Disclaimer & Auteursrecht – BVS
De inhoud van deze website en de bijbehorende blogs is uitsluitend bedoeld voor opiniërende, reflecterende en informatieve doeleinden. De teksten weerspiegelen de persoonlijke meningen en interpretaties van de auteur. De auteur geeft geen garantie wat betreft de volledige juistheid of actualiteit van de geboden informatie en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of gevolgen voortvloeiend uit het lezen, interpreteren of delen van de inhoud. Een deel van de teksten of citaten kan afkomstig zijn uit externe bronnen. Hoewel wordt gestreefd naar een zorgvuldige bronvermelding, kan BVS niet verantwoordelijk worden gehouden voor eventuele onjuistheden of inbreuken door derden. Door deze website te gebruiken, stemt u in met de inhoud van deze disclaimer. Alle materialen op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd. Reproductie, verspreiding of commercieel gebruik zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de auteur of BVS is verboden.
Ronald Verheij fungeerde als “sterfhuisarchitect” voor Overhaghe Beheer. Hij zette voor zijn constructie openstaande vorderingen om in aandelen. Overhaghe Beheer B.V. (een holdingmaatschappij) had destijds miljoenenvorderingen en kredieten uitstaan binnen de Peter Langhout reisgroep (destijds gerelateerd aan de Benga/Kidz-structuur, waar Peter Langhout onder viel). Overhaghe had grote openstaande vorderingen op de noodlijdende reisorganisatie Peter Langhout. Om deze eigen belangen veilig te stellen, werd achter de schermen een zogeheten Debt-to-Equity swap (schuld-voor-aandelen-ruil) doorgevoerd, waarbij het gezonde busbedrijf Havi Travel gedwongen werd Peter Langhout Reizen over te nemen. Uit het latere faillissementsverslag van de curator komt een ontluisterend beeld naar voren: het gezonde busbedrijf bezweek uiteindelijk onder de ingebrachte schuldenlast, waarbij liquide middelen werden aangewend om de gaten van de reistak te dichten. Toen de kaartenhuisconstructie eind 2019 instortte, verloren 172 mensen hun baan en werden honderden kerstreizen geannuleerd. Hoewel de curator de zittende directeuren (Visscher en Langenhof) met succes aansprakelijk stelde, wat resulteerde in een persoonlijke schikking van maar liefst 1,6 miljoen euro, bleven de feitelijke financiers en architecten op de achtergrond juridisch buiten schot.
1. Havi en Peter Langhout reizen
Bij de Havi-deal (rond 2015/2016) werd er, voorafgaand aan de overdracht, achter de schermen intensief druk uitgeoefend en gesproken over het omzetten van deze openstaande (vaak achtergestelde) leningen in (certificaten van) aandelen. In feite werd een schuldpositie omgezet in een eigendomspositie om het zinkende schip van Peter Langhout destijds te redden of overdraagbaar te maken. Per 1 januari 2016 werden grote delen van deze vorderingen administratief ‘weggeboekt’ of gereduceerd om een transactie met Havi Beheer mogelijk te maken.
Terwijl Gerard Langenhof vanaf 2015 de dagelijkse operatie in Nederland losliet en vanuit Shanghai opereerde (waar Havi destijds een actieve zusteronderneming, lag de feitelijke leiding in handen van Hennie Visscher. Visscher was de operationele directeur in de regio die het bedrijf door de schaalvergroting (zoals de latere overname van de Oad-bustak in 2018) moest loodsen, was van oorsprong een puur transport- en touringcarbedrijf die grotendeels afhankelijk was van Peter Langhout reizen. De overname van Peter Langhout Reizen eind 2016 werd destijds gepresenteerd als een “strategische uitbreiding” om zelf reizen te gaan verkopen. Havi was al sinds 1924 (toen opgericht als LAVO in Enter) een rasecht Twents familiebedrijf van de familie Langenhof , overgegaan van Gerhard naar Johann en in 2005 naar de derde generatie: Gerard Langenhof.
Toen de financiering en de integratie met Peter Langhout op het laatst begon te knellen, waren het Visscher, Bob Treffers en Ron Verheij die om de tafel zaten om de acute geldstromen en de herstructurering te managen. Visscher werd de brug tussen de Havi en de financiële herstructurering. Waar Ron Verheij en Jurgen Spies opereerden vanuit de hoek van de schuldeisers en Overhaghe B.V.,
Gerard Langenhof wilde het bedrijf transformeren van een Twents busbedrijf naar een landelijke reisgigant door de overname van Peter Langhout Reizen.
Langenhof werd zwaar onder druk gezet door de schuldeisers en investeerders van het verlieslatende Peter Langhout. Door de vorderingen van Overhaghe B.V. en de betrokken partners om te zetten en in te brengen in de Havi-structuur, werd Havi Beheer opgezadeld met een gigantische financiële last en een verweven administratie. Havi nam niet alleen een merk over, maar absorbeerde in feite de schulden en de invloed van de partijen die de schulden inbrachten.
Terwijl Ron Verheij als strategische “bedrijvendokter” op de achtergrond de Debt-to-Equity swap (schuld omzetten in aandelen) en de deal met Overhaghe B.V. beklonk, werd Langenhof langzaam het moeras ingetrokken. Hij moest hiervoor de verlieslatende reistak van Peter Langhout integreren en administraties, geldstromen en rekening-courantverhoudingen tussen Havi Travel en Peter Langhout Reizen volledig met elkaar verweven.
De realiteit was echter dat het gezonde busbedrijf Havi Travel direct door Verheij en Treffers werd leeggezogen om de acute gaten en de openstaande schuldenberg van Peter Langhout (en daarmee de belangen van Overhaghe/Verheij) te financieren. De bussen bleven rijden, maar de winsten stroomden direct weg in het administratieve zwarte gat van de reistak.
Toen de constructie in december 2019 definitief onhoudbaar werd en Havi Beheer failliet ging, was het Gerard Langenhof die als zittend directeur het faillissement moest aanvragen.
Voor de curator werd Langenhof daardoor een belangrijk doelwit in zijn onderzoek. Omdat de administratie onder zijn directeurschap een onnavolgbare puinhoop was geworden waarin miljoenen over en weer waren geboekt om schuldeisers zoals Overhaghe te bedienen, kwam de vraag rondom bestuurdersaansprakelijkheid nadrukkelijk op tafel.
Bob Treffers, Ron Verheij en Jurgen Spies Opereerden in het krachtenveld rondom de financiering en de overdracht van de aandelen van de noodlijdende reisorganisatie naar de transportpoot.
Door deze constructie raakte de administratie van Havi Beheer, Havi Travel en Peter Langhout Reizen totaal met elkaar verweven. In de latere faillissementsverslagen van de curator van Havi Beheer (eind 2019) werd dit ook expliciet pijnlijk duidelijk. De administraties waren zodanig in elkaar gevlochten en onderlinge rekening-courantverhoudingen waren zo onduidelijk, dat ze niet eens meer los van elkaar te beoordelen waren.
De overname van Peter Langhout ingezet via de druk van de vorderingen van Overhaghe en het genoemde drietal heeft Havi Beheer financieel verstrikt en verstikt. Het leidde direct tot de ondergang van het gezonde busbedrijf in december 2019, waarbij 172 mensen hun baan verloren en het reisbureau definitief ten onder ging.
Visscher en Langenhof kregen een claim van ruim 20 miljoen euro bovenop de vordering van ruim 1 miljoen euro van het UWV. De curator stelde een conceptdagvaarding op en bood de directie de kans om te reageren. De discussie over de administratie liep jaren lang door. Zowel voormalig curator Eric Poelenije als zijn opvolger Manon Egberink zijn van mening dat de administraties van Havi Beheer en dochters Havi Reizen en Havi Travel niet op orde waren en dat jaarrekeningen niet op tijd zijn ingeleverd. Langenhof vond echter dat er sprake was van overmacht, onder andere doordat er geen zicht was op geldstromen vanuit China, waardoor het niet mogelijk was om de jaarstukken op tijd in te leveren. De twee hebben uiteindelijk een schikking getroffen. Door 1,6 miljoen euro te betalen, hebben de twee directeuren niet alleen een slepende en geldverslindende rechtszaak weten te voorkomen, maar werden prive volledig ten gronde gericht.
Peter Langhout Reizen, een bekende touroperator uit Alphen aan den Rijn die vooral groot was in busreizen, autovakanties en cruises, werkte al sinds 2008 nauw samen met Havi Travel voor het feitelijke busvervoer. In eind 2016 besloot Havi Beheer om Peter Langhout Reizen volledig over te nemen. Havi wilde hiermee doorgroeien van puur een busbedrijf (facilitator) naar een partij die ook direct zelf reizen aan de consument verkocht.
Op 18 december 2019 werd Havi Beheer (inclusief Havi Travel) officieel failliet verklaard door de rechtbank.
Omdat Peter Langhout Reizen direct onder de omgevallen Havi holding viel, trok dat het reisbureau direct mee de afgrond in. Peter Langhout Reizen moest direct wegens ‘financieel onvermogen’ alle aankomende reizen (waaronder tientallen geplande kerstreizen) per direct schrappen.
Omdat Peter Langhout Reizen was aangesloten bij de Stichting Garantiefonds Reisgelden (SGR), konden gedupeerde reizigers die al betaald hadden hun geld gelukkig terug claimen via het garantiefonds. Voor andere partners waar Havi mee samenwerkte (zoals Oad, waar Havi ook bussen voor reed), moesten er destijds halsoverkop noodoplossingen worden gezocht om reizigers alsnog te vervoeren.
De curator heeft de directie (Langenhof/Visscher) aangepakt voor de administratieve puinhoop, terwijl de werkelijke architecten van de constructie (Verheij c.s.) buiten schot bleven voor deze specifieke bestuurdersclaim. Dit is de klassieke afloop van een sterfhuisconstructie. Het levenswerk van drie generaties Langenhof kwam zo in de maalstroom van de Peter Langhout-constructie terecht. Ronald Verheij was ook onlosmakelijk verbonden met een aantal zeer geruchtmakende miljoenenfaillissementen en de daaropvolgende, omstreden doorstarts.
De meest sprekende zaken die exact volgens dezelfde blauwdruk verliepen:
2. Het Witteveen Mode & Brova Debacle (2016)
De meest bekende zaak waarin Verheij exact dezelfde herstructureringsrol speelde, is die rondom de bekende damesmodeketen Witteveen en moederbedrijf Brova B.V. (dat ook de ketens HoutBrox en Purdey bezat). Verheij stapte samen met een partner (Martin Duthler) in als investeerder en eigenaar van Brova toen het bedrijf al in zwaar weer verkeerde. Het plan dat werd gepresenteerd was ambitieus: de ketens moesten worden samengevoegd tot één groot mode-imperium.
De basis van Witteveen Mode werd gelegd door Meindert Witteveen. Hij begon in 1883 een eigen manufacturenzaak in Heerenveen. Vanaf 1900 veranderde hij de naam in Mantelmagazijn Witteveen omdat de verkoop van kant-en-klare damesmantels een groot succes bleek. Zijn zonen breidden het bedrijf in de vroege twintigste eeuw flink uit met filialen in grotere steden zoals Eindhoven, Breda en de Kalverstraat in Amsterdam. Het bleef tot ver na de Tweede Wereldoorlog een echt familiebedrijf. Na het tijdperk van de familie Witteveen is de keten in 1996 overgenomen door Hollands Winkel Bezit B.V. (HWB), die de overgebleven takken samenvoegde tot Witteveen Mode B.V..
In 1986 werd Witteveen door de familie verkocht aan Ronald de Waal (bekend van de herenmodeketen Hij). De Waal besloot de 48 bestaande Witteveen-winkels(34 winkels in Nederland en 14 in België,) om te bouwen naar de formule Zij, waardoor de naam Witteveen tijdelijk volledig uit het straatbeeld verdween. Michiel Witteveen, de achterkleinzoon van de oprichter, startte in 1988 samen met zijn compagnon Michiel Herter de investeringsmaatschappij Manaus. Zij kochten in de vroege jaren ’90 verschillende kleinere retail- en modebedrijfjes op (waaronder McGregor en Sissy-Boy). Vanaf 1993 kocht Witteveen via Manaus ook losse damesmodewinkels op. Omdat de merknaam ‘Witteveen Mode’ na de verkoop in 1986 ongebruikt op de plank lag én een ijzersterke reputatie had, besloot hij zijn nieuwe winkelbestand simpelweg opnieuw ‘Witteveen Mode’ te noemen. In 1996 gingen Michiel Witteveen en Michiel Herter zakelijk uit elkaar. Twee jaar later, in 1998, verkocht Michiel Witteveen deze ‘nieuwe’ Witteveen-keten aan inkooporganisatie/inkoopcoöperatie Euretco die deze 7 jaar in bezit hield.
14 februari 2005 besluit Euretco strategisch te stoppen met het exploiteren van eigen winkelketens en verkoopt de goedlopende keten (76 filialen) aan de toenmalige business-unitdirecteur Barbara van Kolfschoten. De aandelen worden overgedragen aan twee B.V.’s: Hillock Holding B.V. (75%) en Auratio B.V. (25%, het vehikel van Van Kolfschoten).
De overnamesom bedroeg naar verluidt 18 miljoen euro. De financiering is een leveraged buy-out: een klein deel (circa € 2 à € 3 miljoen) wordt ingebracht door de investeerder, de overige miljoenen worden als lening op de balans van Witteveen zelf geplaatst. In deze periode verschuiven de structuren en komt Doorhoven Holding B.V. in beeld als de centrale holding boven de retailactiviteiten. Doorhoven Holding B.V. was de overkoepelende holdingmaatschappij van het echtpaar Barbara van Kolfschoten en Ronald Verheij.
De feitelijke afronding en overdracht van de aandelen en de 76 winkels stonden destijds gepland voor eind maart 2005. Bij deze verzelfstandiging trad Ronald Verheij nog naar buiten onder zijn vehikel Overhaghe Beheer B.V. (toen statutair gevestigd in Zevenaar/Giesbeek), alvorens de structuren later overgingen in de constructies rondom Romani Beleggingen.
De moedermaatschappij van Witteveen, Doorhoven holding uit Leusden, (van het echtpaar Barbara van Kolfschoten en Ronald Verheij) leed al jaren verlies en kampte met een negatief eigen vermogen en een hoge belastingschuld. In 2015 was er al een bankschuld van ruim 9 miljoen euro en een nettoverlies van 883.000 euro. In het jaarverslag over 2015 werd al gespeculeerd op een schuld-voor-aandelenruil van 3,6 miljoen euro.
In de opeenvolgende herstructureringen verkreeg onder andere ABN AMRO Effecten Compagnie B.V. (samen met W2 Retail) tijdelijk gezamenlijke zeggenschap over Doorhoven Holding om de boel financieel te begeleiden.
Quinty Trustfull werd het nieuwe gezicht van Witteveen Mode. Het bedrijf had ongeveer vierhonderd mensen in dienst en richtte zich volledig op dameskleding.
Door de structurele crisis in de modemarkt bouwde de groep miljoenenverliezen en een negatief eigen vermogen op. Banken en herstructuriseerders (zoals ABN AMRO en W2 Retail) kregen tijdelijk zeggenschap om de schulden te saneren. Doorhoven Holding verkocht (voor de vorm) Witteveen Mode aan investeringsmaatschappij O&C Investments van Jurgen Spies. Tegelijkertijd raakt Spies ook betrokken bij de mislukte overname van Purdey (waar schuldeiser Euretco in maart 2016 halsoverkop beslag op legt om haar € 1,4 miljoen veilig te stellen). Onder het bewind van O&C Investments laat Spies Witteveen Mode in juli 2017 voor de eerste keer officieel failliet verklaren met een enorme belastingschuld en het niet nakomen van de betalingsregeling van anderhalf miljoen euro aan omzet en loonbelasting. ABN Amro had een deel van de schuld van Witteveen 22 mei 2017 nog om willen ruilen voor aandelen in het bedrijf, maar de administratieve afwikkeling hiervan kwam te laat. ABN Amro Effecten Compagnie zou hiermee een belang verkrijgen in Doorhoven Holding van W2 Retail B.V. die op haar beurt weer onderdeel is van O&C Investments aan de Hamersveldseweg 65 te Leusden. (Spies en Verheij)
In de eerste vijf maanden van 2017 voorafgaand aan de verkoop leed Witteveen een nettoverlies van 1 miljoen euro. Over 2016 was dit ook al 1,2 miljoen. Witteveen had een schuld van 10,7 miljoen euro bij ABN Amro opgebouwd. De bank had een stil pandrecht op alle activa. Tijdens het faillissement bleven de winkels deels open en dat leverde de curator nog een bruto verkoopopbrengst op van 1,9 miljoen euro op.
In september 2017 volgde er een snelle doorstart. Lex Hes kocht de activa (rechten, goodwill, kasgeld, inventaris en voorraad) via zijn vennootschap Vidrea Retail B.V. (onderdeel van Nesia Holding / Victory & Dreams) voor 1 miljoen euro. Ruim zeven ton was voor de voorraad van circa 135.000 stuks kleding. Lex Hes nam de activa over via zijn vennootschap Vidrea Retail B.V. (onderdeel van de Nesia Holding-structuur /Victory & Dreams). Met deze doorstart wist Lex Hes destijds zo’n 70 van de best lopende Witteveen-filialen open te houden, totdat de hele Vidrea-structuur (inclusief Miller & Monroe) in 2019 definitief in elkaar stortte. Bij deze doorstart in 2017 duikt Barbara van Kolfschoten weer op. De doorstartvennootschap (Witteveen Retail) krijgt haar consultancybedrijf Auratio B.V. als directeur. In de officiële reconstructies rondom de modetak is het vooral Ronald Verheij die op de achtergrond een sleutelrol blijft spelen als financier (onder andere bij het overleg met de banken over schuldsaneringen), waarbij de formele zeggenschap over zijn belangen destijds via McMulder Holding B.V. (de moedermaatschappij van Romani Beleggingen uit Barneveld) liep.
In het weekend van 19 en 20 maart 2016 kreeg Euretco lucht van het feit dat de directie van Brova achter de schermen bezig was om de aandelen van het winstgevende Purdey met spoed over te dragen aan O&C Investments van Jurgen Spies, die kort daarvoor ook Witteveen had overgenomen. Omdat Purdey de enige tak binnen Brova was die nog zwarte cijfers schreef (een kleine miljoen euro winst per jaar), besefte Euretco dat als Purdey uit de holding zou verdwijnen, er voor de schuldeisers bij een naderend faillissement van Brova niets meer te halen zou zijn. Om haar vordering van 1,4 miljoen veilig te stellen, ondernam Euretco direct juridische actie: Op 22 maart 2016 om 11:06 uur waarschuwde de advocaat van Euretco de Brova-directie formeel dat er beslag gelegd ging worden. Diezelfde middag rond 14:20 uur stond de deurwaarder op het hoofdkantoor in Schijndel om het conservatoir beslag op de aandelen van Purdey officieel te betekenen.Tijdens die beslaglegging speelde zich een opmerkelijke scène af: een van de Brova-bestuurders was vlak vóór de komst van de deurwaarder halsoverkop vertrokken met het fysieke aandeelhoudersregister onder zijn arm. Brova probeerde de overdracht aan O&C Investments diezelfde dag nog snel door te drukken bij de notaris, zónder de notaris te melden dat Euretco inmiddels al beslag had gelegd.
Toen Brova drie weken later (in april 2016) officieel failliet verklaard werd, stapten de curatoren onmiddellijk naar de rechter. De rechter oordeelde dat de verkoop aan O&C (voor slechts € 250.000,- op papier, zonder dat de rest van het bestuur ingelicht was) een schoolvoorbeeld was van een paulianeuze transactie (het opzettelijk benadelen van schuldeisers). De rechter draaide de verkoop terug en Purdey keerde terug in de faillissementsboedel, waarna het alsnog via een transparante veiling is doorgestart en werd verkocht aan de oorspronkelijke oprichters, Neel en Tim Wolters die daarbij optrokken met de families Berden en Van Hout.
Achter de schermen raakten de financieringen, winkelpanden en leningen zwaar verknoopt. Hoewel Verheij in de media destijds formeel beweerde “geen bemoeienis of financiële banden” meer te hebben met de doorstart, werd zijn eigen vrouw (Barbara van Kolfschoten) per direct weer als directeur aan het roer gezet. De curatoren en banken bleven achter met miljoenenclaims, terwijl de gezonde restanten van de keten via een omweg werden voortgezet.
Het accountantsbureau van Spies genaamd WGS Accountants B.V.. Accountancy & Advies heeft een nevenvestiging op hetzelfde adres in Leusden als Doorhoven.
De Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) beschuldigde multimiljonair Ronald Verheij van Brova, het moederbedrijf van Purdey en Duthler, van paulianeus handelen. De BOM investeerde in 2012 met een uitgestelde lening 1,5 miljoen euro in de Brova Groep. Brova stond op omvallen en daarom werd gepoogd om de ketens van Brova samen te brengen met Witteveen in een samenwerking met de familie Hesselt van Dinther. Als Brova failliet zou gaan kon Verheij die wel voor een zacht prijsje uit de boedel halen, maar hij liep het risico dat een derde partij er met Purdey vandoor zou kunnen gaan. Purdey was het winstgevende deel van Brova, en die wilde Verheij beslist niet kwijt. Duthler en Verheij parkeerden Purdey daarom voor 250.000 euro bij Jurgen Spies.
Verheij en zijn dochter zitten samen in Romani met investeerder McMulder Holding van Marco Mulder uit Barneveld als moedermaatschappij. Verheij en zijn dochter bezitten ook veel horecabedrijven zoals kiprestaurant Juffrouw Tok. Brova die ook eigenaar was van de 24 filialen van Houtbrox groep ging in april 2016 failliet. ING wilde dat Verheij en Martin Duthler € 500.000 in het bedrijf staken, maar zij lieten de offerte voor de financieringsovereenkomst verlopen. Verheij bood nog vergeefs aan om zijn vakantiewoning in Portugal als onderpand in te brengen om de financiering vlot te trekken. Brova zat vanaf 1 januari 2016 zonder geldschieter. McMulder Holding B.V. was de officiële bestuurder en moedermaatschappij van Romani Beleggingen B.V.. Marco Mulder (geb.1975) is in de financiële en accountancywereld een actieve professional. Hij studeerde accountancy aan de Nyenrode Business Universiteit en werd in 2012 officieel ingeschreven in het landelijke accountantstitelregister (RA). Hij werkte door de jaren heen voor verschillende gevestigde accountantskantoren zoals Kooij + Partners en Van Noord Accountants en vervulde interim-finance opdrachten bij grotere partijen, waaronder PwC en BDO. Tegenwoordig opereert hij voornamelijk op directieniveau als Finance Director of financieel directeur bij diverse MKB investeringsmaatschappijen zoals Arventum en Almunda.
De familie Hes startte Witteveen en Charles Vögele samen met Remt Melles en hun vennootschap Vidrea Retail. Vidrea Retail, later Victory and Dreams Holding, werd bestuurd door de Phim Holding van zoon Philippe Hes. Philippe is organisator van jongerenfestivals. Zijn bedrijf 4PM Entertainment organiseert onder meer festivals als Fris en Kingsland. Zijn grootouders hebben een textielproductiebedrijf met 1200 werknemers en zijn 57-jarige vader Lex, die in België woont, stopte met productie en werd actief in detailhandel. Lex Hes bezat met zijn Nesia Holding zo’n 20 modewinkels van Zaza. In 2013 kocht hij daar 23 winkels van Skooter bij. Volgens Philippe is zijn jongere broer Alex, die ook feesten organiseert, eveneens bij de winkelketens betrokken. Nesia Holding kocht in 2013 de winkels van Skooter, eveneens uit een bankroet. Dat liep mis. In september 2014 ging Skooter opnieuw bankroet, maar de rechter draaide dat faillissement terug. Hes wil een schadevergoeding van de partijen die de faillissementsaanvraag destijds indienden. Ondertussen zit curator Robert Verdonk uit het eerste faillissement van Skooter (zie dossier Skooter) met een geldvordering van 129.000 euro achter Hes van Nesia aan. Omdat Nesia dat geld niet zou hebben, heeft de curator een schikking getroffen. Philippe benadrukt geen stroman van zijn vader te zijn. De curator is Rinke H. Dulack van advocatenkantoor Van Benthem & Keulen.
Het dossier rondom Brova, HoutBrox, Purdey en Witteveen geldt in de Nederlandse retailhistorie als een van de meest complexe en omstreden voorbeelden van hoe winstgevende en verlieslatende bedrijfsonderdelen via een web van BV’s, stromannen en pandrechten van elkaar werden gescheiden.
De rode draad en de opvallende mechanismen uit deze casus laten zich als volgt samenvatten:
1. De ‘Purdey-truc’ en het harde oordeel over Pauleaneus handelen. De strijd rondom het winstgevende Purdey laat zien waar de juridische grens van een sterfhuisconstructie ligt. Omdat Verheij het gezonde Purdey absoluut niet wilde verliezen aan externe schuldeisers bij het naderende faillissement van Brova, werd het merk voor een schijntje van 250.000 euro geparkeerd’ bij accountant/stroman Jürgen Spies. De rechter en curator Floris Dix prikten hier dwars doorheen. Omdat deze transactie puur bedoeld was om activa aan het zicht van schuldeisers (zoals de bank en subsidieverstrekker BOM) te onttrekken, werd de verkoop wegens paulianeus handelen (benadeling van schuldeisers) vernietigd. Purdey werd teruggehaald en verkocht aan partijen die wél een reële marktwaarde betaalden (de families Wolters, Berden en Van Hout).
2. Net als bij het eerdere echec van Henk.nl dook Jürgen Spies hier op cruciale momenten op als de ‘facilitator’ achter de schermen. Spies, die Verheij had leren kennen toen hij door de Rabobank als adviseur bij het zware weer van Henk ten Hoor was gezet, werd bij Witteveen ingezet om een overname door een serieuze externe partij (Varova) te blokkeren. Door Witteveen via Spies’ investeringsvehikel O&C Investments voor € 500.000 over te nemen, hield Verheij via een omweg de controle over de keten. Ondertussen raakten de administraties en geldstromen verstrikt tussen de holding in Leusden en schimmige vastgoed-BV’s zoals De Paal Beheer in Schijndel.
3. Toen Witteveen in juli 2017 bezweek onder een schuld van 10,7 miljoen euro bij ABN Amro en een miljoenenclaim van de Belastingdienst, herhaalde de geschiedenis zich. De bank en de fiscus bleven met lege handen achter, terwijl de winkels tijdens het faillissement openbleven om nog snel 1,9 miljoen euro aan liquide middelen (kasgeld) te genereren. Hoewel Verheij publiekelijk verklaarde volledig los te staan van de flitsdoorstart (die voor € 1 miljoen werd beklonken met de Nesia Holding van de familie Hesselt van Dinther), werd zijn eigen vrouw, Barbara van Kolfschoten, direct weer als algemeen directeur geïnstalleerd. De operationele leiding bleef zo in feite binnen de familie, ontdaan van de loodzware schuldenlast.
4.De agressieve manier van herstructureren leidde uiteindelijk tot een totale implosie van de onderlinge relaties. De overname van HoutBrox in 2013 (waar de familie Van Hout instapte op basis van vermeend gezonde cijfers, terwijl de bank het krediet al aan het afknijpen was mondde uit in een bittere vechtscheiding en talloze rechtszaken tussen ex-partners Verheij en Martin Duthler. Curatoren ontdekten bij de afwikkeling diverse dubieuze geldtransacties en onverklaarbare huurbetalingen die direct naar privémaatschappijen weglekten.
Het Utrechtse Varova wilde Witteveen destijds nog overnemen. Verheij traineerde de onderhandelingen en liet het concern kopen door Spies die hij kende uit de tijd dat Spies als adviseur door de afdeling Bijzonder beheer van de Rabobank werd neergezet bij het noodlijdende modebedrijf Henk ten Hoor.
Dat de constructie rondom Purdey geen normale herstructurering was, werd onomstotelijk bewezen toen de curator naar de rechter stapte. De rechter maakte korte metten met de overdracht aan stroman Jürgen Spies en vernietigde de transactie wegens paulianeus handelen. In juridische termen betekent dit dat de rechter heeft vastgesteld dat er bewust activa aan de boedel werden onttrokken om schuldeisers opzettelijk te benadelen.
3. De overname van textielketen Henk ten Hoor (2012)
Zo ook met de overname van de Noord-Nederlandse textielketen Henk ten Hoor. Net op het moment dat deze grote retailketen, met destijds meer dan 100 filialen de deuren moest sluiten omdat de banken de kredietkraan dichtdraaiden, stapte Verheij via zijn investeringsmaatschappij Romani Beleggingen naar voren als de ‘bedrijvendokter’.
De textielketen Henk ten Hoor (later omgedoopt tot kortweg Henk.nl) was een bekende Nederlandse discounter in kleding en textiel. Het bedrijf ging na een roerige periode in 2012 en 2013 definitief failliet. De keten bestond al ruim 35 jaar en werd opgericht door de Drentse ondernemer Henk ten Hoor. Het allereerste filiaal opende in het Drentse Diever. Op het hoogtepunt bestond de keten uit 103 filialen die vooral gevestigd waren in Noord-, Oost- en Midden-Nederland. Het hoofdkantoor en het centrale distributiecentrum stonden in Hoogeveen. De formule richtte zich met name op laaggeprijsde mode, bedrijfskleding en huishoudtextiel voor het hele gezin, vergelijkbaar met Zeeman en Wibra. In het najaar van 2012 raakte de keten inmiddels geleid door Henks zonen Hielke en Martin ten Hoor in liquiditeitsproblemen omdat Rabobank het bedrijfskrediet introk. Alle 103 filialen moesten per direct sluiten. In oktober 2012 verklaarde de rechtbank in Assen de keten officieel failliet. Investeringsmaatschappij Romani Beleggingen kocht de keten op en maakte met zo’n 60 winkels een doorstart onder de nieuwe naam Henk.nl. Eind 2013 trok de curator definitief de stekker uit het bedrijf en ruim 400 medewerkers verloren hun baan. Henk ten Hoor was naast zakenman ook een zeer bekende naam in de Noord-Nederlandse sportwereld. Hij fungeerde jarenlang als gulle sponsor en financier van de profclubs FC Emmen en sc Heerenveen en hielp amateurclubs in de regio. Hij is 29 mei 2024 op 83-jarige leeftijd overleden.
Verheij heeft samen met Bob Treffers die vaker als zijn interim-sloper en herstructureerder fungeerde) de keten direct na de doorstart keihard gesaneerd. Alleen de 60 meest winstgevende winkels werden bij de curator overgenomen. De verlieslatende takken, openstaande schulden en het overtollige personeel werden in de failliete boedel achtergelaten. Dit is de schoolboek-methode van de ‘cherry-picking’ sterfhuisconstructie.
Binnen een jaar na de zogenaamde redding stortte de doorgestarte tak volledig in. Eind 2013 trok de curator definitief de stekker uit Henk.nl. De overgebleven 400 werknemers verloren alsnog hun baan, terwijl de schuldeisers met lege handen achterbleven. Vakbonden spraken destijds schande van deze tactiek, omdat het in hun ogen puur een manier was om onder lopende cao-verplichtingen en dure huurcontracten uit te komen, zonder dat er een serieus lange termijnplan voor het winkelpersoneel klaarlag.
Het juridische en morele conflict bij de doorstart van Henk ten Hoor zat dan ook niet in het aantal mensen dat overging, maar in de manier waarop de selectie werd gemaakt en hoe de schulden werden achtergelaten. Normaal gesproken beschermt de Nederlandse wet werknemers bij een bedrijfsovername. De koper moet dan het personeel mét hun opgebouwde rechten (zoals dienstjaren en loonhoogte) overnemen. Bij een faillissement geldt die bescherming echter niet. Critici stelden dat het faillissement van Henk ten Hoor bewust werd afgewacht (of versneld) om de dure, oudere werknemers met vaste contracten via de failliete boedel te lozen, om vervolgens goedkopere, flexibele krachten terug te nemen. Bij een gezonde reorganisatie moet een werkgever via het UWV aantonen wie er om bedrijfseconomische redenen uit moet (het afspiegelingsbeginsel). Door de keten eerst failliet te laten gaan en direct daarna de 60 ‘krenten uit de pap’ te kopen, kon de investeerder volledig zelf shoppen en bepalen wie hij wel en niet wilde hebben, zonder toetsing van het UWV. Niet alleen het personeel werd gesplitst. De winstgevende winkelpanden gingen over naar de nieuwe BV, terwijl de wurgcontracten van de verlieslatende panden en de miljoenenclaims van leveranciers achterbleven in de lege, failliete BV. Die schuldeisers kregen niets.
Spies bleef vervolgens aan als financieel directeur bij het als Henk.nl doorgestarte bedrijf, dat na negen maanden alsnog failliet ging. Spies zou in die periode voorraden voor een schijntje van de waarde hebben verkocht aan een vriend. Ook zou hij vlak voor het faillissement enkele tonnen hebben weggesluisd naar rekeningen van Verheij. Curator Jeroen Reiziger spande om die reden een rechtszaak aan, die eindigde in een schikking met Verheij en zakenpartner Bob Treffers.
Om een slepende en kostbare rechtszaak over onbehoorlijk bestuur en paulianeus handelen (benadeling van schuldeisers) te voorkomen, kwamen Ronald Verheij en Bob Treffers tot een schikking met curator Jeroen Reiziger. Zij betaalden een aanzienlijk geldbedrag terug aan de failliete boedel. Met dit geld kon de curator alsnog een deel van de openstaande vorderingen van achtergelaten schuldeisers en UWV-claims betalen. Verheij en Treffers betaalden het bedrag zónder formele schuld te bekennen aan het wegsnijden van de voorraden of het wegsluizen van de tonnen.
Door de deal kochten zij verdere persoonlijke aansprakelijkheid en juridische vervolging door de curator af. De positie van financieel directeur, Jürgen Spies, werd door deze zaak en de daaropvolgende jaren alleen maar dubieuzer. In de modewereld werd hij steeds vaker gezien als de ‘stroman’ of ‘opruimer’ voor Ronald Verheij.
De constructies die Spies en Verheij optuigden om winkelketens en vastgoed tussen verschillende BV’s heen en weer te schuiven, stuitten uiteindelijk op keihard juridisch verzet. In latere rechtszaken rondom hun andere modebedrijven oordeelde de rechter zelfs dat transacties tussen Spies en Verheij moesten worden teruggedraaid, omdat er bewust misbruik werd gemaakt van vennootschapsstructuren om schuldeisers buiten spel te zetten. De tactiek van de ‘sterfhuisconstructie’ die bij Henk ten Hoor / Henk.nl begon, werd door het felle optreden van curator Reiziger dus weliswaar financieel beboet via de schikking, maar het vormde tegelijkertijd de opmaat naar een reeks grotere juridische zaken in de Nederlandse retailsector waarin Spies en Verheij de hoofdrol speelden.
4. De juridische strijd rond Overhaghe (Borgtocht en doorlenen)(eind 2016)
Het patroon van agressieve financiële constructies door bedrijvendokters strekt zich zelfs uit tot de rechtszalen over hoe Overhaghe Beheer B.V. haar kredieten wegzette. In spraakmakende rechtszaken (zoals uitgevochten bij het Gerechtshof Arnhem) werd blootgelegd hoe Overhaghe als professioneel investeerder bewust complexe doorleenconstructies op papier creëerde. Dit deden zij specifiek om wettelijke consumentenbeschermingen, zoals het toestemmingsvereiste van echtgenotes bij zware privé-borgstellingen, opzettelijk te omzeilen. De rechter oordeelde hierin dat Overhaghe bewust de wet probeerde te omtrekken om privégelden op te eisen.
Of het nu gaat om Peter Langhout/Havi, Witteveen Mode of Henk ten Hoor; de “Verheij-methode” kenmerkt zich telkens door drie vaste elementen:
Instappen bij acute nood: Zodra een bedrijf wankelt of een partij (zoals Havi) klemgezet kan worden met openstaande vorderingen.
Administratieve verschuiving: Schulden muteren in aandelen of claims verplaatsen naar entiteiten die nog wel solvabel zijn.
De ongezonde ballast (schuldeisers, UWV, leveranciers) laten omvallen in een faillissement, om vervolgens met de winstgevende activa of veiliggestelde miljoenenkapitalen via een achterdeur door te gaan.
Verheij heeft fors geïnvesteerd in de horecasector. Samen met zijn dochter en de Barneveldse investeringsmaatschappij McMulder Holding bezit hij een omvangrijke keten van eetgelegenheden. Een van hun bekendste concepten is de landelijke restaurantketen juffrouw Tok (gespecialiseerd in Piri piri kipgerechten). Daarnaast bezit Verheij via diverse kleinere vennootschappen (zoals Overhaghe Beheer) commercieel vastgoed en winkelpanden en richt hij zich nu puur op de rol van pandjeseigenaar en verhuurder.
Spies is na de retail-scandals teruggekeerd naar zijn oorspronkelijke expertise in de rol van zelfstandig investeerder en adviseur met O&C Investments B.V.: Spies is nog altijd de drijvende kracht achter deze investeringsmaatschappij, gevestigd aan de Hamersveldseweg in Leusden. Hiermee treedt hij op als financier en durfkapitalist voor het MKB.
Naast zijn investeringsvehikel leidt hij nog altijd zijn eigen accountants- en adviesbureau WGS Accountants. Hiermee adviseert hij ondernemers die in zwaar weer verkeren of herstructureringen willen doorvoeren, ironisch genoeg exact de rol waarin hij destijds ooit begon bij de afdeling Bijzonder Beheer van de Rabobank.
Hoewel de twee heren juridisch gezien flink zijn beschadigd door de oordelen over hun handelen rondom Henk.nl en Purdey, zijn ze zakelijk gezien dus nooit echt weggeweest. Ze opereren tegenwoordig simpelweg in sectoren waar de spotlights van de consumentenpers een stuk minder fel schijnen dan in de winkelstraat.
5. Juffrouw Tok
Verheij hield via Romani Beleggingen (samen met McMulder Holding) de touwtjes in handen bij de restaurantgroep Juffrouw Tok. Net als in zijn modetijd, ging het hier opnieuw mis door financiële verknopingen en de nasleep van de coronacrisis.
Ronald Verheij is de vader van Nicolette en Martine Verheij. Zijn dochters stonden in de jaren ’90 aan de wieg van de bekende formule Juffrouw Tok. Zij hebben destijds na vakanties het Portugese concept van kip piri-piri van de houtskoolgrill naar Nederland gehaald en uitgerold. Ronald Verheij is via zijn investerings- en vastgoedvennootschappen (zoals Romani Beleggingen) altijd nauw verbonden geweest met het zakelijke fundament en het vastgoed van deze horeca-activiteiten. De formule Juffrouw Tok zelf (met vestigingen in onder andere Didam, Ede, Tiel en Eindhoven) is als merknaam en franchiseformule niet als geheel failliet gegaan en verschillende locaties draaien vandaag de dag nog steeds. Binnen de holdingstructuren van de familie Verheij en de verschillende franchisenemers zijn in de loop der jaren wel specifieke, individuele exploitatie-B.V’s van bepaalde restaurantlocaties of retailtakken (zoals de modewinkels) herstructureerd of failliet gegaan.
Verheij was de eigenaar van het vastgoed van De formule Pinoccio, een bekende, laagdrempelige Italiaanse formule (pizzeria’s/restaurants) in met name de regio Gelderland. Verheij was ook hierbij via zijn investerings- en vastgoedkanalen nauw betrokken bij het uitbouwen en structureren van deze restaurantketen. Verheij fungeerde bij Pinoccio met name als de partij die de exploitaties strategisch verbond en het onderliggende commerciële vastgoed beheerde of financierde. De restaurants werden in de loop der jaren deels via franchise of via specifieke lokale exploitanten gerund, waaronder langdurige ondernemers zoals in Arnhem en Nijmegen.
6. Houtbrox
Dit is wellicht de meest destructieve zaak uit het portfolio van Verheij en zijn toenmalige compagnon Martin Duthler.Modeketen HoutBrox die uit 24 winkels bestond en werk bood aan ruim 500 mensen begon in 1906 als een winkel in stoffen en koloniale waren en werd opgericht door Antoon van Hout en Lisa Brox. In 2013 verkocht de familie Van Hout de keten aan Ronald Verheij en Martin Duthler van Distinction Beheer. Brova moest vanwege de crisis in 2013 reorganiseren en zeventig mensen, voornamelijk werkzaam op het hoofdkantoor in Schijndel, werden ontslagen. De vierde generatie Van Hout nam steeds meer afstand van het bedrijf. Managing director Peter Seemann liet weten dat er wat speelde rond de herfinanciering van het bedrijf, maar dat er zeker geen financiële problemen waren. Een week later blijkt het tegendeel bij het gerechtshof van Den Bosch waar Brova een kort geding verliest om ING te verplichten krediet te blijven verschaffen. ING bleek echter terecht het krediet te hebben bevroren, omdat Brova al jaren rode cijfers schreef en over onvoldoende eigen vermogen beschikte. De kredietfaciliteit werd de laatste jaren al teruggeschroefd van achttien miljoen naar zes miljoen euro. ING wilde het te verschaffen krediet verder terugbrengen naar 5,5 miljoen euro, met als aanvullende voorwaarde dat Brova een half miljoen euro aan het eigen vermogen zou toevoegen. Brova werd ondergebracht bij de afdeling bijzonder beheer van ING en ondertussen werd meer verlies gedraaid dan was begroot. In 2013 stond Brova bijna 2,6 miljoen euro in het rood en werd een verlies van 2,5 miljoen euro geboekt. Over 2015 werd er een verlies geleden tussen de negen ton en 1,2 miljoen euro terwijl er een winst van 922 duizend euro was begroot. Ten tijde van het kort geding telde Brova 46 winkels en zo’n zevenhonderd werknemers. Ondertussen stond HoutBrox op de nominatie om verkocht te worden, evenals het modewarenhuis in Veghel, de plaats waar HoutBrox van start ging als ‘Het Anker’. De Duthler filialen waren ondertussen verdwenen of opgegaan in een HoutBrox filiaal. De private labels van Duthler werden samengebracht met de A-merken van HoutBrox, nadat een proef met het nieuwe concept in Apeldoorn en Deventer erg succesvol leek. Directeur Peter Seemann bleef positief over de toekomst van HoutBrox ondanks dat er nog verlies werd geboekt. De totale kosten zouden met 1,9 miljoen euro zijn afgenomen. Toen het 110 jaar oude Brabantse familiebedrijf Brova (HoutBrox) in 2013 in zwaar weer zat, stapte Ronald Verheij samen met Martin Duthler in als de grote redders. Zij kochten het bedrijf op en werden de officiële eigenaren. In deze periode probeerde Verheij de keten samen te smelten met Witteveen. Dit avontuur strandde in april 2016 toen ING het krediet introk en de hele Brova Groep (inclusief HoutBrox) failliet ging.Na die klap moesten Verheij en Duthler het veld ruimen. De curator nam de controle over de failliete boedel over en verkocht de winkels in mei en juni 2016 aan de externe marktpartijen Berden en Van Uffelen Mode.
Verheij voerde een lange strijd met zijn ex zakenpartner Martin Duthler, om de kwakkelende ketens te redden en dit ging gepaard met veel ruzies en verschillende rechtszaken. Bij de afhandeling van het faillissement van Brova zijn door Curator Floris Dix van Turnaround Advocaten twee verdachte geldtransacties gevonden.
Tijdens de analyse van de bankrekeningen van Brova (het moederbedrijf achter HoutBrox) stuitte de curator op transacties die vlak voor de faillissementsaanvraag in april 2016 waren uitgevoerd. Er werd vastgesteld dat er substantiële bedragen ‘via de achterdeur’ waren overgemaakt naar een persoonlijke vennootschap van zakenpartner Martin Duthler. Omdat Brova op dat moment al technisch insolvent was (of wist dat het faillissement onafwendbaar was), merkte de curator dit aan als een onttrekking van vermogen. Dit geld had in de boedel moeten blijven om de werknemers en preferente schuldeisers te betalen. Een tweede opvallende geldstroom betrof een reeks zogenaamde huurbetalingen aan De Paal Beheer BV, een holdingmaatschappij gevestigd aan de Duinweg 20 te Schijndel. De curator onderzocht of deze huurbetalingen gebaseerd waren op reële marktovereenkomsten, of dat het een opgezette constructie was om liquide middelen weg te sluizen naar een veilige vastgoedvennootschap waar ING en de Belastingdienst niet bij zouden kunnen komen. Het adres aan de Duinweg in Schijndel fungeerde destijds als een administratief knooppunt voor verschillende onderling verweven BV’s die gelieerd waren aan de vastgoedbelangen van het concern en de betrokken ondernemers.
Omdat deze constructies en betalingen plaatsvonden in de kritieke periode voorafgaand aan het bankroet, startte curator Dix een formele procedure wegens paulianeus handelen en kennelijk onbehoorlijk bestuur tegen zowel Martin Duthler als Ronald Verheij. In de wetgeving is vastgelegd dat bestuurders die in het zicht van de haven bewust activa verplaatsen, persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden voor het complete tekort in het faillissement. Het onderzoek en de daaropvolgende claims dwongen de betrokkenen uiteindelijk om over de brug te komen om verdere persoonlijke vervolging af te wenden. Dit sloot naadloos aan op de harde lijn die curatoren in die jaren trokken tegen de herstructureringsmethoden van het netwerk rondom Verheij, Duthler en Spies.
Binnen het omvallende Brova-concern (HoutBrox) zat één kerngezond en zeer winstgevend onderdeel: de chique damesmodeketen Purdey. Verheij weigerde dit kroonjuweel aan de schuldeisers te verliezen. Vlak voor het faillissement van het moederbedrijf verkochten Verheij en Duthler de Purdey-winkels voor een symbolisch schijntje (€ 250.000) aan O&C Investments, de investeringsmaatschappij van hun vaste stroman Jürgen Spies. Verheij gaf later in de wandelgangen zelfs openlijk toe dat hij Purdey daar simpelweg had ‘geparkeerd’ om het uit de klauwen van de curatoren te houden. De rechter maakte korte metten met deze truc. De verkoop werd wegens pauleaneus handelen (het opzettelijk benadelen van schuldeisers) volledig teruggedraaid. Purdey werd uit de handen van Spies en Verheij gerukt en alsnog eerlijk verkocht aan de oorspronkelijke oprichters.

Laat een reactie achter