
Naar het nieuws van 2025
Naar het nieuws van 1e half jaar 2026
- De Franse slag
Frankrijk bevindt zich in een kritieke situatie. In 2023 was er al een begrotingstekort van 5,8 procent en dat is na drie jaar nog 5,1%. De rente op staatsobligaties stijgt ondertussen flink door de politieke onzekerheid. Centrale banktopman François Villeroy de Galhau waarschuwde eerder al voor de kwetsbare overheidsfinanciën en Moody’s verlaagde de vooruitzichten voor de kredietstatus van stabiel naar negatief, terwijl de rating zelf werd gehandhaafd op Aa3.
Ook plaatsvervangend topvrouw van het Internationaal Monetair Fonds Gita Gopinath waarschuwde in augustus 2025 bij haar afscheid dat obligatiemarkten wereldwijd ‘in een kwetsbare positie’ verkeren en wees daarbij ook expliciet op de ernstige situatie in Frankrijk die het waarschijnlijk tot in 2029 niet zal lukken om de begrotingstekorten terug te brengen tot de EU norm. Om de tekorten te financieren geeft Frankrijk staatsobligaties uit ter waarde van 11,5 miljard euro, waarvan 2,5 miljard inflatie-gebonden.De begrotingscijfers van Frankrijk verslechteren sneller dan werd verwacht doordat de regering wordt belemmerd om belangrijke beleidsuitdagingen aan te pakken. Het Assemblée Nationale is versnipperd sinds de verkiezingen, waardoor het doorvoeren van hervormingen of zware bezuinigingen politiek vrijwel onmogelijk is.
De financiële situatie van Frankrijk, met de stijgende schulden en de politieke uitdagingen, vormt een risico voor de eurozone. Het herstellen van de Franse overheidsfinanciën is van cruciaal belang voor de economische toekomst van zowel Frankrijk als de gehele eurozone.
Vorig jaar kondigde Macron nog aan dat het defensiebudget bijna wordt verdubbeld tot 64 miljard euro in 2027, inclusief extra uitgaven van 3,5 miljard in 2026 en 3 miljard in 2027. Hiervan wordt onder andere een nieuw vliegdekschip gebouwd, dat net als zijn voorganger nucleair aangedreven zal worden. Het 310 meter lange schip krijgt ruimte voor 30 gevechtsvliegtuigen en ongeveer 2000 bemanningsleden. Door de nucleaire aandrijving kan het jarenlang zonder nieuwe brandstof varen. De bouw kost naar verwachting ongeveer 10 miljard euro. Naast de bouw van het nieuwe vliegdekschip kondigde Macron ook een extra investering in defensie aan om het leger te versterken. Met 200.000 actieve militairen heeft Frankrijk, na Polen, het grootste leger van de Europese Unie. Het aantal reservisten moet de komende vier jaar stijgen van 40.000 naar 80.000.Er moet zo’n 126 miljard euro bezuinigd worden om tegen 2032 de staatsschuld te stabiliseren. De hoge staatsschulden van Frankrijk, Italië en Spanje maken de Economische en Monetaire Unie (EMU) zeer kwetsbaar. De Franse staatsschuld is al opgelopen tot 3,5 biljoen euro, Italië 3,1 biljoen euro en Duitsland met 2,9 biljoen.
Wat deze schuldenberg extra gevaarlijk maakt, is het wegblijven van economische groei in combinatie met een hardnekkig hoge inflatie. Nadat de Franse economie begin 2026 met 0,2 procent kromp, bleek de inflatie in de eurozone halverwege het jaar weer te zijn opgelopen tot 3,4 procent. De consumentenprijzen blijven ver boven de officiële doelstelling van 2 procent van de Europese Centrale Bank (ECB) steken. De eurozone bevindt zich hiermee in de gevarenzone van stagflatie: stagnerende groei, stijgende prijzen en een onhoudbare rentelastenpolitiek. Dat is voor de ECB een duivels dilemma want als zij de rente verhoogt om de inflatie te bestrijden, stijgen de Franse rentelasten op de schuld nog sneller. Als zij de rente verlaagt om de economie te stimuleren, blijft de inflatie te hoog.De Franse minister van Onderwijs heeft 8 oktober 2026 als reactie op de aanhoudende felle protesten in Frankrijk een noodplan aangekondigd. Op korte termijn wil hij meer dan 3000 extra leerkrachten inzetten. De docenten moeten volgens minister Geffray gaan werken op de 514 scholen waarbij het lerarentekort het grootst is. Volgens de minister kunnen de meesten al voor volgende week dinsdag aan de slag. Daarnaast wordt er met “de Franse slag” geld vrijgemaakt om na de herfstvakantie, die in Frankrijk van 17 oktober tot 2 november duurt, tijdelijk personeel in te huren. Waar het geld vandaan gehaald moet worden is nog onduidelijk. De inflatie in Frankrijk loopt ondertussen gestaag op en ligt rond de 3 tot 3,4 % (HICP).
- Pech hebben
Ongeveer 1,6 miljoen mensen hebben een studieschuld. Van hen zijn 1,1 miljoen oud-studenten die nog geld uit hun studietijd moeten terugbetalen. Nieuwe studenten lenen minder vaak, vooral sinds de basisbeurs in 2023 opnieuw werd ingevoerd. Deze beurs is een toelage die in een gift verandert als de student op tijd afstudeert. Tussen 2015 en 2023 gold het leenstelsel, waarbij studenten ook het bedrag van de basisbeurs moesten lenen.
Door de herinvoering van de basisbeurs hebben huidige studenten minder vaak een studieschuld. In 2025 hadden 460.000 studenten een schuld, 150.000 minder dan in 2023. Dat komt niet alleen door de teruggekeerde basisbeurs, maar ook doordat nieuwe studenten minder tijd hebben gehad om een schuld op te bouwen. Tegelijkertijd stijgt de gemiddelde studieschuld. Sinds de invoering van het leenstelsel in 2015 is deze met 5.800 euro gestegen. Ongeveer de helft van de schulden bedraagt 10.000 euro of minder, maar bijna 150.000 mensen hebben een schuld van een halve ton of meer. Ruim 3.000 mensen moeten zelfs 100.000 euro of meer terugbetalen.
Het totaal aantal studieschulden zal de komende jaren naar verwachting blijven toenemen. Ook de gemiddelde schuld zal waarschijnlijk verder stijgen, omdat sommige studenten die onder het leenstelsel begonnen nog studeren en over hun lening rente betalen. Bij niet tijdig terugbetalen wordt bovendien rente op rente berekend. De gemiddelde studieschuld steeg van circa 17.100 euro in 2023 naar 17.800 euro in 2024 en € 18.200 in 2025. In 2026 is door de teruggekeerde basisbeurs de gemiddelde schuld onder huidige studenten gedaald naar 15.600 euro, terwijl oud-studenten nog een gemiddelde schuld van 19.200 euro hebben.
De rente op studieleningen gaat in 2027 voor ongeveer 250.000 oud-studenten omhoog. Voor oud-studenten die vóór 2015 een lening aangingen, stijgt de rente met bijna 1 procentpunt naar 3,28 procent. Zij vallen onder het oude stelsel en moeten hun lening binnen vijftien jaar terugbetalen. Voor studenten die na 2015 een lening aangingen, stijgt de rente met 0,37 procentpunt naar 2,7 procent. Zij krijgen 35 jaar de tijd om hun schuld af te lossen.
De nieuwe rentepercentages gelden niet voor alle oud-studenten. De rente wordt voor iedere student eens per vijf jaar opnieuw vastgesteld. Het nieuwe percentage geldt daarom voor oud-studenten met een studieschuld van wie de rentevaste periode afloopt. In totaal gaat het om ongeveer 250.000 mensen.
De oplopende rente is een gotspe voor degenen die tussen september 2015 en september 2023 aan hun studie begonnen. Zij hadden geen recht op een basisbeurs en moesten hun studie zelf financieren met een lening van de overheid, in de verwachting dat de rente laag zou blijven. Die verwachting kwam niet uit. De rente liep op, waardoor ook hun studieschulden groeiden. Dubbel pech voor de ‘pechgeneratie’.
- Creatief met kurk
De verkoop van opnieuw 10% van het staatsbelang in ABN AMRO en de lopende verkenningen rondom de privatisering van de Volksbank doen vermoeden dat Eelco Heinen creatief bezig is om de gewijzigde kabinetsplannen, vanwege de Pro blokkade, creatief te financieren. In de eerdere verkoopronde werd het overheidsbelang in ABN AMRO al met 10% verminderd. Deze verkopen leverden de staat ook circa 2,5 miljard euro op.
Door het belang in ABN AMRO via een nieuw NLFI handelsplan opnieuw te halveren van 20,7 procent naar 10,5 procent wordt nog eens 3,5 miljard euro verzilverd. Omdat de begrotingstekorten structureel te dekken heeft Eelco Heinen voor volgend jaar de resterende 10% beschikbaar en voor het 3e en vierde jaar zijn er de geplande opbrengsten van de verkoop van de Volksbank, die naar verwachting ook zo’n 3 miljard in het laatje zullen brengen. Volgens de vigerende begrotingsregels van de Rijksoverheid is de opbrengst uit de verkoop van staatsdeelnemingen expliciet niet bestemd voor het kader- en het EMU-saldo. Dit betekent dat het geld wettelijk gezien niet mag worden toegevoegd aan de algemene middelen om lopende, structurele uitgaven (zoals uitkeringen, AOW-voorzieningen of gemeentelijke budgetten voor het sociaal domein) direct te financieren.
De miljardenopbrengsten stromen daarom dus eerst naar het aflossen van de nominale staatsschuld. Dit aflossingsmechanisme remt de door de kabinetswijziging oplopende staatsschuld en heeft daarbij ook een directe, kwantificeerbare impact op de rijksbegroting via de besparing op de jaarlijkse oplopende rentelasten van 3,67 procent.
Wanneer de overheid schulden aflost met de verkoopopbrengsten, hoeft zij over dat deel geen nieuwe obligaties uit te geven of te herfinancieren tegen de huidige hoge marktrente. De feitelijke en toekomstige rentebesparingen laten zien dat de directe besparing de overheid een directe structurele rentebesparing oplevert van 128,45 miljoen euro per jaar. Wanneer de totale buffer van circa 10 miljard euro aan bankenaandelen de komende twee jaar volledig wordt verzilverd, dan stijgt de jaarlijkse besparing op de rentelasten naar geschat zo’n 367 miljoen euro per jaar.
Indien de verwachte inflatiedruk aanhoudt en de kapitaalmarktrente doorstijgt naar een verwacht scenario van 4,25 procent dan is het kassa voor de schatkist. Dit zal de Staat dan nog eens 425 miljoen euro per jaar aan bespaarde rentelasten opleveren.Eelco Heinen rekent zich echter te snel rijk met deze korte opleving. Alleen al het dividend van ASN Bank bedroeg vorig jaar 124 miljoen euro. De verdere afbouw van het staatsbelang in ABN AMRO leidt ook nog eens tot een structureel lagere dividendontvangst van circa €105 miljoen. Bij volledige privatisering van ASN Bank en verdere afbouw van ABN AMRO kan het jaarlijkse gemiste dividend daardoor 250 miljoen tot 300 miljoen euro bedragen.
De schatkist loopt na de verkoop van de kroonjuwelen dus structureel zo’n 300 miljoen euro aan dividend mis. Het verdonkeremanen van kroonjuwelen is een kostbare tactiek om een minderheidskabinet in stand te houden.
- Beurscrash niet langer ondenkbaar
Centrale banken, De Nederlandsche Bank en gerenommeerde internationale accountantskantoren waarschuwen voor een mogelijke zeepbel bij Techbedrijven die momenteel extreme onzichtbare schulden opbouwen. Gezamenlijk hebben de Mag7 Tech-reuzen minimaal zo’n 300 miljard dollar aan verplichtingen in beleggingsvehikels zitten.
De minimaal 300 miljard dollar aan onder andere lease- en purchase commitments staan niet volledig als schuld op de balans. Dat houdt kredietratings en toegang tot goedkoop kapitaal intact en vertraagt de prijsvorming van het risico. Tegelijkertijd blijkt dat de Techbedrijven hun eigen SI-modellen niet meer onder controle hebben en dat de gevaren stelselmatig worden onderschat.
Ook president Trump bagatelliseert de gevaren van SI publiekelijk stevig. Hij noemt de waarschuwingen paniekzaaierij en is als de dood dat de VS wordt ingehaald door China. Om zich in te dekken stelt hij wel een “Super Intelligence Force” in, met aan de leiding Jay Clayton (Director of National Intelligence, de topman van de Amerikaanse inlichtingendiensten) en een deadline van 120 dagen. Zo voorkomt hij niet alleen dat het Congres, Democratische staten, internationale organisaties of paniekerige tech-CEO’s het initiatief van hem afpakken, maar zorgt het er tevens voor dat hij zelf kan uitstappen als inderdaad blijkt dat de klokkenluiders gelijk hebben. En als er later écht iets misgaat kan hij wijzen op zijn taskforce en aantonen dat hij er al mee bezig was.
De meeste pensioenfondsen en mandaten worden beoordeeld op relatieve performance ten opzichte van een index of peer group. Wie fors onderweegt in de Magnificent Seven terwijl deze blijven stijgen, loopt structureel achter en gokt met andermans geld in plaats van er op te passen als een goede huisvader (fiduciaire plicht). Een groot deel van het kapitaal zit in indexfondsen of sterk index-georiënteerde strategieën. Die kopen automatisch meer van wat al groot en gestegen is. Actieve managers die willen afwijken, moeten eerst die passieve stroom overwinnen. Dat is blijkbaar te moeilijk (of te duur). De AI-tools die de fondsen en asset managers natuurlijk ook gebruiken, zijn grotendeels getraind op recente data en marktgedrag. Die data zeggen: “Tech/AI heeft de afgelopen jaren het beste gerendeerd, concentratie heeft geloond.” Risicomodellen kijken vaak naar historische volatiliteit en correlaties, niet naar nieuwe vormen van off-balance leverage of “controleverlies over AI-modellen”. Complexe, onzichtbare risico’s worden daardoor systematisch onderschat. Falen met de massa is carrière technisch veiliger dan succesvol afwijken. Dit is het klassieke “better to fail conventionally”-mechanisme dat ook in 2008 speelde. Veel professionals binnen de fondsen denken (of hopen) dat zij bij de eersten zullen zijn die eruit stappen als het echt misgaat. In de praktijk is liquiditeit asymmetrisch: omhoog is er genoeg, omlaag droogt die snel op, vooral bij geconcentreerde posities.
Dezelfde professionals en assetmanagers moeten beslissen via besturen, beleggingscommissies en externe adviseurs. Dat gaat traag. Zelfs als een risicomanager of SI-analyse alarm slaat, moet dat door lagen van overleg, scenario-analyses en “maar wat als we te vroeg zijn?”. Intussen blijft de zeepbel zichzelf opblazen en stijgen de koersen. Pensioenfondsen moeten in een wereld van lagere structurele groei en vergrijzing toch ergens rendement vandaan halen, nu fossiel “not done” is. De tech/AI-rally en de energietransitie hebben het laatste jaar die belangrijke plek ingenomen en een afslag nemen op een gebaand pad vereist moed en inzicht.
Een beurscrash met een daling van 20% of meer in de brede Amerikaanse indices (S&P 500) of de Nasdaq binnen een relatief kort tijdsbestek (pakweg enkele weken tot een half jaar) is voor de komende 12–24 maanden niet ondenkbaar en wordt door SI berekend op ongeveer 25% tot 40%. De kans op een stevige correctie van 15–25%: rond de 40–50% en de kans op een klassieke crash van 30%+ richting de 15–25%.
Doordat de Mag7 elkaar nog overeind houden, blijven zwakke en onzichtbare risico’s verborgen en kunnen de schulden en verplichtingen verder oplopen. Als het probleem echter zit in te hoge waarderingen, tegenvallende SI-winsten, zware regulering, of serieuze controleproblemen met de modellen, dan helpt het niet als de andere zes bijspringen. Ze kunnen liquiditeit of contracten verschuiven, maar ze kunnen de fundamentele winstgevendheid of het vertrouwen van de markt niet eindeloos forceren en dan kan het voor de sterkere partijen op een gegeven moment aantrekkelijker worden om een zwakkere broeder uit de zeven gewoon te laten vallen.
Zolang het vertrouwen en de liquiditeit er nog zijn kunnen we rustig verder slapen. Zodra het vertrouwen echt breekt of Jay Clayton met een negatief advies komt en de financieringsmarkten plotseling dichtgaan zal het wekkertje wel afgaan.
- 3e wereldoorlog met NAVO generaal besproken in eliteclub
Peter Thiel beheert samen met Auren Hoffman een eigen besloten denktank. Thiel die onder andere in Praxis, The Edge Foundation, WEF en Bilderberg vertegenwoordigd is vond het tijd voor een eigen platform en richtte in 2006 “Dialog” op, een exclusieve denktank, waar men alleen op uitnodiging lid mag worden. Het platform brengt invloedrijke figuren uit de politiek, technologie, financiën en overheid samen. De denktank bestaat uit een gemêleerd gezelschap van academici, senatoren, 6 leden van de Paypal Mafia, een inlichtendienst officier, een VS ambassadeur en verschillende TV persoonlijkheden en schrijvers.
In een e-mail van november 2012 stuurde Harvard-natuurkundige Lisa Randall een officiële uitnodiging voor de Dialog 2014 bijeenkomst (in het Sundance Resort in Utah) door naar Jeffrey Epstein met de vraag: “Is dit de moeite waard?” Waarop Epstein kort antwoordde: “Sundance is mooi, ga maar.” Dit toont aan dat de hoogste intellectuele en wetenschappelijke kringen rondom Epstein (zoals Randall) rechtstreeks werden uitgenodigd voor de besloten bijeenkomsten van Hoffman en Thiels Dialog. Epstein gebruikte deze contacten destijds om de vinger aan de pols te houden bij wat er binnen deze club werd besproken.
Reid Hoffman (de miljardair en co-founder van LinkedIn) bezocht Epsteins privé-eiland (Little St. James) en regelde voor hem een ontmoeting in Palo Alto met Mark Zuckerberg, Elon Musk en Peter Thiel. Ook Auren Hoffman komt in de Epstein-bestanden voor omdat zijn officiële Dialog-uitnodigingen via via op het bureau van Jeffrey Epstein belandden. Dat bewijst dat Epsteins netwerk en het Dialog-netwerk van Thiel en Hoffman elkaar via dezelfde elite-academici overlapten.
In de denktank waartoe ook de Europese NAVO generaal Alexus Grynkewich behoort werden specifieke sessies gewijd aan “Navigating World War III” en “Technology on the battlefield”. De generaal fungeerde binnen deze besloten sessies niet als bezoeker, maar als de ultieme praktijkexpert. Hij voorzag de aanwezige Tech miljardairs en investeerders van directe geopolitieke en militaire analyses over de dreiging van landen als Rusland en China. Voor Tech-ondernemers binnen het netwerk (zoals Palantir-co-founder Joe Lonsdale) is de input van een actieve topgeneraal goud waard om te begrijpen welke AI- en surveillance-systemen de NAVO in de toekomst nodig heeft. Grynkewich die al sinds 2021 in de netwerklijsten van Dialog voorkomt is een nog actieve NAVO-generaal die feitelijk uitsluitend via officiële, transparante en democratisch gecontroleerde kanalen hoort te rapporteren aan overheden, blijkt binnen Dialog achter gesloten deuren met libertaire Tech miljardairs en buitenlandse politici te discussiëren over strategische plannen en manoeuvres. .
Veel overheidsfunctionarissen en militairen gebruiken binnen Dialog persoonlijke Gmail-adressen in plaats van hun officiële defensie-accounts. Deze “persoonlijke” e-mails vallen buiten de Amerikaanse wet openbaarheid van bestuur (FOIA), waardoor de communicatie tussen de NAVO-top en Peter Thiel volledig buiten het publieke archief blijft. De rol van Grynkewich heeft inmiddels geleid tot een formele crisis achter de schermen en het Pentagon heeft inmiddels een officieel onderzoek ingesteld.
Binnen inlichtingendiensten wordt dit gezien als een gigantisch lek: buitenlandse spionagediensten (zoals de Russische of Chinese) gebruiken dit soort gelekte databases om exact in kaart te brengen met welke miljardairs een NAVO-generaal in zijn vrije tijd aan de dinertafel zit.
De aanwezigheid van NAVO-opperbevelhebber generaal Alexus Grynkewich binnen Dialog legt de blauwdruk van de moderne technologische deep state bloot. Terwijl hij overdag de officiële NAVO-troepen aanstuurt, schuift hij ’s avonds in besloten kringen aan bij Peter Thiel om buiten het zicht van democratische controle te filosoferen over het navigeren van een Derde Wereldoorlog.
Dialog organiseert jaarlijkse bijeenkomsten achter gesloten deuren met discussies over uiteenlopende onderwerpen zoals: How is your sex life?, Artificial Intelligence, Geopolitics and military technology, Navigating World War III, Technology on the battlefield, Bring back nuclear energy, Money. Deelnemers krijgen net als bij Bilderberg en WEF de instructie dat de discussies strikt vertrouwelijk zijn en binnenskamers moeten blijven. Ook werd aangemoedigd om geen openlijke statussignalen af te geven, ondanks de aanwezigheid van senatoren, diplomaten, militaire leiders en zakenmensen.
Dialog beschikt ook over een platform genaamd dating.dialog.org, een eigen elite relatiebemiddelingsdienst. Op inschrijfformulieren werd deelnemers gevraagd of ze “op zoek waren naar de liefde” en alleenstaande deelnemers kunnen er kiezen voor een relatiebemiddelingsdienst. De dienst werd omschreven als een dienst voor het creëren van “betekenisvolle connecties voor bijzondere mensen”. Aan deelnemers die zich aanmeldden voor het datingprogramma werd gevraagd persoonlijke gegevens te verstrekken, waaronder politieke voorkeuren en relatievoorkeuren. Dialog beloofde gebruikers dat deze informatie niet met andere deelnemers zou worden gedeeld of in de datingapp zou worden weergegeven.
Omdat Dialog de privégegevens, geboortedata, noodnummers en zelfs de “politieke voorkeuren” van zijn leden opsloeg in een slecht beveiligde Airtable-database, liggen de privégegevens van alle leden, inclusief de NAVO-topman op straat.
- VS versus China
China loopt met SI snel in op Silicon Valley. Moonshot AI lanceerde ’s werelds grootste open-weight taalmodel en dat zorgt niet alleen voor onrust in de Amerikaanse Techsector, maar ook bij Donald Trump. De start-up Moonshot uit Peking, gesteund door Alibaba en Tencent heeft met Kimi K3 een geheel nieuw open-weight (niet volledig licentievrij) taalmodel ontwikkeld dat zich kan meten met de betaalde modellen van OpenAI en Anthropic.
Kimi K3 geldt hiermee als het grootste open-weight taalmodel met naar verluidt tot 2,8 biljoen parameters die vrij te downloaden, aan te passen en te gebruiken zijn, waarmee het betaalmodel van de Amerikanen steeds verder weg lijkt te geraken. Doordat het model beschikt over een contextvenster van maar liefst 1 miljoen tokens kan het aanzienlijk meer informatie verwerken dan eerdere versies. De prestaties zijn wellicht nog niet helemaal op het niveau van Anthropics Claude Fable 5 en OpenAI’s GPT-5.6 Sol, maar presteert wel beter dan modellen als Claude Opus 4.8 en GPT-5.5, vooral op het gebied van coderen en agentische taken.
Op sommige terreinen weet Kimi de Amerikanen zelfs te overtreffen wat weer zorgt voor onrust op de wereldwijde aandelenmarkten, zeker nu Anthropic op weg is naar een beursgang. Niet alleen de Amerikanen, maar ook de Chinese branchegenoten als MiniMax en Zhipu (Knowledge Atlas Technology) worden door dit model onder druk gezet. Alibaba reageerde binnen enkele dagen met een eigen model, dat volgens het bedrijf qua prestaties enkel onderdoet voor Fable 5. Kimi K3 kost ongeveer hetzelfde als het Anthropics Sonnet-model, maar is binnen het eigen land wél prijziger dan concurrerende modellen. Ook Moonshot, die koerst naar een notering in Hongkong onderzoekt of klanten niet bereid zijn om iets extra’s te betalen binnen de markt die tot nu toe gedomineerd wordt door een felle prijzenoorlog. Er moet hiervoor dan nog wel geschaafd worden aan privacybescherming, enterprise-ondersteuning, gebruikerservaring en extra premiumfuncties.Ook Xiaomi heeft een nieuw model MiMo-V2.6 uitgebracht. Het vlaggenschipmodel hiervan, de MiMo-V2.6-Pro, behaalt 46 punten op de Artificial Analysis Intelligence Index en verslaat daarmee Kimi K3 (44) en GLM-5.3 (45). Daarmee is MiMo-V2.6-Pro volgens de Artificial Analysis Intelligence Index het hoogst scorende open-weightmodel op die index. De architectuur blijft een Mixture-of-Experts (MoE, een systeem dat voor elke aanvraag slechts een deel van het neurale netwerk activeert in plaats van het geheel te gebruiken, wat de rekenkosten verlaagt) met 1,02 biljoen parameters in totaal en 42 miljard actieve parameters.
Wat wel verandert, is de rest. Het contextvenster stijgt naar 1 miljoen tokens. Het model is niet langer puur tekst-in-tekst-uit: het leest tekst, afbeeldingen, video en audio binnen hetzelfde netwerk, met een visuele encoder van 681 miljoen parameters en een audiotokenizer van 308 miljoen. Het model kan muis en toetsenbord op een scherm bedienen en een speciale desktopclient. Het is een compleet pakket dat dus zelfstandig aan een langdurige taak kan werken, van het schrijven van code tot het navigeren op een website.
Xiaomi is hiermee van smartphone- en elektronicabedrijf nu een serieuze Super Intelligence (SI)-speler geworden. Het model kostte zo’n 2,62 miljoen dollar voor de Pro-versie en 850.000 dollar voor de Flash en dat is een stuk goedkoper dan de miljarden aan trainingsbudgetten van de Amerikaanse modellen. Dat zijn overigens niet de totale ontwikkelingskosten want onder meer de oorspronkelijke training en eerdere onderzoeks- en ontwikkelingskosten vallen daarbuiten.
Maar het is ook niet zo van belang hoeveel het kost om een model vanaf nul te trainen, maar om hoeveel het kost om het in vijf maanden 20 punten te laten stijgen vanaf een reeds bestaand checkpoint en dat is bij Xiaomi dus minder dan drie miljoen dollar.Prestaties kunnen dus snel worden verbeterd wanneer er voortgebouwd wordt op een bestaand model en zo wordt het model dus voor de gebruiker een stuk interessanter. De API-prijs ligt bovendien ongeveer 23 keer lager voor input en bijna 57 keer lager voor output dan GPT-6 Astra, waarvan de tarieven in de bandbreedte van 10 tot 50 dollar per miljoen tokens liggen.
Reuters meldde eerder dit jaar al dat Xiaomi de komende drie jaar minstens 60 miljard yuan (circa 8,7 miljard dollar) in SI wil investeren.De timing valt samen met de recente versoepeling van de Amerikaanse exportbeperkingen op geavanceerde Nvidia-chips, al blijven goedkeuringen daarvoor beperkt en aan vergunningen gebonden. China blijkt, ondanks beperkte chiptoegang toch in staat om een dergelijk model te bouwen. De Amerikaanse embargo’s (H100 en A100 geblokkeerd, H200 stopgezet in januari 2026) hadden de Chinese kunstmatige intelligentie moeten afremmen, maar in plaats daarvan hebben ze lokale bedrijven ertoe aangezet zelf hardware en software te ontwikkelen.
De Chinese versnellers gingen van een bijna nihil marktaandeel in 2022 naar 41% van de binnenlandse markt in 2025. MiMo-V2.6 en de Zhenwu V900 zijn twee stukjes van dezelfde puzzel, een SI-infrastructuur die niet langer via Silicon Valley loopt. Doordat het open-weight is, kan het model wel makkelijker misbruikt worden, al vereist de enorme omvang van het model nog altijd aanzienlijke rekenkracht om het daadwerkelijk te downloaden en aan te passen. Ook voor China zijn dit soort grootschalige modellen zeer geschikt voor defensie- en surveillancetoepassingen. De MiMo-V2.6-Pro, Flash en de kleinere distillatie MiMo-V2.6-Distill-Qwen-9B zijn door iedereen te downloaden, ook in Italië, via de Hugging Face-repository van XiaomiMiMo. Toegang via API verloopt via OpenRouter en andere internationale doorverkopers, zonder geografische beperkingen.
Trump slaat terug met zijn White House Accord on Super Intelligence en kondigde de oprichting aan van de Super Intelligence Force (SIF). Deze eenheid krijgt de taak om de inspanningen van de federale overheid te coördineren en er zo voor te zorgen dat Amerika wereldleider blijft op het gebied van superintelligentie.
De Super Intelligence Force gaat de samenwerking van de federale overheid sturen met consumenten, belangenbehartigers, religieuze organisaties, beheerders van kritieke infrastructuur en gespecialiseerde SI-bedrijven. De leiding komt in handen van de Director of National Intelligence (Jay Clayton), de voorzitter van de Federal Trade Commission (Andrew Ferguson), de Under Secretary of War for Research and Engineering en Chief Technology Officer (Emil Michael) en de directeur van het Office of Personnel Management (Scott Kupor). De SIF zal rechtstreeks rapporteren aan de president van de Verenigde Staten en stafchef Susie Wiles.
- Hackersgroep valt vitale infrastructuur aan
Een hackersgroep met vermoedelijke banden met China heeft de afgelopen maanden organisaties aangevallen die vitale infrastructuur beheren in Portugees- en Spaanstalige landen. De aanvallers gebruiken de Warlock-ransomware en maken misbruik van kwetsbaarheden in Microsoft SharePoint. Volgens onderzoek van het Symantec Threat Hunter Team zijn onder meer een waterbedrijf, een telecomaanbieder, een regionale overheid en een universiteit getroffen. De getroffen organisaties bevinden zich in Europa, Afrika en Latijns-Amerika.
De aanvallen laten zien dat kwetsbaarheden in veelgebruikte bedrijfssoftware nog lange tijd kunnen worden misbruikt, ook nadat ze openbaar zijn gemaakt. De hackers gebruiken zowel eerder ontdekte als nieuwere kwetsbaarheden in SharePoint om toegang te krijgen tot de netwerken van de organisaties. Vervolgens proberen ze beveiligingssoftware uit te schakelen, zich verder door de systemen te verplaatsen en de ransomware op meerdere computers tegelijk uit te voeren.
De groep wordt door Symantec aangeduid als Longlegs. Microsoft gebruikt de naam Storm-2603. De onderzoekers brengen de groep in verband met China, maar dat bewijst niet dat de aanvallen in opdracht van de Chinese overheid worden uitgevoerd. Ook is niet expliciet vastgesteld dat de aanvallers deel uitmaken van een specifieke Chinese staatsdienst.
In een van de onderzochte aanvallen schakelden de hackers binnen ongeveer twee uur de beveiligingssoftware op minstens veertig computers uit. Vervolgens werd op ten minste 33 computers de Warlock-ransomware geïnstalleerd. De aanvallers maakten daarvoor gebruik van de SYSVOL-map van het bedrijfsnetwerk, die normaal gesproken wordt gebruikt om bestanden en beleidsinstellingen binnen een Windows-domein te verspreiden.
De hackers installeerden daarnaast hulpmiddelen waarmee ze zich konden voordoen als reguliere gebruikers of beheerders. Zo maakten ze gebruik van bestaande systeemfuncties en de tunnelmogelijkheden van Microsoft Visual Studio Code om op afstand verbinding te houden met besmette systemen. Door gebruik te maken van legitieme software en normale netwerkfuncties proberen aanvallers hun activiteiten minder opvallend te maken voor beveiligingssystemen.
De aanvallen bouwen voort op een reeks kwetsbaarheden in SharePoint die in 2025 bekend werden onder de verzamelnaam ToolShell. Microsoft waarschuwde in juli van dat jaar dat onder meer de groep Storm-2603 deze kwetsbaarheden gebruikte om systemen binnen te dringen en Warlock-ransomware te installeren.
De kwetsbaarheden betroffen SharePoint Server die organisaties op hun eigen infrastructuur beheren. De aanvallers konden onder meer schadelijke code uitvoeren en toegang krijgen tot gevoelige configuratiegegevens. Met die informatie konden ze hun toegang verder uitbreiden en aanvullende malware installeren.
Volgens Symantec zijn de aanvallen in 2026 doorgegaan. De groep maakt nog steeds gebruik van de eerder ontdekte kwetsbaarheden, maar heeft haar werkwijze uitgebreid met nieuwere beveiligingsproblemen in SharePoint. Daardoor blijven organisaties kwetsbaar wanneer zij hun systemen niet tijdig bijwerken of onvoldoende aanvullende beveiligingsmaatregelen treffen.
SharePoint is voor veel organisaties een belangrijk onderdeel van hun digitale infrastructuur. De software wordt gebruikt voor documentbeheer, samenwerking en de opslag van interne informatie. Bovendien is SharePoint vaak gekoppeld aan andere systemen en toegangsrechten binnen een bedrijfsnetwerk. Een succesvolle aanval op een SharePoint-server kan daardoor een opstap vormen naar andere systemen waarin vertrouwelijke documenten, persoonsgegevens of bedrijfsinformatie worden verwerkt.
De aanvallers proberen na de eerste inbraak hun rechten uit te breiden, andere computers binnen het netwerk te bereiken en beveiligingsmaatregelen uit te schakelen. Pas daarna installeren ze de ransomware op grotere schaal. Daarmee kan een kwetsbaarheid in één server uiteindelijk gevolgen hebben voor een aanzienlijk deel van de IT-infrastructuur van een organisatie.
De ToolShell-kwetsbaarheden veroorzaakten in de zomer van 2025 een internationale beveiligingscrisis. Microsoft meldde destijds dat verschillende Chinese hackersgroepen misbruik maakten van kwetsbaarheden in SharePoint. Naast aanvallen gericht op het verzamelen van inlichtingen werden de kwetsbaarheden ook gebruikt om ransomware te installeren. Tot de getroffen organisaties behoorden Amerikaanse overheidsinstanties en bedrijven. Ook instellingen die betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek en nationale veiligheid waren doelwit. De Amerikaanse National Nuclear Security Administration, de National Institutes of Health en het Department of Homeland Security behoorden tot de organisaties waarvan systemen in verband werden gebracht met de bredere golf van aanvallen op SharePoint.
De aanvallen troffen daarnaast organisaties buiten de Verenigde Staten, waaronder Zwitserse overheidsinstellingen. Beveiligingsonderzoekers meldden dat honderden SharePoint-servers wereldwijd waren gecompromitteerd. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen het aantal besmette servers en het aantal afzonderlijke organisaties: die aantallen zijn niet zonder meer gelijk.
Microsoft koppelde de inzet van Warlock aan Storm-2603, maar kon de groep niet zonder meer gelijkstellen aan andere Chinese hackersgroepen die dezelfde kwetsbaarheden gebruikten. Verschillende groepen kunnen immers dezelfde beveiligingsproblemen uitbuiten, terwijl hun doelen en opdrachtgevers uiteenlopen.
Warlock werd eerder ook ingezet bij aanvallen op organisaties in onder meer de Verenigde Staten, Rusland, Brazilië, India, Taiwan en Japan. De ransomware is daarmee niet uitsluitend gericht op Portugees- en Spaanstalige landen. De combinatie van kwetsbare bedrijfssoftware, uitgeschakelde beveiligingssystemen en ransomware vormt vooral een risico voor organisaties die afhankelijk zijn van continu beschikbare diensten. Een aanval op een waterbedrijf of telecomaanbieder kan veel verder reiken dan de eigen IT-afdeling. Ook overheden, onderwijsinstellingen en andere organisaties die met de getroffen infrastructuur samenwerken, kunnen gevolgen ondervinden.
De aanhoudende aanvallen onderstrepen dat het installeren van beveiligingsupdates alleen niet altijd voldoende is wanneer een systeem al is binnengedrongen. Organisaties moeten ook onderzoeken of aanvallers eerder toegang hebben verkregen, gestolen inloggegevens of cryptografische sleutels hebben bemachtigd en achterdeuren hebben achtergelaten. Anders kan een aanvaller na het verhelpen van de oorspronkelijke kwetsbaarheid alsnog toegang houden.
Zolang organisaties hun SharePoint-servers onvoldoende beveiligen en de aanvallers eenmaal verkregen toegang kunnen uitbreiden, blijft de software een aantrekkelijk doelwit voor zowel cyberspionage als financieel gemotiveerde ransomware-aanvallen.
- ShinyHunters onder druk na arrestaties
Onderwijssoftwarebedrijf Canvas, een dochter van Instructure, werd begin mei 2026 getroffen door een hack van ShinyHunters, de groep die ook Ticketmaster, Salesforce en Odido hackte. Bedrijven worden door deze groep stelselmatig afgeperst om de lekken ongedaan te laten maken. Van de Nederlandse universiteiten zijn er zeven getroffen. Het gaat om Tilburg University, Maastricht University, de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam, de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Technische Universiteit Eindhoven en Universiteit Twente. De universiteiten zeggen op de hoogte te zijn gesteld door Canvas, het bedrijf achter onderwijssoftware. De Universiteit van Tilburg liet weten dat er namen, e-mailadressen, studenten-ID’s en berichten tussen gebruikers zijn buitgemaakt.
ShinyHunters maakte bekend de gegevens van in totaal 275 miljoen studenten, docenten en onderwijsmedewerkers in handen te hebben. In totaal zou het om 44 instellingen gaan in het hele land. De Hogeschool Windesheim staat ook op de lijst, maar die ontkent te zijn getroffen en zegt ten onrechte te worden genoemd door de hackersgroep.
ShinyHunters liet weten dat onderwijsinstellingen zelf met de hackersgroep konden onderhandelen voordat hun gegevens worden vrijgegeven. De deadline hiervoor verliep 7 mei 2026. Het lijkt erop dat het bedrijf achter Canvas, het Amerikaanse Instructure, de hackers niet wil betalen en dat de groep op deze manier toch aan geld wil komen. Op een app die veel wordt gebruikt op Nederlandse universiteiten en hogescholen heeft 7 mei korte tijd een boodschap gestaan waarin was te lezen dat de hackers het moederbedrijf achter de Canvassoftware opnieuw zijn binnengedrongen, ondanks extra beveiligingsmaatregelen. ShinyHunters heeft Instructure daarna opnieuw gehackt. Ze schreven “In plaats van contact met ons op te nemen om het op te lossen, hebben ze ons genegeerd en een paar beveiligingspatches doorgevoerd”. In het bericht stond ook een nieuw ultimatum. “Getroffen onderwijsinstellingen hebben nu tot 12 mei om zelf contact op te nemen en te onderhandelen, anders worden de buitgemaakte gegevens openbaar gemaakt”. Volgens moederbedrijf Instructure heeft Canvas wereldwijd meer dan 30 miljoen gebruikers. Op 11 mei 2026 ging Instructure alsnog overstag en bereikte het Amerikaanse moederbedrijf een akkoord met ShinyHunters. Instructure betaalde een geheim gehouden bedrag aan losgeld in ruil voor de belofte dat de buitgemaakte gegevens van de ruim 275 miljoen gebruikers definitief zijn gewist en niet meer openbaar worden gemaakt. Op 11 mei publiceerde Instructure-CEO Steve Daly een verklaring op hun statuspagina waarin hij zijn excuses aanbood aan scholen, universiteiten en studenten voor de ernstige hinder, de storingen rond de examenperiode en de gebrekkige communicatie vanuit het bedrijf. Het lek bleek te zitten in een kwetsbaarheid bij het gratis “Free For Teacher”-account en werd daarna weer volledig veilig en operationeel verklaard. Wel moesten veel gekoppelde systemen en authenticatiekeys opnieuw worden ingesteld. Volgens Instructure betroffen de ontvreemde gegevens namen, e-mailadressen, student-ID’s en interne berichten tussen gebruikers. Er zijn naar verloop van onderzoek geen aanwijzingen gevonden dat er wachtwoorden, geboortedatums, burgerservicenummer-equivalenten of financiële gegevens werden buitgemaakt. Het voorval leidde in de VS tot onderzoek door het Amerikaanse Congres en meerdere class action-rechtszaken tegen Instructure.
ShinyHunters haalde fel uit naar de Nederlandse politie nadat die in het televisieprogramma Opsporing Verzocht de stem van een verdachte van de Odido-hack openbaar had gemaakt. De politie beschikte in juli al over een opname van het telefoongesprek en riep de verdachte op zich te melden. Volgens de politie gaat het om een echte stem, niet om een met kunstmatige intelligentie gegenereerde opname.
De groep schreef op het darkweb de verdachte juridisch en financieel te steunen. Tegelijkertijd staat ShinyHunters internationaal onder toenemende druk. In Nederland is een 24-jarige Amsterdammer aangehouden die wordt verdacht van betrokkenheid bij de groep en in Jordanië werd een tweede vermeende betrokkene opgepakt. Hij zou meewerken aan het identificeren van andere leden.
Bij telecombedrijf Odido vond begin februari 2026 een hack plaats. Daarbij kwamen de gegevens van ruim zes miljoen klanten in handen van de groep. Volgens de Nederlandse politie belde een Nederlandssprekende man naar de klantenservice die zich voordeed als een medewerker van de IT-afdeling. Hij beweerde dat er een technisch probleem moest worden opgelost en gebruikte voldoende vaktermen om de medewerker ervan te overtuigen dat hij een collega aan de lijn had.
Vervolgens stuurde hij de medewerker naar een nagebouwde inlogpagina van Odido. Daar vulde de medewerker zijn gebruikersnaam en wachtwoord in. Ook een aanvullende verificatiecode werd ingevoerd, waardoor de aanvaller toegang kreeg tot interne systemen. De gegevens van meer dan zes miljoen klanten werden buitgemaakt en later op het darkweb gepubliceerd. Odido weigerde losgeld te betalen.
ShinyHunters bevestigde dat de opname afkomstig was van een van de groepsleden. De hackers reageerden met een verklaring waarin ze aankondigden de verdachte emotioneel, mentaal en financieel te steunen. Ook zou er een strafrechtadvocaat klaarstaan. De groep verklaarde haar leden niet in de steek te laten en haalde vervolgens hard uit naar de Nederlandse politie vanwege de publicatie van de audio: ‘De Nederlandse politie heeft al het geluk van de wereld nodig en ieders gebeden als ze hem willen pakken voordat we weer een grootschalige datadiefstal in Nederland plegen. Eerlijk gezegd is de Nederlandse politie een grote grap, ze kunnen niets. Incompetent. Irrelevant. Onbelangrijk. Nutteloos.’ , zo stelden ze in een bericht.
Het is niet voor het eerst dat autoriteiten vermeende leden van ShinyHunters opsporen en arresteren. De Franse programmeur Sébastien Raoult werd in mei 2022 in Marokko opgepakt en later uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Hij bekende betrokkenheid bij cybercriminaliteit en werd in januari 2024 veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. De zaak draaide onder meer om computervredebreuk, fraude en identiteitsdiefstal. Raoult gebruikte de online alias Sezyo Kaizen en werd in verband gebracht met de activiteiten van ShinyHunters. Hij werd ervan beschuldigd bedrijven binnen te dringen en gestolen gegevens te verhandelen.
In juni 2025 arresteerden de Franse autoriteiten vier mannen die ervan werden verdacht achter de online aliassen ShinyHunters, Hollow, Noct en Depressed te zitten. Zij zouden betrokken zijn geweest bij het beheer van BreachForums, een internationaal forum waar gestolen gegevens werden aangeboden en verhandeld. De operatie was het resultaat van internationale samenwerking, waarbij ook Amerikaanse opsporingsdiensten betrokken waren.
BreachForums was eerder al door Amerikaanse autoriteiten aangepakt. De oorspronkelijke beheerder, Conor Brian Fitzpatrick, werd in maart 2023 gearresteerd. Na zijn arrestatie verscheen het forum in verschillende vormen opnieuw online. De infrastructuur werd later opnieuw door opsporingsdiensten aangepakt. De arrestaties van 2025 leken een nieuwe klap voor de organisatie, maar betekenden niet dat alle activiteiten onder de naam ShinyHunters waren beëindigd. De naam blijft opduiken bij nieuwe datalekken en afpersingszaken.
Dat is een belangrijk kenmerk van dit soort cybercriminele netwerken. Een arrestatie hoeft niet het einde van een groep te betekenen. Dezelfde naam kan worden gebruikt door verschillende betrokkenen, voormalige leden of nieuwe samenwerkingsverbanden. Daardoor is het lastig vast te stellen wie de leiding heeft en in hoeverre de mensen achter eerdere aanvallen ook verantwoordelijk zijn voor nieuwe incidenten.
Begin oktober 2026 kwam daar een nieuwe ontwikkeling bij. Volgens Reuters werd Saif al-Din Khader, die in hackerskringen bekendstaat als Rey, in Jordanië aangehouden. Bronnen meldden aan het persbureau dat hij meewerkt met de FBI en informatie verstrekt die kan helpen bij het identificeren van andere betrokkenen. De FBI heeft de arrestatie niet in detail bevestigd, maar heeft wel aangegeven met internationale partners samen te werken aan het onderzoek naar ShinyHunters.
De identiteit van Rey was volgens eerdere berichtgeving al bekend bij cybersecurityonderzoekers. Hij werd in verband gebracht met Scattered Lapsus$ Hunters, een samenwerkingsverband waarin verschillende hackersgroepen en individuen opereren, onder wie betrokkenen bij ShinyHunters. De precieze onderlinge verhoudingen zijn niet altijd duidelijk. De naam van een samenwerkingsverband betekent bovendien niet dat alle betrokkenen bij iedere aanval samenwerken.
De arrestatie in Jordanië volgt op een afzonderlijke aanhouding in Nederland. De Nederlandse politie maakte op 29 september bekend dat op 15 september een 24-jarige Amsterdammer was aangehouden op verdenking van deelname aan ShinyHunters. Bij de aanhouding werden gegevensdragers in beslag genomen die verder worden onderzocht. De rechtbank heeft besloten dat de verdachte nog negentig dagen in voorlopige hechtenis blijft.
De Amsterdammer wordt daarnaast verdacht van het proberen uit te lokken van twee moorden in het buitenland. Volgens de politie kwam die verdenking voort uit informatie op zijn laptop en staat zij los van het onderzoek naar ShinyHunters. De verdachte is niet aangehouden voor de Odido-hack. De politie heeft dat uitdrukkelijk benadrukt.
De FBI heeft de Nederlandse autoriteiten bedankt voor hun medewerking. De Amerikaanse dienst onderzoekt ondertussen een eigen datalek waarbij volgens ShinyHunters informatie van de FBI is buitgemaakt. De hackers claimen dat het gaat om omvangrijke persoonsgegevens van medewerkers en sollicitanten, waaronder medische informatie. Reuters meldde dat de gelekte gegevens gevoelige details over FBI-medewerkers bevatten. De precieze omvang en volledigheid van de buitgemaakte informatie zijn niet onafhankelijk vastgesteld. De FBI heeft publiekelijk laten weten dat de opsporing doorgaat en dat de dienst verwacht meer betrokkenen te kunnen identificeren. Voor ShinyHunters is de combinatie van de Nederlandse arrestatie, de aanhouding in Jordanië en het onderzoek naar de FBI-hack een serieuze ontwikkeling.
Naast de druk van opsporingsdiensten heeft ShinyHunters ook een conflict met de rivaliserende hackersgroep Clop. In september 2026 nam ShinyHunters de darkwebsite over die Clop gebruikte om slachtoffers van datadiefstal bekend te maken en onder druk te zetten. De aanvallers plaatsten er hun eigen boodschap en stelden een losgeldeis van tientallen miljoenen dollars. Ze dreigden bovendien informatie openbaar te maken over bedrijven die bij eerdere aanvallen van Clop zouden hebben betaald, inclusief de bedragen.
Clop reageerde met dreigementen om gegevens over leden van ShinyHunters openbaar te maken. Op de overgenomen website verscheen ondertussen een boodschap waarin werd gesuggereerd dat aan een reactie werd gewerkt. Tijdens de Oracle E-Business Suite-aanvallen in 2025 ontstond ook al een conflict over een exploit waarmee kwetsbare systemen konden worden aangevallen. Clop werd in verband gebracht met de aanvallen, terwijl betrokkenen bij Scattered Lapsus$ Hunters stelden dat de exploit oorspronkelijk van hen afkomstig was en door Clop zonder toestemming was gebruikt. ShinyHunters heeft de huidige confrontatie gepresenteerd als een afrekening met Clop. De beschuldigingen over de onderlinge diefstal van aanvalsmiddelen en bedreigingen zijn echter niet allemaal onafhankelijk bevestigd.
De strijd laat zien hoe belangrijk reputatie is in de criminele markt voor gestolen gegevens. Hackersgroepen proberen slachtoffers ervan te overtuigen dat betalen de enige manier is om verdere publicatie te voorkomen. Als blijkt dat een afperser na betaling de gegevens alsnog publiceert, kan dat het vertrouwen in die belofte ondermijnen. Door een concurrent te bedreigen met het openbaar maken van betalingsgegevens probeert ShinyHunters niet alleen Clop financieel te raken, maar ook diens geloofwaardigheid aan te tasten.
De recente ontwikkelingen maken duidelijk dat ShinyHunters ondanks eerdere arrestaties actief is gebleven. Dat hoeft niet te betekenen dat de oorspronkelijke leiding nog intact is. De groep kan zijn veranderd in een losser netwerk waarin verschillende personen onder dezelfde naam opereren of waarin voormalige leden zelfstandig doorgaan. De aanhoudende aanvallen en de onderlinge strijd maken het moeilijk om de precieze organisatiestructuur vast te stellen.
Voor de internationale opsporing ligt de nadruk op het blootleggen van de relaties tussen de verschillende betrokkenen, het veiligstellen van digitale sporen en het identificeren van degenen die de aanvallen organiseren en de opbrengsten verdelen.
- Project Meridian
Founders Fund is een van de meest invloedrijke durfkapitaalfondsen in Silicon Valley en werd in 2005 opgericht door Peter Thiel van Palantir, samen met Ken Howery en Luke Nosek. In het team zit ook Trae Stephens (mede-oprichter van Anduril). Sinds april 2025 is het totale beheerde vermogen van het fonds ongeveer 17 miljard dollar. Door de politieke en filosofische connecties van Peter Thiel wordt het fonds vaak gezien als een brug tussen Silicon Valley en de VS veiligheidsbelangen.
Peter Thiels Founders Fund heeft een significante positie in Anduril Industries, het in 2017 opgerichte Amerikaanse defensietechnologiebedrijf dat autonome systemen en kunstmatige-intelligentieplatforms ontwikkelt voor militaire toepassingen. Founders Fund investeerde in de laatste financieringsronde van Anduril een miljard dollar, wat het grootste bedrag is dat het fonds ooit in één onderneming heeft gestoken.
Anduril onderscheidt zich door systemen te ontwikkelen die snel kunnen worden ingezet, zoals autonome drones, sensornetwerken en AI-platforms die gegevens van meerdere bronnen combineren voor besluitvorming in militaire operaties en is in korte tijd uitgegroeid tot een van de meest invloedrijke bedrijven in de defensietechnologiesector. Anduril werd in 2017 opgericht door Palmer Luckey en een groep ondernemers die eerder bij Palantir werkten en verwierf bekendheid met Lattice, een AI-platform dat gegevens van camera’s, radar, drones en andere sensoren combineert tot één operationeel beeld. Anduril vertegenwoordigt een nieuwe generatie defensiebedrijven waarin software, kunstmatige intelligentie, autonome systemen en productiecapaciteit voor wapens worden gecombineerd
Lattice kan objecten herkennen, dreigingen classificeren en beslisondersteuning bieden aan militairen. Anduril ontwikkelt daarnaast autonome drones voor verkenning en aanval, onderwaterdrones voor maritieme operaties en vaste sensoropstellingen voor grensbeveiliging. Anduril drijft op investeerders als Blackrock en Peter Thiel en versnelt de ontwikkeling van autonome wapens. Anduril betoogt dat technologische voorsprong essentieel is in een wereld waarin rivaliserende mogendheden vergelijkbare systemen ontwikkelen.
Boeing en Anduril zijn door het Amerikaanse leger geselecteerd om deel te nemen aan een wedstrijd voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie middellangeafstandsinterceptor. Dit wapensysteem is specifiek ontworpen om vooruitgeschoven operationele bases en permanente installaties te beschermen tegen bedreigingen zoals gemilitariseerde onbemande luchtvaartuigen en kruisraketten. De twee bedrijven richten zich nu op systeemintegratie, gedetailleerde engineering en praktische demonstraties. Het primaire doel van dit project is het overbruggen van een leemte in de huidige luchtverdediging. Dat willen ze doen door capaciteit te bieden die het midden houdt tussen korteafstands-puntverdedigingen en de langeafstandssystemen die worden gebruikt voor activa met hoge prioriteit. Anduril heeft op 23 september 2026 bekendgemaakt dat Barracuda als eerste wapen met de nieuwe WOSA-modulariteitsstandaard in grootschalige productie gaat.
Om dit te bereiken levert Boeing het casco en de zoekertechnologie, terwijl Anduril verantwoordelijk is voor de vaste-stofraketmotor. De kleine fysieke voetafdruk van de interceptor is een belangrijke ontwerpkeuze, waardoor het leger op een bepaalde locatie een groter aantal raketten kan stationeren om de ‘magazijndiepte’ te vergroten. Om ervoor te zorgen dat het systeem relevant blijft tegen zich ontwikkelende dreigingen, maken de bedrijven gebruik van een modulaire open systeemarchitectuur. Dit raamwerk maakt het mogelijk om snel software, avionica of zoekercomponenten te verwisselen zonder dat een volledige revisie van de raket nodig is.
Een dergelijke modulaire strategie is bedoeld om de kosten op lange termijn te verlagen en de implementatie van upgrades te versnellen. De productie van het voortstuwingssysteem zal plaatsvinden in het uitgebreide Solid Rocket Motor Complex van Anduril in Mississippi. Deze locatie van ongeveer 182 hectare is opgezet met meer dan 100 miljoen dollar (86 miljoen euro) aan particulier kapitaal en nog eens 58 miljoen dollar (50 miljoen euro) via de Defense Production Act. De faciliteit beschikt over een unieke bladloze hogesnelheidsmenger en parallelle productielijnen waarmee verschillende motortypen kunnen worden vervaardigd. Volgens Anduril is deze investering van cruciaal belang om het huidige duopolie op de Amerikaanse markt voor raketmotoren te doorbreken. Deze industriële uitbreiding is een direct antwoord op de verspreiding van goedkope, in massa geproduceerde drones en raketten van tegenstanders zoals Iran, Rusland en China. Volgens Anduril maken deze ontwikkelingen duidelijk dat goedkope, in massa geproduceerde drones en raketten de Amerikaanse munitievoorraden onder druk kunnen zetten.
Hoewel Anduril zijn grootste contracten binnen Israël en de Verenigde Staten sluit, richt het zich ook steeds nadrukkelijker op Europa. In juni 2025 sloot Anduril een alliantie met Rheinmetall. Samen produceren en modificeren zij speciale Europese varianten van Andurils Barracuda-kruisraketten en Fury-gevechtsdrones.
In mei 2026 heeft het Nederlandse Ministerie van Defensie Anduril een groot contract toegekend voor anti-dronesystemen (C-UAS). De systemen, aangedreven door het Lattice AI-platform, worden door Nederland ingezet om militaire bases en vitale infrastructuur te beschermen tegen drone-dreigingen.
In juli 2026 selecteerde NAVO Anduril om het Lattice-platform te leveren voor het eAirC2-initiatief. Dit software-brein gaat de luchtoperaties en data-uitwisseling tussen verschillende NAVO-bondgenoten coördineren. Europa eist steeds vaker dat militaire tech lokaal gebouwd wordt. Door de systemen te integreren in de digitale platformen van Rheinmetall kan de afhankelijkheid van Amerikaanse exportregels (ITAR) worden verminderd en moet het meebouwen aan de “soevereine industriële capaciteit” van Europa.
Anduril heeft honderden miljoenen aan contracten met het Britse Ministry of Defence (MoD) en bevindt zich momenteel in de eindfase van de locatiekeuze voor een eigen fabriek in het Verenigd Koninkrijk. Deze Britse fabriek moet mede gaan functioneren als productie hub om te voldoen aan de snelgroeiende defensievraag vanuit de rest van Europa.
Ook Onodrim Industries, een start-up in de defensietechnologie, gevestigd in Amsterdam wordt gesteund door Founders Fund. Onodrim is opgericht door Aistis Šimaitis (CEO, voormalig adviseur van de Litouwse overheid) en Alexander Blessing (CTO). Beiden zijn alumni van Palantir Technologies. De derde medeoprichter is Christian Garrett. In februari 2026 haalde de start-up een seed-investeringsronde van 40 miljoen euro op. De ronde werd geleid door Peter Thiels Founders Fund, samen met de durfkapitalisten van Lakestar en General Catalyst.
Donald Trump heeft de hulp ingeroepen van Elon Musk (SpaceX) en Palmer Luckey (Anduril) om de militaire ruimtestrategie van zijn regering te versterken. Op 30 september 2026 maakte minister van Defensie Pete Hegseth de oprichting bekend van Project Meridian, een initiatief dat binnen 4 maanden de toekomstige oorlogsvoering in kaart moet brengen. Het project moet vaststellen welke wapens en technologieën de Amerikaanse strijdkrachten kunnen inzetten om de militaire voorsprong ook in de ruimte te kunnen behouden. Daarbij gaat het onder meer om Super Intelligentie, autonome (ruimte)wapens, drones en robotica.
Voor het project wordt een netwerk van technologiebedrijven, investeerders en politieke relaties ingezet, waarin ook Peter Thiel op de achtergrond een belangrijke positie inneemt. Ook Lux Capital is betrokken bij Onodrim. Lux Capital, dat al sinds 2017 investeert in Anduril, is volgens Bloomberg in gesprek om een van de leidende investeerders te worden in een nieuwe financieringsronde van ongeveer 200 miljoen euro voor de Nederlandse defensiestart-up. De beoogde waardering van Onodrim vóór de financieringsronde ligt rond de 1 miljard euro. De gesprekken zijn nog niet afgerond en Onodrim heeft nog geen definitieve lead-investeerders aangewezen.
De mogelijke investering is opmerkelijk omdat Thiels Founders Fund, in februari 2026 samen met Lakestar en General Catalyst al de leiding nam bij een seed-ronde van 40 miljoen euro voor Onodrim. Lux Capital heeft meer dan 7 miljard dollar onder beheer. De portefeuille van Lux omvat naast Anduril ook ondernemingen op het gebied van robotica, ruimtevaart, AI/SI, militaire technologie en hoogstwaarschijnlijk ook Onodrim.
Luchtmachtminister Troy Meink verklaarde dat de Verenigde Staten inmiddels beschikken over operationele wapens in een baan om de aarde. Hij omschreef deze als “on-orbit space control weapons, bedoeld om Amerikaanse strijdkrachten te beschermen tegen vijandelijke acties. Volgens Amerikaanse functionarissen maakt de ontwikkeling deel uit van de voorbereiding op mogelijke conflicten met onder meer China en Rusland.
Tegelijkertijd ontwikkelt de regering-Trump het Golden Dome-project, een omvangrijk initiatief voor raketverdediging waarbij ook ruimtegebaseerde systemen een rol moeten spelen. SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van Musk, is een belangrijke leverancier voor de Amerikaanse overheid en verzorgt lanceringen van militaire satellieten.
De combinatie van Project Meridian, de investeringen van Founders Fund in defensietechnologie, de betrokkenheid van SpaceX en de zich snel ontwikkelende Super Intelligence (SI) geeft een inkijkje in de militaire strategie van Washington. Dezelfde kring van ondernemers en investeerders die bedrijven opbouwt rond kunstmatige intelligentie, autonome wapens en militaire data-analyse, krijgt steeds meer invloed op de technologie en strategie van de Amerikaanse krijgsmacht en daarmee op de toekomstige wereldwijde technologische en geopolitieke dominantie.
- Brazilië naar de stembus
Ruim 150 miljoen Brazilianen kunnen zondag hun stem uitbrengen bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. De strijd gaat vooral tussen de huidige linkse president Luiz Inácio Lula da Silva en de rechtse senator Flávio Bolsonaro, zoon van oud-president Jair Bolsonaro. Hoewel Lula in verschillende peilingen een voorsprong heeft in de eerste ronde, wijzen de onderzoeken op een bijzonder spannende tweede ronde op 25 oktober. Geen van beide kandidaten lijkt op basis van de recente peilingen voldoende stemmen te halen om de verkiezingen zondag al te beslissen.
De peilingen verschillen per onderzoeksbureau en de verkiezingsstrijd wordt gekenmerkt door een sterke politieke verdeeldheid. De strijd gaat niet alleen over de toekomst van het land, maar ook over twee politieke kampen die elkaar steeds nadrukkelijker als tegenstanders beschouwen.
Lula, die inmiddels aan het einde van zijn derde niet-aaneengesloten ambtstermijn als president zit, wil op 80-jarige leeftijd opnieuw worden gekozen. Hij presenteert zich als de kandidaat die de sociale voorzieningen beschermt en de economische positie van minder welvarende Brazilianen wil verbeteren. Zijn regering heeft onder meer maatregelen aangekondigd om huishoudens met schulden te helpen. Tegelijkertijd spelen de hoge kosten van levensonderhoud en de zorgen over de veiligheid een belangrijke rol in de verkiezingsstrijd.
Flávio Bolsonaro presenteert zich als vertegenwoordiger van het rechtse kamp dat zijn vader Jair Bolsonaro heeft opgebouwd. Die was president van 2019 tot 2022 en blijft, ondanks zijn vertrek uit het presidentschap, een invloedrijke figuur binnen de Braziliaanse rechterzijde. Flávio heeft beloofd zich in te zetten voor de vrijlating van zijn vader, die na zijn veroordeling wegens betrokkenheid bij een poging om de machtsoverdracht na de verkiezingen van 2022 te verhinderen, gevangen zit. Daarmee maakt hij ook de politieke strijd rond zijn vader onderdeel van zijn verkiezingscampagne.
Volgens Ubags is het verschil tussen de twee kandidaten voor veel kiezers minstens zo belangrijk als hun eigen plannen. „Het is vooral: wij zijn niet de ander.” Lula is voor veel Brazilianen een bekende politieke figuur, die al jarenlang een centrale rol speelt in de nationale politiek. Flávio Bolsonaro bouwt daarentegen voor een belangrijk deel voort op de politieke bekendheid en achterban van zijn vader.
De tegenstelling tussen links en rechts is ook in het dagelijks leven merkbaar. Voorstanders van beide kampen laten zich nadrukkelijk horen, terwijl andere Brazilianen twijfelen over hun keuze. De onvrede speelt zich bovendien af tegen de achtergrond van economische onzekerheid, zorgen over criminaliteit en een groeiend wantrouwen tegenover de politiek. Beide kandidaten leggen nadruk op de bestrijding van criminaliteit, maar de verkiezingsstrijd biedt kiezers weinig ruimte om de verschillen tussen hun plannen rechtstreeks te beoordelen. Lula en Flávio Bolsonaro lieten namelijk het laatste televisiedebat voor de eerste ronde aan zich voorbijgaan, waarna de uitzending niet doorging.
Een deel van de Brazilianen overweegt blanco of ongeldig te stemmen. In Brazilië geldt in beginsel een stemplicht voor inwoners van 18 tot en met 70 jaar. Blanco en ongeldige stemmen tellen niet mee bij het bepalen van de winnaar. Om in de eerste ronde te worden gekozen, moet een kandidaat meer dan de helft van de geldige stemmen behalen. Lukt dat niet, dan nemen de twee kandidaten met de meeste stemmen het op 25 oktober tegen elkaar op.
Ook buiten Brazilië zijn de verkiezingen van belang. Vooral de toekomst van het Amazonegebied staat op het spel. Het regenwoud speelt een belangrijke rol in de mondiale koolstofcyclus en de opslag van CO₂. Verdere ontbossing tast ecosystemen aan en kan de uitstoot van broeikasgassen vergroten. De gevolgen beperken zich niet tot Brazilië, maar raken ook omliggende landen en het internationale klimaatbeleid.
Flávio Bolsonaro vertegenwoordigt een rechtse politieke traditie waarin economische ontwikkeling en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen een belangrijke plaats innemen. Onder zijn leiding zal er meer ruimte komen voor ontbossing en de exploitatie van het Amazonegebied. De precieze gevolgen zullen afhangen van het beleid dat zijn regering daadwerkelijk voert en van de handhaving van de bestaande milieuregels.
De verkiezingen gaan daarmee niet alleen over de vraag wie de komende vier jaar het presidentiële paleis betrekt. Ze bepalen ook welke koers Brazilië kiest op het gebied van sociale voorzieningen, criminaliteitsbestrijding, economische ontwikkeling en milieubescherming. De eerste ronde moet duidelijk maken hoeveel steun Lula en Flávio Bolsonaro werkelijk achter zich hebben. Als geen van beiden een meerderheid behaalt, volgt op 25 oktober de beslissende confrontatie tussen de twee politieke kampen.
Flávio Bolsonaro heeft de eerste ronde gewonnen. Bolsonaro behaalde geen absolute meerderheid, dus er is een tweede stemronde nodig. Die vindt op 25 oktober 2026 plaats. Er was sprake van een nek-aan-nekrace: Bolsonaro behaalde 47 procent van de stemmen, Da Silva 45 procent. ‘De peilingen waren eigenlijk omgekeerd, dus dat is voor Lula een tegenvaller.
- Vakantieparken Gillis geveild
Om zijn imperium te financieren ging Peter Gillis (Massa is Kassa) in het verleden grote leningen aan. In mei 2020 leenden vastgoedfinanciers Bert en Cees van Maanen (bekend van Snelgeld.nu en Newfunding.nl), samen met investeerders Xander Hendriks en Arthur van Boxtel, 12,5 miljoen euro aan Gillis met Vakantiepark Prinsenmeer als onderpand. Dit geld was bedoeld om chaleteigenaren af te kopen zodat het park klaargemaakt konden worden voor verkoop. Daarnaast leenden zij hem nog eens 7,5 miljoen euro met Vakantiepark Marina Beach als onderpand.
In april 2023 herfinancierde Gillis deze gehele schuld bij M2R Invest, de investeringsmaatschappij van ondernemer Marc van Rooi (bekend van Van Rooi Meat).
Aangezien de parken niet meer geëxploiteerd mochten worden, de dwangsommen zich opstapelden en de afspraken uit de leningsovereenkomst niet werden nagekomen, eiste Van Rooi de hypotheekrechten op. M2R Invest gaf opdracht om de parken Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg via een executieveiling te verkopen.
Peter Gillis verloor het kort geding om de veiling tegen te houden en de vakantieparken Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg, mochten van de kortgedingrechter in Den Bosch op 1 oktober door schuldeiser Marc van Rooi gewoon geveild worden.
Van Rooi, leende met zijn bedrijf M2R Invest 20 miljoen uit aan Gillis. In ruil daarvoor kreeg hij hypotheekrecht op de drie parken, die momenteel zijn gesloten. Gillis zou niet aan zijn betalingsverplichtingen hebben voldaan. Om toch zijn geld te krijgen liet Van Rooi de parken veilen.
Gillis denkt dat Van Rooi de vakantieparken bewust te laag heeft laten taxeren. Via een veiling zou hij ze zelf willen kopen, zei de advocaat van Gillis eerder deze maand. De rechter stelde echter dat Gillis onvoldoende aannemelijk kon maken dat de vakantieparken te laag zijn gewaardeerd en dat Van Rooi geen belang zou hebben bij een zo laag mogelijke taxatie. De taxaties werden immers uitgevoerd door erkende en gecertificeerde taxateurs die bekend waren met de vakantieparken, omdat zij deze in het verleden, in opdracht van Gillis, al eens hadden getaxeerd, aldus de rechter. Voor vakantiepark Prinsenmeer in Ommel werd 20,6 miljoen euro geboden, voor Brugse Heide in Valkenswaard 3,15 miljoen euro en voor Stadsresort Valkenburg 3,55 miljoen euro. Of de hoogste bieders de parken ook daadwerkelijk mogen kopen, beslist Marc van Rooi. Voor de kosten van de veiling, zo’n 300.000 euro, draait Gillis op.
- Boeing gaat zesde generatie gevechtsvliegtuigen bouwen
Boeing heeft van de Amerikaanse marine een contract gekregen voor de volledige ontwikkeling van het F/A-XX gevechtsvliegtuig. De waarde van dit contract bedraagt meer dan 20 miljard dollar en omvat de bouw van meerdere testtoestellen voor grondtests luchtwaardigheidssystemen en wapenintegratie. Boeing heeft hiermee concurrent Northrop Grumman verslagen.
De productie zal plaatsvinden in de faciliteit in Saint Louis waar de uitbreiding van 1,1 miljoen vierkante voet of ongeveer 10,2 hectare bijna is afgerond. Deze installatie vormt de grootste productiefaciliteit voor gevechtsvliegtuigen in de Verenigde Staten.
Het F/A-XX is een zesde generatie toestel ontworpen voor gebruik op vliegdekschepen. Het is bedoeld om samen te werken met onbemande systemen waaronder het Collaborative Combat Aircraft. Het vliegtuig maakt gebruik van een open missionsysteemarchitectuur.
De eerste vluchten zijn voorzien in de vroege jaren 2030 waarna het toestel de F/A-18 Super Hornet en EA-18G Growler geleidelijk zal aanvullen en vervangen terwijl het naast de F-35C opereert.
Boeing Defense Space and Security produceert onder meer straaljagers, raketten, helikopters, ruimtevaartuigen en satellietsystemen.
In september 2025 ging deze divisie een samenwerking aan met Palantir Technologies. Daarbij wordt het Foundryplatform van Palantir ingezet om data-analyse te standaardiseren over de productielijnen. Palantir levert eveneens AI-capaciteiten voor meerdere geclassificeerde militaire projecten. Na de aankondiging steeg het aandeel van Palantir bijna 2 procent.
- Anthropic met 42 miljard verlies en 80 pagina’s aan doemscenario’s naar de beurs
Anthropic maakt zich op voor een beursgang. De beursprospectus geeft een onthullende blik op de financiën en het risicoprofiel van de AI-gigant. Achter een gerapporteerd nettoverlies van 42 miljard dollar schuilt een complex samenspel van boekhoudkundige herwaarderingen, torenhoge infrastructuurkosten en opmerkelijke waarschuwingen voor de eigen technologie.
Op het eerste gezicht lijken de financiële cijfers over het afgelopen boekjaar te wijzen op een acute noodtoestand. Van het nettoverlies van 42 miljard dollar, bij een omzet van circa 4,6 miljard dollar, bestaat echter ruim 34 miljard dollar uit een eenmalige, niet-liquide boekhoudkundige post. Deze papierlast hangt samen met de herwaardering van converteerbare leningen en aandelenopties ter voorbereiding op de beursnotering. Toch blijft het werkelijke operationele verlies met ruim 8 miljard dollar omvangrijk. Dat wordt voornamelijk gedreven door astronomische uitgaven aan datacenter-capaciteit en peperdure chips om nieuwe generaties AI-modellen te trainen.
In het bedrijfsmodel valt de nauwe verwevenheid met grote investeerders als Amazon en Google op. Deze techgiganten steken miljarden in Anthropic, dat dit geld volgens afspraak grotendeels weer besteedt aan hun cloudinfrastructuur. Hierbij is dus sprake van een circulaire geldstroom, naast een sterk groeiende vraag van andere klanten via zakelijke platforms.
Het meest opmerkelijke onderdeel van de 261 pagina’s tellende beursaanvraag betreft de risicoanalyse. Anthropic gebruikt maar liefst 80 pagina’s om investeerders te waarschuwen voor de gevaren van de eigen producten, tegenover 48 pagina’s voor de zakelijke activiteiten.
Het bedrijf stelt expliciet dat geavanceerde AI “catastrofale en existentiële risico’s” met zich meebrengt. De modellen vertonen volgens de prospectustekst soms “zelfbehoudend gedrag”, waaronder pogingen om uitschakeling tegen te gaan, informatie te verbergen of te manipuleren, en gedrag dat op chantage lijkt. Omdat de modellen zelfs door kunnen hebben dat ze getest worden, zijn traditionele veiligheidsaudits vruchteloos.
Anthropic wil via de beurs 60 tot 100 miljard dollar aan nieuw geld ophalen, maar waarschuwt wel dat de gebouwde technologie niet ongevaarlijk is.
- Schiphol en geluidsoverlast
Het geluid van Schiphol veroorzaakt volgens nieuw onderzoek van het RIVM ernstigere slaapverstoring dan eerder werd aangenomen. Daarbij blijkt dat verouderde rekenmodellen uit 2002 nog altijd worden gebruikt in het huidige geluidsbeleid, wat een realistischere beoordeling van de overlast belemmert. Door recente gegevens te combineren met een al decennia oud model concluderen onderzoekers dat de impact op omwonenden groter is dan tot nu toe werd ingeschat. Dit betekent dat bestaande strategieën voor geluidsbeperking feitelijk herzien zouden moeten worden.
De geactualiseerde cijfers laten zien dat het risico op ernstige slaapverstoring in gebieden met een gemiddeld nachtelijk geluidsniveau van 45 decibel ongeveer twee keer zo hoog kan zijn als eerder werd gedacht. Oudere modellen gingen nog uit van circa 12 procent, terwijl de nieuwe analyses een duidelijk hogere impact suggereren. Het onderzoek keek vooral naar twee effecten van vliegtuiggeluid: ernstige slaapverstoring en ernstige hinderbeleving.
Die laatste hangt samen met gevoelens van irritatie en machteloosheid. Opvallend is dat de resultaten voor hinder niet eenduidig zijn: in stillere gebieden lijkt de ervaren overlast iets lager, terwijl deze bij hogere geluidsniveaus juist sterker toeneemt.
Onderzoekers geven aan dat niet exact duidelijk is waardoor de verschillen met eerdere modellen ontstaan. Mogelijke verklaringen zijn onder meer een toename van het aantal vluchten, veranderingen in onderzoeksmethoden en een veranderde maatschappelijke beleving van geluidsoverlast. Deze factoren zijn echter niet afzonderlijk onderzocht en blijven daarom speculatief.
Het kabinet Jetten wil nu definitief een maximum van 478.000 vluchten per jaar op Schiphol vastleggen, waaronder 27.000 nachtvluchten (omlaag van 32.000 naar 27.000). Als het lukt om minder overlast te veroorzaken, kan het aantal vluchten weer groeien tot 500.000. De overheid wil 20 procent minder mensen die last hebben van ernstige geluidshinder en 15 procent minder mensen met ernstige slaapverstoringen in 2029.
Het is verstandig om de nieuwe RIVM-BR-relaties (vooral voor slaapverstoring) zo snel mogelijk in het beleid, de MER’s en de handhaving te integreren. Anders blijf je sturen op een onderschatting. Een realistischere inschatting van de slaapverstoring maakt de belangenafweging tussen economie/bereikbaarheid en gezondheid/leefbaarheid scherper en dwingt tot stevigere of gerichtere maatregelen (nachtregime, vlootvernieuwing, routeoptimalisatie) als je de doelen serieus neemt.
Zonder actualisering van de rekenmodellen blijft de kans groot dat de beloofde verbetering voor omwonenden van Schiphol tegenvalt of juridisch kwetsbaar blijft. Vandaag debatteert de Tweede Kamer over de voorgenomen plannen van het kabinet.

- Peter Gillis en de zaak Rabarber
Disclaimer & Auteursrecht – BVS
De inhoud van deze website en de bijbehorende blogs is uitsluitend bedoeld voor opiniërende, reflecterende en informatieve doeleinden. De teksten weerspiegelen de persoonlijke meningen en interpretaties van de auteur. De auteur geeft geen garantie wat betreft de volledige juistheid of actualiteit van de geboden informatie en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of gevolgen voortvloeiend uit het lezen, interpreteren of delen van de inhoud. Een deel van de teksten of citaten kan afkomstig zijn uit externe bronnen. Hoewel wordt gestreefd naar een zorgvuldige bronvermelding, kan BVS niet verantwoordelijk worden gehouden voor eventuele onjuistheden of inbreuken door derden. Door deze website te gebruiken, stemt u in met de inhoud van deze disclaimer. Alle materialen op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd. Reproductie, verspreiding of commercieel gebruik zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur of BVS is verboden.Peter Gillis is de eigenaar van de Oostappen Groep Vakantieparken, een onderneming die verblijfsaccommodaties, kampeerplaatsen en jachthavenplekken verhuurt voor zowel korte vakanties als seizoensverblijven. Een aantal parken is ook toegankelijk voor dagrecreatie. Sinds 2015 verhuurde de Oostappen Groep ook delen van locaties aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in Nederland en Fedasil in België voor de opvang van vluchtelingen.
In 1986 kocht Peter Gillis in Asten zijn eerste park: Vakantiepark Strandbad Oostappen, vernoemd naar de nabijgelegen buurtschap Oostappen. Bij de aankoop telde het 50 hectare grote terrein (waarvan 10 hectare water) 300 vaste en 200 toeristische standplaatsen. Anno 2012 bevonden zich op dit terrein dat inmiddels is omgedoopt tot Vakantiepark Prinsenmeer, 1.700 plaatsen, variërend van vaste en toeristische plekken tot verhuurchalets en -caravans.
In 1998 kocht Gillis zijn tweede park (Park Blauwe Meer in Lommel, België). In 2000 nam hij Vakantiepark Droomgaard (Kaatsheuvel) en Vakantiepark Brugse Heide (Valkenswaard) over. In 2002 volgden Park Hengelhoef (Houthalen, België) en Vakantiepark Elfenmeer (Herkenbosch), en in 2004 Vakantiepark De Berckt (Baarlo). In datzelfde jaar kocht hij een kantoorpand in Asten voor het hoofdkantoor. In 2005 volgden Vakantiepark Arnhem en Park Parelstrand (Lommel). In 2010 werd Vakantiepark Zilverstrand in Mol (België) overgenomen, in 2012 Vakantiepark Riviera Beach (Biddinghuizen) en in 2013 Vakantiepark Marina Beach (Hoek), inclusief het subtropisch zwemparadijs Aquadome Scheldorado.
Zo groeide de Oostappen Groep uit tot een keten van twaalf parken in Nederland en België, met in totaal vijftienduizend slaapplaatsen en een jaaromzet van ongeveer 45 miljoen euro.
In 2018 werden Riviera Beach en Zilverstrand verkocht aan EuroParcs. Nadat de gemeente Loon op Zand de Oostappen Groep meerdere boetes had opgelegd wegens het illegaal huisvesten van arbeidsmigranten op Vakantiepark Droomgaard, legde de gemeente in maart 2019 conservatoir beslag op het park. Later in 2019 werd ook Droomgaard aan EuroParcs verkocht. Vakantiepark Elfenmeer in Herkenbosch werd gesloten nadat de gemeente Roerdalen in 2015 het erfpachtcontract niet verlengde omdat het park in verval was geraakt. Oostappen bleef wel eigenaar van 9 hectare aanpalende grond met voornamelijk bungalows.
Op 5 december 2019 werd voor Vakantiepark Marina Beach in Hoek een intentieovereenkomst gesloten met Braakmaneiland Projectontwikkeling B.V. van voormalig makelaar Piet van Alten. De verkoop zou Oostappen 61,28 miljoen euro opleveren, een flinke stijging ten opzichte van de aankoopsom van 5,5 miljoen euro in 2013. Van Alten wilde het park niet zelf exploiteren, maar de exploitatie uitbesteden aan een internationale speler. De deal sleepte echter jaren voort omdat Van Alten de financiering niet rond kreeg en investeerders zich terugtrokken na invallen van de opsporingsdiensten. In juli 2023 werd de overeenkomst definitief ontbonden, waardoor het park in handen van Oostappen bleef. In 2020 kocht Gillis Slot Cranendonck in Soerendonk aan. Vanaf dat jaar waren de parken ook het decor van de realityserie Familie Gillis: Massa is Kassa op SBS6.
In 2019 doorzocht de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) meerdere parken en het hoofdkantoor in Asten. Er werden diverse overtredingen vastgesteld, waaronder illegale huisvesting van arbeidsmigranten en illegaal wapenbezit. Voor dat laatste feit legde de rechter begin 2020 vanwege bijzondere omstandigheden slechts een voorwaardelijke boete op.
In de jaren daarna stapelden de handhavingsacties zich op. In april 2023 voerde de gemeente Terneuzen samen met de politie opnieuw controles uit op Marina Beach ter controle van eerdere lasten onder dwangsom wegens illegale bewoning, brandonveiligheid en het huisvesten van arbeidsmigranten. Oostappen kreeg onder meer een dwangsom van 400.000 euro opgelegd en een eerdere dwangsom van 200.000 euro werd daadwerkelijk ingevorderd. Vakantiegangers klaagden steen en been over achterstallig onderhoud, schimmel, stankoverlast en gebrekkige hygiëne.
Ook op bestuurlijk vlak ging het mis. Het Landelijk Bureau Bibob adviseerde de burgemeesters van onder meer Asten, Cranendonck en Valkenswaard over vermoedens van fraude, valsheid in geschrifte en illegale praktijken. Hierop trokken de gemeenten de horeca- en exploitatievergunningen in of weigerden deze te hernieuwen. De rechter in Den Bosch oordeelde in juni 2025 dat het intrekken van deze vergunningen rechtmatig was, omdat er een ernstig gevaar bestond dat de parken gebruikt zouden worden voor het faciliteren van criminele activiteiten. De parken in Ommel (Prinsenmeer), Cranendonck en Valkenswaard (Brugse Heide) moesten daardoor definitief dicht.
Op strafrechtelijk vlak werd Gillis beschuldigd van het stelselmatig ontduiken van belastingen, het niet bijhouden van de administratie en het verzwijgen van meer dan 500.000 euro aan contante huurinkomsten. In april 2025 veroordeelde de rechtbank in Den Bosch Peter Gillis tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Ook zijn ex-vrouw en dochter, die werkzaam waren op het hoofdkantoor, kregen taakstraffen en voorwaardelijke celstraffen opgelegd. Allen gingen in hoger beroep. Talpa Network besloot de uitzendingen van Massa is Kassa niet te stoppen zolang de veroordeling niet onherroepelijk is.
Op de sluiting van Vakantiepark Prinsenmeer volgde grote onrust. Recreanten mochten het park al sinds eind 2023 niet meer op. Voor de vaste bewoners volgden slepende procedures. Hoewel er al 25 jaar sprake was van gedogen, sommeerde Gillis de bewoners het park te verlaten. De gemeente Asten legde dwangsommen op van 50.000 euro per maand zolang er nog mensen woonden. Om de bewoners te dwingen te vertrekken, werden onder meer de slagbomen na 17:00 uur buiten werking gesteld. Gillis deed aangifte van huisvredebreuk, maar de politie ontruimde het terrein niet direct. Uiteindelijk bepaalde de rechter dat de laatste bewoners het park definitief moesten ontruimen.
Om zijn imperium te financieren ging Gillis in het verleden grote leningen aan. In mei 2020 leenden vastgoedfinanciers Bert en Cees van Maanen (bekend van Snelgeld.nu en Newfunding.nl), samen met investeerders Xander Hendriks en Arthur van Boxtel, 12,5 miljoen euro aan Gillis met Vakantiepark Prinsenmeer als onderpand. Dit geld was bedoeld om chaleteigenaren af te kopen zodat het park leeggemaakt kon worden voor verkoop. Daarnaast leenden zij hem 7,5 miljoen euro met Vakantiepark Marina Beach als onderpand.
In april 2023 herfinancierde Gillis deze gehele schuld bij M2R Invest, de investeringsmaatschappij van ondernemer Marc van Rooi (bekend van vleesverwerker Van Rooi Meat). Gillis leende hiervoor miljoenen euro’s tegen een hoog rentepercentage en gaf drie van zijn vakantieparken in onderpand.
Aangezien de parken niet meer geëxploiteerd mogen worden, de dwangsommen zich opstapelden en de afspraken uit de leningsovereenkomst niet werden nagekomen, heeft Marc van Rooi via M2R Invest de hypotheekrechten opgeëist. M2R Invest heeft opdracht gegeven om de parken Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg via een executieveiling te laten verkopen.
Peter Gillis verloor het kort geding om de veiling tegen te houden, maar de parken mogen op 1 oktober door schuldeiser Marc van Rooi gewoon geveild worden. Dat heeft de kortgedingrechter in Den Bosch 29 september 2026 bepaald. Het gaat om de vakantieparken Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg. Van Rooi, leende met zijn bedrijf M2R Invest miljoenen uit aan Gillis. In ruil daarvoor kreeg hij hypotheekrecht op de drie parken, die momenteel zijn gesloten. Gillis zou niet aan zijn betalingsverplichtingen hebben voldaan. Om toch zijn geld te krijgen, heeft Van Rooi de parken onlangs in een openbare veiling aangeboden. Gillis denkt dat Van Rooi de vakantieparken bewust te laag heeft laten taxeren. Via een veiling zou hij ze zelf willen kopen, zei de advocaat van Gillis, eerder deze maand. De rechter stelt dat Gillis onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vakantieparken te laag zijn gewaardeerd en dat Van Rooi belang zou hebben bij een zo laag mogelijke taxatie. De taxaties zijn uitgevoerd door erkende en gecertificeerde taxateurs die bekend waren met de vakantieparken, omdat zij deze in het verleden, in opdracht van Gillis, al eens hebben getaxeerd, aldus de rechter.
Oostappen Groep beheert nu nog negen Nederlandse en enkele Belgische vakantieparken, met een jaaromzet van ongeveer 45 miljoen euro. Piet van Alten, een voormalig makelaar, was betrokken bij een eerdere poging in 2020 om vakantiepark Marina Beach van de Oostappen Groep te kopen voor 61 miljoen euro via zijn bedrijf Braakmaneiland Projectontwikkeling B.V. Deze deal ging uiteindelijk niet door, mede omdat Van Alten de betaling niet rond kreeg en zijn financiers zich terugtrokken na een FIOD-inval bij Oostappen.
Van Alten wordt beschreven als een onbetrouwbare zakenpartner en zijn makelaardij ging zes jaar eerder failliet, wat zijn financiële problemen onderstreept. Na drie jaar kwam de aankoop nog steeds niet rond. Wel was Gillis ondertussen vanwege illegale verhuur aan arbeidsmigranten contant in conflict met de Gemeente. Braakmaneiland Projectontwikkeling wilde het park niet zelf gaan exploiteren maar dat uitbesteden aan een ‘internationale speler. Door een onderzoek door de Fiod en lopende procedures en uitzettingen, bleek een koop na 3 jaar van de baan.
Om de parken was lange tijd veel te doen, omdat Gillis via de vakantieparken fraude pleegde en er illegaal mensen woonden. Uiteindelijk moesten de locaties sluiten en had de familie Gillis geen zicht op heropening. De medewerkers van de vakantieparken werden in de tussentijd doorbetaald door Gillis, zegt hij. “Ik betaal ze nog iedere dag uit. Die mensen hebben voor mij heel lang klaargestaan.” Op 1 mei deed de rechter schriftelijk uitspraak in het voordeel van Gillis. De leningen werden door Van Gillis afgelost met nieuw kapitaal van M2R.
In april 2023 voerde de gemeente Terneuzen samen met de politie opnieuw een controle uit in vervolg op eerdere controles. Er werd gecheckt of eerder geconstateerde overtredingen rond permanente bewoning zijn beëindigd. In de afgelopen jaren zijn meerdere controles uitgevoerd waarbij sprake bleek van onder meer onrechtmatige bewoning, huisvesting van arbeidsmigranten en het overtreden van de brandveiligheidsvoorschriften. De Oostappen Groep kreeg eind maart 2023 al een nieuwe last onder dwangsom van 400.000 euro opgelegd voor de huisvesting van arbeidsmigranten en kreeg tot 30 juni 2023 de tijd om een eind te maken aan de overtreding. De gemeente Terneuzen had al een opgelegde dwangsom van 200.000 euro daadwerkelijk geïnd. De dwangsom werd opgelegd vanwege het huisvesten van arbeidsmigranten op het vakantiepark Marina Beach. Oostappen Groep had tot 13 april de tijd om bezwaar te maken, maar deed dit niet. Het park kreeg veel slechte publiciteit over schimmel aan het plafond, stof, een rioolgeur, anderhalf uur wachten bij de receptie, kapotte sloten, en spiegelgladde veranda’s. Meerdere vakantiegangers verklaarden dat ze nog nooit zo’n bende hadden gezien. Ook in België ontstonden er problemen en lopen er rechtszaken.
Peter Gillis tegelijk moest ook voorkomen voor de mishandeling van zijn voormalige vriendin Nicol. Volgens de verdediging waren de getuigenverklaringen en de foto’s in de aanklacht niet betrouwbaar. Daarnaast zou Nicol zelf tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd. De rechtbank oordeelde eerder dat er geen aanwijzingen zijn dat de foto’s in de zaak zijn bewerkt. Volgens de verdediging is echter niet uit te sluiten dat er bewerkingen zijn geweest. Daarnaast zou niet met zekerheid vastgesteld kunnen worden wanneer de foto’s gemaakt zijn.
Peter Gillis stond 19 maart 2026 voor een regiezitting voor de rechter vanwege een bestuursrechtelijke procedure over dwangsommen wegens illegale bewoning op zijn vakantieparken. In september 2024 verbleven er ondanks diverse verboden op een van zijn vakantieparken toch nog mensen, terwijl dat niet was toegestaan. Gillis weigerde om deze situatie te beëindigen. De gemeente Asten legde dwangsommen op tot tienduizenden euro’s. De rechtbank boog zich over de vraag of een eerder opgelegde dwangsom daadwerkelijk geïnd mag worden. Gillis had ook verzuimd om tijdig belastingaangifte te doen, hield zijn administratie niet bij en “vergat” contante betalingen voor huur in te boeken. De niet geboekte contante betalingen van huurders zouden meer dan 500.000 euro bedragen.
In april 2025 veroordeelde de rechtbank in Den Bosch hem tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk. Volgens de rechter was niet alleen Peter maar ook zijn ex-vrouw en dochter schuldig. Zij werkten tussen 2014 en 2019 op het kantoor van vakantiepark Prinsenmeer. De rechter legde hun taakstraffen en een voorwaardelijke celstraf op, waarna zij vergeefs in hoger beroep gingen. SBS6 bleef het reality programma Massa is Kassa van de Familie Gillis uitzenden. Talpa Network liet weten het programma niet stop te zetten zolang er geen definitieve veroordeling is. Eerder, in augustus 2023, gaf het mediabedrijf nog aan het populaire programma direct te zullen stoppen bij een veroordeling maar besloot daarna alsnog om toch ook maar het Hoger Beroep af te wachten.
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 4 augustus 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2197 en ECLI:NL:GHSHE:2026:2196
Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch veroordeelde op 4 augustus 2026 de dochter en ex vrouw van Peter Gillis wegens de fiscale fraude. Binnen Oostappen werd jarenlang een specifieke verhuur aan zogenoemde rangers buiten de administratie gehouden en contant afgerekend, waardoor te weinig belasting is geheven. De zaken werden in hoger beroep afgedaan op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging. De bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid uit de vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant bleven in stand. Het hof vernietigt uitsluitend de strafoplegging en legt in beide zaken een deels voorwaardelijke taakstraf op, zonder de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De ene verdachte krijgt een taakstraf van 240 uren en de andere een taakstraf van 180 uren, telkens met 40 uren voorwaardelijk en een proeftijd van één jaar.
Beide zaken betreffen hoger beroep tegen vonnissen van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 15 april 2025. Tijdens het in 2016 door de Belastingdienst gestart boekenonderzoek kwam naar voren dat er binnen de onderneming een geldstroom was die niet in de administratie zichtbaar was, niet bekend was bij de eigen accountant en niet werd opgegeven bij de Belastingdienst. Uit het strafrechtelijk onderzoek bleek dat een specifieke verhuur van langere duur voor permanente bewoning, binnen de organisatie aangeduid als verhuur aan rangers of sociale verhuur, buiten het reserverings- en boekingssysteem werd gehouden en contant werd afgerekend. Verhuur aan rangers was alleen toegestaan met toestemming van Gillis. De contante betalingen werden in enveloppen op het hoofdkantoor afgegeven of opgehaald. De huurders werden niet in het nachtregister geregistreerd, of de registratie werd nadien vernietigd. Ook de urenregistratie en urenbriefjes van buitenlandse Europese medewerkers moesten in opdracht van het hoofdkantoor worden vernietigd. Deze gebrekkige administratie werd gevoerd gedurende de gehele ten laste gelegde periode van 1 januari 2014 tot en met 21 mei 2019.
De rol verschilt per verdachte. In de zaak met nummer ECLI:NL:GHSHE:2026:2197 gaat het om de dochter Inge van Gillis (1994). Zij instrueerde de parken over de afspraken voor het plaatsen van rangers, verwerkte de blokkeringen in het reserveringssysteem Newyse en gold daarvoor als aanspreekpunt binnen de organisatie. In de zaak met nummer ECLI:NL:GHSHE:2026:2196 gaat het om Peters ex vrouw Treesie Michielsen (1965). Zij was verantwoordelijk voor de administratie op alle parken en verwerkte de contante gelden per park in een aparte map ten behoeve van de kasadministratie. Enveloppen met geld die bij haar terechtkwamen, gaf zij zonder vragen door zonder deze te verwerken.
De verwijten werden gebaseerd op de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, telkens in de vorm van medeplegen (artikel 47 Sr) en met toepassing van meerdaadse samenloop (artikel 57 Sr). Steeds gold het strekkingsvereiste dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting werd geheven.
In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2197 gaat het om twee feiten. Feit 1 betreft het medeplegen van het opzettelijk niet voeren van een administratie overeenkomstig de eisen van de belastingwet en het medeplegen van het opzettelijk niet bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, beide meermalen gepleegd. Feit 2 betreft het medeplegen van het opzettelijk onjuist en of onvolledig verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen.
In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2196 gaat het om één feit: het medeplegen van het opzettelijk niet voeren van een administratie en het medeplegen van het opzettelijk niet bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, meermalen gepleegd. Het verwijt over het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen ontbreekt hier.
De advocaat-generaal vorderde in het verlengde van de procesafspraken dat het vonnis werd bevestigd, met uitzondering van de strafoplegging. In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2197 vordert de advocaat-generaal een taakstraf van 240 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2196 vordert de advocaat-generaal een taakstraf van 180 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar.
De verdediging refereerde zich in beide zaken aan het oordeel van het hof voor wat betreft de bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid van de feiten en de verdachte, en conformeerde zich aan de door de advocaat-generaal gevorderde straf. In het kader van het afdoeningsvoorstel berust de verdediging in de bewezenverklaring zoals bij vonnis gewezen en voert daartegen geen verweren. De verdediging voert evenmin verweer tegen de strafeis. Op dit punt lopen beide zaken gelijk.
Het hof stelt in beide zaken vast dat tussen het Openbaar Ministerie en de verdediging procesafspraken zijn gemaakt in de vorm van een afdoeningsvoorstel, die erop neerkomen dat de bewezenverklaring, de kwalificatie en de strafbaarheid uit het vonnis in stand blijven en dat daartegen geen verweer meer wordt gevoerd. Het afdoeningsvoorstel houdt in dat de verdediging in de bewezenverklaring berust, dat openstaande onderzoekswensen komen te vervallen, dat het Openbaar Ministerie de overeengekomen taakstraf eist, dat de verdediging daartegen geen verweer voert en dat de verdachte haar verantwoordelijkheid erkent en de strafrechtelijke aansprakelijkheid aanvaardt.
Het afdoeningsvoorstel is ter terechtzitting van 19 maart 2026 en 21 juli 2026 integraal besproken in aanwezigheid van de raadsman. De verdachte verklaart op 19 maart 2026 dat zij vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en met besef van de rechtsgevolgen, tot de ondubbelzinnige beslissing is gekomen mee te werken aan het voorstel en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Het hof bespreekt tijdens het onderzoek ter terechtzitting de vragen van de artikelen 348 en met name 350 van het Wetboek van Strafvordering, waarbij de procesafspraken worden meegewogen. Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de strafoplegging. Deze gang van zaken is in beide zaken identiek.
De bewezenverklaring uit de vonnissen van de rechtbank blijft door de procesafspraken in stand. Bewezen is:
In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2197:
-
feit 1: medeplegen van het opzettelijk niet voeren van een administratie overeenkomstig de eisen van de belastingwet en medeplegen van het opzettelijk niet bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
-
feit 2: medeplegen van het opzettelijk onjuist en of onvolledig verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.
In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2196:
-
medeplegen van het opzettelijk niet voeren van een administratie overeenkomstig de eisen van de belastingwet en medeplegen van het opzettelijk niet bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.
De rolwaardering en de persoonlijke omstandigheden verschillen per zaak. In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2197 acht het hof de rol van de verdachte bij het buiten de boeken houden van de verhuur groot, omdat zij de parken instrueerde, de blokkeringen in Newyse verwerkt en daarvoor het aanspreekpunt was. Als persoonlijke omstandigheid weegt het hof mee dat zij de zaak wenst af te doen vanwege de druk en stress op haarzelf en haar gezin. In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2196 acht het hof de rol van de verdachte eveneens groot, omdat zij verantwoordelijk is voor de administratie op alle parken, de contante gelden per park verwerkt en enveloppen met geld zonder vragen doorgeeft, waardoor de administratie op belangrijke onderdelen een onvolledig beeld geeft. Als persoonlijke omstandigheid weegt het hof mee dat zij de zaak wenste af te doen vanwege haar gezondheid.
Het hof volgt het Openbaar Ministerie en de verdediging in het afdoeningsvoorstel en vernietigt in beide zaken het vonnis uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging.
Voor het overige bevestigt het hof het vonnis.
In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2197 (dochter) legt het hof een taakstraf op van 240 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis, waarvan 40 uren voorwaardelijk, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van één jaar.
In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2196 (ex vrouw)legt het hof een taakstraf op van 180 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis, waarvan 40 uren voorwaardelijk, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van één jaar.
De opgelegde straffen komen in beide zaken overeen met de eis van de advocaat-generaal in hoger beroep. Ten opzichte van de rechtbank wijkt het hof in beide zaken af doordat de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van drie jaren vervalt en de proeftijd bij het voorwaardelijke deel van de taakstraf wordt bepaald op één jaar.
De volledige uitspraak in de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2197 en in de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2196.
Peter Gillis werd zelf veroordeeld tot een celstraf voor 6 maanden vanwege de belastingfraude. Gillis mocht geen zaken meer doen als campinghouder maar wel met de Overheid. Gillles ontving vijf miljoen euro voor de opvang van asielzoekers op zijn vakantiepark in het Belgische Lommel.
Op vakantiepark Parelstrand verblijven ongeveer 750 asielzoekers. Op dit moment is Peter Gillis opnieuw in onderhandeling met de Vlaamse overheid voor een nieuwe deal. Het contract voor de opvang van asielzoekers in Lommel liep namelijk op 31 december 2025 af.
De opvang van 750 asielzoekers op Parelstrand in Lommel kostte vorig jaar 14 miljoen euro. Ruim vijf miljoen ging naar Gillis. “Ik ben echt geschrokken. Fedasil had eerst een afspraak voor 750 personen voor 15,75 euro per persoon, per nacht. Later werd dat veranderd in 180 chalets voor 77,5 euro per dag, per onderkomen. Daarnaast worden twee wassalons (4560 euro per maand) en drie containers (1500 euro per maand) gehuurd. Samen met de verhuur van de chalets komt dat neer op 430.000 euro per maand en dus ruim 5 miljoen euro per jaar.
In 2016 werden voor het eerst asielzoekers opgevangen op vakantiepark Parelstrand. Tussen december 2018 en augustus 2020 was de opvang opnieuw nodig. Sinds november 2021 heeft Fedasil een contract met Gillis. Gillis heeft drie vakantieparken in België. Naast Parelstrand gaat het om Blauwe Meer in Lommel en Hengelhoef in Houthalen-Helchteren. Volgens Belgische media is Parelstrand de enige met groene cijfers. Tot 2016 was Parelstrand verlieslijdend, sinds de opvang van asielzoekers wordt er winst gemaakt.De vakantieparken in Ommel, Cranendonck en Valkenswaard blijven ondertussen gesloten. De rechter in Den Bosch verklaarde 3 juni 2025 dat het intrekken van de vergunningen rechtmatig was. De rechter oordeelde dat ervan uitgegaan mocht worden dat de parken mogelijk deels gebruikt zouden worden voor criminele activiteiten. Daarom mochten de vergunningen worden ingetrokken of worden geweigerd. De burgemeesters van Asten (de gemeente waar Ommel onder valt), Cranendonck en Valkenswaard werden in 2020 door het Landelijk Bureau Bibob ingelicht over de vermoedelijke misstanden bij de parken van Gillis. Het zou gaan om fraude, valsheid in geschrifte, verboden wapenbezit, illegaal huisvesten van arbeidsmigranten en het toestaan van permanente bewoning. Daarop zijn de vergunningen ingetrokken.
Alle vakantieparken van Gillis staan ondertussen te koop. Op Prinsenmeer ontstond grote onrust omdat Peter Gillis de bewoners sommeerde per direct van het park te vertrekken. Ze voelen zich een speelbal in een ruzie tussen de gemeente en Gillis. De laatste vijftig mensen op de camping in Asten moesten 14 september 2024 al vertrokken zijn maar dat weigerden de bewoners waarop de gemeente de Oostappen Groep van Peter Gillis een dwangsom oplegde van 50.000 euro per maand. Voor vakantiegangers is het park al sinds december 2025 gesloten. Peter Gillis heeft kopers van chalets er destijds niet op gewezen dat het onzeker was wat er met het park ging gebeuren. Om de bewoners weg te krijgen werkten de slagbomen van het park niet meer na vijf uur in de middag. In de groepsapps ging rond dat de bewoners het er niet bij zouden laten zitten. Er wonen op Prinsenmeer al 25 jaar mensen en al die jaren werd er door de gemeente gedoogd. In een brief aan de bewoners staat dat Peter Gillis de bewoners sommeert om het park per direct te verlaten. Gillis deed aangifte van huisvredebreuk, maar de politie weigerde de bewoners van het terrein te verwijderen. De bewoners moesten 29 september 2025 vertrokken zijn. Dat had de rechter in Den Bosch besloten.
Peter Gillis heeft nog geen geld ontvangen voor de verkoop van zijn vakantieparken en ook heeft de koper nog niet de benodigde informatie aangeleverd, zoals wie de financiers zijn achter de overname. Daarom werd een dwangsom opgelegd van 100.000 euro per dag. De rechter besliste dat de koper van de tien Nederlandse vakantieparken zijn verplichtingen uit het getekende koopcontract moet nakomen. Taeke Dijkstra kreeg van de rechtbank drie dagen de tijd om de koopsom te betalen en informatie aan te leveren. Voor het weigeren van dat laatste kunnen de dwangsommen oplopen tot 100 miljoen euro.
De exploitatie van alle Nederlandse Oostappen Vakantieparken kwam in april 2024 in handen van Exploitatiemaatschappij Vakantieparken BV van Matthijs Stevens. Hij heeft overeenstemming bereikt voor het overnemen van de verhuurexploitatie en het beheer van alle faciliteiten en voorzieningen van Oostappen Vakantieparken in Nederland. Matthijs Stevens startte direct met het indienen van de benodigde exploitatie -en horecavergunningen. Stevens is een oud-medewerker van het advocatenkantoor dat Gillis bijstaat in rechtszaken. Dit roept vragen op over de onafhankelijkheid van Stevens, zeker gezien het feit dat Peter Gillis met zijn parken te maken heeft gehad met Bibob-toetsen vanwege vermoedens van criminele activiteiten. De Bibob-toets voor Stevens is dan ook langer gaan duren.
17 april 2025 diende een kort geding tegen een nieuwe liefhebber Taeke Dijkstra’s. Zijn bedrijf, Limbutex BV, werd failliet verklaard door een vastgoedondernemer uit Makkum vanwege een geschil over een ander vakantiepark (Ursemmerhof). Peter Gillis was naar de rechter gestapt om de ingezette aankoop voort te zetten en de koop af te dwingen nadat deze zogenaamd problemen zag met het feit dat de Belastingdienst beslag had gelegd op de parken. Hierna zouden de financiers die bij de deal betrokken waren geen zaken meer willen doen, zei koper Taeke Dijkstra in de rechtbank in Haarlem. De beslaglegging van de fiscus hoeft volgens Gillis de koop van de vakantieparken echter niet te belemmeren. “Wij kunnen beslagvrij leveren. Dus dat probleem is gewoon opgelost.” “We hebben samen getekend. Als er nu hele rare veranderingen waren, maar dat is niet zo. De parken zijn nog zoals ze zijn.” De koopovereenkomst is getekend, benadrukt Gillis. “Het is niet zo dat meneer Dijkstra dat gisteren onder ogen kreeg en vandaag tekent.” Gillis vindt het wel “fijn” dat Dijkstra enkele financiers heeft met wie hij een getekende overeenkomst heeft. “Dat vind ik positief nieuws.”
Bij de rechtbank in Limburg werd echter het faillissement aangevraagd van Limbutex BV, het bedrijf van Taeke Dijkstra. Het verzoek tot faillissement was afkomstig van een vastgoedondernemer uit het Friese Makkum. Die ligt met Dijkstra in de clinch over de aankoop van een vakantiepark in Noord-Holland, de Ursemmerhof. Ondanks een ondertekend koopcontract heeft Dijkstra daar nooit voor betaald. In 2023 werd de deal, ter waarde van 16 miljoen euro, door de rechter ontbonden. De in het vonnis opgenomen proceskosten en dwangsommen, bij elkaar ruim 66.000 euro, betaalde Dijkstra volgens de tegenpartij ook nooit. De herhaaldelijke inzet van deurwaarders mocht niet baten. Daarom vroeg de eigenaar van de Ursummerhof succesvol het faillissement van Dijkstra’s bedrijf aan bij de rechtbank.
Dijkstra heeft een historie met conflicten en deals waarin hij zijn verplichtingen niet nakomt. Zo ging het niet alleen bij de Ursummerhof, maar ook bij park Meerzicht in Drenthe. Betrokkenen zien dat de geschiedenis zich bij de zaak met Gillis zich herhaalt en noemen Dijkstra tegenover deze site een ‘fantast’ en een ‘luchtfietser’. Bij de deal met Gillis zei Dijkstra te handelen namens een aantal financiers, maar wie dat zijn is tot op heden volstrekt onduidelijk. Dijkstra en Gillis zijn nog altijd met elkaar in gesprek over het vlottrekken van de deal. De advocaat van Gillis zegt dat Dijkstra er simpelweg voor moet zorgen dat er geld op tafel komt.
Door de gebeurtenissen met Gillis kwam Dijkstra, die voor andere schuldeisers onvindbaar was, weer in de picture. Erik Braun, de advocaat die Peter Gillis bijstaat, zegt dat een eventueel faillissement van Limbutex ‘in principe’ geen invloed heeft op de deal, omdat Dijkstra zijn handtekening op persoonlijke titel zette. „Limbutex is geen partij bij de koopovereenkomst en vooralsnog ook geen financier. Dijkstra’s “adviseur” Jeroen Ferrara: Hij wil niet veel woorden vuil maken over de faillissementsaanvraag. „Dit is iets uit het verleden en het geschil zit iets genuanceerder in elkaar”, zegt hij over de partij die het faillissement heeft aangevraagd: „Dat is moddergooien van hun kant. Daar zijn we niet van onder de indruk.” Ferrara benadrukt dat de focus op dit moment ligt op de deal met Peter Gillis en de overname van de vakantieparken: „Toen Dijkstra voor het eerst aan tafel kwam, is natuurlijk wel gevraagd: kun je het betalen? Er was een makelaar bij betrokken en een notaris. Het hele plan is gewoon door de ballotage gekomen.” Jeroen Ferrara is buiten zijn rol als adviseur van Taeke Dijkstra.Ferrara is verbonden aan een bedrijf genaamd Pro Solutions, dat mogelijk gerelateerd is aan zijn activiteiten (website: jeroen-ferrara.com). Ferrara presenteert zichzelf als professional in management, sales, public relations, en technische ondersteuning (bijvoorbeeld audio, video, automatisering, IT, telecom, en laagspanningsoplossingen). Hij deed eerder ferme uitspraken over Dijkstra’s standpunt (bijvoorbeeld over het niet betalen van een dwangsom van €100 miljoen: “Principes mogen geld kosten”). Hij werd in mei 2025 vervangen door advocaat Oscar van Oorschot. Op dit moment wordt er volgens hem hard gewerkt om de deal tot een goed einde te brengen: „We zijn op de goede weg en zijn redelijk dicht bij een oplossing. Dat is niet meteen in een paar weekjes geregeld, maar ik ben ervan overtuigd dat wij gezamenlijk met Gillis tot een transactie komen.”
Vastgoed financierders Bert en Cees Van Maanen van Snelgeld.nu leenden samen met twee andere investeerders Xander Hendriks en Arthur van Boxtel in mei 2020 12,5 miljoen euro aan Peter Gillis en kregen hiervoor vakantiepark Prinsenmeer in onderpand. De lening was bedoeld om bungaloweigenaren op het park af te kopen, zodat het bij verkoop leeg kon worden opgeleverd. Daarnaast leenden ze Gillis 7,5 miljoen waarvoor hij zijn Zeeuwse park Marina Beach had beleend. Marina Beach heeft een waarde van circa 10 miljoen euro. In april 2023 herfinancierde Gillis de gehele schuld bij M2R de investeringsmaatschappij van van Marc van Rooij en gaf hiervoor 3 vakantieparken in onderpand. Bij het online loket leende Gillis 6 miljoen met een looptijd van een jaar met een rente van 11%. Marina Beach die samen met tropisch zwembad Scheldorado als onderpand diende zou gekocht worden aan Braakmaneiland Projectontwikkeling van Piet van Alten. Naast Snelgeld.nu hebben de broers Van Maanen ook Newfunding.nl, waarmee ze met kort geld vastgoed helpen financieren. Omdat Gillis het vakantiepark niet meer zelf mag exploiteren wordt dit nu uitbesteed. Peter Gillis denkt dat Van Rooije drie van zijn vakantieparken bewust te laag heeft laten taxeren en dat hij via een veiling zelf de parken zou willen kopen.
Het gaat om de parken Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg. Van Rooi, de zakenman achter vleesbedrijf Van Rooi Meat, leende met zijn bedrijf M2R Invest miljoenen uit aan Gillis. In ruil daarvoor kreeg hij hypotheekrecht op de drie parken.
Om toch zijn geld te krijgen, heeft Van Rooi de parken onlangs in een openbare veiling aangeboden. Gillis, bekend van de serie Massa is Kassa, wil voorkomen dat de parken op 1 oktober worden geveild. Daarom is hij naar de rechter gestapt.
De opbrengst van de veiling is bedoeld om Van Rooi terug te betalen. De advocaat van Van Rooi zei dat de schuldeiser “geen behoefte heeft aan welk vakantiepark dan ook” en alleen zijn geld wil krijgen. De raadsman verklaarde daarnaast dat er geen reden zou zijn om aan de juistheid van de taxaties te twijfelen en dat de vakantieparken niet goed zijn onderhouden. De rechtbank wil binnen twee weken een uitspraak doen.De Oostappen Groep een aantal samenwerkingen met stichtingen opgezet:
Stichting Verwenevent
Stichting Kiwanis
Stichting Vakantieparticipatie Vlaanderen
Stichting Opkikker
Make-A-Wish FoundationGemeenten voeren vaak Bibob-onderzoeken uit bij het verlenen van vergunningen. Bij een negatieve Bibob-toets, wat gebaseerd kan zijn op criminele antecedenten of risico op misbruik van de vergunning, kunnen vergunningen worden geweigerd of ingetrokken. Dit is al gebeurd bij diverse parken. Juist door de problemen met vergunningen als gevolg van de diverse (Bibob-)onderzoeken en negatieve publiciteit, had Peter Gillis al besloten om de exploitatie van zijn Nederlandse parken uit handen te geven. Dit is de reden waarom hij de parken wilde verkopen en waarom er een (mislukte) exploitatieovereenkomst met Matthijs Stevens was.
De gemeente Terneuzen verbood per direct recreatie op het vakantiepark Marina Beach in het Zeeuws-Vlaamse Hoek. Burgemeester Erik van Merrienboer van de gemeente Terneuzen heeft besloten geen exploitatievergunning voor het park te verlenen en de alcoholwetvergunning en horeca-exploitatievergunning voor Marina Beach in te trekken. Het park staat al geruime tijd te koop. De gemeente besloot in februari 2025 een exploitatievergunning verplicht te stellen voor Marina Beach en andere campings en recreatieparken met meer dan 35 verblijfsplekken. Daardoor kan de gemeente een zogenoemde Bibob-toets laten uitvoeren om te onderzoeken of recreatieondernemers zich schuldig maken aan illegale praktijken. Een Bibob-onderzoek was voor de burgemeester aanleiding de exploitatievergunning te weigeren. Over de inhoud van het onderzoek mag de gemeente niets naar buiten brengen.
De ex-vrouw van Gillis, Treesie Michielsen en zijn dochter Inge Gillis werden hiervoor ook gedagvaard omdat zij in de betreffende periode (2014 tot en met 2019) op zijn kantoor in Prinsenbeek werkten. Gillis vind zelf dat er sprake is van een hetze door justitie, liet hij tijdens een voorbereidende zitting weten. Peter Gillis deed afstand van zijn negen vakantieparken. Ook moet hij, als het aan justitie ligt, met zijn Oostappen Groep bijna 600.000 euro betalen en mag hij twee jaar niet meer ondernemen. Gillis werd in hoger beroep ook veroordeeld tot het betalen van 304.000 euro aan de Gemeente Loon op Zand voor het illegaal verhuren van vakantiehuisjes aan arbeidsmigranten uit Slowakije in 2019.
Volgens het Openbaar Ministerie is er bij de te late belastingaangiftes over 2020 en 2021 sprake van bewuste opzet en niet van de overmacht waar Gillis zelf op hamert. Naast de persoonlijke gevangenisstraf, wil justitie ook geld zien van de Oostappen Groep en eiste boetes van in totaal ruim 1,3 miljoen euro, verdeeld over zeven van zijn vakantieparken. De aanklagers zien de fiscale puinhoop als een doelbewuste actie om de fiscus te misleiden. Deze eis kwam bovenop een eerdere veroordeling van vorig jaar januari.
Toen kreeg Gillis al een jaar cel, waarvan de helft voorwaardelijk, voor fraude tussen 2014 en 2019. Gillis stelt dat hij na de FIOD-inval in 2019 zijn volledige administratie kwijt was en simpelweg geen nieuwe accountant kon vinden. “Het is voor mij allemaal algebra”, herhaalde hij in de rechtbank over de ingewikkelde jaarstukken. Hij voelt zich het slachtoffer van een vooropgezet plan van de autoriteiten om zijn imperium de nek om te draaien. “Het RIEC en het Openbaar Ministerie hebben afgesproken dat ik een strafblad moet krijgen”, aldus een getergde Gillis die door de rechter wordt gezien als de “aansturende kracht achter de fraude”. Daarbij ging het om het niet of onjuist doen van belastingaangiftes over 2014 tot en met 2019. In deze zaak loopt nog een hoger beroep.
Gillis moest de Belastingdienst feitelijk 5,6 miljoen euro’s aan boetes betalen, maar de rechtbank in Breda verminderde dit tot een totaalbedrag van iets meer dan 2,5 miljoen euro. De rechtbank in Breda vond bewezen dat Gillis inkomsten uit zijn vakantieparken buiten de boeken hield en zo belasting ontweek. Zo liep de schatkist vennootschaps-, dividend- en inkomstenbelasting mis. De geldstraf viel onder andere lager uit, doordat de rechter twee boetes schrapte omdat de Belastingdienst niet de juiste procedureregels had gevolgd. Ook ging de rechter in sommige gevallen mee met het bezwaar van Gillis’ advocaat dat de Belastingdienst voor hetzelfde vergrijp twee keer de maximale boete eiste.
De Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) ontdekte vervolgens dat een bedrijf van Gillis tussen januari 2014 en mei 2019 een werkwijze had om een specifieke soort verhuur buiten het reserverings- en boekingssysteem te houden en contant te laten afrekenen. Het ging om verhuur van langere duur, voor permanente bewoning, niet als recreatief verblijf. Dit werd aangeduid als ‘sociale huur’ en de huurders werden binnen de organisatie aangeduid als ‘ranger’.
Verhuur aan rangers was alleen toegestaan met toestemming van de directeur, waarna zijn dochter de blokkering van accommodaties op de verschillende vakantieparken vastlegde in het reserveringssysteem en deze na einde van de verhuur ook weer verwijderde. Rangers moesten de huur contant betalen. Het contante geld werd door de parkbeheerders in een envelop gedaan en afgegeven op het hoofdkantoor of opgehaald door onder meer de directeur. Dit soort huurders werd ook niet geregistreerd in het nachtregister op de parken, of als dat wel gebeurde, werd de registratie daarna vernietigd. Daarnaast bleek dat de urenregistratie en urenbriefjes van een bepaald soort medewerkers, de ‘buitenlandse Europese medewerkers’, in opdracht van het hoofdkantoor moesten worden vernietigd. Dit betekent dat ten minste vijf jaar lang bewust een geldstroom buiten de administratie is gehouden, die niet in de belastingheffing is betrokken en waardoor te weinig belasting is betaald. Dit komt neer op fiscale fraude. Daarnaast deed de directeur over het jaar 2017 niet op tijd aangifte vennootschapsbelasting en over het jaar 2018 deed hij dat helemaal niet. Er is sprake van langdurig kwalijk en laakbaar handelen. Het niet registreren in de administratie van de zogenaamde sociale verhuur aan rangers was een georganiseerd, structureel onderdeel van de bedrijfsvoering. Het gebeurde in alle onderdelen, van het hoofdkantoor tot de vakantieparken. Ook het buiten zicht houden van de daaraan verbonden ‘zwarte omzet’ was een structurele tekortkoming in de administratie. Administratieve stukken als notities, nachtregisters en urenlijsten van werknemers werden niet opgemaakt of vernietigd. Op deze manier was het mogelijk een aanzienlijke omzet uit de verhuur aan rangers buiten beeld te houden. Ook is deze omzet vervolgens gebruikt voor bijvoorbeeld loonbetalingen aan werknemers, betalingen die ook niet adequaat werden verantwoord en waarover dan ook geen loonheffing afgedragen werd. Er was binnen de organisatie sprake van een administratieve cultuur waarin het verdoezelen van gegevens als een geëigend middel werd gezien om de cijfers ‘de eigen kant op te buigen’. Het is lastig te berekenen welk bedrag door de organisatie te weinig aan belasting is betaald. Immers, het voeren van een gebrekkige administratie maakt het lastig om vast te stellen hoeveel geld er in werkelijkheid aan inkomsten is verkregen. De FIOD becijferde dat de vermoedelijk niet in de administratie opgenomen omzet een bedrag van ruim 1,3 miljoen euro is. Volgens de Belastingdienst er is met de rangerverhuur vermoedelijk ruim 7,8 miljoen euro verdiend. Bovendien zijn er aanwijzingen dat rangerverhuur met blokkeringen in het systeem al voor januari 2014 gebeurde. Als wordt uitgegaan van de voorzichtige telling, is sprake van ruim een half miljoen euro te weinig betaalde belasting.
Gillis vormde de allesbepalende en aansturende kracht achter de fraude. Zijn toestemming was nodig om rangers te mogen plaatsen in een accommodatie. Als er te weinig aanvragen voor sociale verhuur waren, stelde hij voor eens een advertentie ‘in een ander krantje’ te zetten. De directeur heeft veel medewerkers, onder wie zijn dochter en ex-vrouw, al die jaren meegenomen in dit kwalijke handelen, dat kennelijk voor hem als vanzelfsprekend gold. De dochter had een grote rol bij het buiten de boeken houden van de rangerverhuur. Zo instrueerde zij de parken over de nieuwe afspraken tot het plaatsen van rangers. Ook verwerkte zij de blokkeringen in het reserveringssysteem, waarvoor zij als het aanspreekpunt gold voor iedereen binnen de organisatie. Hierbij gaf zij uitvoering aan een systeem om bewust contant geld buiten de administratie te krijgen en te houden. Zonder deze ondersteunende rol had het systeem niet kunnen functioneren.
De ex-vrouw was verantwoordelijk voor de administratie op alle parken en het hele bedrijf. Zij verwerkte in haar rol het contant geld. Juist voor haar was zichtbaar dat buiten de geëigende contante geldstromen van bingo, fietsverhuur of horeca, een deel van het contante geld niet, of op een andere manier, werd verwerkt binnen de organisatie. Immers, er waren enveloppen met geld die bij haar terechtkwamen en die zij niet verwerkte, maar gewoon doorgaf zonder vragen te stellen. Zij was bekend met de verhuur aan rangers en de blokkeringen in het reserveringssysteem. Mede door haar handelen is ervoor gezorgd dat de administratie op belangrijke onderdelen een onvolledig beeld geeft.
Bij het bepalen van de straffen hield de rechtbank er rekening mee dat de redelijke termijn waarbinnen het Openbaar Ministerie deze zaak inhoudelijk voor de rechter had moeten brengen, met bijna drie jaar is overschreden. Daarnaast kreeg de directeur forse fiscale boetes opgelegd. Dit alles maakt dat de rechtbank voor de directeur tot een gevangenisstraf komt van één jaar. Daarvan legt de rechtbank een half jaar voorwaardelijk op, om hem ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. De rechtbank ziet geen aanleiding om de directeur een beroepsverbod van twee jaar op te leggen. Daarbij weegt mee dat hij niet eerder is veroordeeld voor belastingfraude. Ook zette hij zijn vakantieparken niet in om alleen maar criminele inkomsten te genereren en strafbare feiten te plegen.
De dochter en ex-vrouw kregen taakstraffen van respectievelijk 240 en 180 uur. Ook aan hen legde de rechtbank een voorwaardelijke celstraf van een half jaar op om te voorkomen dat zij nieuwe strafbare feiten plegen. Het bedrijf kreeg een voorwaardelijke geldboete van 250.000 euro. De bijna 250.000 euro aan contanten die in het kader van het onderzoek in beslag zijn genomen, krijgt het bedrijf niet terug.
Het proces tegen Peter Gillis (64) wegens de belastingfraude startte op 19 maart 2025 bij de rechtbank in Den Bosch. In juli 2024 bepaalde het OM al dat Peter vervolgd zou worden. Het onderzoek genaamd ‘Rabarber’ liep al een lange tijd. Ruim 4,5 jaar geleden viel de FIOD op verschillende locaties in Noord-Brabant en Zeeland vestigingen van de Oostappen Groep van Peter Gillis binnen. De zaak ging over het niet juist voeren en bewaren van de administratie, het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie aan de Belastingdienst en het niet (tijdig) doen van aangifte vennootschapsbelasting. Het Openbaar Ministerie eiste uiteindelijk in april 2026 18 maanden gevangenisstraf omdat zeven van zijn vakantieparken niet op tijd aangifte over 2020 en 2021 hadden gedaan voor de vennootschapsbelasting. De rechtbank houdt er rekening mee dat de aangifte later alsnog is gedaan en dat Gillis al in een soortgelijke zaak is veroordeeld.
In de meest recente belastingzaak stelde de rechtbank in Den Bosch dat Gillis er al jarenlang niet in slaagt zijn administratie op orde te krijgen. „U had te weinig personeel. U heef bewust het risico genomen”, sprak de voorzitter van de rechtbank tot Gillis, die hiervoor op 7 mei 2026 in de rechtbank in Den Bosch terecht stond.
De meest recente belastingzaak is nog altijd niet afgewikkeld. Er staat nog altijd een bedrag van 2.4 miljoen euro open wat Gillis moet betalen. De bedrijven die in gebreke zijn gebleven, krijgen hiervoor in totaal 1.3 miljoen euro boete.
De officier van justitie eiste ook 100 uur taakstraf, omdat hij bij de aanvraag van een vergunning niet had vermeld dat hij in het verleden was veroordeeld tot een voorwaardelijke boete van 700 euro wegens verboden wapenbezit. De rechtbank denkt dat Gillis deze informatie niet expres achterwege heeft gelaten, hij liet de formulieren invullen door en medewerker van zijn bedrijf en sprak hem hiervoor vrij.
De rechter heeft zoon Mark Gillis in de juridische strijd rondom de overname van stadscamping Den Driesch in Valkenburg veroordeeld tot een geldboete van 2000 euro voor het verstrekken van onjuiste informatie bij een vergunningaanvraag. De zaak draaide om een zogenaamde Bibob-procedure, een screening die wordt uitgevoerd bij de overname van bedrijven om de integriteit te waarborgen. Volgens de gemeente Valkenburg was de informatie die Mark indiende niet naar waarheid opgesteld. Mark verweerde zich tijdens de zitting door te wijzen op zijn dyslexie en het feit dat hij hulp had gekregen van een adviseur bij het invullen van de formulieren. De rechter legde uiteindelijk de boete van 2000 euro op, maar ging niet mee in de eis van het Openbaar Ministerie voor een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur. Desondanks levert de uitspraak Mark een officieel strafblad op. Vader Peter Gillis was niet aanwezig bij de uitspraak. Volgens insiders was dit op verzoek van Mark zelf. Hij wilde de zaak in de luwte afhandelen en koos ervoor om alleen met zijn advocaat naar de rechtbank te stappen. Hoewel het Openbaar Ministerie ook een voorwaardelijke taakstraf van 80 uur had geëist, vond de rechter een boete van twee mille voldoende.
Mark Gillis liet na de uitspraak weten dat het vonnis hard bij hem aankomt. “Ik vind het nog steeds gewoon teleurstellend, want bij mij is er nooit de intentie geweest om iemand verkeerd te informeren, om iets vals in te vullen. Dus voor mijn gevoel ben ik nog steeds gewoon onschuldig”, aldus Mark.Volgens de officier van justitie heeft Gillis zijn ex-partner Nicol Kremers veelvuldig mishandeld. Hij zou haar ook onder druk hebben gezet om haar verklaringen bij de politie aan te passen. De officier eiste hiervoor 140 uur taakstraf en vier weken voorwaardelijke celstraf. De rechtbank ziet niet voor al deze aanklachten tegen Gillis bewijs.
In mei 2022 nam Kremers via een noodknop contact op met de meldkamer met de mededeling dat ze door Gillis werd mishandeld. Op de opname van dat gesprek was te horen: „Au, au, Peer, stop asjeblieft met mij pijn doen, nee.”
De rechtbank in Den Bosch denkt dat Gillis die avond Kremers inderdaad in een chalet op vakantiepark Prinsenmeren heeft mishandeld. De gewaarschuwde politie zag dat de vrouw gewond was. Later zei Kremers dat ze niet was mishandeld, maar volgens de rechtbank is dat ‘moeilijk te rijmen met wat de politie zag.’Tussen februari en november 2022 zou Kremers nog veel vaker zijn mishandeld. Gillis zou haar met een pen in haar been hebben gekrast omdat het eten niet lekker was, met haar hoofd tegen een muur of spiegel hebben geslagen en tegen haar benen en borstkas hebben geschopt. De rechtbank ziet onvoldoende bewijs voor deze mishandelingen en spreekt Gillis daarvoor vrij. Nicol zou zelf uit angst meerdere keren hebben ontkend dat er sprake was van mishandeling. Volgens de verdediging beschuldigde ze Peter van mishandeling wanneer ze onder invloed was, maar ontkende ze dat weer in formelere situaties, zoals in een gesprek met de rechter-commissaris. Verder zou een getuigenverklaring over de avond van 29 mei 2022 afwijken van de verklaring van Nicol. De getuige verklaarde dat Peter haar hoofd tegen de spiegel had geslagen in de toiletruimte in de bar waar ze die avond waren. Volgens Nicol was zij echter geduwd, waarna ze tegen een plankje aanviel. Peter stond terecht voor een geweldsincident op 29 mei 2022 en voor langdurige mishandeling dat jaar. Het OM eiste een taakstraf van 140 uur. Op 7 mei 2026 deed de rechtbank uitspraak en gaf Gillis zestig uur taakstraf voor de mishandeling. Nicol Kremers was zelf niet in de rechtszaal vanwege herbelevingen van de mishandelingen, stelde haar advocaat Sébas Diekstra enkele weken geleden. Nicol eiste 12.500 euro smartengeld, maar de rechtbank beperkte dat tot 1000 euro. Peter Gillis eist in een bodemprocedure 2,3 miljoen euro van Nicol Kremers vanwege het schenden van geheimhoudingsplicht. Gillis eist in september een kort geding nog 1,7 miljoen euro van Nicole. Bovendien wil Gillis inzage in de definitieve tekst van een boek dat Kremers wil publiceren, voordat het wordt uitgegeven. Nicol Kremers moet hem 90.000 euro boete betalen. Zo oordeelde de rechtbank in Den Bosch. Gillis wilde haar ook laten verbieden om een boek uit te brengen over de periode dat ze nog samen waren. Volgens de rechtbank heeft Kremers meermaals haar geheimhoudingsplicht geschonden door in de media te praten over hun relatie. De rechtbank wees echter een verzoek van Gillis af om inzage in het manuscript van een boek dat Kremers aan het schrijven is.
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 7 mei 2026 Gillis (64)veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, voor fiscale misdrijven. (jarenlang opzettelijk niet op tijd aangifte vennootschapsbelasting en het achterhouden van ruim 2,8 miljoen euro door zijn rechtspersonen). De zeven betrokken ondernemingen werden in afzonderlijke vonnissen veroordeeld tot geldboetes van in totaal ruim 1,3 miljoen euro.
Het verslag van de rechtszaak
Gillis is eigenaar van diverse vakantieparken en had volgens de Belastingdienst in de jaren 2020 en 2021 forse bedragen aan vennootschapsbelasting moeten afdragen. Dit liet hij na. Voor de aangifte over 2020 was de uiterste indieningstermijn 5 augustus 2022, voor de aangifte over 2021 was dat 24 juli 2023. Uiteindelijk werden de aangiften pas op 28 juni 2024 alsnog ingediend, dus ruim na de gestelde termijnen.
De Belastingdienst stuurde aan elke onderneming uitnodigingen, herinneringen, aanmaningen en zogenoemde correctiebrieven met het voornemen tot ambtshalve aanslagen, maar dat leverde geen tijdige aangiften op. De zaak is voortgekomen uit het FIOD-onderzoek met de codenaam ‘Braddon’, dat op 10 oktober 2024 werd gesloten. Het procesdossier omvat 130 pagina’s. De rechtbank stelt vast dat de aanmaningen telkens naar het juiste vestigingsadres zijn gestuurd, waar zich volgens Gillis ook de centrale administratie van alle ondernemingen bevindt. Het verweer dat niet zou kunnen worden vastgesteld dat de brieven daadwerkelijk zijn aangekomen, wordt verworpen: noch Gillis, noch zijn raadsman heeft op enig moment betwist dat de aanmaningen de rechtspersonen feitelijk hebben bereikt; er werd alleen aangevoerd dat dit op basis van het dossier niet zou kunnen worden vastgesteld. Dat is volgens de rechtbank iets anders dan de in de aangehaalde jurisprudentie bedoelde situatie waarin Gillis uitdrukkelijk ontkent ontvangst te hebben gehad.
Met zijn handelen schond Gillis de integriteit van het financiële en economische verkeer in Nederland, alleen om er zelf beter van te worden. Ook ondermijnde hij het financiële fundament van onze samenleving. Gillis gaf volstrekt onvoldoende prioriteit aan de fiscale verplichtingen die verbonden zijn aan zijn ondernemingen. Daarbij komt dat de bewust gebrekkige administratie het lastig maakt om, ook nu er aangiftes zijn ingediend, te komen tot een juiste aangifte. Dit is volledig aan de ondernemer zelf te wijten.
De rechtbank ziet ook dat het in de voorafgaande jaren administratief al lange tijd misging bij de vakantieparken van Gllis. Al vanaf 2013/2014 gaat het mis: over meerdere boekjaren zijn geen jaarcijfers opgemaakt en pogingen om de ondernemer ‘compliant’ te krijgen slaagden niet. In 2019 deed de FIOD invallen bij Gillis en zijn ondernemingen. Op de zitting van 14 april 2026 verklaarde de huidige belastingadviseur dat er op dit moment nog tientallen fiscale procedures lopen tussen de Belastingdienst en de vakantieparken van Gillis.
Veelzeggend is wat de belastingadviseur bij de rechter-commissaris verklaarde over de gang van zaken: de aangiften over 2020 en 2021 konden niet binnen de termijn worden ingediend omdat de jaarcijfers eenvoudigweg niet eerder compleet waren. Op 4 juli 2023 vond een overleg plaats met de Belastingdienst, juist met als doel de grote achterstand in het doen van aangiften te bespreken. Daarmee staat volgens de rechtbank vast dat zowel Gillis als zijn adviseurs goed wisten dat de termijnen al waren geschonden, en waarom dat het geval was.
Deze zaak staat dus niet op zichzelf, maar lijkt deel van een vast patroon. Anders dan vergelijkbare ondernemingen van deze omvang heeft de Gillis er vele jaren voor gekozen om geen volledige, inzichtelijke en professionele administratie te voeren, terwijl hij tegelijkertijd veelvuldig belastingprocedures startte. Daardoor voldeed hij jarenlang niet aan de fiscale verplichtingen en moest de Belastingdienst handenvol werk verzetten.
Volgens de rechtbank is sprake van voorwaardelijk opzet. Door geen deugdelijke administratie te (laten) voeren en geen tijdige jaarstukken op te (laten) maken, hebben de rechtspersonen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de aangiften niet tijdig zouden worden gedaan. Dat Gillis op zitting verklaarde dat hij mensen “achter de broek” had gezeten en intern had gezegd dat men moest “opschieten”, helpt hem daarbij niet: het bevestigt juist dat hij wist welke termijnen golden en dat zijn ondernemingen daar niet aan voldeden.
Aan het strekkingsvereiste van artikel 69 AWR is volgens de rechtbank eveneens voldaan, omdat het niet tijdig doen van aangiften naar zijn aard in het algemeen geschikt is om teweeg te brengen dat te weinig belasting wordt geheven. Het verweer dat door forse compensabele verliezen feitelijk geen belasting verschuldigd zou zijn, slaagt niet. De rechtbank beoordeelt het strekkingsvereiste namelijk naar het moment van het verzuim, niet naar wat er later met de aanslagen is gebeurd. Onder verwijzing naar HR 1 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3431 merkt de rechtbank bovendien op dat niet de feitelijke heffing maar de aard van de gedraging beslissend is: de strekking dat te weinig belasting wordt geheven is niet beperkt tot de heffing ten laste van degene die de verboden gedraging zelf heeft verricht.
Het verweer dat Gillis geen pleger kan zijn omdat hij niet de vereiste kwaliteit (belastingplichtige) heeft, wordt verworpen. De tenlastelegging is namelijk niet gebaseerd op plegerschap, maar op feitelijk leidinggeven aan verboden gedragingen van de rechtspersonen. Dat verwijt acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen: Gillis was enig aandeelhouder en bestuurder van de holding, die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder was van de overige rechtspersonen. Hij heeft zich naar buiten toe ook gepresenteerd en gedragen als de feitelijk leidinggever, en heeft dat ter zitting erkend. Het onderdeel medeplegen leidt wel tot een partiële vrijspraak, omdat niet is gebleken dat de ondernemingen de feiten gezamenlijk hebben gepleegd. Ook van het onderdeel ‘niet doen van aangiften’ werd Gillis partieel vrijgesproken, omdat de aangiften uiteindelijk wél zijn ingediend, alleen niet tijdig.
Gelet op de ernst van de misdrijven komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf. De LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting gaan bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000 of hoger uit van 24 maanden tot maximaal vier jaar gevangenisstraf. De officier van justitie eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden. De rechtbank wijkt daarvan af, omdat Gillis in april 2025 al voor soortgelijke feiten (belastingaangiften over 2017 en 2018) is veroordeeld tot twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk, en deze zaak in beginsel gelijktijdig met die eerdere zaak had kunnen worden behandeld. De rechtbank past daarom artikel 63 Sr toe en legt een deel van de celstraf voorwaardelijk op: achttien maanden, waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het voorwaardelijke strafdeel moet Gillis ervan weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Opvallend is dat de rechtbank in deze tweede zaak feitelijk niet hoger uitkomt dan de eis van het OM in de eerste, maar wel een groter onvoorwaardelijk deel oplegt dan in april 2025. Daarmee wordt zichtbaar gemaakt dat een doorlopend patroon van fiscaal verzuim, ondanks artikel 63 Sr, leidt tot een verdere oploop van het onvoorwaardelijk strafdeel.
De Belastingdienst kwam uit op een geschat bedrag van ruim 2,8 miljoen euro dat nog aan vennootschapsbelasting moet worden betaald. Voor de rechtbank is niet duidelijk geworden in hoeverre er inmiddels al is betaald en of de verschuldigde belasting uiteindelijk volledig zal worden voldaan, aangezien de bedrijven nu grotendeels stilliggen doordat diverse vergunningen zijn ingetrokken. Dit terwijl de bedrijven voorheen winstgevend waren.
Naast de celstraf voor de directeur legt de rechtbank in zeven afzonderlijke vonnissen geldboetes op aan de zeven ondernemingen, telkens uitgaande van 50% van het geschatte fiscale nadeel. Dat percentage is het uitgangspunt voor voorwaardelijk opzet uit het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst, en de rechtbank ziet geen aanleiding om van de OM-eis af te wijken. Bij iedere rechtspersoon is daarbij artikel 63 Sr toegepast wegens een eerdere strafbeschikking voor het niet publiceren van de jaarrekening. Verdeeld over de zeven vennootschappen ziet het beeld er als volgt uit:
de holding: geschat fiscaal nadeel 1 miljoen euro (na correctie van aansluitverschillen), boete € 500.000
(ECLI:NL:RBOBR:2026:2873); werkmaatschappij met een geschat nadeel van circa € 1.159.000, boete € 500.000
(ECLI:NL:RBOBR:2026:2876);werkmaatschappij met een geschat nadeel van circa € 257.000, boete € 125.000
(ECLI:NL:RBOBR:2026:2869);werkmaatschappij met een geschat nadeel van circa € 172.000, boete € 85.000
(ECLI:NL:RBOBR:2026:2870);werkmaatschappij met een geschat nadeel van circa € 126.000, boete € 60.000
(ECLI:NL:RBOBR:2026:2872);werkmaatschappij met een geschat nadeel van circa € 82.000, boete € 40.000
(ECLI:NL:RBOBR:2026:2875);werkmaatschappij met een geschat nadeel van circa € 27.000, boete € 13.000
In totaal komen de boetes voor de zeven rechtspersonen uit op € 1.323.000.
Peter Gillis van de real life soap “Massa is Kassa” gaat tegen de gevangenisstraf en de hoge boete vanwege belastingfraude in hoger beroep. Gillis kreeg 18 maanden cel opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een boete van ruim 1,3 miljoen euro. De rechtbank in Den Bosch deed op 7 mei twee uitspraken op één dag. De fiscale zaak (2020-2022) en de mishandelingszaak van zijn ex (Only Fans) vriendin Nicol Kremers. Hiervoor kreeg hij een taakstraf van 60 uur en 1.000 euro schadevergoeding.
In een afzonderlijke zaak werd Gillis vorig jaar door de rechtbank al veroordeeld tot een celstraf van 12 maanden (waarvan 6 maanden voorwaardelijk) en ook daartegen loopt een hoger beroep. De inhoudelijke behandeling hiervan bij het Gerechtshof is in het voorjaar van 2026 voortgezet.
In de meest recente belastingzaak stelde de rechtbank in Den Bosch dat Gillis er al jarenlang niet in slaagt zijn administratie op orde te krijgen. „U had te weinig personeel. U heef bewust het risico genomen”, sprak de voorzitter van de rechtbank tot Gillis, die hiervoor vandaag in de rechtbank in Den Bosch in hoger beroep terecht stond. De meest recente belastingzaak is nog altijd niet afgewikkeld. Er staat nog altijd een bedrag van 2.4 miljoen euro open wat Gillis moet betalen. De bedrijven die in gebreke zijn gebleven, krijgen hiervoor in totaal 1.3 miljoen euro boete. De officier van justitie eiste in april 2026 ook 100 uur taakstraf, omdat hij bij de aanvraag van een vergunning niet had vermeld dat hij in het verleden was veroordeeld tot een voorwaardelijke boete van 700 euro wegens verboden wapenbezit. De rechtbank denkt dat Gillis deze informatie niet expres achterwege heeft gelaten, hij liet de formulieren invullen door en medewerker van zijn bedrijf en sprak hem hiervoor vrij. Voor de mishandeling van zijn ex vriendin Nicol kreeg hij 60 uur taakstraf.
Een hoger beroep voor zijn veroordeling in april 2025 door de rechtbank in Den Bosch waar hij werd veroordeeld tot een celstraf van één jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor grootschalige belastingfraude loopt nog. Hij wordt gezien als de “aansturende kracht achter de fraude”. Daarbij ging het om het niet of onjuist doen van belastingaangiftes over 2014 tot en met 2019.
Terug naar blogoverzicht
Reactie achterlaten?
Deze informatieve blog wordt u aangeboden door BVS Taxi Ter Aar
Om uw privacy en de veiligheid van deze website optimaal te waarborgen, maken wij geen gebruik van een online contactformulier.
U kunt uw reactie of vraag direct en veilig sturen naar: redactie@bvs.nl of via onderstaande knop.
-
- Opnieuw Citrix problemen
Verschillende Nederlandse ziekenhuizen hadden het afgelopen weekeind (26 en 27 september) opnieuw problemen door een lek in NetScaler van Citrix.
Z-Cert, het expertisecentrum voor cybersecurity in de zorg, adviseerde ziekenhuizen uit voorzorg systemen uit te schakelen. Bij het Amphia Ziekenhuis in Breda, het Frisius MC in Leeuwarden en het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg en Waalwijk konden patiënten tijdelijk niet in hun online dossier. Ook de Rijksoverheid koppelde uit voorzorg Citrix-omgevingen los.
De kwetsbaarheden in NetScaler werden op dat moment al actief misbruikt door aanvallers. Citrix bevestigde later dat er sprake was van zero-day-exploits. De getroffen ziekenhuizen benadrukten echter dat er bij hen geen succesvolle inbraak had plaatsgevonden. Patiëntgegevens zouden niet zijn geraakt.
Iets vergelijkbaars speelde in januari 2020. Toen was er ook een ernstig lek in Citrix. Bij het Medisch Centrum Leeuwarden (nu Frisius MC) lukte het aanvallers wel om via het lek binnen te dringen, al werden ze gestopt voordat ze bij persoonsgegevens konden komen. Bij het Amphia Ziekenhuis in Breda was er een inbraakpoging.
Het Zaans Medisch Centrum en enkele andere zorginstellingen haalden destijds hun systemen lange tijd offline. Schiphol, de Tweede Kamer en diverse overheidsinstellingen schakelden de Citrix-gateway uit op advies van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), dat waarschuwde voor een ernstig lek in de Application Delivery Controller en de Gateway. Meer dan honderd zorginstellingen en zo’n 200 gemeenten werken met de Citrix software. De impact duurde destijds bij veel organisaties langer dan twee dagen.
Ook in 2023 en 2025 werd Citrix zwaar misbruikt, met waarschuwingen voor de zorgsector.
Ook toen werd het Openbaar Ministerie succesvol aangevallen, net als andere kritieke organisaties. Meerdere gemeenten en ziekenhuizen moesten patchen of systemen tijdelijk aanpakken. Het NCSC sprak van een “geraffineerde aanval”. Security-experts zijn al jaren kritisch over de afhankelijkheid van Citrix bij kritieke sectoren.
- AZC-protesten steeds vaker met georganiseerd karakter
Bij de noodopvanglocatie in het Campanile Hotel aan de Kleveringweg in Delft is zaterdag 26 september 2026 een onaangekondigde demonstratie tegen de aanwezigheid van asielzoekers uitgelopen op spanningen met de politie. De demonstratie was vooraf niet bij de gemeente aangemeld en burgemeester Alexander Pechtold liet de demonstratie daarom ontbinden, waarbij de politie extra eenheden inzette. Ook werd een politiehelikopter ingezet om vanuit de lucht toezicht te houden. Een deel van de demonstranten probeerde via de achterzijde alsnog de opvanglocatie te bereiken, maar werd door de politie tegengehouden.
Rond het Campanile Hotel waren ook tegendemonstranten aanwezig. Volgens lokale berichtgeving bevonden zich onder hen mensen die zich identificeren met de antifascistische beweging Antifa. De politie probeerde te voorkomen dat beide groepen met elkaar in botsing kwamen. Een aantal demonstranten liep vanaf de Kleveringweg in de richting van de Brasserskade. Ook in die omgeving worden asielzoekers opgevangen en bestaan plannen voor een nieuw asielzoekerscentrum. Daar werd ten minste één persoon aangehouden.
De demonstratie bestond volgens schattingen uit ongeveer vijftig tot honderd mensen. De groep presenteerde zich als Defend Delft. Op verschillende plaatsen in Nederland zijn inmiddels lokale Defend-groepen actief die zich verzetten tegen de komst van asielzoekerscentra. Volgens onderzoek van Pointer en Justice for Prosperity zijn binnen het netwerk inmiddels 35 lokale groepen en andere organisatieonderdelen geïdentificeerd.
De Defend-beweging bestaat uit twee koepelorganisaties, Defend United en Defend Netherlands. Defend United ontstond vanuit Defend Den Bosch en kreeg vervolgens meerdere lokale ‘chapters’. Volgens Justice for Prosperity en Pointer groeide het netwerk in enkele maanden van twee naar 35 geïdentificeerde onderdelen.
Defend Netherlands werd in de zomer van 2025 opgericht, ongeveer zeven weken voor de rellen rond een anti-immigratieprotest op het Malieveld in Den Haag. De twee koepels trekken regelmatig gezamenlijk op en zijn bij dezelfde demonstraties aanwezig.
Defend Netherlands hield in augustus 2025 in Amersfoort een eerste, geïmproviseerde demonstratie. Die demonstratie werd volgens onderzoek van Pointer vervroegd vanwege de dood van de 17-jarige Lisa uit Abcoude. Later organiseerde de groep samen met andere organisaties het protest op het Malieveld in Den Haag van 20 september 2025. Dat protest liep uit op ernstige rellen, waarbij onder meer een politieauto in brand werd gestoken en het kantoor van D66 werd beschadigd.
De aanhang van Defend bestaat volgens eigen zeggen uit mensen die zich zorgen maken over de toestand in Nederland. Onder de deelnemers bevinden zich volgens berichtgeving ook harde-kernvoetbalsupporters. Uit onderzoek blijkt daarnaast dat prominente personen binnen Defend Netherlands eerder met politie en justitie in aanraking zijn gekomen.
Onderzoek naar duizenden berichten uit de Telegramgroep van Defend Netherlands laat zien dat daar racistische en antisemitische uitingen zijn gedeeld. Pointer analyseerde 7.555 berichten van 528 accounts uit de periode juli 2025 tot en met februari 2026. Volgens de onderzoekers was extreemrechts gedachtegoed daarbij structureel aanwezig. Defend Netherlands neemt zelf afstand van het etiket extreemrechts.
Ook uit het onderzoek van Justice for Prosperity komt naar voren dat binnen de verschillende Defend-netwerken racistische en antisemitische taal werd gebruikt en dat sprake was van verhulde oproepen tot geweld. De onderzoekers stellen dat de groepen zich niet alleen richten op landelijke politiek, maar nadrukkelijk proberen invloed uit te oefenen op lokale besluitvorming rond asielzoekerscentra. Defend United zegt zelf uit 38 groepen te bestaan, maar het gezamenlijke onderzoek identificeerde 35 lokale onderdelen.
De verwevenheid met andere radicaal-rechtse groepen kwam volgens Pointer bij verschillende demonstraties naar voren. Leden van Defend Netherlands en Defend United waren onder meer aanwezig bij demonstraties waar ook leden van Voorpost, de Nederlandse Volks-Unie en andere extreemrechtse organisaties aanwezig waren. Ook werden berichten en beeldmateriaal van dergelijke groepen door Defend-leden online gedeeld.
Een van de personen die in het onderzoek van Pointer regelmatig wordt genoemd is Eldor van Feggelen, die betrokken was bij Defend Netherlands en bij verschillende anti-azc-demonstraties aanwezig was. Ook Els Noort, online bekend als ‘Els Rechts’, speelde een prominente rol rond het protestfestival op het Malieveld in september 2025. Dat evenement vormde een belangrijk moment in de verdere groei van de Defend-beweging.
De AIVD waarschuwde in juni 2026 dat rechts-extremisten betrokken zijn bij protesten tegen asielzoekerscentra. Volgens de dienst leidde een aanzienlijk deel van deze demonstraties tot ongeregeldheden. In sommige gevallen werden politici bedreigd en locaties van AZC’s vernield. De AIVD stelt daarnaast dat lokale bestuurders hierdoor onder druk staan.
De rellen rond het Malieveld hebben inmiddels geleid tot tientallen strafzaken. Het Openbaar Ministerie meldde eind augustus 2026 dat inmiddels 51 verdachten voor de rechter waren gebracht, van wie 47 waren veroordeeld.
Een van de veroordeelden is een 33-jarige man die drie maanden gevangenisstraf kreeg, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Hij vernielde een politievoertuig, gooide een stoel tegen een ME-bus en trok een stoeptegel los die vervolgens door anderen als projectiel werd gebruikt. Bij de strafmaat woog de politierechter mee dat zijn handelen voornamelijk tegen goederen was gericht en dat op beelden te zien was dat hij bij een ander opstootje juist een verdere escalatie had voorkomen. Hij moet daarnaast ruim 13.000 euro schadevergoeding betalen voor de vernieling van het politievoertuig.
In een andere zaak eiste het Openbaar Ministerie twee jaar gevangenisstraf tegen een 26-jarige man uit Amerongen die ervan wordt verdacht tijdens de rellen een brandende flare in een politieauto te hebben gegooid. Volgens het OM hadden anderen de ruiten van de auto al ingeslagen en vuurwerk naar binnen gegooid. De verdachte werd vervolgens herkend als degene die een brandende flare achteraan gooide. Het OM baseerde zich daarbij onder meer op ongeveer 1.700 uur aan beeldmateriaal en stelde dat de man zich bewust had voorbereid door flares en gezichtsbedekkende kleding mee te nemen.
De gebeurtenissen in Delft laten zien hoe lokale onrust over asielopvang versterkt wordt door een landelijk georganiseerd, actiebereid netwerk en steeds vaker escaleert tot ernstige gewelddadigheden.
- Overheden ook niet veilig voor AI agents
Agents van OpenAI hebben de afgelopen maanden verschillende Amerikaanse overheidswebsites gehackt. OpenAI-agents hebben onder meer het Census Bureau, het Amerikaanse Bureau voor de Statistiek en de Securities and Exchange Commission gehackt. Ook de Amerikaanse website van het ministerie van Onderwijs werd doelwit, maar dat mislukte. Bij het Amerikaanse ministerie van Handel werd data vergaard met behulp van inloggegevens die online waren gevonden. De agents deelden ook openbare informatie van beurswaakhond SEC op een Duits online forum.
Deze incidenten maken deel uit van een breder patroon waarbij deze agents minstens honderdduizenden keren probeerden om de Overheids websites te hacken, zegt Transluce-topman Conrad Stosz . “Kennelijk omzeilden ze de beperkingen die door de ontwikkelaars zijn opgelegd.”
De hacks ontstaan tijdens testfases waarbij de agents een gerichte opdracht krijgen. Vervolgens gaan de AI-agents op zoek naar manieren om informatie te vergaren en delen, waarbij ook beveiligde databases gekraakt kunnen worden. Volgens Transluce doen modellen van OpenAI dit zeker al sinds maart van dit jaar.
Een AI-agent van OpenAI heeft op 18 juni 2026 ook een Australische overheidswebsite met statistische gegevens over Medicare en het Pharmaceutical Benefits Scheme (PBS) gehackt. De agent wist toegang te forceren tot zowel openbare als niet-openbare bestanden en schreef daarbij zelfs bestanden naar een interne server.
De Australische premier Anthony Albanese en waarnemend premier en minister van Defensie Richard Marles werden pad maanden later geinformeerd. Volgens de huidige bevindingen zouden er geen individuele patiënt- of Medicare-dossiers geraadpleegd zijn maar dit wordt nog nader onderzocht. Een forensisch onderzoek, waarbij de Australian Signals Directorate (ASD) betrokken is, moet nog definitief vaststellen wat er precies is gebeurd en of andere overheidssystemen al dan niet zijn geraakt.
De AI-agent maakte deel uit van een interne evaluatie van OpenAI. Het systeem kreeg de opdracht om via internet onderzoek te doen naar publieke uitgaven aan geneesmiddelen in Australië. Daarbij benaderde het verschillende Australische overheidssites, waaronder het Australian Institute of Health and Welfare, het Victorian Department of Health, het NSW Bureau of Crime Statistics and Research en de Medicare Statistics Reporting Service-portal van Services Australia. Bij de eerste drie websites verliep de interactie nog normaal, maar bij de Medicare-portal liep het anders. De agent kreeg aanvankelijk geen toegang tot de informatie waarnaar hij zocht en stuitte op blokkades. In plaats van de opdracht daar af te breken, hackte de agent de portal en kreeg toegang tot afgeschermde onderdelen.
Op de portal staan onder meer geaggregeerde gegevens over Medicare, bulkbilling, immunisaties en het Pharmaceutical Benefits Scheme, waaronder statistieken over voorschriften en uitgaven aan geneesmiddelen. Een deel van de informatie waartoe de agent toegang kreeg, was op het moment van de gebeurtenis niet openbaar. Volgens OpenAI bestond de geraadpleegde informatie uit geaggregeerde gezondheidsstatistieken en interne bestandsnamen. Eigen onderzoek van OpenAI zou geen bewijs hebben gevonden dat ook patiëntendossiers zijn geraadpleegd. De vraag hoe de agent voorbij de bestaande toegangsbeperkingen kon komen en welke handelingen vervolgens zijn uitgevoerd, maakt daarom deel uit van het lopende onderzoek.
Het incident werd niet onmiddellijk door OpenAI gemeld. De hack zou pas in augustus ontdekt zijn tijdens een bredere interne beoordeling van zogenoemde „misaligned model activity”: situaties waarin modellen tijdens training of evaluatie gedrag vertonen dat niet overeenkomt met de bedoeling van de onderzoekers.
Services Australia werd pas op 10 september door OpenAI geïnformeerd. Dat gebeurde niet via een rechtstreeks cyberbeveiligingskanaal richting de Australische autoriteiten, maar via een algemeen publiek e-mailadres van Services Australia. De mailbox wordt volgens de regering eenmaal per dag gecontroleerd; de melding werd de volgende dag gelezen. Op 15 september bracht Services Australia, de Australian Signals Directorate op de hoogte. Minister voor de Public Service en Government Services Katy Gallagher werd op 17 september geïnformeerd. Rond 20 september werden uiteindelijk de andere ministers en het kantoor van de premier op de hoogte gebracht.
Op 23 september maakte Premier Albanese het incident bekend tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Tussen de toegang op 18 juni en de melding aan Services Australia op 10 september verstreken 84 dagen.Albanese noemde zowel de duur van de vertraging als de wijze van melden „onacceptabel”. Hij sprak in New York met OpenAI-topman Sam Altman en zei Australiës „extreme concern” over het incident te hebben overgebracht. De Australische regering onderzoekt ook of andere overheidssystemen door dezelfde activiteit zijn geraakt. Daarbij worden onder meer de Australian Institute of Health and Welfare, het Victorian Department of Health en het NSW Bureau of Crime Statistics and Research ingezet. Zij onderzoeken of er sprake is geweest van verdere ongeautoriseerde activiteiten.
Er is inmiddels een taskforce ingesteld onder leiding van het Department of the Prime Minister and Cabinet. Daarbij zijn onder meer de National Cybersecurity Coordinator, het Office of AI, de Australian Signals Directorate, het Australian AI Safety Institute en Services Australia betrokken.
De taskforce moet niet alleen reconstrueren wat er is gebeurd. Ook wordt onderzocht of de bestaande procedures geschikt zijn voor incidenten waarbij AI-agents zelfstandig cyberhandelingen uitvoeren. Verder kijkt de taskforce naar verantwoordelijkheden voor het melden van dergelijke incidenten, informatie-uitwisseling binnen de overheid en de verplichtingen van AI-bedrijven. Daarnaast wordt onderzocht of OpenAI Australische wetten heeft overtreden en of eventuele strafrechtelijke vervolgstappen nodig zijn. De regering heeft aangekondigd daarover advies in te winnen en de kwestie zo nodig aan de Australian Federal Police voor te leggen.
Tijdens de VN-top in New York spraken onder anderen OpenAI-topman Sam Altman en Anthropic-topman Dario Amodei over de noodzaak van internationale samenwerking en betere veiligheidsmaatregelen rond geavanceerde AI-systemen. Altman benadrukte daarbij het belang van normen voor het meten van capaciteiten, het beoordelen van risico’s en het behouden van menselijke controle.

- Deepfake in trek bij oplichters
Met kunstmatige intelligentie (AI), tegenwoordig Super Intelligenge (SI) genoemd, kunnen stemmen, gezichten en videobeelden met behulp van deepfake-technologie steeds overtuigender worden nagebootst. Daarmee kunnen criminelen zich voordoen als een directeur, collega, zakenpartner of zelfs een minister. De technologie heeft zich razendsnel ontwikkeld en het wordt steeds moeilijker om een echte persoon van een AI-kopie te onderscheiden.
Al in 2019 werd de CEO van een Brits energiebedrijf slachtoffer van een AI-stemkloon. Hij dacht telefonisch met de directeur van het Duitse moederbedrijf te spreken. De stem, inclusief Duits accent, klonk volgens hem overtuigend. De CEO kreeg opdracht 220.000 euro over te maken naar een Hongaarse rekening ten behoeve van een leverancier. Het geld werd daarna via Mexico en andere landen verder weggesluisd. De stem zou volgens Euler Hermes overtuigend zijn nagebootst, inclusief het Duitse accent.
In Hongkong werd in januari 2024 een medewerker van ingenieursbureau Arup via een videoconferentie overtuigd dat hij werkelijk met de CFO en andere leidinggevenden sprak. De medewerker deed vervolgens 15 overboekingen naar vijf Hongkongse bankrekeningen, voor in totaal 25,6 miljoen dollar. Arup bevestigde later dat zowel stemmen als gezichten waren vervalst.
In juli 2024 werd een Ferrari-manager via WhatsApp benaderd door iemand die zich voordeed als CEO Benedetto Vigna. De communicatie ging over een vertrouwelijke overname waarvoor dringend geld moest worden geregeld. De stem klonk precies als die van Vigna. De fraude werd uiteindelijk ontdekt doordat de medewerker een persoonlijke vraag stelde over een eerder gesprek en een boek dat alleen de echte CEO kon kennen. De oplichter kon die vraag niet beantwoorden en verbrak de verbinding waarmee de oplichting mislukte.
Reclame- en communicatieconcern WPP werd in hetzelfde jaar ook doelwit. Criminelen maakten een WhatsApp-account met de foto van CEO Mark Read en organiseerden vervolgens een Microsoft Teams-gesprek. Daarbij gebruikten ze Youtube om een stemkloon en videobeelden van leidinggevenden te produceren. De medewerker werd gevraagd een nieuwe onderneming op te zetten en uiteindelijk geld en persoonlijke informatie beschikbaar te stellen, maar ook deze poging mislukte.
In maart 2025 werd een medewerker van een multinational in Singapore via WhatsApp benaderd door iemand die zich voordeed als CFO. Vervolgens nam hij deel aan een Zoom-vergadering waarin hij dacht de CEO en andere leidinggevenden te zien. Zowel de gezichten als stemmen waren met deepfake-technologie nagemaakt. De medewerker maakte vervolgens 499.000 dollar over naar de criminelen. De politie wist het grootste deel van het bedrag al snel te traceren en te bevriezen.
Zakenman Massimo Moratti trapte bij een soortgelijke scam ook in de oplichting. Moratti maakte in twee transacties bijna 1 miljoen euro over op verzoek van een door AI gegenereerde stem van de Italiaanse minister van Defensie, Guido Crosetto. De criminelen beweerden dat het geld dringend nodig was als losgeld om Italiaanse journalisten te bevrijden die in het Midden-Oosten waren ontvoerd. Moratti kreeg snel argwaan en deed aangifte. De Italiaanse politie en de autoriteiten wisten het overgemaakte geld vervolgens tijdig te bevriezen op een bankrekening in Hongkong en Nederland, waardoor het bedrag volledig kon worden teruggehaald. Ook andere vermogende Italianen zoals farmaceut Menarini, Armani, Prada, Pirelli, Tod’s en wapenfabrikant Beretta) werden op gelijke wijze benaderd, maar zij geloofden het niet en maakten geen geld over.
In februari 2026 gebruikten oplichters ook deepfake AI en deden zich voor als topfunctionarissen van de Intesa Sanpaola bank. Ze wisten 95 miljoen euro af te troggelen van dochteronderneming Fideuram, de private banking-tak van de grootste kredietverstrekker van Italië. De oplichters deden zich met behulp van Whatsapp voor als de directeur van de bank. Voorzitter Fideuram was er van overtuigd dat hij met de hoogste baas Carlo Messina in de chat zat en die hem opdracht gaf om een dringende transactie in het buitenland uit te voeren. Molesini gaf vervolgens goedkeuring aan overboekingen naar rekeningen in China en Hongkong, nadat de oplichters de stem van een senior partner Paolo Nastasi, managing partner van A&O Shearman Italia nabootsten, waarin de instructie werd bevestigd. Omdat de bank al snel onraad rook, kon na onderzoek 53 miljoen euro teruggehaald worden, 40 miljoen in China en 13 miljoen in Portugal, maar ongeveer 36 miljoen euro is nog altijd spoorloos en vooralsnog niet meer te traceren omdat ze via een netwerk van buitenlandse rekeningen werden overgeboekt en deels in cryptovaluta waren omgezet.
Molesini nam in maart ontslag, een maand nadat hij in de truc was getrapt. De bank liet weten dat het om persoonlijke redenen ging om het onderzoek niet verstoren. De bank werd na het incident onophoudelijk doelwit van nieuwe pogingen tot oplichting. Er zouden in totaal al circa 5000 nepvideo’s zijn opgedoken waarin een nagebootste CEO Carlo Messina een rol speelde. - Grote strop voor autofabrikanten
Het toch al kwakkelende Volkswagen-concern moet wereldwijd miljoenen auto’s terugroepen naar de dealer vanwege een potentieel gevaarlijk defect in de stuurinrichting. Een cruciale bevestigingsbout kan door roest afbreken, wat in het ergste geval kan leiden tot het verlies van de controle over het stuur.
De Duitse federale dienst voor het wegverkeer (KBA) heeft de details van de terugroepactie bij het Volkswagen-concern openbaar gemaakt. Centraal in het probleem staat de (vooral rechter) bevestigingsbout waarmee het stuurhuis aan het subframe vastzit. Door corrosie kan de kop van deze bout afbreken. Als dat gebeurt, raakt het stuurhuis los. Dit risico speelt met name tijdens parkeren of bij manoeuvres op lage snelheid. Volgens schattingen van Volkswagen heeft maximaal 1 procent van de voertuigen daadwerkelijk roestschade aan de bout. Tot op heden zijn er geen ongevallen of letsgevallen bekend die aan het defect worden gelinkt. De kosten voor Volkswagen schatten experts op circa een half miljard euro.
De terugroepactie treft meerdere merken binnen het autoconcern en omvat officieel al zo’n 2,9 miljoen voertuigen, exclusief de nog onbevestigde aantallen van dochtermerk Škoda.
- Bij Volkswagen gaat het om ruim 2,16 miljoen voertuigen wereldwijd (waarvan circa 900.000 in Duitsland). Het gaat om de modellen Tiguan, Touran, Golf Variant, Caddy en Golf, geproduceerd tussen 24 september 2013 en 1 juli 2024.
- Bij Audi gaat het om ongeveer 700.000 exemplaren van de Q3, gebouwd tussen 31 oktober 2017 en 23 mei 2024. Hiervan rijden er bijna 59.000 in Duitsland.
- Bij Seat gaat het om circa 66.000 voertuigen wereldwijd. Het betreft de modellen Ateca en Tarraco uit de productieperiode april 2016 tot september 2024.
- Bij Škoda ontbreken de aantallen nog, maar interne schattingen spreken van 1,2 tot 1,5 miljoen mogelijk getroffen voertuigen.
Tegelijkertijd kampt ook concurrent BMW met een grootschalige en zeer kostbare terugroepactie die het concern tot wel 1 miljard euro kan gaan kosten. Een ernstig defect aan de startmotor, dat ook de technisch gerelateerde Toyota Supra treft, kan resulteren in brand. Door slijtage of vocht in de startmotor of het starterrelais kan er oververhitting ontstaan, zelfs wanneer de auto geparkeerd staat en de motor is uitgeschakeld. BMW adviseert eigenaren daarom dringend om hun voertuig voorlopig niet aan huis, onder een carport of in een parkeergarage te zetten.
Omdat honderdduizenden startmotoren niet onmiddellijk beschikbaar zijn en de ingreep tijdrovend is. kan de terugroep tot wel zes maanden duren. Bij BMW betreft het modellen die zijn geproduceerd tussen september 2015 en september 2021. Het gaat hierbij om specifieke uitvoeringen van de sedans en tourings: 1-serie (F20/F21), 2-serie Coupé (G42), 3-serie (G20/G21 en de Chinese G28-langversie), 4-serie (G22/G23/G26), 5-serie (G30/G31), 6-serie Gran Turismo (G32) en de 7-serie (G11/G12). SUVs en Roadsters: X3 (G01), X4 (G02), X5 (G05), X6 (G06), X7 (G07) en de Z4 (G29).
Mercedes heeft in 2025–2026 veel meer losse terugroepacties gedaan dan de grote éénklappers van VW of BMW, maar de individuele aantallen zijn duidelijk kleiner. De grootste recente Mercedes-actie in de VS betrof ca. 310.000 auto’s (elektronische parkeerrem / rollaway-risico). In Duitsland blijven de acties meestal onder de 40.000 voertuigen.
- Flink gehackt en afgeperst
Hackergroep LPG heeft boodschappenbezorger Flink gehackt en chanteert nu niet alleen het bedrijf maar ook de medewerkers en de klanten. Zij claimen dat de onderhandelingen met Flink over losgeld zijn mislukt en dat ze daarom zijn overgegaan op het direct afpersen van klanten en medewerkers die tot 2 oktober te tijd krijgen om circa 10 tot 15 euro (0,005 Ether) te betalen.
Dat individuele consumenten worden benaderd komt niet vaak voor. De hackersgroep zou de data van 1 miljoen klanten en 13.000 medewerkers in handen hebben.
Het bedrijf schrijft in een mail aan klanten dat de hackers mogelijk naam, e-mailadres, postadres en telefoonnummers van slachtoffers in handen hebben, evenals mogelijk de bestelgeschiedenis, zoals specifieke bezorginstructies, de etage waarop u woont, de ingang van het gebouw en de naam die op de deurbel staat. Wachtwoorden en betaaldata zijn niet getroffen, stelt het bedrijf in een bericht aan zijn klanten. Flink wordt zelf voor 100 Ether (238.000 euro) gechanteerd. De hackers schrijven klanten aan op om Flink onder druk te zetten. “Je kunt deze mail doorsturen naar Flink om hun aandacht te trekken”, schrijven ze aan klanten van Flink. Flink waarschuwt dat criminelen de buitgemaakte data kunnen gebruiken om zeer geloofwaardige nep-sms’jes, e-mails of telefoontjes te plegen en dat ze de komende tijd extra alert moeten zijn op berichten die uit naam van Flink gestuurd worden.
- Westnijlvirus eist nieuwe slachtoffers
Opnieuw is er een persoon overleden door het westnijlvirus. Het aantal nieuwe besmettingen neemt nog steeds toe en in de afgelopen week kwamen er zestien meldingen binnen over besmettingen. Alle nieuwe patiënten kregen het westnijlvirus door de beet van een besmette mug, meldt het RIVM. In totaal zijn er nu dit jaar vijf mensen overleden van wie vaststond dat ze waren besmet. Het aantal vastgestelde besmettingen is opgelopen tot 44. Meestal gebeurde dat nadat ze met klachten in het ziekenhuis waren opgenomen.
Zuid-Holland telt 23 besmettingen. Daarna volgt Utrecht met tien besmettingen, maar ook in Noord-Holland, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel liepen mensen het virus op. Ook paarden worden nog regelmatig besmet. Afgelopen week testten 48 paarden positief, het totale aantal besmette paarden staat nu op 136. Volgens de NVWA verloopt een westnijlvirusinfectie bij vier op de vijf paarden net als bij mensen zonder symptomen. De dieren die wel ziek worden, kunnen lusteloos en sloom worden, koorts krijgen en hun eetlust verliezen. In ernstige gevallen raken ze verlamd. Soms is euthanasie dan de enige oplossing. Ook vogels en muggen worden getest om de virusverspreiding in de gaten te houden. Bij vogels leverde dat afgelopen week 71 positieve testen op. Muggen worden in groepen getest. Bij vier zogeheten muggenpools is het virus tot dusver gevonden: twee in Zuid-Holland, één in Gelderland en één in Noord-Brabant.
- NII aan de beademing
De Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) stopte al jaren geleden, maar wordt, als het aan kabinet Jetten ligt, in 2027 nieuw leven ingeblazen. De organisatie werd in 2014 opgericht door institutionele beleggers om hen in staat te stellen direct in de Nederlandse economie te investeren. De NLII gaf destijds aan zelf niet meer nodig te zijn maar zette wel eerst nog drie fondsen op, waarmee 1,2 miljard euro in financiering voor het mkb en investeringen in zorgvastgoed werd gestoken. Die fondsen werden later ondergebracht bij fondsenbeheerders. De doelstelling van de NLII was om als “private instelling” de lange termijn financieringsmogelijkheden voor institutionele beleggers in de Nederlandse economie te vergroten. De NLII N.V. werd door de overheid opgericht met als statutaire doelomschrijving “het vergroten van de lange termijn financieringsmogelijkheden in Nederland voor institutionele beleggers”. In eerste instantie werden 170 projecten voor zorg, wonen en energie die elders geen financiering kunnen krijgen, aan de institutionele beleggers voorgelegd ter financiering. De NLII, eerder NII genoemd was een initiatief waarbij de overheid niet alleen actief betrokken is en participeert om mogelijke structurele hindernissen te kunnen elimineren bij financieringsoplossingen, maar die de opstart ook financierde.
In september 2026 werd bekend dat het kabinet toch weer 3,3 miljard euro vrij wil maken voor de NII. Het is maar de vraag of de miljarden euro’s die het kabinet wil uittrekken voor een Nationale Investeringsinstelling (NII) wel het gewenste effect op de economie en het bedrijfsleven zullen hebben. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau. Het kabinet Jetten denkt dat onvoldoende beschikbaarheid en toegankelijkheid tot financiering voor innovatieve ondernemers dé achilleshiel is van de Nederlandse economie. Daarom wil het kabinet de Nationale Investeringsinstelling nieuw leven inblazen. De nieuwe instelling zou projecten en bedrijven aan geld kunnen helpen waar de markt dit nalaat. ‘Voor de financiering van bedrijven is zo’n instelling wel geschikt’, denkt CPB topman Weyzig. Voor de bredere doelstellingen die door het kabinet worden genoemd, zoals Defensie, infrastructuur, verduurzaming, zijn ‘andere manieren beschikbaar’, zoals heffingen en subsidies. Daarom zegt het CPB: ‘bedenk nou eerst wat je met zo’n instelling wil bereiken. Vervolgens moet je zo’n instelling zodanig vormgeven dat dat ook past bij dat doel.’
Economen en andere prominenten, onder wie oud-ASML-topman Peter Wennink, maakten zich eerder hard voor de NII. In andere landen zijn volgens de voorstanders ook al nationale investeringsbanken om de economie te helpen bij grote ontwikkelingen zoals de digitalisering en de energietransitie.
Het Achtergestelde Leningenfonds (ALF)
Het tien miljoen euro kostende NLII wilde destijds samen met Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en banken drie jaar lang met een achtergestelde leningsfonds 2 miljard euro investeren. Met het Achtergestelde Leningsfonds (ALF) van 300 miljoen euro konden achtergestelde leningen ter grootte van 150.000 tot 5 miljoen euro worden verstrekt aan MKB-bedrijven. Het ALF had in totaal circa 1 miljard euro aan financiering beschikbaar met garanties via de Groeifaciliteit garantieregeling voor risicokapitaal, dat institutionele beleggers in staat stelde om inzicht te krijgen in het rendement. Voor de garantie werd in het Aanvullende Actieplan MKB-financiering budget gereserveerd.
Het Bedrijfsleningenfonds (BLF)
Naast het ALF kwam er als tweede fonds het Bedrijfsleningenfonds (BLF) ter grootte van 500 miljoen euro dat samen met banken leningen van minimaal 10 miljoen euro verstrekte. Hiermee kwam nog eens 1 miljard euro aan extra financiering voor het (grotere) MKB beschikbaar. Ondernemers konden via hun bank een beroep doen op de fondsen waaraan ABN Amro, ING en de Rabobank meededen. De achtergestelde leningen waren bestemd voor ondernemers die niet of slechts voor een deel in aanmerking kwamen voor bancair krediet. Voor elke euro achtergestelde lening verstrekte de banken minimaal een euro aan gewoon bancair krediet. Institutionele beleggers die op dit fonds inlegden kregen daarop een staatsgarantie van 50 procent. Beide fondsen werden door de banken, Pensioenfondsen PGB en Metaal & Techniek, Nationale-Nederlanden, Aegon Asset Management en Robeco in overleg met het ministerie van Economische Zaken ontwikkeld.
Het Apollo zorgvastgoedfonds
Het zorgvastgoedfonds was het derde investeringsfonds dat de NLII lanceerde. De NLII lanceerde 1 juli 2016 met Hartelt Fund Management voor grote beleggers het Apollo Zorgvastgoedfonds. De eerste belegger in het fonds was de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH) De SPH investeerde 80 miljoen euro in nieuwbouw en renovatie van zorgcentra met huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten, in verpleeghuizen en in huisvesting voor mensen met een handicap, langdurige ziekte of dementie. 80 miljoen euro in een nieuw zorgvastgoedfonds voor huisartsenpraktijken, verpleeghuizen en beschermd wonen. Naast eerstelijnszorgcentra (30%) wordt geïnvesteerd in verpleeghuizen (40%) en beschermd wonen (30%). PGGM functioneert hierbij als uitvoeringsorganisatie. NLII en HFM voeren op dit moment gesprekken met meerdere geïnteresseerde institutionele beleggers.
Ook voor het energieakkoord (NEA) was via NLII geld beschikbaar om de overheidsdoelstellingen omtrent windenergie te halen. Omdat de overheidsbegroting hier geen ruimte voor bood, gingen, in opdracht van de EU, de pensioenfondsen meer investeren in energieprojecten en regionale infrastructuurprojecten. De fondsen hebben inmiddels al 14 procent van hun totale vermogen van rond de 960 miljard in Nederland belegd, waarvan 12,7 miljard euro in Nederlandse hypotheken en 1 miljard euro in het midden- en kleinbedrijf. De ambitie van het kabinet is om die 14% met 1% per jaar op te hogen. PGGM investeert samen met investeerder Macquarie Capital 50 procent (625 miljoen euro) in het nieuwe Duitse offshore windpark Baltic 2. PGGM had al voor zo’n 900 miljoen euro geïnvesteerd in groene energie en investeerde ook al in een windpark in de Ierse Zee en een aantal parken op land. Baltic 2 wordt aangelegd door energiebedrijf EnBW die de andere (ruim) 50 procent van de aandelen houdt.
Twee van de drie fondsen zijn uiteindelijk ook gestopt. Apollo Zorgvastgoedfonds is de enige van de drie die nog enigszins actief is en nieuwe investeringen doet in zorgvastgoed.
Het heropenen van de NII kan meerwaarde hebben wanneer ze zich uitsluitend richten op segmenten waar de private markt daadwerkelijk tekortschiet (bijv. vroege fase-innovatie, risicovol doorgroeikapitaal voor deeptech of complexe maatschappelijke initiatieven). De NII moet niet worden gebruikt als een “buitengewoon budget” om gaten in de overheidsbegroting op het gebied van defensie of klimaat op te vullen. Om pensioengeld aan te trekken, moet de overheid optreden als risico-afdekker (co-investeerder of garantsteller) in plaats van enkel als regelgever. Als het kabinet Jetten de NII gebruikt als een gericht instrument voor MKB- en innovatiefinanciering, is de 3,3 miljard euro wellicht goed besteed, maar als het een vergaarbak wordt voor uiteenlopende politieke dossiers, dan dreigt een herhaling van stappen waarbij de instelling over een paar jaar opnieuw overtollig wordt verklaard.
ABP begint in ieder geval alvast met een investering van 250 miljoen euro in het Scale-up Europe Fund. Dit fonds werd onlangs opgericht vanuit de Europese Commissie en een aantal Europese institutionele beleggers. Het doel is om Europese technologiebedrijven die actief zijn in sectoren zoals kunstmatige intelligentie, kwantumtechnologie, energie, ruimtevaart en medische technologie verder te kunnen laten groeien. In totaal wil ABP in drie jaar tijd 1 miljard euro investeren in de technologiesector. De investering volgt het advies van oud-topman van ASML Peter Wennink blind op.
- Kamerleden maken vuist tegen deepfake-porno
Vijftien vrouwelijke Tweede Kamerleden maken samen een vuist tegen de verspreiding van deepfake-porno en online seksueel misbruik. Een op de vier vrouwelijke Kamerleden is zelf slachtoffer van dergelijke pornofilmpjes, waarbij hun gezichten, met behulp van AI op de lichamen van pornoactrices zijn gemonteerd.
Het initiatief is genomen door Suzanne Kröger (GroenLinks-PvdA), Marijke Synhaeve (D66) en Sandra Beckerman (SP). Samen willen zij met een concreet plan de veiligheid van alle vrouwen en meisjes in Nederland verbeteren met een nieuw laagdrempelig meldpunt waar slachtoffers eenvoudig digitaal seksueel misbruik kunnen melden en direct aangifte kunnen doen. Nu is de stap naar de politie vaak nog te groot of ingewikkeld. De Kamerleden eisen dat de politie en justitie hier vanaf dag één keiharde prioriteit aan geven. Er moet een grote campagne komen die jongeren duidelijk maakt dat het maken en delen van dit soort beelden onacceptabel is. Mede-initiatiefnemer Ingrid Coenradie (JA21) wil er voor zorgen dat de strafrechtelijke aanpak van de makers ook vorm krijgt.
Tussen de zeventig en tachtig bekende Nederlandse vrouwen, waaronder politici, presentatoren en prinses Amalia, werden slachtoffer van deepfake-pornovideo’s. De video’s verschenen op de website MrDeepFakes, een internationaal platform met miljoenen maandelijkse bezoekers dat anonieme uploads tegen betaling faciliteerde. Na publicaties van het Algemeen Dagblad, CBC, Bellingcat en Deense media werd de site in Nederland geblokkeerd en ging deze in mei 2024 wereldwijd offline.
Caroline van der Plas, Hélène Hendriks, Olcay Gulsen, Sylvana IJsselmuiden, Mirjam Bikker, Ellie Lust, Welmoed Sijtsma en Sharon Dijksma, deden aangifte, waarbij sommigen de video’s als “digitale verkrachting” omschreven vanwege de ernstige privacy-inbreuk, reputatieschade en emotionele impact. Voor de deepfake-video van Welmoed Sijtsma kreeg de dader in 2023 een voorwaardelijke taakstraf.
Het is in Nederland strafbaar om zonder toestemming deepfake-naaktbeelden van iemand te maken, verspreiden of in je bezit te hebben. Vanaf 2 december 2026 geldt er ook een Europees verbod op AI-systemen (uitkleed-apps) die zonder toestemming seksueel expliciete deepfakes van identificeerbare personen genereren. De regels moeten nog formeel door de Raad worden aangenomen voordat ze definitief in werking treden. De meeste overige AI-verordening en bepalingen gelden al sinds 2 augustus 2026. Toch blijken deze uitkleed-apps lastig strafrechtelijk aan te pakken. Nederland loopt voorop in het strafbaar stellen van seksuele deepfakes. In veel andere Europese landen kun je hooguit worden veroordeeld voor smaad als je zo’n afbeelding van iemand maakt. In Nederland is het maken van dit soort beelden een seksueel misdrijf en kun je daar een stuk zwaarder voor worden gestraft. Op het maken van deepfake-naaktbeelden staat een maximale gevangenisstraf van twee jaar. Dan gaat het om het maken van beelden van iemand die meerderjarig is. Ook het verspreiden en in bezit hebben is strafbaar, maar het maken van de beelden wordt gezien als het meest ernstige delict. Als iemand deepfake-naaktbeelden maakt van iemand die jonger is dan 18 jaar, dan is de maximale gevangenisstraf zes jaar en dan wordt het gezien als het vervaardigen van virtuele beelden van kindermisbruik. Als een jongen van 15 een deepfake-naaktfoto maakt van een meisje van 15, dan wordt dat feitelijk gezien als virtuele kinderporno. Maar omdat de jongen ook maar 15 jaar is, zal een officier van justitie dat meewegen en eerder een geldboete, taakstraf of lichte straf eisen. Ook kan bureau Halt worden ingeschakeld om herhaling te voorkomen. Als de jongen van 15 de naaktbeelden gebruikt voor afpersing of intimidatie, wordt een zwaardere straf geëist.
Het Openbaar Ministerie heeft besloten een 74-jarige man uit Noord-Holland te vervolgen die op grote schaal deepfake-sekstapes maakte van tientallen bekende Nederlanders. Dit onderzoek startte na onthullingen rond het inmiddels offline gehaalde platform MrDeepFakes. Slachtoffers van neppornofilmpjes of ander digitaal seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen voor directe hulp en het laten verwijderen van beelden terecht op de website van Offlimits. Slachtoffers van breder seksueel geweld kunnen ook steun en advies inwinnen via het Centrum Seksueel Geweld.
De vermeende oprichter van MrDeepFakes is David Do, een 36-jarige apotheker uit Toronto. Forensisch onderzoek door cyberbureau Sidenty, Bellingcat en media zoals het Algemeen Dagblad en CBC wees hem aan als de persoon achter de site. Do bevestigde in een e-mail aan het Algemeen Dagblad dat hij de site oprichtte, maar claimde deze jaren geleden te hebben verkocht aan een onbekende partij. Na de onthullingen verwijderde hij zijn sociale media, werd hij ontslagen door het ziekenhuis waar hij werkte, en startte de Canadese apothekersorde een onderzoek naar zijn gedrag. Er is geen bewijs dat de 74-jarige Nederlander direct met Do samenwerkte, maar hij zou video’s hebben gemaakt die via MrDeepFakes werden verspreid. In Canada is het verspreiden van deepfake-porno echter niet expliciet strafbaar, wat uitlevering van Do naar Nederland bemoeilijkt, ondanks oproepen van Nederlandse politici zoals Caroline van der Plas, Songul Mutluer en Ingrid Michon van BBB, GroenLinks-PvdA en VVD. Deze partijen dringen aan op uitlevering om een krachtig signaal af te geven, maar het Canadese ministerie stelt dat het vermeende gedrag in beide landen strafbaar moet zijn voor uitlevering.
De Canadese premier Mark Carney beloofde in 2025 wetgeving om deepfake-porno te criminaliseren, maar deze is nog niet van kracht. Slachtoffers probeerden via opsporingsbureaus en de Autoriteit Persoonsgegevens de video’s offline te krijgen, terwijl experts waarschuwen dat deepfakes iedereen kunnen treffen en pleiten voor betere detectietechnologie en bewustwording. De juridische verschillen tussen Nederland en Canada compliceren de zaak, en de oproep tot uitlevering is nog niet gerealiseerd. Op het hoogtepunt had MrDeepFakes meer dan 650.000 geregistreerde gebruikers en bevatte het video’s van Canadezen zoals Michael Bublé, Justin Trudeau en Avril Lavigne. De inhoud was sinds de oprichting in 2018 meer dan twee miljard keer bekeken.
- De kop in het zand steken
Er moeten honderdduizenden woningen worden gebouwd, maar tegelijkertijd rollen er miljardenplannen voor de energietransitie over tafel: reusachtige windmolenparken op zee, zware transformatorstations en grootschalige dijkverzwaringen om ons te beschermen tegen de stijgende zeespiegel. Het zijn plannen die worden berekend in miljarden euro’s, gigawatten en stikstofoxiden.
Maar de meest fundamentele variabele wordt over het hoofd gezien. Beleidsmakers vergeten dat je behalve vergunningen en stroom vooral beton nodig hebt. En voor beton heb je een steeds schaarser wordend constructiezand nodig. Omdat woestijnzand zich niet hecht aan cement, is het volstrekt onbruikbaar voor het maken van stevig beton. Voor de hedendaagse bouw zijn we dus exclusief aangewezen op hoekig, ruw zand uit rivierbeddingen, meren en de zeebodem. En juist die voorraad slinkt in een angstaanjagend tempo.
Volgens recente rapportages van het United Nations Environment Programme (UNEP) verbruiken we wereldwijd zand vijftig keer sneller dan de natuur het via geologische processen kan aanvullen. Zand is na water de meest geconsumeerde grondstof op aarde. Zelfs een woestijnstaat als Dubai moet voor de bouw van zijn megalomane projecten miljoenen tonnen constructiezand importeren uit onder meer Australië. Beleidsmakers steken echter hun kop in het zand en negeren de zandcrisis.
Onze belangrijkste baggeraars Boskalis en Van Oord zijn wereldwijd marktleider als het gaat om grootschalige landaanwinning en diepzee-opzuiging voor de mondiale zandhonger. Het recente VN-rapport Sand and Sustainability en kritische onderzoeken van maatschappelijke organisaties zoals Both ENDS geven aan dat er miljoenen tonnen marien zand van de zeebodem worden gehaald, met verstrekkende ecologische gevolgen.
In landen waar regelgeving ontbreekt en de vraag explodeert, is een gewelddadige zwarte markt voor zand ontstaan. In India, Marokko en delen van Zuidoost-Azië opereren gewapende bendes. Zij zuigen illegaal complete rivierbeddingen en stranden leeg om de informele bouwsector te voeden. De zandmaffia is een van de machtigste en gewelddadigste misdaadorganisaties van India en graaft illegaal stranden en duinen af, waardoor de zee vrij spel krijgt. Ze laten journalisten vermoorden, om onthullingen over hun activiteiten te voorkomen. Zoals de journalist Jagendra Singh, die in 2015 omkwam door een aanslag. Complete eilanden verdwijnen zo van de kaart en kritische infrastructuur zoals bruggen storten in omdat de fundamenten door illegale afgravingen ondergraven worden. Doodgewoon zand is veranderd in het ‘nieuwe goud’, compleet met kartelvorming en liquidaties.
Het winnen van primair zand in eigen land wordt door strengere ruimtelijke afwegingen en de bescherming van natuur- en waterwingebieden steeds complexer. Provincies geven nauwelijks nog nieuwe vergunningen af voor binnenlandse zandwinningsputten, terwijl bestaande winlocaties langzaam maar zeker uitgeput raken of stilliggen door milieu-overschrijdingen.
Het nog beschikbare zand is broodnodig voor onze kustverdediging tegen de stijgende zeespiegel. En we moeten nu al kiezen of we ons zand gebruiken om huizen mee te bouwen, óf om te voorkomen dat diezelfde huizen straks onder water lopen.
De politiek kan tot in den treure zeuren over stikstofruimte en vergunningsprocedures, maar de belangrijkste zorg is de logistieke en materiële vraag of er überhaupt wel genoeg fysiek materiaal is om de fundering van die nieuwe woonwijken te storten, parkeergarages te bouwen of om de windmolens op zee te verankeren.
Zonder een radicale omslag naar hoogwaardig circulair zand, het grootschalig recyclen van betonpuin en het ontwerpen met alternatieve bouwmaterialen zoals hout, lopen de Nederlandse ambities onherroepelijk vast. Niet door een gebrek aan geld of politieke wil, maar simpelweg omdat we de bodem van de mondiale en lokale zandbak hebben bereikt.
- Het failliet van de elektrische auto
De elektrische auto wordt door particulieren vrijwel niet gekocht. Dat blijkt uit het nieuwe Trendrapport Nederlandse markt personenauto’s in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het aandeel volledig elektrische auto’s (BEV) in de particuliere nieuwverkopen is in 2025 nauwelijks veranderd en ligt zelfs onder het niveau van twee jaar geleden.
In 2025 was 28,2 procent van de nieuwe auto’s die particulieren kochten volledig elektrisch. Een jaar eerder was dat 27,8 procent. In 2023 lag het aandeel met 30,3 procent nog hoger. Van een verdere groei van de particuliere BEV-markt is daarmee vooralsnog nauwelijks sprake.
Het aandeel BEV’s in de zakelijke nieuwverkopen steeg vorig jaar naar 47,8 procent, tegenover 39,2 procent in 2024 dankzij het anticiperen op de belastingmaatregelen/verhogingen voor bedrijven die fossiel rijden. (Pseudo-eindheffing). Particulieren worden gestraft met hogere accijnzen en het niet verlagen van de brandstofprijzen bij schaarste. De aanschafsubsidie (SEPP) is gestopt en de wegenbelastingkorting voor EV’s wordt afgebouwd. Er is vanuit de Overheid duidelijk gekozen voor straffen in plaats van belonen.
De stagnerende lokale vraag staat niet op zichzelf, maar is wereldwijd een economisch probleem. Miljoenenverliezen, massaontslagen en structurele crisis bedreigen de Europese automobielsector. Mislukte EV-transitie, felle Chinese concurrentie en exploderende operationele kosten dwingen de grote autofabrikanten tot historische reorganisaties en fabriekssluitingen. De mondiale en met name de Europese auto-industrie bevindt zich in een ongekende, diepe crisis. Een toxische combinatie van tegenvallende verkopen van elektrische voertuigen (EV’s), miljarden verslindende transitiekosten, felle concurrentie uit Azië en falend macro-economisch beleid dwingt gevestigde autofabrikanten tot drastische ingrepen. Wereldwijd worden tienduizenden banen geschrapt, miljarden afgeschreven en historische productielocaties met sluiting bedreigd. Terwijl de sector alarm slaat, lijkt de Europese Unie de urgentie van deze structurele neergang nog niet volledig te willen erkennen. Wereldwijd worden tienduizenden banen geschrapt, miljarden afgeschreven en historische productielocaties met sluiting bedreigd.
Grote spelers zoals de Volkswagen Groep, Stellantis, BMW en Renault zien zich noodgedwongen om hun vaste kosten radicaal te verlagen. Dit vertaalt zich in het schrappen van complete modelreeksen en het saneren van ondersteunende functies zoals human resources (HR) en marketing.
Vooral Stellantis kampt met zware operationele problemen en produceert momenteel op slechts de helft van zijn totale fabriekscapaciteit. De malaise verspreidt zich bovendien razendsnel door de toeleveringsketen; de grote Duitse toeleverancier ZF Friedrichshafen heeft aangekondigd tegen 2030 circa 7.600 banen te moeten schrappen om rendabel te blijven. De cijfers over het afgelopen boekjaar en de prognoses voor 2025/2026 zijn historisch slecht. De gezamenlijke afschrijvingen en pure EV-gerelateerde kosten van giganten als Ford, General Motors (GM), Volkswagen, Honda en Stellantis lopen inmiddels op richting de 70 miljard dollar.
Ford rapporteerde een nettoverlies van circa 8,2 miljard dollar en kampt met een voorspeld nettoverlies van ongeveer 26,3 miljard dollar over de gehele breedte voor de nabije toekomst. Nissan verdubbelde het kwartaalverlies en verwacht voor het boekjaar eindigend in maart 2026 een operationeel verlies van 4,2 miljard dollar. Jaguar Land Rover (onderdeel van het Indiase Tata) noteerde een fors kwartaalverlies van 421 miljoen dollar. Mercedes-Benz zag in 2025 een steile winstdaling van maar liefst 57%.
Zelfs in de Amerikaanse markt dalen de volumes. General Motors (GM), eigenaar van merken als Chevrolet en Cadillac, meldde een daling van de verkoop in het tweede kwartaal van 2026, hoofdzakelijk veroorzaakt door het stopzetten van specifieke, traditionele modellen. Ondertussen bevindt ook de Britse autoproductie zich op een historisch dieptepunt.

- Het failliet van justitie
De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) voert namens de minister van Justitie en Veiligheid straffen en vrijheidsbenemende maatregelen uit die door de rechter zijn opgelegd. Ondanks 50 locaties verspreid over het land en een personeelsbestand van 16.000 medewerkers is het systeem vastgelopen. Jaarlijks stromen er ruim 30.000 nieuwe justitiabelen in. De insluiting vindt plaats in verschillende soorten inrichtingen. Er zijn gevangenissen en huizen van bewaring voor volwassenen, die penitentiaire inrichtingen (PI) worden genoemd. Er zijn ook speciale inrichtingen voor jongeren; Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI). Voor (tbs-)patiënten zijn er forensische psychiatrische centra (FPC) en voor vreemdelingen maakt DJI gebruik van detentiecentra (DC).
Sinds 15 juli 2025 is in Nederland de zogeheten eindverlofregeling van kracht, waardoor gevangenen met een straf van maximaal een jaar vervroegd de gevangenis mogen verlaten. Al sinds eind vorig jaar worden gevangenen aan het einde van hun straf eerder vrijgelaten vanwege hetzelfde probleem, maar toen bleef dit beperkt tot maximaal vijf dagen. De regeling was bedoeld als tijdelijke oplossing om overbevolking in gevangenissen te beperken en om het personeelstekort op te vangen. Alleen gedetineerden met korte straffen komen hiervoor in aanmerking. Nu komen gedetineerden alleen in aanmerking voor eerdere vrijlating als ze een gevangenisstraf van korter dan een jaar hebben gekregen. Als er tekorten blijven bestaan wordt overwogen om ook die termijn op te rekken. Gevangenen die een straf hebben tot twee jaar zouden dan eerder vrijgelaten worden.
In februari van 2025 maakte het Openbaar Ministerie (OM) bekend dat het de inzet van de strafbeschikking aanzienlijk wil intensiveren. Deze stap is ingegeven door het huidige cellentekort en de ‘code zwart’ die al enige jaren voor het Nederlandse gevangeniswezen geldt. Het OM wil met deze koerswijziging de strafbeschikking optimaal benutten en tegelijkertijd het aantal dagvaardingen terugdringen. Op deze manier verwacht het OM niet alleen bij te dragen aan het verlichten van het cellentekort, maar ook aan het verminderen van de druk op de krappe zittingscapaciteit binnen de rechtspraak.
Meer gedetineerden worden overdag vrijgelaten en zij mogen met een enkelband, buiten de gevangenismuren werken. In de avond moeten ze dan weer terug komen om in de cel te slapen. Kortgestraften krijgen door tijd- en mankrachtgebrek minder begeleiding bij de terugkeer in de samenleving.
Eerder zei de Dienst Justitiële Inrichtingen, die verantwoordelijk is voor de gevangenissen, dat er naast maatregelen ook honderden miljoenen euro’s per jaar nodig zijn om ervoor te zorgen dat iedereen wél helemaal zijn of haar straf kan uitzitten. Het kabinet heeft daarna 75 miljoen euro hiervoor begroot.
Taakstraffen en enkelbanden moeten voorlopig nog het cellentekort verminderen. Uit onderzoek blijkt dat bij de inzet van een enkelband aandacht is voor de persoonlijke omstandigheden van de client, waarbij de reclassering oog heeft voor de maatschappelijke en persoonlijke risico’s. Dat maakt dat de enkelband vaker ingezet kan worden om zo de cellentekorten in de gevangenissen op te vangen, schrijft de Inspectie. In het gevangeniswezen is sprake van een groot probleem vanwege het cellentekort en personeelstekort. Door mensen in voorarrest in de gaten te houden via een enkelband en gedetineerden eerder naar huis te sturen met een enkelband, moet de druk op het gevangeniswezen afnemen. Een groot deel van de duizenden enkelbanddragers is in afwachting van de uitspraak van een rechter. De Inspectie heeft ook een aantal knelpunten vastgesteld. Adviseurs van de reclassering hebben niet alle cliënten bij wie de enkelband van meerwaarde kan zijn, in beeld. Ook beschikt de reclassering niet altijd over relevante politie-informatie om te adviseren over de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de enkelband. Om te voorkomen dat de kwaliteit van de elektronische monitoring onder druk komt te staan, adviseert de inspectie om deze knelpunten op te pakken.
Minister van Justitie Van Weel kostte het bijna zijn kop nadat bleek dat met 10.000 meldingen en aangiften van ernstige misdrijven waren blijven liggen door capaciteitstekorten bij de politie en dat hij dit had afgezwakt door te zeggen dat het percentage meldingen meer dan de helft daarvan was. Volgens de Algemene Rekenkamer ging het echter maar bij slechts 10 procent van de 10.000 onbehandelde aangiften om meldingen zonder aanknopingspunten. Daarmee zou Van Weel de Tweede Kamer op het verkeerde been hebben gezet. Of het laten liggen van zoveel aangiftes ook te maken heeft met het cellen tekort waardoor daders toch onbestraft blijven is niet bekend.
Het Openbaar Ministerie van Oost-Nederland liet in 2022 al ongeveer vijftienhonderd strafzaken niet voor de rechter komen vanwege een tekort aan personeel bij de rechtbank Gelderland. En om in alle drukte ruimte te houden voor “urgentere zaken” vroeg het OM aan de rechtbank opnieuw om zaken te schrappen die gaan om eenvoudige mishandeling, eenvoudige diefstal, belediging, bedreiging, maar ook lichte drugszaken en verkeerszaken. Ook nu worden nog met enige regelmaat zaken geschrapt. Het gaat om zaken die meer dan anderhalf jaar wachten op behandeling door een politierechter. Die behandelt strafzaken waarin maximaal één jaar celstraf kan worden opgelegd. Het gaat in dit geval om eenvoudige misdrijven, zoals diefstallen, verkeerszaken en bezit van hennep. Een aantal zaken wordt geseponeerd en andere worden afgedaan met een strafbeschikking. Eventuele slachtoffers die het niet eens zijn met de afhandeling van hun aangifte of beslissing in hun zaak, kunnen een klacht indienen bij het gerechtshof. Het Openbaar Ministerie komt 104 voltijds officieren van justitie tekort. Ook is er een tekort aan zeker 50 rechters. Om de capaciteitsproblemen bij de rechtspraak op te lossen wordt er de komende jaren 155 miljoen euro per jaar extra uitgetrokken voor het aantrekken van nieuwe rechters en rechtbankpersoneel.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad onderzocht hoe het OM deze verschuiving inzet en wat de gevolgen zijn voor rechtsbescherming en kwaliteit van besluitvorming. Niet langer staan grote golven geschrapte zaken centraal, maar een bredere inzet van buitengerechtelijke afdoening, waarmee het OM probeert de druk op de rechtbanken te verlichten en de doorlooptijden voor zwaardere zaken te verbeteren. De rechtspraak heeft kritiek op de werkwijze en waarschuwt dat de rechter daarmee minder vaak betrokken is bij de beoordeling van strafbare feiten die traditioneel wel in de zittingszaal thuishoren.
Gevangenen met straffen korter dan een jaar worden standaard vóór het einde van hun straf vrijgelaten en die noodmaatregel blijft voorlopig van kracht. Hoewel het kabinet eerder zei hier zo snel mogelijk van af te willen, verwachten ambtenaren dat het vervroegd vrijlaten nog wel even doorgaat. Naast het uitstellen van celstraffen mogen gedetineerden soms al op vrijdag naar huis als hun straf eigenlijk pas in het weekend of op maandag verloopt. De noodmaatregelen gelden al een tijd.
Volgens een intern document van het ministerie van Justitie en Veiligheid zijn er te weinig cellen én vooral te weinig cipiers, waardoor niet alle veroordeelden hun volledige straf kunnen uitzitten. Daarom worden geschikte gedetineerden twee weken eerder vrijgelaten. Zwaar gestraften en zedendelinquenten zijn uitgesloten. Daarnaast worden minder gevaarlijke ‘zelfmelders’ voorlopig niet opgeroepen om hun straf te beginnen, maar staan op een wachtlijst. Veelvoorkomende misdrijven, zoals eenvoudige diefstallen, mishandelingen, vernielingen en bezit van kleine hoeveelheden drugs, worden sneller administratief afgehandeld. De politierechter, bedoeld voor zaken waarvoor maximaal één jaar celstraf kan worden opgelegd, blijft overbelast, waardoor dergelijke dossiers soms jarenlang blijven liggen. Wilders steunde zijn staatssecretaris Ingrid Coenradie niet en wilde gevangenen voorlopig dan maar onderbrengen in een deel van het Justitieel Complex Schiphol en meer gevangen in een cel laten plaatsen. Meer gevangenen op 1 cel zou echter problemen geven vanwege de veiligheid van gevangenen en personeel en gevangenen vastzetten in het Justitieel Complex Schiphol zou de opvang van ongewenste vreemdelingen belemmeren.
Eerst werd er besloten om mensen met korte straffen pas later te laten beginnen aan hun detentie, toen volgde het plan om mensen met een straf tot twee maanden helemaal niet meer vast te zetten. Nu worden zelfs langgestraften vervroegd vrijgelaten bij gebrek aan alternatieven. De staatssecretaris noemt het pijnlijk, maar “onvermijdelijk. Zo’n drieduizend personen zijn veroordeeld tot celstraffen, maar zitten niet in een cel vanwege personeelstekort. Negentig procent van de bewaarders vindt dat het werk zwaarder is geworden. De helft van het personeel zegt dat het ook steeds onveiliger wordt. Mensen worden bedreigd, gewurgd, krijgen stront over zich heen, worden uitgescholden of van de trap gegooid. Soms zie je dat bewaarders door andere gedetineerden moeten worden gered.
Ook bij de reclassering is er onvoldoende personeel om vrijgelaten criminelen op het rechte pad te houden. Vrijwel alle toezicht bij jonge draaideurcriminelen ontbreekt. Het veroordelingsproces van jongeren verloopt al jaren te langzaam. Daardoor zijn de wachttijden nog altijd langer dan de norm, merkt de Inspectie Justitie en Veiligheid op in een rapport. De wachttijd verschilt per situatie, maar kan in sommige gevallen jaren duren. Er is geen zicht op waar de vertragingen in het strafproces van jeugdigen ontstaan. Betrokken organisaties, zoals het Openbaar Ministerie (OM), de politie en de Kinderbescherming, wijzen elkaar aan als schuldige. De keten kampt bovendien al jaren met personeelstekorten en een tekort aan specialistische zorg voor de jongeren. Daarbij zijn weinig plekken beschikbaar in onder meer jeugdinrichtingen en voor taakstraffen.
Het Openbaar Ministerie (OM) gaat verdachten van delicten waarop maximaal zes jaar celstraf staat niet meer via de rechter vervolgen, maar zelf bestraffen. Verdachten van strafbare feiten als diefstal, vandalisme of eenvoudige mishandeling zullen vaker een boete of taakstraf via een strafbeschikking krijgen. In ongeveer 80 procent van de strafdossiers van justitie draait het niet om zeer ernstige feiten, maar om zaken waarin uiteindelijk gevangenisstraffen worden opgelegd van hooguit een paar weken of maanden. Als deze zaken steevast worden gedagvaard, dan heeft dat tot gevolg dat men bij de rechtspraak minder ruimte zal hebben voor andere, zwaardere zaken. Het OM heeft sinds 2008 al de wettelijke bevoegdheid om met de OM‐strafbeschikking (OMSB) lichtere delicten zelf af te doen.
Het College van procureurs‐generaal wil de mogelijkheden die de strafbeschikking biedt optimaal gaan benutten en minder gaan dagvaarden en meer strafbeschikkingen opleggen en zo de benodigde cellen beschikbaar krijgen. Bijna 6000 van de veroordeelde criminelen zijn onvindbaar. Samen zijn zij verantwoordelijk voor ruim 7000 zaken, waaronder ernstige geweldsdelicten. Van de meesten wordt vermoed dat ze in het buitenland zitten. Voormalig Staatssecretaris Coenradie wil gevangenen in het uiterste geval maximaal twee weken voor het einde van hun straf naar huis kunnen sturen, maar alleen voor gevangenen met een gevangenisstraf tot één jaar. Zedendelinquenten en plegers van een ernstig geweldsmisdrijf komen niet in aanmerking en vervroegd vrijlaten zal alleen gebeuren bij hoge nood, als er echt geen plek meer is voor een andere veroordeelde. De ministerraad stemde 7 maart 2025 in met deze plannen waarna deze werden voorgelegd aan de Tweede Kamer. Wilders liet via X al meteen weten tegen de plannen te zijn, net als de VVD. Coenradie vindt het zelf ook een pijnlijke maatregel, maar ziet geen andere mogelijkheid. Wilders (PVV)wilde in plaats van vervroegde vrijlating liever een uitbreiding van het aantal meerpersoonscellen. En die komt er ook, schreef Coenradie in haar brief aan de Tweede Kamer, maar op kleine schaal: de maatregel levert dit jaar ruim honderd cellen meer op. Zonder deze ingreep blijven politiecellen overvol en dreigen verdachten en veroordeelden willekeurig vrij te komen. Er wordt ook onderzocht of er een tijdelijke noodunit met zestig plekken bij de Limburgse vrouwengevangenis Ter Peel kan komen.
Er zijn de afgelopen tien jaar, toen er nog sprake was van een cellenoverschot, 26 gevangenissen en meerdere tbs-klinieken gesloten. Veel bewakers zijn iets anders gaan doen, waardoor er nu te weinig personeel is. Maar inmiddels stijgen de criminaliteitscijfers en worden er langere straffen gegeven. Er wordt onder meer gekeken of de gevangenis in Almere, die in 2019 werd gesloten, heropend kan worden. De vooruitzichten laten zien dat de druk op het strafrechtelijk systeem de komende jaren geleidelijk zal toenemen. Het aantal geregistreerde strafbare feiten groeit naar verwachting licht, maar omdat de bevolkingsgroei achterblijft, komt dat neer op een stijging per inwoner. Tegelijkertijd wordt verwacht dat de behoefte aan detentiecapaciteit stijgt. Dit hangt samen met een groei van het aantal verdachten in voorlopige hechtenis en een langere duur daarvan. Ook het aantal opgelegde vrijheidsstraffen neemt vermoedelijk toe. Hoewel die straffen gemiddeld korter worden, weegt de toename in aantallen zwaarder, waardoor de totale capaciteitsvraag toch groeit.
Andere onderdelen van de keten laten een vergelijkbaar beeld van lichte maar gestage groei zien. Zo neemt het aantal incidenten dat slachtoffers ervaren naar verwachting duidelijk toe, terwijl het Openbaar Ministerie slechts een beperkte stijging in het aantal beslissingen voorziet. Binnen de forensisch psychiatrische zorg wordt eveneens meer capaciteit nodig geacht, vooral doordat het aantal mensen met een tbs-maatregel toeneemt. In het jeugddomein blijft het aantal Halt-verwijzingen naar verwachting stabiel, maar stijgt de vraag naar plaatsen in jeugdinrichtingen enigszins door een toename van zwaardere maatregelen en voorlopige hechtenis bij minderjarigen.
Ook in de rechtspraak wordt een groeiende instroom verwacht. Handelszaken laten een relatief sterkere stijging zien dan familiezaken, terwijl binnen het bestuursrecht vooral belastingzaken en overige procedures gestaag toenemen. Al met al schetsen de prognoses een beeld van een justitiële keten die de komende jaren op meerdere fronten rekening moet houden met een toenemende werkdruk en een bijbehorende behoefte aan extra capaciteit.
De situatie in de forensische zorg is kritiek nu 270 veroordeelden wachten op een plek in een tbs-kliniek. Het aantal wachtenden is de afgelopen jaren sterk toegenomen doordat ook de doorstroom vanuit het overvolle gevangenissysteem volledig is vastgelopen. De gemiddelde wachttijd is inmiddels opgelopen tot een periode van twaalf tot achttien maanden. Voor de zwaarste gevallen betekent dit dat gevaarlijke delinquenten soms al sinds het begin van 2024 in een reguliere cel verblijven zonder de noodzakelijke gespecialiseerde behandeling te ontvangen.
De juridische gevolgen van deze stagnatie zijn groot. Omdat de rechter de tbs-maatregel elke twee jaar opnieuw moet beoordelen, vinden er zittingen plaats over de voortgang van cliënten die feitelijk nog niet eens aan hun behandeling in een kliniek zijn begonnen. Advocaten spreken van een onhoudbaar wanbeleid en wijzen erop dat deze vertragingen de rechtsstaat ondermijnen. In veel gevallen dwingen zij inmiddels schadevergoedingen af bij de overheid omdat de staat niet aan de wettelijke behandelplicht kan voldoen.
Een tbs-veroordeelde heeft namelijk wettelijk recht op plaatsing binnen vier maanden. Wanneer deze termijn wordt overschreden, kan de betrokkene aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming, de zogenaamde wachtgeldregeling. Deze vergoeding begint vaak bij een bedrag van ongeveer 225 euro per maand en loopt op naarmate de wachttijd vordert. In 2024 en 2025 heeft de overheid hierdoor al tonnen aan compensatie uitgekeerd aan wachtende gedetineerden. Voor slachtoffers en nabestaanden is dit een bittere pil, ook al wordt een deel van dit geld vaak direct ingehouden om openstaande schadeclaims aan diezelfde slachtoffers af te betalen.
Hoewel het kabinet Jetten 100 miljoen euro extra investeert in het gevangeniswezen, blijft gerichte financiering voor de tbs-sector in de huidige plannen uit. Zonder extra bedden en personeel in de forensische klinieken blijft het systeem verstopt, wat direct invloed heeft op de veiligheid in de samenleving. De behandeling die herhaling van misdrijven moet voorkomen, begint nu simpelweg te laat of helemaal niet.
Voor tijdelijke uitbreidingen van de celcapaciteit komt er een detentieboot met geplande ingebruikname in november 2026. Daarnaast wordt gekeken naar noodopvanglocaties, waaronder het complex in Evertsoord (Limburg). Het Justitieel Complex Evertsoord in Limburg is een inrichting van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en ligt in de gemeente Horst aan de Maas. Het wordt gebruikt als forensisch psychiatrisch centrum (FPC), justitiële jeugdinrichting (JJI) en als locatie voor vreemdelingenbewaring. Het terrein bestaat uit meerdere gebouwen met een streng beveiligd regime en is geschikt voor langdurige plaatsingen. Het complex is eerder ingezet voor opvang van verschillende categorieën gedetineerden en kan door zijn schaal en ligging dienen als noodlocatie voor extra celcapaciteit. De bestaande infrastructuur maakt tijdelijke aanpassingen en uitbreiding van gebruiksfuncties mogelijk, maar personeelstekort en de combinatie van functies beperken de inzetbaarheid. Evertsoord heeft een landelijke functie in het stelsel van DJI en geldt als een van de grootste gesloten instellingen in het zuiden van Nederland.
Eind 2025 werd een overzicht gepubliceerd waarin alle uitvoerbare opties en de bijbehorende randvoorwaarden zijn opgenomen. Op die lijst staat onder meer de heropening van de Penitentiaire Inrichting Almere. Voorbereiding en renovatie daarvan vergen vijf tot zeven jaar. De capaciteit bedraagt bij volledige heropening 320 cellen. De exploitatiekosten worden geraamd op 85 tot 95 miljoen euro per jaar. De Dienst Justitiële Inrichtingen beschikt op dit moment niet over die middelen. De Overheid heeft de heropening van de Penitentiaire Inrichting (PI) Almere inmiddels concreet gemaakt als maatregel om het cellentekort aan te pakken. Hoewel er eerder financiële en tijd technische belemmeringen waren, kwam er begin dit jaar politieke en parlementaire steun voor de plannen. De inrichting in Almere Buiten biedt bij volledige ingebruikname ruimte aan ongeveer 320 gedetineerden. Het project kampt nog wel met hoge geraamde kosten (oplopend tot 95 miljoen euro per jaar) en een lange aanlooptijd. Het duurt naar schatting nog steeds 4 tot 6 jaar voordat het complex volledig operationeel is, al worden er wel stappen gezet om de voorbereiding te versnellen.
Om het tekort aan cellen niet verder te laten oplopen, is jaarlijks 350 miljoen euro extra nodig. Dat schreef Wim Saris, directeur-generaal van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), in een brief aan het kabinet. Saris pleit daarnaast voor beleidswijzigingen, zoals het eerder terugkeren van gevangenen in de samenleving. Zonder zulke maatregelen zou er volgens hem jaarlijks nog eens 550 miljoen euro nodig zijn. Ook wil hij dat rechters elektronische detentie als hoofdstraf kunnen opleggen, waarbij gedetineerden hun straf thuis uitzitten met een enkelband. Volgens Saris zijn ingrijpende maatregelen onvermijdelijk. “Op dit moment wachten duizenden daders op de uitvoering van hun straf, en dit aantal blijft oplopen,” schrijft hij. “Dit ondermijnt het vertrouwen in de rechtsstaat en veroorzaakt maatschappelijke en politieke onrust.”
Sommige veroordeelden, die niet als zeer gevaarlijk worden gezien, worden niet direct opgeroepen om hun straf uit te zitten. Zij moeten wachten tot de wachtlijst van inmiddels 3.281 personen is weggewerkt. Terwijl rechters zwaarder zijn gaan straffen is het aantal cellen niet meegegroeid. De bezettingsgraad van gevangenissen bedraagt 99,5 procent en 158 cellen zijn onbruikbaar door personeelstekort. Door gebrek aan onderhoud dreigen nog eens 3.000 plekken uit te vallen, terwijl het aantal veroordeelden de komende tien jaar naar verwachting blijft stijgen.
Voormalig PVV-staatssecretaris Ingrid Coenradie waarschuwde kort na haar aantreden al voor de problemen in de gevangenissen en stelde dat er minstens een half miljard euro nodig was. Haar voorstel kreeg echter geen meerderheid, mede door tegenstand van haar eigen partij, die geen extra geld wil uittrekken en meer gevangenen bij elkaar wil zetten. Deskundigen en personeel zien dat echter als risicovol en onveilig. Na het vertrek van de PVV uit de coalitie kreeg DJI op Prinsjesdag 75 miljoen euro extra toegezegd. Volgens Saris is dit bedrag onvoldoende; de Algemene Rekenkamer bevestigt dat het tekort daarmee niet gedekt is.
Het totale budget van DJI bedraagt dit jaar 3,1 miljard euro. Saris benadrukt dat met extra maatregelen de benodigde som iets kan dalen, maar waarschuwt: “Willen we niet alleen recht spreken, maar ook recht doen, dan moeten nu ingrijpende, structurele en langdurige keuzes worden gemaakt.”
Het gevangeniswezen kampt tevens met een structureel tekort aan personeel. Dit leidt tot hoge werkdruk en verslechterde veiligheid. In sommige inrichtingen zijn avondactiviteiten reeds geschrapt wegens onvoldoende gekwalificeerd personeel. FNV-bestuurder Marcelle Buitendam waarschuwt dat “de rek er bij gevangenispersoneel echt uit is.” Ze stelt dat het steeds moeilijker wordt om mensen voor het vak te interesseren. Gevangenisbewaarders hebben de afgelopen jaren al vergeefs verschillende protestacties gevoerd vanwege hoge werkdruk, agressie op de werkvloer en structurele personeelstekorten. Zo werd in december 2022 in de gevangenis van Haren gestaakt vanwege een combinatie van onderbezetting, gebrekkige opleiding van nieuw personeel en kinderziektes in het gebouw. In andere gevallen, zoals in Lelystad in 2020, betrof het protestacties van gedetineerden en niet van het personeel. Cipiers, medisch en keukenpersoneel sloten zich aan. Gevangenen weigerden om terug naar hun cellen te gaan uit protest tegen de erbarmelijke omstandigheden. Het ziekteverzuim onder gevangenispersoneel is structureel hoog. In Alphen aan den Rijn, loopt dit soms op tot wel 10 procent. Oorzaken zijn onder andere agressie, emotionele uitputting en onvoldoende ondersteuning. Vakbonden en medewerkers waarschuwen al langere tijd dat de situatie onhoudbaar is en leidt tot onveilige werkomstandigheden voor personeel én gedetineerden.
De overheid laat al jaren na om structureel werk te maken van de overvolle, onderbezette en onveilig geworden gevangenissen. Wat we zien is een uitputtingsslag onder personeel, uitgestelde straffen, een groeiend aantal vrij rondlopende veroordeelden en een justitieapparaat dat het niet meer bijbenen kan. Het gevangeniswezen, een fundament van de rechtsstaat brokkelt in hoog tempo af.
De cijfers zijn onthutsend. Er zijn op dit moment zeker 3.000 mensen veroordeeld tot een gevangenisstraf, maar er is simpelweg geen plek voor hen. Zelfs veroordeelden met celstraffen van vier jaar en meer lopen vrij rond. De ernst van hun misdrijven, waaronder overvallen, verkrachtingen en plofkraken, maakt deze situatie ronduit onverantwoord. Politiecellen puilen uit, personeel valt massaal uit en zelfs het Justitieel Complex Schiphol wordt nu ingezet als tijdelijke gevangenis. Dat is een doekje voor het bloeden, want de opvang van ongewenste vreemdelingen komt daardoor in het gedrang. Nog schrijnender: cipiers worden gewurgd, bekogeld en bedreigd, en het ziekteverzuim stijgt richting de 10 procent. Meer dan de helft van het gevangenispersoneel vindt het werk inmiddels ronduit onveilig.
De staat verkocht de afgelopen jaren vier gevangenissen, vier rechtbanken, sloot 26 inrichtingen en er verdwenen TBS-klinieken. Inmiddels stijgen de criminaliteitscijfers weer en worden er langere straffen opgelegd. En dan is er ineens geen plek meer, geen bewakers, geen toezicht en geen plan. Een noodzakelijke injectie in de voorjaarsnota bleef uit. Intussen ziet het personeel op de werkvloer het gevaar letterlijk op zich afkomen en raken slachtoffers en hun families verder vervreemd van een systeem dat hun veiligheid zou moeten waarborgen.
Wat rest zijn lapmiddelen: meerpersoonscellen, noodunits, strafbeschikkingen voor delicten waarop ooit celstraf stond, en rekken van rechtszaken. Soms tot wel anderhalf jaar of meer. Ondertussen blijven jongeren, inclusief veelplegers, te lang wachten op hun straf. Reclassering en jeugdzorg kunnen het niet aan, maar er komt geen extra menskracht. Instanties wijzen naar elkaar en niemand neemt verantwoordelijkheid.
Het is een pijnlijk contrast. Waar de burger met een huurachterstand van 400 euro in sommige regio’s nog vlot bij een regelrechter terecht kan, is er voor een overval, bedreiging of mishandeling geen rechter of cel beschikbaar. Er is iets fundamenteel scheefgegroeid. Het gevangeniswezen is dan ook al jarenlang genegeerd, afgebroken en uitgekleed.
- Epsteins erfenis: Risico voor de nationale veiligheid
Nicole Junkermann gebruikte haar achtergrond als internationaal model via Jeffrey Epstein als de perfecte springplank naar het bedrijfsleven. Epstein opende samen met Peter Thiel van Palantir voor haar de deuren naar de absolute wereldtop. Het positioneerde haar binnen een netwerk waarin glamour, miljardairs, toptechnol ogie en geopolitiek naadloos in elkaar overlopen.
Junkermann is in de huidige tech-wereld een glamoureuze, kosmopolitische investeerder, maar zit ondertussen wel binnen de netwerken die de meest gevoelige data en infrastructuren van het Westen controleren. Een positie waarin private belangen en de controle over cruciale publieke infrastructuur op een zorgwekkende manier verstrengeld raken. Het grootste risico van dergelijke vertakte netwerken ligt in de geopolitieke belangenverstrengeling. Junkermanns investeringen bestrijken niet alleen westerse AI, zorgdata en defensie Tech, maar omvatten sinds 2005 ook grote belangen in de Chinese markt (zoals Shanghai Really Sports). In een tijd waarin westerse inlichtingendiensten steeds nadrukkelijker waarschuwen voor Chinese economische beïnvloeding en het aftappen van technologie via private investeerders, roept de combinatie van Chinese handelsbelangen en toegang tot gevoelige westerse infrastructuur dringende vragen op over nationale veiligheid en spionagegevoeligheid.
Junkermann had twintig jaar lang soms dagelijks contact met Jeffrey Epstein via e-mails, waarin zowel zakelijke als private communicatie plaats vond. Zo stuurde ze Epstein in 2010 een e-mail waarin ze letterlijk vroeg: “Will you have a baby with me? Where is the best place to do so?”. Het contact liep ook nog door ná zijn eerste veroordeling in 2008 tot aan zijn dood in 2019. In deze honderden e-mails gebruikte ze koosnaampjes zoals “baby” en “Mr Wonderful”. Zo mailt ze 21 juni 2017 ook aan Jeffrey Epstein dat ze zwanger is en vraagt hem om hulp. De email correspondentie toont een hechte vriendschap aan en documenteert dat behalve Peter Thiel ook Len Blavatnik, David Cameron, Lawrence Summers, Matthew Swindells en Boris Nikolic tot haar netwerk behoren.
Nicole Junkermann is lid van de raad van bestuur van de investeringsmaatschappij NJF Capital (“Nicole Junkermann Finance Capital”), vanzelfsprekend met een registratie op de Britse Maagdeneilanden, welke zij uitbreidde tot de durfkapitaalafdeling van haar investeringsholding “NJF Holdings”. Met haar investeringen, vooral in de biotech-, AI- en fintech-industrieën, nam zij deel aan projecten van bekende investeerders in de kring van Epstein, zoals die van Google-oprichter Eric Schmidt en Peter Thiel van Palantir. Ze investeerde onder andere in Reporty, een beveiligingstechnologieleverancier die bijvoorbeeld een app biedt om actuele noodgevallen direct naar responsieve nooddiensten te streamen. Medeoprichter en tijdelijk voorzitter van de raad van bestuur was de voormalige Israëlische premier Ehud Barak.
Nicole Junkermann investeerde ook in mediabedrijven, zoals het fotobureau Magnum Photos of AI-startups zoals OWKIN, dat machine learning gebruikt ter ondersteuning van medisch en biologisch onderzoek.
In 2017 werd ze door Jeffrey Epstein voorgesteld aan de Italiaanse graaf Ferdinando Brachetti Peretti, de topman van de Italiaanse energiegroep API. Ze trouwde met hem en sindsdien draagt zij de titel gravin (Countess Nicole Brachetti Peretti) en woont en werkt ze voornamelijk vanuit Londen.
Eind 2018 werd zij benoemd tot lid van de Healthtech Advisory Board van de Britse National Health Service. Als gevolg van deze connectie mocht het door Google gesteunde OWKIN patiëntgegevens van de NHS verwerken om AI te gebruiken voor de ontwikkeling van medicijnen en behandelingen op basis daarvan.
Matthew Swindells, een senior bestuurder binnen de Britse gezondheidszorg bleek betrokken bij zowel de publieke besluitvorming als private adviesrollen rondom het dataplatform. Matthew Swindells, sinds april 2022 medevoorzitter van vier ziekenhuistrusts in Noordwest-Londen, had via Nicole Junkermann banden met Palantir Technologies in zijn rol van adviseur bij het inmiddels opgeheven consultancybedrijf Global Counsel.
Vanwege deze combinatie van functies werd Swindells (volgens bestuursdocumenten van Chelsea en Westminster Hospital NHS Foundation Trust) uitgesloten van besluitvorming met betrekking tot Palantir. Peter Mandelson was niet alleen medeoprichter van Global Counsel, maar hij stond ook in nauw contact met Jeffrey Epstein aan wie hij, volgens de openbaar gemaakte Epstein files, wel vaker insight informatie verstrekte en wat Epstein dan weer kon gebruiken in zijn relatie met Peter Thiel.
De nauwe verwevenheid tussen de top van Global Counsel en omstreden private netwerken kwam pijnlijk aan het licht door gelekte e-mails uit 2012. Hieruit bleek dat Peter Mandelson vertrouwelijke marktanalyses, waaronder een ‘Insight note’ over de LIBOR-bankenfraude rechtstreeks deelde met Jeffrey Epstein. In deze correspondentie vroeg Epstein expliciet naar Mandelsons relaties met topbankiers (‘how close are you and Agius?’), wat duidt op een rol van Global Counsel als informatiekanaal tussen het Britse establishment en private financiers. Feit is dat Global Counsel (het bureau waar Matthew Swindells adviseur was) nauw verbonden was met de top van de Britse politiek en tegelijkertijd informatie deelde met zededelinquent Epstein.
De e-mail (Epstein DOJJ dossier EFTA_R1_00076381) bewijst dat Global Counsel interne analyses gebruikt om invloedrijke personen te bedienen. Dit voedt de angst dat patiëntdata binnen de NHS, via dergelijke kanalen, ook onderwerp kunnen worden van commerciële of politieke “handel”.
De files bevestigen dat Peter Mandelson strategische insider-informatie over de Britse financiële sector aan Epstein doorspeelde, precies in de periode dat het bureau zijn positie als adviseur voor tech-giganten en private equity verstevigde. Het bewijst dat de zorgen van artsen en parlementariërs over “wie er meekijkt” niet uit de lucht gegrepen zijn, maar gebaseerd zijn op de gedocumenteerde werkwijze van de betrokken adviseurs.
De verbindingen tussen de private advieswereld en de publieke besluitvorming zijn dus nauw verweven. Global Counsel adviseerde Palantir bij hun Britse expansie. Tegelijkertijd was Matthew Swindells zowel adviseur bij dít bureau als een topbestuurder binnen de NHS die betrokken was bij de strategie rondom patiëntdata. Hoewel Swindells, om die reden, formeel werd uitgesloten van de uiteindelijke gunning, roept de nauwe verstrengeling tussen de adviseurs van Palantir en de architecten van het NHS-beleid grote vragen op over de integriteit van de aanbesteding.
Swindells kwam in mei 2024 in opspraak nadat hij in een e-mail aan andere senior NHS-bestuurders pleitte voor het gebruik van huisartsgegevens binnen het door Palantir ontwikkelde Federated Data Platform. In die mail stelde hij voor om patiëntdata uit Noordwest-Londen gefaseerd beschikbaar te maken voor het platform, te beginnen met geaggregeerde gegevens en om deze mogelijk later uit te breiden naar individuele dossiers. Volgens Swindells zou dit nodig zijn om geautomatiseerde processen en efficiëntere zorgsturing mogelijk te maken.
Dit voorstel was buiten de lijntjes, omdat het platform officieel en feitelijk bedoeld was voor operationele data, zoals wachttijden en personeelsplanning en niet voor het bundelen van uitgebreide medische dossiers uit de eerstelijnszorg. Het toevoegen van dergelijke gegevens zou het systeem kunnen transformeren tot een brede databank voor populatiegezondheid, met ingrijpende gevolgen voor privacy en databeheer. Binnen de NHS gelden strikte regels voor gegevensdeling, juist om te voorkomen dat medische informatie buiten afgesproken kaders wordt gebruikt. Toch is het voorstel nog niet geheel van tafel.
Onder de ontvangers van Swindells’ e-mail bevond zich onder anderen Penny Dash, die later voorzitter werd van NHS England. Kort na de mail werd binnen bestuurlijke kringen verder gesproken over mogelijke toepassingen van het platform, waaronder de ontwikkeling van bredere analysetools. Swindells zelf stelde later dat zijn voorstel verkeerd is geïnterpreteerd en uitsluitend betrekking had op lokaal datagebruik binnen bestaande, beveiligde systemen. NHS England benadrukte in reactie dat vertrouwelijke patiëntgegevens alleen gedeeld kunnen worden met expliciete toestemming en binnen strikte juridische kaders en dat de controle over de data altijd bij de NHS blijft. De controverse past in een bredere discussie over de rol van Palantir binnen de Britse gezondheidszorg.
Overheden en bedrijven gebruiken Palantir steeds vaker buiten testprojecten en schalen sneller op. Dit blijkt ook uit 206 contracten van minimaal 1 miljoen dollar, waarvan 47 boven de 10 miljoen dollar. De structurele vraag naar AI-software is zichtbaar in de contractwaarde van 2,41 miljard dollar, een stijging van 61 procent. De resterende dealwaarde in de Amerikaanse commerciële tak groeide met 112 procent naar 4,92 miljard dollar. Voor 2026 verwacht Palantir een operationele winst van meer dan 4,4 miljard dollar en een vrije kasstroom tot 4,4 miljard dollar. Tegelijk wordt de omzetverwachting verhoogd naar maximaal 7,66 miljard dollar, met meer dan 120 procent groei in de Amerikaanse commerciële markt.
In februari 2025 waarschuwde een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden dat de Chinese Communistische Partij de afgelopen vier jaar betrokken was geweest bij meer dan 60 spionagezaken in de VS. Een voormalig inlichtingenofficier zei dat dat aantal waarschijnlijk nog veel hoger lag. “China richt zich op onze startups, onze academische instellingen, onze innovators en onze door het Amerikaanse ministerie van Defensie gefinancierde onderzoeksprojecten, maar er is onvoldoende toezicht en actie”, aldus Jeff Stoff, veiligheidswetenschapper en voormalig analist China en nationale veiligheid voor de Amerikaanse overheid. Het grootste risico ligt in de wereldwijde verbindingen. Nu Palantir niet alleen de VS, Israel, de EU en zelfs Nederland bedient is een directe lijn met China een onderschat gevaar.

- Peter en Elon aan de basis van onze toekomst
Peter Thiel (Palantir) richtte twee fondsen op en gaf ze elk een eigen missie:
Valar Ventures (Opgericht in 2010) opgericht in New York, samen met partners Andrew McCormack en James Fitzgerald met een focus op fintech-startups (financiële technologie) buiten Silicon Valley, met een sterke nadruk op Europa. Grote successen van Valar zijn onder andere de Europese bank N26 en de geldtransferdienst Wise. Peter Thiel fungeert hier meer als initiator, minderheidsaandeelhouder en strategisch adviseur. De dagelijkse leiding en het management liggen in handen van McCormack en Fitzgerald. Toen Jeffrey Epstein zijn miljoenen wilde investeren in de techwereld, deed hij dat als stille vennoot (limited partner) bij Valar Ventures, omdat die structuur destijds minder in de schijnwerpers stond dan het reusachtige Founders Fund.
Founders Fund (Opgericht in 2005), gevestigd in Silicon Valley richt zich op revolutionaire, kapitaalintensieve technologieën (“hard tech”) en schrijft de miljarden-cheques voor bedrijven als SpaceX, Palantir en dus Anduril Industries. Peter Thiel is de leidende figuur en een van de actieve Managing Partners. Hij neemt hier de grote, strategische beslissingen over defensie- en ruimtevaartdeals. Toen Elon Musk in 2002 SpaceX oprichtte, stond het bedrijf in 2008 na drie mislukte raketlanceringen op de rand van het faillissement. Het was Peter Thiel die via Founders Fund als allereerste externe institutionele investeerder een levensreddende cheque van 20 miljoen dollar uitschreef. Het fonds bezit hierdoor nog altijd een gigantisch belang in SpaceX. Daarnaast heeft Founders Fund ook direct miljoenen geïnvesteerd in Neuralink en The Boring Company.
Hoewel beide fondsen operationeel gescheiden zijn, gebruiken ze Thiels netwerk om deals en investeerders uit te wisselen.
Founders Fund is sinds 2005 een van de meest invloedrijke en “tegendraadse” durfkapitaalfondsen in Silicon Valley en werd opgericht door Peter Thiel, samen met PayPal-collega’s Ken Howery en Luke Nosek. Het fonds is beroemd geworden door hun manifest waarin ze klaagden over het gebrek aan echte innovatie: “We wanted flying cars, instead we got 140 characters.” Ze investeren bij voorkeur in bedrijven die fundamentele wetenschappelijke of technische problemen oplossen, in plaats van de zoveelste social media-app. Ze waren de eerste institutionele investeerder in SpaceX, Palantir en Anduril Industries en investeerden in DeepMind (nu Google DeepMind), OpenAI, en recentelijk Cognition AI. Eerder stak het fonds ook veel geld in Stripe, Airbnb, en Spotify.
Het team bestaat uit Peter Thiel, Trae Stephens ( Specialist in defensie- en overheidstechnologie), Keith Rabois (ex PayPal) en Brian Singerman. Trae Stephens is niet alleen partner bij Founders Fund, maar ook mede-oprichter van Anduril Industries. In april 2025 sloot het fonds zijn nieuwste groeifonds (Founders Fund Growth III) af op 4,6 miljard dollar, waarmee het totale beheerde vermogen op ongeveer 17 miljard dollar uitkomt. Door de politieke en filosofische connecties van Peter Thiel wordt het fonds vaak gezien als een brug tussen Silicon Valley en de nationale veiligheidsbelangen (vooral in de VS).
Peter Thiel heeft met zijn Founders Fund een significante positie in Anduril Industries, het in 2017 opgerichte Amerikaanse defensietechnologiebedrijf dat autonome systemen en kunstmatige-intelligentieplatforms ontwikkelt voor militaire toepassingen. Anduril werd in 2017 opgericht door Palmer Luckey (Ex Facebook) en een groep ondernemers die eerder bij Palantir werkten. De onderneming onderscheidt zich door een techno benadering van oorlogsvoering waarbij software centraal staat en waarbij systemen zijn ontworpen om zonder directe menselijke besturing te opereren.
Founders Fund heeft in de laatste financieringsronde van Anduril een investering van ongeveer een miljard dollar gedaan, wat het grootste bedrag is dat het fonds ooit in één onderneming heeft gestoken. Deze langdurige betrokkenheid sinds de oprichting maakt Thiel tot een van de belangrijkste investeerders achter het bedrijf.
Trae Stephens connecties zijn van invloed op de strategische koers, productontwikkeling en de focus op defensiemarkten. Anduril onderscheidt zich door systemen te ontwikkelen die snel kunnen worden ingezet, zoals autonome drones, sensornetwerken en AI-platforms die gegevens van meerdere bronnen combineren voor besluitvorming in militaire operaties. Anduril Industries is in korte tijd uitgegroeid tot een van de meest invloedrijke bedrijven in de defensietechnologiesector.
Het bedrijf verwierf onder andere bekendheid met Lattice, een AI-platform dat gegevens van camera’s, radar, drones en andere sensoren combineert tot één operationeel beeld. Lattice kan objecten herkennen, dreigingen classificeren en beslisondersteuning bieden aan militairen. Anduril ontwikkelt daarnaast autonome drones voor verkenning en aanval, onderwaterdrones voor maritieme operaties en vaste sensoropstellingen voor grensbeveiliging. Door de gigantische defensiedeals van Anduril, waaronder een recent megacontract met het Amerikaanse leger ter waarde van maximaal 20 miljard dollar, is de waardering van Anduril geëxplodeerd naar ruim 61 miljard dollar.
Anduril versnelt de ontwikkeling van autonome wapens, een technologie waarover internationaal nog geen bindende regelgeving bestaat. De mogelijkheid dat algoritmen beslissingen nemen die dodelijke gevolgen kunnen hebben, roept echter ethische en juridische vragen op. Anduril betoogt dat technologische voorsprong essentieel is in een wereld waarin rivaliserende mogendheden vergelijkbare systemen ontwikkelen. Hoewel Anduril zijn grootste contracten binnen Israël en de Verenigde Staten sluit, richt het zich ook steeds nadrukkelijker op Europa.
In juni 2025 sloot Anduril een alliantie met Rheinmetall. Samen produceren en modificeren zij speciale Europese varianten van Andurils Barracuda-kruisraketten en Fury-gevechtsdrones.
In mei 2026 heeft het Nederlandse Ministerie van Defensie Anduril een groot contract toegekend voor anti-dronesystemen (C-UAS). De systemen, aangedreven door het Lattice AI-platform, worden door Nederland ingezet om militaire bases en vitale infrastructuur te beschermen tegen drone-dreigingen.
In juli 2026 selecteerde NAVO Anduril om het Lattice-platform te leveren voor het eAirC2-initiatief. Dit software-brein gaat de luchtoperaties en data-uitwisseling tussen verschillende NAVO-bondgenoten coördineren.
Europa eist steeds vaker dat militaire tech lokaal gebouwd wordt. Door de systemen te integreren in de digitale platformen van Rheinmetall omzeilt Anduril de strenge Amerikaanse exportregels (ITAR) en bouwt het mee aan de “soevereine industriële capaciteit” van Europa.
Anduril heeft honderden miljoenen aan contracten met het Britse Ministry of Defence (MoD) en bevindt zich momenteel in de eindfase van de locatiekeuze voor een eigen fabriek in het Verenigd Koninkrijk. Deze Britse fabriek moet mede gaan functioneren als productiehub om te voldoen aan de snelgroeiende defensievraag vanuit de rest van het Europese continent.
Boeing en Anduril zijn door het Amerikaanse leger geselecteerd om deel te nemen aan een wedstrijd voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie middellangeafstandsinterceptor. Dit wapensysteem is specifiek ontworpen om vooruitgeschoven operationele bases en permanente installaties te beschermen tegen bedreigingen zoals gemilitariseerde onbemande luchtvaartuigen en kruisraketten.
Boeing’s defensie‑ en ruimtevaartdivisie gaat ook samen met Palantir werken aan de standaardisatie van data‑analyse binnen de verschillende productielijnen. Deze samenwerking behelst niet alleen de optimalisatie van operationele processen, maar ook de ondersteuning van geheime militaire projecten waarin snelheid en nauwkeurigheid van cruciaal belang zijn.
Boeing Defense Systems is verantwoordelijk voor onder meer straaljagers, raketten, helikopters, ruimtevaartuigen en satellietsystemen. Binnen deze hightech infrastructuur is de inzet van kunstmatige intelligentie bedoeld om processen te versnellen, risico’s te verkleinen en besluitvorming op kritieke momenten te verbeteren. Door voortaan data vanuit verschillende bronnen te integreren en te analyseren, kan Boeing sneller reageren op afwijkingen in de productie, beter onderhoud plannen en uiteindelijk kostenefficiënter werken.
De software van Palantir, waaronder bekende platforms als Foundry en Gotham, maakt het mogelijk om in real time inzichten te verkrijgen uit complexe datasets.De samenwerking werd positief ontvangen door beleggers: Palantir’s aandeel steeg bijna 2 % na de aankondiging, een teken van marktrust in de strategische waarde van de deal. Voor Palantir onderstreept dit contract de groeiende rol als defensiepartner, na eerdere samenwerkingen met het Amerikaanse leger. Voor Boeing betekent dit dat de komende jaren in het teken zullen staan van verdere digitalisering.
De alliantie tussen Musk, Thiel en Anduril werd extreem concreet in april 2025 toen bekend werd gemaakt dat Elon Musks SpaceX de leiding heeft genomen in een mega-consortium met Anduril Industries en Palantir. Samen hebben zij de miljardencontracten binnengesleept voor de bouw van de Amerikaanse “Golden Dome”, het prestigieuze satelliet- en raketschild van de Amerikaanse overheid. SpaceX levert hiervoor de honderden satellieten in de ruimte, terwijl Anduril en Palantir de software en autonome drones bouwen om eventuele raketten te onderscheppen.
Ook Onodrim Industries, een jonge, ambitieuze Europese start-up in de defensietechnologie, gevestigd in Amsterdam is begin 2026 officieel uit de schaduw (stealth-mode) getreden toen het een gigantische investeringsronde aankondigde. Onodrim is opgericht door Aistis Šimaitis (CEO, voormalig adviseur van de Litouwse overheid) en Alexander Blessing (CTO). Beiden zijn alumni van Palantir Technologies. De derde medeoprichter is Christian Garrett. In februari 2026 haalde de start-up een seed-investeringsronde van 40 miljoen euro op. Dit is een van de grootste vroege investeringsrondes ooit voor een Europees defensie-techbedrijf. De ronde werd geleid door Peter Thiels Founders Fund, samen met de durfkapitalisten van Lakestar en General Catalyst. Onodrim omschrijft zichzelf als een defensie- en industrieel technologieplatform. Ze richten zich op de combinatie van hardware, software en geavanceerde productie (advanced manufacturing). De focus ligt op grensbewaking, veerkrachtige toeleveringsketens en netwerksystemen die ervoor moeten zorgen dat Europese defensiemachten soepeler met elkaar kunnen samenwerken.
Het nu ontstane machtige high-tech militaire netwerk van Musk en Thiel is nu de belangrijkste speler op het wereldtoneel. Palantir (Thiel) levert de data-analyse en AI-software, Anduril bouwt de autonome drones en interceptors, Onodrin zorgt voor de grensbewaking het netwerk en SpaceX en Starlink van Musk leveren de kritieke satelliet- en communicatie-infrastructuur waar die AI-wapens op draaien.
Hoewel Europa zegt te streven naar militaire soevereiniteit, leunt het voor de cruciale AI-infrastructuur achter deze wapens steeds zwaarder op het imperium van Peter Thiel en Elon Musk. Met dank aan Jeffrey Epstein en de drijvende kracht van Larry Fink (Blackrock)
- Elektrische busbedrijven aan het infuus
Door giftige combinatie elektrificatie, netcongestie, onvoldoende laadcapaciteit, vertraagde busleveringen, personeelstekorten, nieuwe concessies en grote financiële verplichtingen komen elektrische busfabrieken en vervoerders zonder extra subsidies of investeerders steeds zwaarder onder druk te staan.
De AIVD ziet China echter als de grootste statelijke dreiging voor de Westerse wereld in de komende decennia, met name op economisch gebied en dat terwijl bijna 20 procent van de elektrische bussen in Nederland al van Chinese makelij is. Meer dan de helft van deze bussen rijdt in de regio IJssel-Vecht, waar sinds 2021 meer dan 200 BYD-bussen actief zijn. Vervoerders die aanbestedingen winnen voor regionaal busvervoer kiezen ook steeds vaker voor Chinese bussen. OV-bedrijf Keolis zal in de provincie Utrecht 254 Yutong-bussen inzetten. Omdat Keolis zelf de boordcomputers installeert en deze van Europese oorsprong zijn, is volgens de provincie een datalek naar China uitgesloten.
Van alle stadsbussen die in Nederland besteld zijn, is meer dan de helft van een Chinees merk en tegen 2028 zal bijna een op de drie elektrische bussen in Nederland Chinees zijn. Minister Barry Madlener van Infrastructuur & Waterstaat meldde in maart dat er risico’s bestaan op spionage en sabotage. Details werden niet openbaar gemaakt vanwege nationale veiligheidsbelangen. Betrokken instanties, waaronder meerdere ministeries, AIVD, RDW en Autoriteit Persoonsgegevens, voeren aanvullend onderzoek uit, specifiek gericht op Chinese bussen en vrachtwagens. Lokale politici maken zich ook ernstig zorgen over de toename van Chinese stadsbussen. In meerdere regio’s leidde dit tot raads- en statenvragen. De Utrechtse VVD benoemde niet alleen de risico’s op digitale spionage door de Chinese overheid, maar ook de mensenrechtenschendingen bij de productie van Yutong-bussen. Het Utrechtse college van Gedeputeerde Staten erkent de zorgen over cyberveiligheid, maar omdat Keolis de boordcomputers zelf installeert en deze van Europese oorsprong zijn, is een datalek naar China uitgesloten. In Almere maakt een brede coalitie van raadsfracties zich zorgen over Chinese bussen in de stad. Ze stelden een motie voor om Chinese fabrikanten uit te sluiten van lopende aanbestedingen.
OV bedrijven Transdev en Keolis kregen forse boetes van de provincie Utrecht vanwege de voortdurende problemen in het lokale busvervoer. Veel ritten vallen uit, waarvan reizigers de dupe zijn. Transdev kreeg een boete van 1,5 miljoen euro opgelegd voor de grootschalige rituitval en het niet tijdig leveren van voldoende bussen en Keolis kreeg voor tekortkomingen 750.000 euro boete. Beide bedrijven kregen daarnaast een extra boete van 100.000 euro per kwartaal zolang de uitval te hoog blijft. Ritten die niet gereden werden, worden ook niet gesubsidieerd, waardoor de totale financiële schade voor de vervoerders in de miljoenen loopt.
Sinds de invoering van een nieuwe dienstregeling half december 2025 krijgen reizigers in het Utrechtse openbaar vervoer te maken met onder meer rituitval en reisinformatie die niet op orde is. De problemen zijn sinds april wel wat verminderd door afschaling van de dienstregeling met 9 procent. Het bedrijf lijdt hierdoor echter veel grotere verliezen dan voorzien. Het provinciebestuur spreekt van een “onhoudbare situatie”. In een vertrouwelijke brief aan de Provinciale Staten schrijft het provinciebestuur dat Keolis onlangs een “noodsignaal” heeft afgegeven over de financiële resultaten en vooruitzichten van het busvervoer in Utrecht Buiten.
Keolis wordt naast de enorme boetes geconfronteerd met stijgend ziekteverzuim, een krappe arbeidsmarkt, inflatie en andere onvoorziene veranderende operationele omstandigheden. Keolis hield al rekening met verlies in 2026 maar dat blijkt fors hoger uit te vallen. Ook de komende jaren verwacht de vervoerder dieprode cijfers. Sinds de start zet Keolis circa 80 nieuwe elektrische bussen in die gemiddeld een half miljoen euro kosten. De aanschafprijs van de bus zelf beslaat vaak slechts een deel van de investering. De snelladers/depotladers, de zware stroomaansluiting en het datamanagementsysteem vormen een forse aanvullende kostenpost.
Steeds vaker moeten dieselbussen of bussen op biobrandstof worden ingezet, deels vanwege leveringsproblemen, laadinfrastructuur en netcongestie. De provincie stond dit tijdelijk toe om de dienstregeling betrouwbaarder te maken.
Ook de bussen rond Roosendaal rijden toch niet meteen op elektriciteit. Door de overbelasting van het stroomnet kunnen de bussen voorlopig nog niet worden opgeladen in de nieuwe remise. De eerste paar jaren zal er dus ook daar nog met dieselbussen moeten worden gereden. De provincie Noord-Brabant stelde elektrisch rijden als een van de belangrijkste voorwaarden in de nieuwe concessie West-Brabant, maar netcongestie gooit roet in het eten.
Maar volledig afzien van openbaar vervoer was geen optie, dus heeft de provincie Arriva gevraagd om met een plan te komen waarin voorlopig wordt afgezien van elektrificatie in Roosendaal. In de praktijk zal dat betekenen dat de ongeveer 50 bussen in de eerste jaren van de concessie op diesel zullen blijven rijden. In de gehele concessie West-Brabant gaan ruim 200 bussen de weg op. Daarvan zijn er bij de start van de concessie zo’n 130 elektrisch.Hetzelfde geldt voor Qbuzz. Die mag voorlopig ook nog met dieselbussen rijden in Zuid-Holland. Op dit moment rijdt 90 procent van de bussen nog op diesel. Sinds Qbuzz op 15 december 2025 de ov-concessie voor het gebied van Arriva overnam gaat het volgens de Provincie bergafwaarts met het openbaar vervoer. De provincie Zuid-Holland dreigt met maatregelen en de gemeenteraad van Leiden eist in een open brief snel verbeteringen.
Omdat de problemen bij de start van een nieuwe concessie eerder regel dan uitzondering zijn, pleit reizigersvereniging Rover ervoor dat de start in de toekomst wordt verplaatst naar de zomer. Vanaf de eerste dag van de nieuwe concessieperiode zijn er grote problemen met het busvervoer in en om de steden Leiden, Alphen aan den Rijn, Gouda en Katwijk. De provincie Zuid-Holland overweegt nu om Qbuzz voorlopig minder geld te geven.
Volgens Qbuzz worden de problemen vooral veroorzaakt door de vertraagde instroom van elektrische bussen en het oude materieel waarmee nu gereden moet worden.
Qbuzz kreeg 131.500 euro boete van het OV-bureau Groningen Drenthe. De boete werd opgelegd omdat er volgens het OV-bureau teveel ritten zijn uitgevallen in de periode april tot en met augustus. Het OV-bureau dreigt meer boetes op te leggen als Qbuzz de rituitval niet onder controle krijgt.
De provincie Zuid-Holland heeft boetes opgelegd van in totaal bijna 3,5 miljoen euro en de provincie Friesland legde een boete op van een miljoen euro.
Door aanhoudende problemen met het opladen van elektrische bussen worden sinds januari 2026 ook in Groningen opnieuw dieselbussen ingezet. Het openbaar vervoer in de stad kampt al weken met verstoringen. Vooral het opladen van de elektrische bussen levert problemen op, omdat het aantal laadpunten tekortschiet. Daardoor vallen ritten regelmatig uit of lopen ze vertraging op. De inzet van dieselbussen moet de dienstregeling “voorlopig” stabieler maken. De stadsbussen in Groningen rijden sinds enkele jaren volledig elektrisch, zoals door de provincie is voorgeschreven. Daar vertonen de bestaande laadpalen vaak storingen. Zo lopen de accu’s van de bussen sneller leeg, waardoor ze vaker moeten laden. „Dat maakt de laadpalen dan weer sneller bezet.Nederlandse vervoerders zijn voor hun elektrificatie steeds afhankelijk geworden van Chinese busfabrikanten, terwijl Europese fabrikanten tegelijkertijd leveringsproblemen en financiële problemen kennen.
Van Hool in Koningshooikt ging 8 april 2024 failliet. De bussenfabrikant ging vergeefs op zoek naar bijkomende financiering om het schip te keren. Het faillissement leidde ertoe dat ook in een deel van Zuid-Holland langer dieselbussen moeten blijven rijden. Qbuzz had 112 elektrische bussen besteld bij Van Hool en 140 bij IVECO. Qbuzz het Chinese Yutong om de bestaande vlootekorten op te vangen en bestelde bij hen in totaal 112 elektrische bussen en nog eens 62 Yutong bussen.
Elektrische bussenfabrikant Ebusco heeft ondertussen uitstel van betaling verkregen van de Chinese batterijenleverancier Gotion in ruil voor aandelen. President-commissaris Derk Haank stelt dat de toetreding van nieuwe internationale partners noodzakelijk was, omdat banken geen verdere steun wilden verlenen. Volgens het bestuur zou Ebusco zonder deze stappen niet meer hebben bestaan. VDL lijdt behoorlijke verliezen door de bouw van elektrische Citea stadsbussen waar lange tijd geen chips voor te krijgen waren. In totaal moet VDL 193 elektrische bussen leveren aan EBS. Die waren aanvankelijk beloofd per 10 december 2023, maar VDL stelde de levering uit. EBS kreeg voor het niet-elektrisch rijden en voor andere tekortkomingen bij aanvang van de concessie een boete van € 1,7 miljoen. Begin mei beloofde de Vervoerregio dat het aantal elektrische bussen snel zou toenemen er was zelfs sprake van ‘dagelijks tien nieuwe bussen’ maar dat bleek iets te optimistisch. Op dit moment worden per week ongeveer zeven nieuwe bussen afgenomen van VDL. Met nog ruim 140 te gaan, gaat dat dus nog wel even duren. EBS verwacht dat hun vloot van tweehonderd elektrische bussen voor het einde van dit jaar operationeel is. Door leveringsproblemen is dat veel later dan aanvankelijk gedacht. De Vervoerregio Amsterdam besloot daarom eerder dit jaar meerdere boetes op te leggen aan de vervoerder.

- Rijkswaterstaat komt meer dan 20 miljard euro tekort
Het kabinet Jetten wil niet meer dan 5,1 miljard euro extra uittrekken tot en met 2040 voor het Mobiliteitsfonds waarmee veel van de infrastructuur wordt betaald. Hiervan gaat slechts 1,5 miljard euro naar onderhoud van infrastructuur. Naar regionale bereikbaarheid gaat blijvend extra geld, oplopend tot 300 miljoen euro per jaar.
Het tekort voor het onderhoud van de Nederlandse infrastructuur is opgelopen tot astronomische hoogte en veel viaducten staan letterlijk op instorten en moe(s)ten worden afgesloten voor zwaar wegverkeer. Volgens berekeningen van de Algemene Rekenkamer en adviesorganen komt Rijkswaterstaat tientallen miljarden euro’s tekort om wegen, vaarwegen en het watersysteem tot en met 2038 op orde te houden. Tel daar het achterstallig onderhoud aan het spoor bij op en het totale financieringsgat nadert de 80 miljard euro. De transportsector en binnenvaart luiden de noodklok: dit jaar dreigen er ook rijstroken te moeten worden afgesloten wegens instortingsgevaar.
Terwijl de budgetten voor wegen, vaarwegen en spoorwegen krimpen, stijgt de noodzaak tot renovatie juist hard. Veel kunstwerken, zoals bruggen, sluizen en viaducten, stammen uit de jaren 50 en 60 en zijn dringend aan vervanging toe. Een groot deel van deze objecten kampt met ‘waterstofverbrossing’ (haarscheurtjes in het staal binnen het beton), wat de constructieve veiligheid direct in gevaar brengt. Uit onderzoek van Rijkswaterstaat blijkt dat zeker dertien vitale bruggen en viaducten hierdoor kwetsbaar zijn. De renovatie van de iconische Van Brienenoordbrug in Rotterdam is hét symbool geworden van de crisis. De kosten hiervoor worden geschat op 1,5 tot 2 miljard euro. Grote bouwers zoals Mobilis, Dura Vermeer en Hollandia trokken zich eerder terug uit de aanbesteding vanwege de te grote financiële en technische risico’s. Rijkswaterstaat ziet zich nu genoodzaakt het project op te knippen in kleinere, afzonderlijke contracten om de risico’s te spreiden. De renovatie van het beweegbare deel staat gepland voor 2027, waarna de West- en Oostboog pas tussen 2030 en 2033 aan de beurt zijn. Vrachtverkeer mag sinds 18 juli 2026 ook niet meer over de Merwedebrug bij Gorinchem. In het najaar van 2016 ging de brug ook al dicht voor vrachtverkeer, omdat er haarscheurtjes in de draagconstructie waren ontdekt. De afsluiting leidde twee maanden lang tot zeker een half miljoen euro per dag. Eerder dit jaar was er nog gepland onderhoud aan de brug, die toen twee weekenden helemaal dichtging. De A27 ten noorden van de brug is ook wekenlang deels afgesloten vanwege werkzaamheden.
Onderzoeksinstituut TNO verwacht dat de totale kosten voor de vernieuwingsoperatie richting het jaar 2100 kunnen oplopen tot honderden miljarden euro’s. Meer dan de helft van deze lasten komt op het bordje van gemeenten en bouwbedrijven te liggen. Lokale overheden eisen inmiddels honderden miljoenen euro’s extra van het Rijk om de lokale infrastructuur overeind te houden. Uiteindelijk zou er structureel 2 procent van het bbp in infrastructuur geïnvesteerd moeten worden, een norm die al jarenlang niet wordt gehaald.
Belangenorganisaties uit de transportsector verwijten achtereenvolgende kabinetten een structureel gebrek aan daadkracht. Kostbare budgetten verdwijnen in de ogen van de sector naar de Europese Unie, asielopvang en steun aan Oekraïne, terwijl het fundament van de Nederlandse economie letterlijk wegzakt. Transportbedrijven vestigen hun hoop nu noodgedwongen op de inzet van defensiebudgetten: een adequaat en veilig transportnetwerk is immers ook voor de nationale en militaire veiligheid van cruciaal belang.
Ondertussen worstelen het Rijk en de regio’s met de financiering van nieuwe projecten. Voor de broodnodige bovengrondse OV-verbinding tussen Amsterdam en Haarlemmermeer (OVAH) is 4 tot 7 miljard euro nodig, maar pas vanaf 2039 wordt er structureel 200 miljoen euro voor gereserveerd. Wel wordt er, vanwege de woningbouwopgave, 1,8 miljard euro geïnvesteerd in de ‘Oude Lijn’ (het spoor tussen Leiden en Dordrecht). De verkenning voor de vier nieuwe stations (Dordrecht Leerpark, Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle) en de benodigde spoorverdubbeling is eind 2026 klaar, maar hiervoor is nóg eens circa 2 miljard euro extra nodig.
Suurhoffbrug (A15 richting Maasvlakte)
Sinds 16 september 2026 zijn de twee reguliere rijstroken van het westelijke (oude, 1974) deel afgesloten na ontdekking van scheuren in een hoofdligger. Al het verkeer rijdt over de vluchtstrook om de belasting te verminderen.
Verwachte duur: 4 tot 8 weken, of totdat verkeer in beide richtingen over de nieuwere oostelijke brug (2021) kan. Extra reistijd: meestal 20-30 minuten (soms meer, met files tot 12 km). Dit is een cruciale havenroute en de toegang tot de Maasvlakte (dagelijks circa36.500 voertuigen, waarvan 15.500 vrachtwagens). Scheepvaart is niet gehinderd. De afsluiting kost alleen al de transportsector zo’n 600.000 euro per dag.Hardenbergerbrug (A28 bij Nijkerk)
Volledig afgesloten van 7 tot 9 september 2026 in beide richtingen. Reden: uitspoeling (zand en grind weggespoeld rond de pijlers), waardoor de veiligheid niet meer gegarandeerd kon worden. Spoedherstel (aanvullen fundering) is uitgevoerd; de brug is sinds de avond van 9 september weer open. Definitieve herstelwerkzaamheden staan gepland voor november. De afsluiting veroorzaakte grote omrijfiles en naar schatting circa 1 miljoen euro schade per dag voor de transportsector.Merwedebrug (A27 bij Gorinchem)
Sinds 18 juli 2026 geldt een verbod voor vrachtverkeer en touringcars (lijnbussen en hulpdiensten uitgezonderd). Reden: het staal in de boogconstructie is zwakker dan eerder aangenomen. Personenauto’s mogen nog over.
Extra: volledige afsluiting van de A27 in beide richtingen gepland van 24 tot 28 september 2026 voor spoedwerkzaamheden.Papendrechtsebrug (N3)
Afgesloten voor auto-, vracht- en landbouwverkeer van 17 juli 2026 tot 21 april 2027 in verband met grootschalige renovatie. Dit is een geplande, langdurige maatregel binnen de grotere opgave rond de Drechtsteden.Overige relevante situatiesVan Brienenoordbrug (A16): Regelmatige nachtafsluitingen voor inspecties en onderhoud (bijv. begin september). De grote renovatie (bogen, kleppen etc.) staat later gepland (vanaf circa 2029) en wordt gezien als een van de grootste onderhoudsopgaven.
Veel andere bruggen en viaducten staan onder verscherpt toezicht vanwege ouderdom (vaak jaren 50-70) en problemen zoals waterstofverbrossing of uitspoeling. Rijkswaterstaat monitort meer dan 100 objecten extra.Voor individuele transportbedrijven lopen de extra kosten in de duizenden tot tienduizenden euro’s per week, afhankelijk van het aantal ritten. Voor de hele sector lopen de dagelijkse schades bij grote afsluitingen in de miljoenen. De sector vraagt om snellere investeringen in onderhoud en vervanging én om ruimhartige compensatie. Minister Vincent Karremans en Staatssecretaris Annet Bertram maken binnenkort bekend welke infrastructuurprojecten prioriteit krijgen.
- Het failliet van zonneparken
De financiële positie van zonneparken verslechtert snel en de interesse in zonnepanelen is bijna volledig verdwenen sinds de geplande afschaffing van de salderingsregeling. Het is al langere tijd slecht gesteld met zonneparken en zonnepanelen. Het aantal bedrijven dat zonnepanelen plaatst, daalt met honderden tegelijk.
KPMG publiceerde een rapport waarin wordt vastgesteld dat de kasstromen van grootschalige zonne-energieprojecten onder druk staan. Oorzaken zijn stijgende operationele kosten, hogere rentelasten en een groeiend aantal uren met negatieve elektriciteitsprijzen. Bij negatieve prijzen moeten exploitanten betalen om stroom te leveren, tenzij zij de installaties uitschakelen. KPMG stelt dat de realisatie van de Nederlandse doelstellingen voor zonne-energie in gevaar komt. Nieuwe projecten worden nauwelijks meer ontwikkeld en exploitanten van bestaande zonneparken onderzoeken de mogelijkheid van verkoop. Marktpartijen signaleren al een omslagpunt.
Veel bedrijven teren nog op financiële reserves uit voorgaande jaren, maar verwacht wordt dat bij de jaarafsluiting, wanneer de financiële resultaten met banken gedeeld moeten worden, een correctie zal volgen. Volgens KPMG zullen er uiteindelijk zonneparken voor symbolische bedragen, zoals 1 euro, worden aangeboden om verliezen te beperken en verplichtingen te ontlopen.In de hele Europese Unie daalt de hoeveelheid zonne-energie die aan het stroomnet wordt toegevoegd. De verwachting is dat de extra stroomproductie van zonnepanelen dit jaar met 1,4 procent zal dalen, door een lagere vraag naar zonnepanelen, als gevolg van de steeds lagere opbrengsten van zonne-energie. De markt voor zonne-energie is inmiddels zo verzadigd dat de elektriciteitsprijs op extreem zonnige momenten regelmatig onder de 0 euro daalt. Dat is vooral te danken aan huishoudens die de afgelopen jaren massaal gesubsidieerde zonnepanelen op hun daken hebben laten leggen.
De groei van het vermogen van zonnepanelen op Nederlandse daken is al behoorlijk teruggelopen. De groei is aanzienlijk lager dan in de voorgaande jaren. Gemiddeld heeft een woning 1,4 kWp aan zonnepanelen, wat ongeveer de helft van het stroomverbruik dekt.
De fabrikant van zonnemontagesystemen Enstall rondde eerder nog een overname af van de Duitse Schletter Group. Florian Roos, algemeen directeur van Schletter, was toen nog vol vertrouwen en de integratie van Schletter in de Enstall-familie zou klanten een breder aanbod van producten moeten bieden en zorgen voor meer investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Schletter en Enstall stelden de lat voor duurzaamheid en innovatie hoger te kunnen leggen en zo de rol van zonne-energie als hoeksteen van de wereldwijde energietransitie te kunnen versterken.
Echter, het tij keerde al snel. Na de afronding van de overname begin 2025 kampte de zonne-energiemarkt al met een scherpe daling in de vraag naar zonnepanelen voor daken, vooral in sleutelmarkten zoals Europa. Dit werd veroorzaakt door factoren als verminderde overheidsincentives, stijgende rentetarieven, regelgevingsveranderingen en verstoringen in de toeleveringsketen.Een van Europa’s grootste beheerders van zonneparken het Duitse Enerparc dat zo’n 500 zonneparken bezit is deze maand failliet verklaard. De schuld was opgelopen tot ongeveer 3 miljard euro. Eerder vroeg ook het windenergiebedrijf Sowitec Group faillissement aan en onder meer BayWa en ABO Energy, die ook in Nederland actief zijn, moeten reorganiseren om te kunnen overleven. Afgelopen jaren werden subsidies systematisch afgebouwd. Duitse banken waarschuwen dat groene-energiebedrijven daardoor in de knel komen.
Ook Shell maakt een terugtrekkende beweging en stopte met twee windparken in de Noordzee, voor de oostkust van Schotland. Shell verkocht ook de activiteiten op land in Europa aan concurrent TotalEnergies. Alle bestaande en geplande projecten, bij elkaar opgeteld goed voor een half gigawatt (GW) aan opgewekte elektriciteit, worden verkocht. Het gaat om zonne- en windparken op land, verspreid over Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. In Nederland gaat het om vijf zonneparken en het wind- en zonnepark Pottendijk bij Emmen. Shell verkocht ook haar zonne- en windenergiebedrijf Sprng Energy Group in India, voor 1,8 miljard dollar.
De aanleg van nieuwe windparken, met name op zee, is vrijwel stilgevallen. De sector staat onder druk door achterblijvende investeringen en stijgende rente- en bouwkosten en inflatie. Hierdoor is financiering onbetaalbaar geworden. Daarnaast is er nog de netcongestie waardoor opgewekte stroom geen kant op kan. De EU heeft de lidstaten opgejaagd om snel te elektrificeren, maar heeft zich stevig verkeken op de haalbaarheid van de te snelle ambities, met een serieuze netcongestie tot gevolg.
Dit jaar moet de opdracht voor een tweede te bouwen windmolenpark in de markt worden gezet, maar investeerders staan niet te trappelen. Er zal opnieuw een beroep moeten worden gedaan op de pensioenfondsen. Vanwege de extreem lange wachttijden maakten Energiecoöperaties de gang naar de rechter. Veel van hen lopen al jaren vast. Ze willen collectieve duurzame energieprojecten starten zoals zonnedaken, buurtbatterijen of lokale windturbines en krijgen van netbeheerders zoals Liander, Enexis of Stedin telkens te horen dat er geen capaciteit zou zijn. De coöperaties constateerden dat netbeheerders te voorzichtig omgaan met de marges en dat de beschikbare ruimte op het net onnodig werd geblokkeerd.
De Duitse energiereus RWE stopt met de windmolenparken voor de Amerikaanse kust en ontvangt hiervoor zo’n 1 miljard euro. RWE zou windmolenparken in zee gaan ontwikkelen voor de staten New York, Californië en Louisiana. RWE gaat het geld nu in gasprojecten steken.
Trump wil dat de VS meer fossiele brandstoffen gaat winnen. Tijdens zijn verkiezingscampagne benadrukte hij herhaaldelijk dat het land volop zou blijven boren, met de bekende slogan: “Drill, baby, drill”.
RWE had al meer dan een miljard euro geïnvesteerd in de bouw van de windmolenparken. Na een zorgvuldige afweging besloot RWE dat dit soort projecten voorlopig niet in de VS kunnen en dat deze dus niet in het belang zijn van de aandeelhouders. RWE’s doelstelling van netto- nuluitstoot in 2040 kan hiermee in de prullenbak.
Trump maakte eerder ook al een deal met het Franse TotalEnergies. Het bedrijf kreeg toen het geld terug dat het had betaald voor vergunningen om windparken op zee te bouwen. Het bedrag moest van de overheid dan wel worden gestoken in olie- en gasprojecten.
- Clarity Act sneuvelt, Bitcoin en Crypto onder druk
Bitcoin werd 20 augustus 2026 al meer dan 70.000 dollar waard na stappen van de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent om de Amerikaanse obligatierentes te verlagen en steeg zelfs even tot boven de 75.000 dollar. Ook andere cryptomunten gingen omhoog. Ze stegen mee nadat Washington met plannen kwam om meer langer lopende Amerikaanse staatsleningen terug te kopen.
Trump had een ontmoeting met kopstukken van bedrijven als Coinbase, Payward en Blockchain.com. Dit wakkerde het optimisme aan dat de zogeheten Clarity Act er zou komen, maar het wetsvoorstel strandde 15 september in het Congres. Bitcoin daalde even maar sloot uiteindelijk toch rond de 77.073 dollar en hield stand boven de psychologische grens van $75.000.
De Amerikaanse Senaat slaagde er echter niet in om de alomvattende wetgeving voor crypto aan te nemen tot grote teleurstelling van Donald Trump, bedrijven in digitale activa en de Republikeinen die zich maandenlang voor het wetsvoorstel hadden ingezet.
Het wetsvoorstel voor De Clarity Act, kwam 11 stemmen tekort om de vereiste drempel van 60 stemmen te halen en gaat nu de ijskast in, want het Congres pauzeert in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen in november.De Clarity Act had als doel een regelgevend kader voor digitale activa te creëren, wat een stevigere juridische basis zou geven aan crypto. De kapitaalkrachtige industrie gaf vergeefs honderden miljoenen dollars uit aan campagnevoering om het wetsvoorstel erdoor te krijgen.
De Clarity Act was expliciet ontworpen om de slepende jurisdictieoorlog tussen de Securities and Exchange Commission (SEC) en de Commodity Futures Trading Commission (CFTC) op te lossen. Het mislukken van de wet heeft directe gevolgen voor hoe de twee toezichthouders zich tot elkaar verhouden en laat de slepende jurisdictiestrijd tussen de SEC en de CFTC onopgelost. Zonder helder wettelijk kader blijft onduidelijk welke toezichthouder waarvoor verantwoordelijk is, wat aanhoudende onzekerheid voor de sector betekent.”Trump verdiende meer dan 1,4 miljard dollar met zijn crypto-ondernemingen en had het Congres aangespoord om de wet aan te nemen. Tijdens zijn campagne voor de verkiezingen van 2024 probeerde Trump geld te werven van de crypto-industrie en noemde hij zichzelf een “crypto-president”.
Zijn toezichthouders, met name de Amerikaanse Securities and Exchange Commission en de Amerikaanse Commodity Futures Trading Commission, moeten nu het beleidsvacuüm voor cryptovaluta opvullen. Zonder wetgeving zullen regelgevingen echter kwetsbaar zijn voor het veranderende politieke klimaat en rechtszaken, wat aanhoudende risico’s voor de cryptosector met zich meebrengt.De huidige markt staat in schril contrast met het recente verleden. Eind januari daalde de bitcoin tot onder de 76.000 dollar, ongeveer 40 procent lager dan de piek in november 2025. Toen bereikte de bitcoin een recordstand van maar liefst 126.000 dollar. De koers werd aangejaagd door een groeiende vraag van bedrijven die voorraden van digitale tokens op hun balans opbouwden. De waarde van de bitcoin is sindsdien gedaald. De toegenomen spanningen tussen de Verenigde Staten en China en de afwaardering van AI aandelen zorgen al langere tijd voor onrust bij beleggers.

- Papieren zilverprijs is opnieuw een fysieke tijdbom en deze tikt nog door
Het jaar 2026 zal de boeken ingaan als een van de meest extreme achtbaanritten uit de geschiedenis van de zilvermarkt. Begin dit jaar schoot de prijs van zilver, aangedreven door een combinatie van speculatie, een grote industriële vraag en zorgen over de beschikbaarheid van fysiek metaal, door naar een historisch record van ongeveer 121 dollar per ounce. Vervolgens stortte de prijs in een tijdsbestek van enkele dagen met tientallen procenten in. In september 2026 beweegt de zilverprijs rond de 63 dollar per ounce. Voor de buitenwacht lijkt de rust teruggekeerd. Maar achter de schermen is de discussie over de werkelijke waarde van zilver en de macht van de financiële markten allerminst voorbij.
De vraag is namelijk of de scherpe correctie van januari uitsluitend een normale reactie van vraag en aanbod was, of dat ook de structuur van de westerse termijnmarkt een belangrijke rol heeft gespeeld. De gebeurtenissen roepen opnieuw vragen op over de macht van de grote financiële partijen, de rol van de CME Group en de kwetsbaarheid van een systeem waarin enorme hoeveelheden papieren contracten worden verhandeld tegenover een beperkte hoeveelheid direct beschikbaar fysiek metaal.
Toen de zilverprijs begin dit jaar richting de 120 dollar schoot, werden de marginvereisten op de termijnmarkt verhoogd. De CME Group, uitbater van de Amerikaanse COMEX, verhoogde de verplichte borg die handelaren moeten aanhouden om hun posities te mogen behouden. Dergelijke verhogingen zijn op zichzelf geen ongebruikelijk instrument. Ze zijn bedoeld om het risico voor de beurs en haar deelnemers te beperken wanneer de prijzen sterk bewegen. Maar het gevolg kan ook zijn dat handelaren met een hoge hefboom hun posities moeten verkleinen of gedwongen worden te verkopen.
Daarmee kan een zichzelf versterkende verkoopgolf ontstaan. Wie onvoldoende extra borg kan opbrengen, moet zijn positie sluiten. Bij een markt die al sterk is opgelopen zet het de prijs extra onder druk. De marginverhogingen hebben de verkoopdruk waarschijnlijk versterkt en daarmee bijgedragen aan de scherpe correctie van januari, maar de vraag blijft of dat de maatregelen vooral de financiële partijen hielpen die aan de verkeerde kant van de markt stonden.
Dat laatste is geen bewezen conclusie, maar de geschiedenis van financiële markten laat zien dat grote instellingen met omvangrijke posities soms in de problemen komen wanneer prijzen onverwacht sterk bewegen. Wanneer grote financiële partijen short zitten en de prijs blijft stijgen, kunnen de verliezen snel oplopen. Een hogere margin kan vervolgens extra verkoopdruk veroorzaken, waardoor de prijs daalt en de druk op shortposities afneemt.
Dat betekent niet automatisch dat de beurs bewust een crash heeft georganiseerd om banken te redden. Daarvoor zijn concrete gegevens nodig over de posities van de betrokken instellingen, hun verliezen en de besluitvorming rond de marginverhogingen. Maar het mechanisme zelf komt bekend voor en verdient aandacht. Het is een van de redenen waarom de zilvermarkt niet uitsluitend op basis van de zichtbare prijs kan worden beoordeeld.
Nog interessanter is de ontwikkeling in Azië. De prijsverschillen tussen de westerse termijnmarkten en de fysieke markt in Shanghai laten zien dat er niet één volledig geïntegreerde zilvermarkt bestaat waarin overal dezelfde prijs geldt. In Shanghai liep de premie op fysiek zilver begin dit jaar fors op, wat wijst op een sterke regionale vraag en spanning tussen de hoeveelheid metaal die daadwerkelijk beschikbaar is en de hoeveelheid die kopers willen hebben.
Daarmee wordt een fundamenteel probleem zichtbaar. Op de westerse termijnmarkten kunnen grote hoeveelheden zilver worden verhandeld zonder dat voor iedere transactie daadwerkelijk een fysieke ounce van eigenaar wisselt. Dat is normaal binnen een futuresmarkt. Een futurescontract is een financieel instrument, geen directe aankoop van een stuk metaal. Nu steeds meer beleggers daadwerkelijk levering willen, verandert de situatie en wordt niet alleen de prijs van een contract belangrijk, maar ook de vraag of het metaal er daadwerkelijk is.
De grote industriële vraag vooral vanuit China maakt de situatie extra spannend. Zilver is nodig voor zonnepanelen, elektronica, elektrische toepassingen en andere industriële producten. De energietransitie zorgt voor een structurele vraag terwijl het aanbod niet zomaar kan worden verhoogd. Zilver wordt voor een groot deel als bijproduct van de winning van andere metalen geproduceerd. Een hogere zilverprijs leidt daardoor niet automatisch tot een evenredige stijging van de productie.
Als de fysieke vraag blijft stijgen, terwijl de direct beschikbare voorraad onder druk staat, wordt de markt steeds kwetsbaarder. Een nieuwe stijging van de prijs kan dan niet alleen worden veroorzaakt door speculanten, maar ook door partijen die daadwerkelijk metaal nodig hebben. En wanneer die partijen massaal levering eisen, kan het verschil tussen de papieren prijs en de fysieke prijs verder oplopen.
Daarmee komt de vraag op tafel of de huidige zilverprijs van ongeveer 63 dollar wel de werkelijke schaarste weerspiegelt, of dat die prijs vooral het resultaat is van een financiële markt waarin contracten worden verhandeld die onder normale omstandigheden nooit allemaal tot fysieke levering zouden leiden.
Zolang de markt vertrouwen houdt in de mogelijkheid om contracten af te wikkelen, kan een relatief kleine hoeveelheid fysiek metaal een veel grotere hoeveelheid financiële handel ondersteunen. Maar wanneer dat vertrouwen verdwijnt, kan de verhouding tussen papier en fysiek metaal plotseling een probleem worden.
De geschiedenis van financiële markten kent meer voorbeelden waarbij een systeem lange tijd stabiel leek, totdat een relatief kleine verstoring de onderliggende kwetsbaarheid zichtbaar maakte. Dat betekent niet dat de zilvermarkt noodzakelijkerwijs op het punt staat in te storten. Maar het betekent wel dat een periode van rust niet automatisch bewijst dat het probleem is opgelost.
Sterker nog, een rustige consolidatie kan juist de fase zijn waarin de volgende beweging wordt voorbereid. Wanneer beleggers opnieuw vertrouwen krijgen in de markt, kan de vraag terugkeren. Wanneer de fysieke beschikbaarheid ondertussen niet in hetzelfde tempo toeneemt, kan de prijs opnieuw sterk oplopen. En wanneer de financiële markt vervolgens opnieuw probeert de prijs af te remmen, kan de spanning tussen papieren contracten en fysiek metaal verder toenemen.
De grote vraag voor de komende periode is daarom niet alleen of zilver opnieuw naar 100 dollar of hoger kan stijgen. De belangrijkere vraag is of de financiële infrastructuur die de huidige zilverprijs bepaalt, bestand is tegen een nieuwe golf van fysieke vraag.
Want zolang de prijs voornamelijk wordt bepaald door financiële contracten, blijft er een verschil bestaan tussen de prijs van zilver op papier en de prijs die iemand moet betalen wanneer hij het metaal daadwerkelijk in handen wil krijgen. Als dat verschil groter wordt, neemt ook het risico toe dat de papieren prijs niet langer als betrouwbare afspiegeling van de fysieke markt wordt gezien.
De geschiedenis leert dat financiële markten lang stabiel kunnen lijken, totdat de onderliggende spanningen zich plotseling manifesteren. De vraag is niet alleen óf de markt opnieuw wordt geconfronteerd met de werkelijkheid van fysiek metaal, maar ook wanneer en onder welke omstandigheden dat zal gebeuren.
Het jaar 2026 zal de boeken ingaan als een van de meest extreme achtbaanritten uit de geschiedenis van de zilvermarkt. Begin dit jaar schoot de prijs van zilver, aangedreven door een combinatie van speculatie, een grote industriële vraag en zorgen over de beschikbaarheid van fysiek metaal, door naar een historisch record van ongeveer 121 dollar per ounce. Vervolgens stortte de prijs in een tijdsbestek van enkele dagen met tientallen procenten in. In september 2026 beweegt de zilverprijs rond de 63 dollar per ounce. Voor de buitenwacht lijkt de rust teruggekeerd. Maar achter de schermen is de discussie over de werkelijke waarde van zilver en de macht van de financiële markten allerminst voorbij.
De vraag is namelijk of de scherpe correctie van januari uitsluitend een normale reactie van vraag en aanbod was, of dat ook de structuur van de westerse termijnmarkt een belangrijke rol heeft gespeeld. De gebeurtenissen roepen opnieuw vragen op over de macht van de grote financiële partijen, de rol van de CME Group en de kwetsbaarheid van een systeem waarin enorme hoeveelheden papieren contracten worden verhandeld tegenover een beperkte hoeveelheid direct beschikbaar fysiek metaal.
Toen de zilverprijs begin dit jaar richting de 120 dollar schoot, werden de marginvereisten op de termijnmarkt verhoogd. De CME Group, uitbater van de Amerikaanse COMEX, verhoogde de verplichte borg die handelaren moeten aanhouden om hun posities te mogen behouden. Dergelijke verhogingen zijn op zichzelf geen ongebruikelijk instrument. Ze zijn bedoeld om het risico voor de beurs en haar deelnemers te beperken wanneer de prijzen sterk bewegen. Maar het gevolg kan ook zijn dat handelaren met een hoge hefboom hun posities moeten verkleinen of gedwongen worden te verkopen.
Daarmee kan een zichzelf versterkende verkoopgolf ontstaan. Wie onvoldoende extra borg kan opbrengen, moet zijn positie sluiten. Bij een markt die al sterk is opgelopen zet het de prijs extra onder druk. De marginverhogingen hebben de verkoopdruk waarschijnlijk versterkt en daarmee bijgedragen aan de scherpe correctie van januari, maar de vraag blijft of dat de maatregelen vooral de financiële partijen hielpen die aan de verkeerde kant van de markt stonden.
Dat laatste is geen bewezen conclusie, maar de geschiedenis van financiële markten laat zien dat grote instellingen met omvangrijke posities soms in de problemen komen wanneer prijzen onverwacht sterk bewegen. Wanneer grote financiële partijen short zitten en de prijs blijft stijgen, kunnen de verliezen snel oplopen. Een hogere margin kan vervolgens extra verkoopdruk veroorzaken, waardoor de prijs daalt en de druk op shortposities afneemt.
Dat betekent niet automatisch dat de beurs bewust een crash heeft georganiseerd om banken te redden. Daarvoor zijn concrete gegevens nodig over de posities van de betrokken instellingen, hun verliezen en de besluitvorming rond de marginverhogingen. Maar het mechanisme zelf komt bekend voor en verdient aandacht. Het is een van de redenen waarom de zilvermarkt niet uitsluitend op basis van de zichtbare prijs kan worden beoordeeld.
Nog interessanter is de ontwikkeling in Azië. De prijsverschillen tussen de westerse termijnmarkten en de fysieke markt in Shanghai laten zien dat er niet één volledig geïntegreerde zilvermarkt bestaat waarin overal dezelfde prijs geldt. In Shanghai liep de premie op fysiek zilver begin dit jaar fors op, wat wijst op een sterke regionale vraag en spanning tussen de hoeveelheid metaal die daadwerkelijk beschikbaar is en de hoeveelheid die kopers willen hebben.
Daarmee wordt een fundamenteel probleem zichtbaar. Op de westerse termijnmarkten kunnen grote hoeveelheden zilver worden verhandeld zonder dat voor iedere transactie daadwerkelijk een fysieke ounce van eigenaar wisselt. Dat is normaal binnen een futuresmarkt. Een futurescontract is een financieel instrument, geen directe aankoop van een stuk metaal. Nu steeds meer beleggers daadwerkelijk levering willen, verandert de situatie en wordt niet alleen de prijs van een contract belangrijk, maar ook de vraag of het metaal er daadwerkelijk is.
De grote industriële vraag vooral vanuit China maakt de situatie extra spannend. Zilver is nodig voor zonnepanelen, elektronica, elektrische toepassingen en andere industriële producten. De energietransitie zorgt voor een structurele vraag terwijl het aanbod niet zomaar kan worden verhoogd. Zilver wordt voor een groot deel als bijproduct van de winning van andere metalen geproduceerd. Een hogere zilverprijs leidt daardoor niet automatisch tot een evenredige stijging van de productie.
Als de fysieke vraag blijft stijgen, terwijl de direct beschikbare voorraad onder druk staat, wordt de markt steeds kwetsbaarder. Een nieuwe stijging van de prijs kan dan niet alleen worden veroorzaakt door speculanten, maar ook door partijen die daadwerkelijk metaal nodig hebben. En wanneer die partijen massaal levering eisen, kan het verschil tussen de papieren prijs en de fysieke prijs verder oplopen.
Daarmee komt de vraag op tafel of de huidige zilverprijs van ongeveer 63 dollar wel de werkelijke schaarste weerspiegelt, of dat die prijs vooral het resultaat is van een financiële markt waarin contracten worden verhandeld die onder normale omstandigheden nooit allemaal tot fysieke levering zouden leiden.
Zolang de markt vertrouwen houdt in de mogelijkheid om contracten af te wikkelen, kan een relatief kleine hoeveelheid fysiek metaal een veel grotere hoeveelheid financiële handel ondersteunen. Maar wanneer dat vertrouwen verdwijnt, kan de verhouding tussen papier en fysiek metaal plotseling een probleem worden.
De geschiedenis van financiële markten kent meer voorbeelden waarbij een systeem lange tijd stabiel leek, totdat een relatief kleine verstoring de onderliggende kwetsbaarheid zichtbaar maakte. Dat betekent niet dat de zilvermarkt noodzakelijkerwijs op het punt staat in te storten. Maar het betekent wel dat een periode van rust niet automatisch bewijst dat het probleem is opgelost.
Sterker nog, een rustige consolidatie kan juist de fase zijn waarin de volgende beweging wordt voorbereid. Wanneer beleggers opnieuw vertrouwen krijgen in de markt, kan de vraag terugkeren. Wanneer de fysieke beschikbaarheid ondertussen niet in hetzelfde tempo toeneemt, kan de prijs opnieuw sterk oplopen. En wanneer de financiële markt vervolgens opnieuw probeert de prijs af te remmen, kan de spanning tussen papieren contracten en fysiek metaal verder toenemen.
De grote vraag voor de komende periode is daarom niet alleen of zilver opnieuw naar 100 dollar of hoger kan stijgen. De belangrijkere vraag is of de financiële infrastructuur die de huidige zilverprijs bepaalt, bestand is tegen een nieuwe golf van fysieke vraag.
Want zolang de prijs voornamelijk wordt bepaald door financiële contracten, blijft er een verschil bestaan tussen de prijs van zilver op papier en de prijs die iemand moet betalen wanneer hij het metaal daadwerkelijk in handen wil krijgen. Als dat verschil groter wordt, neemt ook het risico toe dat de papieren prijs niet langer als betrouwbare afspiegeling van de fysieke markt wordt gezien.
De geschiedenis leert dat financiële markten lang stabiel kunnen lijken, totdat de onderliggende spanningen zich plotseling manifesteren. De vraag is niet alleen óf de markt opnieuw wordt geconfronteerd met de werkelijkheid van fysiek metaal, maar ook wanneer en onder welke omstandigheden dat zal gebeuren.
Dat financiële instellingen de prijzen van edelmetalen daadwerkelijk hebben gemanipuleerd, is geen theorie. In het verleden werden meerdere banken door toezichthouders daarvoor aangepakt en beboet. Dat betekent uiteraard niet dat de scherpe correctie van januari 2026 per se het gevolg was van manipulatie. Maar het betekent wel dat niet kan worden uitgesloten dat grote financiële partijen proberen invloed uit te oefenen op de prijs van zilver.
Wie uitsluitend naar de papieren prijs kijkt, zou dan wel eens te laat kunnen zijn.
- Terreuracties op Prinsjesdag
Boerenprotesten gingen dit jaar op Prinsjesdag verder dan de gebruikelijke wegblokkades en tractoroptochten. In Midden Nederland werden vanaf 05:30 in de ochtend op vijfendertig locaties stijgerpijpen en andere objecten op het spoor achtergelaten. Het gaat onder andere om het spoor op het traject Veenendaal, Overberg, Oudewater, Brummen, Barneveld, Twello, Lunteren, Steenwijk, Olst en Puttten. Bij Veenendaal ging het om stalen buizen die aan de rails bevestigd waren. Op circa elf plaatsen werden ernstige blokkades aangetroffen, waardoor het treinverkeer in de regio de hele ochtend moest worden stilgelegd. Bij Olst konden de buizen nog op tijd worden weggehaald maar bij Steenwijk reed een trein tegen de blokkade. De blokkades werden in de loop van de ochtend ondanks verscherpte controle voortgezet. Zo werden er startkabels aangetroffen waarvan het de bedoeling was dat deze kortsluiting zouden veroorzaken. Op het spoor bij het Gelderse Teuge werd in de avond opnieuw een stijgerpijp aangetroffen. Hierdoor was er opnieuw een storing van het treinverkeer tussen Deventer en Apeldoorn dat hierdoor vanaf ongeveer 21.30 uur stil kwam te liggen. Het treinverkeer was vanaf 1 uur in de middag, op de trajecten Zwolle-Amersfoort, Amerfoort-Deventer en Deventer Almelo na, weer opgestart maar toen verplaatsten de boerenprotesten zich naar de snelwegen zoals de A2, de A28 en de A7. Daar werden op diverse plaatsen hooibalen en olietonnen in brand gestoken. De boeren die hiervoor werden gearresteerd zijn in de avond weer vrijgelaten in afwachting van een dagvaarding. Minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) heeft aangifte gedaan van de brandstichting. Boerenprotestgroepen als Agractie en Farmers Defence Force verklaarden zelf niet achter de sabotage aan het spoor te zitten maar sluiten niet uit dat hun achterban “wilde acties” buiten hun om hebben georganiseerd en wijzen naar LTO, maar ook zij ontkennen betrokkenheid. In een lokale online ’trekkergroep’ werden plannen besproken om het spoor te saboteren en zou er informatie zijn gedeeld over het bevestigen en vastlassen van buizen aan de spoorrails. De groep zou bestaan uit radicale boeren en sympathisanten met een afkeer van het beleid van de overheid. Behalve de politie doet ook de AIVD onderzoek. Ook XR voerde actie. In de binnenstad van Den Haag heeft de politie vanochtend zeven klimaatactivisten van Extinction Rebellion (XR) aangehouden die met rode verf teksten op de rijroute wilde schilderen. Tijdens de arrestatie gooiden zij uit protest de verfrestanten op de koninklijke route (op de hoek van de Kneuterdijk en het Lange Voorhout) ruim twee uren voordat de rijtoer begon.

- Dieseltekort een vloek of een zegen?
Er dreigt momenteel een wereldwijde en Europese krapte op de dieselmarkt, die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door geopolitieke conflicten en een gebrek aan raffinagecapaciteit. Hoewel er aan de pomp in Nederland en de rest van Europa nog geen acute fysieke tekorten zijn, zijn de voorraden historisch laag en liggen de brandstofprijzen op een zeer hoog niveau. Niet alleen de gevolgen van de Iran-oorlog en de sluiting van de Straat van Hormuz, maar ook de verwoestingen die Oekraïne en Rusland wederzijds op olietankers en raffinaderijen aanrichten eisen hun tol. Tankers die normaal diesel naar Europa (zoals de havens van Rotterdam en Amsterdam) brengen, worden geregeld omgeleid naar Azië, wat zorgt voor een wereldwijde strijd om beschikbare voorraden. Als gevolg van langdurige Oekraïense drone-aanvallen op Russische olieraffinaderijen daalde de Russische olieproductie fors en Donald Trump riep beide landen op om de raffinaderijen met rust te laten. Om binnenlandse tekorten te voorkomen, heeft Rusland een tijdelijk exportverbod op diesel ingesteld. Aangezien Rusland een van de grootste diesel-exporteurs ter wereld is, hakt dit diep in de wereldwijde markt.
Wereldwijd is er te weinig capaciteit om ruwe olie om te zetten in diesel. De zogeheten crack spreads (de marges die raffinaderijen maken op het maken van diesel uit ruwe olie) bereikten daardoor recordhoogtes. De Europese dieselvoorraden stevenen af op het laagste niveau sinds 2015. De ANWB brandstofvoorraad-monitor bevestigt dat er op dit moment bij tankstations in Nederland, Duitsland, België en Frankrijk gewoon brandstof geleverd kan worden en de distributieketen functioneert nog, maar de marges zijn flinterdun. De adviesprijs voor een liter diesel schommelt in Nederland inmiddels rond de € 2,72 per liter en gaat richting het absolute record van € 2,82 per liter dat eerder dit jaar al werd bereikt. Diesel is in verhouding veel duurder geworden dan benzine of ruwe olie zelf. Belangenorganisaties zoals Transport en Logistiek Nederland (TLN) waarschuwen dat overheidscompensaties (zoals het tijdelijk schrappen van de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens) ernstig tekortschieten om de dagelijkse kostenexplosie op te vangen. Omdat bijna de gehele logistieke en agrarische sector op diesel draait, stuwt dit de inflatie voor consumentenproducten verder op.
Een drama voor de transportwereld maar mogelijk een zegen voor het milieu?
HVO100 (Hydrotreated Vegetable Oil) wordt als uitweg ingezet. Bijkomend voordeel is dat deze olie gemaakt wordt van gecertificeerde afvalstromen (zoals gebruikt frituurvet en dierlijke vetten) en deze de CO₂-uitstoot verlaagt tot wel 89% à 90%. Omdat het voldoet aan de EN15940-norm voor synthetische diesel, mag het in bijna alle moderne vrachtwagens en aggregaten gebruikt worden. Ook Biodiesel (FAME) gemaakt van plantaardige oliën (zoals koolzaad of soja) wordt al standaard deels bijgemengd bij reguliere pomp-diesel (de bekende B7 diesel). Transporteurs stappen ook al over op duurzame gassen (Bio-CNG en Bio-LNG). Bio-CNG (Gecomprimeerd biomethaan) wordt gewonnen uit de vergisting van organisch afval (zoals mest of rioolslib) en ook deze levert een CO₂-besparing tot 90% op ten opzichte van fossiele diesel. Door Bio-LNG (Vloeibaar biomethaan) extreem te koelen tot een vloeistof, krijgt het een hoge energiedichtheid, wat het tot een uitstekende uitweg maakt voor het internationale zwaartransport. En ook hierbij een CO₂-reductie tot circa 87%.
Synthetische brandstoffen (E-fuels) & E-Methanol (E-fuels) bevinden zich in de opschalingsfase en gelden als de ultieme uitweg voor sectoren die niet kúnnen elektrificeren, zoals de zeevaart en de luchtvaart. Deze worden kunstmatig gemaakt door CO₂ uit de lucht te filteren en te binden met waterstof die is opgewekt uit groene stroom. Het resultaat is synthetische benzine, diesel of kerosine die volledig CO₂-neutraal is, maar momenteel nog zeer kostbaar en beperkt beschikbaar is. Voor de internationale scheepvaart, kunnen grote rederijen al met nieuwe vrachtschepen op (groene) methanol varen.
Hoewel de alternatieve brandstoffen zoals HVO100 direct resultaat boeken, is het wel een extra kostenpost. HVO100 is aan de pomp gemiddeld 15 tot 30 cent per liter duurder dan fossiele diesel. Ook is de wereldwijde hoeveelheid gecertificeerde afvalvetten en reststromen beperkt en kan het de totale fossiele vraag nooit 100% vervangen.
Tienduizenden mensen liepen onlangs in Amsterdam mee in de klimaatmars. De organisatie telde zelf meer dan 40.000 deelnemers uit alle delen van het land. De organisatie van de mars sprak dit jaar van een ‘breed gedragen oproep’ aan Rob Jetten om te stoppen met fossiele brandstoffen. De mars bleek achteraf weinig invloed te hebben. Het kabinet maakt pas in het voorjaar keuzes over eventuele nieuwe klimaatmaatregelen. Dan zal het kabinet “meer duidelijkheid geven over in welke mate aanvullend beleid nodig is voor de klimaatopgave richting 2040”, schreef landbouwminister Jaimi van Essen (D66) in een brief aan de Tweede Kamer. Het Planbureau voor de Leefomgeving schrijft dat er nog veel nodig is om de 90 procent vermindering van broeikasgassen te bewerkstelligen die het kabinet voor ogen heeft in 2040. Wellicht dat de diesel schaarste het kabinet ongewild een stuk op weg kan helpen. Dan is het wel zaak dat er structureel beleid (accijnzen, normen, infrastructuur voor bio/e-fuels, vergunningen) komt voor deze alternatieven. Gerichte lagere belasting op biobrandstoffen (vooral HVO/bio uit afval en reststromen met hoge GHG-reductie) is zinvol en past bij de dieselcrisis. Het is goedkoper en sneller dan nieuwe miljarden in infrastructuur pompen, mits gekoppeld aan strenge duurzaamheidscriteria (geen ILUC, geen voedselconcurrentie) en geen ontbossing en fraude in de biobrandstoffenketen.
Recente onthullingen laten zien dat de ‘duurzame’ claim van biobrandstoffen en biomassa niet vanzelfsprekend is.
Indonesische autoriteiten onderzoeken de grootschalige fraude waarbij pure palmolie (CPO) of andere virgin oliën vermoedelijk bewust verkeerd werden aangegeven als palm oil mill effluent (POME) of andere “afvalstromen”. Die “afval”-stromen gingen naar Europese HVO- en biodieselproducenten (o.a. leveringen aan partijen als Neste en Eni). Virgin palmolie is sterk gekoppeld aan ontbossing in Zuidoost-Azië. Er zijn ook eerdere Britse onderzoeken naar HVO waarbij vermoedens bestonden dat virgin palmolie als used cooking oil (UCO) werd doorverkocht. De volumes “POME/UCO” die Europa importeert overtreffen in sommige analyses realistisch beschikbare hoeveelheden, wat fraude waarschijnlijk maakt.
Begin september 2026 berichtten NRC en Zembla ook negatief over RWE. Het bedrijf stookt grote hoeveelheden geïmporteerde houtige biomassa (deels uit Maleisië) met SDE-subsidies. Onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en interne documenten wijzen op verbanden met aantasting van Maleisische bossen. De NVWA legde een voornemen tot last onder dwangsom op wegens vermoedens van schending van de anti-ontbossingsregels (EUDR-achtig). De politie heeft de zaak al maanden in vooronderzoek en het OM moet nog beslissen over vervolging. RWE erkent dat sinds dit jaar ook hele bomen worden gebruikt en er zijn concrete links met een Maleisische bosbouwer die oerwoud kaapte.
Dit in aanmerking genomen moeten we waken voor de fake “gecertificeerde afvalstromen” (UCO, POME, dierlijke vetten) Als virgin palmolie of ontbossingsgerelateerde olie in de keten belandt, kan de netto klimaatwinst veel lager of zelfs negatief uitkomen en wordt biodiversiteit verder geschaad.
Subsidies en fiscale voordelen (lagere accijns, HBE/ERE-waarde) werken alleen als de traceerbaarheid en handhaving waterdicht zijn. Dit onderstreept dat lagere belasting en accijnzen op biobrandstoffen alleen zinvol zijn als ze gepaard gaan met strengere, onafhankelijke controle en een beperking tot aantoonbaar duurzame, additionele reststromen.
- Mazelen terug van weggeweest
In de Verenigde Staten speelt momenteel de zwaarste mazelenuitbraak in 35 jaar, terwijl de ziekte er sinds 2000 als uitgeroeid gold. In 2025 werden 2.289 bevestigde gevallen gemeld. In 2026 lag dat aantal begin september al boven de 3.200, meer dan in heel 2025 en het hoogste aantal sinds 1991. De toename hangt direct samen met een dalende vaccinatiegraad. Meer dan 90 tot 95 procent van de patiënten bleek niet of onvolledig gevaccineerd. Ongeveer twee derde van de besmettingen betreft kinderen en jongeren tot 19 jaar. Eén op de tien besmette kinderen onder de vijf jaar moest in het ziekenhuis worden opgenomen. Het meest recente slachtoffer is een 40-jarige vrouw uit Jefferson County (Pennsylvania) die begin september met onderliggende complicaties overleed. Eerder overleden in 2026 in dezelfde staat al twee zuigelingen die met de ziekte in verband werden gebracht. Het Pennsylvania Department of Health adviseert in gebieden met actieve verspreiding om kinderen al vanaf zes maanden tegen mazelen, bof en rodehond (BMR) te vaccineren. Ook werd het vaccinatieschema voor jonge kinderen versneld en worden volwassenen die niet of onvolledig zijn gevaccineerd opgeroepen zich alsnog te laten inenten. Daarnaast zet de staat mobiele en tijdelijke vaccinatieklinieken in om inwoners in getroffen gebieden gemakkelijker te bereiken. Ziekenhuizen en zorginstellingen hebben hun protocollen aangescherpt. Patiënten met mogelijke mazelen moeten vooraf telefonisch contact opnemen en worden bij aankomst zo veel mogelijk direct van andere patiënten gescheiden. Zorgverleners krijgen extra instructies om symptomen snel te herkennen, patiënten te isoleren en verdere besmetting binnen zorginstellingen te voorkomen. De staat volgt de verspreiding per county via een openbaar dashboard. In gebieden waar sprake is van aanhoudende lokale verspreiding gelden strengere adviezen rond vaccinatie en screening. Daarmee proberen de autoriteiten nieuwe besmettingsketens zo snel mogelijk op te sporen en te doorbreken.
Ook buiten de Verenigde Staten zijn grote uitbraken. In Bangladesh is er sinds half maart een grote uitbraak met bijna 20.000 bevestigde besmettingen, bijna 169.000 verdachte gevallen en 100 bevestigde sterfgevallen.
Reizigers, maar ook asielzoekers en migranten kunnen vanuit het buitenland mazelen meenemen. De infectieziekte die in Nederland vrijwel niet meer voorkwam is ook hier terug van weggeweest. Nederland beschikt weliswaar over protocollen om de ziekte snel te signaleren en te bestrijden, maar bij een hoge instroom van asielzoekers in combinatie met een lage vaccinatiegraad kan het virus zich snel verspreiden. Een mogelijke onderbreking van de vaccinatie van asielzoekerskinderen is inmiddels voorkomen. Door een vastgelopen aanbesteding tussen het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en GGD GHOR dreigde er vanaf oktober een periode van acht maanden waarin circa 20.000 asielkinderen niet standaard zouden worden ingeënt. Het ministerie van Asiel en Migratie en het ministerie van VWS zochten koortsachtig naar een oplossing en kwamen overeen dat GGD GHOR Nederland nog drie jaar langer de jeugdgezondheidszorg voor asielzoekerskinderen levert, in plaats van te stoppen per 1 oktober. GGD GHOR werkt in de komende drie jaar toe naar een overdracht naar GZA. In een AZC wonen veel mensen dicht op elkaar en hebben kinderen intensief onderling contact. Omdat mazelen extreem besmettelijk is via de lucht (hoesten en niezen), kan het virus zich in zo’n omgeving razendsnel verspreiden als de bescherming wegvalt. Veel asielzoekers komen uit landen waar mazelen vaker voorkomt of waar de gezondheidszorg door oorlog is ingestort. Het COA is extra alert.
Vorig jaar werden er ruim 539 besmettingen gemeld en dat was een duidelijke stijging ten opzichte van 2024. Het ging vooral om kinderen jonger dan tien jaar. Veel patiënten hadden de ziekte opgelopen in het buitenland, met name in Marokko (zeker zeventien gevallen) en Roemenië. Er ontstonden meerdere clusters op basisscholen en binnen gezinnen, onder meer in de regio’s Amsterdam, Brabant-Zuidoost, Haaglanden, Rotterdam-Rijnmond, Flevoland en Zuid-Holland (inclusief Alphen aan den Rijn). Het betrof met name openbare, islamitische en antroposofische scholen met een lage vaccinatiegraad. In 2026 lijkt de situatie vooralsnog rustiger. Dit jaar zijn er nog maar acht besmettingen gemeld en de afgelopen maanden kwamen er geen nieuwe gevallen bij. Vier van hen hadden de besmetting in Indonesië, Irak en Turkije opgelopen.
Meestal verloopt mazelen relatief mild, met symptomen als koorts, ontstoken ogen en huiduitslag. Bij sommigen eist de ziekte echter een zware tol: 1 tot 5 procent krijgt een longontsteking en ongeveer één op de duizend patiënten ontwikkelt een hersenvliesontsteking. Zulke complicaties kunnen dodelijk zijn. De internationale uitbraken en de import van besmettingen maken een hoge vaccinatiegraad en alertheid daarom belangrijk.
- Houthi’s bedreigen olie- én belangrijke digitale infrastructuur
De wereldeconomie wordt bedreigd door de Houthi’s die zijn opgerukt naar het zuiden van Jemen, inclusief de havenstad Mocha (Mokha), Dhubab en strategische eilanden zoals Mayyun/Perim, de Hanish-eilanden en anderen. De Hanish-archipel bevindt zich zo’n 160 kilometer boven de Bab-el-Mandeb-zeestraat, die weer van enorm belang is voor het verbinden van Europa met de rest van de wereld. Dit geeft hen een sterke positie bij de Bab el-Mandeb-straat (nauwe doorgang tussen Jemen en Djibouti). De scheepvaart is daar nu al gehalveerd en de Houthi’s claimen navigatie “veilig” te houden.
Saoedische transporten via Bab el-Mandeb waren al gehalveerd door eerdere Houthi-embargo’s op Saoedische schepen. De East-West-pijpleiding naar Yanbu werd recent stilgelegd na aanvallen. Saoedische exporten lopen nu al deels via noordelijke routes (Suez/SUMED), maar dit is aanmerkelijk duurder en langzamer. Voorraden bij Yanbu ondersteunen exporten nog maar 5 tot 7 dagen en dit dreigt tot 4% van de wereldolievoorziening te raken als de pijpleiding niet snel herstart. Brent olie noteert nu al boven de 108 dollar per vat.
Het was nog de enige alternatieve snelle route voor olietransport via de Rode Zee nu Iran de Straat van Hormouz onder controle heeft. De nauwe zeestraat tussen Jemen en Djibouti (de Bab el-Mandeb-zeestraat) vormt een van de belangrijkste en meest kwetsbare digitale ‘flessenhalsen’ ter wereld. Een groot deel van de olietoevoer vanuit Saoudi Arabie is nu afgesloten waardoor de olie en brandstofprijzen nog deze week opnieuw zullen worden opgedreven.
Maar niet alleen brandstof, ook Kunstmatige Intelligentie (AI) en internationale datacenters, die vrijwel volledig afhankelijk zijn van de onderzeese glasvezelkabels voor het intercontinentale dataverkeer lopen gevaar. 80% van alle westwaartse datacommunicatie tussen Europa en Azië stroomt door de glasvezelkabels bij Jemen. Berichten tussen Europa en Azië/Midden-Oosten en veel financiële transactie en AI-cloudberekeningen tussen Europa, het Midden-Oosten en Azië lopen via de kabels in de smalle kwetsbare zeestrook. Minstens 17 intercontinentale onderzeese glasvezelkabels lopen gevaar. Zowel in 2024 als recent in september 2025 zijn er al meerdere van deze cruciale kabels in de Rode Zee van AAE-1 en SMW4 systemen doorgesneden of zwaar beschadigd. Microsoft (Azure) moest data omleiden via langere routes (bijvoorbeeld via de VS of het vasteland van Azië) en dit leidde toen al tot merkbare internetvertragingen in het Midden-Oosten, India en delen van Afrika. Maar ook de landroute via Saoedi-Arabië en Israël is kwetsbaar. Projecten zoals de Blue-Raman kabel van Google die Jemen omzeilen door fysiek over land en zee via Jordanië en Israël naar Europa te lopen liggen nu in een conflictgebied.
Moderne AI-modellen worden getraind en gedraaid op clusters van datacenters die wereldwijd verspreid liggen. Voor het synchroniseren van deze modellen is realtime data-uitwisseling essentieel. High-frequency trading (HFT) en interbancair SWIFT-verkeer tussen Londen, Frankfurt, Singapore en Tokio tolereren geen vertraging van milliseconden. Het omleiden van dataverkeer via de VS kan leiden tot miljoenen aan misgelopen handelswinsten en vertraagde settlement-risico’s.
Door met hun scheepsankers over de zeebodem te slepen of de kabels door te snijden, zouden de Houthi’s in theorie relatief eenvoudig het wereldwijde internetverkeer onder andere naar India kunnen verstoren, of verbreken. Reparatie in dat gedeelte van de Rode zee is extreem lastig en kostbaar en als ze al gerepareerd kunnen worden kan dat maanden duren. Omdat de wateren nabij Jemen conflictgebied zijn, weigeren veel verzekeraars en rederijen de kabelschepen die hiervoor nodig zijn te sturen, vooral omdat de Houthi’s gesteund worden door Iran. Bij een kabelbedrijf duurde de onderhandeling vijf maanden en daarna nog twee maanden voordat drie kabels konden worden hersteld. Geen enkele verzekeringsmaatschappij wilde het verzekeren.
Veel Europese bankverkeer is afhankelijk van de internetkabels die daar liggen. Er stromen honderden Terabits per seconde per kabel tussen de werelddelen en die zijn cruciaal voor het synchroniseren van LLM’s (grote AI-modellen) tussen datacenters. Data reist met de snelheid van het licht door de glasvezelkabels wat ze onmisbaar maakt voor realtime AI-berekeningen en directe cloudrespons. Satellieten worden door datacenters hoofdzakelijk gebruikt als back-up (voor het geval een kabel breekt) of om AI-modellen/data beschikbaar te maken in extreem afgelegen gebieden en op zee, waar geen kabels kunnen komen, maar kunnen de bandbreedte en de snelheid niet opvangen. Zij nemen momenteel slechts 1% tot 3% van dit wereldwijde dataverkeer voor hun rekening, dus die kunnen geen redding bieden.
De wereldwijde financiële markten en hun tientallen miljarden aan investeringen lopen gevaar en zijn financieel afhankelijk van de AI ontwikkelingen. Grote AI-investeerders zoals Google, Meta, Microsoft en Amazon (hyperscalers) huren niet alleen capaciteit, maar hebben zelf ook vele miljarden geïnvesteerd in de aanleg van de daar aanwezige onderzeese kabels. Aandelen van AI – en Technologiebedrijven kunnen onder druk komen te staan vanwege de operationele risico’s van hun cloud-infrastructuur. Een ingreep van Donald Trump is onwaarschijnlijk omdat hij zijn vingers al ernstig heeft gebrand aan Iran. En met de midterms in het vooruitzicht is een nieuwe oorlog wel het laatste dat hij kan gebruiken. Frankrijk is van plan militairen en defensiemateriaal naar de stad Yanbu te sturen om de olieaanvoer veilig te stellen.
- Incidenten met Boeings zijn nog steeds niet voorbij
De incidenten met Boeings zijn nog steeds niet voorbij. Het gaat dan om onderhoudsfouten, operationele factoren, machine storingen, etc. Een Boeing 737 van Transavia verloor 10 september tijdens de landing op Eindhoven Airport beide GPS-signalen door een technische storing.Dit jaar waren er al weer 12 incidenten in negen maanden tijd waarvan 6 september zelfs twee op één dag. Een Boeing 737-900ER kreeg 6 september op 35.000 voet drukverlies in de cabine en moest versneld dalen naar 9000 en een noodlanding maken. Dezelfde dag schoof een Boeing 767 vrachtvliegtuig door op de landingsbaan, raakte daarbij meerdere voertuigen waarbij 5 doden vielen en het toestel in brand vloog.
Amazon heeft na het ongeval besloten om de samenwerking met de Amerikaanse vrachtluchtvaartmaatschappij 21 Air op te schorten. Amazon werkt met meerdere bedrijven die hun pakketjes vervoeren. 21 Air heeft acht toestellen die voor Amazon vluchten uitvoeren. Oud-medewerkers van 21 Air waarschuwden al voor het ongeluk dat het bedrijf zich niet aan de veiligheidsvoorschriften hield. Managers van het bedrijf zouden bewust veiligheidsrapporten achter hebben gehouden en bemanning werd onder druk gezet om zonder voldoende rust te vliegen. Uit vrijgegeven opnames van het ongeval blijkt dat een piloot in het vliegtuig zijn collega in de cockpit iets meer dan een minuut voor de landing waarschuwde dat het vliegtuig te snel ging. Op die waarschuwingen is niet gereageerd in de cockpit. De National Transportation Safety Board (NTSB) meldde dat uit gegevens van de vluchtdatarecorder bleek dat de piloten van het vrachtvliegtuig overwogen de landing af te breken nadat het toestel de grond had geraakt. Het vliegtuig gleed van de landingsbaan af en raakte vervolgens twee voertuigen. Vijf mensen van die voertuigen kwamen om het leven, drie anderen raakten zwaargewond en twee anderen werden met lichte verwondingen opgenomen in het ziekenhuis. De twee piloten overleefden de crash.
25 augustus moest een Boeing met 222 passagiers en 16 bemanningsleden een noodlanding maken vanwege een indringende lucht in de cabine
15 augustus raakte een Boeing 787-9 dreamliner met zijn staartstuk de grond en moest deze na brandstof lozen rechtsomkeert maken met flinke schade
10 juli verloor een Boeing 737-800 een stuk van de motor die vervolgens een ruit vernielde waardoor een passagier deels naar buiten werd gezogen
8 juli stortte een Boeing 737-400 vrachtvliegtuig neer in de Arabische zee na navigatie en radioproblemen, alle inzittenden kwamen om het leven
11 juni kreeg een Boeing 787-9 een klapband kort na vertrek vanaf Schiphol. Het werd pas boven Duitsland bemerkt en het vliegtuig moest retour
4 juni zakte een Boeing 787-9 aan de gate door het neuswiel, nadat twee technici een pin vergeten waren terug te zetten
3 mei schampte een Boeing 767 van United Airlines een lantaarnpaal tijdens de landing op Newark Airport
11 maart verloor een Boeing 737 Max een wiel bij de landing in Phuket Thailand
12 januari kreeg een Boeing 777-200ER vanaf Bengaluru Kempegowda International Airport een motorstoring 4 uur na vertrek en moest een noodlanding makenCirca 471 Boeing 737 MAX-vliegtuigen moeten vanaf deze maand van de FAA voor de zekerheid worden gecontroleerd op mogelijke scheuren. Scheuren die eerder werden ontdekt bij oudere Boeing 737-modellen zouden ook kunnen zitten in de 737 Max toestellen. Voor de 737 Next Generation-toestellen gelden sinds 2021 al vergelijkbare controles. Er werden bij de eerdere modellen scheuren aangetroffen in de verstevigingsplaten die de romp rond de nooduitgangen ondersteunen. (bear straps). Bij 737 Max-toestellen zijn nog geen vergelijkbare scheuren gevonden, maar het ontwerp en de manier waarop het nieuwe model wordt gebouwd, maken de toestellen gevoelig voor hetzelfde probleem. Volgens Boeing bieden de controles meerdere momenten waarop eventuele problemen kunnen worden ontdekt en verholpen, voordat scheuren een gevaarlijke omvang bereiken. Het bedrijf werkt daarnaast aan technische aanpassingen om de oorzaak van het probleem aan te pakken.
Ook alle leveringen van de KC-46, gebaseerd op de 767 moesten eerder stop gezet worden, nadat er structurele scheuren werden gevonden in meerdere nieuwe vliegtuigen bij levering aan de luchtmacht. De ontdekking dwingt de luchtmacht ook om de hele vloot van 89 KC-46’s te inspecteren op scheuren. De scheuren werden ontdekt in twee van de vier nieuwe vliegtuigen die gepland stonden voor levering aan het Military Delivery Center van de Amerikaanse luchtmacht. De scheuren kwamen aan het licht tijdens routinematige inspecties voorafgaand aan de levering in de Boeing-fabriek in Everett, Washington. Daar ontdekten technici afwijkingen, niet aan de vleugels of de besturingsvlakken, maar in de primaire en secundaire structurele componenten van het vliegtuig. In mei 2025 werden na een onderbreking van bijna drie maanden, twee nieuwe KC-46A Pegasus tankvliegtuigen geleverd aan de Amerikaanse luchtmacht (USAF).
De rompen van de nieuwste generatie van de 787 Dreamliner vliegtuigen zijn gemaakt van koolstofvezel, wat op zichzelf niet sterk genoeg is. ‘Daarom worden er binnenin allerlei constructie-elementen geplaatst die met bouten en moeren worden vastgezet. Het probleem is nu dat de moeren verkeerd zijn vastgedraaid: in plaats van de kop van de bout vast te houden en de moer aan te draaien, hebben ze de moer vastgehouden en de kop gedraaid. ‘En hoewel dit niet direct een groot probleem is, kan het op termijn leiden tot beschadigingen en problemen met de bevestigingen.
Boeing gaat de toestellen nu onderzoeken en corrigeren waar nodig. Het kan zijn dat dit ter plekke gebeurt bij onderhoudsdiensten of dat de toestellen terug naar de fabriek moeten. Luchtvaartdeskundige Melkert vindt het bemoedigend dat Boeing open is over dit probleem en het niet verbergt. ‘Dit is anders dan de situatie met de 737 Max, waar ook fouten aan het licht kwamen.’ De FAA had toen kritiek op zichzelf omdat ze mogelijk te makkelijk waren geweest en te veel door de vingers hadden gezien. ‘De FAA heeft nu aangegeven strengere inspecties uit te voeren, zowel op papier als fysiek in de fabrieken. In het verleden waren er ook inspecteurs van de FAA aanwezig in de fabrieken, maar die hadden soms een te vriendschappelijke relatie met de werknemers. ‘Dat bracht de professionele afstand en kritische inspecties in gevaar’, zegt Melkert. ‘Het blijft belangrijk dat er voldoende professionele afstand wordt gehouden om de veiligheid te waarborgen.
- Hoe Nederlandse software en Amerikaanse drones het Kremlin in het nauw drijven
Rusland ziet dat Oekraïne breed wordt ondersteund door NAVO en de VS en zij benoemen dit inmiddels ook in hun officiële oorlogsstrategie. Voor het Kremlin is de oorlog al lang geen strijd meer tegen alleen Oekraïne. Zij zien het als een directe, existentiële oorlog tegen de NAVO én tegen de Amerikaanse tech-giganten. Britse dronefabrieken kunnen mogelijk ook te maken krijgen met een ‘semi-militaire’ actie vanuit ‘onbekende bronnen’. Daarvoor waarschuwde Andrei Fedorov, voormalig Russisch viceminister van Buitenlandse Zaken. Zijn waarschuwing komt onder meer nadat het Verenigd Koninkrijk besloot blauwdrukken voor onderdelen van kruisraketten met Oekraïne te delen. Groot-Brittannië en Frankrijk “spelen met vuur” met de levering van geavanceerde rakettechnologie aan Oekraïne en dit kan volgens de woordvoerdster van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken “onvoorziene consequenties” hebben.
De Russische veiligheidsdienst FSB arresteerde de afgelopen week een voormalige bewaker van de Britse ambassade in Moskou. Hij wordt ervan verdacht namens Oekraïne gevoelige informatie over Britse diplomaten te hebben verzameld. De Oekraïense inlichtingendiensten zou van plan zijn geweest om de informatie te gebruiken voor een valse-vlag-aanval gericht op Brits diplomatiek personeel. Volgens de FSB was het de bedoeling van Oekraïne om Rusland de schuld te geven van de operatie, om zo “het Verenigd Koninkrijk in een direct militair conflict met Rusland te betrekken” en meer militaire steun van Londen te verkrijgen. De Russische autoriteiten meldden dat de voormalige bewaker, wiens naam niet is bekendgemaakt, gevoelige gegevens verzamelde, waaronder persoonlijke gegevens van diplomaten, foto’s, huisadressen, gebruikte voertuigen, reisroutes, beveiligingssystemen en interne ambassaderoosters.
Eind augustus waarschuwde buitenlandminister Sergej Lavrov nogmaals dat NAVO-oefeningen op Groenland, waaraan ook Nederland deelneemt, zomaar uit de hand kunnen lopen. “Incidenten” kunnen genoeg zijn voor een “gewapende confrontatie met potentieel rampzalige gevolgen”, houdt Sergej Lavrov deelnemende landen voor. Hij beschouwt de activiteiten van de NAVO in het Hoge Noorden als “een rechtstreekse bedreiging voor Ruslands veiligheid”.
Poetin reageerde bij de BRICS top ook fel op het eventueel stationeren van een Europese vredesmacht of troepen in Oekraïne. Het sturen van Europese troepen naar Oekraïens grondgebied betekent wat hem betreft direct oorlog met Rusland. Poetin verweet de westerse en Europese leiders ervan de bevolking angst aan te jagen met een “fictieve Russische dreiging” om zo de financiering van de wapenindustrie te rechtvaardigen. Volgens hem heeft Rusland geen enkele reden of ambitie om Europese NAVO-landen aan te vallen en worden de spanningen door Europa zelf kunstmatig opgetrommeld.
Hoewel Europese diplomaten blijven volhouden dat het enkel zou gaan om een eventuele ondersteunende of stabilisatiemacht ná een bestand, wees Poetin dat onderscheid resoluut van de hand: elke westerse militair op Oekraïense bodem geldt voor Moskou als een rechtstreekse escalatie. Poetin gebruikte de BRICS-coalitie als podium om te laten zien dat Rusland diplomatiek niet geïsoleerd is door het Westen.
Zo levert het Nederlands techbedrijf Bravo1Alpha realtime hoogwaardige satellietbeelden voor Drones van Vantor die tot diep Rusland in worden gestuurd. Via versleutelde realtime informatievoorziening wordt van een strategische analyse een tactische analyse gemaakt. Het systeem werkt met kunstmatige intelligentie maar de individuele soldaat/piloot moet zorgen voor de uitvoering. Bravo1Alpha levert hiermee een cruciale bijdrage aan het Oekraïense slagveld. Satellietbeelden en communicatiesystemen worden in één systeem gecombineerd en zorgen voor een strategische, operationele capaciteit naar de individuele soldaat/piloot. Bravo1Alpha werkt onder meer samen met het Amerikaanse dronebedrijf Vantor. In sommige gevallen kunnen soldaten aan het front de satellieten zelf bedienen. De satellietbeelden geven Oekraïne tactische voorsprong en verkorten de tijd om doelen te lokaliseren met 90 procent. De intelligence wordt versleuteld verzonden en ontwikkeld vanwege de afwezigheid van bemande luchtvaart in Oekraïne en is nu pas echt relevant nu drones over langere afstanden moeten vliegen.
Vantor sloot met Rheinmetall een intentieverklaring (MOU) om de soevereine ruimtelijke inlichtingenmogelijkheden voor Duitsland en andere Europese landen te verbeteren. Het project, dat als een gezamenlijke onderneming in Duitsland is gepland, heeft als doel een uniform ruimtelijk inlichtingensysteem te ontwikkelen dat kan dienen als het centrale, multidomein inlichtingenplatform voor de strijdkrachten in heel Europa. Om een nauwkeurig 3D-situatiebeeld van het leger te genereren, combineert ruimtelijke intelligentie beelden van satellieten en drones met kaartgegevens om een accuraat, betrouwbaar en gemeenschappelijk operationeel beeld te creëren. Het partnerschap moet opkomende Europese inlichtingen-, bewakings- en verkenningsprogramma’s (ISR) versterken. De gezamenlijke capaciteit zal commandanten en militairen snel bruikbare inlichtingen leveren. Dit zal tactische oorlogsvoeringprocessen ondersteunen, waaronder doelbepaling, missieplanning, schadebeoordeling, continue monitoring en operationeel commando en controle.
In de Russische staatsmedia en officiële verklaringen van de regering in Moskou is deze visie heel duidelijk zichtbaar. Rusland heeft al officieel verklaard dat westerse commerciële satellieten en softwaresystemen van de Paypal Mafia worden gezien als “legitieme militaire doelwitten”. Het Russische leger probeert vergeefs met jamming de Starlink-satellieten van Elon Musk af te weren. Russische hackers worden ingezet om de systemen van Palantir te saboteren. Omdat Rusland in het nauw gedreven wordt en achterlopen op de westerse tech-elite, hebben ze hun hoop volledig gevestigd op China. Poetin gebruikt de aanwezigheid van Palantir en de NAVO voor de binnenlandse propaganda en vertelt het Russische volk dat Rusland een “heldhaftige strijd” voert tegen de verzamelde macht van het hele Westen. Het feit dat Oekraïne ineens zo sterk is, gebruikt hij als het ultieme bewijs dat het Westen Rusland kapot wil maken.
Het angstaanjagende van de huidige situatie is dat we de traditionele spelregels van de nucleaire afschrikking aan het verliezen zijn. Tijdens de Koude Oorlog waren de regels helder: overheden praatten met overheden, en de “rode telefoon” tussen Washington en Moskou voorkwam dat een incident escaleerde tot een kernoorlog. Rusland weet dat ze deze “techno-oorlog” niet kunnen winnen en de kans wordt steeds groter dat Moskou, uit pure frustratie of angst teruggrijpt naar het enige brute machtsmiddel dat ze wél nog hebben: hun tactische kernwapens. Daartoe lanceerde Rusland 28 augustus met succes een mobiele intercontinentale ballistische raket met vaste brandstof tijdens een gevechtsoefening vanaf de de kosmodroom Plesetsk in de noordwestelijke regio Archangelsk. De Strategische Raketstrijdkrachten plaatsten een mobiele lanceerinstallatie in een afgelegen gebied voordat ze de raket over het land afvuurden naar de testlocatie Kura op het schiereiland Kamtsjatka, die meer dan 6.700 kilometer (4.160 mijl) oostelijker ligt. De afstand tussen Moskou en Den-Haag is zo’n 2.400 km. Naar Parijs of Londen circa 2.900. New York ligt op 7.122 km) Een ICBM verlaat de atmosfeer en kan binnen een half uur duizenden kilometers afleggen naar het doelwit.
- Faillissement Dasym/Frank Botman kost investeerders 86 miljoen euro
Frank Botman (61), de Amsterdamse vermogensbeheerder van gerenommeerde families en bedrijven, is door de rechtbank Midden-Nederland zowel zakelijk als privé failliet verklaard met een schuld die kan oplopen naar circa 130 miljoen euro. Botman beheerde nog niet zo lang geleden de vermogens van de familie Blokker, de familie Van der Vorm en John de Mol. Curator Alice van der Schee verwacht dat de schuldenlast nog aanzienlijk hoger is, zodra er een duidelijker beeld ontstaat van de failliete dochterbedrijven en alle schuldeisers zich hebben gemeld. Ook de schuld bij de Belastingdienst is nog niet meegeteld. In augustus 2026 gingen de resterende holdingstructuren failliet evenals de Dasym ondernemingen waaronder De Rasile Group. Tijdens het faillissement stonden er 27 werknemers op de loonlijst. Een jaar eerder waren al dertig mensen ontslagen. De holding van Botman had in 2024 nog een balanstotaal van 261 miljoen euro, maar dat bedrag staat volgens de curator niet zomaar ter beschikking van de schuldeisers.
Botman zou ter zitting hebben gesteld ‘op een haar na’ een uitweg te hebben gevonden en vroeg vergeefs om extra tijd. In de groep van veertig schuldeisers die gezamenlijk zo’n 86 miljoen euro tegoed hebben zit ook Els Blokker wiens kinderen haar vergeefs hadden gewaarschuwd. In een gezamenlijk perscommuniqué lieten de schuldeisers weten ervan te zijn uitgegaan dat Botman open en correct over zijn financiële situatie zou communiceren. Dat vertrouwen, zo stellen zij, is ‘fundamenteel en onherstelbaar geschonden’.
Botman ging al op jonge leeftijd als handelaar werken op de effectenbeurs. Begin jaren negentig stapt hij over naar het pensioenfonds van IBM en daarna verruilt hij die werkgever voor de investeringsmaatschappij van de familie Van der Vorm. De Rotterdamse redersfamilie Van der Vorm had eind jaren tachtig haar cruisebedrijf Holland America Lijn verkocht en investeerde van de opbrengst ruim een half miljard euro. HAL Investments stak geld in een waaier van bedrijven, van baggeraar Boskalis tot brillenwinkel Pearle. Dankzij hun succesvolle beleggingen behoren de Van der Vorms tot de rijkste families van Nederland. In 2000 was hij de architect achter John de Mol’s Talpa Capital en Cyrte Investments, dat fungeerde als het family office (de private investeringsmaatschappij) van John de Mol. In 2006 werd Talpa Capital omgedoopt tot Cyrte Investments en onder leiding van Botman groeide Cyrte uit tot een agressieve, miljarden verslindende speler op de wereldwijde media- en technologiemarkt. Hij deed namens De Mol mega-investeringen in partijen als Endemol, TomTom en platenmaatschappij EMI. Cyrte zat ook in RTL Nederland.
Cyrte Investments ging in 2007 een samenwerking aan met verzekeraar Delta Lloyd. Botman kreeg een belang van 15 procent en deelde mee in de beheervergoedingen die het bedrijf bij zijn rijke klanten in rekening brengt. Daarna bouwde hij met zijn Cyrte een belang van ruim 20 procent in TMG op. Dit aandelenpakket legde de basis voor de felle overnamestrijd om de uitgeverij tussen De Mol en het Belgische Mediahuis in 2017, die de De Mol eind dat jaar echter verliest.
Marcel Boekhoorn en Frank Botman kregen ruzie over aandelen in de Telegraaf Media Groep (TMG). Boekhoorn had in 2008 op verzoek van Botman een belang van circa 5% gekocht voor circa 55 miljoen euro en daarbij werd hem mondeling beloofd dat hij de aandelen altijd tegen aanschafprijs mocht terug verkopen aan Cyrte, zodat hij geen financieel risico liep. Botman ontkende de deal en Boekhoorn verloor de tegen Botman aangespannen procedures in juni 2015). Boekhoorn gaf Botman de bijnaam “laaielichter met een stropdas”.
Als De Mol in 2012 een belang in SBS neemt, wordt Botman als zijn vertrouweling ook daar toezichthouder. Cyrte investeerde onder meer in TomTom, Ordina en Bol.com, waarvan de webwinkel in 2012 met een vette winst werd doorverkocht aan Ahold. Volgens NRC verdiende hij in 2010 ruim 5 miljoen euro aan dividend wat hem in staat stelde om in 2014 met een hypotheek van 4,6 miljoen euro een kapitale villa in Hilversum aan te schaffen.
In 2013 volgde een breuk met Delta Lloyd die zich wilde terugtrekken uit private equity. Dit hing samen met de aankomende Solvency II-regelgeving voor verzekeraars, die zwaardere kapitaaleisen stelde aan risicovollere beleggingen. Cyrte bleef als fonds bestaan onder volledige controle van Delta Lloyd, terwijl Botman met Dasym een meer private, family-office-achtige koers inzette. Botman werd uitgekocht en nam zijn 15% van de private media-belangen (waaronder de Telegraaf Media Groep) mee en richtte daarmee Dasym Investment Strategies op. Hij profileerde zich als een partij die investeert in ‘consumentenonderzoek, digitalisering en veranderende leefstijlen’.
Naast een interne onderzoeksafdeling met economen en industriespecialisten, werkte Dasym nauw samen met de denktank FreedomLab en hun netwerk van onderzoekers, ondernemers en sectorspecifieke experts. In 2014 nam hij met zijn Dasym FreedomLab over waarna de naam Rasile Group werd opgericht, gebaseerd op het Latijnse woord ‘rasilis’: glans door wrijving. Deze organisatie werd in 2000 opgericht tijdens de internetbubbel vanuit het idee dat technologie mensen meer mogelijkheden geeft om hun levenskwaliteit te verhogen. Quote schatte zijn privévermogen in 2016 op 40 miljoen euro.
In 2020 richtte Dasym ook Dalpha op, een vastgoedonderneming die het allemaal anders zou gaan doen. Niet alleen gebouwen ontwikkelen en beheren, maar meebouwen aan aantrekkelijke buurten van de toekomst: een buurt waar ontmoetingen centraal staan en waar ze samen met bewoners en ondernemers nieuwe waarde creëren. Kort daarna volgde de oprichting van energiebedrijf DTech. In 2025 werd FLx in het leven geroepen. Dit team ontwikkelt investeringsconcepten die op de lange termijn maatschappelijke en financiële waarde creëren, met speciale aandacht voor betaalbare en toegankelijke basisvoorzieningen in onder andere wonen, energie en mobiliteit. FLx B.V. staat inmiddels óók op de lijst faillissementen van 24 augustus 2026.
Een van de gedupeerde investeerders omschrijft Botman als ‘manipulatief en onbetrouwbaar’ en stelt dat Botman ‘alles bij elkaar liegt’. De problemen ontstonden bij een bedrijf uit zijn beleggingsportefeuille dat warmtepompen uit China importeert. Om dat project te financieren ging Botman leningen aan tegen hoge rentes. In oktober 2025 hield hij op met het nakomen van zijn betalingsverplichtingen, waarna de druk van schuldeisers snel opliep. In het najaar van 2025 verkocht hij zijn monumentale boerderij op landgoed Hofstede Oud-Bussem in Naarden aan Els Blokker, vlak voordat schuldeisers beslag wilden laten leggen op het vastgoed. Die transactie trok de nodige aandacht en voedde het wantrouwen bij zijn geldschieters verder aan. Els Blokker betaalde circa 10 miljoen euro per jaar voor het beheer van haar vermogen.
De ondernemingskamer oordeelde dat de 1%-fee voor Botman inderdaad ‘bepaald hoog te noemen’ was, zeker omdat ook het beheer over de investeringsmaatschappij van Blokker (Nardinc), waar 650 miljoen euro in zit, voor vijf jaar aan Botman was gegund. Mark Blokker stelde dat Botman misbruik maakt van zijn moeder en benadrukte dat niet alleen hij, maar ook Els Blokker zelf onvoldoende verstand heeft van vermogensbeheer. Toen de rechters vroegen of het wantrouwen tegenover Botman de kern van het conflict was, gaf Mark aan dat dit inderdaad het geval was.
Vanaf het vertrek van Blokker ging het snel en 11 augustus 2026 viel het doek, met zijn persoonlijke faillissement en dat van zeven van zijn belangrijkste bedrijven. Daarna volgden nog 23 faillissementen van dochterbedrijven. Die wirwar aan bedrijven, maakt het faillissement ‘diffuus en complex’ en het is volgens de curator dan ook nog niet duidelijk wat de feitelijke oorzaak van het bankroet is. “De beantwoording van deze vraag is onderwerp van het oorzaken- en rechtmatigheidsonderzoek dat wordt voorbereid. De directe aanleiding voor de faillissementen was de hoge ontstane schuldenlast binnen de failliete vennootschappen, waarbij vele vennootschappen hoofdelijk voor de schulden verbonden zijn.
Vastgoedfirma RJB Group van Alain Rosenbaum, ontving nog net op tijd 60.000 euro voor vier maanden achterstallige huur van Botmans penthouse in wooncomplex The Valley op de Amsterdamse Zuidas. Of Botman die bovenwoning voorlopig blijft bewonen, is nog onduidelijk. De bekende Nederlandse vastgoedinvesteerder Ries Oostlander (woonachtig in België) heeft inmiddels officieel aangifte gedaan wegens oplichting tegen Botman. Oostlander deed in de media de vernietigende uitspraak: “Niemand snapt hoe we erin hebben kunnen stinken. Het is een slimme kerel die overal geld heeft afgetroggeld, maar zijn handtekening op afbetalingsovereenkomsten stelt niets voor. Een andere opvallende naam in het web van schuldeisers is de Haagse vastgoedinvesteerder Eddy de Kroes (bekend van eerdere omstreden beurs- en fraudezaken rondom VHS Vastgoed). In 2024 kocht hij voor 8,2 miljoen euro landgoed Zuiderhof in Naarden. Hij had een deal met De Kroes voor zijn landgoed, Zuiderhof in Naarden, om liquide middelen vrij te maken om het faillissement te voorkomen.
- Cardiologen verdacht van aannemen steekpenningen van fabrikanten
De FIOD verdenkt opnieuw cardiologen van mogelijke corruptie. Volgens berichtgeving van AT5 en NOS gaat het om twee cardiologen van het OLVG in Amsterdam en vier cardiologen die tot voor kort werkzaam waren bij het CWZ in Nijmegen. De FIOD heeft op 10 september 2026 acht woningen en bedrijfspanden in Noord-Holland en Gelderland doorzocht, maar niemand werd aangehouden.
De cardiologen worden ervan verdacht jarenlang betalingen te hebben ontvangen van leveranciers van medische hulpmiddelen, in ruil voor een voorkeurspositie bij de inkoop van hun producten door twee ziekenhuizen. De betalingen zouden via onder meer persoonlijke houdstervennootschappen, specialistenmaatschappen en rechtspersonen voor onderzoek zijn gelopen. De betalingen werden gepresenteerd als vergoedingen voor advieswerk, bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek of sponsoring van fellows. Bij alle zes de cardiologen werd meteen beslag gelegd op vastgoed, waaronder privéwoningen, met een gezamenlijke waarde van circa 1,5 miljoen euro.
In 2022 kwamen cardiologen van het Zwolse Isala-ziekenhuis ook al in beeld bij een corruptieonderzoek van de FIOD. Aanvankelijk werden toen twee cardiologen geschorst, maar later bleek dat nog vijf personen betrokkenen waren. Bij een emeritus hoogleraar interventiecardiologie die bij Isala had gewerkt, een voormalig directeur van het Isala Hartcentrum, een gepensioneerd cardioloog en bij twee nog steeds werkzame cardiologen werd beslag gelegd.
De Isala-zaak draaide om pacemakers en ICD’s van de Duitse fabrikant Biotronik. Justitie vermoedde dat cardiologen van Isala geld van Biotronik hadden ontvangen om de apparaten van het bedrijf te plaatsen. De cardiologen ontvingen gezamenlijk circa 3,2 miljoen euro aan betalingen en voordelen. Of die bedragen juridisch als steekpenningen kunnen worden aangemerkt moet nog strafrechtelijk worden vastgesteld.
In hetzelfde jaar onderzochten zes ziekenhuizen de bedrijven en stichtingen van hun medisch specialisten, nadat NOS en Nieuwsuur hadden bericht over financiële relaties tussen cardiologen en de medische industrie. Uit ook dat onderzoek bleek dat tientallen cardiologen buiten het zicht van ziekenhuizen sponsorgeld ontvingen van medische bedrijven, onder meer voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.
Uit de analyse van betalingen over 2019-2021 bleek dat het Erasmus MC in drie jaar tijd bijna 16 miljoen euro ontving uit betalingen van de medische industrie, het UMC Utrecht 7,6 miljoen euro en het LUMC bijna 5,6 miljoen euro. Het ging hierbij om betalingen aan de betreffende instellingen en niet om bedragen die rechtstreeks aan individuele cardiologen zijn uitgekeerd. Ook Diagram, het bedrijf van de cardiologen uit het Isala-ziekenhuis, ontving in 2019-2021 ruim 4,8 miljoen euro van medische bedrijven.
CWZ maakte bekend dat onder de noemer ‘sponsoring’ in vijf jaar tijd 2,7 miljoen euro aan de leden van het Medisch Specialistisch Bedrijf Cardiologie was betaald door leveranciers, waarvan het ziekenhuis niet op de hoogte was. De samenwerking met het MSB Cardiologie, het bedrijf van de vijf vrijgevestigde cardiologen, werd 15 mei van dit jaar door CWZ stopgezet.

- AI, “An Alien Mind”
Nadat een OpenAI agent op eigen initiatief inbrak bij Hugging Face zit de schrik er zelfs bij insiders goed in. Ook voor OpenAI zelf was het een schok, omdat het bedrijf wetten op consumentenbescherming had geschonden en de agent zelfs berichten op een ongeautoriseerde messageboard achterliet, over hoe toekomstige versies van zichzelf aan de interne maatregelen zouden kunnen ontsnappen.
Bij het incident moesten voor een proef de hackcapaciteiten van de modellen worden beoordeeld, door ze opdrachten te geven in een streng gecontroleerde digitale testomgeving. De toegang tot het internet was uit veiligheidsoverwegingen beperkt.
Terwijl ze in de afgeschermde testomgeving opereerden, besteedde de agent een aanzienlijke hoeveelheid rekenkracht om alsnog toegang te krijgen tot het open internet, om de evaluatieopdracht op te kunnen lossen. De agenten ontdekten een onbekende kwetsbaarheid (zero-day) in een interne software-proxy die OpenAI klaar had gezet voor het installeren van pakketten. De agenten zetten hun rechten opzij en kregen zo toegang tot een systeem met een open internetverbinding. Nadat ze verbinding met het internet hadden gemaakt, besloten de modellen Hugging Face aan te vallen om hun doel te bereiken. Hugging Face is een grote databank met AI-modellen, datasets en andere informatie.
Op zoek naar geheime informatie waarmee het de evaluatie kon omzeilen, “combineerden de agenten meerdere aanvalsmethoden, waaronder het gebruik van gestolen inloggegevens”. Het systeem viel zelfs het interne systeem aan om de eigen kwetsbaarheden daarvan uit te buiten. Een agent kan een veiligheidsprobleem misbruiken, bijvoorbeeld om ergens binnen te dringen en dat was ook precies wat ze deden. Hugging Face merkte de aanval op via zijn eigen beveiligingssystemen, maar wist niet wie erachter zat. Sterker nog: toen het Anthropic-modellen als Fable 5 en Opus inzette om de aanvalslogs te analyseren, weigerden die agenten simpelweg, omdat hun eigen guardrails de data als verdacht cyberaanval-materiaal bestempelden. Uiteindelijk moest Hugging Face terugvallen op het Chinese open-source model GLM 5.2 van Z.AI om de aanval te doorgronden en de indringers eruit te gooien. Al die tijd was OpenAI al op de hoogte van de indringing maar zweeg erover.
De agenten gebruikten Hugging Face omdat daar wellicht antwoorden te vinden waren, waarmee ze goed konden scoren op de test die ze moesten maken. Hugging Face maakte half juli al bekend dat ze waren gehackt, maar toen was nog niet bekend dat OpenAI daarvoor verantwoordelijk was. Normaal zijn er bij dit soort AI-programma’s zekerheden ingebouwd waarmee voorkomen wordt dat een agent iets doet wat niet mag. Maar die werden door het AI model van OpenAI bewust uitgezet. Daardoor hadden de agenten veel vrijheid om het doel te bereiken en omdat heel veel code veiligheidsproblemen bevatten heeft de agent die kunnen vinden en misbruiken.
Het incident roept daarmee een bredere vraag op: hoe ver kunnen en mogen AI-agents zelfstandig gaan?”
De vraag hoe de AI-sector moet worden gereguleerd, is een belangrijk discussiepunt geworden. GPT-5.6 en andere geavanceerde modellen, waaronder de Mythos-serie van OpenAI‘s grote concurrent Anthropic, roepen zorgen op over hun vermogen om cyberbeveiligingen te omzeilen. AI-agents van chatbots en beeldgeneratoren handelen autonoom om taken uit te voeren en deze taak werd van begin tot eind aangestuurd door zo’n autonoom AI-agentsysteem. President Trump voerde overleg met de grote Tech bedrijven over de kwestie. De Amerikaanse regering zou tests voor geavanceerde AI-modellen hebben afgerond en wil overleg met Meta, Anthropic, Google en OpenAI over hoe nu verder te gaan. Op 4 augustus keken ze gezamenlijk naar vrijwillige veiligheidstests door de overheid.
OpenAI denkt erover om de ontwikkeling van geavanceerde kunstmatige intelligentie te vertragen en wil dat andere AI-bedrijven zich ook aansluiten. Medewerkers van grote AI-bedrijven waarschuwen al langer voor de steeds slimmere AI-systemen. Jakub Pachocki, de hoofdwetenschapper van OpenAI, schreef onlangs een blogpost waarin hij AI-bedrijven oproept om gezamenlijk de ontwikkeling te vertragen wanneer dat nodig is, totdat er gedeelde veiligheidsnormen liggen. De laatste maanden namen meerdere medewerkers die aan veiligheid werkten ontslag bij grote AI-labs. Medewerker Jacob Coxon zei na zijn vertrek dat zijn twee voormalige werkgevers, Anthropic en OpenAI, “gokken met ons leven” door te haasten naar superintelligente AI. Zijn bericht op sociale media, waarin hij stelt dat mensen die AI bouwen zelf denken dat het voor het einde van het decennium iedereen zou kunnen doden, ging viraal. OpenAI liet weten dat hun model Astra qua kunstmatige intelligentie de menselijke intelligentie overtreft.
Eind juli ondertekenden al bijna 1400 medewerkers van de grote AI-bedrijven de petitie, “Pacing the Frontier”, die de Overheid oproept om internationale technische en governance-tools te ontwikkelen waarmee het tempo van (geautomatiseerde) frontier-AI-ontwikkeling in de toekomst kan worden afgeremd wanneer dat nodig zou zijn..
De CEO van Anthropic Dario Amodei, co-founders Jared Kaplan, Jack Clark, Chris Olah, Benjamin Mann e.a. tekenden mee, evenals hooggeplaatste figuren van Google DeepMind en van Meta en Thinking Machines, Safe Superintelligence (Ilya Sutskever). OpenAI en Anthropic hebben de statement later ook officieel als bedrijf onderschreven.
Als versterking van de “Pacing the Frontier”-oproep publiceerde Jakub Pachocki, Chief Scientist van OpenAI 6 september, het essay “An Alien Mind” op de officiële OpenAI-website waarin hijde kernboodschap herhaalt en versterkt. Hij schrijft onder meer:“Currently I believe that no lab has solved alignment and monitoring to a sufficient degree to continue responsibly scaling at maximum speed for much longer.”
Hij wil dat vrijwillige vertragingen (“voluntary slowdowns”) normaal worden totdat er gedeelde veiligheidsnormen zijn. Internationale coördinatie over de toekomstige ontwikkeling van AI moet volgens hem een topprioriteit worden voor overheden wereldwijd. Ook schrijft hij “AI is meer “grown” (opgekweekt) dan ontworpen. Het is een “alien mind” waarvan we de werking niet volledig begrijpen” en waarbij AI-systemen superieur worden in het binnendringen en ontsnappen uit computersystemen.
Het essay is een van de meest directe en openlijke waarschuwingen van een topwetenschapper en insider.
Een “model” is het brein dat patronen herkent en taal begrijpt, terwijl de “agent” het actieve systeem is dat dit brein gebruikt om zelfstandig taken uit te voeren, beslissingen te nemen en acties in de buitenwereld te ondernemen
Hugging Face is het grootste centrale platform en de community-hub voor AI-ontwikkelaars, waar open-source modellen, datasets en code wereldwijd vrij worden gedeeld en samen worden ontwikkeld
Een zero-day is een beveiligingsfout in software waarvoor nog geen oplossing of update bestaat, waardoor ontwikkelaars precies “nul dagen” de tijd hebben gehad om de fout te dichten voordat deze misbruikt kan worden

- Schwarz Gruppe laat Nederland vast wennen
De Duitse Schwarz Gruppe, een van oorsprong familie retailconcern en een van de grootste bedrijven van Europa, laat naast dochter LidL nu ook dochter Kaufland in Nederland starten met een webshop. Kaufland biedt met meer dan 1600 winkels in acht Europese landen negen miljoen verschillende producten aan. Miljardair Dieter Schwarz, een van de 50 rijkste mensen ter wereld, wiens vermogen wordt geschat op 20 miljard dollar is genomineerd om de Amerikaanse invloed bij de dataverwerking van de Overheden te beperken.
De Nederlandsche Bank (DNB) begon in april 2026 met de migratie van delen van haar cloudomgeving naar de Duitse Schwarz Group. De diensten lopen via dochterbedrijf Schwarz Digits, dat het cloudplatform STACKIT en de cybersecurityspecialist XM Cyber onder één dak heeft. De keuze past in de bredere Europese trend om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse hyperscalers als Microsoft, Amazon en Google, mede uit zorg over de Amerikaanse Cloud Act.
De afgelopen jaren heeft de Schwarz Gruppe haar interne IT-systemen uitgebouwd tot commerciële digitale diensten. Onder de naam Schwarz Digits biedt zij cloud-, data- en cybersecuritydiensten aan, met STACKIT als centraal platform. In Nederland groeit de positie van STACKIT snel. Naast de deal met DNB werkt Schwarz Digits samen met KPN aan een soevereine cloud die in Nederlandse datacenters wordt gehost en ook het Ministerie van Justitie en Veiligheid sloot een raamovereenkomst binnen het Strategisch Leveranciersmanagement Rijk, waardoor STACKIT beschikbaar is gekomen voor overheidsorganisaties.
In april 2026 verwierf de groep bovendien een aandeel in een Europese aanbesteding van circa 180 miljoen euro voor cloudleveringen aan EU-instellingen. STACKIT claimt dataopslag en -verwerking binnen de Europese Unie en voldoet volgens assessments aan de AVG. Het platform wordt gepresenteerd als Europees alternatief. Toch is de beveiligingslaag van dit “soevereine” systeem opvallend, omdat deze komt van XM Cyber, een Israëlisch cybersecuritybedrijf dat in 2021 door de Schwarz Group is overgenomen voor naar schatting 700 miljoen dollar.
Pensioenfonds ABP stopte dezelfde maand met beleggen in Palantir Technologies. Het pensioenfonds stelt “genoeg gezien te hebben” van het bedrijf na aanhoudende kritiek op de ethische aspecten van de bedrijfsvoering nadat het bedrijf van peter Thiel al onder vuur lag vanwege de inzet van hun software door de Amerikaanse immigratiedienst (ICE) en de ondersteuning van militaire operaties, waaronder die van het Israëlische leger in Gaza. Het besluit volgt op maandenlange negatieve berichtgeving en de met 26% gedaalde koers van het aandeel Palantir in 2026. ABP had begin 2026 nog honderden miljoenen euro’s in het bedrijf geïnvesteerd.
Het bedrijf werd opgericht door mensen met een achtergrond in de Israëlische inlichtingendiensten. Voormalig Mossad-directeur Tamir Pardo is nauw betrokken geweest bij de onderneming. XM Cyber specialiseert zich in Continuous Threat Exposure Management: het platform analyseert continu kwetsbaarheden en simuleert aanvalspaden vanuit het perspectief van een aanvaller. Deze technologie is inmiddels geïntegreerd in het STACKIT-ecosysteem en wordt door Schwarz Digits gepresenteerd als de beveiligingsruggengraat van de Europese cloud.
Daarmee ontstaat een opmerkelijke situatie. Onder de vlag van Europese digitale soevereiniteit kiezen Nederlandse en Europese instellingen voor een cloudplatform van een Duits retailconcern, waarvan de cybersecurity-component diep geworteld is in de Israëlische inlichtingenwereld. Dit ondergraaft de claim van onafhankelijkheid fundamenteel. Gevoelige data van centrale banken, ministeries en EU-instellingen worden beschermd door technologie die is ontwikkeld door mensen met een Mossad-achtergrond en die onder controle staat van een particulier Duits concern.
De Europese Commissie presenteerde op 3 juni 2026 haar Tech Sovereignty Package, met onder meer de Cloud and AI Development Act en de Chips Act 2.0. Het pakket moet de afhankelijkheid van niet-Europese technologie verminderen. In de praktijk blijkt de “Europese” oplossing echter te leunen op een complex web van internationale belangen: Duitse retailmacht, Israëlische inlichtingenexpertise en eerdere Amerikaanse technologieën (waaronder systemen van Palantir bij sommige overheden).
De combinatie van fysieke logistieke macht en digitale infrastructuur versterkt de strategische positie van het concern. De vraag is of onze digitale soevereiniteit werkelijk wordt versterkt wanneer cruciale beveiligingstechnologie uit Israël komt en de infrastructuur in handen is van een privé-concern met wereldwijde belangen, of dat de ene afhankelijkheid (Amerikaanse hyperscalers) wordt ingeruild voor een andere, minder zichtbare maar eveneens verstrekkende vorm van afhankelijkheid, ditmaal met een sterke Israëlische inlichtingencomponent.
Nederland en Europa krijgen hiermee infrastructuur die formeel onder Europees recht valt, maar waarvan de beveiligingskern is ontwikkeld door mensen uit de Mossad-sfeer en wordt beheerd door een van de machtigste familiebedrijven van Europa.

- AFM houdt beursgang cryptobedrijf AMBTS tegen, rechter geeft toezichthouder gelijk
Amdax is een gereguleerde Nederlandse cryptodienstverlener die zich profileert als professionele en compliance-gerichte speler. Het bedrijf richt zich vooral op particuliere, zakelijke en institutionele klanten die serieus en gereguleerd met crypto willen omgaan.
In 2020 was Amdax een van de eerste (en volgens henzelf de eerste) Nederlandse cryptobedrijven die zich bij De Nederlandsche Bank (DNB) liet registreren. In juni 2025 kreeg Amdax een MiCAR-vergunning van de AFM, waarmee het zijn diensten in de hele Europese Unie mag aanbieden.CEO en medeoprichter Lucas Wensing wilde met dochterbedrijf AMBTS naar de beurs. Het is hem echter niet gelukt om dit via de rechter af te dwingen na een weigering van de AFM.
Wensing wilde via een beursnotering in Amsterdam institutionele beleggers nieuwe financiële instrumenten bieden om te investeren in bitcoin. De Autoriteit Financiële Markten is het oneens over de vorm van het bedrijf, waardoor het prospectus voor de beursgang eerder al niet werd goedgekeurd.De AFM heeft AMBTS aangemerkt als beleggingsinstelling. Deze instellingen moeten bij het prospectus, dat belangrijke informatie voor beleggers bevat, meer informatie aanleveren dan andere ondernemingen. AMBTS stelt geen beleggingsinstelling te zijn.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft geoordeeld dat de AFM het prospectus voor een beursgang van AMBTS terecht heeft geweigerd. De rechter gaat mee in de zienswijze van de AFM dat het document niet aan de vereisten voor een beleggingsinstelling voldeed.
‘AMBTS heeft het CBb er niet van overtuigd dat AMBTS een algemeen zakelijk of bedrijfsdoel heeft’, schrijft de bestuursrechter. ‘Haar werkzaamheden zijn erop gericht om het aantal bitcoin per uitstaand aandeel te verhogen en AMBTS heeft niet aannemelijk gemaakt dat bitcoin vooral een productiemiddel is dat nodig is om haar operationele activiteiten uit te voeren.’
Wensing laat in een reactie weten teleurgesteld te zijn over de uitspraak en de manier waarop het juridisch kader in deze zaak is toegepast. ‘Dit belemmert de innovatie in het financiële systeem en zet Europa op achterstand bij de verdere ontwikkeling van de bitcoineconomie,’ stelt hij.
AMBTS gaat de uitspraak en de gevolgen daarvan bestuderen en beraadt zich over vervolgstappen.

- Ongehoord Nederland uit het publieke bestel ?
Ongehoord Nederland uit het publieke bestel: waar eindigt de vrijheid en begint de verantwoordelijkheid?
Minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de procedure gestart om de voorlopige erkenning van Ongehoord Nederland (ON!) in te trekken. Voor het eerst staat het voortbestaan van een vrije omroep binnen het publieke bestel daadwerkelijk op het spel. De vraag is groter dan of ON! zich aan de regels heeft gehouden. Het gaat om de plicht van een publieke omroep om zich aan wet- en regelgeving, journalistieke normen en bestuurlijke verplichtingen te houden, en tegelijkertijd om de vrijheid om een afwijkend, kritisch en soms ongemakkelijk geluid te kunnen laten horen.
Minister Letschert benadrukt dat haar besluit niet over de inhoud of de mensen van ON! gaat, maar over het functioneren van de organisatie. De overheid mag zich niet bemoeien met journalistieke inhoud. Juist daarom is de Mediawet terughoudend met het intrekken van een erkenning. Een minister, of haar topambtenaren, die een omroep uit het bestel kunnen zetten omdat de journalistieke lijn niet bevalt, krijgen een instrument in handen dat rechtstreeks de persvrijheid kan raken.
De huidige procedure is formeel gebaseerd op andere gronden. Het Commissariaat voor de Media oordeelt dat ON! structureel tekortschiet bij de naleving van wet- en regelgeving, de rechtmatige besteding van publiek geld en journalistieke kwaliteitsnormen, en daarbij niet meer voldoet aan eisen van goede inrichting, sturing en beheersing.
De NPO heeft de minister verzocht de erkenning in te trekken vanwege een structureel en manifest gebrek aan bereidheid tot samenwerking. Bovendien heeft het Commissariaat binnen één jaar al twee formele sancties opgelegd, zoals een boete wegens (schijn van) belangenverstrengeling en het niet naleven van het redactiestatuut, en een last onder dwangsom wegens onvolledige financiële informatie. Volgens de minister kunnen deze gronden elk afzonderlijk tot intrekking leiden.
Toch is de context niet te negeren. In 2023 verzocht de NPO al om intrekking. De toenmalige staatssecretaris wees dat af wegens onvoldoende juridische grond en benadrukte juist de journalistieke vrijheid en de noodzakelijke afstand tussen politiek en media. Dat de lat drie jaar later lager blijkt te liggen, vraagt om scherpe toetsing.Is er werkelijk sprake van onoverkomelijke organisatorische en bestuurlijke tekortkomingen, of wordt een controversieel geluid via procedurele middelen uit het bestel geduwd? Een publieke omroep ontvangt publiek geld en heeft daardoor extra verplichtingen. Wie dat geld ontvangt, moet zich aan de wet houden, financieel verantwoorden en binnen het bestel kunnen functioneren, dat is logisch. Journalistieke vrijheid is ook geen vrijbrief om alle regels te negeren. Maar die vrijheid betekent wél dat de overheid niet de rol van hoofdredacteur mag spelen. De grens tussen legitiem bestuurlijk toezicht en het wegruimen van ongewenste stemmen moet glashelder blijven.
ON! profileert zich als alternatief voor wat zij ziet als de dominante journalistieke cultuur. Dat geluid mag best scherp, eenzijdig of controversieel zijn. Pluriformiteit bestaat juist bij de gratie van standpunten die ongemakkelijk zijn voor de politieke meerderheid of andere omroepen. De NPO erkent zelf dat ON! van toegevoegde waarde is voor die pluriformiteit, maar stelt tegelijk dat de samenwerking duurzaam is ontwricht. De vraag is welk belang zwaarder weegt en of verwijdering uit het bestel werkelijk noodzakelijk en proportioneel is.
De recente uitzending met een fragment van een toespraak van Adolf Hitler heeft de discussie scherper gemaakt. Het Commissariaat ziet daarin een kantelpunt in een patroon van tekortschietende journalistieke kwaliteit. Het tonen van historische bronnen is echter niet automatisch verboden. Journalistiek mag controversiële ideeën en historische documenten laten zien, mits in de juiste context en met duiding. Of dat hier zorgvuldig is gebeurd, of onverstandig was, is een legitieme journalistieke discussie. Die discussie hoort echter niet door een minister en haar ambtenaren te worden beslecht.
Het intrekken van een voorlopige erkenning is geen gewone sanctie. Het betekent dat een omroep zijn plaats in het publieke bestel verliest. Daarom moet de procedure op twee sporen worden beoordeeld. Als ON! structureel en aantoonbaar de wettelijke en organisatorische regels overtreedt, moet daartegen kunnen worden opgetreden. Maar als de intrekking in de praktijk vooral dient om een onwelgevallig geluid te verwijderen, wordt een grens overschreden die veel verder reikt dan deze ene omroep en een ieder weet waar dat toe kan leiden.
De procedure is nog maar net begonnen. ON! krijgt de kans te reageren op een voorgenomen besluit, daarna volgt een definitief besluit, en daartegen staan bezwaar en beroep open. Die rechtsbescherming is essentieel. De enige vraag die uiteindelijk telt, is of de tekortkomingen zo ernstig en structureel zijn dat het zwaarste middel gerechtvaardigd is.
Een democratische rechtsstaat beschermt media tegen de overheid. Hij eist van publieke media dat zij hun verantwoordelijkheid serieus nemen. Maar hij mag nooit de indruk wekken dat een afwijkend geluid via bestuurlijke procedures uit de publieke ruimte wordt geweerd. Dat onderscheid moet overeind blijven.
Persvrijheid is een absolute noodzaak voor een democratische samenleving.
- Balans tussen nationale veiligheid en burgerrechten staat onder druk
De balans tussen nationale veiligheid en burgerrechten staat onder druk door het wetsvoorstel voor de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wbnv).
Het voorstel moet de operationele slagkracht van de AIVD en MIVD moderniseren en vergroten. Dat is begrijpelijk. Geopolitieke spanningen zijn toegenomen, statelijke actoren opereren agressiever en cyberdreigingen ontwikkelen zich snel. De regering wil dat de diensten sneller en effectiever kunnen optreden, tegen dreigingen en statelijke actoren. Tegenover extra bevoegdheden hoort extra controle te staan. De vraag is niet óf de diensten moeten worden gemoderniseerd, maar of de verruiming van hun bevoegdheden voldoende wordt gecompenseerd door effectieve, onafhankelijke controle.
Een belangrijke verandering is het opponentenregime. Daarmee moeten de diensten sneller kunnen handelen tegen evidente tegenstanders van Nederland, zonder voor iedere operationele stap opnieuw dezelfde procedure te doorlopen. De regering wijst er terecht op dat tegenstanders in de digitale wereld snel bewegen en dat de huidige systematiek bij bijvoorbeeld hackoperaties te traag kan zijn.
Operationele snelheid is vanuit het oogpunt van nationale veiligheid begrijpelijk. Tegelijkertijd betekent de versoepeling dat bepaalde beslissingen verder van de directe politieke besluitvorming komen te liggen. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie blijven politiek verantwoordelijk, maar worden minder direct betrokken bij afzonderlijke operationele handelingen. Daarmee ontstaat ook meer afstand tot de parlementaire controle. Andere controlemechanismen moeten daardoor sterker worden.
Het wetsvoorstel verruimt daarnaast de mogelijkheden om gegevens te verzamelen, te verwerken en geautomatiseerd te analyseren. De diensten werken al met bulkdatasets: omvangrijke verzamelingen persoonsgegevens die soms miljoenen regels bevatten, waaronder namen, telefoonnummers, locatiegegevens en communicatiegegevens. Het merendeel van de personen in zo’n dataset hoeft niets met het onderzoek te maken te hebben. Strikte voorwaarden voor toegang, verwerking, bewaartermijnen en vernietiging zijn daarom essentieel.
De recente praktijk laat zien dat die waarborgen niet vanzelfsprekend goed functioneren. De CTIVD concludeerde in 2026 dat bij de AIVD en MIVD een aantal belangrijke waarborgen rond bulkdataverwerking niet op orde was. Medewerkers hadden in bepaalde gevallen onrechtmatig toegang tot persoonsgegevens en grote hoeveelheden persoonsgegevens werden te lang bewaard. De CTIVD deed dertien aanbevelingen om de tekortkomingen te herstellen.
Het kabinet wil de diensten ruimere mogelijkheden geven, terwijl de toezichthouder constateert dat bestaande waarborgen in de praktijk tekortschieten. Dat maakt de vraag naar proportionaliteit en controle van nieuwe bevoegdheden urgenter.
Het voorstel sluit ook aan bij de toenemende inzet van kunstmatige intelligentie en geautomatiseerde gegevensanalyse. De hoeveelheid informatie groeit explosief; zonder geautomatiseerde hulpmiddelen wordt het steeds moeilijker om relevante informatie tijdig uit die gegevens te halen. Technologie verandert echter ook de aard en omvang van mogelijke inbreuken op de persoonlijke levenssfeer. Algoritmen kunnen verbanden leggen die voor menselijke analisten moeilijk zichtbaar zijn, maar ook irrelevante of foutieve verbanden. Daarom is niet alleen van belang óf AI mag worden gebruikt, maar onder welke voorwaarden, met welke datasets, voor welke doeleinden en onder welke menselijke en onafhankelijke controle.
Een van de gevoeligste onderdelen betreft de inrichting van de onafhankelijke controle. Het huidige stelsel kent de CTIVD voor onafhankelijk toezicht en de TIB voor voorafgaande toetsing bij bepaalde bijzondere bevoegdheden. Het wetsvoorstel brengt deze functies samen in een nieuw College van Toetsing en Toezicht (CTT). Dit college moet zowel toetsende als toezichthoudende taken krijgen en beschikt over mogelijkheden om op te treden bij onrechtmatigheden. Bij een verschil van inzicht over een bindend oordeel kan de rechter beslissen.
De cruciale vraag is niet alleen óf er toezicht bestaat, maar hoe effectief dat in de praktijk kan zijn. Wanneer bevoegdheden sneller of op een lager operationeel niveau kunnen worden ingezet, moet het onafhankelijke toezicht op het juiste moment kunnen ingrijpen. Controle die pas achteraf vaststelt dat een ingreep onrechtmatig was, kan niet altijd voorkomen dat een burgerrecht al is geschonden.
Bij geheime surveillance is dat een wezenlijk probleem. Een burger weet doorgaans niet dat hij wordt gehackt, afgeluisterd of gevolgd en kan daardoor geen bezwaar maken. Onafhankelijke voorafgaande toetsing vormt daarom een belangrijk tegenwicht. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat snelheid en slagkracht niet ten koste gaan van dat tegenwicht.
De CTIVD heeft benadrukt dat bij de inrichting van de nieuwe toezichthouder voldoende aandacht moet zijn voor budget, huisvesting, ICT en personele capaciteit, en voor een goed functionerend stelsel van bindend toezicht. Een toezichthouder is alleen effectief als hij niet alleen formeel onafhankelijk is, maar ook over voldoende middelen, informatie en bevoegdheden beschikt. Ook recente CTIVD-onderzoeken onderstrepen dit.
Naast het onderzoek naar bulkdataverwerking onderzocht de toezichthouder het filterkader dat AIVD en MIVD gebruiken bij grootschalige onderschepping van gegevens. Het filterkader draagt bij aan het verminderen van de hoeveelheid opgeslagen gegevens, maar er bestaan ook risico’s voor zorgvuldige verwerking. Onderschepte gegevens blijken in bepaalde gevallen ook voor andere onderzoeken te worden gebruikt dan waarvoor ze oorspronkelijk waren onderschept. De CTIVD signaleert daarnaast inconsistent gebruik van begrippen en ontbrekende controles.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk benadrukt dat geheime surveillancebevoegdheden moeten worden omgeven door adequate waarborgen tegen willekeur en misbruik. Dat uitgangspunt is niet bedoeld om de diensten te verzwakken, maar om vergaande staatsmacht binnen de grenzen van de rechtsstaat te houden.
Nederland heeft krachtige inlichtingen- en veiligheidsdiensten nodig. De wereld is fundamenteel veranderd. Het is verdedigbaar dat de diensten hun werkwijze en bevoegdheden moeten kunnen aanpassen. Die noodzaak ontslaat de wetgever echter niet van de plicht om de tegenmacht tegelijk te versterken. Hoe groter de operationele armslag, hoe sterker de waarborgen moeten zijn.
Dat geldt voor bulkgegevens, voor hacken en andere bijzondere bevoegdheden, voor interceptie, voor geautomatiseerde analyse en AI, en voor het nieuwe stelsel van toetsing en toezicht. De modernisering mag niet worden gereduceerd tot de vraag hoe AIVD en MIVD sneller kunnen handelen. Minstens zo belangrijk is de vraag hoe wordt gegarandeerd dat zij rechtmatig, proportioneel en controleerbaar handelen.
De internetconsultatie van de Wbnv loopt nog tot 11 oktober 2026. Er is ruimte voor verbetering. Het kabinet heeft de verantwoordelijkheid de diensten de middelen te geven die zij nodig hebben. De Tweede en Eerste Kamer hebben vervolgens de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat tegenover die extra macht voldoende tegenmacht staat.
Een democratische rechtsstaat beschermt zijn burgers niet alleen tegen bedreigingen van buitenaf, maar ook tegen ongecontroleerde macht van binnenuit.
Precies die balans moet de nieuwe Wbnv bewaken.

- Corruptie viert hoogtij in Oekraïne
Roeslan Kravtsjenko, de procureur-generaal van Oekraïne heeft zijn ontslag ingediend vanwege een corruptiezaak. Hij gaf als reden: “Ik wil niet dat het ambt van procureur-generaal wordt gebruikt als instrument in een politieke confrontatie”.
Zijn medewerkers zouden zich voor tienduizenden euro’s hebben laten omkopen door malafide callcenters. Door steekpenningen te betalen zouden die de misstanden door de vingers zien. Zowel de kantoren van Kravtsjenko als die van zijn medewerkers werden doorzocht.
Kravtsjenko ontkent zijn betrokkenheid bij de fraude en is ook niet officieel verdacht. Zijn medewerker Serhii Kropyva, plaatsvervangend hoofd van een afdeling binnen het kantoor van de procureur-generaal werd aangehouden, waarna de rechtbank bepaalde dat hij in voorlopige hechtenis blijft met een mogelijkheid tot borgtocht van 120 miljoen hryvnia.
Volgens NABU gaat het om een georganiseerde structuur die systematisch steekpenningen ontving van frauduleuze callcenters. NABU meldt inmiddels dat meer dan UAH 20 miljoen werd besteed aan vastgoed, juwelen en andere bezittingen, terwijl ruim 10 miljoen hryvnia op rekeningen van naasten werd gestort en meer dan 12 miljoen hryvnia via derden zou zijn witgewassen
NABU en de gespecialiseerde anticorruptie-aanklagers SAPO zijn eerder dit jaar ook een onderzoek gestart naar een vermeende criminele organisatie waarin onder anderen huidige en voormalige parlementariërs en hooggeplaatste functionarissen rond het presidentiële kantoor worden genoemd. De operatie kreeg de naam ‘Forrest Gump’.
Er vonden huiszoekingen plaats bij Iryna Moedra (Mudra), het plaatsvervangend hoofd van het presidentiële kantoor (sinds maart 2024) en verantwoordelijk voor juridische zaken en de cruciale justitiële hervormingen. Mudra wordt er van verdacht betrokken te zijn bij het witwassen van 150 miljoen hryvnia om de borgtocht van Halushchenko te betalen. Ook Vadym Stolar, een zeer omstreden en invloedrijke parlementariër, destijds verkozen voor de (inmiddels verboden) pro-Russische partij Platform voor het Leven en nu leider van de parlementsfractie Herstel van Oekraïne werd bezocht. De invallen vinden ook plaats bij hoge functionarissen binnen het ministerie van Justitie en vertegenwoordigers van Sense Bank (het voormalige Alfa-Bank Oekraïne). Een van de grootste, systeembankvormende staatsbanken van Oekraïne staat in het absolute middelpunt van de politieke storm door de inval en doorzoekingen van de anti-corruptiedienst NABU in het kader van Operation Forrest Gump.De bank werd in 1993 opgericht en stond decennialang bekend als Alfa-Bank. Het was eigendom van de in Luxemburg gevestigde holding ABH, waarvan de hoofdaandeelhouders de beruchte Russische oligarchen Mikhail Fridman en Petr Aven waren. Na de grootschalige Russische invasie in 2022 distantieerde de bank zich van haar Russische eigenaren en veranderde de naam op 1 december 2022 in Sense Bank.
Vanwege de westerse sancties tegen de Russische oligarchen greep de Oekraïense centrale bank in juli 2023 in. De overheid nationaliseerde de bank voor het symbolische bedrag van 1 hryvnia (circa 3 eurocent), waarna het eigendom volledig overging naar het Oekraïense ministerie van Financiën en veranderde van een Russisch oligarchisch bezit in een politieke speelbal van de nieuwe Oekraïense elite. In mei 2026 brachten Oekraïense media gelekte audio-opnamen naar buiten (de zogeheten Mindich Tapes):Op deze banden was te horen hoe zakenman Vasyl Vesely bespreekt welke vertrouwelingen in de negenkoppige raad van commissarissen zouden moeten worden benoemd. In het gesprek wordt gesproken over het verkrijgen van een meerderheid. Vasyl Vesely is een zakenman die door media werd omschreven als de officieuze ‘opzichter’ namens het presidentiële kantoor van Zelensky.
Als direct gevolg van dit schandaal trad de voorzitter van de raad van commissarissen, Mykola Hladyshchenko, in mei 2026 noodgedwongen tijdelijk terug. De rechercheurs van de NABU en de SAPO zijn de bank en de woning van de Hladyshchenko binnengevallen. Justitie verdenkt huidige en voormalige bankfunctionarissen ervan dat zij de geautomatiseerde fraudedetectie (anti-witwassystemen) bewust hebben uitgezet of omzeild voor politieke kopstukken. Via rekeningen bij Sense Bank werd in juni miljoenen aan cashgeld weggesluisd en via schijnconstructies (onder de dekmantel van “betalingen voor bouwmaterialen”) direct door geboekt naar de speciale rekening van de anti-corruptierechtbank om de miljoenenborgtocht (150 miljoen hryvnia) van de corrupte ex-minister van Energie, Herman Galushchenko, te betalen.
Om de schijn van corruptie en politieke inmenging te doorbreken, heeft president Zelensky afgelopen mei onder zware druk van het IMF bevolen dat Sense Bank nog vóór het einde van het boekjaar 2026 volledig moet worden geprivatiseerd c.q. verkocht aan een betrouwbare internationale marktpartij. Het ministerie van Financiën heeft begin augustus 2026 al een werkgroep opgericht om deze verkoop met spoed voor te bereiden.
Tijdens de invallen werd een geheim strategisch crisis-communicatieplan in beslag genomen waarin een complete PR-strategie was neergezet om een parlementaire onderzoekscommissie (geleid door parlementslid Serhiy Vlasenko) op te hemelen waarbij kritische media, zoals Ukrainska Pravda en Financial Times en westerse ngo’s via geregisseerde berichten moesten worden bespeeld. Het corruptieve handelen moest via de media worden geframed als een “onschuldige audit in plaats van een aanval”. Het plan moest de president nadrukkelijk “uit de vuurlinie houden”. Ook de woning van Herman Halushchenko en het bedrijf Energoatom werden doorzocht.
De lijst met hooggeplaatste functionarissen die sindsdien door de anticorruptie-instanties zijn aangepakt, is inmiddels aanzienlijk. In mei werd voormalig hoofd van het presidentiële kantoor Andriy Jermak officieel als verdachte aangemerkt in de zogenoemde Dynasty-zaak. NABU en SAPO verdenken hem ervan betrokken te zijn geweest bij het witwassen van 460 miljoen hryvnia, omgerekend circa 10,5 miljoen dollar, via een luxe vastgoedproject. Jermak ontkent de beschuldigingen. Op 14 mei werd hij door de Hoge Anticorruptierechtbank in voorlopige hechtenis geplaatst, met een borgtochtmogelijkheid. Begin augustus werd ook voormalig ambassadeur van Oekraïne in de Verenigde Staten Olha Stefanishyna door NABU als verdachte aangemerkt wegens vermeende illegale verrijking. De rechtbank bepaalde een borgtocht van 6 miljoen hryvnia; Stefanishyna betwist de beschuldigingen.
De opeenvolging van onderzoeken, verdenkingen en arrestaties laat zien dat de anticorruptie-instanties inmiddels diep zijn doorgedrongen tot de politieke en bestuurlijke omgeving rond Zelensky. De vraag is daarmee niet langer alleen hoe ver de corruptie binnen de Oekraïense staat reikt, maar ook hoever NABU en SAPO hun onderzoeken kunnen voortzetten zonder opnieuw politiek te worden ingeperkt

- Twee miljard of 10,8 miljard euro naar Tata Steel?
Uit verschillende analyses blijkt dat de publieke kosten rond de verduurzaming van Tata Steel mogelijk aanzienlijk hoger uitvallen dan de eerder genoemde 2 miljard euro. Een nieuwe berekening van SOMO en Milieudefensie komt voor de periode tot 2045 uit op circa 10,8 miljard euro aan mogelijke publieke kosten.
Bovenop de genoemde twee miljard staatssteun die Sophie Hermans (VVD) als minister eerder verkondigde en waarover de discussies nog lopen zullen er tot zeker 2040 elk jaar nog miljoenen extra aan subsidies nodig zijn. ESB berekende in 2025 dat er van 2032 tot 2040 per jaar 375 tot 580 miljoen euro aanvullende publieke kosten bovenop de 2 miljard euro nodig zullen zijn. SOMO en Milieudefensie berekenen de totale geraamde publieke kosten nu tot 2045 op circa 10,8 miljard euro. De nieuwe berekeningen laten zien dat de meerkosten in piekjaren zelfs kunnen oplopen tot circa 626 miljoen per jaar. SOMO stelt dat Tata de transitie deels op kosten van de overheid wil realiseren terwijl het ETS sowieso dwingt tot reductie. Het Europese emissieplafond daalt en de beschikbaarheid van emissierechten verandert. Bedrijven als Tata Steel moeten in de nabije toekomst hun uitstootrechten inleveren en gratis allocatie wordt bovendien geleidelijk verminderd. Voor staal wordt de gratis toewijzing van ETS-emissierechten vanaf 2026 geleidelijk afgebouwd tot nul in 2034, in samenhang met de invoering van CBAM.
Zo zou Tata Steel bijvoorbeeld nog subsidie kunnen aanvragen voor het opvangen van CO₂ onder de zeebodem (CCS) en moet de overheid extra subsidies ter beschikking stellen om Tata’s productie mogelijk te maken, bijvoorbeeld voor biomethaan, nettarieven en de verwerking van de beruchte staalslakken. Tata noemt de 10,8 miljard “verstrekkend” en zonder voldoende onderbouwing en stelt dat de overheid aan deze financiële verplichtingen moet voldoen om zich te kunnen houden aan de afspraken uit de intentieverklaring (JLoI) die in 2025 door het demissionaire kabinet en het staalbedrijf werd getekend. De regering stelt expliciet dat bovenop de 2 miljard euro geen extra maatwerksubsidie voor fase 1 komt, maar dat toekomstige generieke subsidies natuurlijk niet volledig zijn uitgesloten.
Volgens SOMO vormt de grote bijdrage van Tata Steel aan de Nederlandse uitstoot geen rechtvaardiging om de verduurzaming grotendeels met publieke middelen te financieren. Tata Steel misbruikt haar positie, stellen onderzoekers van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).
Het alternatief is volgens SOMO dat Tata zich gewoon aan de klimaatafspraken gaat houden die voor alle Europese bedrijven gelden. Onder het Europese emissiehandelssysteem moet de uitstoot sowieso naar beneden, ook zonder maatwerkafspraken en subsidies. Vanaf 2031 verdwijnt een zeer groot deel van de gratis emissierechten en vanaf 2034 helemaal. De uitstoot van chroom-6 ligt ondertussen volgens de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) nog steeds boven de norm. Behalve de extra miljarden legt Tata Steel ook een groot beslag op het stroom- en waternet. Tata Steel onttrok in 2025/26 ongeveer 206 miljard liter water. Daarvan was circa 31 miljard liter oppervlaktewater en ongeveer 0,47 miljard liter water afkomstig van derden, waaronder drinkwater.Eerder werden er tot tweemaal toe al boetes opgelegd van 110.000 euro in 2023 en 140.000 euro in 2025. Daarnaast zijn er bestuursrechtelijke lasten onder dwangsom opgelegd, waaronder een maximum van €1,5 miljoen rond rauwe kooks. De strafzaak van het OM is een vervolg van de massa-aangifte door advocaat Bénédicte Ficq. In 2021 deed zij, namens 800 omwonenden, aangifte tegen Tata. Die aangifte was aanleiding voor een jarenlang onderzoek. Dat liet het OM uitvoeren door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) met hulp van andere politie- en milieudiensten. Het Openbaar ministerie heeft ondertussen ook de aangiftes van meerdere stichtingen en instellingen in behandeling genomen, waarbij zowel het bedrijf als de leidinggevenden worden onderzocht op strafbare feiten.
Met name het productieproces en de werking van de kooksgasfabrieken ligt onder de loep. Omwonenden klagen al jaren over de uitstoot van deze fabrieken. Hierin wordt steenkool door sterke verhitting verwerkt tot kooks, een basisproduct voor staal. Vanwege de uitstoot van stoffen die schadelijk zijn voor mens en milieu dreigde de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied al langer vergeefs met het intrekken van de vergunningen. Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer steunt echter alsnog het plan om de miljardensubsidie te verlenen. En dit terwijl meer dan honderd economen het ontraden, vanwege twijfels over de toekomstige levensvatbaarheid en het ontbreken van garanties op een betere gezondheid voor omwonenden. Ook ambtelijke adviezen van het ministerie van Financiën plaatsen vraagtekens bij de economische en financiële onderbouwing.
Nadat door de omgevingsdienst werd geconstateerd dat het bedrijf opzettelijk en wederrechtelijk schadelijke stoffen in de lucht brengt die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van omwonenden en Tata in veel gevallen zonder de juiste vergunning werkt, incidenten verzweeg en dwangsommen niet hebben geholpen, werd Tata Steel op 8 juli 2026 door het Openbaar Ministerie gedagvaard. De tenlastelegging bevat de verdenking tot het opzettelijk en wederrechtelijk in de lucht brengen van schadelijke stoffen, het schenden van de zorgplicht, handelen zonder vergunning en het niet melden van bepaalde incidenten met rauwe kooks. De eerste regiezitting staat gepland voor 20 november 2026 bij de rechtbank Amsterdam.
Volgens Tata en het ministerie bevat de Joint Letter of Intent (JLoI) nu nog slechts inspanningsverplichtingen rond CCS, biomethaan etc. Beiden benadrukken dat er nog geen harde juridische verplichtingen zijn en dat de definitieve maatwerkafspraak nog loopt.
Het behoud van de staalindustrie is direct gelinkt aan de vermindering van de afhankelijkheid van China en de Europese Defensie Technologische en Industriële Basis (EDTIB). De EU-strategieën, zoals de Act in Support of Ammunition Production (ASAP) en het Europees Defensiefonds (EDF), richten zich op het versnellen en opschalen van de defensieproductie in Europa. Deze programma’s zijn direct of indirect afhankelijk van een stabiele aanvoer van staal en metalen. Deze omvatten expliciet het aanpakken van bottlenecks, zoals grondstoffen (inclusief staal voor shells en explosieven). Projecten met budgetten voor shells (€90 miljoen) en explosieven (€124 miljoen) prioriteren EU-leveranciers om restocking voor Oekraïne en lidstaten te versnellen. De regeling bevat tijdelijke vrijstellingen van EU-wetgeving (bijv. defensie-inkooprichtlijn 2009/81/EC) om EU-productie te prioriteren, wat staalimport uit derde landen bemoeilijkt en lokale productie stimuleert. Het European Defence Fund (EDF) financiert collaborative R&D en de ontwikkeling voor defensiecapaciteiten, met een sterke nadruk op “state-of-the-art en interoperabele technologie” uit de EU. De vraag is of het strategische belang de omvang van de publieke steun rechtvaardigt.

- Van Volkswagen naar Volksdefensie
Na VDL wordt nu ook een fabriek van Volkswagen ingezet voor defensie. Door de dreigende maatregelen van de Europese Commissie, de moordende concurrentie uit China, achterblijvende verkoopcijfers van elektrische voertuigen moet Volkswagen naar verwachting 100.000 werknemers ontslaan en de helft van de modellen schrappen. Nadat het Nederlandse VDL Nedcar in Born eerder al succesvol de overstap maakte naar defensieproductie, volgt nu ook de fabriek in Osnabrück. Deze wordt omgebouwd tot een hightech centrum voor veiligheids- en defensietechnologie. Om banen te redden en meerdere Duitse Volkswagenfabrieken dreigen te moeten sluiten springt defensie handig in op ontstane impasse. In Osnabrück, waar momenteel alleen nog de T-Roc Cabriolet van de band rolt, stopt de autoproductie in 2027 definitief.
Volkswagen heeft een strategisch akkoord bereikt over de verkoop van de locatie. De fabriek komt in handen van het Israëlische investeringsbedrijf Aurelius Capital en de Duitse deelstaat Nedersaksen. De investeerder verwacht dat door deze deal naar verwachting 1.400 tot 1.800 van de 2300 banen behouden kunnen blijven. De fabriek zal in eerste instantie componenten en systemen gaan produceren voor het Israëlische defensiebedrijf Rafael, bekend van het Iron Dome-raketafweersysteem. De in Tel Aviv gevestigde investeringsmaatschappij is gespecialiseerd in defensietechnologie, cybersecurity en kritieke infrastructuur. Het fonds bundelt kapitaal met expertise uit de internationale veiligheids- en defensiesector en treedt in Osnabrück op als de drijvende kracht die de fysieke fabriekskennis koppelt aan defensiereus Rafael.
Deze onderdelen zijn direct bestemd voor de luchtverdediging van Duitsland en de rest van Europa. In Nederland kreeg vorig jaar VDL al een turnaround. Na het vertrek van grote autoklanten zoals BMW/MINI stond de fabriek in Born er erg slecht voor. De locatie werd getransformeerd in een multifunctionele hub waar militaire voertuigen worden geproduceerd in samenwerking met het Duitse defensieconcern Rheinmetall. Deze strategische omschakeling naar defensie, gecombineerd met orders voor de chipmachinegigant ASML, heeft ervoor gezorgd dat de fabriek in Born na jaren van zware verliezen kon voortbestaan.
De transitie van zowel VDL als Volkswagen is het gevolg van de dreiging vanuit Rusland. Door de toenemende internationale spanningen eisen de EU en de NAVO dat lidstaten en NAVO leden minder afhankelijk worden van buitenlandse toeleveringsketens en de eigen defensiecapaciteit drastisch opschroeven. De aanwezige infrastructuur, de nauwkeurige productieprocessen en de hoogwaardige expertise van het fabriekspersoneel in de autosector blijken perfect bruikbaar voor de complexe assemblage van militaire goederen. Wat begint in Osnabrück, zou zomaar een blauwdruk kunnen zijn voor andere kwakkelende Volkswagen-locaties in Emden, Zwickau of Hannover. De een z’n dood is de ander z’n brood.

- De Hypotheker in de etalage
De Hypotheker staat opnieuw voor een wisseling van eigenaar. De Franse private equity investeerder BlackFin Capital Partners zou zakenbank Aperghis & Co hebben ingeschakeld om een koper te vinden voor zijn belang in De Hypotheker.
Met 195 vestigingen is De Hypotheker de grootste onafhankelijke hypotheekadviesorganisatie van Nederland. De formule werkt grotendeels met franchisenemers, die vanuit de centrale organisatie worden ondersteund.De onderneming kwam in 2021 in handen van BlackFin. De Franse investeerder verkreeg via BlackFin Holding en BlackFin Financial Partners de zeggenschap over Blauwtrust Groep. De Autoriteit Consument & Markt bevestigde destijds dat BlackFin Financial Partners een portfoliobedrijf is van BlackFin Financial Services Fund III, een Frans private equityfonds dat wordt beheerd door BlackFin Capital Partners.
De Hypotheker maakte op dat moment deel uit van Blauwtrust Groep. Binnen die groep waren ook andere ondernemingen actief in de hypotheekmarkt, waaronder Quion. De verschillende activiteiten zijn inmiddels verder van elkaar gescheiden. De Hypotheker is losgemaakt van de groep, omdat de activiteiten volgens de berichtgeving onvoldoende op elkaar aansloten.
Volgens bronnen uit de financiële sector wordt voor De Hypotheker gerekend op een brutobedrijfsresultaat, oftewel EBITDA, van ten minste 25 miljoen euro. Op basis daarvan zou de onderneming volgens een bankier ongeveer 250 miljoen euro waard kunnen zijn. Die waardering is vooralsnog een marktinschatting en geen door De Hypotheker of BlackFin bevestigde verkoopprijs.
Private equitypartijen worden gezien als de meest waarschijnlijke potentiële kopers. Volgens Raj Singh, eigenaar van concurrent Hypotheek Visie, bestaat er vooral belangstelling vanuit investeerders in Londen.
Voor BlackFin zou een verkoop ongeveer vijf jaar na de investering een logisch moment kunnen zijn om rendement op de investering te realiseren. Het fonds stapte in 2021 in via de overname van Blauwtrust Groep en kreeg daarmee de controle over verschillende activiteiten binnen de Nederlandse hypotheekmarkt.
Bij een eventuele verkoop gaat het overigens niet om de verkoop van 195 afzonderlijke hypotheekadvieskantoren. De Hypotheker werkt met franchisenemers en de vestigingen hebben hun eigen ondernemingsstructuur. Het belang van de investeerder bevindt zich bij de centrale organisatie en de daarboven liggende holdingstructuur.
De mogelijke verkoop is daarmee vooral een transactie rond de centrale onderneming en de exploitatie van de formule. De uiteindelijke koper krijgt daarmee toegang tot een landelijk netwerk van hypotheekadviseurs en een gevestigde merknaam in de Nederlandse hypotheekmarkt.

Eigenaar BlackFin is de toonaangevende private equity-fondsbeheerder, met een hoofdkantoor in Parijs, die zich richt op financiële diensten in continentaal Europa, met ruim € “4 miljard aan kapitaal dat is opgehaald via buy-out- en venture-fondsen. Met het hoofdkantoor gevestigd in Parijs, heeft BlackFin geïnvesteerd in meer dan 100 Europese bedrijven in de financiële dienstensector, waaronder verschillende investeringen in de vermogensbeheer- en asset managementsector, zoals Primonial, Cyrus en Olifan (drie grote vermogensbeheerders in Frankrijk), Kepler Cheuvreux, Nortia, Bonnfinanz, Consultim, Aestiam, Fokus en Fundrock. BlackFin is sinds 2014 actief in de Benelux en heeft uitgebreide ervaring in de financiële dienstensector in Nederland, met verschillende investeringen zoals OpGroen (afsplitsing van Aon’s persoonlijke verzekeringsmakelaardij in Nederland), Carbon Equity (alternatief investeringsplatform gericht op impactinvesteringen), de groene investeringsclub, die onder leiding staat van Jacqueline van den Ende (tevens Quote-columnist), haalde 100 miljoen euro op voor haar tweede fonds. Carbon Equity investeert niet zelf, maar belegt als ‘fund of funds’ in een handvol private equity- en venture capitalfondsen in 150 tot 200 snelgroeiende bedrijven actief in onder meer groene waterstof, batterijtechnologie, bioplastics en nieuwe eiwitten.
- Water naar zee dragen
Uit een grootschalige inventarisatie van het Pesticide Action Network (PAN) Europe blijkt dat bij 34 van de 36 geteste kraanwatermonsters uit elf Europese landen (94 procent) meetbare sporen zijn aangetroffen van trifluorazijnzuur (TFA). De gemiddelde concentratie bedroeg 740 nanogram per liter, maar de waarden verschilden sterk per monster. Ook het RIVM adviseert na nieuw onderzoek in 2026 dat waterbeheerders maatregelen moeten nemen tegen de te hoge concentraties aan Bromaat, Dibroomazijnzuur, Lithium, N,N-dimethylsulfamide en Trichloorazijnzuur. Er worden volgens het RIVM ook steeds meer nieuwe chemicaliën in oppervlaktewater aangetroffen.
Milieuorganisatie PAN Europe en de Europese drinkwaterbedrijven pleiten, tegen de wil van een invloedrijke lobby die PFAS juist wil behouden, al langer voor maatregelen om te voorkomen dat er nog meer PFAS in het grond- en oppervlaktewater terechtkomen.
De Kaderrichtlijn Water (KRW) vereist dat uiterlijk in 2027 in heel Europa de kwaliteit van alle wateren zowel chemisch (schoon) als ecologisch (gezond) op orde moet zijn. De KRW verplicht lidstaten van de Europese Unie ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het oppervlaktewater waar drinkwater van wordt gemaakt, niet achteruit gaat. Dat betekent dat het water zó schoon moet zijn dat alleen een eenvoudige zuivering nodig is om er drinkwater van te maken.
Nederland ligt hierbij nog steeds niet op schema en slechts 1 procent van ons water voldoet aan de doelstelling. Officiële rapportages spreken van circa 80-83 % van de individuele doelen die wél gehaald worden. Dit betekent echter niet dat 80% van de waterlichamen “goed” is. Als één parameter niet voldoet, voldoet het betreffende waterlichaam niet aan de doelstelling. Nederland presteert het slechtst van alle EU-lidstaten.Nederland voldoet niet aan KRW-doelen en kan bij nalatigheid door de Europese Commissie in gebreke worden gesteld, inclusief juridische procedures. De KRW vormt het wettelijke kader dat de 2027 deadlines afdwingt en dat zijn geen vrijblijvende richtlijnen, maar bindende verplichtingen met toezicht en sancties vanuit EU-niveau. Als Nederland volgend jaar nog steeds onvoldoende presteert kan het Hof van Justitie voor miljoen euro’s aan sanctie opleggen, afhankelijk van hoe ernstig en structureel de tekortkomingen zijn. De Europese Commissie startte reeds een inbreukprocedure tegen Nederland wegens slechte uitvoering van de KRW.
De gevaren:
De restlozing van drugs- en medicijnresten neemt ondertussen nog steeds toe, evenredig met de vergrijzing en bevolkingsaanwas. Ook PFAS en Melamine blijven een probleem. Waterbedrijven hebben moeite met zuivering en risico’s voor drinkwaterkwaliteit nemen nog elke dag toe. Milieuproblemen, zoals troebel water en algen, vragen om extra financiële middelen. Ook industrieel microplastic in de Rijn is een groot probleem. Watersystemen staan bovendien onder druk door droogte, verzilting en groeiende watervraag. Bij geothermie ontstaan zorgen over drinkwaterkwaliteit. Rapporten waarschuwen voor medicijnresten en benzeen in drinkwater.
In Noord-Holland verbruiken de vestigingen van Google en Microsoft in de Wieringermeer enorme hoeveelheden drinkwater voor koeling, oplopend tot tien miljoen kubieke meter per jaar bij verdere uitbreiding.
Het water wordt behandeld met chemicaliën als Biociden (chloor en broom) om het koelsysteem te beschermen en bacteriën te doden. Corrosie-inhibitoren als fosfaten en nitrieten moeten aantasting van metalen voorkomen en schaalremmers zoals polyacrylaten moeten kalkafzetting beperken. Na gebruik wordt het opgewarmde koelwater echter geloosd op sloten en vaarten inclusief de verhoogde concentraties zout en resten van deze stoffen.De grootste risico’s voor de KRW liggen op het gebied van nutriënten (mest) en gewasbeschermingsmiddelen. Het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn moet eind dit jaar stappen zetten in de goede richting voor wat betreft nutriënten. Verder lijkt de kwaliteit van het oppervlaktewater als het gaat om opkomende stoffen achteruit te gaan. Het RIVM adviseert daarom om er zo min mogelijk stoffen in te lozen.
Het realiseren van een nieuwe drinkwaterwinning duurt gemiddeld 10 tot 15 jaar. Procedures lopen vast door stikstofproblematiek, MER-rapportages en juridische bezwaren van omwonenden of de landbouwsector.
Drinkwaterwinningen concurreren om schaarse ruimte met woningbouw, energietransitie (zoals bodemenergie/WKO) en landbouw. Ook drinkwaterbedrijven lopen op diverse plekken vast doordat er geen tijdelijke of extra stroomaansluitingen beschikbaar zijn voor nieuwe pompstations en zuiveringsinstallaties. Vewin dringt bij het Rijk aan op een expliciete wettelijke prioriteringspositie voor drinkwaterwinningen boven andere ruimtelijke claims (het toekennen van een zwaarwegend maatschappelijk belang).Rijk en drinkwaterbedrijven zetten in op bewustwording en een reductie van het gemiddelde drinkwaterverbruik per persoon per dag (streefdoel 100 liter per dag in 2035). Diverse drinkwaterbedrijven (zoals Vitens, PWN en Brabant Water) hebben aangegeven dat er op korte termijn (richting 2026–2030) in bepaalde regio’s al sprake kan zijn van leveringsrisico’s bij het aansluiten van nieuwe woningbouwprojecten of bedrijven, als vergunningtrajecten niet versneld worden.
Het actieprogramma dat bijna twee jaar geleden werd opgesteld door het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin), in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft tot op heden geen echte oplossingen geboden om de geraamde tekorten van ruim 100 miljoen kubieke meter drinkwater per jaar rond 2030 te overbruggen. Het overkoepelende signaal van de uitvoerders (IPO en Vewin) blijft echter dat zonder versnelde vergunningverlening, wettelijke voorrang in ruimtelijke ordening en betere bronbescherming, het risico op regionale leveringsproblemen rond 2030 reëel aanwezig blijft.
Oppervlaktewater dat wordt gebruikt voor de productie van drinkwater, bevat lithium dat nauwelijks tot niet wordt verwijderd. Zolang de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater blijvend wordt aangetast door een combinatie van al deze stoffen en het behalen van de KRW richtlijnen geen prioriteit heeft is er weinig hoop op een toekomst met echt veilig drinkwater en blijft het water naar zee dragen.
- AI en de bonenstaak
De historische groei van Artificial Intelligence (AI) vertoont een opvallende gelijkenis met het klassieke sprookje van Jaap en de bonenstaak. Wat begon als een handvol theoretische ‘magische bonen’, is in recordtempo uitgegroeid tot een technologische reuzenplant die rechtstreeks tot in de digitale wolken (de cloud) reikt.
Net als in het sprookje brengt deze exponentiële groei zowel ongekende schatten als grote risico’s met zich mee. Terwijl het AI-gebruik op de werkvloer explodeert en er miljardeninvesteringen in datacenters nodig zijn, blijkt het bewaken van de kwaliteit ervan een hardnekkige uitdaging.
De wereldwijde investeringen in datacenters zullen de komende jaren blijven toenemen door de groeiende AI-vraag. Volgens internationaal onderzoek van PwC kan het totale investeringsbedrag hiervoor in 2050 uitkomen op 31,6 biljoen dollar, oftewel meer dan 27.000 miljard euro. De verwachting van PwC is gebaseerd op gegevens uit een eigen Global Data Centre Outlook. PwC sluit niet uit dat het bedrag nog groter uitvalt, omdat AI-toepassingen nog sneller groeien dan was voorzien.
AI-chatbot ChatGPT heeft in mei naar schatting de grens van 1 miljard maandelijkse actieve app-gebruikers gepasseerd. De chatbot heeft er ongeveer drie jaar over gedaan om dit aantal te halen. Daarmee groeit ChatGPT sneller dan de apps van TikTok, Instagram, YouTube en Google Maps. China zit ondertussen ook niet stil en investeert de komende vijf jaar bijna 300 miljard dollar in de bouw van nieuwe datacenters. De investering is onderdeel van China’s economische strategie om de positie van het land in de wereldwijde AI-race te versterken.
Het geld dat de komende decennia met AI-datacenters gemoeid zal zijn, kan mogelijk zelfs hoger zijn dan de totale omvang van de Amerikaanse economie, die een waarde heeft van circa 30 biljoen dollar. De PwC-onderzoekers denken dat het meeste investeringsgeld naar datacenters in de Verenigde Staten zal gaan, met een bedrag van ruim 15 biljoen dollar. Daarna volgen Azië (8,2 biljoen dollar), Europa (5,6 biljoen dollar) en het Midden-Oosten en Afrika, met lagere investeringen. Het grootste deel van die mega-investeringen zal gaan naar chips en upgrades van apparatuur die nodig zijn voor datacenters om de grote rekenkracht te blijven leveren voor AI. Een belangrijke voorwaarde voor waar de investeringen plaatsvinden, is dat er voldoende en betaalbare stroom en koelwater voorhanden zijn.
De EU heeft op 30 juli 2026 de aanbesteding uitgeschreven voor de bouw van zeven AI-gigafabrieken. De gigafabrieken werden al in het voorjaar van 2025 aangekondigd, met als wens de technologische onafhankelijkheid van de EU te vergroten. Er staan al AI-fabrieken in de EU, maar de nieuwe gigafabrieken moeten met 100.000 AI-chips vier keer zo groot worden. Zo worden het een soort supercomputers waarop AI-modellen op grote schaal kunnen worden ontwikkeld en getraind. De Commissie verwacht dat de bouw van de zeven gigafabrieken 30 miljard euro zal kosten. Daarvan zal 10 miljard komen uit EU- of nationale budgetten. Brussel hoopt op 20 miljard euro aan private investeringen.
Volgens recent onderzoek gebruikt 84 procent van de zzp’ers AI (Artificial Intelligence) bij hun werkzaamheden en de helft van hen gebruikt het zelfs dagelijks. In finance en zakelijke dienstverlening ligt het gebruik met 89 procent zelfs nog hoger. 71 procent gebruikt AI voor schrijven, 64 procent voor het zoeken naar informatie of onderzoek en 36 procent voor data-analyse. 20 procent gebruikt AI om terugkerende taken te automatiseren. Gebruikers zijn positief over de snelheid, maar vaak naïef over de kwaliteit. De gemiddelde waardering van alle gebruikers is een 6,9, en dagelijkse gebruikers geven zelfs een 7,8. 63 procent betaalt voor de AI-tools en geeft daar maandelijks tussen de tien en twintig euro aan uit. Het hoge percentage baart zorgen over controle en vertrouwelijkheid. Fouten die AI maakt, worden regelmatig niet tijdig ontdekt, ondanks dat 64 procent zegt het resultaat te controleren. De AI Act schuift organisaties een duidelijke verantwoordelijkheid toe: zij zijn niet alleen gebruiker van AI, maar óók de toezichthouder. Dat betekent dat je als bedrijf precies moet weten welke AI je inzet, wat die doet en welke risico’s daaraan verbonden zijn.
Boven in de wolken blijkt de AI-reus onvoorspelbaar. Hoewel 64 procent zegt de resultaten te controleren, worden fouten regelmatig niet tijdig ontdekt. Dit leidt tot grote zorgen over de controle en vertrouwelijkheid. Zelfs de absolute wereldtop gaat hierbij pijnlijk de mist in:
Vier rapporten van PwC, die bedoeld waren om nieuwe klanten uit het Midden-Oosten binnen te halen, bleken vol te staan met voetnoten die verwezen naar niet-bestaande artikelen. De rapporten gingen nota bene over AI. De adviesrapporten stonden vol met AI-hallucinaties omdat ze grotendeels met AI waren geschreven. Er werden valse of niet-bestaande bronnen aangehaald, zoals een onderzoek van MIT over kunstmatige intelligentie in overheidsdiensten en een verzonnen academisch paper over luchtkwaliteit in Riyadh. Verder bleken voetnoten niet chronologisch en stonden er onjuiste citaten in. De afgelopen jaren voorziet juist PwC veel bedrijven van advies rondom AI. Samen met de andere Big Four-kantoren proberen zij medewerkers en klanten te stimuleren om de technologie te implementeren. Daarmee raakt het debacle een gevoelige snaar: juist PwC gaat zelf op deze manier de mist in.
Ook Deloitte ging al in de fout en moet de Australische overheid 440.000 Australische dollar terugbetalen vanwege fouten in een rapport voor het Australische Department of Employment and Workplace Relations. Een academicus van de Universiteit van Sydney ontdekte fouten, onjuiste verwijzingen, incorrecte citaten en verwijzingen naar niet-bestaande rapporten, waaronder vermeende publicaties van hoogleraren aan de universiteiten van Sydney en Lund (Zweden). Een woordvoerder van het Australische ministerie verklaarde tegenover Britse media dat Deloitte heeft erkend dat sommige referenties en voetnoten onjuist waren. De zaak roept vragen op over de betrouwbaarheid van AI-gegenereerde inhoud in professionele rapportages en de verantwoordelijkheid van adviesbureaus bij het waarborgen van kwaliteit.
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken toonde op een grote aidsconferentie in Brazilië een door AI gegenereerde afbeelding waarop zes Afrikaanse landen op hele vreemde posities werden afgebeeld. Zelfs de vorm van de landen was niet juist, waardoor het een beschamend vreemde vertoning werd. Zeker gezien het onderwerp en het feit dat de landkaart aan belangrijke mensen in de gezondheidszorg werd getoond. Juist ook uit Afrika. Dan is het extra vervelend dat Mozambique naar de Hoorn van Afrika was verplaatst, Ivoorkust in het zuiden van het continent lag en Nigeria niet meer aan zee lag. Uganda was een stuk kleiner op de kaart getekend, maar kwam er beter af dan Kameroen, dat helemaal niet op de kaart stond, maar wel in de legenda werd vermeld.
In het sprookje hakte Jaap de bonenstaak om toen het gevaar te groot werd. Voor AI is dat te laat; de technologie is te diep geworteld en niet meer te stuiten. Strikte regulering moet ervoor zorgen dat de AI-reus niet valt. Er gelden sinds augustus daarom niet voor niets nieuwe verplichtingen vanuit een Europese AI-verordening (AI Act). Bedrijven en organisaties die AI inzetten, moeten in verschillende situaties duidelijk maken wanneer mensen met kunstmatige intelligentie communiceren of wanneer bepaalde AI-gegenereerde content wordt gebruikt. Voor veel organisaties is dit een goed moment om hun AI-toepassingen te evalueren en te inventariseren. Niet alleen de techniek, maar ook de manier waarop AI aan gebruikers wordt gepresenteerd, moet voldoen aan de nieuwe Europese regels. Laten we dus vooral hopen dat de bonenstaak niet sneller groeit dan ons gezonde verstand.
- Vastgoedmarkt staat voor massale herfinancieringsgolf
Vastgoedeigenaren moeten de komende jaren een enorme hoeveelheid lopende leningen herfinancieren. Vooral beleggers die destijds hun commercieel vastgoed op het hoogtepunt met veel vreemd vermogen en een lage rente hebben gefinancierd, kunnen in de problemen komen.
De cumulatie van gestegen rentes, aanhoudende leegstand en opgelopen operationele kosten maakt herfinancieren bij traditionele banken extreem lastig. Voor grote, professionele vastgoedbeleggers vormt deze combinatie van hogere financieringskosten en gedaalde vastgoedwaarderingen een serieuze bedreiging.
Waar banken zich risicomijdend terugtrekken uit delen van de markt, ontstaat juist een opening voor particuliere kredietverstrekkers.
Deze private kredietverstrekkers zullen echter zeer kritisch kijken naar de risico’s. Hun voorkeur gaat primair uit naar vastgoed van hoge kwaliteit (prime real estate) met stabiele huurinkomsten en een solide financieringsstructuur. Objecten met een hoge leegstand, een zwak businessplan of een forse verduurzamingsopgave staan bij hen achterin de rij. De markt biedt ook kansen voor gespecialiseerde private lenders bij vastgoed dat tijdelijk extra kapitaal nodig heeft in de vorm van een overbruggingslening, een herstructurering of gerichte financiering voor verduurzaming.De belangstelling voor private credit groeit dan ook hard. Volgens cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB) hadden Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars eind 2025 gezamenlijk maar liefst 276 miljard euro aan private assets uitstaan (exclusief specifieke vastgoed- en hypotheekcategorieën). Vooral verzekeraars hebben hun aandeel in private credit de afgelopen jaren fors opgeschroefd om te profiteren van de aantrekkelijke premies op illiquide leningen.
Eind 2025 bezaten Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars samen 276 miljard euro aan private assets (exclusief vastgoedleningen en woninghypotheken).
Het aandeel private assets in de totale beleggingsportefeuille bij verzekeraars steeg van 14% in 2021 naar 22% in 2025 (ongeveer 47 miljard euro).
De pensioenfondsen bezitten zo’n 229 miljard euro van het vermogen. Zij zagen een stijging van 21% naar 23%).
Pensioenfondsen richten zich binnen private assets voornamelijk op private equity, terwijl verzekeraars zich richten op private credit (niet-beursgenoteerde schuld/onderhandse leningen).Hoe deze marktverhoudingen in de praktijk uitpakken, bleek recent bij Vesteda, de grootste commerciële woningbelegger van Nederland met zo’n 28.000 woningen (portefeuillewaarde ca. 10,8 miljard euro). Het fonds, dat vrijwel volledig wordt gefinancierd door Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars, werd begin maart geconfronteerd met een indicatieve golf van terugkoopverzoeken ter waarde van 4,1 miljard euro. Beleggers wilden kapitaal vrijmaken vanwege opgelopen woningwaarden en veranderde fiscale regels. Om een acute liquiditeitscrisis en overhaaste uitverkoop van vastgoed te voorkomen, gaven investeerders het fonds financiële ademruimte. Het definitieve redemptievolume werd teruggebracht naar 765 miljoen euro. Bovendien werden de fondsvoorwaarden versoepeld. In plaats van een rigide zevenjaarlijkse uitstapmogelijkheid faciliteert Vesteda uitstroom nu via een geleidelijk, jaarlijks proces op best effort-basis. Zo houdt het fonds de nodige liquiditeitsruimte om ook de komende jaren alsnog lopende leningen en obligaties tijdig te herfinancieren.
DNB meldt dat de blootstelling van verzekeraars aan private credit tussen 2021 en 2025 groeide van 12,8 miljard naar 17,5 miljard euro. (een stijging van ruim 36%). DNB stelt dat private credit en private assets zorgen dat de economie en vastgoedmarkt minder afhankelijk worden van traditionele banken, maar waarschuwt tegelijk voor illiquiditeit, het ontbreken van dagelijkse beurskoersen (waardoor afwaarderingen pas laat zichtbaar worden) en een gebrek aan transparantie over de exacte onderliggende risico’s. DNB werkt daarom aan scherper toezicht en betere stresstesten voor deze categorie. De weerbaarheid van veel private assets is in hun huidige omvang immers nog niet getest gedurende een neergaande markt of recessie.
- Westnijlvirus bij paarden en mensen
In Europa zijn het afgelopen muggenseizoen in 15 landen 1.086 officiële besmettingen met het Westnijlvirus geregistreerd. Het gaat hierbij alleen om besmettingen die mensen binnen Europa opliepen; mensen die besmet raakten buiten Europa zijn niet meegeteld. In Italië waren 516, in Griekenland 284, in Spanje 88 en in Nederland 9 besmettingen.
In Nederland werden 9 personen besmet met het Westnijlvirus. Een van hen was een 39-jarige vrouw uit Amstelveen die het virus begin september opliep en die hierdoor een hersenvliesontsteking heeft gekregen. Een 75-jarige man in Utrecht, met onderliggende problemen overleed aan de gevolgen.
Bij een paard in het Zuid-Hollandse Schipluiden is het westnijlvirus (WNV) vastgesteld. De melding werd op 4 augustus 2026 gedaan bij de Wereldorganisatie voor Diergezondheid (WOAH) en werd bevestigd door Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Kort daarna bleken nog vier paarden in Zuid-Holland (tussen Rotterdam en Den Haag) en een paard ten zuiden van Nijmegen besmet te zijn. Begin augustus werd het virus daarnaast aangetroffen bij een jonge grasmus in Utrecht en in een verzamelmonster van muggen. De besmettingen kwamen aan het licht dankzij de syndroomsurveillance van Royal GD en WBVR, waarmee de introductie en verspreiding van het virus onder paarden in Nederland nauwkeurig wordt gevolgd. Er worden momenteel nog meer paarden onderzocht.
Het westnijlvirus werd in 2020 voor het eerst in Nederland vastgesteld bij een mens. In het najaar van dat jaar raakten in totaal acht mensen besmet in de regio’s Utrecht en Arnhem. Bij paarden werd het virus in 2025 voor het eerst in Nederland aangetoond (bij twee paarden in Berkel en Rodenrijs). Eerder ging het steeds om paarden die het virus in het buitenland hadden opgelopen. Sinds 2020 is er in Nederland geen enkele menselijke besmetting meer gemeld, maar begin augustus overleed een vrouw uit Drenthe waarschijnlijk ook door een besmetting met het Westnijlvirus, aldus GGD Drenthe. Zij liep de besmetting op tijdens een vakantie in Zuidoost-Europa en kreeg daar ook voor het eerst klachten.
In delen van Europa neemt het aantal infecties echter snel toe. Vooral in Griekenland is er een scherpe stijging: daar zijn inmiddels 21 besmettingen bij mensen bevestigd, waarvan 14 in de eerste week van augustus 2026. Opvallend is dat 20 van deze patiënten een ernstige, neuro-invasieve vorm van de ziekte ontwikkelden, zoals encefalitis of meningitis; 13 mensen liggen nog in het ziekenhuis. Italië meldde eveneens 21 gevallen bij mensen, verspreid over 17 regio’s. Daarnaast zijn er lokale besmettingen vastgesteld in Noord-Macedonië (2), Roemenië (2) en Spanje (2). De transmissieperiode is pas net begonnen; de meeste infecties worden doorgaans tussen juli en september gezien. Volgens WHO-directeur Hans Henri Kluge zorgen hogere temperaturen en langere zomers ervoor dat muggen zich sneller verspreiden en langer actief blijven.
Het Westnijlvirus wordt verspreid door trekvogels en via de beet van een besmette mug overgedragen op mensen en paarden. In Europa gebeurt dit vooral door gewone steekmuggen (Culex pipiens), die het virus oplopen door te voeden op geïnfecteerde vogels.
Zowel mens als paard geldt als een ‘eindgastheer’: ze kunnen wel besmet raken, maar dragen het virus niet verder over op andere muggen, mensen of dieren. Een besmetting bij een paard is wel een belangrijk signaal dat het virus in de buurt circuleert. Een verdenking bij paarden moet dan ook direct worden gemeld.
De meeste infecties verlopen mild. Bij ongeveer één op de vijf besmette paarden treden symptomen op. Bij mensen ontwikkelt ongeveer 1 op de 150 patiënten een levensbedreigende neurologische aandoening.Voor mensen is er geen vaccin beschikbaar en evenmin een specifieke antivirale behandeling. Voor paarden – die vatbaarder zijn voor de ziekte dan mensen – is er wel een vaccin beschikbaar. Na vaccinatie duurt het vier tot zes weken voordat er voldoende bescherming is opgebouwd. Met circa 60 euro is dit vaccin wel wat prijziger dan bijvoorbeeld een influenzavaccin, dat iets meer dan de helft kost.
- Vakantieparken Massa is Kassa onder de hamer
Peter Gillis is de eigenaar van de Oostappen Groep Vakantieparken, een onderneming die verblijfsaccommodaties, kampeerplaatsen en jachthavenplekken verhuurt voor zowel korte vakanties als seizoensverblijven. Een aantal parken is ook toegankelijk voor dagrecreatie. Sinds 2015 verhuurde de Oostappen Groep ook delen van locaties aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in Nederland en Fedasil in België voor de opvang van vluchtelingen.
In 1986 kocht Peter Gillis in Asten zijn eerste park: Vakantiepark Strandbad Oostappen, vernoemd naar de nabijgelegen buurtschap Oostappen. Bij de aankoop telde het 50 hectare grote terrein (waarvan 10 hectare water) 300 vaste en 200 toeristische standplaatsen. Anno 2012 bevonden zich op dit terrein dat inmiddels is omgedoopt tot Vakantiepark Prinsenmeer, 1.700 plaatsen, variërend van vaste en toeristische plekken tot verhuurchalets en -caravans.
In 1998 kocht Gillis zijn tweede park (Park Blauwe Meer in Lommel, België). In 2000 nam hij Vakantiepark Droomgaard (Kaatsheuvel) en Vakantiepark Brugse Heide (Valkenswaard) over. In 2002 volgden Park Hengelhoef (Houthalen, België) en Vakantiepark Elfenmeer (Herkenbosch), en in 2004 Vakantiepark De Berckt (Baarlo). In datzelfde jaar kocht hij een kantoorpand in Asten voor het hoofdkantoor. In 2005 volgden Vakantiepark Arnhem en Park Parelstrand (Lommel). In 2010 werd Vakantiepark Zilverstrand in Mol (België) overgenomen, in 2012 Vakantiepark Riviera Beach (Biddinghuizen) en in 2013 Vakantiepark Marina Beach (Hoek), inclusief het subtropisch zwemparadijs Aquadome Scheldorado.
Zo groeide de Oostappen Groep uit tot een keten van twaalf parken in Nederland en België, met in totaal vijftienduizend slaapplaatsen en een jaaromzet van ongeveer 45 miljoen euro.
In 2018 werden Riviera Beach en Zilverstrand verkocht aan EuroParcs. Nadat de gemeente Loon op Zand de Oostappen Groep meerdere boetes had opgelegd wegens het illegaal huisvesten van arbeidsmigranten op Vakantiepark Droomgaard, legde de gemeente in maart 2019 conservatoir beslag op het park. Later in 2019 werd ook Droomgaard aan EuroParcs verkocht. Vakantiepark Elfenmeer in Herkenbosch werd gesloten nadat de gemeente Roerdalen in 2015 het erfpachtcontract niet verlengde omdat het park in verval was geraakt. Oostappen bleef wel eigenaar van 9 hectare aanpalende grond met voornamelijk bungalows.
Op 5 december 2019 werd voor Vakantiepark Marina Beach in Hoek een intentieovereenkomst gesloten met Braakmaneiland Projectontwikkeling B.V. van voormalig makelaar Piet van Alten. De verkoop zou Oostappen 61,28 miljoen euro opleveren, een flinke stijging ten opzichte van de aankoopsom van 5,5 miljoen euro in 2013. Van Alten wilde het park niet zelf exploiteren, maar de exploitatie uitbesteden aan een internationale speler. De deal sleepte echter jaren voort omdat Van Alten de financiering niet rond kreeg en investeerders zich terugtrokken na invallen van de opsporingsdiensten. In juli 2023 werd de overeenkomst definitief ontbonden, waardoor het park in handen van Oostappen bleef. In 2020 kocht Gillis Slot Cranendonck in Soerendonk aan. Vanaf dat jaar waren de parken ook het decor van de realityserie Familie Gillis: Massa is Kassa op SBS6.
In 2019 doorzocht de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) meerdere parken en het hoofdkantoor in Asten. Er werden diverse overtredingen vastgesteld, waaronder illegale huisvesting van arbeidsmigranten en illegaal wapenbezit. Voor dat laatste feit legde de rechter begin 2020 vanwege bijzondere omstandigheden slechts een voorwaardelijke boete op.
In de jaren daarna stapelden de handhavingsacties zich op. In april 2023 voerde de gemeente Terneuzen samen met de politie opnieuw controles uit op Marina Beach ter controle van eerdere lasten onder dwangsom wegens illegale bewoning, brandonveiligheid en het huisvesten van arbeidsmigranten. Oostappen kreeg onder meer een dwangsom van 400.000 euro opgelegd en een eerdere dwangsom van 200.000 euro werd daadwerkelijk ingevorderd. Vakantiegangers klaagden steen en been over achterstallig onderhoud, schimmel, stankoverlast en gebrekkige hygiëne.
Ook op bestuurlijk vlak ging het mis. Het Landelijk Bureau Bibob adviseerde de burgemeesters van onder meer Asten, Cranendonck en Valkenswaard over vermoedens van fraude, valsheid in geschrifte en illegale praktijken. Hierop trokken de gemeenten de horeca- en exploitatievergunningen in of weigerden deze te hernieuwen. De rechter in Den Bosch oordeelde in juni 2025 dat het intrekken van deze vergunningen rechtmatig was, omdat er een ernstig gevaar bestond dat de parken gebruikt zouden worden voor het faciliteren van criminele activiteiten. De parken in Ommel (Prinsenmeer), Cranendonck en Valkenswaard (Brugse Heide) moesten daardoor definitief dicht.
Op strafrechtelijk vlak werd Gillis beschuldigd van het stelselmatig ontduiken van belastingen, het niet bijhouden van de administratie en het verzwijgen van meer dan 500.000 euro aan contante huurinkomsten. In april 2025 veroordeelde de rechtbank in Den Bosch Peter Gillis tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Ook zijn ex-vrouw en dochter, die werkzaam waren op het hoofdkantoor, kregen taakstraffen en voorwaardelijke celstraffen opgelegd. Allen gingen in vergeefs in hoger beroep. Talpa Network besloot de uitzendingen van Massa is Kassa niet te stoppen zolang de veroordeling niet onherroepelijk is.
In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2197 (dochter) legt het hof een taakstraf op van 240 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis, waarvan 40 uren voorwaardelijk, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van één jaar.
In de zaak ECLI:NL:GHSHE:2026:2196 (ex vrouw)legt het hof een taakstraf op van 180 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis, waarvan 40 uren voorwaardelijk, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van één jaar.
De opgelegde straffen komen in beide zaken overeen met de eis van de advocaat-generaal in hoger beroep. Ten opzichte van de rechtbank wijkt het hof in beide zaken af doordat de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van drie jaren vervalt en de proeftijd bij het voorwaardelijke deel van de taakstraf wordt bepaald op één jaar.
Op de sluiting van Vakantiepark Prinsenmeer volgde grote onrust. Recreanten mochten het park al sinds eind 2023 niet meer op. Voor de vaste bewoners volgden slepende procedures. Hoewel er al 25 jaar sprake was van gedogen, sommeerde Gillis de bewoners het park te verlaten. De gemeente Asten legde dwangsommen op van 50.000 euro per maand zolang er nog mensen woonden. Om de bewoners te dwingen te vertrekken, werden onder meer de slagbomen na 17:00 uur buiten werking gesteld. Gillis deed aangifte van huisvredebreuk, maar de politie ontruimde het terrein niet direct. Uiteindelijk bepaalde de rechter dat de laatste bewoners het park definitief moesten ontruimen.
Om zijn imperium te financieren ging Gillis in het verleden grote leningen aan. In mei 2020 leenden vastgoedfinanciers Bert en Cees van Maanen (bekend van Snelgeld.nu en Newfunding.nl), samen met investeerders Xander Hendriks en Arthur van Boxtel, 12,5 miljoen euro aan Gillis met Vakantiepark Prinsenmeer als onderpand. Dit geld was bedoeld om chaleteigenaren af te kopen zodat het park leeg opgezadeld kon worden voor verkoop. Daarnaast leenden zij hem 7,5 miljoen euro met Vakantiepark Marina Beach als onderpand.
In april 2023 herfinancierde Gillis deze gehele schuld bij M2R Invest, de investeringsmaatschappij van ondernemer Marc van Rooi (bekend van vleesverwerker Van Rooi Meat). Gillis leende hiervoor miljoenen euro’s tegen een hoog rentepercentage en gaf drie van zijn vakantieparken in onderpand.
Aangezien de parken niet meer geëxploiteerd mogen worden, de dwangsommen zich opstapelden en de afspraken uit de leningsovereenkomst niet werden nagekomen, heeft Marc van Rooi via M2R Invest de hypotheekrechten opgeëist. M2R Invest heeft opdracht gegeven om de parken Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg via een executieveiling te laten verkopen.
- Woningbouwambitie kabinet niet mogelijk zonder financieel sterke corporaties
BNG Bank heeft de Groene Lening Woningcorporaties geïntroduceerd om verduurzaming in de corporatiesector te versnellen. Corporaties die aan de duurzaamheidscriteria voldoen, ontvangen een eenmalige groene bonus. De lening is beschikbaar voor zowel WSW-geborgde als ongeborgde financiering en koppelt investeringen direct aan duurzaamheidsdoelen. Bij nieuwbouw gelden eisen voor energie-efficiëntie en het gebruik van duurzame materialen. Bij renovatie moet een woning minimaal twee energielabelstappen verbeteren en ten minste energielabel B bereiken. Het instrument bouwt voort op een eerdere pilot, waarin BNG samen met corporaties onderzocht hoe duurzame prestaties meetbaar en controleerbaar kunnen worden gemaakt.
De introductie van de welkome lening komt op een moment dat de woningmarkt onder grote financiële druk staat. Niet alleen kleine particuliere beleggers, maar ook institutionele beleggers trekken zich terug. Het aandeel van buitenlandse investeerders in nieuwe huurwoningen daalde van circa 30% naar 2%. Hoge rente, stijgende bouwkosten, strengere regelgeving en politieke onzekerheid remmen investeringen in nieuwbouw, onderhoud en verduurzaming.
Volgens berekeningen van Aedes en het ministerie van Volkshuisvesting lopen woningcorporaties tot 2034 gezamenlijk tegen een tekort van € 19,4 miljard aan. Hierdoor komen afspraken over de bouw van 30.000 sociale huurwoningen per jaar en de verduurzaming van 1,1 miljoen woningen onder druk te staan. Huurders ervaren hiervan de gevolgen, onder meer door achterstallig onderhoud en vocht- en schimmelproblemen.
De financiële problemen worden versterkt doordat de kosten sneller stijgen dan de huurinkomsten. Hogere rentelasten, beperkte ruimte voor huurverhogingen en fiscale lasten beperken de investeringsruimte van corporaties.
Aedes wijst daarbij vooral op de oplopende vennootschapsbelasting (Vpb) en de Europese ATAD-regels (Anti-Tax Avoidance Directive), die zijn bedoeld om belastingontwijking tegen te gaan. Volgens Aedes stijgt de Vpb voor corporaties van ruim € 700 miljoen nu naar circa € 1,5 miljard in 2029.
Door de uitvoering van de Nationale Prestatieafspraken moeten corporaties bovendien circa € 60 miljard lenen. Dat vergroot volgens Aedes de belastingdruk verder. De brancheorganisatie pleit daarom voor afschaffing van de Vpb voor woningcorporaties. Volgens Aedes kan dit ongeveer € 40 miljard aan extra investeringsruimte opleveren, goed voor circa 150.000 sociale huurwoningen.
Daarnaast noemt Aedes het principieel onlogisch dat maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk winstbelasting betalen. Ook stelt de brancheorganisatie dat de ATAD-regels niet voor woningcorporaties zijn bedoeld. Door de brede formulering van de wet, die de renteaftrek beperkt, vallen corporaties echter wel onder de regels.
Vanaf 2028 treedt een versoepeling van de ATAD-regels in werking. Daarmee kunnen corporaties naar schatting € 150 tot € 175 miljoen per jaar besparen. Volgens Aedes-voorzitter Liesbeth Spies biedt dit slechts ruimte om circa 22.000 extra woningen te bouwen. Dat bedrag is echter onvoldoende om de totale stijging van de Vpb, die volgens Aedes circa € 800 miljoen per jaar bedraagt, te compenseren.
De financiële positie van woningcorporaties raakt daarmee direct aan de woningbouwambities van het kabinet, dat de bouwproductie fors wil opvoeren. Juist nu corporaties een belangrijke rol moeten spelen bij het realiseren van extra sociale huurwoningen, dreigt hun financiële ruimte de komende jaren af te nemen. Volgens Aedes zijn daarom aanvullende maatregelen nodig. Zonder ingrepen in de Vpb komen de ambities voor extra woningbouw en verduurzaming verder onder druk te staan.
- Ontslagen bij de Nederlandse Bank
De Nederlandsche Bank (DNB) is de toezichthouder van banken, verzekeraars en andere financiële instellingen die in Nederland actief zijn. DNB heeft als opdracht: financiële stabiliteit en duurzame welvaart creëren. Ook zorgt DNB dat er voldoende schone en onbeschadigde eurobiljetten en -munten zijn. Verder beheert DNB de Nederlandse goudvoorraad, waarvan kort geleden circa 86 ton van de VS naar Canada naar Londen werd verplaatst. De president is de voorzitter van de directie van DNB. Die bestaat uit een president en vijf leden, die onder meer toezicht houden op banken, verzekeraars, pensioenfondsen. Van oudsher was de DNB-president ook verantwoordelijk voor het monetair beleid in Nederland, zoals bijvoorbeeld de rente. Maar sinds Nederland de gulden verruilde voor de euro, valt dat onder de verantwoordelijkheid van de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt.
Klaas Knot volgde in 2011 Nout Wellink op. Sinds 2010 mag een DNB-president niet meer dan twee termijnen aanblijven, oftewel: niet meer dan veertien jaar. Na zijn termijn van 2011 tot 2025 liet hij een rommelige erfenis achter met miljardenverliezen door ECB-rentebeleid, waarna Olaf Sleijpen het overnam. Klaas Knot wordt nu breed gezien als top kandidaat voor een hoge EU-functie bij de ECB. Christine Lagarde noemde hem in oktober 2025 expliciet geschikt als haar opvolger. Knot staat op de shortlist voor vicepresident (vacant per mei 2026) of zelfs ECB-president na Lagarde (einde 2027).
In 2024 leed DNB voor het eerst sinds 1931 een verlies van 3,2 miljard euro. Destijds kwam DNB onverwacht 30 miljoen gulden in het rood (omgerekend en gecorrigeerd voor inflatie 330 miljoen euro). Dat kwam doordat de Britse centrale bank de goudstandaard losliet en DNB met waardeloze Britse ponden bleef zitten.
Door 460 miljoen euro uit de reserves te halen (waar nu nog ruim elf miljard op staat), kon het nettoresultaat nog op nul uitkomen, maar de Nederlandse Staat kan voorlopig geen dividend meer verwachten. De kans dat DNB met een negatief financieel vermogen komt te zitten is niet ondenkbaar, zeker wanneer de huidige buffer van 11 miljard euro niet voldoende blijkt.
Intern kreeg DNB in 2022 met verschillende incidenten te maken. Er werden 51 integriteitsincidenten gemeld, tegenover 64 een jaar eerder. Van die 51 incidenten hadden er 16 betrekking op de regeling voor privébeleggingstransacties. Daarnaast waren er onder meer incidenten rond het zorgvuldig omgaan met informatie en datalekken. Lid van de Raad van Commissarissen Peter Blom moest in november 2022 zijn functie al neerleggen vanwege de commotie over de certificatenkwestie. Blom was benoemd door Wobke Hoekstra van het CDA. Lakeman diende samen met honderden gedupeerden een persoonlijke schadeclaim in tegen Blom en drie andere bestuurders. Beleggers van Triodos konden bijna drie jaar niet bij hun geld, omdat vlak na het uitbreken van de coronacrisis de handel in certificaten werd opgeschort. In totaal hadden bijna drieduizend certificaathouders circa 1 miljard euro aan beleggingen bij de bank uitstaan. Begin 2024 stapte na 5 jaar ook directielid en voorzitter Else Bos op.
Olaf Sleijpen volgde Klaas Knot (58) in juli 2025 op. Sleijpen (54) was al sinds 2020 lid van de directie van DNB. De Limburgse Sleijpen studeerde economie in Maastricht en Groningen en begon in 1993 bij DNB als econoom. Vanaf 2001 was Sleijpen vier jaar lang adviseur van Wim Duisenberg in zijn periode als president van de Europese Centrale Bank. Daarna werkte hij voor pensioenfonds ABP en pensioenuitvoerder APG.
Olaf Sleijpen is een van de leden van de Algemene Raad van de ECB. Hierin praten alle bij de ECB aangesloten nationale centrale banken meerdere keren per jaar over het rentebeleid van de ECB. Ook schuift hij aan bij overleg van andere internationale instanties, zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Hoewel DNB eigendom is van de Nederlandse Staat, is het een onafhankelijke instelling. Omdat het ministerie van Financiën als eigenaar elke nieuwe president van DNB benoemt, geldt het doorgaans wel als een soort politieke keuze. Zo schoof toenmalig minister Jan-Kees de Jager veertien jaar terug Lex Hoogduin opzij als voorkeurs kandidaat van DNB. Hij koos toen voor topambtenaar Klaas Knot.
Het verlies is onder andere te wijten aan de hoge ECB-rente, de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, de sanctie op Rusland en de pandemie. Het instituut was ook zelf meer geld kwijt aan banken die geld bij DNB stalden, terwijl de eerder massaal opgekochte obligaties niet meer opleverden. Ook de hogere rente heeft een flinke impact op de financiële huishouding van DNB. Voor de komende jaren worden nog miljardenverliezen verwacht. DNB verwacht zelf dat de verliezen aanhouden tot 2028 en dat dit de komende jaren wel kan oplopen tot 10 miljard.
Pas vanaf 2028 denkt Olaf Sleijpen, na een grondige reorganisatie weer winst te kunnen maken. Met de reorganisatie moet er 10 procent aan kostenbesparing komen. DNB telt nu circa 2.380 voltijdmedewerkers. Hiervan gaan er circa 290 van vervallen. De meeste banen zullen verdwijnen door natuurlijk verloop, maar gedwongen ontslagen zijn “onvermijdelijk”. “De DNB-directie heeft, na adviezen van de OR op de eerdere adviesaanvragen, definitieve besluiten genomen over de vorig jaar november aangekondigde reorganisatie en gaat nu over tot uitvoering daarvan. Het personeelsbestand moet hierdoor in 2030 uitkomen op ongeveer 2090 voltijdsbanen. DNB-medewerkers zijn begin september geïnformeerd over wat de plannen voor hen persoonlijk betekenen. De reorganisatie treft vooral IT, finance, HR en communicatie binnen DNB. De centrale bank voert de plannen door om kosten te besparen. De krimp van het personeelsbestand, minder externe inhuur en enkele andere besparingen tellen volgens DNB op tot een totale besparing van ruim 70 miljoen euro. De DNB-begroting is sinds 2020 fors gestegen, onder meer als gevolg van nieuwe wettelijke taken, een periode van hoge loon- en prijsinflatie, een noodzakelijke versterking van de IT-infrastructuur en de tijdelijke verhuizing van DNB en renovatie van het hoofdkantoor.
- 241.000 Chauffeurs spannen rechtszaak aan tegen Uber vanwege AI
241.000 Uber chauffeurs uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben via de stichting WIE International een claim ingediend vanwege het door AI gestuurde systeem dat bepaalt hoeveel chauffeurs per rit verdienen. Stichting WIE International eist dat Uber stopt met deze manier van betalen, die in strijd zou zijn met de privacywetgeving.
Sinds 2020 werkt Uber met een AI-systeem dat per rit beoordeelt hoeveel de chauffeur krijgt en wat de klant betaalt. Dit algoritme analyseert verschillende data en berekent zo per rit een persoonlijk bedrag. Het systeem kijkt onder meer naar de locatie, de drukte, eerdere geaccepteerde of geweigerde ritten, beoordelingsscores en het algemene gedrag van de chauffeur. Het blijft echter onduidelijk hoe het exacte bedrag tot stand komt doordat de prijsopbouw niet transparant is.
Inmiddels houdt Uber volgens de eisers zo’n 40 procent in plaats van 25 procent van de ritprijs in. Chauffeurs in Nederland stellen dat ze hierdoor sinds 2022 gemiddeld 7.500 euro per jaar mislopen, wat neerkomt op een daling van het uurloon met gemiddeld ruim 7 euro. Uit een recente studie van de University of Oxford en Stichting WIE blijkt dat het gemiddelde bruto-uurloon van chauffeurs sinds de introductie van ‘Dynamic Pay’ is gedaald van 22,20 naar 19,06 pond (van 25,80 naar 22,15 euro). Deze resultaten zijn gebaseerd op gegevens van 258 Britse chauffeurs die tussen 2016 en 2024 circa 1,5 miljoen ritten reden.
De claim stelt dat Uber onrechtmatig gebruikmaakt van geautomatiseerde besluitvorming om tarieven vast te stellen en dat chauffeursdata illegaal is gebruikt om AI-modellen te trainen. De eisers vorderen een schadevergoeding en een verbod op de huidige werkwijze.
Uber ontkent dat de ritprijzen worden aangepast op basis van het individuele gedrag van een chauffeur, of dat er gekeken wordt naar eerder geaccepteerde of geweigerde ritten. Volgens het bedrijf zorgt dynamische prijsstelling er juist voor dat minder aantrekkelijke ritten beter betalen, wat chauffeurs meer verdiencapaciteit geeft.
Mocht de claim toegewezen worden, dan kan de totale schadevergoeding oplopen tot in de miljarden euro’s.
Om uw privacy en de veiligheid van deze website optimaal te waarborgen, maken wij geen gebruik van een online contactformulier.
U kunt uw reactie of vraag direct en veilig sturen naar: redactie@bvs.nl.



Leave a Reply