Migratie

De LIBE-commissie van het Europees Parlement heeft ingestemd met een voorstel van de Europese Commissie om voor 2030 zeven miljoen arbeidsmigranten naar Europa te halen. Het plan moet naar verluidt arbeidskrapte oplossen, maar zorgt voor veel kritiek. De zogeheten ‘EU Talent Pool’ moet het makkelijker maken voor mensen uit derdewereldlanden om in Europa te komen werken.

Migranten zijn mensen die vrijwillig van het ene land naar het andere verhuizen voor werk, studie, of gezinshereniging. Het belangrijkste verschil tussen vluchtelingen en migranten: Vluchtelingen zijn mensen die hun land ontvluchten vanwege vervolging, oorlog, of geweld, zoals de Oekraïners die vluchten vanwege de oorlog in hun land. Ze zoeken bescherming in een ander land volgens internationale verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties. 

Migratie kan worden onderverdeeld in verschillende soorten;

  • Arbeidsmigratie: Mensen verhuizen op zoek naar betere werkgelegenheid en economische kansen. Dit kan zowel binnen als buiten de landsgrenzen plaatsvinden. Vooral laagbetaalde en seizoensarbeiders vormen een groot deel van deze migratiestroom.
  • Studiemigratie: Studenten kiezen ervoor om in een ander land te studeren vanwege de kwaliteit van onderwijs of specifieke studieprogramma’s. Deze migratie is vaak tijdelijk, maar kan leiden tot permanente vestiging als de student later werk vindt in dat land.
  • Vluchtelingenmigratie: Dit betreft mensen die hun land ontvluchten vanwege oorlog, vervolging of natuurrampen. Vluchtelingen zoeken vaak asiel in veilige landen waar zij bescherming kunnen vinden.
  • Familiehereniging: Deze vorm van migratie gebeurt wanneer gezinsleden die al in een ander land wonen, familie uitnodigen om samen te wonen. Dit is een belangrijke reden voor langdurige migratie.

Migratie heeft zowel positieve als negatieve effecten. Aan de ene kant bevordert het economische groei en culturele uitwisseling, maar het kan ook leiden tot spanningen in ontvangende landen door druk op infrastructuur, woningvoorrraad en werkgelegenheid. 

Het huidige immigratiebeleid van Nederland richt zich op het verkrijgen van meer controle over migratiestromen en het verbeteren van de opvang en integratie van migranten. In 2023 zijn verschillende stappen gezet om zowel nationaal als internationaal meer grip te krijgen op migratie. Zo heeft Nederland migratiepartnerschappen versterkt met landen als Marokko om de terugkeer van gelijke asielzoekers te verbeteren. Daarnaast is er meer aandacht gekomen voor snellere procedures aan de Europese buitengrenzen, zoals vastgelegd in het nieuwe EU-migratiepact​.Een combinatie van arbeidsmigranten ontmoedigen, strengere regels voor uitzendbureaus en inleners en mensen aansporen om (meer) te werken moet ervoor zorgen dat er minder arbeidsmigranten naar Nederland komen. Daarnaast is het beleid sterker geworden wat betreft arbeidsmigratie, waarbij er meer aandacht is voor gereguleerde instroom en het onmogelijk van irreguliere migratie​.

Migranten komen van steeds verder weg. Waar voorheen de arbeidsmigranten vooral Polen, Roemenen of Hongaren waren, komen ze nu vaak uit Oekraïne, Georgië of landen nog verder weg. Met name uitzendbureaus zoeken nu steeds verder weg omdat de vraag naar goedkope arbeid maar blijft toenemen. Tijdens een controle van de arbeidsinspectie bij een tuinbouwbedrijf in het westen van het land, werden onlangs zeker twintig mensen uit Georgië aangetroffen die geen vergunning hadden om in Nederland te werken. Ook werkten ze veel meer uren dan opgegeven. Zij werden via een uitzendbureau en doorleenbedrijf aan het werk gezet bij de tuinder. De werkgever en het uitzendbureau wacht een boete van honderdduizenden euro’s. Werkgevers die met illegalen werken, kunnen in plaats van boetes ook gevangenisstraffen krijgen. Oost-Europese arbeiders raken dakloos wanneer ze per direct worden ontslagen. Veel arbeidsmigranten krijgen onderdak aangeboden via hun werkgever of uitzender. In de Pauluskerk in Rotterdam bivakkeren ongeveer 150 migranten. “Het zijn vooral jonge mannen van in de dertig uit Oost-Europa. Zij werken vaak op fragiele en onzekere contracten via een uitzendbureau en worden van de ene op de andere dag ontslagen. Ze hebben dan geen inkomen meer en komen op straat terecht aangezien ze niet voldoen aan de voorwaarden voor nachtopvang.” Onlangs is opnieuw een arbeidsmigrant overleden op straat. De teller in Rotterdam staat inmiddels op vier doden. Uitzendbureaus ontslaan werknemers met een niet-Nederlandse nationaliteit vaker op staande voet dan mensen met een Nederlandse nationaliteit en dan is de kans groot dat zij niet weten wat hun rechten zijn. Vorig jaar werden 7.470 mensen op staande voet ontslagen in de uitzendsector. Daarvan hadden er 6.308 een niet-Nederlandse nationaliteit. De problematiek speelt niet alleen in Rotterdam, maar ook bijvoorbeeld in Den Haag, Amsterdam, Venlo en Tiel. Vakbond FNV constateert dat er onder meer veel sprake is van uitbuiting in sectoren zoals de bouw, vleesindustrie, distributiecentra en het vrachtvervoer.Daar komt bij dat Oost-Europese arbeiders vaker betrokken zijn bij bedrijfsongevallen, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Dan gaat het vooral om de groep niet-Nederlandse slachtoffers zonder geregistreerd tijdelijk verblijfadres. Zij staan ingeschreven in de Registratie van Niet-ingezetenen (RNI). De RNI is onder meer bedoeld voor mensen die korter dan vier maanden in Nederland verblijven en hier willen werken. Het aantal ongevallen per 100.000 banen is 37. Bij de overige slachtoffers, Nederlanders en arbeidsmigranten die bij gemeenten ingeschreven staan, is dat aantal 26. De meeste ongevallen met arbeidsmigranten in de RNI vinden plaats in de metaalindustrie, slachterijen en landbouw, bosbouw en visserij. Verder zijn slachtoffers uit de groep vaker uitzendkracht, jong en erg kort in dienst op het moment dat het ongeval plaatsvindt. Arbeidsmigranten doen vaak ongeschoold, laagbetaald en tijdelijk werk, en dan ook nog in sectoren waar het risico op ongevallen relatief groot is. Verder komt het voor dat arbeidsmigranten door taal- en cultuurverschillen in sommige gevallen instructies en waarschuwingen mogelijk niet goed begrijpen.  Er ligt een wetsvoorstel in de Tweede Kamer waarmee malafide uitzenders kunnen worden aangepakt, met garanties om ze van de uitleenmarkt te weren. Het gaat onder meer om periodieke controles op naleving van de belangrijkste arbeids- en fiscale wetten, het voldoen van een waarborgsom van 100.000 euro en aanvullende gegevensuitwisseling met onder meer de Arbeidsinspectie. Uitleners die zonder toelating arbeidskrachten uitlenen én inleners die zakendoen met niet-toegelaten uitleners kunnen boetes krijgen van de Arbeidsinspectie. Zo kunnen zowel malafide uitzendbureaus als inleners worden aangepakt. Verder is een verkenning aangekondigd naar een algeheel verbod op uitzendwerk in bepaalde sectoren. Mochten er te veel misstanden, waaronder misbruik van ontslag op staande voet, blijven bestaan met uitzendbureaus in bepaalde sectoren, dan is een uitzendverbod een maatregel die kan worden ingezet. De Arbeidsinspectie kan bij overtredingen van deze wet, die vanaf 1 februari 2025 zijn geconstateerd, hogere boetes opleggen aan werkgevers die zonder de benodigde vergunningen vreemdelingen arbeid laten verrichten. Het nieuwe boetenormbedrag bij illegale tewerkstelling is vanaf 1 februari 2025 € 6.000 voor rechtspersonen. Dit geldt indien er sprake is van normale verwijtbaarheid en normale ernst van de overtreding. Deze boete zal hoger zijn indien er sprake is van grove schuld of opzet en als er sprake is van een meer ernstige overtreding. In dat geval kan de maximale boete oplopen tot €11.250,-. bij opzet en een meer ernstige overtreding. Omstandigheden die kunnen leiden tot het aannemen van een ernstigere overtreding zijn bijvoorbeeld slechte arbeidsvoorwaarden of -omstandigheden, huisvesting onder slechte omstandigheden met betrokkenheid van de werkgever, en/of paspoortinname. 

Het kabinet wil hiermee een hardere aanpak waarbij arbeidsmigratie tegen lage lonen en onder slechte omstandigheden wordt beperkt. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Asiel en Migratie hebben aan het CBS opdracht gegeven om een dashboard Migratiemotieven te ontwikkelen en deze jaarlijks te actualiseren. 

Het kabinet wil legale migratie verbeteren en versterken. Tegelijkertijd wil het irreguliere migratie beperken, overlast en misbruik bestrijden, en terugkeer bevorderen om:

  • migratie zoveel mogelijk gestructureerd te laten verlopen; 
  • ongewenste migratiestromen te beperken; 
  • en het draagvlak voor migratie in onze samenleving te behouden en te versterken. 

Migratie biedt de industrie kansen en mogelijkheden.  Tegelijkertijd legt het ook druk op voorzieningen zoals huisvesting, onderwijs en de gezondheidszorg. De aanpak moet de uitdagingen en de kansen van migratie zo goed mogelijk tegen elkaar afwegen. Mensen migreren:

  • om in een ander land te werken (arbeidsmigratie);
  • om te studeren (kennismigratie);
  • voor de liefde;
  • of omdat ze op de vlucht zijn voor oorlog of geweld (asielmigratie).
Nederland wil sluiproute detachering arbeidsmigranten tegengaan

Nederland wil duidelijkere Europese regels voor gedetacheerde arbeidsmigranten van buiten de EU en dat er paal en perk wordt gesteld aan mensen van buiten de EU die via een ander Europees land geworven worden om direct in Nederland aan het werk gezet te worden. Deze constructie wordt gebruikt om Nederlands toelatingsbeleid voor arbeidsmigranten van buiten de EU te omzeilen. Dit leidt vaak tot misstanden. Deze oproep deed minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag aan Eurocommissaris Minzatu namens zeven Europese lidstaten.

In 2023 werden 23.000 derdelanders van buiten de Europese Unie via een bedrijf vanuit een andere EU-lidstaat gedetacheerd naar een Nederlands bedrijf. Deze detacheringen leiden tot veel misstanden. Ook zouden deze derdelanders via de Nederlands regels nooit worden toegelaten om hier te werken.

Minister Eddy van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: “De inzet op het tegengaan van oneigenlijke detachering van derdelanders is onderdeel van de bredere inzet van dit kabinet om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie en een einde te maken aan de misstanden. Op mijn initiatief roep ik, samen met collega’s uit andere EU-lidstaten, de Europese Commissie op om de regels rondom de detachering van derdelanders te verduidelijken en de gezamenlijke handhaving via de ELA te versterken’’.

Detachering is een onderdeel van het vrij verkeer van diensten binnen de EU. Ook derdelanders kunnen op grond hiervan gedetacheerd worden van de ene naar de andere EU-lidstaat. In de praktijk is echter vaak sprake van oneigenlijk gebruik en schijnconstructies. Een derdelander wordt dan bijvoorbeeld vanuit een andere EU-lidstaat naar Nederland gedetacheerd, zonder eerst in de andere EU-lidstaat gewerkt te hebben. Dat komt met name omdat de regels onduidelijk en moeilijk handhaafbaar zijn. De regels worden verschillend toegepast door lidstaten. Zo is het onduidelijk hoe lang mensen in een EU-lidstaat gewerkt moet hebben voor ze mogen werken in een ander land.

Gedetacheerde derdelanders zijn bovendien extra kwetsbaar voor misbruik omdat zij vaak afhankelijk zijn van hun werkgever voor hun verblijfs- en werkvergunning. Misbruik en oneigenlijk gebruik van de detacheringsroute wil het Nederlandse kabinet tegengaan, omdat dit leidt tot oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden, gebrekkige bescherming van kwetsbare werknemers en omzeiling van het Nederlandse toelatingsbeleid. Duidelijke regels moeten hand in hand gaan met goede (grensoverschrijdende) handhaving, in samenwerking met een sterke Europese Arbeidsautoriteit.

De oproep van Nederland wordt gesteund door België, Denemarken, Duitsland, Italië, Luxemburg en Letland. Samen met Nederland vertegenwoordigen zij ruim 40% van de EU-bevolking. De Europese Commissie zal een beslissing moeten nemen of en hoe de regels worden aangepast.

In het regeerprogramma wil het kabinet snel een deel van de Vreemdelingenwet buiten werking stellen. Daarmee zijn er direct meer maatregelen mogelijk om zo de asielinstroom en de migratie van andere migranten te beperken. De Tweede en Eerste Kamer hoeven hier niet eerst mee akkoord te gaan. Gedacht wordt aan extra grensbewaking net als in Duitsland en het onmiddellijk beperken van gezinshereniging van meerderjarige kinderen en het inperken van het indienen van meerdere asielverzoeken, wat stapelen wordt genoemd. Ook stuurt het kabinet volgende week een officieel verzoek naar Brussel om voor Nederland op asielgebied een uitzondering te maken. Dit heet ‘opt-out’ en betekent dat Nederland zich tijdelijk niet aan Europese asielregels hoeft te houden. De vier coalitiepartijen willen een veel strenger asielbeleid en spraken in hun zogenoemde hoofdlijnenakkoord over het strengste asielbeleid “ooit”. De bedoeling van het kabinet is om een asielcrisis uit te roepen. Op die manier kan een deel van de Vreemdelingenwet buiten werking worden gesteld, dat kan in bepaalde situaties zonder inmenging van de Tweede Kamer.  Als er sprake is van “uitzonderlijke omstandigheden” mag het kabinet dit doen via een zogenoemde algemene maatregel van bestuur (AMvB), waardoor er niet meteen goedkeuring van het parlement nodig is. Het kabinet vindt dat er nu sprake is van uitzonderlijke omstandigheden, omdat er volgens het kabinet een crisis is in de opvang, de beschikbaarheid van woningen en knelpunten in de zorg. Tijdens de coronacrisis werd een AMvB ook gebruikt om allerlei ingrijpende maatregelen te nemen. De Kamer heeft daar pas achteraf goedkeuring voor gegeven en dat moet nu ook gebeuren. Het is de vraag of het Europese Hof van Justitie deze route van het kabinet goedkeurt, maar in Den Haag leeft het idee dat er dan in de tussentijd in elk geval stappen gezet kunnen worden met het inperken van de instroom van asielzoekers. Over de opt-out op Europees asielbeleid zal Nederland de komende tijd ook onderhandelen. Het is onzeker wanneer en of dat lukt, maar het kabinet wil er in elk geval vast mee beginnen. Minister Faber van Asiel en Migratie gaat verder met de Asielcrisiswet, waar nog meer instroombeperkende maatregelen worden vastgelegd. Geen verblijfsvergunningen meer voor onbepaalde tijd en gezinshereniging wordt aan banden gelegd. De vluchteling moet minimaal twee jaar een verblijfsstatus hebben, zelfstandige woonruimte en een eigen inkomen voordat hereniging mogelijk is. Het uitroepen van een asielcrisis wordt inmiddels voorbereid door middel van Koninklijke besluiten die worden voorbereid. Ook extra grensbewaking door middel van vliegende brigade is in voorbereiding. De uitstroom maar ook de inperking van de instroom wordt op meerdere fronten tegelijk aangepakt. Er zijn inmiddels al bezuinigingen ingeboekt op het IND in de verwachting dat de te nemen maatregelen snel succes zullen hebben. Voor Oekraïners zullen de eigen bijdragen worden verhoogd. Minister Faber (Asiel en Migratie) moet van NSC binnen drie weken met een spoedwet regelen dat gemeenten Oekraïense vluchtelingen een eigen bijdrage kunnen laten betalen. Door een fout in de wet is dat nu nog niet mogelijk. De kans is groot dat een meerderheid in de Tweede Kamer dit zal steunen. Er zijn tienduizenden Oekraïners die vanaf 1 juli een bijdrage moeten betalen van 105 euro per maand, bedoeld voor gas, water en licht. De bijdrage kan oplopen tot 484 euro voor een gezin, als er ook catering wordt geregeld op de locatie. De Kamer wordt binnen een maand ook geïnformeerd over de voortgang van de opt out. Minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie) heeft de Europese Commissie officieel al om een opt-out gevraagd.  Bij het vragenuurtje op 24 september noemde Van Dijk (SP) de situatie rondom arbeidsmigratie nu ook als crisis. Arbeidsmigranten worden niet alleen uitbuit maar ook na “gebruik’ aan de kant en op straat gezet. Het kabinet heeft miljoenen aan Gemeenten ter beschikking gesteld om de crisis zoveel mogelijk op te lossen.

Voor migranten gelden regels. Het kan zijn dat iemand een Schengenvisum nodig heeft. Of dat een immigrant een verblijfsvergunning moet aanvragen voor een langer verblijf in Nederland. Welke regels voor immigranten gelden, hangt onder meer af van de nationaliteit en het verblijfsdoel. Komt iemand bijvoorbeeld voor studie of wetenschappelijk onderzoek naar Nederland? Dan gelden er andere regels dan voor iemand die naar Nederland komt voor zijn of haar partner. Alle informatie over verblijf in Nederland is te vinden op de website van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Voormalig VVD bewindslieden Rita Verdonk en Fred Teeven hebben IND omgepraat om visa te verstrekken aan honderden Indonesische verpleegkundigen in dienst van bemiddelingsbureau Yomema en opleider Avans+. De twee bedrijven  procedeerden vergeefs meer dan een jaar  tegen de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) en schakelden Rita en Fred tegen betaling in. De IND heeft vervolgens een illegale schijnconstructie gefaciliteerd. De twee voormalige bewindslieden mogen op dit moment 2 jaar lang niet lobbyen bij het ministerie waarvoor ze eerder verantwoordelijk waren. Om dat verbod uit te breiden ligt nu een wetsvoorstel bij de Raad van State.
Rita Verdonk was van 2003 tot 2006 minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, namens de VVD en Fred Teeven was tussen 2010 tot 2015 VVD-staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (inmiddels weer Justitie en Veiligheid), het ministerie waar de IND onderdeel van is. Als bewindslieden waren beiden politiek verantwoordelijk voor de IND. Verdonk gaf toe dat zij in 2021 betrokken was bij de kwestie. Ze heeft een paar gesprekken gevoerd met Yomema en op hun verzoek daarna tegen betaling een paar gesprekken gevoerd met de IND.
Na eerder ontkend te hebben dat hij namens Yomema gesprekken heeft gevoerd liet Fred Teeven weten dat hij zich plotseling herinnerd dat hij twee mails heeft gestuurd naar toenmalig IND-directeur Aly van Berckel. Teeven noemt het verder kwalijk dat een klokkenluider hierover heeft gepraat met de pers. 

Minister Faber (PVV) vindt dat er “zorgelijke demografische ontwikkelingen” zijn en ook Frans Timmermans (PvdA) komt in december 2024 ineens toch ook met een koerswijziging van zijn partij. Sturing op de aantallen mensen die naar Nederland komen is volgens hem nodig om een te grote bevolkingsgroei te voorkomen: „Dat kan Nederland niet verteren. De aanleiding voor zijn omslag is een rapport dat een staatscommissie onder leiding van oud-formateur Richard van Zwol dit voorjaar aanleverde. Daarin staat een pleidooi voor ’gematigde groei’, waarin de politiek ’bandbreedtes’ afspreekt over hoeveel mensen naar Nederland mogen komen.

Minister Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) wil de Nederlandse taal weer de norm laten zijn op hogescholen en universiteiten. Bruins zet de Wet internationalisering in balans (WIB) hiervoor door, scherpt deze in onderliggende regelgeving verder aan en maakt ondertussen afspraken met de onderwijsinstellingen. De minister wil met deze maatregelen zorgen dat het onderwijs toegankelijk blijft, de Nederlandse taalvaardigheid verbetert en de blijfkans van internationaal talent groter wordt. Dat schrijft minister Bruins vandaag in een brief aan de Tweede Kamer. Minister Bruins: “Nederland is met trots een internationaal kennisland en voor onze toekomst moeten we dat ook zeker blijven. De afgelopen jaren zien we de internationale studentenaantallen toenemen, met een groot tekort aan studentenwoningen, volle collegezalen en de Nederlandse taal die onder druk staat als gevolg. Dat vraagt om maatregelen. Ik wil de Nederlandse taal weer de norm maken. Zodat de taalvaardigheid verbetert en het internationaal talent wat hier komt studeren vervolgens ook blijft om een bijdrage te leveren aan onze economie en samenleving.”  In het wetsvoorstel moeten Nederlandse bacheloropleidingen minimaal tweederde van het curriculum in het Nederlands aanbieden. Maximaal een derde mag in een andere taal, om ruimte te geven aan bijvoorbeeld (gast)colleges van internationale docenten en onderzoekers. Om een bacheloropleiding in z’n geheel in een andere taal aan te bieden, moet toestemming worden gevraagd aan een commissie en de minister door middel van de zogenoemde Toets anderstalig onderwijs (TAO). Op basis van vier gronden kan een opleiding toestemming krijgen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om 1. opleidingen in krimp- en grensregio’s, 2. opleidingen voor tekortsectoren op de arbeidsmarkt (zoals bepaalde opleidingen in de techniek en bèta-sectoren), 3. als een opleiding maar op één plaats wordt aangeboden of 4. als de opleiding onlosmakelijk een internationaal karakter heeft. Bruins wil deze laatste twee criteria scherper afstellen dan het vorige kabinet, om te voorkomen dat uitzonderingen de regel worden en om het Nederlands te behouden. 

De minister benadrukt dat ook met de beperkende maatregelen voor studiemigratie het onderwijs en wetenschap een internationale activiteit is en blijft. Bruins: “We zien dat met de grote tekorten op de arbeidsmarkt het aantrekken van talentvolle internationale studenten, zeker voor tekortsectoren en in krimp- of grensregio’s, nodig blijft. Ook om het onderwijs in de regio op peil te houden. Met deze aanpak blijft dit mogelijk. We willen de juiste internationale studenten hier naartoe trekken en met meer Nederlandse taalvaardigheid de blijfkans van internationale studenten vergroten zodat ze na hun studie hier gaan werken.” De blijfkans voor internationale studenten na vijf jaar is gemiddeld 25%. Voor EER-studenten, die in Nederland kunnen studeren voor hetzelfde collegegeld als Nederlandse studenten, is dit slechts 19%. Uit onderzoek van onder andere Nuffic blijkt dat taaleisen op het werk en in de samenleving op dit moment een grote barrière zijn. Uiteindelijk moet de totale instroom wel naar beneden, ook omdat het kabinet minder geld wil uitgeven aan internationale studenten vanaf 2026. Dat vraagt inzet van de onderwijsinstellingen die hier ook zelfregie in behouden. Instellingen kunnen in ieder geval al vanaf studiejaar 2025/2026 een aparte numerus fixus instellen op anderstalige trajecten van een bepaalde opleiding. Daarnaast wil Bruins bestuurlijke afspraken maken met onderwijsinstellingen over hoe ze ervoor gaan zorgen dat de internationale instroom wordt beperkt. Daarmee wordt invulling gegeven aan de bezuiniging.

Op 31 december 2022 waren er 288.065 arbeidsmigranten (mensen met het migratiemotief arbeid) vanuit de EU en buiten de EU in Nederland, in totaal kwamen 140.890 gezinsmigranten mee met deze groep. Deze mensen kunnen sinds 1999 naar Nederland zijn gekomen, gedetacheerde werknemers en personen die ingeschreven staan als niet-ingezetene zijn niet in deze cijfers meegenomen. In 2022 kwamen 46.700 arbeidsmigranten naar Nederland vanuit de EU. Daarnaast kwamen 28.745 arbeidsmigranten binnen van buiten de EU. Ook gezinsleden kwamen met de arbeidsmigranten mee.De belangrijkste nieuwe richting die dit kabinet inslaat is het toewerken naar keuzes rondom economie en arbeidsmarkt. Er worden nu meerdere stappen gezet die het mogelijk maken om volgend jaar een aantal richtinggevende keuzes te maken. Die keuzes moeten bijdragen aan het realiseren van een sterke economie en om antwoord te geven op de vraag welke arbeidsvraag we als wenselijk zien en welke niet. Vanuit arbeidsmarktkrapte en andere schaarstes in onze economie wordt bekeken op welke manier de overheid de vraag naar arbeid stimuleert. Het kabinet laat daartoe een doorlichting uitvoeren naar de gevolgen van huidige subsidies en fiscale regelingen. Ook worden de maatschappelijke kosten en baten van arbeidsmigratie meegenomen en wordt de impact op sectoren die veel gebruik maken van arbeidsmigranten inzichtelijk. Het eindrapport met concrete beleidsopties wordt in juni 2025 verwacht.

Daarnaast vraagt het kabinet de SER om deze zomer een advies uit te brengen over welke keuzes met betrekking tot de economie en arbeidsmarkt zij noodzakelijk en wenselijk achten om minder afhankelijk te worden van laag betaalde arbeidskrachten. Hierbij ligt ook de vraag op tafel of het vaststellen van cijfermatige bandbreedtes helpt om te komen tot een selectiever en gerichter arbeidsmigratiebeleid.Het kabinet bekijkt hoe door middel van technologie en innovatie hetzelfde werk met minder mensen kan worden gedaan. Dat vermindert de vraag naar laagbetaalde arbeid. Om verdere stappen te zetten richting een hoogwaardige en innovatieve economie wil het kabinet, samen met sectoren, werken aan een productiviteitsagenda.

Voor deeltijdwerkers moet het aantrekkelijker worden om meer uren te werken. Voor statushouders en asielzoekers waarvan de kans groot is dat ze mogen blijven moet het makkelijker worden om aan het werk te gaan. Waar in 2022 nog 601 tewerkstellingsvergunningen voor asielzoekers werden uitgegeven, is de verwachting dat er dit jaar 10.000 vergunningen worden verleend.Vandaag is ook de jaarrapportage arbeidsmigranten aan de Tweede Kamer aangeboden. In deze rapportage wordt de voortgang weergegeven op het uitvoeren van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Commissie Roemer). Het kabinet zegt dat ze hier grote prioriteit aan geven.

Dit kabinet kijkt naast het uitvoeren van de adviezen van het Aanjaagteam ook naar extra maatregelen die genomen kunnen worden om de misstanden aan te pakken en het verdienmodel van malafide ondernemers te doorbreken. Zo wordt begin volgend jaar het resultaat verwacht van de verkenning naar een sectoraal uitzendverbod of minimum percentage vaste dienstverbanden. Daarnaast erkent het kabinet de belangrijke rol van werkgevers in het zorgen voor passende huisvesting voor de arbeidsmigranten die zij in dienst hebben. Het kabinet wil bevorderen dat medeoverheden meer ruimte laten voor huisvesting op het eigen terrein van de werkgever, zodat meer tijdelijke huisvesting beschikbaar komt voor arbeidsmigranten.  PvdA/GL-leider Frans Timmermans zegt nu ook met een koerswijziging van zijn partij te komen op het gebied van migratie.. Sturing op de aantallen mensen die naar Nederland komen is volgens hem nodig om een te grote bevolkingsgroei te voorkomen: „Dat kan Nederland volgens hem niet verteren.”

Om te voorkomen dat er een te grote afhankelijkheid van de werkgever ontstaat voor arbeidsmigranten is met de inwerkingtreding van de Wet goed verhuurderschap de loskoppeling van de huur- en arbeidsovereenkomst verplicht. Hiermee is de arbeidsmigrant voor huisvesting minder afhankelijk van de werkgever en eindigt de huurovereenkomst niet automatisch wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt. Het ministerie van VRO bereidt een doelgroepencontract voor arbeidsmigranten voor, om de huurpositie van arbeidsmigranten verder te verbeteren.

De Nederlandse Arbeidsinspectie kan vanaf 1 februari 2025 hogere boetes opleggen aan werkgevers die arbeidsmigranten illegaal in dienst nemen. Bedrijven die zonder vergunning werknemers van buiten de Europese Unie aan het werk zetten, riskeren een boete die kan oplopen tot 11.250 euro per arbeidskracht. Op dit moment is de boete maximaal 8.000 euro. Voortaan worden hogere boetes opgelegd wanneer de illegale arbeid gepaard gaat met het innemen van paspoorten, slechte huisvesting of andere ernstige omstandigheden. Het maximale boetebedrag van 11.250 euro zal gelden wanneer deze ernstige overtredingen opzettelijk zijn begaan.  De Nederlandse Arbeidsinspectie kan vanaf 1 februari boetes opleggen van tussen de 2.250 euro en 11.250 euro per arbeidskracht bij illegale tewerkstelling. Tot voor kort was de standaardboete voor het overtreden van de Wet arbeid vreemdelingen 8.000 euro per illegaal tewerkgestelde arbeidskracht. De Raad van State stelt in een uitspraak dat er meer rekening moet worden gehouden met de mate van verwijtbaarheid, zodat een werkgever die opzettelijk de wet overtreedt een hogere boete krijgt dan een werkgever die eenmalig en niet opzettelijk dezelfde overtreding begaat. De boete zal daarnaast worden verhoogd als de overtreding gepaard gaat met misstanden zoals slechte arbeidsvoorwaarden, slechte huisvesting en het innemen van paspoorten van de arbeidsmigranten.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoekt op dit moment alle boetes op het gebied van eerlijk werk. In Nederland moeten alle werkgevers er bijvoorbeeld voor zorgen dat een werknemer het minimumloon krijgt en het wettelijk vastgestelde vakantiegeld. Wanneer een werkgever zicht niet houdt aan deze arbeidswetten volgt een boete van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
In het onderzoek wordt gekeken naar de effectiviteit van de boetehoogte en naar de redenen van werkgevers om de arbeidswetten al dan niet na te leven. Hierbij wordt ook onderzocht of hogere boetes het voor werkgevers minder aantrekkelijk maakt om de arbeidswetten te overtreden. Na het onderzoek wordt per arbeidswet bekeken of de boetes aangepast moeten worden.

De CEO’s van  Mercedes-Benz, industrieconcern Siemens en Deutsche Bank van Duitsland willen dat er een andere toon komt in het felle debat rond migratie. Er is er sprake van toenemende vijandigheid tegen migranten en asielzoekers en Duitsland moet wat hen betrert een land blijven dat buitenlanders verwelkomt, ook omdat zij nodig zijn om personeelstekorten tegen te gaan. CEO Ola Källenius van Mercedes-Benz wijst op de toenemende personeelstekorten, mede door de vergrijzing en zegt dat die tekorten amper aandacht krijgen in het migratiedebat. ‘Illegale immigratie is niet hetzelfde als het aantrekken van gekwalificeerde arbeidskrachten. Er zijn volgens hem vooral slimme mensen nodig voor groei.

Vanaf maart kunnen migranten voor eenvoudige civiele zaken in Den Haag, Overijssel, Rotterdam, Dordrecht en Zeeland en West-Brabant de komende drie jaar  terecht bij een ‘regelrechter’, een nieuwe laagdrempelige vorm van rechtspraak. De ‘regelrechter’ behandelt geschillen over arbeid, wonen of winkelen. Het moet gaan om geldbedragen kleiner dan 5000 euro, zoals een onbetaalde rekening of een conflict over achterstallig loon. Mensen met een arbeidsconflict kunnen ook terecht bij deze rechter. De regelrechter behandelt alleen geen ontslagzaken. aar . Het gaat om een proef van drie jaar en het ministerie van Justitie en Veiligheid verwacht dat de regelrechters jaarlijks zo’n vierhonderd zaken zullen afhandelen. Alleen zaken waarvoor geen advocaat of deurwaarder nodig is en waarvoor geen juridische stukken opgesteld hoeven te worden komen in aanmerking. Zaken kunnen online worden aangemeld met een eenvoudig formulier. Er wordt eerst gekeken of een zaak geschikt is, als dat zo is probeert de regelrechter tijdens een mondelinge behandeling te kijken of de partijen samen tot een oplossing kunnen komen. Als dat niet lukt, beslist de rechter alsnog. Dat gebeurt zo snel mogelijk na de zitting. Wie voor de regelrechter gedaagd wordt, is verplicht mee te doen met de procedure. Als een partij niet op komt dagen, doet de rechter bij verstek uitspraak. Minister van Hijum hoopt dat de regelrechter de drempel om naar de rechter te stappen lager maakt. “Te vaak komen werkgevers financiële afspraken met arbeidsmigranten, flexwerkers en zzp’ers niet. In delen van Nederland waar de proef met de regelrechter niet loopt, kunnen mensen terecht bij de kantonrechter. Die behandelt ook conflicten over geldzaken tot 25.000 euro.

De iftar, de maaltijd die tijdens de ramadan wordt gegeten na zonsondergang wordt bij Overheidsdienst CAK  binnen het gebouw in gescheiden gebedsruimtes gehouden. Er zijn gescheiden ruimtes  voor mannen en vrouwen.  Een ambtenaar van het CAK laat weten dat de ‘religieuze bijeenkomst in een overheidsgebouw – met nota bene een scheiding van mannen en vrouwen – totaal onwenselijk’ is.  Een uitnodiging voor personeel van overheidsorganisatie CAK om deel te nemen aan een iftar heeft inmiddels geleid tot Kamervragen.


De Egyptenaar Ashraf M., beheerde afwasbedrijven die miljoenen te weinig belasting betaalden. Hij werd door de rechtbank Amsterdam in februari 2025 veroordeeld tot 18 maanden cel, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. M. had tientallen Syriërs aan het werk in hotels en restaurants, ook bij grote ketens. Die werkten zwart. Daarmee is de staat voor zo’n 3,6 miljoen euro benadeeld.
Een maand geleden, op de zitting voor de meervoudige kamer in Amsterdam, ontkende M. alles. Hij zei alleen dat hij de afwassers regelde. ‘Ik ben de baas over de schoonmakers. Niet over het bedrijf.’ De bedrijven stonden niet op zijn naam. Hij deed daar ook geen administratie. Maar de getuigen die zijn gehoord in het onderzoek noemen M. de ‘big boss’.
De bedrijfjes kwamen op de radar van het Interventieteam Schoonmaak, een samenwerking van onder meer de Arbeidsinspectie, Belastingdienst en politie. Dat team deed onderzoek naar zestien bedrijven die afwassers leverden aan hotels en restaurants. ‘Hierbij zijn veel overtredingen vastgesteld’, stond in het eindverslag van het team. ‘Er was sprake van een katvanger die in korte tijd verschillende bedrijfjes op zijn naam kreeg, en één of meerdere Egyptenaren die vermoedelijk op de achtergrond voor een deel aan de touwtjes trokken. Uit het onderzoek bleek dat er ‘substantieel te weinig of geen omzet en personeel werd aangegeven c.q. verantwoord’. Ook was sprake ‘van grote contante geldopnamen als vast patroon’. De eigenaren van de afwasbedrijven waren hoofdzakelijk schoonmakers die zelf weinig kennis hadden van het leiden van een onderneming. De administraties waren onvolledig. Een aantal bedrijfjes werd binnen een jaar doorverkocht, of ze zijn gestopt. Deze bevindingen zijn vrijwel een-op-een toepasbaar op Afwasteam, Afwascrew, Beste Team. Dat zijn de bedrijfjes waarbij M. was betrokken. Bedrijfjes die binnen een jaar weer verdwenen. Een administratie was er niet. Geld werd doorgeboekt naar eenmanszaken, van mensen die daarna onvindbaar bleken. Dat geld werd vrijwel direct contant opgenomen. In het kantoor van M. werd een lijst gevonden van 79 namen, met ID-bewijzen, van mensen die verder onbekend zijn gebleven. Zwartwerkers, is de gedachte, die soms 8 euro per uur kregen.  Al kregen ze ook wel eens niet betaald. Bij M. thuis werd 8000 euro aangetroffen. In zijn kantoor nog eens 23.000 euro. ‘Dat lag in uw bureau’, zei de officier van justitie. Dat weersprak M.: ‘Niemand heeft een vaste werkplek. We rouleren.’ Een van de getuigen verklaarde dat Ashraf tien bankpassen bij zich had, met allemaal gele post-itbriefjes erop. De bedrijfjes waarvoor M. werkte, leverden ook afwassers aan grote ketens. Swissotel, Crown Plaza, de Heinekenhoek. ‘Dit gebeurt dus niet in de marge. Doordat de afwasbedrijven zo goedkoop werken, worden normale bedrijven weggeconcurreerd’, zei de officier van justitie. ‘Je zou het ook kunnen zien als een subsidiëring van de hotelbranche. M. maakte zijn rol in de malversaties ‘heel klein’, vond de officier van justitie. ‘Hij wijst naar de mensen om zich heen. Alleen is hij zelf het zenuwcentrum van het bedrijf. Niet zijn broer. Die spreekt slecht Nederlands en is veel in Egypte. De raadsman van M. pleitte op zitting voor integrale vrijspraak. M. is nooit bestuurder geweest, of feitelijk leidinggevende. ‘Hem kan geen verwijt worden gemaakt.’ M. zelf zei dat hij niet rijk was geworden van de vijftien jaar dat hij in de schoonmaak werkte. ‘Ik huur een huis, ik heb spullen van de Ikea en heb geen dure auto.’ Een gevangenisstraf, de officier eiste 30 maanden, noemde hij ‘oneerlijk’. ‘En genadeloos. Dit zal mijn gezin vernietigen.’

Terug naar nieuwsoverzicht