Bijna dertig jaar na een van de grootste financiële schandalen uit de Zweedse geschiedenis staat de Trustor-affaire opnieuw volop in de belangstelling. Aanleiding is de nieuwe Netflixdocumentaire Trustorhärvan, die nu wereldwijd is uitgebracht. Het bijzondere aan de documentaire is de terugkeer van Joachim Posener, de man die door de Zweedse autoriteiten werd aangewezen als de vermoedelijke architect achter de overname van Trustor AB en die na het uitbreken van het schandaal uit Zweden vluchtte. Bijna dertig jaar lang bleef hij buiten het bereik van de Zweedse politie. In de docu vertelt hij zelf zijn versie van wat er in 1997 gebeurde.
De Trustor-affaire draait om de overname van het beursgenoteerde Zweedse investeringsbedrijf Trustor AB in 1997. Wat aanvankelijk leek op een normale bedrijfsovername, bleek volgens de Zweedse autoriteiten een constructie waarbij de onderneming in belangrijke mate met haar eigen geld werd overgenomen. Vervolgens werd ruim 600 miljoen Zweedse kronen vanuit Trustor naar rekeningen in Londen overgemaakt. De affaire groeide uit tot een van de bekendste financiële schandalen van Zweden.
De Trustor-affaire behoort tot de meest geruchtmakende financiële schandalen uit de Zweedse geschiedenis. Bijna dertig jaar na de gebeurtenissen uit 1997 staat de zaak opnieuw volop in de belangstelling dankzij de Netflixdocumentaire Trustorhärvan. Centraal staat Joachim Posener, de man die door de Zweedse autoriteiten en media werd beschouwd als de belangrijkste figuur achter de spectaculaire overname van het beursgenoteerde investeringsbedrijf Trustor AB.
De affaire begon in 1997 met een ogenschijnlijk gewone bedrijfsovername. Trustor was een Zweedse investeringsmaatschappij met aanzienlijke bezittingen en belangen in verschillende ondernemingen. Een van de waardevolste belangen was het aandeel in Kanthal. De aandelenstructuur van Trustor maakte het bedrijf aantrekkelijk voor een overname. Per Olof Norberg bezat ongeveer 17 procent van het aandelenkapitaal, maar zijn A aandelen waren goed voor ongeveer 52 procent van de stemrechten. Wie zijn aandelen wist te verwerven, kreeg daarmee de feitelijke zeggenschap over Trustor.
In januari 1997 werd namens Lord Jonathan Guinness, Lord Moyne, contact gelegd met de Erik Penser Fonds Commission. Peter Mattsson en Thomas Jisander presenteerden zich als vertegenwoordigers van Moyne, die op zoek was naar een geschikte Zweedse investeringsmaatschappij. Trustor bleek uiteindelijk het doelwit te worden. Lord Moyne was een Britse aristocraat en zakenman en had al eerder zakelijke contacten met Peter Mattsson. Hij werd gevraagd om deel te nemen aan de overname en na de transactie voorzitter van Trustor te worden. Lindsay Smallbone werd benaderd voor de functie van directeur.
In het voorjaar van 1997 werden de onderhandelingen met Per Olof Norberg afgerond. Op 20 mei werd een overeenkomst gesloten waarbij Lord Moyne de aandelen van Norberg zou kopen voor 241 miljoen Zweedse kronen. In de overeenkomst was onder meer vastgelegd dat Norberg het recht zou krijgen om het belang van Trustor in Kanthal tegen boekwaarde over te nemen. Kort daarna veranderde de situatie echter ingrijpend. Op 10 juni bracht Sandvik een bod uit op Kanthal ter waarde van 827 miljoen Zweedse kronen. Daardoor werd de oorspronkelijke overeenkomst aangepast en kreeg Trustor voldoende middelen om de geplande overname af te ronden.
Op 13 juni werd een extra aandeelhoudersvergadering gehouden. Lord Moyne werd benoemd tot voorzitter en Lindsay Smallbone tot algemeen directeur. Daarmee was de machtswisseling binnen Trustor een feit.
De manier waarop de overname vervolgens financieel werd afgehandeld, zou de kern van het latere schandaal vormen. Op 18 juni ontmoetten Lord Moyne, Smallbone, Jisander en Mattsson in Londen medewerkers van Barclays Bank. Er werden bankrekeningen geopend voor Trustor, Lord Moyne en Jisander. Vervolgens werd een bedrag van honderden miljoenen Zweedse kronen vanuit de rekening van Trustor bij de Zweedse bank SEB naar een nieuwe Trustorrekening in Engeland overgemaakt.
Volgens latere gerechtelijke vaststellingen werd ongeveer 779 miljoen Zweedse kronen naar de Londense rekening overgemaakt. Een aanzienlijk deel daarvan werd vervolgens verder overgeboekt. Ongeveer 600 miljoen kronen werd naar een rekening van Jisander bij Barclays gestuurd, waarna ongeveer 585 miljoen kronen rechtstreeks naar Lord Moyne werd overgemaakt.
Op 25 juni werd de overeengekomen 241 miljoen kronen aan Per Olof Norberg betaald. Daarmee was de overname officieel voltooid.
De constructie was buitengewoon opmerkelijk. De mensen die de controle over Trustor hadden verkregen, beschikten na de overname over geld van de onderneming zelf. Het geld waarmee de overname werd afgerond, kwam daarmee in belangrijke mate uit de kas van het bedrijf dat zojuist was overgenomen.
Ook de gebeurtenissen rond de jaarafsluiting van 30 juni waren opmerkelijk. Trustor kwam door de betaling aan Norberg bijna 300 miljoen kronen tekort. Lord Moyne wist daarop bij Van Lanschot Bankiers in Luxemburg een lening van ongeveer 293 miljoen kronen te verkrijgen. Het geld werd op de rekening van Trustor gestort. De volgende dag werd het bedrag echter weer naar Lord Moyne teruggestort, waarna hij de lening terugbetaalde.
In de maanden daarna werden steeds meer vragen gesteld over de financiële situatie van Trustor en de geldstromen die na de overname waren ontstaan.
De grote doorbraak kwam op 31 oktober 1997. Journalist Gunnar Lindstedt publiceerde in Svenska Dagbladet een artikel over Trustor en de mensen achter de overname. De publicatie leidde onmiddellijk tot een strafrechtelijk vooronderzoek. De handel in Trustor werd opgeschort en de Zweedse autoriteiten begonnen de financiële transacties rond de onderneming volledig te onderzoeken.
Daarbij kwam naar voren dat honderden miljoenen Zweedse kronen vanuit Trustor waren overgemaakt en vervolgens via verschillende rekeningen en constructies waren verdwenen. De omvang van de geldstromen maakte duidelijk dat het niet om een gewone mislukte bedrijfsovername ging. Joachim Posener speelde in het onderzoek een centrale rol. Hij werd door de Zweedse autoriteiten beschouwd als de vermoedelijke hoofdman achter de constructie. Posener verliet Zweden voordat hij kon worden verhoord en werd internationaal gezocht. Hij keerde niet terug naar Zweden en stond daardoor niet terecht in de strafzaak die volgde.
Zijn afwezigheid werd later van grote betekenis voor de rechtsgang. De Svea hovrätt wees er in 2002 bij de behandeling van de zaak tegen Thomas Jisander en Peter Mattsson op dat Posener, die als een centrale figuur in de affaire werd beschouwd, niet was gehoord. Jisander en Mattsson waren aanvankelijk veroordeeld, maar werden in hoger beroep vrijgesproken van de belangrijkste beschuldigingen uit de oorspronkelijke Trustorzaak.
Ook Lord Moyne werd vervolgd. Hij werd echter vrijgesproken wegens gebrek aan voldoende bewijs.
Daarmee ontstond een opmerkelijke situatie. De Trustor-affaire had geleid tot een van de grootste financiële onderzoeken in Zweden, maar verschillende personen die aanvankelijk waren veroordeeld, werden uiteindelijk vrijgesproken. De man die door de autoriteiten als de vermoedelijke hoofdfiguur achter de operatie werd gezien, had het land verlaten en werd nooit voor de Trustor-affaire berecht.
Het juridische verhaal van Thomas Jisander eindigde daarmee overigens niet. In een afzonderlijke zaak werd hij later opnieuw vervolgd vanwege geld dat vanuit Trustor naar Liechtenstein was overgemaakt. Het ging om ongeveer 20 miljoen Zweedse kronen. In 2008 werd Jisander door de rechtbank in Stockholm veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf wegens het aanzetten tot ernstige verduistering. De Svea hovrätt bevestigde deze veroordeling in 2009. Daarmee is Jisander de enige centrale verdachte uit de Trustor-affaire die uiteindelijk voor een aan Trustor gerelateerd strafbaar feit werd veroordeeld.
De affaire had ondertussen nog een onverwachte financiële afloop. Ondanks de enorme bedragen die uit Trustor waren verdwenen, beschikte de onderneming nog over aanzienlijke waardevolle bezittingen. Toen deze activa werden verkocht tegen hun werkelijke marktwaarde, bleek dat Trustor financieel sterker was dan aanvankelijk werd aangenomen.
Op 23 december 1997 besloot de rechtbank van Stockholm tot een verplichte liquidatie van Trustor. De resterende bezittingen werden verkocht en uiteindelijk bleef een aanzienlijk bedrag over voor de aandeelhouders. Toen de handel in het aandeel werd hervat, steeg de koers van ongeveer 32 Zweedse kronen vóór de overname naar ongeveer 58,50 kronen.
Dat maakte de Trustor-affaire financieel gezien nog merkwaardiger. Het bedrijf was door de overname en de daaropvolgende geldtransacties zwaar beschadigd, maar de waarde van de resterende bezittingen bleek uiteindelijk zo groot dat de aandeelhouders niet met lege handen achterbleven. De ondergewaardeerde activa konden worden gerealiseerd en tegen marktwaarde worden verkocht.
Ook in Engeland werd de zaak juridisch uitgevochten. Trustor startte civiele procedures tegen verschillende betrokkenen. In een Britse procedure werden de geldstromen rond een Barclaysrekening onderzocht. De Britse rechter stelde onder meer vast dat grote bedragen vanuit Trustor waren overgemaakt zonder de vereiste toestemming en dat via ondernemingen en rekeningen van betrokkenen geld van Trustor was verplaatst.
De rol van Barclays kwam eveneens onder de aandacht. Trustor stelde de bank aansprakelijk vanwege haar betrokkenheid bij de financiële transacties en het openen en beheren van de Londense rekening.
De naam Joachim Posener bleef ondertussen onlosmakelijk met de affaire verbonden. Hij werd jarenlang beschouwd als de man die de verschillende onderdelen van de operatie bij elkaar had gebracht. Hij werd gezocht, maar nooit gearresteerd en nooit voor de Trustor-affaire veroordeeld. Zijn vlucht uit Zweden droeg bij aan het mysterie dat rond de affaire bleef bestaan.
Nu, bijna dertig jaar later, verschijnt Posener opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. In de Netflixdocumentaire Trustorhärvan komt hij zelf uitgebreid aan het woord. Netflix presenteert hem als de mastermind achter de overname en reconstrueert de gebeurtenissen die in 1997 leidden tot het verdwijnen van honderden miljoenen Zweedse kronen.
De documentaire brengt daarmee een hoofdrolspeler terug die destijds uit beeld verdween. Posener kan zijn eigen verhaal vertellen over de gebeurtenissen, de betrokken personen en de constructie waarmee Trustor werd overgenomen. Tegelijkertijd blijven de gerechtelijke uitspraken uit de jaren na de affaire bepalend voor wat juridisch wel en niet is vastgesteld.
De Trustor-affaire blijft daardoor een uitzonderlijk financieel schandaal. Een beursgenoteerde onderneming werd overgenomen door een groep rond Lord Moyne, waarna honderden miljoenen kronen uit de onderneming zelf werden overgemaakt. Joachim Posener werd gezien als de vermoedelijke hoofdman achter de operatie, maar werd nooit veroordeeld. Lord Moyne werd vrijgesproken. Jisander en Mattsson werden in hoger beroep vrijgesproken van de belangrijkste beschuldigingen uit de oorspronkelijke zaak, terwijl Jisander later wel werd veroordeeld voor een afzonderlijk strafbaar feit dat verband hield met Trustor.
De affaire laat zien hoe ingewikkeld het kan zijn om een groot financieel schandaal juridisch volledig te reconstrueren. De geldstromen zijn voor een belangrijk deel in kaart gebracht, verschillende transacties zijn door rechters beoordeeld en enkele betrokkenen zijn aansprakelijk gesteld of veroordeeld. Toch bleef de persoon die door de autoriteiten als de centrale architect van de operatie werd beschouwd buiten het bereik van de Zweedse justitie.
Dat maakt de terugkeer van Joachim Posener in de Netflixdocumentaire zo bijzonder. Bijna dertig jaar na de gebeurtenissen vertelt de vermoedelijke hoofdman achter de Trustor-affaire zelf zijn verhaal. De Trustor-affaire is daarmee nog altijd meer dan een oude Zweedse financiële zaak. Het is het verhaal van een beursgenoteerde onderneming, internationale bankrekeningen, honderden miljoenen kronen, een Britse lord, een verdwenen zakenman en een journalist die een van de grootste financiële schandalen van Zweden aan het licht bracht.


Leave a Reply