Advertisement

Westnijlvirus bij paarden en mensen

Bij een paard in het Zuid-Hollandse Schipluiden is het westnijlvirus (WNV) vastgesteld. De melding werd op 4 augustus 2026 gedaan bij de Wereldorganisatie voor Diergezondheid (WOAH) en werd bevestigd door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Kort daarna bleken nog vier paarden in Zuid-Holland (tussen Rotterdam en Den Haag) en een paard ten zuiden van Nijmegen besmet te zijn. Begin augustus werd het virus daarnaast aangetroffen bij een jonge grasmus in Utrecht en in een verzamelmonster van muggen. De besmettingen kwamen aan het licht dankzij de syndroomsurveillance van Royal GD en WBVR, waarmee de introductie en verspreiding van het virus onder paarden in Nederland nauwkeurig wordt gevolgd. Er worden momenteel nog meer paarden onderzocht.

Het westnijlvirus werd in 2020 voor het eerst in Nederland vastgesteld bij een mens. In het najaar van dat jaar raakten in totaal acht mensen besmet in de regio’s Utrecht en Arnhem. Bij paarden werd het virus in 2025 voor het eerst in Nederland aangetoond (bij twee paarden in Berkel en Rodenrijs). Eerder ging het steeds om paarden die het virus in het buitenland hadden opgelopen. Sinds 2020 is er in Nederland geen enkele menselijke besmetting meer gemeld, maar begin augustus overleed een vrouw uit Drenthe waarschijnlijk ook door een besmetting met het Westnijlvirus, aldus GGD Drenthe. Zij liep de besmetting op tijdens een vakantie in Zuidoost-Europa en kreeg daar ook voor het eerst klachten.

In delen van Europa neemt het aantal infecties echter snel toe. Vooral in Griekenland is er een scherpe stijging: daar zijn inmiddels 21 besmettingen bij mensen bevestigd, waarvan 14 in de eerste week van augustus 2026. Opvallend is dat 20 van deze patiënten een ernstige, neuro-invasieve vorm van de ziekte ontwikkelden, zoals encefalitis of meningitis; 13 mensen liggen nog in het ziekenhuis. Italië meldde eveneens 21 gevallen bij mensen, verspreid over 17 regio’s. Daarnaast zijn er lokale besmettingen vastgesteld in Noord-Macedonië (2), Roemenië (2) en Spanje (2). De transmissieperiode is pas net begonnen; de meeste infecties worden doorgaans tussen juli en september gezien. Volgens WHO-directeur Hans Henri Kluge zorgen hogere temperaturen en langere zomers ervoor dat muggen zich sneller verspreiden en langer actief blijven.

Het Westnijlvirus wordt verspreid door trekvogels en via de beet van een besmette mug overgedragen op mensen en paarden. In Europa gebeurt dit vooral door gewone steekmuggen (Culex pipiens), die het virus oplopen door te voeden op geïnfecteerde vogels.
Zowel mens als paard geldt als een ‘eindgastheer’: ze kunnen wel besmet raken, maar dragen het virus niet verder over op andere muggen, mensen of dieren. Een besmetting bij een paard is wel een belangrijk signaal dat het virus in de buurt circuleert. Een verdenking bij paarden moet dan ook direct worden gemeld.
De meeste infecties verlopen mild. Bij ongeveer één op de vijf besmette paarden treden symptomen op. Bij mensen ontwikkelt ongeveer 1 op de 150 patiënten een levensbedreigende neurologische aandoening.

Voor mensen is er geen vaccin beschikbaar en evenmin een specifieke antivirale behandeling. Voor paarden – die vatbaarder zijn voor de ziekte dan mensen – is er wel een vaccin beschikbaar. Na vaccinatie duurt het vier tot zes weken voordat er voldoende bescherming is opgebouwd. Met circa 60 euro is dit vaccin wel wat prijziger dan bijvoorbeeld een influenzavaccin, dat iets meer dan de helft kost.


Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *