het was een gebed zonder einde. De samenstelling in de groep was te heftig.” De begeleiding van deze heftige groepen was veelal in handen van medewerkers die net van school kwamen of zelfs ongeschoold waren. Ze waren helemaal niet opgewassen tegen deze extremen. Medewerkers hebben vaak aan de directie aangegeven: “Hoe kun je nou verwachten dat ik dit in mijn eentje regel?” Zo had een jongen flakka, een designerdrug, gebruikt en draaide door. Een medewerker belde vier keer de politie met het verzoek hem op te halen. “De politie wilde hem aanvankelijk niet meenemen waardoor we tien doodsbange kinderen hadden. Pas bij de vierde keer moesten ze hem wel naar het bureau brengen, omdat de jongen de brandblusser van de muur had getrokken en het pand had vernield.” John mocht als coach zónder de juiste papieren meteen aan de slag met zo’n groep. “Ik was nog geen half uur bezig of ze renden allemaal weg om te gaan rellen. Ze gooiden ramen in. Het liep meteen uit de hand. Eén cliënt liep weg. In het verslag wordt het op het personeel afgeschoven, terwijl het beleid beter had moeten zijn.” John kreeg toen hij Hilzijn begon te horen dat hij ‘even een certificaat moest halen’, dan kon hij als officieel behandelaar worden geregistreerd. Zo ver is het nooit gekomen. Na vier maanden is John vertrokken.
“We hadden geen idee wat we aan het doen waren. De casussen werden steeds heftiger. Dagelijks belden we de politie omdat een cliënt een hulpverlener wilde slaan. Jongeren liepen weg. In de behandelingen hoorden we vervolgens dat de jongeren niet vrijwillig wegliepen. Ze kregen opdrachten van criminelen. Meiden vertelden dat ze naar hotels in de regio moesten om betaalde seks te hebben met mannen. Jongens moesten pakketjes bezorgen en kregen pinpassen op hun naam.” Om deze problemen beter aan te kunnen pakken, richtte Hilzijn een speciaal team op, het flyteam. Dat was de opmaat naar de ‘proeftuin jeugdhulpinstellingen’, een landelijk experiment dat inzicht moest geven hoe kwetsbare jongeren werden geronseld bij jeugdzorginstellingen. In de proeftuin zaten de politie (inclusief de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel) en het Openbaar Ministerie. Het was een initiatief dat eerder in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag van start was gegaan.
De samenwerking tussen alle partijen ging moeizaam. Aangiften ‘mislukten’ waardoor bijvoorbeeld een verkrachter op de groep kon blijven zitten en een cliënt verdween na een drugstrip. Medewerkers kregen te horen dat “de politie even geen tijd heeft” om een meisje uit een pand te halen waar ze gedwongen seks had. Medewerkers van Hilzijn haalden daarop zelf herhaaldelijk meiden uit panden, met gevaar voor eigen leven. Een 16-jarig meisje werd tijdens haar verblijf bij Hilzijn verkracht. De jongen heeft het ook gefilmd. Omdat het slachtoffer zelf niet durfde te spreken, werd in overleg met de politie besloten dat een begeleider namens haar aangifte zou doen. Na die aangifte gingen twee agenten naar de instelling om de jongen aan te houden. De jongen reageerde boos en opstandig. Volgens een medewerker werd de situatie verkeerd aangepakt, omdat bij dit type ‘rode’ jongens een situatie snel kan escaleren. De verdachte vernielde vervolgens zijn telefoon, waardoor belangrijk bewijsmateriaal verloren ging. Uit verschillende bronnen blijkt dat er een groot verschil is tussen de incidenten die zorginstelling Hilzijn heeft gemeld bij de inspectie en de verhalen van (ex)medewerkers. Terwijl de officiële data van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) slechts een beperkt aantal incidenten laten zien, spreken betrokkenen over een veelvoud van ernstige misstanden. Zij melden gevallen van gedwongen prostitutie, drugshandel, geweld en zelfs betrokkenheid bij een moord. De IGJ noemt deze discrepantie een ‘zeer zorgelijk signaal.’ Volgens de inspectie zijn meldingen over incidenten en structurele tekortkomingen een cruciale bron van informatie. “Weet dat je als medewerker of (ex-)cliënt altijd bij de IGJ kunt melden, dan kunnen wij deze informatie gebruiken voor ons toezicht”, benadrukt de inspectie. Toch rijst de vraag waarom dergelijke ernstige meldingen niet eerder via de officiële kanalen zijn doorgekomen en of er sprake is van een structurele onderrapportage binnen de instelling.
De verwevenheid van criminaliteit in de jeugdzorginstelling zou ook blijken bij de moord op Xavier Durlinger in 2022, een brute moord met 14 messteken, vermoedelijk in het drugsmilieu. Meerderde jongeren die bij Hilzijn verbleven, zeiden voor hem te werken. Een jongen vertelde aan een van medewerkers dat hij erbij was. “Zijn moord moest een voorbeeld zijn voor iedereen.” Medewerkers hoorden wekenlang de verhalen van de doodsbange cliënten aan. Enkele cliënten van Hilzijn zijn verhoord door de politie in de zaak. Het is tot op heden niet bekend wie Durlinger heeft vermoord.
De directie van zorggroep Hilzijn beantwoordt geen vragen van L1 maar laat in een schriftelijke reactie weten: “Wij kunnen in algemeenheid met u delen dat wij, gelijk aan elke organisatie die gecontracteerde zorg biedt, gehouden zijn aan afspraken die voortvloeien vanuit contract, dan wel wettelijk (zorg) kader. Over de wijze waarop wij hieraan opvolging geven wordt periodiek verantwoording afgelegd aan de daartoe bevoegde instanties en opdrachtgevers. Een van die bevoegde instanties is de Inspectie. Volgens de IGJ zijn jeugdzorgorganisaties wettelijk verplicht om calamiteiten en lichamelijk, seksueel en psychisch geweld te melden. Hilzijn heeft volgens IGJ in de periode vanaf januari 2023 tot en met 2024 vier meldingen gedaan bij de inspectie.
Verantwoordelijke gemeenten Venlo en Peel en Maas zijn bekend met de samenstellingen van de groepen bij Hilzijn. Venlo laat weten dat “de samenstelling mede het gevolg is van het afbouwen van de gesloten jeugdzorg. De gemeente vindt het geen zorgwekkende ontwikkeling. De afbouw van de gesloten jeugdzorg maakt dat er opnieuw gekeken moet worden naar de inrichting van het zorglandschap. We zien dat het afbouwen soms sneller gaat dan het organiseren van een passend aanbod voor deze doelgroep. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd laat in een reactie weten de signalen over de gang van zaken bij Hilzijn te hebben geregistreerd. Over de precieze afhandeling doen ze geen mededelingen. De gemeente Leudal waar Hilzijn een contract mee heeft, laat in een reactie weten de signalen uiterst zorgwekkend te vinden. De gemeente roept iedereen die zich in de signalen herkent zich te melden bij de IGJ.

➔Ziekenhuismedewerkers snuffelen in patiëntendossiers

Het Albert Schweitzer Ziekenhuis heeft begin oktober 2025  twee medewerkers ontslagen omdat zij neusden in zo’n 1100 patiëntendossiers. Een van de medewerkers was actief in de zorg en keek zonder geldige reden in dossiers van mensen die in dezelfde straat woonden en naar het ziekenhuis moesten. De andere medewerker werkte niet op een zorgafdeling en had ‘beperkte toegang’ tot informatie over patiënten. Het ging bijvoorbeeld om naam, adres, woonplaats en de afdeling waar mensen waren opgenomen. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat hun gegevens veilig zijn. Wie in een patiëntendossier kijkt zonder behandelrelatie, tast dat vertrouwen aan. Het ziekenhuis heeft alle betrokken patiënten een brief gestuurd met uitleg en excuses. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zijn op de hoogte gebracht. Ook worden de controles ‘verder aangescherpt’.

➔Roche neemt 89bio over voor veelbelovende MASH-behandeling

Roche neemt biofarmaceutisch bedrijf 89bio over voor een totaalbedrag van maximaal 3,5 miljard dollar. De transactie wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2025 afgerond. 89bio ontwikkelt pegozafermin, een nieuw medicijn tegen metabole disfunctie-geassocieerde steatohepatitis (MASH). Deze ernstige leveraandoening komt vaak voor bij mensen met obesitas en diabetes type 2 en kan leiden tot cirrose of leverkanker. Pegozafermin is ontworpen om ontstekingen en littekenvorming in de lever tegen te gaan en bevindt zich in de laatste fase van klinische onderzoeken. Roche ziet in de overname een kans om zijn portfolio op het gebied van cardiovasculaire, nier- en stofwisselingsziekten te versterken. Het middel kan mogelijk worden gecombineerd met andere behandelingen binnen het bestaande CVRM-portfolio van het bedrijf. De huidige medewerkers van 89bio voegen zich bij Roche’s farmaceutische divisie. CEO Thomas Schinecker benadrukt dat de acquisitie Roche helpt innovatieve behandelingen te ontwikkelen voor patiënten met complexe metabole ziekten en bijdraagt aan het uitbreiden van hun pijplijn.

➔Universitair Medisch Centrum Groningen stopte met opereren

Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) voert voorlopig geen operaties uit bij patiënten met aangeboren hartafwijkingen. De afdeling waar deze ingrepen plaatsvinden wordt onderzocht, en totdat het onderzoek is afgerond moeten patiënten voor deze behandelingen naar andere ziekenhuizen. Twee medewerkers hadden melding gemaakt van problemen met de sociale veiligheid en de kwaliteit van zorg op de afdeling. Bestuursvoorzitter Ate van der Zee benadrukt dat deze signalen serieus worden genomen en onafhankelijk worden onderzocht. Hij legt uit dat hoog complexe operaties onder de best mogelijke omstandigheden moeten plaatsvinden. Omdat die omstandigheden momenteel niet volledig aanwezig zijn, is besloten de geplande operaties tijdelijk stop te zetten. Over de aard van de klachten wil Van der Zee weinig kwijt. Het betreft volgens hem vooral de cultuur op de afdeling en de manier waarop medewerkers worden betrokken bij besluitvorming. Recent vertrok een van de vier kinderhartchirurgen, maar er is inmiddels een ervaren vervanger aangesteld. Patiënten moeten nu uitwijken naar ziekenhuizen in Utrecht, Leiden, Amsterdam of Rotterdam. Acute zorg en poliklinische behandelingen blijven in Groningen beschikbaar. Ook reguliere hartoperaties bij volwassenen zonder aangeboren afwijkingen gaan gewoon door. Van der Zee noemt het besluit “ingewikkeld en pijnlijk”, maar hoopt dat het lopende onderzoek de zorg uiteindelijk zal verbeteren. Er zijn geen aanwijzingen dat patiënten tot nu toe schade hebben ondervonden door de problemen op de afdeling. Het UMCG verwacht de operaties begin volgend jaar weer te kunnen hervatten. Het ziekenhuis voert per kwartaal ongeveer vijftig van deze ingrepen uit. Het is nog niet duidelijk hoeveel patiënten door het besluit worden getroffen; sommige operaties kunnen worden uitgesteld, andere moeten elders plaatsvinden. Volgens het UMCG staat deze kwestie los van de discussie over concentratie van specialistische hartzorg. Het kabinet wilde dat het aantal centra voor kinderhartzorg werd teruggebracht van vier naar twee, zodat chirurgen meer ervaring konden opdoen. Artsen en patiënten van de afvallende ziekenhuizen protesteerden, en de rechter gaf hen uiteindelijk gelijk. Van der Zee benadrukt dat goede samenwerking tussen ziekenhuizen cruciaal blijft voor de kwaliteit van kinderhartzorg. Groningen werkt daarvoor al samen met de kinderhartafdelingen in Leiden en Utrecht.

Cardiologen van het UZ Leuven zien een verband tussen infecties bij de moeder tijdens de vroege zwangerschap en een hartaandoening bij de baby. Dat blijkt na analyse van een internationale dataset van 1,7 miljoen zwangerschappen. Een gewone luchtwegeninfectie of griep kunnen mogelijk een rol spelen bij de ontwikkeling van bepaalde hartafwijkingen.
Vrouwen die in het eerste trimester – de eerste 12 weken – van hun zwangerschap een infectie doormaken hebben een statistisch verhoogde kans op een aangeboren hartafwijking bij hun kind. Het gaat vooral om hartafwijkingen waarbij een gaatje in het tussenschot zit.
Het gaat om een verband, geen oorzakelijk bewijs. Meer onderzoek is nodig waarbij andere omgevingsfactoren, zoals luchtvervuiling, meegenomen worden. Ook het verband met ontstekingen zoals reuma willen wetenschappers verder onderzoeken.

➔Het Amerikaanse Cencora

Cencora is al jaren verwikkeld in controverses rond de opioïdenepidemie in de VS. In 2022 werd het bedrijf, samen met andere groothandels, beschuldigd van het niet melden van verdachte bestellingen van opioïden, wat bijdroeg aan de verspreiding van verslavende pijnstillers. In juli 2022 sloot Cencora een schikking van $6,1 miljard als onderdeel van een landelijke overeenkomst om claims van staten en lokale overheden af te handelen. In januari 2023 werd een nieuwe rechtszaak aangespannen door de federale overheid, die Cencora beschuldigde van het niet rapporteren van honderdduizenden verdachte opioïdenbestellingen, wat leidde tot illegale verspreiding. Deze zaak loopt nog en blijft een reputatierisico.
Ondanks deze problemen blijft Cencora financieel sterk, met een omzet van $262,2 miljard in 2023 en een personeelsbestand van 46.000 wereldwijd. Het bedrijf heeft geïnvesteerd in programma’s zoals het “Sure Supply Program” om medicijntekorten te bestrijden, met een uitbreiding in februari 2025 van bijna 200 medicijnen, waaronder oncologische behandelingen. Echter, de cyberaanval en juridische kwesties hebben het vertrouwen van klanten en investeerders mogelijk geschaad, vooral omdat Cencora een cruciale rol speelt in de distributie van 20% van de farmaceutische producten in de VS.    

➔Eigendom Organon naar India

Organon & Co., een internationaal farmaceutisch bedrijf dat zich vooral richt op de gezondheid van vrouwen ontwikkelt en levert onder meer anticonceptiemiddelen, vruchtbaarheidsbehandelingen en andere geneesmiddelen die al langer op de markt zijn, naast zogenoemde biosimilars, die lijken op bestaande biologische medicijnen maar vaak goedkoper zijn.

Organon werd in 2021 afgesplitst van Merck & Co. (buiten de Verenigde Staten bekend als MSD) en heeft zijn hoofdkantoor in Jersey City. De naam “Organon” wordt al langer in de farmaceutische wereld gebruikt en komt oorspronkelijk uit Europa, maar het huidige bedrijf opereert wereldwijd. Organon wordt waarschijnlijk overgenomen door het Indiase Sun Pharmaceutical. Het bedrijf betaalt bijna 12 miljard dollar voor het farmaceutische bedrijf met een grote productielocatie in Oss. Het gaat om een van de grootste buitenlandse overnames ooit door een Indiaas bedrijf. Organon heeft Nederlandse wortels, maar was jarenlang eigendom van het Amerikaanse MSD. Dat is een van de grootste farmaceutische bedrijven in de wereld. Enkele jaren geleden werd het bedrijf verzelfstandigd. Wereldwijd werken er zo’n 10.000 mensen voor Organon. Ongeveer 2500 van hen werken in Oss, het Belgische Heist-op-den-Berg en op kantoren in Amsterdam en Brussel. Sun Pharmaceutical is het grootste farmaceutische bedrijf van India. Het bedrijf ziet volgens Omroep Brabant vooral kansen in Organons geneesmiddelen voor vrouwen, zoals anticonceptie en behandelingen voor menopauze en borstkanker. Daarnaast verwacht Sun via Organon makkelijker toegang te krijgen tot grote markten, waaronder China.
Toezichthouders en aandeelhouders moeten nog toestemming geven.

➔Aurora Borealis

De officier van justitie heeft werkstraffen opgelegd van 100 uur aan drie medewerksters van de voormalige zorgboerderij Aurora Borealis in Wedde. Zij hebben zich volgens het openbaar ministerie schuldig gemaakt aan diverse mishandelingen van de kwetsbare bewoners van de instelling. De zaken tegen de drie medewerksters zijn buiten de rechter om afgedaan, omdat zij niet de hoofdverantwoordelijken zijn voor de misstanden in de zorgboerderij. Ook is rekening gehouden met de verregaande gevolgen die zij hebben ondervonden nadat de zaak in de openbaarheid kwam. Zo is er sprake geweest van forse bedreigingen aan het adres van de medewerksters. Een vierde medewerker moet zich op 10 september nog bij de officier van justitie melden. De beide hoofdverdachten werden door de rechtbank in Groningen op 18 juli veroordeeld tot de maximale gevangenisstraf van vijf jaren en vier maanden en een beroepsverbod voor de duur van tien jaren en vier maanden. Ook moeten zijn schadevergoedingen betalen aan de voormalige bewoners.

➔LTL Management

Johnson & Johnson (J&J) vroeg in april 2023 het faillissement aan voor dochteronderneming LTL Management om zo onder tienduizenden rechtszaken uit te komen. Johnson & Johnson gaf LTL 8,1 miljard euro om te verdelen over de eisers in de zaken over het kankerverwekkende babytalkpoeder. Het bedrijf is hierover verwikkeld in meer dan 40.000 rechtszaken. Duizenden vrouwen zouden door het aanwezige asbest eierstok- of asbestkanker hebben opgelopen. J&J hield altijd vol dat het talkpoeder niet schadelijk was. Het Amerikaanse bedrijf werd in de afgelopen jaren al eerder veroordeeld vanwege het talkpoeder en moest miljarden dollars aan schadevergoedingen betalen. J&J bleek al tientallen jaren op de hoogte van de mogelijk kankerverwekkende asbestsporen in het talkpoeder. Het Amerikaanse bedrijf zou wetenschappers betaald hebben om positief onderzoek over het product te publiceren.

➔Fraude met diploma’s

In de zorgsector wordt enorm gefraudeerd met diploma’s, zorgaanbieders incasseren geld met ongekwalificeerd personeel en er zijn serieuze fraudenetwerken ontstaan. Jaarlijks gaat er zo’n drie miljard euro naar bemiddelaars, recruiters, uitzend- en detacheringsbureaus die actief zijn in de zorg. Een deel daarvan accepteert van de zorgmedewerkers (zzp’ers) die zij uitzenden vervalste diploma’s, ID’s en VOG’s of helpt daar zelfs bij. Deze zzp’ers worden gelinkt aan heling, cybercrime, diefstal, plofkraken, handel in hard- en softdrugs, gewelds- en vermogensdelicten, oplichting, straatroof, en overvallen. In enkele gevallen gaat het om zorgverleners met een strafblad voor deelneming aan een misdadige organisatie met het oogmerk tot het plegen van terroristische misdrijven en misdrijven tegen de veiligheid van de staat. De betreffende groep zzp’ers heeft zorg gerelateerde eenmanszaken op hun naam. Ze werken via de bemiddelingsbureaus vaak in de ondersteuning en begeleiding van gehandicapten en cliënten in de GGZ, thuiszorg en jeugdzorg. Met een ervaringscertificaat (EVC) kun je vrijstellingen krijgen voor (onderdelen van) een mbo-opleiding. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet het aantal bureaus dat EVC’s mag verstrekken in korte tijd toenemen. Tussen april en september 2024 zijn er ongeveer tien EVC-bureaus bijgekomen, tot een totaal van 54 aanbieders. Het Openbaar Ministerie (OM) meldt dat er bij één onderzocht EVC-bureau vermoedelijk 800 tot 1200 valse certificaten zijn verstrekt. Voor de korte termijn roepen de ministers zorgaanbieders op de diploma’s van de zzp’ers of uitzendkrachten die zij inzetten te controleren in het diplomaregister van DUO. De opleidingen wordt gevraagd stages niet blind af te vinken en examens zorgvuldiger af te nemen. Ook komt er strenger toezicht op de leerbedrijven. De Inspecties gaan directer samenwerken met het Openbaar Ministerie en de Arbeidsinspectie. “Het beeld dat uit de verkenning is gekomen, is zorgelijk. De toenemende verwevenheid met criminaliteit maakt het nog zorgelijker. De bevoegdheden van toezichthouders zijn in die gevallen niet toereikend om dit aan te pakken. Dit vraagt om een bredere aanpak met het OM, politie en opsporingsdiensten. Er zijn vermoedens van netwerken die ook snel inspelen op opgeworpen barrières: zo is er melding gedaan dat zorgaanbieders die een diploma wilden checken bij DUO werden omgeleid naar een “nep” diplomaregister. Het feit dat deze online nepomgeving gecreëerd is, met daarbij de nodige kosten, doet vermoeden dat het om een groter georganiseerd verband gaat. Het probleem speelt vooral in de wijkverpleging, verpleeghuizen, de geestelijke gezondheidszorg, de jeugdzorg en in de gehandicaptenzorg. De inspecties zien risico’s bij het omzetten van eerdere (werk)ervaring via het erkennen van verworven competenties (EVC) naar een erkend diploma. Zo’n diploma is alleen terecht als het EVC-certificaat is gebaseerd op echte relevante (werk)ervaring. Niet als het certificaat is ‘gekocht’. Ook zien de inspecties risico’s bij stages die onterecht worden afgerond, bijvoorbeeld door de stage tegen betaling te laten aftekenen zonder dat de stage echt gevolgd is. De inspecties zien dat er netwerken zijn van zorgaanbieders, bemiddelingsbureaus, opleiders en EVC-aanbieders die misstanden en fraude mogelijk maken. Uit meldingen, rapporten, strafzaken en nieuwsberichten blijkt dat sommige bureaus en zzp’ers genoemd worden in verband met criminaliteit. De IGJ herhaalt de eerdere oproep aan werkgevers in de zorg om steeds diploma’s, cv’s en een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te controleren. Want ook als die controle is uitbesteed aan een bemiddelingsbureau, blijft de werkgever verantwoordelijk. Ook het controleren en vastleggen van de identiteit van een sollicitant, zzp’er of werknemer is belangrijk. Sommige zzp’ers draaien op papier zoveel uren dat dat fysiek onmogelijk is. Blijkbaar werken er dan andere mensen op naam van de geregistreerde zorgverlener. De inspecties benadrukken dat het merendeel van de bemiddelingsbureaus te goeder trouw is. De inspecties waarschuwen tegen het gemak waarmee sommige bemiddelingsbureaus en zzp’ers kunnen sjoemelen met diploma’s, opleidingen en stages. Vijf mannen werden in september 2024 veroordeeld tot taakstraffen van 35 tot 80 uur voor het gebruik van dergelijke valse diploma’s. Ze schreven zich in bij het Arnhemse uitzendbureau Ammi Zorg, werkten zonder juiste papieren in de zorg en declareerden rekeningen. De verdachten zijn drie mannen van 61, 39 en 27 jaar uit Arnhem, een 34-jarige man uit Ede en een 40-jarige man uit Rotterdam. De opgelegde taakstraffen zijn lager dan het Openbaar Ministerie eiste. In februari 2023 stonden ook al acht voormalige zorgmedewerkers voor de rechter nadat zij met valse papieren zonder problemen te werk werden gesteld bij diverse zorginstellingen in het land. Een van de acht werd ook verdacht van oplichting. Naast valse diploma’s maakten de verdachten volgens het OM ook gebruik van valse verklaringen omtrent gedrag (VOG). Zo werkte een verdachte volgens het OM met een vals diploma van het ROC van Amsterdam en een valse verklaring omtrent gedrag als pedagogisch medewerker voor meerdere zorginstellingen. Criminelen kopen op internetsites valse diploma’s of werkervaringscertificaten en laten zich vervolgens inhuren door malafide uitzendbureaus. Vooral nachtdiensten zijn populair, omdat daar veel tekorten zijn en er weinig toezicht is van vaste collega’s die wel kennis van zaken hebben. Criminele zzp’ers verdienen zo tot wel 12.000 euro per maand.


➔Amsterdam UMC

De afdeling anesthesiologie van het Amsterdam UMC gaat gebukt onder een schrikbewind. Het bestuur van het ziekenhuis is al jaren op de hoogte van de problemen op de afdeling, maar grijpt niet in. FTM sprak met 26 medewerkers en oud-medewerkers die de afgelopen dertien jaar op de afdeling werkten of nog werken. Zij vertellen dat er een angstcultuur heerst door een afdelingsleiding die met keiharde hand regeert, kritische artsen wegstuurt en medische missers niet meldt aan de Inspectie Gezondheidszorg.

➔Eli Lilly

Verschillende onderdelen van de vergunningaanvraag voor de miljardenfabriek van de Amerikaanse farmaceut Eli Lilly zijn nog niet goedgekeurd. Het gaat onder meer om geluid, geur, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering en huisvestingskwaliteit. 

De Amerikaanse farmaceut maakte vorig jaar bekend een nieuwe megafabriek te willen bouwen(opent in nieuw venster) op het gebied Zijlhoek-De Woerd in de gemeente Katwijk. Het bedrijf zou drie miljard dollar in de fabriek investeren, die ongeveer vijfhonderd nieuwe banen op moet leveren.

Voorstanders van het plan zien een belangrijke economische impuls voor de gemeenten, maar er zijn ook tegenstanders van het plan(opent in nieuw venster). Nienke Lammers van windsurfvereniging S.W.V. Plankenkoorts vreest dat het gebouw wind wegneemt van het Valkenburgse Meer. ‘Daar gaan we schade van ondervinden. Minder klanten. We vragen om onafhankelijk onderzoek naar de wind en eventueel een aanpassing van het ontwerp.’

De maatschappelijke en politieke spanning lijkt steeds verder toe te nemen. Uit stukken van het college blijkt volgens RTV Katwijk dat meerdere onderdelen van de vergunningaanvraag nog niet volledig akkoord zijn bevonden.

Het gaat onder meer om geluid, geur, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering en huisvestingskwaliteit. Op verschillende punten ontbreken nog gegevens of moeten onderzoeken verder worden aangescherpt.

Daarnaast leeft onrust onder inwoners van Valkenburg, want de nieuwe fabriek moet op de rand met Valkenburg komen. Inwoonster Van Duivenbode sprak over een ‘megaproject’ met grote gevolgen voor de leefomgeving. Zij stelde vragen over chemische incidenten, medicijnresten, toezicht, verkeersdrukte en woningbouw. Ook vroeg zij zich af of de infrastructuurkosten uiteindelijk bij inwoners terechtkomen.

➔Steeds meer mensen in Europa lopen een geslachtsziekte op. Het aantal gevallen van gonorroe is in een jaar tijd met 48 procent toegenomen, syfilis steeg met 34 procent en chlamydia met 16 procent. Ook in Nederland is een flinke toename te zien.

➔De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kreeg in 2023 ongeveer 330 meldingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van zorgverleners tegen cliënten. In 2020 waren er 130 meldingen, in  2021 zo’n 180 meldingen en in  2022 zo’n 240 meldingen.  De aantallen lopen dus stevig op. Bij driekwart van de meldingen  gaan het om een man en ongeveer driekwart van de slachtoffers is vrouw. De meldingen betreffen “seksueel getinte opmerkingen en appjes, ongewenste aanrakingen, onnodig lichamelijk onderzoek en seksueel contact (ook als dat wederzijds gewenst is), tot zelfs aanranding en verkrachting.

➔Vier transgenders stellen het Amsterdamse UMC aansprakelijk voor mislukte gezichtsoperaties. Dat blijkt uit onderzoek van Zembla. Het gaat onder meer om een mislukte kaak- en neusoperatie, waar de patiënten blijvend letsel aan hebben overgehouden. Naast de blijvende schade zou het ziekenhuis de patiënten ook niet goed hebben voorgelicht over de risico’s van de operaties. Bovendien zou de chirurg patiënten hebben overgehaald meer operaties te ondergaan dan ze eigenlijk wilden. De operaties zijn allemaal uitgevoerd door dezelfde chirurg.

➔Ongeveer 14 oud-cliënten willen aangifte doen tegen jeugdzorginstelling Woodbrookers in Kortehemmen. Het behandelcentrum, dat onder Jeugdhulp Friesland valt, kwam een paar maanden terug in opspraak, nadat uit het rapport was gebleken dat kinderen soms de nacht doorbrachten in de isoleercel en met geweld of pijnprikkels in bedwang werden gehouden. Twee aangiftes zijn al ingediend en twaalf bereiden een aangifte voor. Aangifte doen tegen een jeugdzorginstelling is geen eenvoudige opgave. 

➔De zorgverzekeraars spenderen jaarlijks ook nog zo’n 250 miljoen euro aan reclame en acquisitie. Zo liet Achmea in 2011 voor 440.000 euro ex-president Bill Clinton even langskomen, gewoon omdat het kon. De reclamebudgetten hebben overigens weinig tot geen effect op het keuzegedrag van consumenten op de zorgverzekeringsmarkt. Zorgverzekeraars die relatief het meeste uitgaven aan reclame zagen juist klanten vertrekken. Aan kosten voor verkoop via derden, zoals tussenpersonen en intermediairs word jaarlijks minimaal zo’n 200 tot 450 miljoen euro uitgegeven. Ziektekostenverzekeraars betalen ook dik voor contracten met de grotere vergelijkingssites en hebben 6 tot 7 miljard euro meer in kas dan vereist is door De Nederlandsche Bank (DNB). Minister Schippers had verwacht dat de zorgverzekeraars 1,5 miljard van deze overtollige reserves zouden gebruiken om de premiestijging te temperen. Het laatste kabinet besloot de AWBZ af te schaffen en de wijkverpleging onder de zorgverzekeringswet te brengen, waardoor er alleen al voor de wijkverpleging 3,6 miljard extra zorg onder de basispolis valt. De bijdrage wordt in vier jaar stapsgewijs afgebouwd. DSW geeft voortaan geen geld meer uit aan reclame om mensen te verleiden van zorgverzekeraar te switchen. Al langer werkt DSW niet samen met vergelijkingssites, omdat die per overstapper een vergoeding krijgen.

➔Het aantal mensen dat zijn zorgpremie niet kan betalen blijft stijgen. Begin september 2024 ging het om 184.500 personen. Vorig jaar waren dat er 178.912. Zorgverzekeraars geven mensen die hun premie langer dan zes maanden niet hebben betaald door aan het CAK. Die houdt dan meestal een premie in op uitkering of salaris, zodat de wanbetaler toch verzekerd blijft. Verzekeraars lopen door wanbetalers naar schatting zeker 170 miljoen euro per jaar mis. Ruim 1 miljoen Nederlanders moeten een betalingsregeling voor de zorgpremie treffen en maandelijks wordt 20 miljoen euro aan zorgpremie zelfs helemaal niet voldaan. Zo’n 30.000 mensen zijn zelfs helemaal onverzekerd. Achterstanden op zorgkosten zijn, na belastingschulden, de meest voorkomende schulden bij mensen die om schuldhulpverlening vragen. 14 procent van de patiënten zegt af te hebben gezien van een vervolgbehandeling, omdat die onder hun (onbetaalbare) eigen risico valt. Alleenstaande ouders en allochtonen zijn vaker wanbetaler dan gemiddeld. Bij jongeren tot 35 jaar is 1 op de 29 wanbetaler tegenover 1 op de 250 bij 65-plussers. Het aandeel wanbetalers is het hoogst onder Antillianen en Surinamers. Mensen met een betalingsachterstand kunnen niet overstappen naar een andere verzekeraar voordat de schuld is voldaan of er een betalingsregeling is getroffen. Bij een betalingsachterstand van minimaal zes maandpremies worden zij door de zorgverzekeraar bij het Zorginstituut Nederland (ZN) aangemeld als wanbetaler en moeten dan als sanctie met behoud van de basisverzekering een verhoogde premie betalen. De zorgpremie gaat in 2024 opnieuw met gemiddeld 12 euro omhoog naar circa 150,00 per maand. Vanaf 12 november maken de zorgverzekeraars de premie bekend. Op 31 december 2022 hadden 158.980 mensen van 18 jaar en ouder (1,1%) een achterstand met de betaling van hun zorgpremie. Zorgverzekeraar DSW sponsort voetbalclub SBV Excelsior al 12 jaar lang van de winst op de zorgpremie. DSW blijft ook de komende drie jaar hoofdsponsor van de club. Univé is al 15 jaar hoofdsponsor van de Friese club sc Heerenveen en vanaf 1 juli 2016 ook hun businesspartner. Menzis is sponsor van FC Twente. IZA sponsort evenementen als de NK Veldloop, de Ambtenaren Toertocht Venlo, de Jonge Ambtenarendag, de Jonge Ambtenaar van het jaar-verkiezing en de GemeenteMarathon. VGZ steekt de zorgpremie onder andere in winacties voor vierdaagse tribunekaarten of een relax-pakket en United Consumers gebruikt de zorgpremie van VGZ voor een gratis iPad Air 2. ZZ sponsort hardloopwedstrijden, basketbal, zwemmen, wandelen en toertochten. Achmea is de grootste (zorg)verzekeraar in Nederland (Zilveren Kruis, FBTO en Avéro Achmea). Het concern heeft ongeveer 5,5 miljoen zorgverzekerden. VGZ is met ruim 4 miljoen verzekerden de tweede zorgverzekeraar in Nederland. In totaal word er jaarlijks voor circa 10 miljoen euro gefraudeerd.

➔Haga, die vestigingen in Den Haag en Zoetermeer heeft, zit in financiële problemen en wil daarom bezuinigen op de personeelskosten. De ziekenhuisgroep wil minder krachten inhuren en vertrekkende medewerkers soms niet vervangen. Dat is waarschijnlijk niet genoeg, en in dat geval moeten maximaal 150 vaste werknemers worden ontslagen. Het is nog niet bekend om wat voor medewerkers het gaat, maar volgens het ziekenhuis zijn dit geen verpleegkundigen en specialisten op de operatiekamers of de spoedeisende hulp. De reorganisatie moet begin 2026 zijn afgerond. De locatie in Den Haag kwam vorig jaar 1 miljoen euro tekort, die in Zoetermeer 2,5 miljoen euro. Dit jaar zijn de vestigingen samengegaan en wordt er een tekort van 20 miljoen euro verwacht. “In de begroting voor dit jaar was onvoldoende rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van de hoge inflatie en de gestegen loonkosten door nieuwe cao-afspraken. Eerder dit jaar werden meerdere verpleegkundigen ontslagen vanwege diefstal van medicijnen. Het ziekenhuis ontdekte de weggenomen middelen op de afdeling verloskunde met behulp van een verborgen camera. Uit onvrede over hoe het ziekenhuis de kwestie heeft aangepakt, zouden nog eens vijf collega’s ontslag hebben genomen. Het HagaZiekenhuis bevestigt dat het om vijf verpleegkundigen gaat van de afdeling verloskunde in Den Haag. Het Haga Ziekenhuis geeft toe dat het in het verleden weleens camera’s heeft ingezet voor het toezicht op personeel. Dat doet het ziekenhuis pas als er een vermoeden is dat er sprake is van diefstal of als er ‘soortgelijke dingen’ spelen. Door de ontslagkwestie zou het HagaZiekenhuis kampen met personeelskrapte op de afdeling verloskunde. Bij de diefstal van de medicijnen in deze kwestie zou het vooral gaan om benzodiazepinen, en dan met name oxazepam en temazepam, meldt vakblad Skipr. Dat zijn middelen die stress en angst verminderen. Deze kunnen verslavend zijn en worden door artsen daarom normaal gesproken voorgeschreven voor een periode van maximaal twee maanden. De waarde van de weggenomen medicijnen zou enkele honderden euro’s zijn. Begin maart stond een andere verpleegkundige al voor de rechter voor gestolen medicijnen bij het HagaZiekenhuis. Toen zei de 51-jarige ex-medewerkster dat ze de zware kalmeringsmiddelen ‘onder dwang’ stal. De rechter geloofde haar niet. De vrouw kreeg een werkstraf van 200 uur, waarvan 100 uur voorwaardelijk, en verplichte begeleiding door de reclassering. De zaak in Den Haag staat niet op zichzelf. Het meenemen van medicijnen voor eigen gebruik speelt op meer plekken. Zeker zorgmedewerkers met avonddiensten nemen ‘weleens een slaaptablet’. Er waren dit jaar al meerdere situaties vergelijkbaar met die in het HagaZiekenhuis waarbij er een relatie zou zijn met de werkstress, ‘dat ze daardoor dat soort tabletten pakken’. De laatste twee tot drie jaar is er een flinke stijging. Het gaat dan vooral om kalmeringsmiddelen, zoals oxazepam en temazepam, maar ook om zeer verslavende en pijnstillende geneesmiddelen (opiaten), zoals oxycodon, fentanyl en morfine. 

➔Een 34 jarige verpleegkundige die meerdere keren te hard reed met een ambulance en de ziekenwagen ook buiten werktijd mee naar huis nam en bovendien een eerder was veroordeeld voor ontucht met patiënten is uiteindelijk toch ontslagen. De man werkte sinds oktober 2020 voor Ambulance Amsterdam als verpleegkundige, waar hij exclusief toeslagen bijna 4000 euro per maand verdiende. Hij was niet aangenomen als ambulance chauffeur en beschikte niet over de vereiste opleiding, maar toch liet het bedrijf de man de ambulance besturen. De man reed dertien keer te hard en gebruikte de ambulance ook vier keer buiten werktijd, onder andere om mee naar huis te rijden. Ambulance Amsterdam bood hem in augustus 2022 een vaststellingsovereenkomst aan om het arbeidscontract te beëindigen, maar dat wilde de verpleegkundige in eerste instantie niet. Een paar maanden later kwamen ze er alsnog uit en werd ook afgesproken dat beide partijen naar buiten toe geen negatieve uitspraken over elkaar zouden doen. Volgens de man hield zijn werkgever zich daar niet aan, onder meer door aan iemand van de ambulancedienst in Den Haag, die daar telefonisch naar vroeg, te bevestigen dat de man op non-actief was gesteld, waarbij ook werd gezegd dat het niet lag aan zijn kwaliteiten als verpleegkundige. De verpleegkundige spande brutaal genoeg alsnog een rechtszaak aan, waarin hij om een ontslagvergoeding van een ton (ongeveer twee jaarsalarissen) vroeg. Nadat de rechter dit verzoek had afgewezen, ging hij vergeefs in hoger beroep. De verpleegkundige stelde nooit te zijn gewaarschuwd over zijn rijgedrag, terwijl zijn leidinggevende een keer was meegereden en er niets van zei. Bij de rechtszaak bleek dat de man in december 2021 was veroordeeld tot drie maanden cel, met een proeftijd van drie jaar, omdat hij ontucht had gepleegd met twee patiënten. Hij mocht drie jaar niet meer als verpleegkundige werken, maar was tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan. Daarom was het beroepsverbod nog niet ingegaan. De man stelde dat Ambulance Amsterdam hiervan af wist.

➔Pancras Hogendoorn de vicevoorzitter van de raad van bestuur van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) is opgestapt na berichten in de pers waaruit blijkt dat hij al sinds 2021 op de hoogte was van fraude met Europese onderzoeksubsidies. Percuros BV, een subsidiebureau dat werd ingehuurd, fraudeerde uit persoonlijk financieel gewin. De fraude werd opgetekend in gesprekken met oud-promovendi van het LUMC in een veiligheidsrapport uit 2019. Een klokkenluider onthulde in het voorjaar van 2022 dat de fraude in december 2021 al besproken werd. Ze werd als promovendus ontslagen omdat ze in het LUMC werkte, maar officieel in dienst was bij een Scandinavisch bedrijf. Zo’n constructie is in strijd met de regels. Desondanks lichtte het ziekenhuis subsidieverstrekker REA niet in.

➔Meerdere bewoners van zorginstelling Cleijenborch in Colijnsplaat zijn de afgelopen jaren onder verdachte omstandigheden overleden. Een grootschalig politieonderzoek richt zich op de vraag of een personeelslid een rol speelde bij de mogelijk onnatuurlijke dood van deze cliënten.

➔De penningmeester van de stichting Vrienden van het Bravis Ziekenhuis wist tussen juni 2021 en juni 2023 84.000 privé te pinnen en van de stichting te stelen. De man is ontslagen.

➔De 30-jarige verpleegkundige wordt verdacht van betrokkenheid bij de dood van meerdere patiënten in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen (WZA) Hij zou zichzelf hebben aangemeld voor de corona-afdeling want dat zou een roeping voor hem zijn geweest. De verdachte zou ook stage hebben gelopen in een ziekenhuis in Duitsland. De sterfgevallen waren ten tijde van de coronapandemie, op de corona-afdeling van het Drentse ziekenhuis. Het onderzoek draait om de periode tussen maart 2020 en mei 2022. De verdachte heeft uit het Drentse Noordenveld had ook gewerkt in het Martini Ziekenhuis en het UMCG in Groningen. Dat was voor zijn periode in Assen, waar hij volgens het dagblad in oktober 2019 begon. De woordvoerders geven aan dat het Martini Ziekenhuis en het UMCG niet betrokken zijn in het onderzoek van het Openbaar Ministerie.  De raad van bestuur van het WZA kreeg een melding waarna de medewerker op non-actief werd gezet, het ziekenhuis deed een melding bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de politie werd ingeschakeld. Die begon samen met het OM Noord-Nederland een strafrechtelijk onderzoek. Het onderzoek zou gaan over 24 sterfgevallen.

➔In 2022 schorste het Zwolse Isala-ziekenhuis twee cardiologen omdat zij verdachten zijn in een strafrechtelijk onderzoek naar corruptie. Justitie legde beslag bij een emeritus hoogleraar interventiecardiologie van het Radboud UMC die voorheen bij het Isala werkte, bij de voormalig directeur van het Isala Hartcentrum en bij een gepensioneerd cardioloog van het Isala. De Fiod doorzoekingen in Nederland, Duitsland en op Curaçao. Alle vijf verdachten zouden betrokken zijn bij Diagram bv. dat niet-commerciële en commerciële hart- en bloedvatenonderzoek doet en ict-diensten levert aan ziekenhuizen. Ook daar werd een inval gedaan door de FIOD.
Het bedrijf werd in 1996 opgericht, door de betrokkenen. Negen cardiologen van het ziekenhuis hebben gezamenlijk een belang van 40,5 procent in het bedrijf. Ook de voormalig directeur van het Isala Hartcentrum, verdachte in het onderzoek, heeft een belang in Diagram.
De afdeling cardiologie van het Isala dat bekendstaat als een van de beste in Nederland, kwam in opspraak vanwege een slechte werksfeer. Uit interne rapporten bleek dat er sprake was van vriendjespolitiek en een verziekt werkklimaat. De cardiologen hebben patiënten onder druk gezet om een pacemaker of implanteerbare defibrillator te nemen. In één geval werd een pacemaker geïmplanteerd in een kliniek in Indonesië waar Isala-cardiologen werkten. Zij investeerden ook in die kliniek. de grote fraudezaak rond het Isala-ziekenhuis in Zwolle. De fisciale opsporingsdienst Fiod deed onderzoek naar naar cardiologen, die zich voor miljoenen zouden hebben laten omkopen door Biotronik. Het onderzoek loopt nog steeds.

➔Zes cliënten bij Acuut zorggroep, een instelling voor begeleid en beschermd wonen in Tilburg zijn overleden, zonder dat de Gemeente ingreep.  Ook seks met cliënten, een stagiair die een kopstoot krijgt zijn bevindingen van zeven jaar toezicht op zorgbedrijven in Tilburg.  Het toezicht op de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) door gemeenten is belabberd, concludeerde eerder ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Sinds 2019 is het toezicht eerder verslechterd dan verbeterd. Over specifiek de veiligheid van kwetsbare mensen die op beschermd wonen zijn aangewezen, uitten de IGJ en Wmo-toezichthouders in april 2021 al hun zorgen. Naar aanleiding van onderzoeken door het Brabants Dagblad en Follow the Money wil PvdA dat minister Conny Helder (VWS, VVD) onafhankelijk onderzoek instelt en een breed onderzoek  naar het toezicht op zorgbedrijven. De instelling werd 1 februari 2021 failliet verklaard, nadat de Gemeente haar handen aftrok van de instelling. Directrice Neriman K. van Actueel Zorg heeft in vijf jaar tijd 1,3 miljoen euro uit haar thuiszorgbedrijven opgenomen en de complete administratie laten verdwijnen. In november 2019 deed de politie een inval bij K. Een maand later gingen haar bv en haar eenmanszaak failliet. Curator Eddy Kolkman ontdekte al snel dat iedere vorm van administratie ontbrak en deed in januari strafrechtelijk aangifte tegen de directrice. K. heeft tussen 2014 en 2019 1,3 miljoen euro zorggeld vermeng met haar privévermogen. Waarom dat geschuif met geld nodig was kon ze niet uitleggen en ze wist ook niet meer precies wat er nou betaald is. Volgens K is de boekhouder met de noorderzon vertrokken inclusief de administratie. Volgens de curator loopt de schuld in de tonnen. Wat overblijft is een claim van ruim 45.000 euro op het eveneens omstreden zorgbedrijf De Rozenhof uit Oldenzaal. K. zou dit geld nog tegoed hebben voor uitgevoerde werkzaamheden.

➔De top van thuiszorginstelling Privazorg in Amersfoort treedt af op verzoek van door de Ondernemingskamer. Drie leden van de raad van commissarissen, bestuurder Teun H. en de directeuren van PrivaZorg vanwege bestuurlijke misstanden. Privazorg levert door heel Nederland thuiszorg aan zo’n tweeduizend ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) plaatste de instelling in het voorjaar van 2019 onder verscherpt toezicht, nadat zorggeld weggesluisd werd en er hierdoor ernstige interne ruzies waren ontstaan. Een bestuurder sluisde minimaal 12 miljoen euro naar een eigen stichting. Enkele bestuurder vertrokken en directeuren Sandra K. en Rolf B. stapten naar de rechter om te voorkomen dat zij werden ontslagen. Ook zij stappen nu op, omdat Privazorg naast de malversaties ook nog als geheel verlies maakt en de continuïteit van de zorg in het gedrang dreigde toe komen.

➔De gemeente Nijmegen heeft in juli 2017 aangifte gedaan tegen zorginstelling de Rigtergroep die heeft gefraudeerd met het persoonsgebonden budget (pgb) van veertig cliënten. De organisatie mag geen nieuwe cliënten meer aannemen. De Rigtergroep huisvest op vijf locaties cliënten voor beschermd wonen. Voor de veertig cliënten die nu in een huis van de Rigtergroep wonen wordt andere huisvesting gezocht.

➔Uit lijsten van ziekenhuisdoden van de Inspectie voor de Gezondheidszorg blijkt dat honderden medische missers niet worden aangemeld bij de inspectie. De afgelopen drie jaar zouden 1214 patiënten overleden zijn door een zogeheten calamiteit. Maar op grond van berekeningen van instituut Nivel blijkt dat maar liefst 3000 ziekenhuispatiënten het slachtoffer moeten zijn geworden van medische missers. 60 procent van de gevallen worden dus niet gemeld. Slachtoffers van medisch falen zijn vooral 65-plussers en baby’s. Bij de gevallen die wél werden aangemeld bij de inspectie, is in het overgrote deel (90 procent) inderdaad sprake van fouten bij de behandeling in het ziekenhuis. De zorginspectie meldt dat alle ziekenhuizen, op één na stelselmatig te weinig melding maken van calamiteiten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft alle academische centra onlangs op de vingers getikt: van dit soort grote ziekenhuizen met ernstig zieke patiënten worden meer meldingen verwacht. Het AMC in Amsterdam doet het laagste aantal meldingen van alle academische ziekenhuizen. In de periode 2013-2015 werden 16 dodelijke calamiteiten aangemeld. Het Academisch Medisch Centrum (AMC) en het VU medisch centrum (VUmc) fuseren binnenkort.

➔Tien van de 26 door de inspectie onderzochte vestigingen van Veilig Thuis schieten in ernstige mate tekort in hun toezicht op de veiligheid van kinderen, zijn vertrouwensartsen onbereikbaar, is de registratie niet in orde en zijn er wachtlijsten van maanden. Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) doet geen levertransplantaties en complexe niertransplantaties uit vanwege een conflict tussen de artsen over hun onderlinge werkwijze. Drie van de zeven chirurgen haakten af.

➔Bij het Radboudziekenhuis in Nijmegen is 5 oktober een 39-jarige arts van de kinder-intensive-care gearresteerd op verdenking van het bezit van kinderporno. De betrokken arts werkte sinds november 2011 in het team van kinderintensivisten. Revalidatiecentrum Reade in Amsterdam heeft met een verlies van 3,4 miljoen euro bij een omzet van 69 miljoen euro het vertrouwen van de ING bank verloren. De omzet is enorm gedaald terwijl de kosten gelijk bleven. De zorginstelling met 800 werknemers, en 60 medisch specialisten maakt te weinig winst om de rente en aflossingen te kunnen blijven voldoen.

➔Vanwege de bezuinigingen op soa-poliklinieken moet de GGD Amsterdam vanaf oktober mensen weigeren voor controle op geslachtsziekten. Volgens de GGD gaat het op jaarbasis om 2600 mensen, ofwel 6000 consulten.

➔De rechter heeft 8 september een 29-jarige verpleegkundige van het Atrium ziekenhuis in Heerlen veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan een jaar voorwaardelijk vanwege het hebben van seks in zijn proeftijd met drie psychiatrische patiënten. Hij was namelijk al eerder voor een zedendelict veroordeeld. De man mag verder zijn beroep vijf jaar lang niet uitoefenen. Hoe de man ondanks zijn eerdere veroordeling toch door het ziekenhuis te werk werd gesteld kan het ziekenhuis niet uitleggen. Van februari 2010 tot januari 2013 heeft hij volgens de rechtbank meerdere seksuele contacten gehad met de psychisch kwetsbare vrouwen van de psychiatrische afdeling.

➔Zorgverzekeringen vergoeden brillen en lenzen alleen bij medische noodzaak. Bij de duurdere aanvullende verzekeringen is er slecht een kleine vergoeding van een paar tientjes De premie die je betaalt, is vaak duurder dan de vergoeding die je krijgt. Armlastigen die niet zonder bril kunnen hebben hiermee een groot probleem. Ziektekostenverzekering Zorg en zekerheid vergoed bijvoorbeeld slechts 20 euro per jaar. Ook voor hoortoestellen zijn er forse eigen bijdragen van 25 % (ruim 200 euro per oor + het eigen risico) en de kosten hoog. Alleen al de batterijen, die niet in het zorgpakket zitten, kosten tussen de 80 en 100 euro per jaar.

➔Zo’n 40.000 jonge kinderen tussen twee en zeven jaar hebben een ernstig verwaarloosd melkgebit, variërend van dikke lagen plak, tot afgebrokkelde en tot stompjes afgesleten tanden, ontstekingen en abcessen. Een kwart van de tandartsen moet probleemgevallen zelfs doorverwijzen naar een gespecialiseerde kindertandarts of kaakchirurg. Uit een onderzoek onder 66 tandartsen bleek bij bijna 10.000 gevallen verwaarlozing van het kindergebit.

➔Op de locatie Langendijk van het Amphia Ziekenhuis in Breda viel de koelmachine die de temperatuur in de operatiekamers op 16 tot 18 graden houdt uit. Zeven van de acht operatiekamers waren hierdoor tijdelijk buiten gebruik. In april waren er ook al problemen met de stroomvoorziening en konden er geen operaties worden uitgevoerd. Vanwege geplande nieuwbouw wordt bezuinigd op het onderhoud. In december deed de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) een inval ten behoeve van een onderzoek naar vermoedelijke declaratiefraude. Het Amphia Ziekenhuis in Oosterhout sloot 21 september vier operatiekamers vanwege een waterlekkage. 37 operatiepatiënten moesten worden afgezegd. Amphia moest in januari een chirurg 400.000 euro betalen, omdat de arts na een interne ruzie volgens de rechter in Breda onterecht werd weggestuurd. Vanaf juni worden patiënten, op verzoek van zorgverzekeraars en het Ministerie van Volksgezondheid, zonder verwijzing van een huisarts weggestuurd.

➔De cardiologieafdeling van het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan den IJssel heeft bij twee patiënten een diagnose gemist, met fatale gevolgen. In mei stierf een 19-jarige jongen die ondanks twee onderzoeken niet verder werd behandeld. Eerder overleed een 16-jarig meisje nadat de cardiologen haar hartaandoening niet hadden gezien. De verantwoordelijke artsen zijn berispt door het tuchtcollege. De betreffende arts is inmiddels werkzaam bij een ander ziekenhuis. Hij kreeg een voorwaardelijke schorsing van een jaar met een proeftijd van twee jaar.

➔Apothekers hebben regelmatig te maken met boze klanten. De agressie komt door de verplichte bijdrage van zes euro die betaalt moet worden voor de uitleg die bij nieuwe medicijnen gegeven wordt. Het advies werd vroeger verwerkt in de prijs van de medicijnen, maar om de zorgkosten transparanter te maken, besloot de minister de bedragen apart te laten vermelden. De apothekers en de KNMP willen dat de splitsing wordt teruggedraaid. Afschaffen van het informatiegesprek is geen optie, vindt de KNMP; Bellen met artsen of het onderzoeken van het medisch verleden horen er soms ook bij en soms neemt de voorbereiding een hele dag in beslag.

➔Het Maasziekenhuis in Boxmeer krijgt tot en met 2022 jaarlijks 2,5 miljoen euro van het ministerie van Volksgezondheid om overeind te kunnen blijven.

➔Een oud-bestuurder van de Stichting Gehandicaptenzorg Limburg (SGL) moet de stichting in totaal 280.000 euro terugbetalen. Het gerechtshof in Den Bosch heeft dat in hoger beroep besloten. De man uit Schinnen wordt ervan verdacht, samen met zijn vriendin, zorggeld te hebben uitgegeven aan dressuurpaarden, kunst en luxe verbouwingen aan hun villa.

➔Zorgverzekeraars hebben berekend dat ziekenhuizen over 2013 voor 277 miljoen euro ten onrechte hebben gedeclareerd. Bestuurders van academische ziekenhuizen declareren overmatig voor dure wijnen, sterrenrestaurants en snoepreisjes. Samen declareerden dertig ziekenhuisbestuurders in 2013 en 2014 meer dan 17.500 euro aan alcoholische dranken. De drankrekening van het Leids UMC was het hoogst met ruim 4.100 euro.

➔De Inspectie SZW ontdekte in mei 2016, na klachten van een zorgverzekeraar, een miljoenenfraude met medicijnen door een apothekersorganisatie. In tien panden in het zuiden en midden van het land werden huiszoekingen gedaan en de administratie in beslag genomen. De apothekersorganisatie zou dure (niet-preferente) medicijnen bij de zorgverzekeraars in rekening brengen terwijl aan de patiënten goedkope (preferente) medicijnen werden geleverd. Zowel de organisatie als het bedrijf dat de administratie en facturatie van de medicijnen verzorgt zijn verdacht evenals de twee bestuurders die ook worden verdacht van valsheid in geschrifte, oplichting en witwassen. In 2016 werd voor 18,9 miljoen euro aan oneigenlijk in rekening gebrachte zorgkosten gedeclareerd. Een jaar eerder was dat 11,1 miljoen euro. Het meest werd gefraudeerd met PGB-budgetten (13,5 miljoen) en wijkverpleging (ruim twee miljoen). Verzekeraars spreken van fraude wanneer sprake is van bewust of opzettelijk handelen waarmee onterecht voordeel wordt behaald. Bijna 6000 aanbieders van pgb-zorg hebben een strafblad.

➔De Brabantse jeugdzorginstelling Juzt Lievenshove te Oosterhout werd ontmanteld en ontbonden. Juzt was aanbieder van specialistische jeugd- en opvoedhulp bij complexe problemen en hielp gezinnen die met huiselijk geweld te maken hebben. Juzt zat al jaren in financiële problemen, sinds de bezuinigingen en de lage tarieven die gemeenten nog willen betalen voor jeugdzorg. Sinds 2015 sluiten Gemeenten de contracten tegen een te lage prijs.

➔Willy B. van zorginstelling De Vier Linden in het Drentse Papenvoort wordt vervolgd voor uitbuiting van een kwetsbare cliënt tussen 2012 en 2014. Al jarenlang waren er tientallen signalen van slechte zorg bij bedrijven die B. door het hele land runde met haar ex-partner, maar daar werd nooit iets mee gedaan. Onder de namen Another World, Stop & Go en Back to Basics werd sinds 2005 vanuit Papenvoort, en later ook op andere plekken in het land, zorg verleend aan kinderen met gedragsproblemen en kinderen die uit huis waren geplaatst. In 2007 trok een stagiair van de locatie in Papenvoort aan de bel. Hij stelde dat er sprake was van kindermishandeling. Volgens hem was er sprake van lijfstraffen voor kinderen. Zo zouden ze onder koude douches worden gezet en soms kilometers op sokken over straat moeten lopen. Another World breidde in 2007 uit. Er kwamen onder meer locaties in Wekerom, het Duitse Emlichheim en het Overijsselse Onna. Die laatste locatie was bedoeld als crisisopvang voor uithuisgeplaatste kinderen die nog niet bij reguliere instanties terecht konden. De opvang was gevestigd in een oude afgelegen boerderij verscholen tussen de bossen. Niet zo lang ervoor was er een hennepplantage opgerold. Een duik in het verleden toont aan dat er al veel langer twijfels waren bij de verleende zorg op bedrijven van B. en haar voormalige partner, die beiden geen vooropleiding in de zorg hebben.

➔Voormalig Minister Ernst Kuipers (Volksgezondheid) Kuipers wilde de kinderhartchirurgie in Nederland per oktober 2025 centraliseren, waardoor kinderhartoperaties alleen nog in Rotterdam en Groningen zouden kunnen worden uitgevoerd. Hij wilde daarmee de kwaliteit van de zorg verbeteren. Hij mocht naar het oordeel van de voorzieningenrechter in juli 2023, de twee medische afdelingen voor kinderhartchirurgie in Leiden/Amsterdam en Utrecht sluiten. Begin 2024 diende de zaak echter inhoudelijk en de rechter zette daar meteen een streep onder de plannen van de inmiddels plotseling vertrokken demissionaire minister Kuiper. Het besluit was aangevochten door de universitaire ziekenhuizen van Leiden, Amsterdam en Utrecht. Momenteel vinden de operaties aan aangeboren hartafwijkingen bij kinderen bij vier kinderhartcentra plaats, verbonden aan vijf universitaire ziekenhuizen. Kinderen kunnen terecht bij centra in Rotterdam, Utrecht, Leiden en Groningen. Kuipers wilde dat de operaties vanaf oktober 2025 alleen nog konden plaatsvinden in Rotterdam en Groningen, omdat de kwaliteit zou verbeteren als artsen meer ervaring zouden opdoen met specialistische ingrepen.

➔Een kaakchirurg van het Erasmus MC die relaties had met vijf vrouwen die onder hem werkten, soms zelfs tegelijk, is volgens de hoogste rechter terecht ontslagen. De chirurg eiste  4,5 miljoen euro schadevergoeding van het Erasmus, maar dat werd door de rechter afgewezen. Hij had de relaties tussen 2014 en 2022. Na een melding bij de Ombudsman greep de leiding in. Volgens de kaakchirurg waren de relaties met wederzijdse instemming. Maar de vrouwen, die minstens twintig jaar jonger waren, waren ook afhankelijk van hem. De chirurg was ook voorzitter van de Centrale Opleidingscommissie. Ook moest hij hun werk beoordelen. Volgens de chirurg waren relaties op de werkvloer aan de orde van de dag. De Raad van Bestuur zou dat hebben gedoogd en zelfs gefaciliteerd, zo zei hij. Volgens Medisch Contact zegt de medisch specialist dat hij is ‘geofferd’ omdat Erasmus MC door twee vrouwen met wie hij een relatie heeft gehad zou zijn bedreigd met media-aandacht. Hij suggereerde ook dat het ziekenhuis zwijggeld aan de twee zouden hebben aangebonden. In 2023 werd hij ontslagen. Het Gerechtshof heeft bepaald dat hij zijn baan niet terug krijgt, maar wel een transitievergoeding van 85.000 euro. Wel moet hij daarvan de 24.000 euro aan juridische kosten die het ziekenhuis heeft gemaakt betalen.

➔De burgemeester van Rheden heeft 11 april 2026 per direct het verpleeghuis Huize Rhederpark in De Steeg gesloten. Hij wilde niet wachten tot de patiënten, zoals de inspectie had geëist, zouden worden overgeplaatst. De gemeente Rheden bevestigt de sluiting van het verpleeghuis aan RTL Nieuws, na berichtgeving van het AD. Alle zes patiënten zijn gisteren samen overgeplaatst naar een andere zorginstelling in de buurt. Een bezoek van de inspectie gisteren gaf voor de gemeente de doorslag om het verpleeghuis meteen te sluiten, zegt een woordvoerder. Er kwamen toen signalen die ‘steunend en bevestigend’ waren voor een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Twee dagen eerder gaf de IGJ opdracht aan zorginstelling Derman Woonzorg om mensen binnen vier weken over te dragen aan andere zorgaanbieders, nadat er ernstige misstanden waren vastgesteld. De burgemeester wilde daar dus niet op wachten.  De inspectie gaf de opdracht omdat de risico’s voor de veiligheid van de cliënten groot waren en er geen vertrouwen was dat de situatie zou verbeteren. “Het bestuur en management van Derman Woonzorg laten op de lange termijn geen lerend vermogen en urgentiebesef zien. In een rapport uit februari schreef de inspectie dat cliënten de hele dag voor de televisie zaten en er geen dagbesteding of activiteiten werden aangeboden. Ook waren dossiers niet op orde en werd niet goed gecontroleerd of cliënten hun medicatie hebben gehad. De inspectie had ook grote zorgen over de hygiëne. Zo rook het bij een bezoek ernstig naar urine en stonden er vuilniszakken en een volle asbak op een kamer. Bovendien werd er zorg geleverd door mensen zonder diploma, of die nog in opleiding waren. De zorginstelling scoorde op acht van de twaalf normen een voldoende en het management stuurde ook niet aan op verbeteringen. 

➔Vijf medewerkers van het Erasmus MC hebben ongeoorloofd patiëntendossiers ingekeken. Het gaat om de dossiers van 34 patiënten. Twee van de medewerkers zijn daarom begin december 2025 op staande voet ontslagen. De andere drie hebben ‘disciplinaire maatregelen’ gekregen. De twee medewerkers die hun baan kwijt zijn, zijn volgens een woordvoerder ontslagen ‘vanwege de aard en ernst van hun ongeoorloofde inzagen’. De zogenaamde disciplinaire maatregelen voor de andere drie houden in dat zij bijvoorbeeld worden overgeplaatst naar een andere afdeling. Verdere details wil het ziekenhuis niet geven. Of het ging om dossiers van bijvoorbeeld bekende Nederlanders of bekenden van de medewerkers, wist de woordvoerder van het ziekenhuis niet. “We hebben de patiënten die het betreft inmiddels ingelicht en onze excuses aangeboden”, zegt Paul Boomkamp, lid van de Raad van Bestuur. Hij zegt ook dat het ziekenhuis er alles aan doet om het ‘vertrouwen te herstellen en herhaling te voorkomen’. Het incident is gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens, dat gebeurt vaker bij een datalek.

➔Het Openbaar Ministerie (OM) is niet in staat de toenemende criminaliteit in de zorg te bestrijden en volgens het OM wordt de zorg voor criminelen steeds aantrekkelijker. Met circa 10 procent van de 100 miljard euro die jaarlijks in de zorg omgaat, wordt gefraudeerd. Dat is tien miljard euro op jaarbasis. Het OM zegt dat er steeds meer criminele netwerken in de zorg actief zijn. Eerder waarschuwden de inspecties daar ook al voor. Het zou gaan om criminelen die zich eerder schuldig hebben gemaakt aan bijvoorbeeld plofkraken, drugshandel en geweld. Regelmatig sluit één gemeente met honderden bedrijven contracten af, terwijl er niet of nauwelijks controle is. Om de toenemende zorgfraude aan te pakken, moet er volgens het OM kritischer gekeken worden naar de instroom van malafide zorgbedrijven. ‘Wij kunnen als OM niet aan de achterkant blijven dweilen’, zegt Verwiel. Het OM pleit voor een vergunningstelsel voor zorgbedrijven. Onderzoeken naar zorgfraude worden op dit moment voornamelijk door het Landelijk Parket van het OM gedaan in samenwerking met de recherche Zorgfraude van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Zij kunnen zo’n 20 zaken per jaar aan. Veel fraudezaken blijven nu nog op de plank liggen bij het Landelijke Parket. Van de Kraats: ‘Onderzoeken naar zorgfraude zijn vaak complex en tijdrovend.’ Om de criminaliteit in de zorg beter te kunnen bestrijden, wil het Landelijk Parket dat elk regionaal OM zorgfraude als prioriteit gaat stellen. Zorgfraude is een breed begrip en omvat een diversiteit aan verschijningsvormen. Van gesjoemel met declaraties tot iemand die zich voordoet als zorgverlener. Van opzetten van ondoorzichtige constructies tot sluiten van dossiers om liquiditeit tijdelijk te vergroten. 

➔Een toenemend aantal ziekenhuizen heeft financiële problemen, schrijft BDO Accountants & Adviseurs in de jaarlijkse ‘benchmark’ van het bedrijf. Acht ziekenhuizen schreven over het vorige jaar rode cijfers, aldus BDO, terwijl het er een jaar daarvoor nog maar twee waren. En bijna de helft van de ziekenhuizen haalde een resultaat van minder dan 1 procent van de omzet. Bijna één op de vier ziekenhuizen zit financieel in zwaar weer. Ook de hele zorgsector en met name de ouderenzorg maakt te weinig winst. Vijftien ziekenhuizen hebben ernstige financiële problemen en twee ziekenhuizen staan op de rand van faillissement. Zo’n 29 verpleeghuizen staan op het randje van failliet gaan. Het gemiddelde salaris van Nederlandse financieel directeuren bedraagt 128.000 euro per jaar. Bij zorgverzekeraars is dat gemiddeld bijna 4 keer zo veel en zit 42 procent boven het plafond (513 bestuurders). De gemiddelde overschrijding bedraagt ruim 25.000 euro.

➔Pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst voor minder dan 4 dagen per week krijgen wettelijk recht op WW, Ziektewet en WIA. In Nederland zijn er 25 zorgverzekeraars, verdeeld onder negen concerns, waarvan Achmea de grootste is. Dit concern heeft zo’n 31,3% van de markt in handen. Naast Achmea wordt het gros van de Nederlandse markt ingenomen door VGZ, CZ en Menzis. VGZ is de op één na grootste zorgverzekeraar met een marktaandeel van 24,7%. CZ en Menzis volgen met respectievelijk 20,5% en 12,6%. Overige zorgconcerns zoals DSW, ONVZ en ENO verdelen het resterende deel van de markt, waarbij de percentages uiteenlopen van 0,9% tot 2,7%. 119 zorgondernemingen in de geestelijke gezondheidszorg, de gehandicaptenzorg en de thuiszorg hebben in 2019 minstens 27,1 miljoen euro aan dividend uitbetaald. In enkele gevallen werden uitzonderlijk hoge bedragen uitgekeerd, tot wel 2 miljoen euro.

➔Zorgverzekeraar VGZ neemt het grootste deel van de activiteiten van branchegenoot ONVZ over. Het kleinere ONVZ blijft bestaan en biedt zorgverzekeringen aan zoals eerder, maar VGZ wordt de risicodrager van de polissen. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) moet de overname nog goedkeuren. Als dat gebeurt, bereikt VGZ bijna 4,5 miljoen verzekerden. Het bedrijf wordt dan de op een na grootste zorgverzekeraar van Nederland, na Zilveren Kruis. De samenwerking heeft voordelen voor beide partijen. VGZ krijgt toegang tot nieuwe doelgroepen, zoals hoogopgeleiden en zorgverleners. ONVZ-klanten profiteren van een grotere financiële stabiliteit. “Voor ONVZ is dit een strategische stap”, zegt Jean-Paul van Haarlem, bestuursvoorzitter van ONVZ. “Dankzij VGZ kunnen we onze premie betaalbaar houden en blijven we eersteklas zorg bieden aan onze klanten.” Medewerkers van ONVZ hoeven zich geen zorgen te maken om hun baan. Zij kunnen in principe aan de slag bij VGZ.

➔3FM heeft 25 december 2025, na zes dagen actievoeren met muziekpresentaties in het Glazen Huis in Den Bosch 18.423.566 euro opgehaald voor Spieren voor Spieren. NPO liet weten dat het oude record dateert uit 2012, toen aan het einde van de actieweek 12,2 miljoen euro werd ingezameld. Dat bedrag groeide daarna nog verder door tot 13,8 miljoen. Dit jaar werd het record al vóór het einde van de actie gepasseerd. Bij een tussenstand om 18.00 uur stond de teller al op 15.163.447 euro, mede door een sterke eindsprint van donaties en acties in en rond het Glazen Huis in Den Bosch. De 3FM-dj’s Barend van Deelen, Sophie Hijlkema en Mart Meijer werden voor de bekendmaking van het eindbedrag na zes dagen bevrijd uit het Glazen Huis. Luisteraars droegen bij door platen aan te vragen tegen een donatie en door mee te doen aan acties in en rond het Glazen Huis. De opbrengst gaat naar Spieren voor Spieren, dat zich inzet voor kinderen met een spierziekte. Miljardair Robert van der Wallen doneerde door actie bij zijn golfclub een half miljoen euro. Robert van der Wallen was tot 2023 acht jaar lang voorzitter van de stichting en is ook sponsor van wieler- en schaatsploeg Jumbo Visma. Daarnaast is Van der Wallen voorzitter van de Raad van Commissarissen van PSV. Hij regelde tientallen miljoenen aan investeringen voor de club. Spieren voor Spieren is een Nederlandse stichting die zich inzet voor kinderen met spierziekten, met als doel onderzoek, behandelingen en ondersteuning te bieden aan de ongeveer 20.000 kinderen die hiermee te maken hebben. Spieren voor Spieren werd in 1998 opgericht door het Nederlands Voetbalelftal en heeft als doel om gezonde spieren in te zetten voor zieke spieren. De stichting richt zich op: Vroegtijdige diagnose van spierziekten, effectieve behandelingen en het verbeteren van de kwaliteit van leven voor kinderen met spierziekten, onderzoek naar nieuwe behandelingen en beweegprogramma’s die kinderen helpen om actief te blijven. De stichting wordt gesteund door een betrokken groep ambassadeurs. Ere-ambassadeurs Louis en Truus van Gaal zijn al sinds 2000 aan de stichting Spieren voor Spieren verbonden, evenals beschermheren Frank en Ronald de Boer. Zo zijn er nog veel meer (oud-) topsporters verbonden aan de stichting. Samen met kind-ambassadeurs en een netwerk van professionals geven zij gezicht aan de missie van de organisatie: alle spierziekten bij kinderen verslaan. Spierziekten zorgen ervoor dat spieren iedere dag zwakker worden. Soms ligt de oorzaak in de spier zelf, soms in de zenuwen of in het signaal tussen hersenen en spieren. Spieren die nodig zijn om te lopen, ademen of slikken, vallen langzaam uit. Er zijn meer dan 600 verschillende spierziekten. Sommige openbaren zich direct na de geboorte, andere pas jaren later. De één ontwikkelt zich razendsnel, de ander sluipt langzaam het lijf in. De impact verschilt per spierziekte én per kind. Allemaal hebben ze één ding gemeen: hun spieren breken langzaam af. En wat verloren gaat, komt nooit meer terug. Waar kinderen tijdens hun groei normaal gesproken sterker worden, worden kinderen met een spierziekte juist elke dag een beetje zwakker. Kinderen met een spierziekte kampen niet alleen met lichamelijke uitdagingen. Ze kunnen vaak niet meedoen met hun leeftijdsgenoten. Een spierziekte heb je én houd je. Voor de rest van je leven.

➔Zembla wijt een programma over de behandelmethode van GGZ-instelling Psytrec in Zeist. Gerenommeerde psychiaters en traumatherapeuten stellen dat een deel van de patiënten door de behandelmethode in de instelling gehertraumatiseerd raakt. Tijdens de sessies worden ze blootgesteld aan situaties waarin de gebeurtenissen die het trauma hebben veroorzaakt, worden nagebootst. Daarbij worden onder meer seksuele attributen als dildo’s en nepsperma, maar ook nepwapens, gebruikt. “Daar is geen enkele rechtvaardiging voor, zeker niet wetenschappelijk,” aldus hoogleraar psychiatrie Jim van Os van het UMC Utrecht. Zembla sprak met meer dan twintig ex-patiënten van Psytrec in Zeist. Vrijwel allen rapporteerden verslechtering van klachten na afloop van de behandeling. Twaalf therapeuten die ex-patiënten van Psytrec in vervolgbehandeling hebben, bevestigen deze verslechtering en geven aan dat patiënten minder vertrouwen hebben in verdere therapie. De behandelmethode zou daarmee contraproductief werken. Meerdere voormalige patiënten verklaren dat zij tijdens deze sessies werden opgesloten in kasten, waarbij harde hijggeluiden werden afgespeeld. Ze moesten lichamelijke houdingen aannemen die overeenkwamen met die tijdens hun verkrachting. Exposure wordt in deze context ingezet om angst te doorbreken, waarbij therapeuten gebruikmaken van objecten, geluiden en geuren. Volgens deze ex-patiënten werd vaak geen rekening gehouden met hun grenzen of belastbaarheid. Hoogleraar Eric Vermetten (LUMC), gespecialiseerd in psychotrauma, noemt deze vorm van exposure gevaarlijk, vooral wanneer therapeuten doorgaan nadat patiënten aangeven te willen stoppen. Volgens hem worden in die gevallen dezelfde grenzen overschreden als tijdens het oorspronkelijke trauma. Psytrec stelt dat exposure onderdeel is van een wetenschappelijk onderbouwde behandelmethode, opgenomen in internationale richtlijnen. Andere GGZ-instellingen passen ook hoog-intensieve therapieën toe waarin exposure voorkomt. Volgens experts en oud-patiënten onderscheidt Psytrec zich echter negatief door de grensoverschrijdende manier waarop deze therapie wordt uitgevoerd. Patiënten worden niet vooraf geïnformeerd over het gebruik van seksuele attributen en worden gedwongen door te gaan met de sessies ondanks protest. 

Hoogleraar Van Os noemt het gebruik van pornografisch materiaal als behandelmateriaal grensoverschrijdend op een manier die geen nadere beoordeling door de Inspectie vereist. Psytrec beweert dat de wens van de patiënt om te stoppen altijd wordt gerespecteerd. Directeur Sjef Berendsen stelt dat meldingen van afwijkende ervaringen waardevolle feedback vormen. De meeste klachten in dit onderzoek betroffen Psytrec. Oud-patiënten omschrijven de behandeling bij Psytrec als streng geprotocolleerd, onpersoonlijk, gehaast en hertraumatiserend.

Psytrec claimt dat 85–90% van de patiënten na de behandeling minder klachten ervaart, en dat 70–75% geen PTSS-diagnose meer heeft. Deze cijfers missen wetenschappelijke onderbouwing volgens emeritus-hoogleraar Pim Cuijpers (VU), omdat Psytrec geen gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek toepast. Volgens Cuijpers zijn de uitspraken van Psytrec daardoor onjuist. Berendsen erkent dat gerandomiseerd onderzoek de gouden standaard is, maar noemt het kostbaar en lastig uitvoerbaar vanwege praktische en ethische factoren.

De behandeling van Psytrec wordt vergoed vanuit de basisverzekering. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) erkent dat er onvoldoende zicht is op de effectiviteit van behandelingen binnen de GGZ-sector. Volgens Cuijpers is het onbegrijpelijk dat dit mogelijk is binnen het zorgstelsel. Zembla heeft de bevindingen voorgelegd aan de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). 

➔23 januari 2026. Op 9 december meldde Nestlé Nederland aan de NVWA dat cereulide was aangetroffen in een productielijn van een Nederlandse fabriek. Aanvankelijk betrof het producten die uitsluitend voor export bestemd waren, waarna via het Europese waarschuwingssysteem andere lidstaten zijn geïnformeerd. Op 5 januari bleek na vervolgonderzoek dat de toxine afkomstig was uit een grondstof die in meerdere producten was verwerkt. Daarop haalde Nestlé twee producten uit de handel, ook in Nederland.

Franse autoriteiten onderzoeken of het overlijden van de baby’s verband houdt met flesvoeding die deels in Nederland is geproduceerd. Eerder werd in een batch kunstvoeding van Nestlé de giftige stof cereulide gevonden, die bij baby’s kan leiden tot misselijkheid, braken en diarree. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en voedingsmiddelenconcern Nestlé zeggen geen signalen te hebben dat de aangetroffen toxine in flesvoeding in Nederland heeft geleid tot veel zieke baby’s. Daarmee reageren zij op berichtgeving uit Frankrijk, waar onderzoek wordt gedaan naar het overlijden van twee baby’s die mogelijk van de betreffende voeding hebben gedronken.

Nestlé Nederland laat weten dat er tot nu toe geen causaal verband is vastgesteld tussen ziektegevallen en hun babyvoeding. Wel ontving Nestlé vier vragen van ouders van wie kinderen eerder last hadden van diarree of braken. De NVWA kreeg één melding binnen van een ziek kindje dat herstelde nadat met het product was gestopt.

Nestlé Nederland stelt dat cereulide aanwezig was in een ingrediënt van een leverancier die aan meerdere fabrieken levert, ook buiten Nederland. Ook andere producenten van flesvoeding, waaronder Danone en Lactalis, gebruiken dezelfde grondstof en hebben inmiddels producten teruggeroepen in naar verluidt 78 landen.  Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) in België heeft begin februari 2026 bij een 2e Vlaamse baby sporen van de bacterie cereulide gevonden.
Door de enorme productievolumes zijn er bij een fout meteen veel meer producten en dus ook meer consumenten betrokken. Begin dit jaar riep Nestlé al producten van het babyvoedingsmerk NAN terug. In Oostenrijk potjes werden potjes HiPP babyvoeding met rattengif besmet om het bedrijf af te persen. De crimineel eiste ongeveer 2 miljoen euro (in cryptovaluta). Er werden meerdere vergiftigde potjes aangetroffen in Oostenrijk, Tsjechië en Slowakije. Het betrof onder andere potjes met wortel- en aardappelpuree.

 

 


  • Wijkverpleging
  • 🔒

    Reactie achterlaten?

    Om uw privacy en de veiligheid van deze website optimaal te waarborgen, maken wij geen gebruik van een online contactformulier.

    U kunt uw reactie of vraag direct en veilig sturen naar onze redactie@bvs.nl via onderstaande knop.

    🔒

    Reactie achterlaten?

    Om uw privacy en de veiligheid van deze website optimaal te waarborgen, maken wij geen gebruik van een online contactformulier.

    U kunt uw reactie of vraag direct en veilig sturen naar onze redactie@bvs.nl via onderstaande knop.

    📧 Mail de redactie

iv>

w.nza.nl/zorgsectoren/paramedische-zorg”>Paramedische zorg

Terug naar nieuwsoverzicht
Voor vragen, sponsoring, adverteren, reacties of klachten kunt u mailen naar Rvschaik@bvs.nl