Advertisement

De balans tussen nationale veiligheid en burgerrechten staat onder druk

De balans tussen nationale veiligheid en burgerrechten staat onder druk door het wetsvoorstel voor de Wet bescherming nationale veiligheid door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wbnv).

Het voorstel moet de operationele slagkracht van de AIVD en MIVD moderniseren en vergroten. Dat is begrijpelijk. Geopolitieke spanningen zijn toegenomen, statelijke actoren opereren agressiever en cyberdreigingen ontwikkelen zich snel. De regering wil dat de diensten sneller en effectiever kunnen optreden, tegen dreigingen en statelijke actoren. Tegenover extra bevoegdheden hoort extra controle te staan. De vraag is niet óf de diensten moeten worden gemoderniseerd, maar of de verruiming van hun bevoegdheden voldoende wordt gecompenseerd door effectieve, onafhankelijke controle.

Een belangrijke verandering is het opponentenregime. Daarmee moeten de diensten sneller kunnen handelen tegen evidente tegenstanders van Nederland, zonder voor iedere operationele stap opnieuw dezelfde procedure te doorlopen. De regering wijst er terecht op dat tegenstanders in de digitale wereld snel bewegen en dat de huidige systematiek bij bijvoorbeeld hackoperaties te traag kan zijn.

Operationele snelheid is vanuit het oogpunt van nationale veiligheid begrijpelijk. Tegelijkertijd betekent de versoepeling dat bepaalde beslissingen verder van de directe politieke besluitvorming komen te liggen. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie blijven politiek verantwoordelijk, maar worden minder direct betrokken bij afzonderlijke operationele handelingen. Daarmee ontstaat ook meer afstand tot de parlementaire controle. Andere controlemechanismen moeten daardoor sterker worden.

Het wetsvoorstel verruimt daarnaast de mogelijkheden om gegevens te verzamelen, te verwerken en geautomatiseerd te analyseren. De diensten werken al met bulkdatasets: omvangrijke verzamelingen persoonsgegevens die soms miljoenen regels bevatten, waaronder namen, telefoonnummers, locatiegegevens en communicatiegegevens. Het merendeel van de personen in zo’n dataset hoeft niets met het onderzoek te maken te hebben. Strikte voorwaarden voor toegang, verwerking, bewaartermijnen en vernietiging zijn daarom essentieel.

De recente praktijk laat zien dat die waarborgen niet vanzelfsprekend goed functioneren. De CTIVD concludeerde in 2026 dat bij de AIVD en MIVD een aantal belangrijke waarborgen rond bulkdataverwerking niet op orde was. Medewerkers hadden in bepaalde gevallen onrechtmatig toegang tot persoonsgegevens en grote hoeveelheden persoonsgegevens werden te lang bewaard. De CTIVD deed dertien aanbevelingen om de tekortkomingen te herstellen.

Het kabinet wil de diensten ruimere mogelijkheden geven, terwijl de toezichthouder constateert dat bestaande waarborgen in de praktijk tekortschieten. Dat maakt de vraag naar proportionaliteit en controle van nieuwe bevoegdheden urgenter.

Het voorstel sluit ook aan bij de toenemende inzet van kunstmatige intelligentie en geautomatiseerde gegevensanalyse. De hoeveelheid informatie groeit explosief; zonder geautomatiseerde hulpmiddelen wordt het steeds moeilijker om relevante informatie tijdig uit die gegevens te halen. Technologie verandert echter ook de aard en omvang van mogelijke inbreuken op de persoonlijke levenssfeer. Algoritmen kunnen verbanden leggen die voor menselijke analisten moeilijk zichtbaar zijn, maar ook irrelevante of foutieve verbanden. Daarom is niet alleen van belang óf AI mag worden gebruikt, maar onder welke voorwaarden, met welke datasets, voor welke doeleinden en onder welke menselijke en onafhankelijke controle.

Een van de gevoeligste onderdelen betreft de inrichting van de onafhankelijke controle. Het huidige stelsel kent de CTIVD voor onafhankelijk toezicht en de TIB voor voorafgaande toetsing bij bepaalde bijzondere bevoegdheden. Het wetsvoorstel brengt deze functies samen in een nieuw College van Toetsing en Toezicht (CTT). Dit college moet zowel toetsende als toezichthoudende taken krijgen en beschikt over mogelijkheden om op te treden bij onrechtmatigheden. Bij een verschil van inzicht over een bindend oordeel kan de rechter beslissen.

De cruciale vraag is niet alleen óf er toezicht bestaat, maar hoe effectief dat in de praktijk kan zijn. Wanneer bevoegdheden sneller of op een lager operationeel niveau kunnen worden ingezet, moet het onafhankelijke toezicht op het juiste moment kunnen ingrijpen. Controle die pas achteraf vaststelt dat een ingreep onrechtmatig was, kan niet altijd voorkomen dat een burgerrecht al is geschonden.

Bij geheime surveillance is dat een wezenlijk probleem. Een burger weet doorgaans niet dat hij wordt gehackt, afgeluisterd of gevolgd en kan daardoor geen bezwaar maken. Onafhankelijke voorafgaande toetsing vormt daarom een belangrijk tegenwicht. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat snelheid en slagkracht niet ten koste gaan van dat tegenwicht.

De CTIVD heeft benadrukt dat bij de inrichting van de nieuwe toezichthouder voldoende aandacht moet zijn voor budget, huisvesting, ICT en personele capaciteit, en voor een goed functionerend stelsel van bindend toezicht. Een toezichthouder is alleen effectief als hij niet alleen formeel onafhankelijk is, maar ook over voldoende middelen, informatie en bevoegdheden beschikt. Ook recente CTIVD-onderzoeken onderstrepen dit.

Naast het onderzoek naar bulkdataverwerking onderzocht de toezichthouder het filterkader dat AIVD en MIVD gebruiken bij grootschalige onderschepping van gegevens. Het filterkader draagt bij aan het verminderen van de hoeveelheid opgeslagen gegevens, maar er bestaan ook risico’s voor zorgvuldige verwerking. Onderschepte gegevens blijken in bepaalde gevallen ook voor andere onderzoeken te worden gebruikt dan waarvoor ze oorspronkelijk waren onderschept. De CTIVD signaleert daarnaast inconsistent gebruik van begrippen en ontbrekende controles.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft herhaaldelijk benadrukt dat geheime surveillancebevoegdheden moeten worden omgeven door adequate waarborgen tegen willekeur en misbruik. Dat uitgangspunt is niet bedoeld om de diensten te verzwakken, maar om vergaande staatsmacht binnen de grenzen van de rechtsstaat te houden.

Nederland heeft krachtige inlichtingen- en veiligheidsdiensten nodig. De wereld is fundamenteel veranderd. Het is verdedigbaar dat de diensten hun werkwijze en bevoegdheden moeten kunnen aanpassen. Die noodzaak ontslaat de wetgever echter niet van de plicht om de tegenmacht tegelijk te versterken. Hoe groter de operationele armslag, hoe sterker de waarborgen moeten zijn.

Dat geldt voor bulkgegevens, voor hacken en andere bijzondere bevoegdheden, voor interceptie, voor geautomatiseerde analyse en AI, en voor het nieuwe stelsel van toetsing en toezicht. De modernisering mag niet worden gereduceerd tot de vraag hoe AIVD en MIVD sneller kunnen handelen. Minstens zo belangrijk is de vraag hoe wordt gegarandeerd dat zij rechtmatig, proportioneel en controleerbaar handelen.

De internetconsultatie van de Wbnv loopt nog tot 11 oktober 2026. Er is ruimte voor verbetering. Het kabinet heeft de verantwoordelijkheid de diensten de middelen te geven die zij nodig hebben. De Tweede en Eerste Kamer hebben vervolgens de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat tegenover die extra macht voldoende tegenmacht staat.

Een democratische rechtsstaat beschermt zijn burgers niet alleen tegen bedreigingen van buitenaf, maar ook tegen ongecontroleerde macht van binnenuit.

Precies die balans moet de nieuwe Wbnv bewaken.

De cover van het boek Nationale veiligheid geschreven door R.M. van Schaik"


Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *