De Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) stopte al jaren geleden, maar wordt, als het aan kabinet Jetten ligt, in 2027 nieuw leven ingeblazen. De organisatie werd in 2014 opgericht door institutionele beleggers om hen in staat te stellen direct in de Nederlandse economie te investeren. De NLII gaf destijds aan zelf niet meer nodig te zijn maar zette wel eerst nog drie fondsen op, waarmee 1,2 miljard euro in financiering voor het mkb en investeringen in zorgvastgoed werd gestoken. Die fondsen werden later ondergebracht bij fondsenbeheerders. De doelstelling van de NLII was om als “private instelling” de lange termijn financieringsmogelijkheden voor institutionele beleggers in de Nederlandse economie te vergroten. De NLII N.V. werd door de overheid opgericht met als statutaire doelomschrijving “het vergroten van de lange termijn financieringsmogelijkheden in Nederland voor institutionele beleggers”. In eerste instantie werden 170 projecten voor zorg, wonen en energie die elders geen financiering kunnen krijgen, aan de institutionele beleggers voorgelegd ter financiering. De NLII, eerder NII genoemd was een initiatief waarbij de overheid niet alleen actief betrokken is en participeert om mogelijke structurele hindernissen te kunnen elimineren bij financieringsoplossingen, maar die de opstart ook financierde.
In september 2026 werd bekend dat het kabinet toch weer 3,3 miljard euro vrij wil maken voor de NII. Het is maar de vraag of de miljarden euro’s die het kabinet wil uittrekken voor een Nationale Investeringsinstelling (NII) wel het gewenste effect op de economie en het bedrijfsleven zullen hebben. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau. Het kabinet Jetten denkt dat onvoldoende beschikbaarheid en toegankelijkheid tot financiering voor innovatieve ondernemers dé achilleshiel is van de Nederlandse economie. Daarom wil het kabinet de Nationale Investeringsinstelling nieuw leven inblazen. De nieuwe instelling zou projecten en bedrijven aan geld kunnen helpen waar de markt dit nalaat. ‘Voor de financiering van bedrijven is zo’n instelling wel geschikt’, denkt CPB topman Weyzig. Voor de bredere doelstellingen die door het kabinet worden genoemd, zoals Defensie, infrastructuur, verduurzaming, zijn ‘andere manieren beschikbaar’, zoals heffingen en subsidies. Daarom zegt het CPB: ‘bedenk nou eerst wat je met zo’n instelling wil bereiken. Vervolgens moet je zo’n instelling zodanig vormgeven dat dat ook past bij dat doel.’
Economen en andere prominenten, onder wie oud-ASML-topman Peter Wennink, maakten zich eerder hard voor de NII. In andere landen zijn volgens de voorstanders ook al nationale investeringsbanken om de economie te helpen bij grote ontwikkelingen zoals de digitalisering en de energietransitie.
Het Achtergestelde Leningenfonds (ALF)
Het tien miljoen euro kostende NLII wilde destijds samen met Nederlandse pensioenfondsen, verzekeraars en banken drie jaar lang met een achtergestelde leningsfonds 2 miljard euro investeren. Met het Achtergestelde Leningsfonds (ALF) van 300 miljoen euro konden achtergestelde leningen ter grootte van 150.000 tot 5 miljoen euro worden verstrekt aan MKB-bedrijven. Het ALF had in totaal circa 1 miljard euro aan financiering beschikbaar met garanties via de Groeifaciliteit garantieregeling voor risicokapitaal, dat institutionele beleggers in staat stelde om inzicht te krijgen in het rendement. Voor de garantie werd in het Aanvullende Actieplan MKB-financiering budget gereserveerd.
Het Bedrijfsleningenfonds (BLF)
Naast het ALF kwam er als tweede fonds het Bedrijfsleningenfonds (BLF) ter grootte van 500 miljoen euro dat samen met banken leningen van minimaal 10 miljoen euro verstrekte. Hiermee kwam nog eens 1 miljard euro aan extra financiering voor het (grotere) MKB beschikbaar. Ondernemers konden via hun bank een beroep doen op de fondsen waaraan ABN Amro, ING en de Rabobank meededen. De achtergestelde leningen waren bestemd voor ondernemers die niet of slechts voor een deel in aanmerking kwamen voor bancair krediet. Voor elke euro achtergestelde lening verstrekte de banken minimaal een euro aan gewoon bancair krediet. Institutionele beleggers die op dit fonds inlegden kregen daarop een staatsgarantie van 50 procent. Beide fondsen werden door de banken, Pensioenfondsen PGB en Metaal & Techniek, Nationale-Nederlanden, Aegon Asset Management en Robeco in overleg met het ministerie van Economische Zaken ontwikkeld.
Het Apollo zorgvastgoedfonds
Het zorgvastgoedfonds was het derde investeringsfonds dat de NLII lanceerde. De NLII lanceerde 1 juli 2016 met Hartelt Fund Management voor grote beleggers het Apollo Zorgvastgoedfonds. De eerste belegger in het fonds was de Stichting Pensioenfonds voor Huisartsen (SPH) De SPH investeerde 80 miljoen euro in nieuwbouw en renovatie van zorgcentra met huisartsen, apothekers en fysiotherapeuten, in verpleeghuizen en in huisvesting voor mensen met een handicap, langdurige ziekte of dementie. 80 miljoen euro in een nieuw zorgvastgoedfonds voor huisartsenpraktijken, verpleeghuizen en beschermd wonen. Naast eerstelijnszorgcentra (30%) wordt geïnvesteerd in verpleeghuizen (40%) en beschermd wonen (30%). PGGM functioneert hierbij als uitvoeringsorganisatie. NLII en HFM voeren op dit moment gesprekken met meerdere geïnteresseerde institutionele beleggers.
Ook voor het energieakkoord (NEA) was via NLII geld beschikbaar om de overheidsdoelstellingen omtrent windenergie te halen. Omdat de overheidsbegroting hier geen ruimte voor bood, gingen, in opdracht van de EU, de pensioenfondsen meer investeren in energieprojecten en regionale infrastructuurprojecten. De fondsen hebben inmiddels al 14 procent van hun totale vermogen van rond de 960 miljard in Nederland belegd, waarvan 12,7 miljard euro in Nederlandse hypotheken en 1 miljard euro in het midden- en kleinbedrijf. De ambitie van het kabinet is om die 14% met 1% per jaar op te hogen. PGGM investeert samen met investeerder Macquarie Capital 50 procent (625 miljoen euro) in het nieuwe Duitse offshore windpark Baltic 2. PGGM had al voor zo’n 900 miljoen euro geïnvesteerd in groene energie en investeerde ook al in een windpark in de Ierse Zee en een aantal parken op land. Baltic 2 wordt aangelegd door energiebedrijf EnBW die de andere (ruim) 50 procent van de aandelen houdt.
Twee van de drie fondsen zijn uiteindelijk ook gestopt. Apollo Zorgvastgoedfonds is de enige van de drie die nog enigszins actief is en nieuwe investeringen doet in zorgvastgoed.
Het heropenen van de NII kan meerwaarde hebben wanneer ze zich uitsluitend richten op segmenten waar de private markt daadwerkelijk tekortschiet (bijv. vroege fase-innovatie, risicovol doorgroeikapitaal voor deeptech of complexe maatschappelijke initiatieven). De NII moet niet worden gebruikt als een “buitengewoon budget” om gaten in de overheidsbegroting op het gebied van defensie of klimaat op te vullen. Om pensioengeld aan te trekken, moet de overheid optreden als risico-afdekker (co-investeerder of garantsteller) in plaats van enkel als regelgever. Als het kabinet Jetten de NII gebruikt als een gericht instrument voor MKB- en innovatiefinanciering, is de 3,3 miljard euro wellicht goed besteed, maar als het een vergaarbak wordt voor uiteenlopende politieke dossiers, dan dreigt een herhaling van stappen waarbij de instelling over een paar jaar opnieuw overtollig wordt verklaard.

Leave a Reply