Advertisement

Nieuws over corona

Lees hier onze andere blogs

De top van het ministerie van Volksgezondheid (VWS) stelde zich tijdens de coronapandemie verdedigend op en was nauwelijks in staat om met kritiek om te gaan. Dat zeggen de vicepresident van de Rekenkamer, Ewout Irrgang en Jeroen Dijsselbloem, tijdens de pandemie voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV), tegen Nieuwsuur. Volgens Irrgang bagatelliseerde toenmalig coronaminister Hugo de Jonge publiekelijk de bevindingen van de Rekenkamer. Die instantie constateerde in 2021 dat VWS niet kon aantonen dat een groot deel van de uitgegeven coronamiljarden volgens de regels was besteed.

De Jonge zei toen onder meer dat er inderdaad wel eens een ‘pakbon’ miste. “Daarmee wekte hij de suggestie: het is overdreven”, zegt Irrgang nu. “Dat is niet alleen niet netjes tegenover de Rekenkamer, maar problemen werden er vooral ook niet sneller door aangepakt”.

De reacties van Irrgang en Dijsselbloem volgen op een reconstructie van Nieuwsuur. Daaruit komt naar voren dat VWS zich al vroeg voorbereidde op toekomstige evaluaties van het coronabeleid. Het ministerie schakelde voor zo’n zeven ton een bureau in om het eigen “narratief” te laten opstellen, een eigen verhaal over de corona-aanpak.

Erik Gerritsen, destijds de hoogste ambtenaar bij VWS, haalt in een interview met Nieuwsuur hard uit naar de organen die zulke evaluaties doorgaans uitvoeren. Zoals de Tweede Kamer en de OVV.
Volgens hem zijn álle eerdere parlementaire enquêtes uitgemond in “blame games”. Ook noemt hij de drie OVV-coronarapporten “voorbeelden van schuld en boete”. De Rekenkamer maakt volgens hem deel uit van hetzelfde “systeem”.

Bij de voorbereidende nota over het “narratief” dat VWS liet opstellen zit een opmerkelijke tekst, waarin wordt betoogd dat de Nederlandse manier van evalueren “rammelt”. De Tweede Kamer zou “verpolitiekt” zijn. En de OVV zou zich gedragen als “scherprechter” – een vroegere beul die doodstraffen voltrok. Niet de Kamer en de OVV zouden daarom de corona-evaluaties moeten uitvoeren, maar de “wetenschap” moest aan het roer staan, staat in het stuk.

Gerritsen zegt niet meer te weten wie die tekst schreef, maar onderschrijft de inhoud “voor 150 procent”. De kritiek werd volgens hem breed gedeeld binnen het ministerie. Hij gaf zelf de opdracht voor het schrijven van het narratief.

Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans noemt die houding “kwalijk”. “Parlementaire enquêtes en controlerende organen worden weggezet als een soort vijandig kamp”, zegt hij. “Ze wilden geen pottenkijkers. Ze sturen aan op het spinnen van hun aanpak en op het uitschakelen van de buitenwacht die mogelijk kritische vragen heeft.”

Hoogleraar bestuurskunde Heinrich Winter valt het op dat oud-minister De Jonge in de huidige enquêteverhoren weinig reflectie toont, terwijl de enquêtecommissie daar volgens hem juist ruimte voor biedt. Hij noemt dat “verbazingwekkend”.

De OVV publiceerde begin 2022 het eerste coronarapport. Daarin stond onder meer dat VWS weinig oog had voor de situatie in verpleeghuizen, waar weinig beschermende mondmaskers heen gingen. OVV-voorzitter Dijsselbloem liet zich bovendien kritisch uit over de bemoeienis van ambtenaren met wetenschappelijke OMT-adviezen.

Voormalig topambtenaar Gerritsen noemt dat eerste OVV-rapport “extreem beschuldigend”. Hij zocht na publicatie contact met Dijsselbloem, wat leidde tot een bezoek bij laatstgenoemde thuis. Gerritsen zegt hem daar te hebben verweten dat de OVV “onderdeel is van het probleem”. Dijsselbloem bevestigt het gesprek. “We zijn elkaar inhoudelijk niet nader gekomen”, laat hij Nieuwsuur weten.

Dijsselbloem merkte ten tijde van het eerste OVV-rapport al op dat in De Jonges reactie daarop “iets verongelijkts school”. Nu gaat hij een stap verder. Hij laat Nieuwsuur weten dat de VWS-top onder De Jonge “zeer defensief” reageerde, zich “miskend” voelde en “danig overstuur” was.

Vicepresident van de Rekenkamer Irrgang herkent die houding. In die tijd was volgens hem sprake van een “gesloten, defensieve cultuur” bij VWS. De Rekenkamer stuitte later ook nog op weerstand bij het opvragen van informatie over de aankoop van vaccins.
VWS gaf de opdracht voor het “narratief” aan onderzoeksbureau NSOB. In de zomer van 2020 leverde het ministerie de onderzoekers via USB-sticks meer dan 5000 pagina’s aan interne documenten.

Voor pers en publiek bleef een belangrijk deel van die documenten geheim. Ze werden pas maanden of zelfs jaren later openbaar gemaakt. VWS zei tijdens corona dat er geen tijd was om de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) na te leven, die ministeries verplicht overheidsdocumenten op verzoek openbaar te maken. Alle energie moest naar de crisisbestrijding gaan.

Volgens Gerritsen was het laten opstellen van een eigen narratief onderdeel van die crisisbestrijding. Binnen het ministerie werd de gevoeligheid wel gezien: een medewerker noemde het destijds “kwetsbaar” dat de NSOB die interne stukken veel eerder kreeg dan de media.

De OVV zegt met Gerritsen in gesprek te willen gaan. (Van: Nieuwsuur)

70-plussers en kwetsbaren kunnen vanaf 21 september weer gevaccineerd worden. Eerder konden ook 60-plussers en zwangeren de vaccinatie ophalen maar dat is ingeperkt. De Gezondheidsraad wijst erop dat het aantal infecties, ziekenhuisopnames en sterftegevallen door covid-19 de afgelopen jaren is afgenomen. Het virus geeft weliswaar meer ziekteproblemen dan andere infecties, zoals griep, maar dat risico hangt samen met de leeftijd. Uit gegevens blijkt dat het risico op een ziekenhuisopname toeneemt vanaf 70 jaar. Vandaar het advies om vanaf die leeftijd te blijven prikken. Enkele kwetsbare groepen kunnen nog wel terecht, bijvoorbeeld mensen die door onderliggende aandoeningen als COPD of diabetes een groter gevaar lopen om door covid-19 ernstig ziek te worden of te overlijden. Ook zorgmedewerkers die direct contact hebben met kwetsbare patiënten kunnen zich weer laten vaccineren. Long-covid hebben of zwanger zijn is geen reden meer tot vaccinatie.  Vanaf dinsdag 25 augustus kan er een afspraak worden gemaakt voor vaccinatie tussen 21 september en 27 november. Volgend najaar komen dezelfde groepen in aanmerking voor de coronaprik. In 2023 werden er circa 2,7 miljoen prikken gezet. In 2024 circa 2,5 miljoen, in 2025 waren dat er nog circa 2,2 miljoen. Meer dan de helft van de 80-plussers kregen in 2025 een prik. De animo bij de 60- tot 64-jarigen was minimaal.

Nieuw landelijk onderzoeks- en innovatieprogramma voor long covid en andere post-acute infectiesyndromen

Stichting Long COVID (SLC) richt het Research & Innovation Center voor Long COVID en PAIS op. Dit nationale, onafhankelijke onderzoeksnetwerk moet voorkomen dat de opgebouwde kennis en capaciteit verloren gaan, en heeft als doel om wetenschappelijke ontdekkingen sneller te vertalen naar diagnostiek en gerichte behandelingen voor volwassenen en kinderen. Naar schatting 400.000 tot 450.000 Nederlanders hebben Long COVID, van wie circa 90.000 tot 100.000 ernstig beperkt zijn. Veelvoorkomende klachten zijn vermoeidheid, cognitieve- en geheugenproblemen, concentratieverlies en ontregeling van het immuunsysteem. Er zijn momenteel nog geen bewezen genezende behandelingen, effectieve diagnostiek of gerichte therapieën. Het overheidsbudget van € 40,67 miljoen is volledig besteed en de meeste projecten lopen dit jaar af. Een verkenning van ZonMw naar een nieuw PAIS-onderzoeksprogramma wordt pas eind 2027 afgerond; eventueel nieuw overheidsgeld volgt op z’n vroegst eind 2029. Zonder vervolgfinanciering keren specialisten terug naar hun oorspronkelijke vakgebieden, waardoor expertise, infrastructuur (zoals het Post-COVID Netwerk Nederland) en onderzoekscapaciteit verdwijnen. Het Center wordt een open nationaal netwerk met een centrale hub (voorzien in Amsterdam). Onderzoekers blijven verbonden aan hun eigen instelling, maar komen regelmatig samen. De opzet is geïnspireerd op het Oncode Institute, waar topwetenschappers samenwerken en publieke en private middelen worden gebundeld. Ketenbenadering: De organisatie beslaat de volledige keten: van laboratoriumonderzoek naar biologische mechanismen tot versnelde klinische trials en uiteindelijke toepassing in de zorg.  Onderzoek naar verschillende patiëntengroepen en onderliggende biologische mechanismen om maatwerkbehandelingen mogelijk te maken. Hoewel Long COVID de basis vormt, moet de opgebouwde biologische kennis op termijn ook ingezet worden voor andere post-acute infectieuze syndromen (PAIS), zoals ME/CVS.  SLC heeft de eerste financiering van € 500.000 toegekend aan zeven wetenschappers uit verschillende UMC’s en kenniscentra: Amsterdam UMC: Jeroen den Dunnen (aangesteld als wetenschappelijk onderzoeksleider), Brent Appelman en Michèle van Vugt, Vrije Universiteit Amsterdam: Rob Wüst, UMC Utrecht: Niels Eijkelkamp, en het Erasmus MC: Melvin Lafeber en Sandra Hoeboer.

Onderzoekscommissie Corona

De Corona onderzoekscommissie liep van eind mei tot eind juni 2026 en bestond uit:

Voorzitter Daan de Kort (VVD)

Ondervoorzitter Songül Mutluer (GroenLinks-PvdA)

Dion Huidekooper (D66)

André Poortman (CDA)

Annelotte Lammers (Groep Markuszower).

De commissie onderzocht het handelen van het kabinet tijdens de coronaperiode van december 2019 tot voorjaar 2022 en kijkt naar de rol en het functioneren van de 2e Kamer van destijds. Het doel van het onderzoek is om te leren van de coronaperiode om voorbereid te zijn op een mogelijke volgende crisis. Rutte, De Jonge, Grapperhaus en Van Dissel worden twee keer verhoord. Elke maandag, woensdag en vrijdag zijn er twee verhoren, met vakantiepauze tussendoor. Het laatste verhoor staat gepland op 10 september. worden gehoord door de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.  In totaal vinden er in negen weken tijd 51 verhoren plaats, met in totaal 47 getuigen:

  • Viroloog en oud-OMT-lid Marion Koopmans
  • Bruno Bruins, Oud minister van Volksgezondheid, In 2023 werd hij al gehoord over het toeslagenschandaal omdat hij destijds voorzitter was van het UWV.
  • Ernst Johan Kuipers, oud minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 
  • Mark Rutte, oud-premier
  • Hugo de Jonge, voormalig volksgezondheidsminister
  • Mona Keijzer, voormalig staatssecretaris 
  • Ferd Grapperhaus, voormalig justitieminister 
  • Jaap van Dissel, oud-directeur van het RIVM en lid OMT
  • Khadija Arib, toenmalig Tweede Kamervoorzitter 
  • Pieter-Jaap Aalbersberg, destijds Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)
  • Jan Kluytmans, destijds microbioloog in het Amphia Ziekenhuis in Breda
  • Jack Mikkers, toenmalig burgemeester van Den Bosch
  • Ernst van Koesveld, destijds de hoogste ambtenaar op het ministerie van Volksgezondheid

Commissievoorzitter De Kort nodigde opiniepeiler Maurice de Hond uit om te horen hoe er werd omgegaan met mensen die kritisch waren op het coronabeleid. De commissie verwacht in het eerste kwartaal van 2027 met haar eindrapport te komen.

De burgemeester van Nijmegen Hubert Bruls was destijds voorzitter van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. In oktober 2016 werd hij voorzitter van het landelijke Veiligheidsberaad, waar de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s in zaten. In deze functie kwam hij met regelmaat landelijk in het nieuws tijdens de coronacrisis in Nederland. Met ingang van 1 april 2023 werd Wouter Kolff voorzitter van het Veiligheidsberaad. Van 2014 tot 2022 was hij vicevoorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Brul was geen voorstander van de avondklok maar stelt nu dat de maatregel op zich wel duidelijk was en moet in samenhang gezien worden van andere maatregelen die genomen werden. De beslissing hierover werd door de landelijke Overheid genomen ondanks de protesten van burgemeesters als Brul. 

Voormalig minister Hugo de Jonge ontraadde half april 2020 het gebruik van mondkapjes toen de coronapandemie net was uitgebroken na een lobby van een branchevereniging voor ouderenzorg. De Jonge viel op een persconferentie de thuiszorgorganisatie Buurtzorg af, die uit voorzorg juist wél mondmaskers aan personeel had gegeven. De Jonge zei te betwijfelen of dat verstandig was.

Het preventief dragen van een mondkapje was op dat moment niet nodig volgens het RIVM. Wie dat toch deed, deed dat volgens De Jonge ten koste van een ander. “Ieder voor zich, zo werkt het echt niet”, zei hij destijds. De Jonge kwam met die boodschap op verzoek van  bestuurslid Conny Helder van branchevereniging Actiz. Twee jaar later werd ze minister voor Langdurige Zorg. Helder stelt dat Actiz destijds het geldende advies voor mondkapjes volgde. Ze vond het uit voorzorg gebruiken van maskers “niet verdedigbaar” vanwege de tekorten. Wel geeft ze toe dat ze haar uitspraken minder stellig had moeten formuleren. Dat het uit voorzorg dragen van mondkapjes wél waarde had “wist ik op dat moment niet”, zei ze desgevraagd.

In de mails vroeg Helder de zorgminister expliciet te zeggen dat het preventief gebruik van mondkapjes “bewezen zinloos” is. Die bewering is niet wetenschappelijk onderbouwd. Ook zei ze dat het “goed, of zelfs nodig” was dat Buurtzorg zou worden aangesproken op het preventieve gebruik van mondkapjes.

Het verzoek kwam op een belangrijk moment in de pandemie. Veel patiënten in verpleeghuizen overleden aan corona. Medewerkers in Duitse verpleeghuizen kregen ongeacht de wereldwijde schaarste het advies om preventief mondkapjes te dragen. In Nederland bepaalden de RIVM-richtlijnen dat mondmaskers in de ouderenzorg alleen nodig waren bij patiënten met een coronaverdenking.

Het kabinet liet zich volgens Bruno Bruins in het begin van de coronapandemie vooral leiden door de adviezen van het Outbreak Management Team. Oud-minister Bruno Bruins stelde dat er vooral in het begin nog veel onduidelijk was. Bruins trad op 19 maart 2020 af als minister voor Medische Zorg, omdat hij in de eerste paar weken van de pandemie overwerkt was geraakt. Een dag eerder was hij tijdens een debat in de Kamer flauwgevallen door oververmoeidheid. 

De enquêtecommissie heeft laten weten dat er opnieuw personen worden bedreigd. Tijdens de verhoren de afgelopen vijf weken ging het al vaker over de grote impact die bedreigingen hadden in de coronatijd. Bij het verhoor van de oud-scholierenvertegenwoordiger van het Laks, Nienke Luijckx bleek vorige week dat zij opnieuw te maken had gekregen met bedreigingen. Ze zei dat het in aanloop naar haar verhoor “onrustig” was. Meerdere getuigen worden of zijn bedreigd voor of na hun verhoor. Om wie het precies gaat of wat voor bedreigingen het zijn, is niet bekendgemaakt, maar dit wordt wel onderzocht. Getuigen die opgeroepen worden door de commissie zijn verplicht om te komen en worden onder ede verhoord. De bedreigingen raken dus ook aan het werk van de commissie, zegt De Kort: “Getuigen moeten in alle vrijheid en veiligheid kunnen verklaren tijdens hun verhoor”. De getuigen verklaarden dat ze tijdens de pandemie ook al bedreigd werden. OMT-lid Marion Koopmans kon destijds “niet meer vrijuit bewegen”, zei ze in haar verhoor. Een ander bedreigd OMT-lid, Károly Illy, verklaarde dat er destijds te weinig gebeurde met zijn aangiftes.
Ferd Grapperhaus, oud-minister van Justitie, vertelde aan de commissie dat hij ook veelvuldig is bedreigd tijdens de coronacrisis. Hij werd om die reden streng beveiligd. Oud-OMT-voorzitter Jaap van Dissel zei in zijn verhoor dat hij zich zorgen maakt of wetenschappers zich nog wel durven uit te spreken. 

Parlementaire Corona enquête weer begonnen

De parlementaire enquête corona ging na de korte zomerstop weer verder. 
Over dat de Tweede Kamer alle niet-Corona debatten schrapte, het afstand van elkaar moeten houden, mondkapjes moeten dragen en de discussies daarover. Ook gaat het over de ingrijpende maatregelen en wetgeving, zoals de avondklok en het inzetten van het noodrecht voor crisismaatregelen, wat vaak pas achteraf gebeurde, nadat het kabinet dit al besloten had. Toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib had druk ervaren had om het werk in de Tweede Kamer volledig stil te leggen. Zij wilde niet zeggen uit welke hoek die druk kwam. Deze week verschijnen Kamerleden uit de toenmalige oppositie én de coalitie voor de commissie. VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff, Simone Roos, de griffier van destijds kwamen al voor de commissie en vandaag zijn dat Fleur Agema (PVV) en Lisa Westerveld (GroenLinks).Er staan na deze week nog twee verhoorweken in de planning met een tweede verhoor van oud-premier Mark Rutte en voormalig zorgminister Hugo de Jonge. 

Agema vindt het onbegrijpelijk hoe de informatievoorziening richting Tweede Kamer ging. Het parlementaire debat vond soms pas plaats nadat de besluiten over nieuwe maatregelen al waren afgekondigd, zegt ze. “De Tweede Kamer heeft de wettelijke taak om de besluiten van het kabinet te controleren”, benadrukt ze en daar kon ze niet aan voldoen. “Ik haalde soms de hele nacht door om in een enorm tempo alle stukken te bestuderen. De stress die dat met zich meebrengt!”

Het duurde soms “tot middernacht” voordat de Kamer werd geïnformeerd. “Waarom duurde dat zo lang?”, vraagt zij zich af. “Was er sprake van tegenwerking? Het lijkt me toch dat de inhoud van de brieven al voor de persconferenties over de maatregelen bekend was.”

Het oud-Kamerlid erkent dat de werkdruk destijds op het ministerie van VWS erg hoog was, maar dat is volgens haar geen verklaring voor de rare volgorde: eerst persconferenties over nieuwe maatregelen en pas daarna een brief van tientallen kantjes aan de Kamer, vlak voordat de Kamer er dan, achteraf, over kon debatteren.

Er was volgens Agema ook geen ruimte om bij te sturen. De besluiten werden op zondag in het Catshuis genomen, door de betrokken bewindspersonen en mensen als Van Dissel van het RIVM, en in 95 procent van de gevallen was het dat, zegt Agema. “Er waren talloze moties, maar die werden allemaal verworpen.” Dat had te maken met de coalitie, die maakte dat het “potdicht” zat.

Het kabinet verschuilde zich te veel achter de adviezen van het Outbreak Management Team (OMT), stelde PRO-voorheen Groen Links Kamerlid Lisa Westerveld. Het kwam het kabinet vaak goed uit om te zeggen dat een moeilijk besluit was genomen omdat het OMT dit adviseerde, maar als ze die adviezen zelf las, stond dat er vaak helemaal niet zo duidelijk in. “Dan bleek soms dat het OMT zei: u kunt dit in overweging nemen”, lichtte ze toe. Ze vond het ook niet goed dat de adviezen werden uitgebracht aan de hand van vragen van het ministerie van Volksgezondheid, omdat die vragen volgens haar vaak politiek gekleurd waren. Ze had liever gezien dat het OMT zelf kon bepalen welke vragen het zou beantwoorden. Dat het kabinet soms ook suggesties gaf voor inhoudelijke aanpassingen aan de adviezen, in plaats van alleen tekstuele, vond Westerveld ook problematisch.

Bij discussies over coronamaatregelen was in het kabinet soms te veel sprake van “maakbaarheidsdenken”, zei Carola Schouten “Als we op die manier gaan kijken, doet het niet helemaal recht aan de werkelijkheid.”
Ze zei dat ze soms probeerde “erboven te gaan hangen” als het over modellen ging. “We gingen zitten modelleren over welke maatregel welk effect heeft, maar hoe zit het met de nalevingsbereidheid?” “Hoe langer de coronapandemie duurde, hoe minder graag mensen zich aan de coronamaatregelen hielden”

Het kabinet heeft “niet voldoende recht gedaan aan verschillende motieven” tijdens de coronacrisis. Volgens Schouten is er “te generiek” gekeken of mensen maatregelen naleefden of niet. “Er zat veel gelaagdheid in motieven van mensen of ze de maatregelen konden volgen”, “Er zaten ook mensen tussen die ongelooflijk hun best deden om afstand te houden, maar meer moeite hadden met andere maatregelen.”

Aan het einde van de coronapandemie zeiden bijna alle burgemeesters in een gezamenlijke brief dat het kabinet te veel bezig was met handhaving en repressie en dat dat niet de oplossing was. Achteraf denkt Schouten dat dit klopt en dat mensen die twijfels hadden bij het beleid te snel werden weggezet als bijvoorbeeld relschoppers. 

Als de huidige burgemeester van Rotterdam weer in een vergelijkbare situatie zou komen, dan zou ze “vanaf dag 1” iemand aanstellen om de maatschappelijke effecten van de coronamaatregelen in kaart te brengen. Die effecten werden volgens Schouten al meegewogen, maar de besmettingscijfers waren harde cijfers. “Het was moeilijker om vast te stellen hoeveel mensen eenzaam waren.”

Schouten werd een aantal keer gevraagd of het advies van het Outbreak Management Team (OMT) te leidend was voor de kabinetsbesluiten. “Ik ben me er altijd bewust van geweest dat wij de politieke besluiten nemen.” Volgens Schouten was er soms geen ruimte om andere besluiten te nemen, vanwege de nijpende situatie in de zorg. “Zeker toen het in januari 2021 richting code zwart ging, hadden we het gevoel dat we met de rug tegen de muur stonden.” Ze zei ook dat ze het belangrijk vond dat scholen openbleven, maar dat rond de tweede scholensluiting begin 2021 het niet de vraag was welke maatregelen genomen zouden worden, maar of er überhaupt ruimte was om iets niet te doen.

Volgens oud-SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij gaf het kabinet in het begin van de coronapandemie de Tweede Kamer veel ruimte om besluiten te nemen,  Toen de coronacrisis aanhield, werden Kamerleden weer kritischer op wat het kabinet deed.
Toen de Kamer “na de eerste schok” weer kritischer werd, had het volgens Van der Staaij nog wat scherper gemogen over de maatschappelijke impact van de maatregelen. Nadat een motie om daar een team voor in te richten was aangenomen, duurde het nog twee jaar totdat het zover was. “En toen was de crisis al ongeveer bezworen.” De noodverordeningen werden in december 2020 vervangen door een tijdelijke wet voor coronamaatregelen. “Toen was het noodverbandje wel aan vervanging toe”, aldus Van der Staaij. Op het moment dat de tijdelijke wet werd ingevoerd, was dat ook te laat volgens het voormalige Kamerlid. Hij zei dat de samenleving in december al klaar was met de maatregelen. “Het kwam toen in een sfeer dat de spoedwet de dictatuur zou vestigen”, verwees Van der Staaij naar leuzen van demonstranten. “We hoopten dat het afgelopen zou zijn en dat er meer ruimte zou komen.”
De SGP steunde de wet uiteindelijk wel, maar de toenmalige fractievoorzitter zei wel zijn best te hebben gedaan om de wet “zo goed mogelijk” te maken.
De avondklok werd uiteindelijk wel ingevoerd op basis van staatsnoodrecht in plaats van de tijdelijke wet. Dat vond Van der Staaij dan weer niet nodig, al begreep hij het wel, “omdat het zo uitzonderlijk was”.

Oud-minister Ollongren had in mei 2020 een tijdelijke coronawet klaar, die als juridische basis moest dienen voor de maatregelen. Toch duurde het nog tot december tot de wet in werking trad. Hoe kan dat, vroeg de coronacommissie zich af.

Volgens Ollongren moest eerst de kritiek van de Raad van State nog in de wet worden verwerkt. Ook was er lange tijd discussie binnen het kabinet over de vraag bij wie de meeste zeggenschap kwam te liggen: bij de voorzitters van de veiligheidsregio’s of de burgemeesters. Uiteindelijk werd het die laatste groep.

Toen de wet in de zomer uiteindelijk klaar was, voelde volgens Ollongren zowel kabinet als Tweede Kamer niet de noodzaak om die heel snel te behandelen. “Het virus zwakte in die periode wat af, de samenleving ging open en we gingen uit de crisismodus”, vertelt Ollongren aan de commissie. “Daarmee was er niet meer de urgentie om in het reces het wetsvoorstel met stoom en kokend water te behandelen.”

Uiteindelijk trad de wet pas in december 2020 in werking. “Achteraf gezien zijn we te laat geweest”, blikt Ollongren terug. “Want in die periode laaide het virus weer op en waren er maatregelen nodig.”

Tijdens de coronacrisis werden met de maatregelen meerdere grondrechten geschonden. De coronacommissie vraagt Kajsa Ollongren, die als minister van Binnenlandse Zaken ‘hoeder van de grondwet’ was, hoe ze daarmee omging.

Volgens Ollongren was het een moeilijke afweging. “De maatregelen konden een enorme impact hebben op de grondrechten van mensen. Maar als je ze niet nam, had het ook impact op de grondrechten van anderen. Die weging moest continu worden gemaakt.”

In het begin van de pandemie werden de coronamaatregelen vooral via noodverordeningen en aanwijzingen geregeld, in plaats van via een wet. Daardoor was er op papier geen afweging van die grondrechten. “Nood breekt wet”, zegt Ollongren daarover. “Maar in onze discussies hebben we wel aandacht gehad voor de afweging ervan.”

Later is er wel een wet gekomen die een juridische basis legde voor de coronamaatregelen. Daarin werd volgens Ollongren wel telkens een expliciete weging van de grondrechten gemaakt.

Veel maatregelen waren een inperking van grondrechten zoals het recht op onderwijs, omdat het coronavirus een bedreiging was voor het recht op leven. In december 2020 werd de tijdelijke wet coronamaatregelen aangenomen. Daardoor werd de weging van grondrechten meegenomen rond het invoeren van nieuwe coronamaatregelen.
Voordat de wet werd ingevoerd, werden de maatregelen genomen door noodverordeningen. Die hadden volgens Ollongren een zwakkere juridische basis. In de officiële documenten van die noodverordeningen stond volgens commissielid Songül Mutluer niets over een grondrechtenweging. D66’er Ollongren zei dat dit van tevoren wel werd besproken binnen het kabinet.
Ollongren zei dat de wet uiteindelijk laat werd ingevoerd, omdat er vanaf april al door het ministerie van Binnenlandse Zaken werd gesproken over een betere juridische basis voor de maatregelen. Dat kwam onder meer omdat het kabinet het niet nodig vond om het in het zomerreces te laten behandelen, maar ook omdat er extra tijd nodig was om kritiek van de Raad van State en vanuit het kabinet te verwerken.
In het najaar van 2020 moesten weer coronamaatregelen worden getroffen, omdat de zorg onder druk kwam doordat er meer besmettingen waren. Dit gebeurde nog steeds op basis van noodverordeningen. “Ik denk dat het legitiem was om door te gaan met de oude werkwijze, omdat de wet al in behandeling was.”Bewezen bijwerkingen

Tijdens de coronapandemie werd vaccinatie gepresenteerd als een vrijwillige keuze. Maar niet voor iedereen was die keuze vrij. Vanwege werk en mogelijkheden werden mensen  hiertoe gedwongen. Zonder vaccin verklaring kon je niet normaal functioneren in de samenleving. Dat was geen vrijheid maar indirecte dwang. Er werd gedaan alsof vaccinatie voor iedereen noodzakelijk en veilig was, terwijl de feiten genuanceerder zijn. Gezonde mensen zonder onderliggende aandoeningen lopen een laag risico op ernstige COVID-19 en Long COVID komt bij jongeren zelden voor. Daar tegenover staan ernstige vaccinbijwerkingen, zoals trombocytopenie of cerebrale veneuze trombose.
Bovendien biedt een vaccin geen garantie tegen besmetting. Dat is inmiddels ruimschoots bewezen. De bescherming tegen infectie is beperkt en neemt snel af. Toch werd het narratief lang volgehouden dat vaccinatie ook anderen zou beschermen, wat de morele druk verder opvoerde. Vaccinaties waren geen gevolg van vertrouwen in beleid, maar van noodzaak en dwang en psychologische druk. En dat maakt het des te wranger dat er zo weinig ruimte was voor kritische vragen over de bijwerkingen. Vrijheid is niet alleen het recht om te kiezen, maar ook het recht om een keuze te weigeren zonder sanctie.

Kim Putters, oud-directeur Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Putters waarschuwde in april 2020 voor het gevaar van stigmatisering. Maar ondanks zijn waarschuwingen werden toch meerdere groepen het slachtoffer van vooroordelen, zegt Putters tegen de parlementaire enquêtecommissie.
Als voorbeeld noemt Putters mensen met een Aziatische afkomst die in het begin van de pandemie werden uitgescholden, omdat het virus uit China kwam. Later werden jongeren “in een hoek gedrukt” rond de tweede besmettingsgolf.
Als laatste voorbeeld noemt Putters mensen die zich niet lieten vaccineren. “Dat was een uiteenlopende groep, het ging bijvoorbeeld ook om zwangere vrouwen die niet wisten wat de gevolgen waren.”
Het stigmatiseren was volgens Putters “niet alleen kabinetsleden te verwijten”. Ook in de media “werd over groepen gesproken”.
Putters pleit ervoor dat langetermijneffecten van crises meteen worden besproken. Het gaat dan bijvoorbeeld over leerachterstanden, mentaal welbevinden bij jongeren en eenzaamheid bij ouderen.

De enquêtecommissie richt zich in de laatste verhoorweek vannaf  7 september vooral op reflecteren en vooruitkijken. Rutte wordt als eerste bevraagd. Kuipers komt woensdag aan bod, Schreijer donderdag. Alle verhoren zijn in de ochtend. Kuipers was tijdens een groot deel van de pandemie als zorgbestuurder hoofdverantwoordelijk voor de spreiding van coronapatiënten over de beschikbare ic-bedden. In de nadagen van de crisis werd hij door D66 gevraagd als minister van Volksgezondheid, een functie die hij twee jaar zou bekleden. Het verhoor van Schreijer is het 51e en laatste van deze parlementaire enquête. Zij werkte tijdens de pandemie bij gezondheidsinstituut RIVM en de GGD Amsterdam en was als lid van het Outbreak Management Team (OMT) nauw betrokken bij de medische adviezen aan het kabinet. Inmiddels is zij medisch directeur van een onderzoekscentrum op het gebied van pandemische paraatheid.


Het Witte Huis heeft op haar website geschreven dat volksgezondheidsfunctionarissen het Amerikaanse volk vaak misleiden door tegenstrijdige boodschappen, reflexmatige reacties en een gebrek aan transparantie daar waar het om Corona gaat.  Het meest schrijnend is, zo staat er, dat de federale overheid alternatieve behandelingen demoniseerde en narratieven als de laboratoriumlektheorie afkeurde, in een beschamende poging om de gezondheidsbeslissingen van het Amerikaanse volk te dwingen en te controleren. Toen die pogingen faalden, greep de regering-Biden naar “regelrechte censuur het dwingen en samenspannen met ’s werelds grootste sociale mediabedrijven om alle COVID-19-gerelateerde dissidentie te censureren.”De publicatie “The Proximal Origin of SARS-CoV-2”, die herhaaldelijk werd gebruikt door volksgezondheidsfunctionarissen en de media om de theorie van het laboratoriumlek te discrediteren, werd door Dr. Fauci aangezet om het voorkeursverhaal te promoten dat COVID-19 in de natuur is ontstaan. Het hele verhaal leest u op Lab Leak: The True Origins of Covid-19 – The White House

De volledige duiding over Corona en de gevolgen van de pandemie staat uitgewerkt in het boek Corona. Klik hier voor de directe bestelpagina.

Terug naar nieuwsoverzicht
Terug naar blogoverzicht

 

Reactie achterlaten?

Deze informatieve blog wordt u aangeboden door BVS Taxi Ter Aar

Om uw privacy en de veiligheid van deze website optimaal te waarborgen, maken wij geen gebruik van een online contactformulier.

U kunt uw reactie of vraag direct en veilig sturen naar: redactie@bvs.nl of via onderstaande knop.


📧 Mail de redactie

 

 

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *