Ongehoord Nederland uit het publieke bestel: waar eindigt de vrijheid en begint de verantwoordelijkheid?
Minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de procedure gestart om de voorlopige erkenning van Ongehoord Nederland (ON!) in te trekken. Voor het eerst staat het voortbestaan van een vrije omroep binnen het publieke bestel daadwerkelijk op het spel. De vraag is groter dan of ON! zich aan de regels heeft gehouden. Het gaat om de plicht van een publieke omroep om zich aan wet- en regelgeving, journalistieke normen en bestuurlijke verplichtingen te houden, en tegelijkertijd om de vrijheid om een afwijkend, kritisch en soms ongemakkelijk geluid te kunnen laten horen.
Minister Letschert benadrukt dat haar besluit niet over de inhoud of de mensen van ON! gaat, maar over het functioneren van de organisatie. De overheid mag zich niet bemoeien met journalistieke inhoud. Juist daarom is de Mediawet terughoudend met het intrekken van een erkenning. Een minister, of haar topambtenaren, die een omroep uit het bestel kunnen zetten omdat de journalistieke lijn niet bevalt, krijgen een instrument in handen dat rechtstreeks de persvrijheid kan raken.
De huidige procedure is formeel gebaseerd op andere gronden. Het Commissariaat voor de Media oordeelt dat ON! structureel tekortschiet bij de naleving van wet- en regelgeving, de rechtmatige besteding van publiek geld en journalistieke kwaliteitsnormen, en daarbij niet meer voldoet aan eisen van goede inrichting, sturing en beheersing.
De NPO heeft de minister verzocht de erkenning in te trekken vanwege een structureel en manifest gebrek aan bereidheid tot samenwerking. Bovendien heeft het Commissariaat binnen één jaar al twee formele sancties opgelegd, zoals een boete wegens (schijn van) belangenverstrengeling en het niet naleven van het redactiestatuut, en een last onder dwangsom wegens onvolledige financiële informatie. Volgens de minister kunnen deze gronden elk afzonderlijk tot intrekking leiden.
Toch is de context niet te negeren. In 2023 verzocht de NPO al om intrekking. De toenmalige staatssecretaris wees dat af wegens onvoldoende juridische grond en benadrukte juist de journalistieke vrijheid en de noodzakelijke afstand tussen politiek en media. Dat de lat drie jaar later lager blijkt te liggen, vraagt om scherpe toetsing.
Is er werkelijk sprake van onoverkomelijke organisatorische en bestuurlijke tekortkomingen, of wordt een controversieel geluid via procedurele middelen uit het bestel geduwd? Een publieke omroep ontvangt publiek geld en heeft daardoor extra verplichtingen. Wie dat geld ontvangt, moet zich aan de wet houden, financieel verantwoorden en binnen het bestel kunnen functioneren, dat is logisch. Journalistieke vrijheid is ook geen vrijbrief om alle regels te negeren. Maar die vrijheid betekent wél dat de overheid niet de rol van hoofdredacteur mag spelen. De grens tussen legitiem bestuurlijk toezicht en het wegruimen van ongewenste stemmen moet glashelder blijven.
ON! profileert zich als alternatief voor wat zij ziet als de dominante journalistieke cultuur. Dat geluid mag best scherp, eenzijdig of controversieel zijn. Pluriformiteit bestaat juist bij de gratie van standpunten die ongemakkelijk zijn voor de politieke meerderheid of andere omroepen. De NPO erkent zelf dat ON! van toegevoegde waarde is voor die pluriformiteit, maar stelt tegelijk dat de samenwerking duurzaam is ontwricht. De vraag is welk belang zwaarder weegt en of verwijdering uit het bestel werkelijk noodzakelijk en proportioneel is.
De recente uitzending met een fragment van een toespraak van Adolf Hitler heeft de discussie scherper gemaakt. Het Commissariaat ziet daarin een kantelpunt in een patroon van tekortschietende journalistieke kwaliteit. Het tonen van historische bronnen is echter niet automatisch verboden. Journalistiek mag controversiële ideeën en historische documenten laten zien, mits in de juiste context en met duiding. Of dat hier zorgvuldig is gebeurd, of onverstandig was, is een legitieme journalistieke discussie. Die discussie hoort echter niet door een minister en haar ambtenaren te worden beslecht.
Het intrekken van een voorlopige erkenning is geen gewone sanctie. Het betekent dat een omroep zijn plaats in het publieke bestel verliest. Daarom moet de procedure op twee sporen worden beoordeeld. Als ON! structureel en aantoonbaar de wettelijke en organisatorische regels overtreedt, moet daartegen kunnen worden opgetreden. Maar als de intrekking in de praktijk vooral dient om een onwelgevallig geluid te verwijderen, wordt een grens overschreden die veel verder reikt dan deze ene omroep en een ieder weet waar dat toe kan leiden.
De procedure is nog maar net begonnen. ON! krijgt de kans te reageren op een voorgenomen besluit, daarna volgt een definitief besluit, en daartegen staan bezwaar en beroep open. Die rechtsbescherming is essentieel. De enige vraag die uiteindelijk telt, is of de tekortkomingen zo ernstig en structureel zijn dat het zwaarste middel gerechtvaardigd is.
Een democratische rechtsstaat beschermt media tegen de overheid. Hij eist van publieke media dat zij hun verantwoordelijkheid serieus nemen. Maar hij mag nooit de indruk wekken dat een afwijkend geluid via bestuurlijke procedures uit de publieke ruimte wordt geweerd. Dat onderscheid moet overeind blijven.
Persvrijheid is een absolute noodzaak voor een democratische samenleving.


Leave a Reply