Centrale banken, De Nederlandsche Bank en gerenommeerde internationale accountantskantoren waarschuwen voor een mogelijke zeepbel bij Techbedrijven die momenteel extreme onzichtbare schulden opbouwen. Gezamenlijk hebben de Mag7 Tech-reuzen minimaal zo’n 300 miljard dollar aan verplichtingen in beleggingsvehikels zitten.
De minimaal 300 miljard dollar aan onder andere lease- en purchase commitments staan niet volledig als schuld op de balans. Dat houdt kredietratings en toegang tot goedkoop kapitaal intact en vertraagt de prijsvorming van het risico. Tegelijkertijd blijkt dat de Techbedrijven hun eigen SI-modellen niet meer onder controle hebben en dat de gevaren stelselmatig worden onderschat.
Ook president Trump bagatelliseert de gevaren van SI publiekelijk stevig. Hij noemt de waarschuwingen paniekzaaierij en is als de dood dat de VS wordt ingehaald door China. Om zich in te dekken stelt hij wel een “Super Intelligence Force” in, met aan de leiding Jay Clayton (Director of National Intelligence, de topman van de Amerikaanse inlichtingendiensten) en een deadline van 120 dagen. Zo voorkomt hij niet alleen dat het Congres, Democratische staten, internationale organisaties of paniekerige tech-CEO’s het initiatief van hem afpakken, maar zorgt het er tevens voor dat hij zelf kan uitstappen als inderdaad blijkt dat de klokkenluiders gelijk hebben. En als er later écht iets misgaat kan hij wijzen op zijn taskforce en aantonen dat hij er al mee bezig was.
De meeste pensioenfondsen en mandaten worden beoordeeld op relatieve performance ten opzichte van een index of peer group. Wie fors onderweegt in de Magnificent Seven terwijl deze blijven stijgen, loopt structureel achter en gokt met andermans geld in plaats van er op te passen als een goede huisvader (fiduciaire plicht). Een groot deel van het kapitaal zit in indexfondsen of sterk index-georiënteerde strategieën. Die kopen automatisch meer van wat al groot en gestegen is. Actieve managers die willen afwijken, moeten eerst die passieve stroom overwinnen. Dat is blijkbaar te moeilijk (of te duur). De AI-tools die de fondsen en asset managers natuurlijk ook gebruiken, zijn grotendeels getraind op recente data en marktgedrag. Die data zeggen: “Tech/AI heeft de afgelopen jaren het beste gerendeerd, concentratie heeft geloond.” Risicomodellen kijken vaak naar historische volatiliteit en correlaties, niet naar nieuwe vormen van off-balance leverage of “controleverlies over AI-modellen”. Complexe, onzichtbare risico’s worden daardoor systematisch onderschat. Falen met de massa is carrière technisch veiliger dan succesvol afwijken. Dit is het klassieke “better to fail conventionally”-mechanisme dat ook in 2008 speelde. Veel professionals binnen de fondsen denken (of hopen) dat zij bij de eersten zullen zijn die eruit stappen als het echt misgaat. In de praktijk is liquiditeit asymmetrisch: omhoog is er genoeg, omlaag droogt die snel op, vooral bij geconcentreerde posities.
Dezelfde professionals en assetmanagers moeten beslissen via besturen, beleggingscommissies en externe adviseurs. Dat gaat traag. Zelfs als een risicomanager of SI-analyse alarm slaat, moet dat door lagen van overleg, scenario-analyses en “maar wat als we te vroeg zijn?”. Intussen blijft de zeepbel zichzelf opblazen en stijgen de koersen. Pensioenfondsen moeten in een wereld van lagere structurele groei en vergrijzing toch ergens rendement vandaan halen, nu fossiel “not done” is. De tech/AI-rally en de energietransitie hebben het laatste jaar die belangrijke plek ingenomen en een afslag nemen op een gebaand pad vereist moed en inzicht.
Een beurscrash met een daling van 20% of meer in de brede Amerikaanse indices (S&P 500) of de Nasdaq binnen een relatief kort tijdsbestek (pakweg enkele weken tot een half jaar) is voor de komende 12–24 maanden niet ondenkbaar en wordt door SI berekend op ongeveer 25% tot 40%. De kans op een stevige correctie van 15–25%: rond de 40–50% en de kans op een klassieke crash van 30%+ richting de 15–25%.
Doordat de Mag7 elkaar nog overeind houden, blijven zwakke en onzichtbare risico’s verborgen en kunnen de schulden en verplichtingen verder oplopen. Als het probleem echter zit in te hoge waarderingen, tegenvallende SI-winsten, zware regulering, of serieuze controleproblemen met de modellen, dan helpt het niet als de andere zes bijspringen. Ze kunnen liquiditeit of contracten verschuiven, maar ze kunnen de fundamentele winstgevendheid of het vertrouwen van de markt niet eindeloos forceren en dan kan het voor de sterkere partijen op een gegeven moment aantrekkelijker worden om een zwakkere broeder uit de zeven gewoon te laten vallen.
Zolang het vertrouwen en de liquiditeit er nog zijn kunnen we rustig verder slapen. Zodra het vertrouwen echt breekt of Jay Clayton met een negatief advies komt en de financieringsmarkten plotseling dichtgaan zal het wekkertje wel afgaan.

Leave a Reply