Straling

In Frankrijk werd de verkoop van de iPhone 12 stopgezet nadat deze een hogere elektromagnetische straling af bleek te geven dan volgens de Europese regels was toegestaan. Dit bleek uit metingen van toezichthouder ANFR. Apple kreeg een aantal weken om het probleem op te lossen  en wanneer dit niet lukte, moesten zij de reeds verkochte toestellen terughalen. Apple kwam met een update om het zendvermogen terug te schroeven en na de update was er geen sprake meer van een te hoog stralingsniveau en voldeed de telefoon aan Europese normen. Apple moest er voor zorgen dat alle mensen met een iPhone 12 de update installeren. Alle mobiele telefoons geven namelijk straling die mogelijk kanker kunnen veroorzaken. In de specificatie in de telefoon staat daarom het advies om de telefoon niet binnen o,5 cm van het lichaam te houden en dus zeker niet tegen het oor. Het dragen van een telefoon in de broekzak zou teelbalkanker kunnen veroorzaken en op de borst dragen borstkanker etc. Het is dus verstandig om met telefoneren altijd de speakerfunctie te gebruiken.

Er zijn door het RIVM nieuwe of veranderde bronnen van elektromagnetisch velden (straling) op het werk gevonden bij het gebruik van draadloze communicatie (5G, RFID), energieopwekking en -transport (omvormers, gelijkstroom), lassen, vervoer (elektrisch rijden, radar) en medische of wetenschappelijke technieken (medische beeldvorming zoals MRI (magnetic resonance imaging), cosmetische behandelingen, materiaalonderzoek). Bij sommige van deze bronnen kunnen mogelijk grenswaarden worden overschreden.

Op een basisschool in Amsterdam Geuzenveld werd de complete GSM antenne mast- en installatie in 2006 op verzoek van de lokale partij Leefbaar Slotermeer Geuzenveld verwijdert nadat verschillende leerkrachten en kinderen plotseling kanker bleken te hebben. Met een motie van de lokale partij Leefbaar Slotermeer Geuzenveld werd bewerkstelligd dat er in Amsterdam West voortaan geen zendmasten meer mochten komen op of nabij scholen en verzorgingstehuizen. Gezondheidsklachten en chronische ziektes kunnen worden veroorzaakt door straling van elektromagnetische velden (EMV) van mobiele en draadloze telefoons, zendmasten, hoogspanningslijnen, wifi en elektrische apparaten. Bij langdurige blootstelling kunnen die zelfs Alzheimer, vruchtbaarheidsproblemen en kanker veroorzaken. Dat concludeerde een internationale groep wetenschappers, die bestaat uit kankeronderzoekers, neurologen, biologen, milieu onderzoekers en ambtenaren van ministeries van gezondheid uit Duitsland, Zweden, Oostenrijk, de VS, Slowakije en Luxemburg. Zij hebben een nieuwe Europese richtlijn geschreven voor de diagnose, behandeling en preventie van EMV-gerelateerde gezondheidsproblemen, wat is gepubliceerd in het wetenschappelijk magazine ‘Reviews on Environmental Health’. Elektrohypersensitiviteit (EHS) wordt steeds vaker vaker erkend als oorzaak voor arbeidsongeschiktheid. In het onderzoek wordt benadrukt dat er steeds meer bewijs is dat EMV grote invloed hebben op nitrosative en oxidatieve stress in het lichaam, wat vaak leidt tot chronische pijn en vermoeidheid en allerlei andere kwalen. In Breda is gestart met de hoogspanningslijnen ondergronds te leggen omdat volgens de gemeente niet is uit te sluiten dat mensen leukemie kunnen krijgen doordat ze in de nabijheid van hoogspanningsleidingen wonen. Om werknemers tegen straling te beschermen heeft de overheid ongeveer tien jaar geleden wettelijke regels met grenswaarden opgesteld. Ook is er een overzicht gemaakt van werkplekken waarvoor bedrijven de risico’s van een blootstelling moeten beoordelen. Er zijn ook bij de gezondheidsraad sinds kort nieuwe inzichten, omdat er aanwijzingen zijn dat leukemie zich toch wel vaker voordoet bij volwassenen die in de buurt van hoogspanningslijnen wonen. Het gaat om zowel bovengrondse als ondergrondse lijnen en hoogspanningslocaties zoals transformatorhuisjes. De raad onderzocht de blootstelling aan magnetische velden bij bijvoorbeeld elektriciteitsbedrijven, waar de blootstellingsniveaus hoger kunnen zijn dan in een woonomgeving. “In onderzoek naar beroepsmatige blootstelling zijn aanwijzingen gevonden voor een verhoogd risico op ALS, alzheimer, leukemie en enkele andere vormen van kanker”, constateert de Gezondheidsraad. Omdat niet duidelijk is vanaf welk niveau het risico mogelijk verhoogd is, adviseert de raad om ‘de beroepsmatige blootstelling aan magnetische velden uit voorzorg zo laag als redelijkerwijs mogelijk is te houden’. Ook adviseert de raad om meer onderzoek te doen naar magnetische velden, mede omdat door de energietransitie het gebruik van elektriciteit waarschijnlijk zal toenemen. In Nederland geldt een voorzorgbeleid voor de afstand tussen hoogspanningslijnen en woningen om blootstelling aan magnetische velden in de woonomgeving te beperken. “Recent wetenschappelijk onderzoek geeft een extra argument voor voorzorgbeleid rond hoogspanningslijnen”, stelt de Gezondheidsraad.

In Nederland krijgen ongeveer 135 kinderen per jaar leukemie, ofwel bloedkanker. De kans op het krijgen van kinderleukemie lijkt naar schatting met een factor 1,2 verhoogd te zijn bij kinderen die binnen ongeveer 50 meter van een bovengrondse elektriciteitslijn wonen. Volgens de Gezondheidsraad is er mogelijk ook een verband tussen magnetische velden en kinderen die een hersentumor krijgen, hoewel de aanwijzingen hiervoor minder sterk zijn. Ook zijn er aanwijzingen dat de straling uit transformatorhuisjes het risico op gezondheidsproblemen bij kinderen vergroot. Een kind per twee jaar zou leukemie, ofwel bloedkanker, ontwikkelen als gevolg van zulke elektromagnetische velden. Kinderen die CT-scans ondergaan, hebben ook een iets grotere kans op het krijgen van een hersentumor. Dat komt doordat zij worden blootgesteld aan straling op het hoofd. Het verhoogde risico komt neer op een extra hersentumor per jaar

Er is sprake van een verhoogd risico als kinderen langdurig worden blootgesteld aan straling. Het moet dan gaan om een periode van minimaal een jaar en gemiddeld 14 uur per dag. Een transformatorhuisje moet daarvoor bovendien dicht bij een school of woonhuis staan, meestal één tot zes meter. In Nederland staan naar schatting meer dan 100.000 transformatorhuisjes en  in de komende tijd komen er nog 50.000 bij. Het is een feit dat elektromagnetische velden de volksgezondheid schaden. Alle mobiele telefoons en zendmasten in Nederland moeten voldoen aan veiligheidseisen. De overheid werkt dan ook met zogenaamde blootstellingslimieten voor elektromagnetische velden.

“Studies bij mensen en dieren hebben uitgewezen dat mmWaves veranderingen in het lichaam veroorzaakten die tot uiting kwamen in structurele veranderingen in de huid en de interne organen, kwalitatieve en kwantitatieve veranderingen in de samenstelling van bloed en beenmerg en veranderingen in (…) de processen van weefselademhaling en stofwisseling. De mate van ongunstig effect van mmWaves was afhankelijk van de duur van de straling en individuele kenmerken van het organisme.” Wanneer toegepast in technologie leidt dit tot: “veranderingen van de functies van het cardiovasculaire zenuwstelsel en andere systemen van het organisme, met de ontwikkeling van een karakteristiek complex van symptomen, die het mogelijk maken te spreken van een speciale nosologische vorm van ziekte — radiostralings-ziekte.”

In Rusland, andere Oostbloklanden en in China zijn maatregelen genomen omdat men het daar wetenschappelijk bewezen acht dat niet-thermische biologische effecten schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. Op 10 februari 2015 werd in Frankrijk een wetsvoorstel over de beperking aan elektromagnetische straling aangenomen vanwege de gezondheidsrisico’s. WiFi is verboden in ruimten waar kinderen jonger dan drie jaar verblijven. In klaslokalen waar kinderen verblijven ouder dan 3 jaar, moet apparatuur worden uitgeschakeld wanneer deze niet voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt. In Italië wordt al sinds 2012 (door de hoogste rechter) een verband gelegd tussen elektromagnetische straling en hersentumoren. Het parlement van Zuid-Tirol heeft de overheid in 2015 gemachtigd om draadloze netwerken op scholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen en andere publieke faciliteiten te vervangen door netwerken die minder straling uitzenden. De rechtbank in Florence heeft in 2017 op vordering van de ouders van een leerling de onmiddellijke ontmanteling van routers en hotspots binnen een school bevolen. De rechtbank deelde de zorg dat voortdurende blootstelling ernstige schade kan toebrengen aan de gezondheid van het kind, omdat het op school wordt blootgesteld aan een elektromagnetische soep en de bescherming van de gezondheid van een kind een grondwettelijk recht is. De Italiaanse ministeries van Milieu, Volksgezondheid en Onderwijs moesten na een vonnis van 13 november 2018 van de rechtbank Lazio binnen zes maanden een voorlichtingscampagne starten over de risico’s voor de gezondheid van mobiele en draadloze telefoons en hoe deze op een juiste manier te gebruiken en dus niet tegen het oor.. In 2018 kende de rechtbank te Ivrea aan een werknemer, die voor zijn werk vijftien jaar lang dagelijks drie tot vier uur zijn mobiele telefoon moest gebruiken, een uitkering toe van € 500,- per maand aan schadevergoeding. De hoger beroep rechter in Turijn heeft deze uitspraak inmiddels bevestigd. Veel Italiaanse gemeenten weigeren 5G uitrol in de stad vanwege de wetenschappelijke tweeslachtigheid over de hiermee gepaard gaande gezondheidsrisico’s.

De huidige richtlijnen voor EMV-straling zijn gebaseerd op opwarming van het lichaam, terwijl de biologische (niet-thermische) effecten van straling volgens de groep een minstens even belangrijk effect heeft. Zo heeft het Internationale Agentschap voor Onderzoek naar Kanker (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) elektromagnetische velden als mogelijk kankerverwekkend voor de mens geclassificeerd. Epidemiologische studies naar EMV-effecten hebben sinds 1979 een verhoogde kans op leukemie aangetoond. De Gezondheidsraad negeert alle problemen en de internationale onderzoeken. Een groot onderzoek van onderzoeksinstituut National Toxicology Program, heeft een verband gevonden tussen de straling van mobiele telefoons en kanker bij ratten. Meer dan 2.500 ratten werden twee jaar lang, elke dag negen uur aan de straling blootgesteld. Uit het onderzoek bleek dat voornamelijk mannelijke ratten door de straling een grotere kans hadden om kanker te krijgen. De mogelijke gezondheidsgevaren door langdurig gebruik van mobiele telefoons worden door de Federal Communications Commission (FCC) al sinds 2010 erkent. De commissie adviseert een headset of oortjes in te doen bij het bellen met een mobiele telefoon. Tevens wordt aanbevolen de telefoon niet bij het lichaam te houden en de speakers aan te zetten, zodat de telefoon niet bij het hoofd hoeft te worden gehouden en zoveel mogelijk te appen of te sms-en in plaats van te bellen. De FCC adviseert ook, een telefoon aan te schaffen met een lagere SAR-waarde (specific absorption rate). Ook het Internationale Agentschap voor Onderzoek naar Kanker (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2011 de zendsignalen van mobiele telefoons als ‘mogelijk kankerverwekkend’ beoordeeld. De Nederlandse Gezondheidsraad is desondanks nog niet teruggekomen op haar conclusie dat er geen oorzakelijk verband is tussen gezondheidsproblemen en blootstelling aan de elektromagnetische velden afkomstig van mobiele telefoons. Een Italiaanse werknemer die vijftien jaar lang dagelijks drie tot vier uur zijn mobiele telefoon voor zijn werk moest gebruiken, heeft volgens de rechter recht op een overheidsuitkering omdat hij een hersentumor kreeg. Op zeker moment kreeg de man het gevoel dat zijn rechteroor dicht zat, waarna in 2010 een goedaardig gezwel werd ontdekt. Doordat bij de operatie ook zijn gehoorzenuw moest worden verwijderd, kan hij met zijn rechteroor nu niets meer horen. De rechter in Ivrea oordeelde dat hij door de gedeeltelijke doofheid voor 23 procent arbeidsongeschikt is geworden wat hem recht geeft op een maandelijkse uitkering van 500 euro. Voor het eerst erkent een rechtbank met deze uitspraak het verband tussen het gebruik van een mobiele telefoon en een hersentumor.

Ruim 180 academici uit 36 landen schreven een brandbrief naar de Europese Commissie en waarschuwen dat de precieze schadelijkheid van 5G-straling ook nog onduidelijk is. In het najaar van 2019 werden de 700, 1.400 en 2.100 MHz-banden geveild. De golven op hogere frequenties kunnen veel meer data hebben, maar hebben minder bereik en dringen minder goed binnen in gebouwen. In 2017 stuurden 180 wetenschappers en artsen uit 36 landen een brandbrief aan de Europese Unie. Zij menen dat de uitrol van 5G zal leiden tot een ‘enorme toename’ van onvrijwillige blootstelling aan elektromagnetische straling. 5G zal de blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden aanzienlijk verhogen bovenop de reeds bestaande 2G, 3G, 4G en WiFi. Die straling is bewezen schadelijk voor mens en milieu’. De wetenschappers geven aan dat uit sommige onderzoeken blijkt dat er een verband is tussen straling en hersentumoren, Alzheimer en onvruchtbaarheid bij mannen. Een groep Australische stralingswetenschappers legde een databank aan met studies over straling. In de 2266 onderzochte publicaties bleek in 68 procent van de gevallen ‘significante biologische of gezondheidseffecten’. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO heeft de elektromagnetische straling van mobiele telefoons in 2011 geclassificeerd als ‘mogelijk kankerverwekkend’. De uitrol van 5G, die de Overheid een kleine miljard euro op moet leveren, zal voor heel veel meer antennes zorgen met een hogere frequentie met een korter bereik. Vanaf 2020 wordt 5G getest op verschillende plekken in Nederland. 5G gaat gebruik maken van veel nieuwe en bestaande zendmasten. Naar verwachting komen er ook veel kleine antennes bij op bushokjes en dergelijke. Doordat het bereik van (korte) radiogolven op de voor 5G bestemde (hogere) frequenties veel korter is, zullen (heel) veel meer antennes nodig zijn om een dekkend 5G veld te creëren. Dit zal leiden tot antennes op een afstand van 100 tot 150 meter van elkaar. In bebouwde binnensteden op nog kortere afstand. Vodafone startte 28 april 2020 als eerste met 5G in de Randstad en delen van Noord-Brabant. Daarna volgt de rest van Nederland. Vodafone voorkomt bezwaren tegen de plaatsing van de 5G antennes door bestaande 4G-frequenties met spectrumdelen  óók voor 5G te gebruiken. De mobiele masten waren vooraf al voorzien van  netwerkapparatuur die voorbereid is op de komst van 5G. Zo ordt voorkomen dat er tegen 5G masten bezwaren worden gemaakt.

Stichting Stop5GNL heeft op 25 februari de Nederlandse staat op 21 april gedagvaard en kreeg op 25 mei 2020 ongelijk. Stop5GNL startte het kort geding om te proberen de uitrol van 5G te stoppen, totdat er meer zekerheid was over het wel of niet schadelijke effect op de volksgezondheid. Stop5GNL verzette zich tegen de door gedaagde, de Staat, voorgenomen c.q. gefaciliteerde ‘uitrol’ van de vijfde generatie mobiele netwerken (5G), omdat door of namens de Staat onvoldoende (deugdelijk) wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de (schadelijke) gezondheidseffecten daarvan, terwijl uit (o.a.) vele onafhankelijke wetenschappelijke studies overtuigende aanwijzingen blijken voor ernstige en blijvende gezondheidsschade. Stop5GNL vordert een verbod tot – vereenvoudigd aangeduid – uitrol van 5G en medewerking daaraan totdat uit onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek blijkt dat hiermee geen reële gezondheidsrisico’s gepaard gaan. Gezien de ‘ingewikkeldheid’ van de materie nam de Haagse kortgedingrechter extra tijd om zijn oordeel te vormen. Op maandag 25 mei was de uitspraak. De Staat baseert haar beleid op advies van veel deskundige partijen, controleert of de straling binnen de limieten blijft, grijpt in als de straling boven die limieten komt en grijpt in als er wel gezondheidsrisico’s zijn binnen de limieten die nu als veilig worden gezien. In zoverre is de bouw van het 5G-netwerk niet volstrekt onomkeerbaar, zei de rechter. En daarom besloot hij geen verbod te geven op de frequentieveiling en de uitrol van het 5G-netwerk. Stop5GNL vindt dat de overheid ‘zich verschuilt achter richtlijnen die geen bescherming bieden tegen schadelijke effecten’. De richtlijnen zijn volgens de stichting ‘verouderd’ en ze zouden geen rekening houden met effecten op middellange en lange termijn. Omdat echter de limieten die zijn vastgesteld door ICNIRP, een instituut dat gespecialiseerd is in de effecten van straling, kort geleden nog zijn aangescherpt had de rechter niet de indruk dat het slechts gaat om een papieren werkelijkheid.

Ongeveer 800.000 mensen in het zuidoosten van Frankrijk hadden eind december 2024 geen bereik met hun mobiele telefoon en slechts beperkte televisieontvangst. Oorzaak was een brandstichting in een 90 meter hoge communicatiemast in de plaats Cenves niet ver van Lyon. Een TDF-directeur sprak van een ‘zekere criminele daad’. De schade is volgens de exploitant ‘enorm’ en er wordt ‘alles aan gedaan om de ontvangst binnen 24 tot 48 uur volledig te herstellen’.  De achtergrond is nog onduidelijk. Maar het is niet de eerste keer dat er sprake is van sabotage, aldus TDF. Afgelopen zomer, rond de Olympische Spelen van Parijs, eiste een anarchistische groep de verantwoordelijkheid op voor het in brand steken van een zendmast.

Na een golf van brandstichtingen in Groot-Brittannië werd er van maart tot en met december 2020 bij tweeëndertig 5G antennes in Veldhoven, Liessel, Beesd, Rotterdam (2), Rijswijk (Gld)(3),Tilburg, Nuenen, Oudenbosch (2), Almere (2), Spijkenisse, Amsterdam, Vlissingen, Uden, Dronten, Waddinxveen, Swifterband, Groningen, Standdaarbuiten, Den Haag (2), Roermond, Maasbree, Roosendaal en Himsterfinnen brand gesticht. In Groningen en Himsterfinne (13/12) mislukte de brandstichting met aangestoken verfbussen door tijdige ontdekking. Ook in Pelt (België), Italië en in het Verenigd Koninkrijk moesten zendmasten er aan geloven.  Bij één van de brandstichtingen werd de tekst ’Fuck 5G’ op de zendkast geschreven. Voor de branden in Groningen, Dronten en Maasbree werden vijf arrestaties verricht, maar de overige brandstichtingen  bleven nog onopgelost. Op 10 april werden vier verdachten aangehouden uit Groningen, Swifterbant en Dronten die in hun eigen regio’s de branden hebben gesticht. De vijfde verdachte komt uit Veldhoven. Hij wordt verdacht van het stichten van twee branden in zijn woonplaats. Een zesde verdachte komt uit Beringe en wordt verdacht van brandstichting in Maasbree. Een Britse dader kreeg een gevangenisstraf van drie jaar. De 47-jarige man bekende een zendmast in de plaats Kirkby in brand te hebben gestoken, nadat hij op internet had gelezen dat de uitrol van het nieuwe mobiele 5G-netwerk zorgde voor verspreiding van het virus. De mast die hij in brand had gestoken, was elf dagen niet operationeel en liep een schade op van tussen de 11 en 17.000 euro. De man was al 29 keer eerder veroordeeld voor andere zaken, onder meer voor het bezit van een vuurwapen en mishandeling. In Rijswijk, in Gelderland, is begin september opnieuw brand ontstaan in een zendmast. Het is de derde keer dat dat gebeurt bij deze mast. In april en in juni, werd ook brandgesticht bij deze mast. De brandstichting volgde kort op de verklaring van de Gezondheidsraad dat het wetenschappelijk gezien niet helemaal uit te sluiten is dat de straling van het netwerk gevaarlijk is. Ruim 3,5 miljoen Fransen in de regio Marseille zaten begin december 2020 ook enige dagen zonder radio, tv en mobiele telefonie na een brandstichting in de zendmast op de top van de Grande Etoile. De aangestoken brand in de technische ruimte van de zend locatie richtte veel schade aan. de meest recente brandstichting was 21 februari 2021 in Enschede. Er zou een poging zijn gedaan om de elektronica van de zendmast aan de Thomas de Keyserstraat in brand te steken maar de brand werd al nel geblust. Tegen een 32-jarige dader uit Roggel is 10 maart 2021 een celstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk, geëist voor het in brand steken van de zendmast langs de A67 in Maasbree. maar hij werd slechts veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van een half jaar en een taakstraf van 240 uur. Ook moet hij een schadevergoeding betalen aan telecomproviders KPN en T-Mobile.

In januari 2021 protesteerden ruim tweehonderdvijftig mensen op de Dam in Amsterdam tegen het nieuwe 5G-netwerk. De mobiele netwerkoperators KPN, T-Mobile en Vodafone Ziggo die de plaatsing van antennes afstemt met overheden hebben te maken met militante protestgroepjes die uit alle macht proberen de plaatsing en uitvoering van 5G tegen te houden. Bij vliegbasis Leeuwarden werd een poging van een 42 jarige man om 5G netwerkpalen te verwijderen verijdelt. In januari 2020 waren er op de Dam in Amsterdam zo’n 100 betogers tegen G5 op komen dagen. In maart heeft de onderzoekscommissie van de Europese Commissie, de European Parliamentary Research Service (EPRS), in een briefing geconcludeerd dat diverse studies suggereren dat 5G de gezondheid van mensen dieren, insecten, microben en planten zal aantasten en dat een voorzichtige aanpak geboden is, aangezien 5G een niet onderzochte technologie is. Stop5GNL heeft publiekelijk afstand genomen van de brandstichtingen en in de dagvaarding van het kort geding komt het woord corona niet voor. Stop5GNL baseert zich op officiële documenten, zoals het ­Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, onderzoek van het Amerikaanse ministerie van volksgezondheid en uitingen van de Gezondheidsraad.

De Gezondheidsraad heeft ondertussen géén bewijs gevonden dat het 5G-netwerk schadelijk is voor de gezondheid maar dat het wél waarschijnlijk dat blootstelling aan 5G-straling samenhangt met ‘veranderingen in elektrische activiteit in de hersenen en dat het niet bekend is of dat gunstig of ongunstig is voor de gezondheid’. Omdat de hoge frequenties nooit eerder zijn gebruikt is er echter geen wetenschappelijk onderzoek over beschikbaar, schrijft de Gezondheidsraad. Het valt namelijk niet uit te sluiten dat er een verband is tussen blootstelling aan deze frequenties en kanker, vruchtbaarheid bij mannen, zwangerschapsuitkomsten en geboorteafwijkingen. Toch is de kans daarop klein. Het is wetenschappelijk gezien namelijk ook niet helemaal uit te sluiten dat de straling van het netwerk gevaarlijk is, stelt de Gezondheidsraad.

Sinds 2016 onderzoeken inlichtingendiensten de onverklaarde gezondheidsincidenten, ook wel het “Havana-syndroom” genoemd, waar honderden overheidsfunctionarissen in de VS de afgelopen jaren last van hebben gehad. De incidenten zouden zich over de hele wereld hebben voorgedaan, ook in Europa, Miami, Noord-Virginia en nabij het Witte Huis Deze zouden na uitgebreid onderzoek toch niet veroorzaakt zijn door een buitenlandse tegenstander. Volgens de beoordeling, samengesteld door de CIA en zes inlichtingendiensten werd geen bewijs gevonden dat de symptomen die Amerikaanse inlichtingenofficieren, diplomaten en andere overheidsmedewerkers ervaren, het gevolg waren van een opzettelijke bewapende aanval. De bevinding ondermijnt een jarenlang verhaal, ondersteund door meer dan duizend rapporten van overheidsfunctionarissen, dat een buitenlandse tegenstander, zoals Rusland, gepulseerde elektromagnetische energiegolven gebruikte om Amerikanen ziek te maken. Ze konden een buitenlandse tegenstander niet aan welk incident dan ook koppelen. Onderzoekers bestudeerden meer dan 1.500 rapporten van de hele Amerikaanse overheid waarin de symptomen werden beschreven, variërend van hoofdpijn tot duizeligheid. Slachtoffers melden symptomen die consistent zijn met de ‘Havana-syndroom’-incidenten van 2016, waarbij een aantal Amerikaanse spionnen en diplomaten last kregen van resterende hoofdpijn, verlies van evenwicht en gehoor, oorsuizen en druk in de oren, en soms langdurige hersenbloedingen. 

De functionarissen zeiden dat de meeste instanties die bij de beoordeling betrokken waren, bepaalden dat het “zeer onwaarschijnlijk” was dat er een buitenlandse tegenstander bij betrokken was. Van de zeven agentschappen hadden er twee een matig tot hoog vertrouwen in die bewering, drie hadden een matig vertrouwen en twee zeiden dat het “onwaarschijnlijk” was dat er een tegenstander bij betrokken was, maar deden dit met weinig vertrouwen, aldus de functionarissen. De functionarissen hebben de namen van deze instanties niet verstrekt. De beoordeling is niet alleen gebaseerd op een gebrek aan bewijs, maar ook op bestaand bewijsmateriaal dat er feitelijk “tegen wijst” dat er een buitenlandse speler bij betrokken is. Uit de beoordeling bleek ook dat geen enkele buitenlandse tegenstander een wapen of verzamelapparaat heeft dat de incidenten veroorzaakt. Twee instanties zeiden dat ze veel vertrouwen hadden in die vastberadenheid, drie hadden een matig vertrouwen en twee hadden weinig vertrouwen omdat ze geloven dat radiofrequentie-energie een ‘plausibele oorzaak’ is.

5G-zendmasten en -apparatuur gebruiken niet-ioniserende elektromagnetische straling in het radiofrequentie (RF)-spectrum, zoals millimetergolven (tot 100 GHz). Dit is een ander type straling dan ioniserende straling (zoals röntgenstralen of gamma-straling). 
Binnen de telecom- en installatiebranche zijn ervaak waarschuwingen over straling, maar deze waarschuwingen zijn meestal gericht op:
Voorlichting en voorzorg: Bedrijven en organisaties waarschuwen installateurs en technici om bewust te zijn van stralingsniveaus, niet omdat 5G op zichzelf gevaarlijk is binnen de normen, maar om te voldoen aan het voorzorgsprincipe, publieke bezorgdheid te adresseren, en te zorgen dat de blootstelling altijd binnen de ICNIRP-limieten blijft. Dit kan leiden tot uitgebreide trainingen, risicoanalyses, en het gebruik van dosimeters (meetapparatuur) om blootstelling te monitoren.

In Nederland baseren telecombedrijven (zoals KPN, T-Mobile, VodafoneZiggo) en installatiebedrijven hun werkwijzen op de richtlijnen van het RIVM, de ANVS, en internationale normen zoals die van de ICNIRP.  Op basis van de meest recente gegevens (zoals van het RIVM, de Gezondheidsraad, en internationale organisaties zoals de WHO en ICNIRP) is er geen bewijs dat 5G-straling binnen de normen gezondheidsrisico’s oplevert, ook niet op lange termijn. Studies naar RF-straling, waaronder die van 5G, tonen geen consistente link met kanker, vruchtbaarheidsproblemen, of andere chronische aandoeningen.
In Nederland worden stralingsniveaus rond 5G-zendmasten continu gemeten door het RIVM en de ANVS. Als er overschrijdingen van de ICNIRP-limieten zouden zijn, moeten bedrijven ingrijpen. Tot nu toe blijven de niveaus ver onder deze limieten, zelfs voor installateurs die dicht bij zendmasten werken.

Wat is de ICNIRP en wie bepaalt de normen?
De ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection) is een onafhankelijke, internationale organisatie die sinds 1992 richtlijnen opstelt voor blootstelling aan niet-ioniserende elektromagnetische straling, zoals radiofrequenties (RF) die worden gebruikt voor 5G, mobiele telefoons, wifi, en andere draadloze technologieën. Hun doel is om de gezondheid van mensen en het milieu te beschermen tegen mogelijke effecten van deze straling.
ICNIRP benadrukt dat het een non-profit, wetenschappelijke organisatie is, niet verbonden aan commerciële belangen zoals telecombedrijven. De leden zijn experts op het gebied van biologie, fysica, geneeskunde, en elektromagnetisme, afkomstig uit verschillende landen, en worden geselecteerd op basis van hun wetenschappelijke expertise, niet op basis van commerciële of politieke belangen.
Proces: De ICNIRP-richtlijnen worden ontwikkeld door een commissie van wetenschappers die peer-reviewed wetenschappelijke literatuur analyseren. Ze houden rekening met studies over thermische effecten (opwarming van weefsel) en niet-thermische effecten (bijv. mogelijke biologische veranderingen zonder opwarming). De richtlijnen worden periodiek herzien (bijv. in 2020 waren ze geactualiseerd) om nieuwe onderzoeksresultaten te incorporeren.
Transparantie: ICNIRP publiceert zijn methodologie, ledenlijst, en richtlijnen openbaar (zie icnirp.org). Ze nodigen ook feedback uit van andere wetenschappers, organisaties, en het publiek, hoewel critici soms beweren dat het proces niet volledig inclusief is.

De ICNIRP-normen zijn gebaseerd op een combinatie van:
Wetenschappelijk onderzoek: Decennia van studies naar niet-ioniserende straling, waaronder laboratoriumexperimenten met cellen, dierstudies, en epidemiologische studies bij mensen. Deze studies kijken naar thermische effecten (zoals weefselopwarming), niet-thermische effecten (zoals oxidatieve stress of zenuwactiviteit), en mogelijke gezondheidsrisico’s zoals kanker, vruchtbaarheidsproblemen, of neurologische aandoeningen.
Veiligheidsmarge: De normen zijn niet alleen gebaseerd op het punt waar schade optreedt, maar bevatten een ruime veiligheidsmarge (meestal een factor 10-50 lager dan de niveaus waar effecten in studies zijn waargenomen). Dit betekent dat de limieten veel lager zijn dan het niveau waarop zelfs milde effecten, zoals weefselopwarming, worden waargenomen.
Internationale consensus: ICNIRP werkt samen met andere organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het IARC (International Agency for Research on Cancer), en nationale gezondheidsinstanties (zoals het RIVM en de Gezondheidsraad in Nederland). Hoewel er verschillen zijn in interpretatie, zijn de ICNIRP-richtlijnen een wereldwijde standaard die door de meeste landen wordt gevolgd.

ICNIRP houdt rekening met het voorzorgsprincipe door conservatieve aannames te maken en onzekerheden te adresseren, maar ze baseren hun richtlijnen primair op wetenschappelijk bewijs, niet op speculatieve risico’s.
Voor 5G specifiek hebben ze in 2020 de richtlijnen aangepast om de hogere frequenties (millimetergolven) te adresseren, gebaseerd op studies naar thermische en niet-thermische effecten. Ze stellen dat blootstelling binnen deze limieten veilig is, maar erkennen dat langetermijnstudies naar 5G nog beperkt zijn, wat consistent is met wat het RIVM en de Gezondheidsraad ook aangeven.

Critici van ICNIRP: Sommige activisten, wetenschappers, en groepen (zoals Stop5GNL of de Europarlementaire Research Service) hebben kritiek geuit op ICNIRP, met name omdat:
Een deel van de leden in het verleden banden had met academische instellingen of onderzoek gefinancierd door telecombedrijven, hoewel ICNIRP benadrukt dat hun werkprocessen onafhankelijk zijn en commerciële belangen geen invloed hebben op de richtlijnen.
De focus van ICNIRP ligt op thermische effecten, terwijl critici pleiten voor meer aandacht voor niet-thermische effecten (zoals biologische veranderingen zonder opwarming), die volgens hen mogelijk worden onderschat.
De richtlijnen worden soms gezien als te conservatief of te liberaal, afhankelijk van de invalshoek. Sommige landen (bijv. Rusland, China, of delen van Europa zoals Italië) hanteren strengere limieten of erkennen elektrohypersensitiviteit (EHS) als een gezondheidsprobleem, wat een verschil in interpretatie weerspiegelt.
Er zijn geen harde bewijzen dat ICNIRP direct wordt beïnvloed door telecombedrijven, maar critici wijzen erop dat de telecomindustrie profiteert van de uitrol van 5G en dat de normen indirect hun belangen kunnen dienen. ICNIRP zelf ontkent dit en publiceert jaarverslagen en financieringsbronnen om transparantie te waarborgen. Hun financiering komt voornamelijk van lidmaatschappen, donaties, en internationale organisaties, niet direct van commerciële partijen.
Wetenschappelijke controverse: Er is een wetenschappelijke discussie over niet-thermische effecten van RF-straling, zoals oxidatieve stress of neurologische veranderingen, die ICNIRP niet als significant beschouwt bij blootstelling binnen de normen. Critici, zoals de 180 wetenschappers die in 2017 een brandbrief stuurden naar de EU, beweren dat ICNIRP te veel focust op thermische effecten en niet genoeg op mogelijke lange-termijn biologische effecten. Dit debat is legitiem, maar de meerderheid van de internationale gezondheidsinstanties (zoals WHO, RIVM, Gezondheidsraad) blijft ICNIRP-richtlijnen volgen als de best beschikbare standaard.

De ICNIRP-richtlijnen zijn gebaseerd op een brede basis van peer-reviewed wetenschap, zijn internationaal geaccepteerd, en worden regelmatig herzien (bijv. in 2020 voor 5G). Ze worden ondersteund door organisaties zoals de WHO, de EU, en nationale instanties in Nederland (RIVM, ANVS, Gezondheidsraad). De normen zijn conservatief, met ruime veiligheidsmarges, en worden continu gemonitord.
Zwakke punten en onzekerheden: Er zijn onzekerheden over lange-termijn effecten van 5G, vooral bij hogere frequenties, omdat deze minder lang zijn bestudeerd in de context van alledaags gebruik. Critici wijzen erop dat ICNIRP mogelijk te weinig aandacht heeft voor niet-thermische effecten of voor kwetsbare groepen (bijv. kinderen, zwangere vrouwen). Dit leidt tot debatten, maar niet tot een consensus over schadelijkheid binnen de normen.
In Nederland worden de ICNIRP-richtlijnen gevolgd, maar er zijn aanvullende voorzorgsmaatregelen, zoals monitoring door het RIVM en lokale beleidsbeslissingen (bijv. geen 5G-zendmasten op scholen in sommige gemeenten). Als er ooit bewijs komt van risico’s, kunnen normen worden aangepast, zoals in 2020 is gebeurd met de update van ICNIRP.

Frankrijk, Italië, Zuid-Tirol: Hebben lokale wetgeving of rechtelijke uitspraken die strenger zijn, vaak als reactie op publieke bezorgdheid of anekdotische meldingen, maar deze zijn niet altijd gebaseerd op breed geaccepteerde wetenschap.

ICNIRP is niet direct gelieerd aan telecombedrijven, maar hun onafhankelijkheid wordt wel betwist door critici. De normen zijn gebaseerd op de best beschikbare wetenschap, maar er zijn onzekerheden en debat over niet-thermische effecten en lange-termijn risico’s. 

De ICNIRP-normen zijn niet perfect en worden niet door iedereen geaccepteerd, maar ze zijn gebaseerd op een breed scala aan wetenschappelijk onderzoek en worden internationaal gezien als de gouden standaard voor niet-ioniserende straling. De onzekerheden over lange-termijn effecten van 5G worden erkend, maar er is tot nu toe geen bewijs van schade binnen de normen. Nederland voegt extra voorzorg toe via monitoring en lokale beleidsmaatregelen, wat een extra laag bescherming biedt. 

Rusland en China hanteren lagere blootstellingslimieten, gebaseerd op hun eigen studies naar niet-thermische effecten, maar deze worden internationaal niet altijd als wetenschappelijk robuust beschouwd.
Rusland en China: Strengere normen: Beide landen hanteren inderdaad strengere blootstellingslimieten voor niet-ioniserende elektromagnetische straling (zoals RF-straling van 5G, mobiele netwerken, enz.) dan de ICNIRP-richtlijnen.

Dit komt vaak voort uit:
Historische benadering: Beide landen hebben sinds de Sovjet-tijd een traditie van strenge regels voor elektromagnetische velden, gebaseerd op vroege studies naar niet-thermische effecten (biologische veranderingen zonder weefselopwarming). In de jaren 1960-1980 voerde de Sovjet-Unie onderzoek uit dat suggereerde dat lage niveaus van RF-straling effecten konden hebben op het zenuwstelsel, het immuunsysteem, en andere systemen, ook zonder opwarming. Dit leidde tot conservatieve normen die nog steeds worden aangehouden.
Voorzorgsprincipe: Rusland en China passen een zeer voorzichtige benadering toe, vaak gebaseerd op het voorzorgsprincipe, waarbij ze blootstelling minimaliseren, zelfs als er geen direct bewijs is van schade. Dit kan ook politieke, culturele, of publieke drukreflecteren, naast wetenschappelijke overwegingen.
Wetenschappelijke verschillen: Hun studies en methodologieën verschillen soms van die van ICNIRP. Bijvoorbeeld, ze leggen meer nadruk op niet-thermische effecten, zoals oxidatieve stress, veranderingen in celmembranen, of elektrohypersensitiviteit (EHS), die door ICNIRP worden gezien als niet-consistent of niet-significant bij blootstelling binnen de normen. Sommige van hun studies worden internationaal bekritiseerd als niet reproduceerbaar of gebaseerd op verouderde methoden, maar ze blijven een eigen wetenschappelijke traditie volgen.
“Doen ze maar wat?”: Dat is niet helemaal terecht. Rusland en China baseren hun normen op hun eigen wetenschappelijke onderzoek en historische data, maar deze worden niet altijd als robuust of universeel geaccepteerd door de internationale wetenschap. Hun normen zijn vaak veel strenger (bijv. blootstellingslimieten die 100-1000 keer lager zijn dan die van ICNIRP), wat kan leiden tot praktische beperkingen, zoals kleinere dekking van mobiele netwerken of hogere kosten voor infrastructuur. Dit maakt hun aanpak niet per se “onwetenschappelijk,” maar wel afwijkend van de mainstream internationale consensus, zoals die van ICNIRP, WHO, en RIVM.
De ICNIRP-richtlijnen bevatten een ruime veiligheidsmarge (factor 10-50 lager dan niveaus waar effecten in studies zijn waargenomen, zoals milde weefselopwarming). Dit betekent dat de limieten zo laag zijn dat zelfs bij maximale blootstelling binnen deze normen geen thermische of significante niet-thermische effecten worden verwacht. Rusland en China kiezen voor een nog conservatievere marge, mogelijk uit voorzorg, maar zonder consensus dat dit nodig of gerechtvaardigd is door wereldwijd onderzoek.

De ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection):

  • is een onafhankelijke, non-profitorganisatie opgericht in 1992 om richtlijnen te ontwikkelen voor blootstelling aan niet-ioniserende straling, zoals RF-straling van 5G, wifi, mobiele telefoons, magnetische velden, en UV-straling.
  • heeft als doel is om de gezondheid van mensen en het milieu te beschermen tegen mogelijke schadelijke effecten van niet-ioniserende straling, gebaseerd op de best beschikbare wetenschap. Ze richten zich op het opstellen van blootstellingslimieten die thermische (opwarming) en niet-thermische (biologische) effecten minimaliseren.
  • bestaat uit een commissie van wetenschappers en experts op het gebied van biologie, fysica, geneeskunde, en elektromagnetisme. Ze komen uit verschillende landen en worden geselecteerd op basis van hun expertise en publicaties in peer-reviewed tijdschriften. De commissie is klein (ongeveer 14 leden per commissieperiode, plus ondersteunend personeel en adviseurs), maar werkt samen met een breder netwerk van wetenschappers wereldwijd;
  • publiceert richtlijnen na een grondige analyse van peer-reviewed wetenschappelijke literatuur. Ze kijken naar dierstudies, celstudies, epidemiologische studies bij mensen, en laboratoriumexperimenten. De richtlijnen worden elke 5-10 jaar herzien (bijv. de laatste update voor RF-straling was in 2020), en ze nodigen feedback uit van de wetenschappelijke gemeenschap en het publiek. De richtlijnen zijn niet bindend, maar worden door veel landen, waaronder Nederland, als standaard geaccepteerd en geïmplementeerd;
  • baseert zijn normen op thermische effecten (zoals weefselopwarming), omdat dit het meest consistente en meetbare risico is. Ze erkennen niet-thermische effecten (zoals oxidatieve stress of neurologische veranderingen), maar classificeren deze als niet-significant of niet-consistent genoeg om limieten aan te passen, tenzij er nieuw bewijs komt;
  • benadrukt zijn onafhankelijkheid, maar financiering is een belangrijk punt van kritiek, zoals je terecht opmerkt. Hier is een overzicht van hun financieringsbronnen, gebaseerd op hun openbare documenten (zoals jaarverslagen op icnirp.org);
  • ontvangt bijdragen van nationale en internationale organisaties die lid zijn, zoals gezondheidsinstanties, stralingsbeschermingsorganisaties, en wetenschappelijke instellingen in verschillende landen.
  • krijgen financiering van non-profitorganisaties, academische instellingen, en soms overheidsinstanties die zich bezighouden met volksgezondheid of stralingsbescherming. Bijvoorbeeld, ze hebben in het verleden steun ontvangen van de WHO (Bill Gates), de Europese Commissie, en nationale gezondheidsministeries;
  • genereert ook inkomsten door publicaties, workshops, en conferenties over stralingsbescherming;
  • stelt expliciet dat ze geen directe financiering ontvangen van commerciële bedrijven, zoals telecombedrijven (bijv. KPN, Vodafone, Apple), die profiteren van mobiele netwerken zoals 5G. Dit is een belangrijk onderscheid, omdat critici soms beweren dat ICNIRP indirect beïnvloed zou kunnen worden door de telecomindustrie. ICNIRP publiceert jaarlijkse financiële overzichten om transparantie te waarborgen, en ze benadrukken dat hun richtlijnen uitsluitend gebaseerd zijn op wetenschap, niet op commerciële belangen.

Desondanks zijn er zorgen van activisten en sommige wetenschappers (zoals in de brandbrief van 180 wetenschappers in 2017 aan de EU) dat ICNIRP indirect afhankelijk zou kunnen zijn van een academische of institutionele cultuur die soms banden heeft met industrieën en organisaties als die van Bill Gates
Sommige ICNIRP-leden hebben in het verleden onderzoek gefinancierd door telecombedrijven of universiteiten die samenwerken met de industrie, hoewel ICNIRP stelt dat dit geen invloed heeft op hun richtlijnen. Critici, zoals de BioInitiative Group of Stop5GNL, beweren dat ICNIRP te dicht bij de “mainstream wetenschap” staat, die mogelijk beïnvloed wordt door belangen van overheden of bedrijven die 5G willen uitrollen. ICNIRP zelf ontkent deze beschuldigingen en publiceert de belangenverklaringen van hun leden, waarin ze verzekeren dat er geen conflicten van belang zijn die hun werk beïnvloeden. Ze benadrukken dat hun richtlijnen uitsluitend gebaseerd zijn op peer-reviewed wetenschap en dat ze onafhankelijk opereren van commerciële of politieke druk.

ICNIRP is internationaal erkend als een autoriteit op het gebied van niet-ioniserende straling. Hun richtlijnen worden gevolgd door de WHO, de EU, en nationale instanties zoals het RIVM en de ANVS in Nederland. Ze baseren zich op een brede basis van wetenschappelijk bewijs, met een transparant proces en regelmatige updates.
Maar aan de andere kant zijn er zorgen over mogelijke indirecte belangenverstrengeling, een te grote focus op thermische effecten, en een gebrek aan erkenning van niet-thermische effecten die in sommige studies worden gesuggereerd. Hun onafhankelijkheid wordt betwist door groepen die strengere normen willen, zoals in Rusland, China, of door activisten. Dit debat is legitiem, maar de meerderheid van de wetenschappelijke en gezondheidsinstanties wereldwijd blijft ICNIRP als standaard hanteren.

In Nederland wordt de ICNIRP als basis genomen, maar er zijn aanvullende voorzorgsmaatregelen, zoals monitoring door het RIVM en lokale beleidsbeslissingen (bijv. geen 5G-zendmasten op scholen in sommige gemeenten). Als er ooit bewijs komt van risico’s, kunnen normen worden aangepast, zoals in 2020 is gebeurd met de ICNIRP-update. ICNIRP?: De commissie bestaat momenteel (stand 2025) uit ongeveer 14 hoofdlidmaatschappen, plus ondersteunend personeel en adviseurs. Leden zijn wetenschappers met expertise in biologie, fysica, geneeskunde, en elektromagnetisme, afkomstig uit landen zoals Duitsland, Zweden, de VS, Australië, en Japan. Voorbeelden van recente leden zijn experts zoals Rodney Croft (Australië, neurofysiologie) en Eric van Rongen (Nederland, stralingsbiologie), die ook betrokken zijn bij nationale instanties zoals de Gezondheidsraad. Leden worden geselecteerd op basis van hun publicaties en expertise, en ze dienen voor een periode van 4-6 jaar, met de mogelijkheid tot verlenging. ICNIRP publiceert een lijst van leden en hun belangenverklaringen op hun website (icnirp.org) om transparantie te waarborgen.

ICNIRP’s financiering is essentieel voor hun onafhankelijkheid:
Landen en organisaties zoals de WHO, nationale stralingsbeschermingsinstanties (bijv. Bundesamt für Strahlenschutz in Duitsland, RIVM in Nederland), en academische instellingen betalen lidmaatschapsgelden en dat is de grootste inkomstenbron.
Ze ontvangen soms subsidies van internationale organisaties zoals de Europese Commissie of nationale overheden voor specifieke projecten, zoals workshops of onderzoekssamenwerkingen. Deze subsidies zijn doorgaans projectgebonden en niet structureel.
ICNIRP heeft expliciet verklaard dat ze geen directe financiering ontvangen van telecombedrijven (zoals KPN, Vodafone, Nokia, Ericsson) of andere commerciële belangen die profiteren van 5G of draadloze technologie. Ze publiceren jaarlijkse financiële overzichten, zoals in hun 2022-2023 rapport, waarin ze hun inkomsten en uitgaven transparant maken.
Critici, zoals Stop5GNL of de BioInitiative Group, beweren dat ICNIRP indirect afhankelijk kan zijn van een academische cultuur die soms banden heeft met de telecomindustrie, omdat sommige leden onderzoek hebben gedaan dat deels door telecombedrijven werd gefinancierd (bijv. via universiteiten). ICNIRP ontkent dit en stelt dat hun richtlijnen uitsluitend gebaseerd zijn op wetenschap, niet op financiering. Ze vereisen ook dat leden belangenconflicten melden, en deze worden openbaar gemaakt.
ICNIRP publiceert elk jaar een financieel rapport en een activiteitenverslag op hun website. Ze nodigen ook externe audits uit en werken samen met organisaties zoals de WHO om hun onafhankelijkheid te waarborgen. Ondanks kritiek blijft ICNIRP een van de meest erkende autoriteiten op het gebied van niet-ioniserende straling, ondersteund door de WHO, de EU, en nationale instanties wereldwijd.

Terug naar nieuwsoverzicht