Disclaimer & Auteursrecht – BVS
De inhoud van deze website en de bijbehorende blogs is uitsluitend bedoeld voor opiniërende, reflecterende en informatieve doeleinden. De teksten weerspiegelen de persoonlijke meningen en interpretaties van de auteur. De auteur geeft geen garantie wat betreft de volledige juistheid of actualiteit van de geboden informatie en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of gevolgen voortvloeiend uit het lezen, interpreteren of delen van de inhoud. Een deel van de teksten of citaten kan afkomstig zijn uit externe bronnen. Hoewel wordt gestreefd naar een zorgvuldige bronvermelding, kan BVS niet verantwoordelijk worden gehouden voor eventuele onjuistheden of inbreuken door derden. Door deze website te gebruiken, stemt u in met de inhoud van deze disclaimer. Alle materialen op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd. Reproductie, verspreiding of commercieel gebruik zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur of BVS is verboden.
Preventie en bestrijding van online seksueel misbruik
Uit recent onderzoek blijkt dat circa 60 procent van het in Europa gehoste kinderseksmisbruikmateriaal (CSAM) en bijna een derde van het wereldwijde totaal op servers in Nederland wordt aangetroffen. De hoge score van Nederland komt door de geavanceerde digitale infrastructuur van het land. Nederland huisvest veel datacenters en hostingbedrijven, waardoor zowel binnen- als buitenlandse partijen hier vaak hun diensten onderbrengen. Daarnaast wordt in Nederland, mede dankzij het Expertisecentrum Online Kindermisbruik (EOKM), relatief veel misbruikmateriaal gedetecteerd en gemeld. Op dit moment zijn hostingbedrijven en internetproviders in Nederland op grond van artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht verplicht om kinderseksmisbruikmateriaal te verwijderen zodra zij hiervan op de hoogte zijn.
Een actieve scanverplichting ontbreekt echter in de wet. Via het vrijwillige notice-and-takedown-protocol werken aanbieders samen om illegale content na melding snel te verwijderen, ondersteund door het EOKM. Er is echter geen wettelijke meldplicht naar opsporingsinstanties, noch een toezichtautoriteit die naleving structureel controleert. Opsporing en vervolging verlopen via het reguliere strafrecht, wat vaak tijdrovend is.Gezien de omvang en snelheid waarmee CSAM online circuleert, worden de huidige wettelijke kaders als onvoldoende beschouwd. Het kabinet zet daarom in op versterking van de nationale wetgeving, met onderzoek naar een wettelijke meldplicht en betere handhavingsmogelijkheden. Daarnaast ondersteunt Nederland de ontwikkeling van een EU-verordening die een meldplicht en onder strikte voorwaarden, detectieverplichtingen voor online platforms introduceert. Ook wordt de samenwerking met de hostingsector en de politie geïntensiveerd, onder meer via het EOKM, om snellere verwijdering en preventie van herpublicatie te bevorderen door het delen van digitale vingerafdrukken van misbruikmateriaal.
Op 19 december 2025 heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend om de interim derogatie op de ePrivacy-richtlijn, vastgelegd in Verordening (EU) 2021/1232, met twee jaar te verlengen tot 3 april 2028. Deze derogatie maakt het voor aanbieders van online nummeronafhankelijke communicatiediensten mogelijk om vrijwillig materiaal van seksueel kindermisbruik (CSAM) te detecteren, te rapporteren en te verwijderen. Zonder verlenging loopt de derogatie af in april 2026.
De verlenging is bedoeld om een leemte te voorkomen, aangezien de CSAM-Verordening, waarover eind 2025 een Algemene Oriëntatie is bereikt, niet tijdig in werking zal treden. De interim derogatie blijft een tijdelijke en afgebakende maatregel, met voorwaarden ten aanzien van proportionaliteit, betrouwbaarheid van technologie, minimale gegevensverwerking, directe verwijdering van materiaal en jaarlijkse rapportage door dienstverleners. Nederland zal 28 januari 2026 het voorstel tot verlenging van de tijdelijke derogatie steunen.
Het kabinet steunt de verlenging, omdat vrijwillige detectie een belangrijke rol speelt in de bestrijding van online seksueel kindermisbruik en de huidige praktijk hiermee kan worden voortgezet. Deze verlenging staat los van de CSAM-Verordening en vormt geen opmaat naar permanente detectie; zij dient uitsluitend om het beschermingsniveau tijdelijk te waarborgen.
Tegelijkertijd benadrukt het kabinet het belang van bescherming van grondrechten en privacy. Nederland blijft kritisch over de detectie van onbekend materiaal en grooming, waarvoor volgens het kabinet geen proportionele en betrouwbare technologie beschikbaar is.
De verplichte scanverplichting is nog niet ingevoerd. Het blijft bij vrijwillige detectie onder de interim-regels, en de nieuwe verordening bevat (voorlopig) geen algemene verplichting. Het dossier blijft echter gevoelig en de onderhandelingen lopen nog. Privacy en kinderbescherming botsen hier sterk en Nederland houdt een behoudende lijn.
De Franse autoriteiten, onder leiding van het Openbaar Ministerie van Parijs, voeren een strafrechtelijk onderzoek naar het onlineplatform X. Het onderzoek richt zich op de verspreiding van illegale inhoud, met name de productie en verspreiding van deepfakes, materiaal van seksueel kindermisbruik (CSAM) en inhoud die de ontkenning of bagatellisering van misdaden tegen de menselijkheid betreft.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door het parket van Parijs, met operationele ondersteuning van de cybercrime-eenheid van de Franse Gendarmerie (UNCyber) en in nauwe samenwerking met Europol. Op 3 februari 2026 hebben de Franse autoriteiten huiszoekingen gedaan bij de Franse kantoren van X. Europol heeft dit onderzoek actief ondersteund via haar Europees Centrum voor Cybercriminaliteit (EC3). Dit centrum leverde gespecialiseerde expertise op het gebied van cybercriminaliteit en stationeerde een analist ter plaatse in Parijs om de Franse teams bij te staan tijdens de actiedag.
Het onderzoek omvat een breed scala aan mogelijke strafbare feiten die verband houden met de werking van het platform en het gebruik ervan door derden. Hierbij gaat het onder meer om de facilitering of onvoldoende bestrijding van de verspreiding van illegale inhoud en andere vormen van online criminaliteit. Europol heeft aangegeven de Franse autoriteiten ook in de verdere fasen van het onderzoek te zullen blijven ondersteunen waar nodig. De zaak loopt in een bredere reeks onderzoeken naar platform X in Europa, waaronder eerdere procedures onder de Digital Services Act (DSA) van de Europese Commissie, die zich richtten op risico’s rond de AI-tool Grok en de verspreiding van gemanipuleerde seksueel expliciete beelden.
In een historische week voor de regulering van kunstmatige intelligentie heeft het Europees Parlement eind maart 2026 met een overweldigende meerderheid (569 tegen 45 stemmen) een amendement op de AI Act aangenomen dat een expliciet verbod instelt op AI-systemen die seksueel expliciete of intieme beelden van herkenbare echte personen creëren of manipuleren zonder toestemming.
Dit verbod richt zich specifiek op zogenaamde “nudifier”-tools en apps die kleding virtueel verwijderen. Systemen die over bewezen, effectieve veiligheidsmaatregelen beschikken om dergelijk misbruik te voorkomen, vallen buiten het verbod. De wetgeving volgt op maandenlange druk van NGO’s en slachtofferhulporganisaties na een wereldwijde golf van verontwaardiging rond de jaarwisseling van 2025/2026. Het AI-model Grok (onderdeel van het platform X) werd massaal misbruikt voor het genereren van niet-consensuele naaktbeelden van publieke figuren en minderjarigen. Dit schandaal fungeerde als de definitieve trigger voor Brussel om in te grijpen.
Onder de Digital Services Act (DSA) lopen inmiddels zware onderzoeken en boetes tegen platforms zoals X, die volgens de Europese Commissie onvoldoende hebben gedaan om deze illegale content te modereren. Bovendien verplicht de in 2024 aangenomen Richtlijn geweld tegen vrouwen alle 27 lidstaten om het verspreiden van dergelijke deepfakes uiterlijk in 2027 strafbaar te stellen.
De rechtbank in Amsterdam deed een baanbrekende uitspraak: X en Grok kregen een onmiddellijk verbod opgelegd op het genereren of verspreiden van niet-consensuele seksuele beelden (inclusief de “undress”-functie) waarbij personen die in Nederland wonen betrokken zijn. Bij overtreding moet X een dwangsom van €100.000 per dag betalen (tot een maximum van €10 miljoen). Dit is de eerste bindende rechterlijke uitspraak in Europa die een AI-tool direct dwingt specifieke generatieve functies uit te schakelen.
De toenemende juridische druk eist zijn tol bij de techreuzen. OpenAI kondigde op 24 maart onverwacht ook de shutdown aan van de video-app Sora, net vóór de stemming in het Europees Parlement. Hoewel Sora als technologisch hoogstandje werd gepresenteerd, kampte het sinds de lancering met dezelfde “content moderation nightmare” als Grok. Ondanks filters bleken gebruikers razendsnel mazen te vinden voor celebrity-nudes en fetish-content.
Analisten stellen dat OpenAI, met een mogelijke IPO in het verschiet, het risico op strafrechtelijke claims en miljardenboetes onder de AI Act en DSA niet langer wilde lopen. De app was door de nieuwe wetgeving en de Nederlandse uitspraak veranderd in een “juridisch mijnenveld”.
“Met dit verbod sturen we een duidelijk signaal: de menselijke waardigheid en het recht op privacy staan boven de ongebreidelde vrijheid van AI-ontwikkelaars,” aldus een woordvoerder van de rapporteurs in het Europees Parlement.
150 mannen en jongens die verdacht worden van het bezitten van kinderporno hebben begin mei 2026 onaangekondigd bezoek gehad van agenten in burger. Zij kregen thuis, soms in bijzijn van familie, een laatste waarschuwing: ze moeten direct stoppen met het downloaden van beelden van seksueel misbruik van minderjarigen, zo liet de politie weten, anders volgt strafrechtelijke vervolging. De helft van de mannen bij wie de politie langsging is jonger dan 30. De jongste is 13 jaar, de oudste man 78. Allemaal hadden ze beelden op hun computer of telefoon gedownload of gekocht waarop kinderen, van 0 tot en met 16 jaar, seksuele poses aannamen of seksuele handelingen ondergingen. Bij 28 adressen nam de politie uit voorzorg extra gegevensdragers zoals laptops en telefoons in beslag. De politie kiest er bewust voor deze groep alleen een waarschuwing te geven omdat iedereen vervolgen niet haalbaar zou zijn. Jaarlijks krijgt de Nederlandse politie via Amerikaanse bedrijven zoals Google al 70.000 meldingen van kinderporno binnen. De politie houdt liever capaciteit over om mensen die daadwerkelijk kinderen misbruiken, op te sporen en het misbruik te stoppen. Na huisbezoeken vorig jaar zochten veel mannen en jongens daadwerkelijk hulp. Ze kunnen anoniem terecht bij de hulplijn Stop It Now. Daar zien ze het aantal telefoontjes en chats verdubbelen tijdens en direct na de politieactie. Hulplijnmedewerkers luisteren naar het verhaal van de beller, geven tips hoe het gedrag gestopt kan worden en kunnen doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpinstanties. Lang niet alle bellers voelen een seksuele aantrekkingskracht tot kinderen, weten ze bij Stop It Now. Sommigen kijken al heel lang porno, zijn daar ongevoelig voor geraakt en hebben steeds heftigere beelden nodig om dezelfde spanning te ervaren. Niet alleen de mannen zelf bellen, ook hun partners of familie.
Vaak is het heel moeilijk voor familie om er in de eigen omgeving over te praten uit schaamte en angst voor een oordeel. “Die voelen zich heel eenzaam”. “Ze zitten met heel veel vragen over hoe nu verder, bijvoorbeeld in de relatie met de kinderen.” Speciaal voor hen heeft Stop It Now ook lotgenotengroepen en een afgeschermd forum om met elkaar ervaringen te delen.
Het kabinet Jetten heeft het wetsvoorstel regulering sekswerk aan de Tweede Kamer voorgelegd. Indien geen sprake is van een vrijwillige keuze voor dit beroep, is geen sprake meer van sekswerk maar van seksuele uitbuiting en dus mensenhandel. Seksuele uitbuiting is één van de meest schrijnende vormen van criminaliteit. Het doet grove afbreuk aan de waardigheid en (lichamelijke) integriteit van mensen. Mensenhandel komt in veel verschillende arbeidssectoren voor, niet alleen in de sekswerkbranche. Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen worden de meeste meldingen van mogelijke slachtoffers van mensenhandel echter gedaan in de sekswerkbranche. De ernst van het misdrijf en het verborgen karakter van mensenhandel maakt dat in deze sector maatregelen nodig zijn om het zicht op de sekswerkbranche te vergroten, met het doel om uitbuiting te voorkomen. Daarom neemt hett kabinet, zoals in het coalitieakkoord is afgesproken maatregelen om de sekswerkbranche veilig en gezond te houden.
De kabinetsaanpak steunt op drie pijlers: het stellen van regels voor een veilige sekswerkbranche, het ondersteunen van gemeenten bij toezicht en handhaving, en het versterken van de sociale en juridische positie van sekswerkers en het bieden van perspectief. Daarin is het treffen van een balans tussen enerzijds het beschermen van kwetsbare personen in de sekswerkbranche en anderzijds het oog hebben voor het zelfbeschikkingsrecht van sekswerkers en het versterken van hun sociale en juridische positie cruciaal. Daar waar het gaat om mensenhandel, wordt hard opgetreden zoals beschreven in het Actieplan programma “Samen tegen Mensenhandel”, dat op 15 december 2025 naar de Kamer werd gestuurd.
Regels voor een veilige sekswerkbranche
Een veilige sekswerkbranche gaat samen met duidelijke randvoorwaarden. Sekswerkers kunnen dan bewust en vrijwillig kiezen voor het uitoefenen van hun werk met kennis over risico’s, rechten en plichten. Jeugdige prostituees kiezen mogelijk niet geheel bewust en vrijwillig voor dit beroep en zijn kwetsbaar voor geweld. Daarbij dienen faciliteerders die misbruik maken van (kwetsbare, vaak illegaal in Nederland werkende) sekswerkers, door het tegen woekerprijzen aanbieden van kamers en woningen, het plaatsen van sekswerkadvertenties, of het bieden van andere diensten, te worden aangepakt. Het is dan ook nodig barrières op te werpen om dergelijke activiteiten door (netwerken van) exploitanten of faciliteerders tegen te gaan.
Omdat bij een niet-vrijwillige keuze voor het beroep direct het zelfbeschikkingsrecht en de lichamelijke integriteit van de betrokkene wordt geraakt, weegt het tegengaan van dit risico zwaarder dan de vrijheid voor jongvolwassenen om te kiezen voor dit beroep. Daarom wordt de minimumleeftijd voor prostitutie wettelijk verhoogd naar 21 jaar. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat jongvolwassen personen in de sekswerkbranche worden blootgesteld aan mogelijke misstanden die in deze branche kunnen bestaan.
De minister onderzoekt daarnaast de mogelijkheden om malafide faciliteerders in de (illegale) sekswerkbranche strafrechtelijk te kunnen vervolgen. Met dat doel gaat hij in gesprek met het Openbaar Ministerie, gemeenten en sekswerkers om een passende juridische vormgeving van het “pooierverbod” te onderzoeken. Daarbij kijkt hij ook naar ervaringen uit de praktijk, zoals de faciliteerdersaanpak van de gemeente Amsterdam.
Verder zet hij zich in om misstanden die plaatsvinden via sekswerkadvertentieplatforms tegen te gaan. Recent hebben gesprekken tussen het Openbaar Ministerie en een aantal advertentieplatforms plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan zijn inmiddels aanpassingen doorgevoerd op onder meer de websites kinky.nl en sexjobs.nl om de identiteitscontrole van adverteerders aan te scherpen. Sinds 1 april 2026 vindt op alle nieuwe advertenties een identiteitscheck plaats waarmee onder meer de leeftijd en de nationaliteit wordt gecontroleerd van degene die een advertentie plaatst. Verdere (samenwerkings)mogelijkheden om misstanden te voorkomen worden verkend.
Ondersteunen van gemeenten bij toezicht en handhaving
Sekswerkers dienen hun werk vrij en veilig te kunnen uitoefenen. Tijdens controles treffen gemeenten en politie echter met regelmaat personen aan die in kwetsbare omstandigheden werken. Gemeenten en politie hebben daarin een belangrijke rol, waarin zij voldoende geëquipeerd moeten zijn om mogelijke misstanden te kunnen tegengaan en de branche veilig en gezond te houden door middel van bestuurlijk toezicht.
Om gemeenten beter in staat te stellen het toezicht en handhaving op de sector uit te voeren wordt op zeer korte termijn het Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts) bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel regelt onder meer dat gemeenten gegevens van sekswerkers kunnen verwerken ten behoeve van de naleving van vergunningsvoorschriften door exploitanten, het toezicht daarop en de handhaving daarvan. Logischerwijze heeft dit niet alleen betrekking op de controle van exploitanten met een vergunning, maar juist ook op exploitanten die zonder vergunning werken en door de omstandigheden die worden aangetroffen ook niet in aanmerking zouden komen voor een vergunning.
Met de Wgts wordt artikel 151a van de Gemeentewet aangepast. Ter verbetering en professionalisering van het lokale en regionale toezicht op deze branche is daarnaast in 2025 door de VNG in samenwerking met onder meer gemeenten, politie, het CCV en de Sekswerkalliantie Destigmatisering (SWAD) de landelijke leidraad ‘Professionaliseren toezicht op de sekswerkbranche’ ontwikkeld. De leidraad is breed verspreid onder gemeenten en Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en streeft naar een steviger fundament en verbeterde samenwerking in het toezicht op de sekswerkbranche.
Versterken van sociale en juridische positie sekswerkers en het bieden van perspectief
Sekswerkers lopen door stigma tegen problemen aan die hen belemmeren in het uitvoeren van hun werk en in het dagelijks leven, zoals een verminderde toegang tot zorg of politie; uitsluiting van essentiële diensten zoals hypotheken of bankrekeningen; negatieve bejegening door familie, vrienden of derden en psychologische klachten door een negatief zelfbeeld. Het stigma op sekswerk heeft een negatieve impact op de sociale positie van sekswerkers waardoor ze kwetsbaar zijn voor geweld en uitbuiting, blijkt uit onderzoek van Aidsfonds – Soa Aids Nederland en PROUD uit 2018. Sekswerkers moeten hun werk veilig en zonder stigma kunnen uitvoeren, met de bijbehorende rechten en plichten zoals die ook gelden voor andere beroepsgroepen in Nederland. Hier blijven we ons kabinetsbreed voor inzetten.
Op 10 november 2023 is door de voormalig staatssecretaris van het ministerie van Justitie en Veiligheid en de voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers aan de Tweede Kamer verstuurd. De Aanpak is tot stand gekomen in samenwerking met onder meer sekswerkers, de SWAD, belangenverenigingen, Soa Aids Nederland, hulpverleners en het ministerie van Financiën en de Belastingdienst. In de afgelopen jaren zijn resultaten behaald naar aanleiding van de inzet op de Aanpak op vijf thema’s: zakelijke dienstverlening, zorg, politie, gemeenten en communicatie en media. Over de voortgang en resultaten op de verschillende thema’s is uw Kamer op 18 november 2024 geïnformeerd. Een groot aantal concrete oplossingsrichtingen binnen de Aanpak is uitgevoerd en geborgd. Eind 2025 werd geconstateerd dat het juiste moment was aangebroken om de Aanpak af te ronden.
In februari 2026 is door JenV en SZW een bijeenkomst georganiseerd met de SWAD, Soa Aids Nederland, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en politie. Tijdens deze bijeenkomst werd onderkend dat sommige knelpunten niet zijn opgelost. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van het thema zakelijke dienstverlening, waaronder ook de opting-in regeling met voorwaardenpakket. Door JenV, SZW en de genoemde partijen is tijdens de bijeenkomst een intentieverklaring getekend waarin is uitgesproken om het onderwerp blijvend aandacht te geven. Dit sluit aan bij de opgave in het coalitieakkoord, waarin het voornemen om de rechtspositie van sekswerkers te versterken ook tot uitdrukking komt. De komende periode bespreek ik met de betrokken partijen hoe verder vervolg wordt gegeven aan het versterken van de rechtspositie van sekswerkers. Om inzicht te krijgen in de uitvoering van de acties binnen de Aanpak en de mate waarin dit volgens sekswerkers en professionals bijdraagt aan de versterking van de positie van sekswerkers, zal het WODC in de loop van dit jaar starten met een evaluatie van de Aanpak. Naar verwachting worden de resultaten hiervan in 2027 opgeleverd.
Het bieden van ondersteuning en perspectief aan sekswerkers die willen stoppen met het werk is en blijft een prioriteit van het kabinet. Sekswerkers kunnen belemmeringen ervaren, zoals het niet kunnen vinden van een nieuwe baan vanwege een gat in het cv of moeite hebben met het aanpassen aan een nieuw inkomsten- en uitgavenpatroon.
Op de recent herziene website sekswerkgoedgeregeld.nl zijn de verschillende uitstaporganisaties inmiddels vindbaar voor sekswerkers en andere betrokkenen. Middels de Decentralisatie Uitkering Uitstapprogramma’s Prostituees (DUUP) blijven structurele middelen beschikbaar voor gemeenten om uitstapprogramma’s te financieren. Met het amendement Van Dijk c.s. zijn deze middelen voor dit jaar incidenteel verhoogd tot 6.500.000 euro. Ter uitvoering van de motie Bikker c.s., waarin wordt verzocht om betere sturingsmogelijkheden ten aanzien van de DUUP-gelden, wordt aangesloten bij de wijziging van de Financiële-verhoudingswet. Hiermee worden decentralisatieuitkeringen vervangen door zogeheten bijzondere-fondsuitkeringen en kan informatie worden opgevraagd bij gemeenten over de besteding ervan, om te kijken of de doelen bereikt worden.
Wetsvoorstel regulering sekswerk
Begin 2021 is het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) ter behandeling aan de Tweede Kamer verstuurd. Naar aanleiding van het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV is in 2023 een nota van wijziging op het wetsvoorstel in consultatie gebracht. De Wrs voorziet onder meer in een landelijke vergunningplicht en registratieplicht voor zowel prostituees vanaf 21 jaar als voor seksbedrijven. Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel op 5 juni 2025 heeft het lid Ceder een motie ingediend waarmee de regering wordt verzocht om zo snel als mogelijk de nota van wijziging bij de Wrs naar de Kamer te sturen.
Verschillende instanties en betrokkenen hebben op de Wrs kritische adviezen uitgebracht, waaronder de sekswerkbranche, zorgprofessionals, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Raad van State en mensenrechtenorganisaties. Gelet op de prioriteiten van dit kabinet en indachtig de eerder uitgebrachte reacties op het wetsvoorstel wordt de Wrs niet doorgezet. Dit kabinet kiest ervoor zich te richten op maatregelen die gericht en effectief een verschil kunnen maken.
Op 20 mei 2026 spreek ik met de commissie Justitie en Veiligheid over het sekswerkbeleid in de context van het commissiedebat mensenhandel en prostitutie. Hierin kan ik de ambities van dit kabinet verder toelichten. Ik houd uw Kamer op de hoogte van verdere ontwikkelingen in de uitvoering van het sekswerkbeleid.
Opnieuw meer meldingen en adviezen Veilig Thuis
In 2025 is 315 duizend keer contact opgenomen met een Veilig Thuis-organisatie over een vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, 7000 meer dan in 2024. Dit leidde tot 136 duizend meldingen van en 179 duizend adviezen aan slachtoffers, omstanders en professionals. Dat zijn 5 procent meer meldingen en 16 procent meer adviezen dan een jaar eerder.
- Veilig Thuis ontving 5 procent meer meldingen en gaf 16 procent meer adviezen
- Meldingen zijn vaak beroepsmatig, adviezen worden steeds meer gegeven aan de directe omgeving
- De meeste meldingen en adviezen gaan over kindermishandeling en geweld door partner of ex-partner.
Veilig Thuis is het landelijk advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Slachtoffers, omstanders en professionals kunnen contact opnemen met Veilig Thuis als zij een vermoeden hebben van kindermishandeling en/of huiselijk geweld.
Veilig Thuis kan advies en tips geven, om de adviesvrager in staat te stellen zelf verder te handelen. Veilig Thuis onderneemt dan dus geen verdere actie richting de directbetrokkenen bij het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Is dit niet mogelijk, of is de situatie te complex, dan kan die persoon een melding doen en komt Veilig Thuis in actie. Het verschil met een advies is dat bij een melding de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid van de betrokkenen is overgedragen van de melder aan Veilig Thuis.
In 2025 waren er bij Veilig Thuis 7 duizend meer meldingen dan in 2024. Ook gaf het 25 duizend meer adviezen. Dit komt mogelijk door de campagne van Veilig Thuis; die spoort mensen aan om contact op te nemen bij mogelijk huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Deze campagne kan bijdragen aan een grotere bewustwording, en dit kan leiden tot meer adviezen en meldingen. Ook heeft Veilig Thuis een nieuwe website en is de bereikbaarheid van de chatfunctie verbeterd.
Van de meldingen was 91 procent beroepsmatig. De meeste meldingen komen van de politie (66 procent), de gezondheidszorg (7 procent), en uit het onderwijs (5 procent). 8 procent van de meldingen komt van mensen uit de directe omgeving van het gezin, bijvoorbeeld familie en vrienden of buren.
Veilig Thuis geeft steeds vaker adviezen aan mensen uit de directe omgeving van het gezin. In 2025 was bijna 46 procent van de adviezen niet beroepsmatig, een jaar eerder was dit 44 procent. Het percentage beroepsmatige adviezen neemt daarmee af, van 54 procent in 2024 naar 53 procent in 2025. Bij ongeveer een half procent van de meldingen en 1,5 procent van de adviezen is de rol van de melder of adviesvrager onbekend. Meeste meldingen en adviezen gaan over kindermishandeling en geweld door partner of ex-partner
Ongeveer de helft van alle meldingen en adviezen bij Veilig Thuis gaan over vermoedens van kindermishandeling. In 39 procent van de meldingen en 25 procent van de adviezen gaan over mogelijk geweld door partners of ex-partners. Meldingen over ouderenmishandeling en geweld tegen ouders komen minder vaak voor, namelijk in 6 en 2 procent van alle meldingen.
In sommige gevallen is er eigenlijk geen sprake van kindermishandeling en/of huiselijk geweld, of is de aard van het geweld onbekend. Door het grote aantal meldingen is de werkdruk bij Veilig Thuis zo groot dat meldingen soms niet op tijd kunnen worden behandeld.
Seksueel misbruik in conflictgebieden (bron Volkskrant)
Israël heeft de banden met VN-secretaris-generaal António Guterres verbroken na publicatie van een VN-rapport over seksueel geweld in conflictgebieden, waarin ook Israël wordt genoemd. Volgens het rapport zijn Palestijnen in Israëlische detentie slachtoffer geworden van verkrachting en andere vormen van seksueel misbruik.
Ook de seksuele misdrijven van Hamas op 7 oktober 2023 en daarna tegen Israëlische gijzelaars worden in het rapport genoemd. In een bericht op X zegt de Israëlische VN-ambassadeur Danny Danon dat het rangschikken van Israël op dezelfde lijst als de militante groep een ‘nieuw dieptepunt’ betekent. ‘Dit is een politieke beslissing, losgezongen van de feiten en de realiteit!’
Israël verbreekt de banden met de VN-chef totdat de (nog onbekende) opvolger van Guterres is aangetreden, begin volgend jaar. Het rapport is opgesteld door Pramila Patten, speciaal VN-gezant voor seksueel geweld in conflictgebieden, maar verschijnt formeel onder verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal.
Patten was de eerste die uitgebreid onderzoek deed naar de seksuele misdrijven van Hamas op 7 oktober 2023 en daarna tegen Israëlische gijzelaars. In haar rapport uit maart 2024 werden de vermoedens van seksueel geweld door Hamas, ook in de vorm van verkrachting en groepsverkrachting, bevestigd. Ook was er ‘overtuigende informatie dat verkrachting en geseksualiseerde marteling’ hadden plaatsgevonden tegen door Hamas gegijzelde vrouwen en kinderen.
Voor de Israëlische regering, die destijds zeer blij was met haar rapport, is het dus lastig Pattens geloofwaardigheid en onpartijdigheid in twijfel te trekken. Alle pijlen worden daarom gericht op Guterres, die toch al niet goed lag bij de regering van premier Benjamin Netanyahu. Volgens ambassadeur Danon heeft de secretaris-generaal ‘ervoor gekozen alle normen van eerlijkheid, integriteit en professionaliteit te schenden’.
Het jaarlijkse rapport bevat een opsomming van alle landen en groeperingen die worden verdacht van betrokkenheid bij seksueel geweld in conflictgebieden. Hamas werd al genoemd in vorige rapporten. Dit jaar zijn Israël en Rusland (vanwege de oorlog in Oekraïne) toegevoegd. Beide landen hadden vorig jaar al te horen gekregen dat zij mogelijk aan de lijst zouden worden toegevoegd. Israël noch Rusland heeft vervolgens informatie verstrekt die zo’n besluit had kunnen voorkomen. Aan opname in de lijst zijn geen sancties verbonden.
Het rapport maakt melding van meerdere gevallen van seksueel geweld, waaronder marteling, in de periode 2023-’25 gepleegd tegen veertien mannen, zeven vrouwen, negen jongens en een meisje uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Genoemd worden ‘verkrachting, ook met voorwerpen, groepsverkrachting, poging tot en dreigen met verkrachting, fysiek geweld tegen de genitaliën, gericht schieten op genitaliën, aanraken van borsten en genitaliën, gedwongen naaktheid en inwendig onderzoek zonder veiligheidsgrondslag’.
Verkrachting en groepsverkrachting, in sommige gevallen herhaaldelijk, werden gepleegd tegen negen slachtoffers, de meesten afkomstig uit Gaza, aldus het rapport. Daders waren onder andere leden van de Israëlische strijdkrachten en veiligheidsdiensten. De misdrijven vonden voornamelijk plaats tijdens detentie en ondervraging, op locaties als militaire kampen en checkpoints, en tijdens Israëlische operaties in bezet Palestijns gebied. In sommige gevallen werden de misstanden gefilmd of gefotografeerd, waaronder één geval van verkrachting.
Het seksueel geweld tegen vrouwelijke gedetineerden bestond voornamelijk uit dreigen met verkrachting, gedwongen naaktheid, ongewenste aanrakingen en vernederende of mensonterende fouillering zonder rechtvaardiging. Mannen en jongens werden het doelwit van verkrachting, pogingen tot verkrachting en geweld tegen de genitaliën. Vijf mannelijke slachtoffers hadden nog dagen- of wekenlang ernstige rectale bloedingen of zwellingen.
In diverse andere VN-onderzoeken was volgens Patten al een ‘systematisch gebrek aan verantwoording’ door de Israëlische autoriteiten en een ‘klimaat van straffeloosheid’ geconstateerd. Als voorbeeld wijst zij op de gebeurtenissen in juli 2024 in het militaire kamp de Teiman, waar bij een Palestijnse gevangene een voorwerp in de anus werd ingebracht, met ernstig letsel aan het rectum tot gevolg. Een klokkenluider bracht later videobeelden van de verkrachting naar buiten. De vijf verdachte militairen werden wel voorgeleid, maar alle aanklachten werden ingetrokken.
Toen Patten in 2025 nader onderzoek wilde doen naar de door Hamas gepleegde seksuele misdrijven, kreeg zij van Israël daarvoor geen toestemming. Zij had aan haar beoogde bezoek immers de voorwaarde verbonden dat zij dan ook onderzoek zou mogen doen in Israëlische detentiecentra.
Operatie Lightning
De afgelopen maanden voerde Europol in samenwerking met wetshandhavingsinstanties uit Oostenrijk, Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten, samen met Eurojust, “Operatie Lightning” uit. Deze gecoördineerde inspanning richtte zich op de kwaadaardige proxydienst ‘SocksEscort’, die naar verluidt meer dan 369.000 routers en Internet of Things-apparaten in 163 landen heeft gecompromitteerd, en ‘SocksEscort’-klanten in de afgelopen jaren meer dan 35.000 proxies heeft aangeboden.
Tijdens de actiedag wisten wetshandhavingsinstanties met succes 34 domeinen en 23 servers in zeven landen offline te halen en in beslag te nemen. Daarnaast heeft de Verenigde Staten in totaal USD 3,5 miljoen aan cryptovaluta bevroren. De geïnfecteerde modems die de proxydienst aanboden, zijn losgekoppeld van de dienst. Na deze opheffing zullen de wetshandhavingsautoriteiten de getroffen landen waarschuwen, waardoor verdere onderzoeksinitiatieven worden vrijgemaakt.
Cybercriminaliteit gedijt op anonimiteit. Proxydiensten zoals ‘SocksEscort’ bieden criminelen de digitale dekking die ze nodig hebben om aanvallen uit te voeren, illegale inhoud te verspreiden en detectie te ontlopen. Door deze infrastructuur af te breken, heeft de wetshandhaving een dienst verstoord die cybercriminaliteit op wereldschaal mogelijk maakte.
Het onderzoek, dat begon in juni 2025 met de opening van een zaak door Europol’s Joint Cyberaction Task Force (J-CAT), onthulde dat er een botnet van geïnfecteerde apparaten was gecreëerd. Deze apparaten, voornamelijk residentiële routers, werden misbruikt om diverse criminele activiteiten mogelijk te maken, waaronder ransomware, DDoS-aanvallen en de verspreiding van materiaal over seksueel misbruik van kinderen (CSAM).
De gecompromitteerde apparaten werden geïnfecteerd via een kwetsbaarheid in de residentiële modems van een specifiek merk. Klanten van de criminele dienst betaalden voor licenties om deze geïnfecteerde apparaten te misbruiken, waarbij ze hun oorspronkelijke IP-adressen verborgen hielden om zich te bezighouden met diverse criminele activiteiten. Om zich tegen dergelijke exploits te beschermen, wordt gebruikers en leveranciers geadviseerd de firmware van hun apparaten regelmatig bij te werken.
De website bood een betaalde proxydienst aan, waarmee klanten toegang kregen tot de gecompromitteerde IP-adressen en hun eigen adressen konden verbergen. Toegang tot de gebruikte IP-adressen werd mogelijk gemaakt door malware te infecteren op modems van individuen of organisaties wereldwijd. Bij infectie met de malware zouden de eigenaren van de modems niet weten dat hun IP-adressen voor illegale activiteiten werden gebruikt.
Om toegang te krijgen tot de proxy-dienst moesten klanten een betalingsplatform gebruiken waarmee het mogelijk was de dienst anoniem te kopen met cryptocurrency. Er wordt geschat dat dit betalingsplatform meer dan 5 miljoen euro ontving van proxy-klanten van klanten.
Op de actiedag organiseerde Europol een Virtueel Commandopost op haar terrein in Den Haag, Nederland, om de coördinatie tussen alle partners te faciliteren. Daarnaast bood Europol op afstand ondersteuning vanuit het Command Post dat bij Eurojust was opgezet voor crypto-tracering en andere onderzoekssteun.
Meer meldingen van seksueel geweld
De politie heeft in 2024 meer meldingen van seksueel geweld binnengekregen, vooral in de tweede helft van 2024. Er werden 14.802 meldingen gedaan, bijna 800 meer dan in 2023, toen het er 14.015 waren. Bijna de helft van de meldingen ging over fysiek seksueel geweld, zoals verkrachting (3391) en aanranding (3288). Online seksuele intimidatie werd 63 keer gemeld en straatintimidatie 235 keer. Ook kwamen er 131 meldingen van sexchatting. Dan stuurt een meerderjarige seksueel getinte berichten aan kinderen. Daarbij ging het vaak om grotere zaken met meerdere slachtoffers. In februari meldde het CBS dat vrouwen vaker dan mannen melden dat ze te maken hebben gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Als het gaat om seksueel geweld, ligt het aantal bijna drie keer zo hoog. In de eerste zes maanden van 2025 ontving de politie bijna 8.000 meldingen en ruim 2.000 aangiftes van seksuele misdrijven. Er werden ongeveer evenveel meldingen en aangiftes gedaan in het eerste half jaar van 2025 als in het laatste half jaar van 2024. Ten opzichte van de eerste zes maanden van 2024 gaat het om een stijging van 17 procent van het aantal meldingen en 22 procent van het aantal aangiftes.
Van de ruim 1,7 miljoen mensen van 16 jaar of ouder die in 2024 te maken kregen met seksueel grensoverschrijdend gedrag, zegt ruim de helft dat de pleger een onbekende was. Slachtoffers die de pleger wél kenden, zeggen vaak dat het ging om een nieuw of oppervlakkig contact, zoals iemand van het uitgaan, een online kennis of een date. Dit blijkt uit cijfers uit de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag van het CBS en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Aantal gevallen van verkrachting of aanranding na spiking in zes jaar tijd meer dan verdubbeld in provincie Antwerpen. Spiking is het toedienen van drugs, medicatie of alcohol aan een persoon zonder dat die hiervan op de hoogte is. Dit kan gebeuren door toevoeging in een drankje of via een injectie. Spiking wordt vaak gebruikt om anderen gewilliger te maken voor seksueel contact of om hen te beroven.
Het aantal aangiftes van zedenmisdrijven was in 2023 al gestegen. Het aantal meldingen van seksuele misdrijven in 2024 met 16% gestegen ten opzichte van 2023, wat neerkomt op 800 extra meldingen. Het gaat daarbij om verkrachting en andere vormen van seksueel geweld, zoals incest en aanranding. Alleen al in Amsterdam werden er 678 zedendelicten geregistreerd — een categorie die alles omvat van sexting tot schennis tot aanranding en verboden pornografie. Van Sextortion zijn er binnen de Benelux tienduizenden meldingen. In 2024 kreeg de politie in totaal circa 15.000 meldingen van zedendelicten, waarvan drie uit eigen gelederen
Slachtoffers kunnen straks in meer gevallen aangifte doen van verkrachting en aanranding en kunnen kosteloos hun naam wijzigen. Verdachten van ernstige misdrijven moeten verplicht aanwezig zijn op de inhoudelijke zitting in hun strafzaak. Op 1 juli 2024 traden verschillende wetten in werking op het terrein van Justitie en Veiligheid die dit bepalen.
De Wet seksuele misdrijven samengevat:
- Dwang is niet langer een vereiste voor een veroordeling voor aanranding of verkrachting;
- Iemand is strafbaar als degene die begint met seksueel contact doorgaat terwijl op enige manier duidelijk is dat de ander dat niet wil;
- Sexchatting en seksuele intimidatie in het openbaar worden strafbaar;
- De maximumstraffen voor een aantal seksuele misdrijven worden verhoogd;
Begin 2023 zijn in het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld verschillende maatregelen aangekondigd, waaronder het verplichten van een gedragscode. Het wetsvoorstel dat nu in internetconsultatie gaat, stelt een aantal eisen aan gedragscodes. Bijvoorbeeld dat werkgevers moeten zorgen voor voorlichting aan werknemers over de gedragscode. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor maatwerk. Dat betekent dat werkgevers zelf, binnen de gestelde kaders, de inhoud van de gedragscode en het proces eromheen kunnen bepalen. Op dit moment zijn werkgevers al verplicht om beleid te voeren om psychosociale arbeidsbelasting tegen te gaan. De invoering van de verplichte gedragscode geeft hier deels invulling aan. Het wetsvoorstel maakt een uitzondering voor kleine werkgevers met minder dan tien werknemers in dienst.
Het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme van de politie maakt zich grote zorgen over het snel stijgende aantal mensen dat foto’s en filmpjes bekijkt van seksueel misbruik met minderjarigen. De ‘klassieke’ groep pedoseksuelen breidt zich snel uit met jongeren die kijken voor de kick. De vraag naar heftige beelden wordt groter. Beelden van kinderen die onder dwang vreselijke dingen meemaken.
Meisjes en vrouwen in conflictgebieden zijn steeds vaker het slachtoffer van seksueel misbruik, kindhuwelijken en genitale verminking (besnijdenis). Dat blijkt uit onderzoek van Plan International, waaraan ruim 10.000 jongeren meededen uit landen die kampen met een gewapend conflict, zoals Colombia, Oekraïne, Libanon en Soedan. Het onderzoek laat zien dat jongeren tussen de 15 en 24 jaar aangeven dat meisjes en jonge vrouwen vaker seksueel worden uitgebuit en dat het bestaande geweld tegen vrouwen toeneemt bij conflicten.
Ook geeft bijna 40 procent van de jongeren aan dat meisjes in hun land vaker worden uitgehuwelijkt dan voor de start van het conflict. De GGD schat dat circa 20.000 meisjes en vrouwen in Amsterdam een besnijdenis hebben ondergaan. Nog eens duizenden Amsterdamse meisjes dreigen ook slachtoffer te worden van dit ritueel. De meisjes lopen het risico op allerlei complicaties en mentale problemen.
De aangiftetermijn is bij aanranding twaalf jaar en bij verkrachting vijftien jaar. Een minderjarige heeft nog meer tijd om aangifte te doen.
Ondanks dat de Marokkaanse wet de minimale leeftijd van 18 jaar hanteert als algemene regel voor de huwelijksbevoegdheid, blijft het huwelijk van minderjarigen nog steeds zeer actueel in de Marokkaanse samenleving Elk jaar worden er nog zon 20.000 jonge meisjes uitgehuwelijkt. In 2011 verbood Marokko het huwelijk met minderjarigen en hervormde tegelijkertijd de Marokkaanse Familiewet (moudawana). Het huwen van minderjarigen is verboden maar de wet voorziet tegelijkertijd wel in de mogelijkheid om vrijstelling te krijgen voor “bijzondere omstandigheden”.
In Niger trouwen 76 procent van de meisjes voordat ze de volwassen leeftijd bereiken. Niger staat daarmee bovenaan de zwarte lijst van CARE, gevolgd door Tsjaad, de Centraal Afrikaanse Republiek, Zuid-Sudan en Somalië. De meeste kindhuwelijken komen voor in Zuid-Azië, Sub-Sahara Afrika en in Zuid-Amerika en het Caribisch gebied, maar zelfs in Nederland komen kindhuwelijken voor.
Tegenwoordig is het meer standaard dan een uitzondering dat zaken blijven liggen en af en toe wordt er een soort pilotgroep ingevlogen van rechercheurs die dan een achterstand moeten wegwerken, maar in no-time loopt die weer op. Er zijn gewoon te weinig gespecialiseerde zedenrechercheurs. Oorzaak is de vergrijzing binnen de politie en een toename van het aantal zaken. Er zijn nu ook meer zaken dan vroeger strafbaar vanwege de nieuwe wetgeving en dat leidt ot meer aangiftes en een grotere achterstand.
Veel jongeren maken seksueel grensoverschrijdend gedrag mee op de middelbare school of op het mbo blijkt uit NOS Stories. Ook tientallen vertrouwenspersonen zien dat het op scholen waarvoor zij werken regelmatig voorkomt. Waarschijnlijk komt slechts een klein deel van de ongewenste ervaringen van jongeren terecht bij de onderwijsinspectie.
Alleen bij de vertrouwensinspecteurs van de onderwijsinspectie komen officiële meldingen binnen. Dat waren er op middelbare scholen afgelopen schooljaar 212 en op het mbo 22. Die aantallen nemen al jaren toe. Na een oproep van NOS Stories via Instagram en TikTok deelden leerlingen ruim 2000 verhalen over seksueel grensoverschrijdend gedrag op school. Het gaat om seksueel getinte opmerkingen en online seksueel misbruik, maar ook om aanranding en verkrachting. Meestal door een medeleerling, maar ook vaak door een leraar of een conciërge. Maar niet alleen in het onderwijs komen extreme zedenzaken voor, Het gaat onder andere over een senator, een Raadslid, een Kinderdagverblijf invaller, een parket medewerker, een rechter, een burgemeester, een politieman, een politievrijwilliger, een handhaver en een Anesthesioloog. Maar ook komen delinquenten uit andere beroepen: zorgmedewerker, gebedsgenezer, begeleider van jeugdkampen, piloot, tuincentrummedewerker, medewerkers van jeugdzorginstelling, asielzoekers, GGZ begeleider, pleegouders, ziekenhuismedewerker, zanger, supermarktmedewerker, fysiotherapeut, pretparkmedewerker, kleuterleidster, zwemleraar, cruiseschipmedewerker, kinderopvangmedewerker, muziekleraar, scoutingleider, gevangenisbewaarder, kinderdagverblijf medewerker, taxichauffeur, geestelijke en zelfs een gastouderbureau medewerker.
De topvrouw van de Britse televisiezender Channel 4 heeft haar excuses aangeboden naar aanleiding van berichten dat deelnemers aan de realityshow Married at First Sight UK zouden zijn verkracht. Twee deelnemende vrouwen verklaarden dat de mannen met wie ze in het programma trouwden hen hebben verkracht, een derde vrouw sprak van seksueel wangedrag. “Ik heb het programma gezien en de verhalen van de vrouwen gehoord, die zeer verontrustend zijn”, zei Channel 4-baas Priya Dogra woensdag. “Hun leed is duidelijk, en daarvoor bied ik natuurlijk mijn oprechte excuses aan.” Channel 4 heeft eerder al een extern onderzoek aangekondigd.
Seksueel geweld in AZC’s
Vrouwelijke asielzoekers in Europese opvangcentra, zoals de Nederlandse AZC’s en de Belgische Fedasil-locaties, vormen een groep die opvallend vaak wordt geconfronteerd met seksueel geweld. Hoewel wetenschappelijk onderzoek zich vaak beperkt tot jaarlijkse cijfers of levenslange ervaringen, wijzen studies consistent op een verhoogd risico direct na aankomst in Europa. Een aanzienlijk deel van de asielzoekers, naar schatting negenendertig procent, geeft aan slachtoffer te zijn geworden van seksueel grensoverschrijdend gedrag na hun aankomst op het continent. Hierbij rapporteert een vijfde van deze groep ernstige vormen van geweld zoals verkrachting of langdurige seksuele exploitatie.
De omvang van de problematiek blijkt verder uit het feit dat ruim een derde van de bewoners in de opvang minstens één ander slachtoffer in hun directe omgeving kent. De meeste slachtoffers zijn vrouwen onder de dertig jaar. De daders zijn in meer dan de helft van de gevallen mannen boven de dertig, waarbij incidenten in een derde van de gevallen door groepen worden gepleegd. Europese vergelijkingen onderstrepen de ernst van de situatie. In Frankrijk ervoer ruim een kwart van de recent aangekomen vrouwelijke asielzoekers seksueel geweld in het afgelopen jaar, wat vele malen hoger ligt dan het gemiddelde onder de algemene Franse vrouwelijke bevolking. De eerste maanden na aankomst gelden als de meest riskante periode, waarbij ruim veertig procent van de incidenten plaatsvindt binnen de opvanglocatie zelf.
Verschillende factoren dragen bij aan deze onveilige situatie. Overvolle centra, een gebrek aan dagbesteding en onveilige huisvesting verhogen de kwetsbaarheid van vrouwen. Er is vaak sprake van een scheve machtsverhouding en een hoge mate van stress onder bewoners. Bovendien blijkt dat vrouwen die in het verleden al slachtoffer zijn geweest van seksueel geweld, een significant grotere kans lopen om na aankomst in Europa opnieuw slachtoffer te worden. Ook de herkomst speelt een rol; zo is het risico op pogingen tot verkrachting statistisch gezien hoger voor West-Afrikaanse vrouwen.
Ondanks de ernst van de incidenten blijven de officiële cijfers waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg. Er is sprake van grootschalige onderrapportage. Meer dan de helft van de slachtoffers zoekt geen enkele vorm van hulp en minder dan tien procent doet melding bij de politie of zorginstanties. De drempel om hulp te zoeken is hoog door schaamte, taalbarrières en een fundamenteel gebrek aan vertrouwen in autoriteiten. Veel vrouwen vrezen dat een melding negatieve gevolgen zal hebben voor hun asielprocedure of leiden tot deportatie. Daarnaast weten veel slachtoffers simpelweg niet waar ze terecht kunnen of ervaren zij de bestaande meldkanalen als onduidelijk.
Wanneer de gerapporteerde jaarprevalentie van 26 tot 39 procent wordt geprojecteerd op de totale populatie asielzoekers in Nederland en België, suggereert dit dat er jaarlijks duizenden gevallen van seksueel geweld plaatsvinden. Dit betekent dat er dagelijks potentieel tientallen incidenten gebeuren die buiten het zicht van de officiële instanties blijven. Het verschil tussen methoden van onderzoek, waarbij face-to-face interviews aanzienlijk meer incidenten aan het licht brengen dan telefonische enquêtes, bevestigt dat de werkelijke problematiek dieper geworteld is dan de geregistreerde cijfers doen vermoeden.
Hoe straffeloosheid binnen de AZC de veiligheid ook buiten de muren ondermijnt
De cijfers over seksueel geweld tegen vrouwen in asielzoekerscentra zijn ontluisterend, maar het werkelijke probleem zit dieper. Achter de hoge prevalentiecijfers schuilt een gevaarlijk mechanisme van oorzaak en gevolg. Door een combinatie van ondercapaciteit, constante verplaatsingen en een gebrekkige handhaving ontstaat er een klimaat waarin daders het gevoel krijgen dat zij onschendbaar zijn. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de veiligheid binnen de muren van de opvang, maar werkt ook drempelverlagend voor misdrijven buiten de muren van de AZC’s.
Het fundament van het probleem is de zogeheten ‘verplaatsingscarrousel’. Door het chronische tekort aan opvangplekken worden bewoners voortdurend van locatie naar locatie gesleept. In deze logistieke chaos raakt het zicht op individueel ongewenst gedrag verloren. Wanneer een incident in het ene centrum niet direct leidt tot een juridisch dossier dat de dader naar de volgende plek volgt, krijgt deze telkens een schone lei. Dit gebrek aan dossieropbouw en sociale controle binnen de opvang voedt de gedachte dat men overal mee wegkomt.
Dit gevoel van straffeloosheid leidt tot een zorgwekkende vorm van desensitisatie. Wanneer grensoverschrijdend gedrag binnen de besloten gemeenschap van een AZC onbestraft blijft, vervaagt het morele kompas en het risicobesef van de dader. De stap om dit gedrag vervolgens mee te nemen naar de publieke ruimte buiten het centrum wordt daarmee aanzienlijk kleiner. Het is een klassiek voorbeeld van de Broken Windows Theory. Waar kleine overtredingen worden genegeerd, ontstaat de ruimte voor ernstiger criminaliteit.
De overheid probeert in 2025 met strengere wetgeving en handhavingslocaties (HTL) in te grijpen, maar deze maatregelen blijven symbolisch zolang de uitvoering hapert door de opvangcrisis. Zolang een dader sneller wordt verplaatst dan dat een politieonderzoek kan worden afgerond, blijft de preventieve werking van ons rechtssysteem uit.
Veiligheid voor vrouwen, zowel binnen als buiten de opvang, begint bij het doorbreken van deze keten van anonimiteit en straffeloosheid. Dat vereist niet alleen meer bedden, maar vooral een waterdichte informatieoverdracht en de bereidheid om wangedrag direct te koppelen aan de asielprocedure. Pas als de dader beseft dat zijn gedrag onmiddellijke consequenties heeft voor zijn verblijfsrecht, kunnen we de cirkel van geweld effectief doorbreken.
Seksueel geweld in conflictgebieden is in het afgelopen jaar met 25 procent toegenomen
De seksuele geweldtoename blijkt uit een jaarlijks rapport van de Verenigde Naties. De meeste geregistreerde gevallen komen uit de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Democratische Republiek Congo, Somalië, Zuid-Soedan en Haïti.
Het rapport documenteert minimaal 4 600 bekende gevallen van seksueel geweld in conflictgebieden. De VN benadrukt dat dit cijfer onvolledig is, omdat veel incidenten niet worden geregistreerd. De meerderheid van de gevallen betreft seksueel geweld gepleegd door gewapende groeperingen. In sommige gevallen zijn ook regeringstroepen verantwoordelijk.
In 92 procent van de geregistreerde gevallen zijn de slachtoffers meisjes en vrouwen. Ook jongens en mannen worden slachtoffer. De geregistreerde leeftijd van slachtoffers varieert van 1 tot 75 jaar.
Het rapport benadrukt dat seksueel geweld, waaronder verkrachting, seksuele slavernij en gedwongen huwelijken, in 2024 wijdverspreid was, met name in contexten van escalerende conflicten en recordaantallen ontheemden. De term ‘conflict gerelateerd seksueel geweld’ omvat verschillende vormen van seksueel geweld die direct of indirect verband houden met een conflict, gepleegd tegen vrouwen, mannen, meisjes en jongens.
De meerderheid van de 63 genoemde daders zijn niet-statelijke actoren. Nationale militaire en politiediensten die herhaaldelijk in de annex van het rapport worden vermeld, mogen niet deelnemen aan vredesoperaties van de Verenigde Naties.
Het rapport concentreert zich op landen waarvoor geverifieerde informatie beschikbaar is. Vanwege onvoldoende middelen zijn er slechts in 10 van de meer dan 20 besproken landen ‘women’s protection advisers’ ingezet. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Centraal-Afrikaanse Republiek, Haïti, Mali, Myanmar, Soedan en Zuid-Soedan.
De conflicten in landen als Libië, Myanmar, Soedan en Jemen, en in Gaza en andere locaties, hebben humanitaire toegang ernstig belemmerd, wat de verlening van levensreddende diensten, zoals gezondheidszorg, heeft beperkt. De terugtrekking van vredesmissies van de VN in Mali en Soedan heeft geleid tot veiligheidsvacuüms, waardoor de capaciteit om slachtoffers te helpen is verminderd. Seksueel geweld wordt gebruikt als een oorlogstactiek, marteling en om controle over grondgebied te consolideren, bijvoorbeeld door georganiseerde misdaadgroepen en niet-statelijke gewapende groepen in de Democratische Republiek Congo en Haïti.
Vrouwen en meisjes vormen nog steeds de overgrote meerderheid van de slachtoffers, maar ook mannen en jongens worden getroffen. De slachtoffers zijn niet alleen in hun eigen huizen, maar ook op straat of tijdens levensonderhoudende activiteiten aangevallen. Vrouwen en meisjes die ontheemd, op de vlucht of migrant zijn, lopen verhoogde risico’s op seksueel geweld, met name in landen als Burkina Faso, de Democratische Republiek Congo, Haïti, Libië, Mozambique, Myanmar, Somalië, Zuid-Soedan en Soedan.
Ontvoeringen en mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting blijven een probleem in landen waar de rechtsstaat zwak is, zoals in Nigeria, Burkina Faso en noordelijk Mozambique.
Seksueel geweld wordt ook als martelmethode gebruikt in detentiecentra, met meldingen uit onder andere Israël en de staat Palestina, Libië, Myanmar, Soedan, de Syrische Arabische Republiek, Oekraïne en Jemen.
Straffeloosheid voor conflict gerelateerd seksueel geweld blijft de norm, hoewel er in 2024 enige vooruitgang is geboekt. Zo zijn voormalige hooggeplaatste functionarissen in Guinee veroordeeld. In Irak ontvingen 2.276 Yazidi-vrouwen die slachtoffer waren van seksueel geweld herstelbetalingen. In Colombia werden voormalige leden van de FARC verantwoordelijk gehouden voor misdaden, waaronder seksueel geweld en rekrutering van kinderen.
De toegang tot diensten is vaak beperkt door onveiligheid, stigma en hoge kosten, vooral voor overlevenden in afgelegen gebieden. Ondanks projecten van de VN in landen als Oekraïne, Zuid-Soedan en Mali, worden de inspanningen om slachtoffers te ondersteunen belemmerd door chronische financieringstekorten. De terreurorganisatie Hamas staat op de lijst wegens seksueel geweld tegen gijzelaars in Gaza en wegens seksueel geweld gepleegd tijdens de aanval van 7 oktober 2023.
20.000 Nederlandse mannen plegen jaarlijks seksueel kindermisbruik in het buitenland
Uit een representatieve steekproef van het NSCR en de Vrije Universiteit Amsterdam, in opdracht van het WODC blijkt dat 2,3% van de Nederlandse mannen ooit in het buitenland seks heeft gehad met een minderjarige terwijl zij zelf volwassen waren. Twee derde deed dit nog in de afgelopen vijf jaar, wat neerkomt op minstens 20.000 Nederlandse mannen die jaarlijks afreizen naar het buitenland en zich daar schuldig maken aan seksueel kindermisbruik.
Via onder andere een enquête onder meer dan 9000 Nederlandse mannen in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar werd onderzocht hoeveel plegers van transnationaal seksueel kindermisbruik (TSK) er zijn en wat hun kenmerken zijn.
Omgerekend naar de hele Nederlandse bevolking zijn er geschat tussen de 131.000 en 171.000 Nederlandse mannen die zich ooit schuldig hebben gemaakt aan offline transnationaal seksueel kindermisbruik in het buitenland.
Naast fysiek afreizen naar het buitenland wordt ook gebruik gemaakt van livestreams waarop via de webcam minderjarigen te zien zijn die seksuele handelingen verrichten. Deze personen meegeteld is het percentage TSK-plegers zelfs 3,4%. Opvallend is dat 86% van de 215 online daders ook aangaf een fysieke vorm van seksueel kindermisbruik in Nederland of in het buitenland te hebben gepleegd.
Zo gedroeg E. van K. (52) uit Ter Aar zich vijf jaar lang ‘online als een seksueel roofdier, terwijl hij voor de buitenwereld ‘een betrokken huisvader en kostwinner was’. Het OM eiste 21 januari 2026 bij de rechtbank in Dordrecht tien jaar cel tegen hem én tbs met dwangverpleging. De man wordt beschouwd als medepleger van ernstig en herhaaldelijk seksueel misbruik van minstens elf jonge meisjes op de Filipijnen. Dit misbruik gebeurde vanuit zijn woning achter de computer. Hij betaalde en gaf commando’s over hoe meisjes van soms ruimschoots onder de tien jaar vaginaal gepenetreerd moesten worden. Daarbij keek hij via de livestream toe. Tijdens de zitting voor de rechtbank in Dordrecht kwamen gruwelijke details naar voren, onder meer over de bij het misbruik gebruikte voorwerpen, van een aubergine tot schrijfwaren en een paling. Ook ging het over de dwingende manier waarmee Van K. zijn steeds extremere eisen kracht bijzette. ‘DO IT’, schreef hij vaak met hoofdletters in de chats bij de videogesprekken. Degenen die de handelingen aan de andere kant van de wereld verrichtten, worden in het gerechtsdossier ‘facilitators’ genoemd, mensen die misbruik mogelijk maken. Vaak zijn dit de moeders van meisjes, die geld nodig hebben. Van K. in Skype-chat: “Zijn er meisjes van tien jaar of jonger beschikbaar” Volgens Van K. had hij op zijn zoektocht naar online seks eerst contact met de moeders en boden zij bij herhaald contact uiteindelijk ook dochters aan. De officier van justitie gelooft daar niets van. Uit de in beslag genomen chats met vrouwen blijkt dat Van K. in Skype-gesprekken onmiddellijk op zijn doel afging met de vraag:”zijn er meisjes van tien jaar of jonger beschikbaar voor ‘pussy fuck’?” Minstens elf ‘facilitators’ zouden in opdracht van Van K. een onbekend aantal meisjes meermaals hebben verkracht. Van de kinderen zijn er in totaal slechts twee geïdentificeerd. Hun moeder zit op de Filipijnen 90 jaar cel uit voor haar rol. Dit type misbruik komt steeds vaker voor, maar er is in Nederland geen specifiek wetsartikel waar het onder valt. De officier van justitie geeft aan: ‘Dit is geen videospelletje. Het was niet AI-gegenereerd en er zijn van tevoren geen shows opgenomen. Voor u zijn échte kinderen misbruikt. Een rijke oude man in het verre Nederland zei precies wat hij wilde zien en betaalde ervoor. Zonder u hadden die meisjes, die allen jonger dan 12 jaar oud waren buiten gespeeld, op school gezeten of geslapen. Nu zijn ze voor het leven getekend.’ De advocaat van Van K. ziet dat anders. Zij betoogde dat voor de kwalificatie ‘medeplegen’ nauwe en bewuste samenwerking nodig is. Hoe kwalijk het gedrag van haar cliënt ook was, zij vindt dat sprake is van klantcontact en van verleende diensten. ‘Hier zit een industrie achter zonder ethisch of moreel besef. Een klant kan geen medepleger zijn.’ Voor de strafmaat betekent dit een wereld van verschil. De advocaat wilde dan ook dat haar cliënt meteen vrijkomt uit zijn voorarrest en met behandeling kan gaan beginnen voor zijn pedofiele stoornis en seksverslaving. Deze stoornissen rechtvaardigen volgens haar evenmin dwangverpleging. Ze vond haar cliënt al ernstig gestraft doordat zijn gezin inkomsten mist en doordat hijzelf al maandenlang bedreigd wordt door medegedetineerden. Justitie meent dat het probleem bij Van K. dieper zit en dat dwang wel nodig is. De aanklaagster noemde het onvoorstelbaar dat de verdachte aanvankelijk bij de politie verklaarde dat hij geen vlieg kwaad doet en dat hij alleen maar vragen stelde aan de ‘facilitators’. ‘Zij hoefden het niet te doen en ik deed zelf niets fysieks.’ Deels herhaalde hij deze verklaring in de rechtbank, al gaf hij aan zich inmiddels ook in de machteloosheid en het leed van de kinderen te kunnen verplaatsen. Op de vraag van het OM waarom hij zo dwingend was, ook als de ‘facilitator’ zei dat het kind pijn had of sliep, zei Van K.: ‘Ik betaalde per minuut en wilde niet aan het lijntje worden gehouden.’ Aan de online seks gaf hij door de jaren heen 15.000 euro uit. ‘Door mijn verslaving was ik verdoofd. Er was steeds meer voor nodig.’ zo verklaarde hij zijn daden. De rechtbank deed uitspraak op 4 februari 2026 en veroordeelde de pedofiel tot acht jaar cel zonder tbs.
Mensenhandel in Nederland gestegen
In 2024 is het aantal meldingen van mensenhandel in Nederland gestegen naar 944 en dat zijn er 76 meer dan in 2023. Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, Conny Rijken, duidt de toename vooral op betere signalering en opvang, met name van minderjarige slachtoffers van criminele uitbuiting. Vrouwen worden vooral seksueel uitgebuit via thuisprostitutie en escortdiensten, vaak in zogeheten carrouselconstructies waarbij ze voortdurend worden verplaatst, wat opsporing bemoeilijkt. Tegelijkertijd wordt er minder onderzoek gedaan naar seksuele uitbuiting, wat Rijken zorgelijk noemt. Mannen zijn vaker slachtoffer van arbeidsuitbuiting, met veel buitenlandse slachtoffers, vooral uit Oekraïne en Latijns-Amerikaanse landen. Het aantal minderjarige slachtoffers is toegenomen, vaak jongeren met de Nederlandse nationaliteit of alleenstaande minderjarige vreemdelingen die worden ingezet voor criminele activiteiten zoals drugshandel of het plaatsen van explosieven. Rijken waarschuwt dat het werkelijke aantal vermoedelijk hoger ligt en roept op tot betere signalering. Ze uit ook zorgen over het afnemend aantal opsporingsonderzoeken naar internationale seksuele uitbuiting, ondanks het stijgende aantal slachtoffers.
Misbruik met deepfake naaktbeelden
Het is in Nederland strafbaar om zonder toestemming deepfake naaktbeelden van iemand te maken, verspreiden of in je bezit te hebben. Toch blijken uitkleed-apps lastig strafrechtelijk aan te pakken. Nederland loopt voorop in het strafbaar stellen van seksuele deepfakes. In veel andere Europese landen kun je hooguit worden veroordeeld voor smaad als je zo’n afbeelding van iemand maakt. In Nederland is het maken van dit soort beelden een seksueel misdrijf en kun je daar een stuk zwaarder voor worden gestraft. Op het maken van deepfake-naaktbeelden staat een maximale gevangenisstraf van twee jaar. Dan gaat het om het maken van beelden van iemand die meerderjarig is. Ook het verspreiden en in bezit hebben is strafbaar, maar het maken van de beelden wordt gezien als het meest ernstige delict.
Als iemand deepfake-naaktbeelden maakt van iemand die jonger is dan 18 jaar, dan is de maximale gevangenisstraf zes jaar – dan wordt het gezien als het vervaardigen van virtuele beelden van kindermisbruik. Dat wordt veel strenger bestraft. Het ligt ook aan de situatie. Als een jongen van 15 een deepfake-naaktfoto maakt van een meisje van 15, dan wordt dat feitelijk gezien als virtuele kinderporno. Maar omdat de jongen ook maar 15 jaar is, zal een officier van justitie dat meewegen en eerder een geldboete, taakstraf of lichte straf eisen. Ook kan bureau Halt worden ingeschakeld om herhaling te voorkomen. Als de jongen van 15 de naaktbeelden gebruikt voor afpersing of intimidatie, wordt een zwaardere straf geëist.
Het vervaardigen van seksuele deepfakes zonder toestemming is strafbaar, maar volgens het strafrecht doet de gebruiker van zo’n dienst dat, en niet per se de app. En een uitkleed-app kan bijvoorbeeld ook worden gebruikt als iemand toestemming geeft voor het maken van zo’n virtuele naaktfoto, en dan is het weer niet strafbaar. Er zijn wel situaties te bedenken waarbij vervolging misschien mogelijk is, bijvoorbeeld als er kan worden aangetoond dat ze vooral seksuele deepfakes van minderjarigen maken. Ook moeten deze diensten altijd reageren op verwijderverzoeken. Als ze dat niet doen, kunnen autoriteiten buiten het strafrecht ze aanpakken, zoals een privacy waakhond. Het zonder toestemming maken van seksuele deepfakes is dus strafbaar en vooral als het gaat om minderjarigen.
In maart 2024 bracht het Algemeen Dagblad aan het licht dat tussen de zeventig en tachtig bekende Nederlandse vrouwen, waaronder politici, presentatoren en prinses Amalia, slachtoffer waren van deepfake-pornovideo’s. Deze video’s, gemaakt met kunstmatige intelligentie, toonden gezichten van deze vrouwen die op lichamen van pornoactrices waren geplakt, wat de beelden zeer realistisch maakte. De video’s verschenen op de website MrDeepFakes, een internationaal platform met miljoenen maandelijkse bezoekers dat anonieme uploads tegen betaling faciliteerde. Na publicaties van het Algemeen Dagblad, CBC, Bellingcat en Deense media werd de site in Nederland geblokkeerd en ging deze in mei 2024 wereldwijd offline. Een 73-jarige man uit Noord-Holland is door het Openbaar Ministerie als verdachte aangemerkt voor het maken van ten minste één van deze video’s. Zijn woning werd doorzocht, hij is verhoord, maar niet gearresteerd, en het Openbaar Ministerie wacht op het dossier om over vervolging te beslissen. Minstens twintig slachtoffers, waaronder Caroline van der Plas, Hélène Hendriks, Olcay Gulsen, Sylvana IJsselmuiden, Mirjam Bikker, Ellie Lust, Welmoed Sijtsma en Sharon Dijksma, deden aangifte, waarbij sommigen de video’s als “digitale verkrachting” omschreven vanwege de ernstige privacy-inbreuk, reputatieschade en emotionele impact. De connectie met Canada betreft de vermeende oprichter van MrDeepFakes, David Do, een 36-jarige apotheker uit Toronto. Forensisch onderzoek door cyberbureau Sidenty, Bellingcat en media zoals het Algemeen Dagblad en CBC wees hem aan als de persoon achter de site. Do bevestigde in een e-mail aan het Algemeen Dagblad dat hij de site oprichtte, maar claimde deze jaren geleden te hebben verkocht aan een onbekende partij. Na de onthullingen verwijderde hij zijn sociale media, werd hij ontslagen door het ziekenhuis waar hij werkte, en startte de Canadese apothekersorde een onderzoek naar zijn gedrag. Er is geen bewijs dat de 73-jarige Nederlander direct met Do samenwerkte, maar hij zou video’s hebben gemaakt die via MrDeepFakes werden verspreid. In Nederland is het maken en verspreiden van deepfake-porno zonder toestemming strafbaar met maximaal twee jaar cel, zoals bleek uit een zaak in 2023 waarin een dader een voorwaardelijke taakstraf kreeg voor een deepfake-video van Welmoed Sijtsma. In Canada is het verspreiden van deepfake-porno echter niet expliciet strafbaar, wat uitlevering van Do naar Nederland bemoeilijkt, ondanks oproepen van Nederlandse politici zoals Caroline van der Plas, Songul Mutluer en Ingrid Michon van BBB, GroenLinks-PvdA en VVD. Deze partijen dringen aan op uitlevering om een krachtig signaal af te geven, maar het Canadese ministerie stelt dat het vermeende gedrag in beide landen strafbaar moet zijn voor uitlevering. De Canadese premier Mark Carney beloofde in 2025 wetgeving om deepfake-porno te criminaliseren, maar deze is nog niet van kracht. Slachtoffers probeerden via opsporingsbureaus en de Autoriteit Persoonsgegevens de video’s offline te krijgen, terwijl experts waarschuwen dat deepfakes iedereen kunnen treffen en pleiten voor betere detectietechnologie en bewustwording. De juridische verschillen tussen Nederland en Canada compliceren de zaak, en de oproep tot uitlevering is nog niet gerealiseerd. Op het hoogtepunt had MrDeepFakes meer dan 650.000 geregistreerde gebruikers en bevatte het video’s van Canadezen zoals Michael Bublé, Justin Trudeau en Avril Lavigne. De inhoud was sinds de oprichting in 2018 meer dan twee miljard keer bekeken.
Massale verspreiding van kindermisbruikbeelden via nepaccounts op X
Een onderzoek van de Brusselse organisatie EU DisinfoLab heeft aangetoond dat kindermisbruikbeelden op het platform X op grote schaal circuleren. DisinfoLab begon met onderzoek naar Russische beïnvloedingscampagnes, maar stuitte daarbij op een wijdverspreid netwerk van bots en nepaccounts die deze beelden verspreiden.
Het materiaal is vaak te vinden via alledaagse hashtags, waardoor de toegang tot deze content schokkend eenvoudig is. Voor de slachtoffers betekent dit dat beelden van hun trauma’s permanent online blijven en voortdurend opnieuw gedeeld worden. Bots en gehackte accounts vergroten het misbruik door miljoenen kopieën te verspreiden.
De bevindingen benadrukken de kwetsbaarheid van sociale mediaplatforms. X krijgt al langere tijd kritiek, vooral sinds de afname van moderatieteams en versoepelde regels. Huidige controles blijken onvoldoende tegen de steeds geavanceerdere methoden van criminelen. Organisaties zoals Child Focus noemen de situatie onacceptabel, omdat het vertrouwen in veilige digitale ruimtes ernstig wordt ondermijnd.
Volgens experts is internationale actie nodig. Verbeterde algoritmes voor beeldherkenning, een groter aantal menselijke moderators en strengere wetgeving, zoals de Digital Services Act, zijn essentieel. Daarnaast moeten politie, NGO’s en platforms nauwer samenwerken om netwerken te ontmantelen en daders te vervolgen. Kindermisbruik heeft zich inmiddels diep in het digitale landschap genesteld en vereist dringende aandacht.
Seksueel kindermisbruik is strafbaar, ook als dit door Nederlanders in het buitenland wordt gepleegd
Kinderen zoek
In de afgelopen drie jaar zijn 51.433 kinderen binnen Europa verdwenen uit asielzoekerscentra. Dat blijkt uit onderzoek van het journalistencollectief Lost in Europe in samenwerking met de Belgische media VRT, Knack en De Standaard. Van deze minderjarigen is onbekend waar ze zijn gebleven. Het gaat om kinderen die zonder begeleiding naar Europa zijn gereisd en zich in een lidstaat hebben gemeld in een asielzoekerscentrum. Daar zijn ze na hun verdwijning als vermist geregistreerd. Meestal gaat het om kinderen tussen 12 en 18 jaar, maar ook hele jonge kinderen raken ‘kwijt’. Het aantal van ruim 50.000 is meer dan een verdubbeling ten opzichte van de drie jaar ervoor. In de periode van 2018 tot en met 2020 werden 18.292 vermissingen geregistreerd. De onderzoekers zien de laatste jaren een flinke toename van kinderen die uit Afghanistan komen, waar sinds 2021 de Taliban weer aan de macht zijn. Daarnaast heeft Oostenrijk nu meer zicht op de cijfers, en daar zijn de aantallen ook fors.
Duitsland werd het afgelopen jaar meerdere keren geconfronteerd met grote misbruikzaken. Op een camping in Lügde woonde een man die – met hulp van handlangers – over een periode van tien jaar meer dan dertig kinderen misbruikte. In een volkstuincomplex in Münster werd onlangs een pedofielennetwerk ontmaskerd, met zeker drie slachtoffers en elf verdachten. En de politie maakte bekend dat ze de Duitse Christian B. ervan verdenken het Britse meisje Madeleine McCann te hebben ontvoerd en vermoord. Madeleine zou volgens geruchten ook in verband worden gebracht met Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell.
Kidflix
- 1.393 verdachten geïdentificeerd
- 79 verdachten gearresteerd
- Meer dan 3.000 elektronische apparaten in beslag genomen
- 39 kinderen beschermd
De Rekenkamer constateerde bij het ministerie van Justitie en Veiligheid dat in de strafrechtketen namen van verdachten worden verwisseld. “Daardoor kan het gebeuren dat daders van zeden- en geweldsmisdrijven vrij blijven rondlopen. De Algemene Rekenkamer meldde dat de namen van verdachten in minimaal 867 zaken verkeerd zijn vastgelegd. In zeker 141 gevallen gaat het om ernstige zaken zoals levensdelicten of terrorisme. Ambtenaren hebben geen duidelijke instructies hoe ze hiermee moeten omgaan en zijn daardoor in “gewetensnood” gekomen.
Misbruik door sextortion en online grooming
Catherine De Bolle, Directeur van Europol waarschuwt voor de opkomst van “gewelddadige online gemeenschappen” die minderjarigen manipuleren om ze uiteindelijk te misbruiken. Het Europese politieagentschap waarschuwt dat kinderen goed in de gaten gehouden moeten worden om te voorkomen dat ze door dit soort cultussen geworven worden. Er zijn volgens Europol meerdere van dit soort cultussen. Die hebben het vooral gemunt op kinderen en tieners van 8 tot 17 jaar oud, “met name lgbtq+, raciale minderheden en minderjarigen die worstelen met geestelijke problemen, zoals depressie en zelfmoordgedachten”. De cultussen gebruiken een tactiek genaamd ‘online grooming’. Het vertrouwen van de slachtoffers wordt eerst gewonnen, dan wordt hun persoonlijke informatie verzameld, waarna ze uiteindelijk misbruikt worden.
De misbruikte minderjarigen zouden al mensen hebben aangevallen of zelfs vermoord hebben, onder wie familieleden en soms willekeurige passanten. Misbruikers zouden ook kinderen dwingen om seksueel beeldmateriaal te maken en de beelden te delen met andere leden van de groep. De online gemeenschappen rekruteren volgens Europol daders en slachtoffers op wereldwijde schaal, en functioneren als sektes rond charismatische leiders die manipulatie en bedrog gebruiken om hun slachtoffers te lokken en controleren.
De hiërarchie van de gemeenschappen is gebaseerd op de hoeveelheid (meestal extreem gewelddadige) gedeelde inhoud. “Vandaag de dag maken digitale platforms wereldwijde communicatie mogelijk, gewelddadige extremistische online gemeenschappen maken ook gebruik van deze mogelijkheid. Gewelddadige daders verspreiden schadelijke ideologieën, vaak gericht op onze jeugd. De daders maken gebruik van online gameplatforms, streamingdiensten en sociale mediaplatforms om hun slachtoffers te identificeren en te lokken.
In sommige gevallen infiltreren de daders in online zelfhulp- of ondersteuningsgemeenschappen voor mensen die met deze problemen te maken hebben. Deze gewelddadige criminelen gebruiken verschillende tactieken om hun slachtoffers te lokken en te manipuleren om expliciete seksuele inhoud te produceren, zichzelf te verwonden, anderen pijn te doen en zelfs moorden te plegen, stelt Europol. In het begin gebruiken daders vaak ‘love bombing’-technieken – extreme uitingen van zorg, vriendelijkheid en begrip om het vertrouwen van de minderjarigen te winnen – terwijl ze persoonlijke informatie over hun slachtoffers verzamelen. De daders gebruiken deze informatie in de uitbuitingsfase van de grooming, wanneer ze de kwetsbare minderjarigen dwingen om seksuele inhoud te maken en gewelddaden te plegen. De daders chanteren de slachtoffers vervolgens om nog schadelijkere handelingen te verrichten door te dreigen de expliciete inhoud van de slachtoffers te delen met hun familie, vrienden of online gemeenschappen.
Bij hulplijn Helpwanted, komen 600 meldingen per maand binnen over het ongewenst verspreiden van intieme beelden of over sextortion. In 2024 meldden zich ruim 12.000 slachtoffers.
Het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) van de Eenheid Landelijke Opsporing en Interventies ziet een zorgelijke toename van kinderpornogroepen op end to end end encrypte chatapplicaties waarin heftig materiaal wordt gedeeld. Naast beelden van ernstig seksueel kindermisbruik worden er in deze groepen ook beelden van mishandelingen en martelingen van kinderen verstuurd. Daarnaast treffen ze in deze groepen andere schokkende en mensonterende beelden aan zoals onthoofdingen van volwassenen en grove mishandelingen van dieren. De politie ziet ook een alarmerende stijging in het aantal meldingen van seksuele delicten, met 14.802 meldingen in 2024, bijna 800 meer dan in 2023. Cijfers over online seksueel geweld ontbreken, omdat deze niet apart worden geregistreerd. De politie spreekt van een ‘veelkoppig monster’: online seksueel misbruik kent veel verschillende daders, uiteenlopende strafbare feiten en diverse slachtoffers.
Sinds de oprichting meer dan twintig jaar geleden, heeft de De Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) in totaal meer dan 900 zaken behandeld. In circa 25 gevallen betrof het zedenzaken waarin sprake was van aspecten van ritueel misbruik, waarvan slechts drie in de afgelopen zeven jaar. Op basis van het veelal uitgebreide opsporingsonderzoek dat de politie in deze zaken uitvoerde voordat de zaak werd voorgelegd aan de LEBZ, bleek objectieve ondersteuning voor de geuite beschuldigingen in de vorm van forensisch, tactisch, digitaal of overig bewijs vaak te ontbreken en/of bevatte het dossier feiten die strijdig waren met de aangifte. In enkele zaken constateerde de LEBZ dat nog nadere opsporingshandelingen konden worden verricht en werd daarover advies uitgebracht. In geen van de genoemde 25 zaken is vervolging ingesteld door het openbaar ministerie.
Minister Grapperhaus zag geen aanleiding om meer actie te nemen. Michiel van Nispen (SP) uit zijn zorgen over de vooringenomenheid van de LEBZ. “De grote vraag is: waarom wordt ritueel misbruik niet onderzocht? Hij kreeg tientallen berichten van slachtoffers en hulpverleners die stellen dat de vooringenomen houding van de politie en de LEBZ daar een grote rol in speelt. De bemoeienis met de zorgstandaard maakt de vraag of de LEBZ niet vooringenomen is nog groter.” Caleidoscoop, de landelijke vereniging voor mensen met een dissociatieve stoornis, stelt – in een brief die ook door andere organisaties is ondertekend – dat ‘onafhankelijke onderzoeken noodzakelijk zijn naar ritueel misbruik in Nederland en de werkwijze van de LEBZ’. Als toelichting op de brief heeft Caleidoscoop 24 ervaringsverhalen verzameld rondom het doen van aangifte van georganiseerd misbruik. De woning van Grapperhaus werd in 2022 beklad. Op de voordeur en op de opstap naar de woning werd met zwarte verf ‘pedo nazi’ geschreven.
Wereldwijd is 1 op de 5 vrouwen tussen de 20 en 24 jaar voor haar 18e verjaardag getrouwd. Ieder jaar komen er 12 miljoen kindbruiden bij!
In het zuiden van India werden begin maart 2025 twee vrouwen door meerdere mannen verkracht en een man gedood. Dat gebeurde bij een rivier in de stad Hampi, een populaire toeristische plaats vanwege de vele tempels. Een van de vrouwelijke slachtoffers was een Israëlische toerist, de ander een Indiase eigenaresse van een zogenoemde homestay, een overnachtingsplek voor toeristen bij lokale mensen thuis. De twee vrouwen waren donderdagavond met drie mannelijke toeristen – een Amerikaan en twee Indiërs – sterren aan het kijken bij de rivier toen ze werden aangevallen door een groep mannen. Voorafgaand aan de aanval zou er een ruzie zijn geweest over geld. Volgens de lokale politiechef duwden de aanvallers de drie mannen in de rivier, waarna ze de vrouwen verkrachtten. De Amerikaanse man en een van de mannen uit India overleefden het.
Het lichaam van de derde man werd zaterdagochtend gevonden. Volgens de politie waren de daders de groep gevolgd naar de rivier. De drie mannen reden naar verluidt op een motor naar de groep om te vragen waar ze konden tanken. Vervolgens zouden ze 100 roepies hebben geëist van de groep, omgerekend ongeveer een euro. Toen de sterrenkijkers dat niet wilden geven, ontstond er een ruzie. Toen een van de mannelijke toeristen alsnog 20 roepies gaf, namen de mannen er geen genoegen mee en vielen de groep aan, aldus de politiechef. Verkrachtingen en geweld zijn in India een wijdverspreid probleem. Afgelopen zomer waren er grote protesten in het land na de verkrachting en dood van een arts in opleiding. Begin dit jaar kreeg de dader, een vrijwilliger van de politie, een levenslange celstraf. In 2019 gingen mensen de straat op na de verkrachting en moord op een vrouwelijke dierenarts. In 2012 werd een 23-jarige studente door meerdere mannen verkracht in een bus. Ook toen leidde dat tot massale protesten.
Na het incident in 2012 paste de Indiase regering de wet aan, waardoor de doodstraf voortaan kan worden opgelegd voor verkrachting van meisjes onder de 12 jaar. Ook zijn agenten die weigeren melding te doen van seksueel geweld strafbaar. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch wordt die wet nog altijd onvoldoende nageleefd. Zo kwam in 2021 nog een hoge rechter in opspraak nadat hij tegen een verdachte van verkrachting had gezegd dat hij het beste met zijn minderjarige slachtoffer kon trouwen om de gevangenis te ontlopen. Afgelopen najaar keerde de Indiase regering zich tegen een oproep van het hooggerechtshof, dat pleit voor het criminaliseren van verkrachting binnen het huwelijk. Volgens de regering is deze maatregel “buitensporig streng” en zijn er al genoeg wetten die vrouwen beschermen tegen seksueel geweld.
Historische en hedendaagse voorbeelden van kindhuwelijken in islamitische context:
- Mohammed en Aisha (7e eeuw) Volgens de meest geaccepteerde hadiths (o.a. Sahih al-Bukhari 5133, 5134, Sahih Muslim 1422) trouwde Mohammed met Aisha toen zij 6 jaar oud was en voltrok hij het huwelijk (consummatie) toen zij 9 was.
Dit wordt door de overgrote meerderheid van klassieke en hedendaagse soennitische geleerden beschouwd als authentiek en wordt vaak gebruikt als precedent dat een huwelijk met een meisje van 9 jaar legitiem kan zijn. - Klassieke islamitische jurisprudentie (fiqh) De vier grote soennitische rechtsscholen (Hanafi, Maliki, Shafi’i, Hanbali) en de meeste sjiitische stromingen stellen dat er geen minimumleeftijd is voor huwelijk zolang het meisje “rijp” is (vaak gedefinieerd als eerste menstruatie).
- Veel klassieke werken (bijv. Reliance of the Traveller, een gezaghebbende Shafi’i-tekst) vermelden expliciet dat een vader zijn minderjarige dochter mag uithuwelijken, zelfs als ze nog heel jong is. +Hedendaagse realiteit in een aantal landen (2020–2026) Jemen: geen minimumleeftijd voor huwelijk (tot op heden). UNICEF schat dat 32–40% van de meisjes trouwt vóór 18, en een significant deel vóór 15.
- Iran (sjiitisch): wettelijke minimumleeftijd is 13 voor meisjes (met gerechtelijke toestemming zelfs jonger). Officiële registraties tonen huwelijken van 9- en 10-jarige meisjes.
- Saoedi-Arabië: tot 2019 geen minimumleeftijd; sinds 2019 officieel 18, maar uitzonderingen met toestemming rechter blijven bestaan.
- Afghanistan (Taliban-periode 2021–nu): Taliban heeft kindhuwelijken actief gefaciliteerd en soms zelfs gestimuleerd als oplossing voor schulden of allianties.
- Nigeria (noordelijke staten onder sharia): kindhuwelijken blijven zeer gebruikelijk; sommige staten erkennen sharia-huwelijken zonder leeftijdsgrens.
- Pakistan: wettelijk minimum is 16/18, maar in praktijk (vooral rurale gebieden en tribale zones) trouwen tienduizenden meisjes jaarlijks onder de 15, vaak met religieuze rechtvaardiging.
- Hedendaagse fatwa’s en uitspraken Verschillende prominente geleerden (o.a. uit Saoedi-Arabië, Egypte, Iran) hebben in de afgelopen 20 jaar herhaald dat een huwelijk met meisjes van 9 jaar islamitisch toelaatbaar blijft, zolang het geen schade toebrengt (wat subjectief wordt beoordeeld).
- In 2018–2022 waren er meerdere geruchtmakende zaken in Iran, Jemen en Irak waarbij 9- tot 11-jarige meisjes officieel trouwden en de geestelijken het verdedigden met verwijzing naar de Soenna.
Kindhuwelijken (inclusief huwelijken met meisjes jonger dan 12–13) worden in delen van de islamitische wereld nog steeds als religieus legitiem beschouwd omdat:
- de belangrijkste bronnen (hadith over Aisha) dit toelaten
- de klassieke fiqh geen harde minimumleeftijd stelt
- in sommige landen de wetgeving bewust ruimte laat voor religieuze huwelijken
Dit is een van de weinige voorbeelden van systematisch machtsmisbruik dat nog steeds in de 21e eeuw op grote schaal voorkomt en openlijk met een religieuze rechtvaardiging wordt verdedigd.
Eerwraak
Een op de drie zaken over eerwraak speelt bij Syriërs. De politie registreerde vorig jaar meer geweldszaken waarbij eer mogelijk een rol speelde dan het jaar daarvoor. Het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) bekeek 757 zaken.
In 2024 waren dat er 673 en in 2023 619. Volgens het LEC EGG komt de toename gedeeltelijk doordat het centrum sneller betrokken wordt. De belangstelling voor het werk van het team steeg in 2025 ‘aanzienlijk’, aldus de politie. Zo was er in de media en de wetenschap veel aandacht voor eergerelateerd geweld. Toch noemt het centrum de stijging van het aantal zaken dat voorbijkomt ook ‘zorgwekkend’.
Het LEC EGG is er voor de behandeling van en advisering over ‘complexe eergerelateerde geweldszaken’. De laatste jaren ging het in de meeste gevallen om mishandeling en bedreiging, maar ook stalking en seksueel misbruik komen voor.
Eerwraak komy in verschillende culturen voor. In de zaken die het LEC EGG in 2025 kreeg voorgelegd, had ongeveer een derde ‘een Syrische context’, 15 procent een Turkse en 11 procent een Marokkaanse.
In 2025 was het LEC EGG betrokken bij de behandeling van vier zaken waarbij dodelijke slachtoffers vielen, vijf in totaal. In twee gevallen ging het om een oudere zaak. Eén van de slachtoffers was een man.
Eerwraak is iets dat in sommige gemeenschappen, waaronder bepaalde migranten- of conservatieve gemeenschappen, hardnekkig blijft bestaan. Het idee van erewraak komt vaak voort uit tradities of sociale normen die niet noodzakelijkerwijs deel uitmaken van de oorspronkelijke religieuze teksten, maar eerder zijn voortgekomen uit culturele praktijken en interpretaties van die religie, vaak met de nadruk op “eer” en de controle over vrouwen. In sommige gevallen kan erewraak of het idee van “de bescherming van de familie-eer” zo ver gaan dat het recht wordt genomen in de handen van een familielid, meestal een man, die meent dat hij het recht heeft om wraak te nemen op een vrouw die als “eer”verlies wordt beschouwd.
Dit gebeurt vaak in situaties waarbij de vrouw wordt gezien als het bezit van de man, en haar gedrag wordt als een weerspiegeling van de mannelijke “eer” beschouwd. Het is een verschijnsel dat in verschillende culturen en religies kan voorkomen, maar het is niet specifiek verbonden aan een bepaalde religie, hoewel het vaak verkeerd geassocieerd wordt met de Islam. Erewraak is in veel gevallen het resultaat van culturele tradities en niet van religieuze voorschriften. In sommige gemeenschappen, met name in landen waar de macht van mannen en de onderdrukking van vrouwen diep geworteld zijn, wordt het concept van “eer” vaak als een belangrijke sociale norm gezien.
Deze culturele normen kunnen soms religieuze doctrines beïnvloeden, maar ze zijn niet noodzakelijkerwijs door de religie zelf voorgeschreven. De Islam zelf, net als andere wereldreligies, heeft geen leerstellingen die erewraak goedkeuren. Integendeel, de islamitische leer benadrukt de waarde van gerechtigheid en mededogen, en heeft zelfs de rechten van vrouwen vastgelegd op vele gebieden, zoals huwelijken, erfenis, en het recht op bescherming tegen geweld. Het idee dat mannen alles mogen doen, terwijl vrouwen worden gecontroleerd, komt voort uit patriarchale sociaal-culturele structuren, die in sommige gemeenschappen sterker zijn dan de religieuze boodschap zelf.
Het idee van mannelijke superioriteit en vrouwelijke onderdanigheid heeft door de tijd heen geleid tot diepgewortelde machtsverhoudingen die moeilijk losgelaten kunnen worden, zelfs wanneer de religieuze leer niet zulke ongelijkheden ondersteunt. Erewraak heeft vaak te maken met een diepgeworteld idee van eigendom en bezit over vrouwen in een samenleving die patriarchale normen heeft. Vrouwen worden vaak gezien als “de dragers van de familie-eer”, wat betekent dat hun gedrag (zoals seksuele vrijheid, huwelijkskeuzes, of zelfs sociaal gedrag) een directe invloed heeft op de status van de mannelijke leden van de familie. Wanneer vrouwen zich volgens de normen van de familie of gemeenschap gedragen, wordt dit gezien als een schending van de collectieve eer, en dit kan leiden tot de tragische en gewelddadige daden van erewraak.
Het begrip van “eer” en “wraak” kan in bepaalde gemeenschappen zo ver gaan dat het zelfs het rechtssysteem of overheidsautoriteit omzeilt. Dit is een belangrijk probleem in landen en gemeenschappen waar familiale en culturele normen sterker worden gerespecteerd dan de wet van het land. In gevallen van erewraak kan het recht niet eens worden toegepast vanwege de sociale druk en de bescherming van de familie, wat leidt tot een cyclus van geweld en onrecht die moeilijk te doorbreken is. De invloed van culturele tradities kan zo sterk zijn dat mensen binnen deze gemeenschappen de wettelijke normen en maatschappelijke waarden van hun gastland niet altijd volgen, vooral wanneer het gaat om kwesties van gezinsstructuur en privélevens.
Eerwraak is een van de meest rauwe en primitieve vormen van geweld die nog steeds op grote schaal voorkomt, vaak met een expliciete of impliciete religieuze of culturele rechtvaardiging.
Een (meestal vrouwelijk) familielid wordt vermoord of ernstig mishandeld omdat zij (of hij) zou hebben “de eer van de familie geschonden”.
Redenen variëren van:
- verliefd worden op de verkeerde persoon
- weigeren van een gearrangeerd huwelijk
- scheiden van een gewelddadige man
- slachtoffer zijn van verkrachting (dus “besmet” geraakt)
- kleding dragen die als te vrij wordt gezien
- roddel of geruchten (zelfs zonder dat er iets gebeurd is)
Dader(s) zijn bijna altijd mannelijke familieleden: vader, broers, ooms, neven, soms de echtgenoot zelf.
Het wordt vaak gezien als plicht: “de eer moet hersteld worden”.
Elk jaar worden naar schatting 5.000 tot 20.000 vrouwen en meisjes wereldwijd slachtoffer van eerwraak (de echte cijfers liggen waarschijnlijk hoger omdat veel gevallen niet gerapporteerd worden).
Landen met de hoogste geregistreerde aantallen: Pakistan, Irak, Afghanistan, Jemen, Syrië, Jordanië, Egypte, India (vooral Punjab en Sindh), Turkije (vooral Koerdische gebieden), Iran. In Pakistan alleen al officieel 1.000 tot 1.500 gevallen per jaar; werkelijkheid waarschijnlijk 2–3× hoger.
In Jordanië en Syrië werd eerwraak tot recent nog strafverminderd als “misdrijf in hartstocht” (tot 2017–2021 in sommige landen aangepast, maar de praktijk blijft).
Er is geen expliciet vers in de Koran dat eerwraak voorschrijft.
Maar wel veel verwijzingen naar “eer”, zuiverheid, gehoorzaamheid aan familie/vader/eerbewakers.
Veel daders en families beroepen zich op interpretaties van “zina” (onzedelijk gedrag), “qisas” (vergelding), of tribale gewoontes die vermengd zijn geraakt met islamitische retoriek. In de praktijk wordt het vaak verdedigd met “dit is onze traditie / onze religie vereist zuiverheid / Allah wil dat de eer beschermd wordt”.
Het geweld is extreem disproportioneel: iemand vermoorden omdat ze verliefd werd, verkracht werd, of simpelweg roddel overleefde.
Het slachtoffer heeft meestal geen enkele vorm van proces, verdediging of beroep.
De gemeenschap keurt het vaak goed, zwijgt erover, of helpt zelfs mee (getuigenis afleggen, lichaam verstoppen).
Het systeem beschermt de daders: lage straffen, “familie-oplossing”, politie die niet ingrijpt, rechters die mild zijn.
Het is een van die praktijken waarbij je heel duidelijk ziet hoe macht (in dit geval mannelijke familie- en stammacht) gecombineerd met een beroep op traditie/religie extreem geweld rechtvaardigt tegen de meest kwetsbaren en dat in 2026 nog steeds op grote schaal gebeurt:

Laat een reactie achter