De historische groei van Artificial Intelligence (AI) vertoont een opvallende gelijkenis met het klassieke sprookje van Jaap en de bonenstaak. Wat begon als een handvol theoretische ‘magische bonen’, is in recordtempo uitgegroeid tot een technologische reuzenplant die rechtstreeks tot in de digitale wolken (de cloud) reikt.
Net als in het sprookje brengt deze exponentiële groei zowel ongekende schatten als grote risico’s met zich mee. Terwijl het AI-gebruik op de werkvloer explodeert en er miljardeninvesteringen in datacenters nodig zijn, blijkt het bewaken van de kwaliteit ervan een hardnekkige uitdaging.
De wereldwijde investeringen in datacenters zullen de komende jaren blijven toenemen door de groeiende AI-vraag. Volgens internationaal onderzoek van PwC kan het totale investeringsbedrag hiervoor in 2050 uitkomen op 31,6 biljoen dollar, oftewel meer dan 27.000 miljard euro. De verwachting van PwC is gebaseerd op gegevens uit een eigen Global Data Centre Outlook. PwC sluit niet uit dat het bedrag nog groter uitvalt, omdat AI-toepassingen nog sneller groeien dan was voorzien.
AI-chatbot ChatGPT heeft in mei naar schatting de grens van 1 miljard maandelijkse actieve app-gebruikers gepasseerd. De chatbot heeft er ongeveer drie jaar over gedaan om dit aantal te halen. Daarmee groeit ChatGPT sneller dan de apps van TikTok, Instagram, YouTube en Google Maps. China zit ondertussen ook niet stil en investeert de komende vijf jaar bijna 300 miljard dollar in de bouw van nieuwe datacenters. De investering is onderdeel van China’s economische strategie om de positie van het land in de wereldwijde AI-race te versterken.
Het geld dat de komende decennia met AI-datacenters gemoeid zal zijn, kan mogelijk zelfs hoger zijn dan de totale omvang van de Amerikaanse economie, die een waarde heeft van circa 30 biljoen dollar. De PwC-onderzoekers denken dat het meeste investeringsgeld naar datacenters in de Verenigde Staten zal gaan, met een bedrag van ruim 15 biljoen dollar. Daarna volgen Azië (8,2 biljoen dollar), Europa (5,6 biljoen dollar) en het Midden-Oosten en Afrika, met lagere investeringen. Het grootste deel van die mega-investeringen zal gaan naar chips en upgrades van apparatuur die nodig zijn voor datacenters om de grote rekenkracht te blijven leveren voor AI. Een belangrijke voorwaarde voor waar de investeringen plaatsvinden, is dat er voldoende en betaalbare stroom en koelwater voorhanden zijn.
De EU heeft op 30 juli 2026 de aanbesteding uitgeschreven voor de bouw van zeven AI-gigafabrieken. De gigafabrieken werden al in het voorjaar van 2025 aangekondigd, met als wens de technologische onafhankelijkheid van de EU te vergroten. Er staan al AI-fabrieken in de EU, maar de nieuwe gigafabrieken moeten met 100.000 AI-chips vier keer zo groot worden. Zo worden het een soort supercomputers waarop AI-modellen op grote schaal kunnen worden ontwikkeld en getraind. De Commissie verwacht dat de bouw van de zeven gigafabrieken 30 miljard euro zal kosten. Daarvan zal 10 miljard komen uit EU- of nationale budgetten. Brussel hoopt op 20 miljard euro aan private investeringen.
Volgens recent onderzoek gebruikt 84 procent van de zzp’ers AI (Artificial Intelligence) bij hun werkzaamheden en de helft van hen gebruikt het zelfs dagelijks. In finance en zakelijke dienstverlening ligt het gebruik met 89 procent zelfs nog hoger. 71 procent gebruikt AI voor schrijven, 64 procent voor het zoeken naar informatie of onderzoek en 36 procent voor data-analyse. 20 procent gebruikt AI om terugkerende taken te automatiseren. Gebruikers zijn positief over de snelheid, maar vaak naïef over de kwaliteit. De gemiddelde waardering van alle gebruikers is een 6,9, en dagelijkse gebruikers geven zelfs een 7,8. 63 procent betaalt voor de AI-tools en geeft daar maandelijks tussen de tien en twintig euro aan uit. Het hoge percentage baart zorgen over controle en vertrouwelijkheid. Fouten die AI maakt, worden regelmatig niet tijdig ontdekt, ondanks dat 64 procent zegt het resultaat te controleren. De AI Act schuift organisaties een duidelijke verantwoordelijkheid toe: zij zijn niet alleen gebruiker van AI, maar óók de toezichthouder. Dat betekent dat je als bedrijf precies moet weten welke AI je inzet, wat die doet en welke risico’s daaraan verbonden zijn.
Boven in de wolken blijkt de AI-reus onvoorspelbaar. Hoewel 64 procent zegt de resultaten te controleren, worden fouten regelmatig niet tijdig ontdekt. Dit leidt tot grote zorgen over de controle en vertrouwelijkheid. Zelfs de absolute wereldtop gaat hierbij pijnlijk de mist in:
Vier rapporten van PwC, die bedoeld waren om nieuwe klanten uit het Midden-Oosten binnen te halen, bleken vol te staan met voetnoten die verwezen naar niet-bestaande artikelen. De rapporten gingen nota bene over AI. De adviesrapporten stonden vol met AI-hallucinaties omdat ze grotendeels met AI waren geschreven. Er werden valse of niet-bestaande bronnen aangehaald, zoals een onderzoek van MIT over kunstmatige intelligentie in overheidsdiensten en een verzonnen academisch paper over luchtkwaliteit in Riyadh. Verder bleken voetnoten niet chronologisch en stonden er onjuiste citaten in. De afgelopen jaren voorziet juist PwC veel bedrijven van advies rondom AI. Samen met de andere Big Four-kantoren proberen zij medewerkers en klanten te stimuleren om de technologie te implementeren. Daarmee raakt het debacle een gevoelige snaar: juist PwC gaat zelf op deze manier de mist in.
Ook Deloitte ging al in de fout en moet de Australische overheid 440.000 Australische dollar terugbetalen vanwege fouten in een rapport voor het Australische Department of Employment and Workplace Relations. Een academicus van de Universiteit van Sydney ontdekte fouten, onjuiste verwijzingen, incorrecte citaten en verwijzingen naar niet-bestaande rapporten, waaronder vermeende publicaties van hoogleraren aan de universiteiten van Sydney en Lund (Zweden). Een woordvoerder van het Australische ministerie verklaarde tegenover Britse media dat Deloitte heeft erkend dat sommige referenties en voetnoten onjuist waren. De zaak roept vragen op over de betrouwbaarheid van AI-gegenereerde inhoud in professionele rapportages en de verantwoordelijkheid van adviesbureaus bij het waarborgen van kwaliteit.
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken toonde op een grote aidsconferentie in Brazilië een door AI gegenereerde afbeelding waarop zes Afrikaanse landen op hele vreemde posities werden afgebeeld. Zelfs de vorm van de landen was niet juist, waardoor het een beschamend vreemde vertoning werd. Zeker gezien het onderwerp en het feit dat de landkaart aan belangrijke mensen in de gezondheidszorg werd getoond. Juist ook uit Afrika. Dan is het extra vervelend dat Mozambique naar de Hoorn van Afrika was verplaatst, Ivoorkust in het zuiden van het continent lag en Nigeria niet meer aan zee lag. Uganda was een stuk kleiner op de kaart getekend, maar kwam er beter af dan Kameroen, dat helemaal niet op de kaart stond, maar wel in de legenda werd vermeld.
In het sprookje hakte Jaap de bonenstaak om toen het gevaar te groot werd. Voor AI is dat te laat; de technologie is te diep geworteld en niet meer te stuiten. Strikte regulering moet ervoor zorgen dat de AI-reus niet valt. Er gelden sinds augustus daarom niet voor niets nieuwe verplichtingen vanuit een Europese AI-verordening (AI Act). Bedrijven en organisaties die AI inzetten, moeten in verschillende situaties duidelijk maken wanneer mensen met kunstmatige intelligentie communiceren of wanneer bepaalde AI-gegenereerde content wordt gebruikt. Voor veel organisaties is dit een goed moment om hun AI-toepassingen te evalueren en te inventariseren. Niet alleen de techniek, maar ook de manier waarop AI aan gebruikers wordt gepresenteerd, moet voldoen aan de nieuwe Europese regels. Laten we dus vooral hopen dat de bonenstaak niet sneller groeit dan ons gezonde verstand.


Leave a Reply